TAALSTIMULERENDE TIPS Contact Taalondersteuner VGC Jeugddienst: jeugddienst@vgc.be 02/563.05.79 Taalondersteuner Welzijn en Gezondheid: drometalis@vgc.be 1
Wat is taalstimulering? Basisprincipes - Taal gebruiken om tot een leuk doel te komen = spelen - Taal aan kapstokken kunnen hangen (begrijpen!) - Taal associëren met iets leuks = spelen - Kinderen zijn gemotiveerd om taal te gebruiken (niet verbeteren) - Creëer een veilig en positief klimaat o Geef kinderen taalvrijheid. o Verplicht kinderen niet om te spreken o Verbeter taalfouten niet expliciet o Laat kinderen initiatief nemen - Zorg voor een aangepast taal- en spelaanbod o Taal is een middel, geen doel o Visualiseer o Bied een gevarieerd aanbod aan o Herhaal, herhaal, herhaal o Gebruik geen babytaal o Voorzie voldoende interactie - Ondersteun en motiveer o Geef positieve feedback en motiveer o Toon interesse stel vragen o Stel kinderen gerust als ze het niet begrijpen o Improviseer o Heb oog voor alle kinderen (ook de taalzwakkere) - Zorg voor heterogene groepen (taal, motorisch, sociaal en cognitief) - Begeleiding is zeer belangrijk: o Geef groepjes om beurt uitleg + controleer of ze het begrepen hebben o Verwoord wat er gebeurt op het spelbord Onthoud altijd: Veel taal gebruiken en laten gebruiken! En spelen maar! 2
1. Tips voor talige activiteiten A. KLIMAAT Veilig klimaat: voelen de kinderen zich op hun gemak? Kunnen ze iets komen vertellen? Durven ze iets vragen? Betrokkenheid: zijn alle kinderen betrokken bij een activiteit? Probeerde je de kinderen die minder betrokken waren toch te betrekken? Op welke manier heb je geprobeerd de motivatie van de kinderen op te wekken? B. ACTIVITEIT Was de activiteit voldoende voorbereid? Wat was goed voorbereid, wat had je over het hoofd gezien? Was het spel voor alle animatoren duidelijk? Kon iedereen het spel/de activiteit overnemen indien nodig? Hadden de kinderen voldoende kennis van de wereld om het taalaanbod te begrijpen? Zo neen: hoe heb je dat gemerkt? Had je er op voorhand op ingespeeld? Heb je de activiteit ingeleid? En heb je ze afgerond? Hoe heb je dat gedaan? Was je zelf gemotiveerd en enthousiast? En je mede-animatoren? o Vond je de kinderen geïnteresseerd en gemotiveerd? Bleven ze gemotiveerd? Zat er voldoende afwisseling en/of uitdaging in de activiteit(en)? o Heb je bij de indeling van de groepjes gelet op de heterogeniteit? (bijvoorbeeld: niet alle Franstalige kinderen bij elkaar of net wel?) o Kwamen er spelimpulsen vanuit de kinderen? Was er tijd/mogelijkheid om er op in te gaan? Hoe verliep dat? o Kwamen er (onvoorbereide) spelimpulsen vanuit de animatoren? Hoe werd daarop gereageerd door de kinderen? 3
C. INTERACTIE Speluitleg: waren de omstandigheden goed (omgevingslawaai, konden alle kinderen je horen en zien, )? Was je uitleg helder en gestructureerd? Werd de uitleg gegeven op het taalniveau van de kinderen? Werd hij visueel ondersteund? Hoe wist je dat (niet) alle kinderen hem begrepen hadden? Ben je ingegaan op gespreksimpulsen van de kinderen? Heb je zelf gespreksimpulsen aangeboden? Stelde je open/gesloten vragen? Vragen naar eigen ervaringen/meningen? Vragen uit interesse? Heb je gereageerd op taalfouten? Op welke manier: stond de communicatie centraal? Heb je juist taalaanbod teruggekaatst? Heb je gereageerd op eigen taal/frans? Zijn er momenten waarop je een kind moeilijk/niet begreep? Of momenten waarop een kind duidelijk iets niet begreep (speluitleg, betekenis van een woord, )? (onbegrip) Hoe reageerde je hierop: gingen het kind en jij in betekenisonderhandeling? Herhaalde je de uitleg? Herformuleerde je die? Of visualiseerde je de uitleg (nog meer)? Welke talige mogelijkheden zitten in de activiteit? Welke werden gerealiseerd? Lokte de activiteit interactie uit? Op welke manier? Was er interactie tussen kinderen onderling of vooral tussen de animatoren en de kinderen? 4
2. Tips voor een interactieve houding Een goede begeleider speelt met de kinderen Ze zullen je hierdoor sneller zien als een speelkameraad. Dat maakt de drempel om je aan te spreken veel kleiner. Toon interesse in de kinderen Door vragen te stellen geef je hen de kans om te spreken. Kinderen zijn volwaardige speelpartners. Daarom is het ook belangrijk om te luisteren naar wat ze te vertellen hebben. Probeer kinderen op hun gemak te stellen Als kinderen zich goed voelen bij jou, zullen ze gemakkelijker met jou in interactie treden. Laat de kinderen praten Laat de kinderen eens praten. Als begeleider zijn we al zoveel aan het woord. Probeer kinderen ook te helpen als ze niet uit hun woorden geraken. Heb respect voor de invloeden van de moedertaal van het kind Een taal beheersen doe je niet van de ene dag op de andere. 5
3. Concrete taaltips Ga op ooghoogte van het kind zitten. Kijk het kind aan als je ermee praat, reageer op wat het zegt (knikje, lachen, ) Stel zoveel mogelijk open vragen. Ja/nee vragen kunnen ook handig zijn, maar eerder om het ijs te breken. Maak zoveel mogelijk gebruik van visuele ondersteuning zoals gebaren, lichaamstaal of pictogrammen. Verbeter kinderen niet wanneer ze iets fout zeggen, maar herhaal het juiste en zet het gesprek verder. Benadruk de kernwoorden of plaats de kernwoorden vooraan. 6