Naam : Geboortedatum : Leeftijd 2,5-jarigen 3-jarigen 4-jarigen 5-jarigen 6-jarigen 7-jarigen 1. Welbevinden Voelt zich meestal niet in zijn sas, voelt zich niet gelukkig Geeft een neutraal beeld, niet echt gelukkig noch ongelukkig Voelt zich meestal " als een vis in het water ", voelt zich gelukkig 2. Taalbeheersing : spreken en articulatie Is bereid tot praten, vertoont geen spreekangst Spreekt in 2 woorduitingen Spreekt in 3 à 5 woorduitingen grammaticaal onjuiste opbouw is nog toegelaten Spreekt verstaanbaar voor iedereen ( articulatiefouten zijn nog geen signaal ) Spreekt in meerwoordzinnen : 3 tot 5 woordzinnen Kan een verhaal of gebeurtenis begrijpelijk overbrengen Spreekt alle klanken juist uit, behalve r/s en hun medeklinkerverbindingen Spreekt in juiste enkelvoudige en samengestelde zinnen Gebruikt verkleinwoorden en juiste vervoegingen Spreekt alle klanken juist uit alsook alle medeklinkerverbindingen 3. Voorbereidend lezen Kijkt in prentenboeken,. Herkent kenteken Reageert op/en herkent alledaagse geluiden Kijkt geregeld in boeken,. Herkent eenvoudige pictogrammen Kan aandachtig luisteren naar een kort verhaal of lied Kan een eenvoudig versje opzeggen Is geïnteresseerd in boeken,. Begint interesse te krijgen voor letters Herkent en begrijpt de pictogrammen in de klas ( kalender, ) Kan aandachtig naar een langer verhaal luisteren Kan een versje opzeggen
Vervolg voorbereidend lezen Kan geringe geluidsverschillen onderscheiden Wijst gelijkensissen en grote verschillen aan Heeft belangstelling voor aspecten van lezen Heeft interesse voor letters Herkent pictogrammen ook van complexe aard Leest pictogrammen Merkt gedetailleerde gelijkenissen en verschillen op Kan een langer versje opzeggen Beginnend waarnemen en onthouden van woord-en klankverschillen en hun overeenkomsten ( vb. rijmen, splitsen in lettergrepen, ) Op 6-jarige leeftijd : klankverschillen en overeenkomsten nauwkeurig waarnemen en onthouden in functie van lezen en schrijven 4 Voorbereidend rekenen Kan tellen tot 3 Kan één-één relatie toepassen Kent volgende begrippen en kan ze verwoorden : veel - weinig, eerste - laatste, bijdoen - afdoen, Telt geordend tot 5 Kan na het tellen zeggen hoeveel er zijn Kent volgende begrippen en kan ze verwoorden : meer - minder, erbij - eraf,. Kan tellen tot 10 Kan terugtellen Kan hoeveelheden koppelen aan cijfersymbolen Beheerst rangtelwoorden Voert opdrachten uit i.v.m " rekenhandelingen " Conservatie 5. Denkontwikkeling / W.O. Maakt spontaan krabbeltekeningen Kan eenvoudige inlegpuzzels maken Bouwt een toren van 6 blokken
Vervolg denkontwikkeling / W.O. Herkent de kleuren Kan eigenschappen herkennen Heeft interesse voor de natuur Toont interesse voor techniek Heeft interesse voor mens-en samenleving Duidt de lichaamsdelen aan bij zichzelf Tekent een kopvoeter Kan eenvoudige puzzels tot 10-stuks maken Bouwt met constructiemateriaal ( het resultaat is nog niet herkenbaar ) Kent begrippen als voor-onder-verder-laatste vanuit eigen lichaam Benoemt de kleuren Kan classificeren volgens eenvoudige opdrachten bv. vorm, kleur, Kan 2 voorwerpen rangschikken Heeft interesse voor de natuur Toont interesse voor techniek Heeft interesse voor mens-en samenleving Benoemt lichaamsdelen bij zichzelf en anderen Kan een kinderfiguur tekenen Maakt een puzzel van 15-stuks Bouwt eenvoudige herkenbare constructies Passief kunnen hanteren van ruimtelijke begrippen Benoemt en herkent 5 kleuren Sorteert naar vorm en kleur Legt logische reeksen van 5 elementen Passief kunnen hanteren van tijdsbegrippen Heeft interesse voor de natuur Toont interesse voor techniek Heeft interesse voor mens-en samenleving Tekent een kind-mensfiguur met de belangrijkste lichaamsdelen Kan linker-en rechterkant benoemen Legt puzzels tot meer dan 50 stukken Bouwt herkenbare constructies
Vervolg denkontwikkeling / W.O. Passief en actief kunnen hanteren van ruimtelijke begrippen Kleurenkennis ( hoofd-en bijkleuren, passief en actief ) Classificatie en sorteeractiviteit ( minstens 3 en meer kenmerken ) Seriëren en ordenen naar complexe kenmerken Passief en actief kunnen hanteren van tijdsbegrippen Heeft interesse voor de natuur Toont interesse voor techniek Heeft interesse voor mens-en samenleving 6. Betrokkenheid / Taakgerichtheid Toont interesse voor de meeste activiteiten Voert de klasopdrachten goed uit Begrijpt eenvoudige één-ledige opdrachten Toont interesse voor de activiteiten Begrijpt een enkelvoudige opdracht Kan een opdracht afwerken Werkt uit zichzelf gemotiveerd Begrijpt een tweeledige opdracht Kan zelfstandig beginnen en uitvoeren Kan een opdracht afwerken Doorzetten : hoe moeilijk de activiteit ook is Werkt geconcentreerd tot op het einde Heeft een aanvaardbaar werktempo Begrijpt twee en meerledige opdrachten en voert ze correct uit Kan zich aan een bepaalde opdracht houden : ongeveer een lesuur Verwoorden van wat men doet Kan zelfstandig een taak afwerken Nauwkeurigheid Doorzetten : reeds een zekere tijd bezig zijn met een moeilijke opdracht Werkt geconcentreerd tot op het einde Heeft een aanvaardbaar werktempo
7. Muzische vorming / Media Knutselt graag ( schilderen, kleven, knippen, scheuren, boetseren, ) Beweegt graag op muziek : dans, Zingt graag, toont interesse voor muziekinstrumenten, Speelt graag toneel, poppenspel, Geniet van kunstzinnige expressies ( bv. poppenspel, theater, ) Toont interesse voor foto's, computer, video, film, 8. Fijne motoriek Rijgt grote parels aan een draad Grijpt gericht naar voorwerpen en laat vlot los Kan een schaar hanteren, maakt knipbewegingen Kan scheuren ( geen opgelegde vorm ) Penseelgreep : greep tussen de vingers naar binnen gedraaid Knipt op een rechte lijn, kan figuren uitknippen Scheuren : rechte stroken Heeft een juiste penseelgreep Pengreep : duim, wijsvinger en middenvinger Kan geborgen vormen en geometrische figuren overtrekken Knippen : kan een figuur uitknippen ook klein en gedetailleerd Scheuren : langs gebroken lijnen en ronde vormen Heeft een juiste pengreep Heeft een voorkeurhand Kleurt binnen de lijnen Kan schrijfpatronen zelfstandig voortzetten volgens voorbeeld 9. Grove motoriek Zie turnjuf!!!!
10. Sociale en emotionele ontwikkeling Parallel spel : doet soortgelijke spelletjes als zijn vriendjes, maar is nog weinig op het andere kind gericht Associatief spel : sluit zich aan bij een gemeenschappelijke activiteit Speelt reeds een tijd samen met een ander kind Speelt eenvoudige gezelschapsspelletjes onder begeleiding Heeft één of meerdere vriendjes Speelt met meerdere kinderen een uitgebouwd spel vb. rollenspel Sluit vriendschappen In een groep kunnen werken Past spontaan de spelregels toe Heeft één of meerdere vriendjes 11. Zelfstandigheid Herkent zijn jas, boekentas Kan zichzelf behelpen Behoeft niet steeds hulp bij werk of spel Vraagt hulp als het echt nodig is Kan zijn jas, boekentas nemen Kan zijn jas aandoen op welke wijze ook Kan zijn jas hangen aan de kapstok Trekt muts, sjaal, alleen uit Kan afhankelijk van zijn kledij zelfstandig naar het toilet Wast zijn handen alleen Kan zichzelf behelpen Behoeft niet steeds hulp bij werk of spel Vraagt hulp als het echt nodig is Kan zichzelf uit-en-aankleden met eventuele hulp Kan zijn boekentas zelf open-en dichtdoen Is zelfstandig bij toiletbezoek Snuit neus zonder hulp Kan zichzelf behelpen Behoeft niet steeds hulp bij werk of spel
Vervolg zelfstandigheid Vraagt hulp als het echt nodig is Kleedt zich zelfstandig aan en uit Sluitingen : geen probleem Kan veters strikken Kan zichzelf behelpen Behoeft niet steeds hulp bij werk of spel Vraagt hulp als het echt nodig is