Preoperatief centrum Inleiding In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten tot een operatie. Deze operatie zal plaatsvinden onder plaatselijke of algehele verdoving (anesthesie). Afspraken over verdoving en pijnbestrijding maakt u tijdens een gesprek met de anesthesioloog. Deze schat in welke risico s aan uw operatie zijn verbonden en hoe deze risico s kunnen worden beperkt. Wie maakt de afspraak en waar is het gesprek? Zodra u van uw behandelend arts heeft gehoord dat u geopereerd moet worden, gaat u naar route 5. Daar wordt bij het Planningsbureau voor u een afspraak ingepland bij het preoperatief spreekuur en wordt er een voorlopige operatie datum vastgesteld. De wachttijd, die we zo kort mogelijk proberen te houden, hangt af van onder andere de urgentie van uw behandeling en de beschikbare ruimte op het operatie programma en de afdelingen. Uiteraard proberen wij rekening te houden met uw beschikbaarheid en eventuele vakanties. Op de dag van de afspraak bij het preoperatief spreekuur meldt u zich bij de balie route 6. U krijgt dan een Stappenkaart voor de verschillende disciplines die u zult passeren. De baliemedewerker legt u het verloop van de afspraak kort uit. Daarna kunt u plaatsnemen in de wachtruimte. Hoe bereidt u zich voor? Bij het maken van de afspraak wordt u verzocht de vragenlijst en het toestemmingsformulier voor de apotheek direct in te vullen. Indien dit niet mogelijk is, kunt u de formulieren thuis invullen en met de bijgeleverde retourenvelop terug sturen. Het is belangrijk dat u de vragenlijst zo snel mogelijk teruggestuurd. Dit versnelt het proces op de dag van uw afspraak. Zonder de formulieren kan uw afspraak niet doorgaan. Wat houdt het onderzoek in? U begint de afspraak bij de apothekersassistent. Verder komt u bij de doktersassistente, anesthesioloog en eventueel de verpleegkundige. Op uw Stappenkaart staat aangegeven welke disciplines u moet doorlopen. De apothekersassistent neemt met u, indien medicijnen gebruikt, de medicijnlijst door. Bij het maken van de afspraak heeft u door het ondertekenen van het toestemmingsformulier apotheek, toestemming gegeven voor het opvragen van uw medicijn lijst bij uw eigen apotheek. Dit versnelt het proces van uw afspraak. Gegevens over uw allergieën, pacemaker en/ of ICD dient u mee te nemen naar de afspraak.
De doktersassistente neemt de rest van de vragenlijst met u door. Uw lengte en gewicht worden bepaald. Uw hartslag en bloeddruk worden gemeten. Er wordt zo nodig een hart filmpje (ECG) gemaakt. De anesthesioloog bespreekt met u uw algemene gezondheidstoestand. En verricht, indien noodzakelijk, beperkt lichamelijk onderzoek (hart en longen). Indien nodig zal er aanvullend onderzoek verricht worden. Ook zal met u besproken worden welke vorm van verdoving in uw situatie het beste toegepast kan worden en welke voorbereidingen voor de operatie nodig zijn.. Deze anesthesioloog kan een andere zijn dan de anesthesioloog, die u begeleidt op de dag van de operatie. Hij/zij is volledig op de hoogte van uw voorgeschiedenis en de voorgenomen operatie. Bij voorbereidingen moet u denken aan: Nuchter zijn voor de operatie (zie bijlage). Wel of niet innemen van (extra) medicijnen op de operatie dag. Op tijd stoppen met bloedverdunners en/of andere medicijnen. Stoppen met roken. Groen licht voor OK Van de anesthesioloog hoort u of u groen licht krijgt voor de operatie. U heeft van het Planningsbureau al een voorlopige operatie datum ontvangen. Rood licht voor OK Als er aanvullend onderzoek nodig is of een consult bij internist, longarts, cardioloog (of een andere arts), krijgt u tijdelijk rood licht. Na het ontvangen van de resultaten van de onderzoeken of het consult zal de anesthesioloog u, indien goed bevonden, alsnog op 'groen licht' zetten voor de operatie. Opname datum Ongeveer tien dagen voor uw opname ontvangt u een brief met de opname datum. Het is noodzakelijk deze oproep telefonisch of per mail te bevestigen. Indien de oproep niet bevestigd wordt, gaan wij ervan uit dat u van de behandeling afziet. Graag in alle gevallen contact met ons opnemen! Voor de bevestiging kunt u dagelijks vanaf half negen bellen naar (079) 346 2625 of mailen naar planningsbureau@llz.nl onder vermelding van uw naam en geboortedatum. Na bevestiging verneemt u het tijdstip waarop u verwacht wordt. Let op: Dit is de tijd van opname, niet van operatie. De tijd dat u geopereerd wordt is vooraf niet bekend i.v.m. onvoorzien wijzigingen, zie brief. Let op: het Planningsbureau maakt geen afspraken voor polikliniek bezoeken, dat kunt u zelf doen via ons online afsprakensysteem of door te bellen met de polikliniek.
Heeft u nog vragen Heeft u vragen over het pre operatieve spreekuur? Neem dan contact op met polikliniek anesthesiologie: (079) 346 2549. Heeft u vragen over de planning van uw operatie? Neem dan contact op met afdeling opname: (079) 346 2625, (079) 346 2628 of (079) 346 2607. Deze folder ondersteunt de mondelinge informatie die u van arts of verpleegkundige heeft ontvangen. Heeft u nog vragen over het onderzoek of uw behandeling, eventuele gevolgen en risico s, of over andere behandelmogelijkheden, stel ze dan gerust. Nuchter zijn voor operatie Waarom moet u nuchter zijn voor een operatie? Om te voorkomen dat tijdens de operatie de inhoud van uw maag in uw luchtpijp en longen terechtkomt. Niet nuchter zijn, kan levensgevaarlijke situaties opleveren voor uw gezondheid. Indien u niet nuchter bent, kan de operatie niet doorgaan en zal deze worden uitgesteld. Nuchter, dit betekent voor volwassenen en kinderen: Tot 6 uur voor opname mag u of uw kind gewoon eten en drinken Daarna mag u of uw kind tot 2 uur voor opname alleen nog helder vocht drinken: - water (zonder prik) - thee of koffie (eventueel met suiker, maar zonder melk) - appelsap - aanmaaklimonade - sportdranken zonder prik N.B.: geen Roosvicee, geen koolzuurhoudende dranken en geen melkproducten. Diabeten: alleen water (zonder prik), thee of koffie (zonder suiker en melk). Binnen de laatste 2 uur voor opname is het dus absoluut niet toegestaan te eten en/of te drinken (slechts een slokje water voor eventuele inname van medicijnen)!!
Welke verdoving krijgt u? Tijdens het pre operatieve spreekuur besluit de anesthesioloog in overleg met u welk type verdoving u krijgt. Dit hangt onder andere af van uw gezondheidstoestand en van de operatie die u ondergaat. Uw eigen wensen kunt u voorleggen aan de anesthesioloog die daarmee rekening houdt bij de beslissing over het soort anesthesie. Meer informatie over de verschillende types verdoving staat hieronder beschreven. Algehele anesthesie (narcose) Via de infuus naald wordt door de anesthesioloog een middel ingespoten, waardoor u snel in slaap valt. Ondertussen krijgt u een kapje met zuurstof. Kleine kinderen zijn vaak bang voor een prikje. Zij worden daarom veelal in slaap gemaakt door hen via een kapje te laten ademen, waaruit een narcosegas stroomt. Overigens is het ook mogelijk de huid te verdoven met een zalf, waardoor het prikje nauwelijks wordt gevoeld. De medicijnen die tijdens de anesthesie worden toegediend, zijn nauwkeurig afgestemd op de patiënt en de omstandigheden. De medicamenten bestaan uit slaapmiddelen, pijnstillers en eventueel middelen om de spieren verslapt te houden. Het anesthesie team is voortdurend bedacht op reacties of veranderingen in uw lichaam. Om de ademhaling tijdens de operatie te controleren wordt in veel gevallen een plastic buisje via de keel in de luchtpijp gebracht. U merkt daar niets van, want u bent dan onder narcose. Bij het inbrengen van het beademingsbuisje bestaat enig risico op beschadiging van het gebit. Als u één of meerdere slechte of los zittende gebitselementen heeft, is dit risico groter. Aan het eind van de narcose wordt dit buisje weer verwijderd. Het kan zijn dat u hierdoor na de operatie wat keelpijn heeft. De keelpijn verdwijnt na één of twee dagen vanzelf. Terug op de afdeling kunt u zich nog wat slaperig voelen. Ook kan misselijkheid en braken optreden en kunt u pijn krijgen. De verpleegkundigen komen regelmatig informeren en weten precies wat ze u kunnen geven. Veel mensen hebben dorst na een operatie. Als u wat mag drinken, doe dan voorzichtig aan. Mag u niet drinken, dan kan de verpleegkundige uw lippen natmaken om de ergste dorst weg te nemen.
De ruggenprik (alleen of gecombineerd met algehele anesthesie) Alleen voor volwassenen 1. spinale anesthesie Bij operaties onder het niveau van de navel wordt deze vorm van plaatselijke verdoving vaak toegepast. De voorbereidingen zijn hetzelfde als bij algehele anesthesie. De ruggenprik wordt vaak al op de voorbereidingskamer (holding) gegeven, soms op de operatiekamer. De anesthesioloog brengt het verdovingsmiddel in via een injectie laag in de rug. Van de ruggenprik voelt u niet veel meer dan de prik van de infuus naald. Als de verdoving is ingespoten, merkt u eerst dat uw benen warm, slap en gevoelloos worden en later ook de rest van uw onderlichaam. Gedurende de operatie blijft de anesthesioloog of de anesthesiemedewerker bij u. U mag uw kunstgebit inhouden en uw bril en hoorapparaat meenemen naar de operatiekamer. U blijft bij bewustzijn. Van de operatie ziet u niets; alles wordt afgedekt met doeken. Als u toch liever slaapt, dan kunt u om een licht slaapmiddel vragen. Afhankelijk van het gebruikte medicijn kan het twee tot zes uur duren, voordat de verdoving volledig is uitgewerkt. Met het uitwerken van de verdoving kan ook pijn optreden. Wacht niet te lang de verpleegkundige om een pijnstiller te vragen. 2. epidurale anesthesie Wordt meestal gebruikt in combinatie met algehele anesthesie vooral bij buik operaties en soms in combinatie met spinale anesthesie voor, bijvoorbeeld, een totale knie prothese. Het voordeel van deze combineerde techniek is dat algehele anesthesie minder diep is, en dat na de operatie de pijn beter bestreden kan worden. Het voordeel van een epiduraal gecombineerd met spinale anesthesie is dat u zich na de operatie sneller beter voelt en de pijn beter bestreden kan worden. De procedure is bijna hetzelfde als spinale anesthesie, bovenop wordt een slangetje (epiduraal katheter) via de prik in de rug ingebracht. Door dit slangetje wordt continu een combinatie van pijnstillende middelen toegediend. Na de operatie blijft het slangetje een tot twee dagen zitten voor een goede, gelijkmatige pijnbestrijding. Soms gaat de pijnstillende werking gepaard met een verdoofd gevoel of wat kracht verlies in een of twee benen. Is dit bij u het geval? Geef dit dan door aan de verpleegkundige. Zolang het slangetje in uw rug zit heeft u een blaas katheter (soms langer). Dat is nodig omdat u door de verdoving niet goed voelt of uw blaas gevuld is. Zodra de verdoving helemaal is uitgewerkt, gaat het plassen weer normaal.
Bijwerkingen en complicaties van een ruggenprik Rugpijn Soms ontstaat er rugpijn op de plaats waar de prik is gegeven. Dit is onschuldig en heeft vaak te maken met de houding op de operatietafel. De klachten verdwijnen meestal binnen enkele dagen. Moeilijkheden met plassen Het plassen kan wat moeilijker gaan dan normaal, omdat de verdoving zich ook uitstrekt tot de blaas. Daarom moet u voor de operatie goed uit plassen. Het kan nodig zijn na de operatie de blaas leeg te maken met een slangetje (katheter). Zodra de verdoving is uitgewerkt, gaat het plassen weer normaal. Hoofdpijn Na een ruggenprik kan sporadisch hoofdpijn optreden. Deze hoofdpijn onderscheidt zich van 'gewone' hoofdpijn, doordat de pijn minder wordt bij plat liggen en juist erger wordt bij overeind komen. Meestal verdwijnt deze hoofdpijn binnen een week vanzelf. Als de klachten zo hevig zijn dat u het bed moet houden, neemt u dan contact op met de anesthesioloog via de receptie van ons ziekenhuis: (079) 346 2626. Verdoving van een arm of been ( blok verdoving ) Alleen voor volwassenen Het is mogelijk om slechts één arm of één been te verdoven. Dit gebeurt in de voorbereidingsruimte (holding). Om een arm te verdoven krijgt u een prik: in uw oksel of boven uw sleutelbeen of in uw hals. Om een been te verdoven krijgt u een prik: onder uw lies en/of in uw bil en/of in uw knieholte. De anesthesioloog zoekt met een naald en een lage elektrische stroom (zenuwprikkelaar) de plaats van de te verdoven zenuw op, eventueel ondersteund door een echo apparaat. Hierbij voelt u schokjes in uw arm of been. Het is belangrijk dat u tijdens het prikken stil blijft liggen. Als de naald op de goede plaats zit, wordt het verdovende middel ingespoten. Korte tijd later zult u merken dat de arm of het been gaat tintelen en warm wordt. Later verdwijnt het gevoel en kunt u uw arm of been niet meer bewegen. Als de verdoving goed is ingewerkt, wordt u naar de operatiekamer gebracht. U mag uw kunstgebit inhouden en uw bril en hoorapparaat meenemen
naar de operatiekamer. De bewakingsapparatuur is ingeschakeld en het anesthesie team houdt u voortdurend in de gaten. U bent wakker, maar als u dat prettig vindt, kan een licht slaapmiddel worden gegeven via het infuus. U ziet niets van de operatie, want alles wordt met doeken afgedekt. Het kan voorkomen dat de verdoving bij u onvoldoende werkt. Soms kan de anesthesioloog nog wat extra verdoving bijgeven. In andere gevallen is het beter om voor een andere anesthesie vorm te kiezen, bijvoorbeeld algehele anesthesie. De anesthesioloog zal dat met u overleggen. Na de operatie wordt u naar de uit slaapkamer gebracht, waar u slechts kort verblijft, totdat de verpleegkundigen van de afdeling u weer komen ophalen. Bij sommige ingrepen wordt er een dunne katheter achtergelaten in de buurt van een zenuw die wordt verdoofd. Via dit slangetje kan na de operatie verdoving worden bij gespoten. Op deze wijze kan er langer gebruik worden gemaakt van de blok verdoving. Dit gebeurt alleen bij patiënten die worden opgenomen, niet in dagbehandeling. Na een blok verdoving hoeft u vaak niet in het ziekenhuis te blijven totdat de verdoving helemaal is uitgewerkt. Dat hangt af van de operatie. Zolang de verdoving nog werkt, heeft u geen pijn, maar kunt u uw arm of been ook niet goed gebruiken. Zolang uw been is verdoofd, kunt u er dus niet op staan. Houd daar rekening mee! Als de verdoving is uitgewerkt, zal het gevoel en de kracht weer terugkeren. Tot slot Wij stellen uw mening vanzelfsprekend zeer op prijs. Heeft u opmerkingen of suggesties over deze informatie, laat dit ons dan weten via het algemeen telefoonnummer van het LangeLand Ziekenhuis (079) 346 26 26 of via info@llz.nl. P00.615/ april 2016/ anesthesie