Van schets tot scherts Humor in de kunst van Jheronimus Bosch tot Maurizio Cattelan Studiedag Kunstgeschiedenis 23 juni 2016 Afdeling Kunstgeschiedenis Organisatie Studenten Kunstgeschiedenis Radboud Universiteit
Van schets tot scherts Humor in de kunst van Jheronimus Bosch tot Maurizio Cattelan Studiedag Kunstgeschiedenis 23 juni 2016 Op donderdag 23 juni 2016 organiseren de afdeling Kunstgeschiedenis en de Organisatie Studenten Kunstgeschiedenis (OSK) van de Radboud Universiteit de studiedag Van schets tot scherts. Humor in de kunst van Jheronimus Bosch tot Maurizio Cattelan. Terwijl kunst met een grote of kleine K voor elke kunstenaar en kunsthistoricus een bloedserieuze aangelegenheid blijft, is er altijd al veel humor en plezier in te zien geweest. Dit speelt in alle tijden en in alle kunstvormen, zelfs in architectuur. Vijf docenten uit de masterspecialisaties Kunstgeschiedenis en Kunstbeleid en Mecenaat, en één Nijmeegse promovendus zullen in puntige lezingen humoristische kunst uit vijf eeuwen onder de loep nemen. Algemene informatie Locatie: E2.50 (Erasmusgebouw zaal 2.50. Erasmusplein 1, Nijmegen). Datum: Donderdag 23 juni 2016. Aanmelden: U kunt zich online inschrijven via www.ru.nl/kunstgeschiedenis/humor Aan deelname van de dag zijn geen kosten verbonden. Lunch: De lunch is voor eigen rekening. Voor een broodje, een salade of een warme maaltijd kunt u terecht in de Refter in het Erasmusgebouw. Contact: Heleen Regenspurg, congreskunstgeschiedenis@let.ru.nl 024-36126236.
Programma 11.00 11.30 Ontvangst met koffie en thee 11.30 11.35 Welkom (prof. dr. Jos Koldeweij en Leonie Modderkolk BA) 11.35-11.45 Dr. Mette Gieskes Inleiding: Reflecties op het waarom van lachen 11.45 12.15 Menno Jonker MA 'Socrates wordt begoten, Plato staat voor aap en Aristoteles wordt bereden: lachen om filosofen in de Gouden Eeuw' 12.15 12.45 Dr. Jeroen Goudeau Gelach onder dak. Humor en architectuur 12.45 13.30 Lunch (voor eigen rekening) 13.30 14.00 Prof. dr. Jos Koldeweij 'Niet-Jheronimus-Bosch, De Keisnijding (Prado, Madrid) en De Goochelaar (St. Germain en Laye)' 14.00 14.30 Dr. Bram de Klerck Lachwekkende schilderkunst in de Italiaanse renaissance 14.30 15.00 Dr. Jan Dirk Baetens Zonder academisch sérieux? Humor in de negentiende-eeuwse historieschilderkunst 15.00 15.30 Dr. Mette Gieskes Niet voor onveranderlijk gevoelige zielen: afstandelijke betrokkenheid in hedendaagse humoristische kunst 15.30 15.45 Afsluiting
Lezingen Dagvoorzitters: prof. dr. Jos Koldeweij (afdeling Kunstgeschiedenis, Radboud Universiteit) en Leonie Modderkolk BA (voorzitter OSK, Radboud Universiteit). De OSK is sinds 1977 de studievereniging voor Nijmeegse kunstgeschiedenisstudenten. Het bestuur en de commissies organiseren uiteenlopende activiteiten zoals museumbezoeken en de jaarlijkse studiereis naar het buitenland. Menno Jonker MA 'Socrates wordt begoten, Plato staat voor aap en Aristoteles wordt bereden: lachen om filosofen in de Gouden Eeuw' De aloude filosofen als Socrates, Plato en Aristoteles waren lange tijd vooral een serieuze en academische inspiratiebron voor wetenschappelijk onderzoek. Maar in de zeventiende eeuw krijgen ze een volledig nieuwe rol in de kunst en literatuur, waarin hun anekdotes in het teken staan van humor, spot en hilariteit. Wat is hier aan de hand? Hoe en waarom worden deze denkers afgebeeld in prenten en op schilderijen? En wat viel er eigenlijk allemaal te lachen om deze filosofen? Dr. Jeroen Goudeau Gelach onder dak. Humor en architectuur Humor is vluchtig en een gebouw lonkt naar de eeuwigheid. Toch kunnen ontwerpen van zwaargemontuurde, zwarte coltruidragende potloodkunstenaars en ander bouwend volk op de lachspieren werken bewust of onbedoeld, nu eens direct en dan weer alleen voor de goede verstaander. Een vrolijke parade met een serieuze clou. Prof. dr. Jos Koldeweij 'Niet-Jheronimus-Bosch De Keisnijding (Prado, Madrid) en De Goochelaar (St. Germain en Laye)' Twee beroemde schilderijen die tot voor kort werden gerekend tot het eigenhandige oeuvre van Jheronimus Bosch, zijn grappig en drijven de spot met de mensheid die bedrogen wil worden. De schilderijen zelf kunnen niet langer aan Bosch zelf worden toegeschreven, maar het concept en het geniale idee zijn wel degelijk van de Bossche meester.
Dr. Bram de Klerck Lachwekkende schilderkunst in de Italiaanse renaissance Lachen heet gezond te zijn, maar in de beeldende kunst van de renaissance zie je zelden iemand die breeduit plezier heeft. De etiquette verkondigde emotionele terughoudendheid als een deugd en de kunsttheorie van toen veroordeelde voorstellingen van lachende personen. Slechts uitbeeldingen van kinderen en dwazen tonen daarom ongegeneerd gelach. Toch onderscheidde de zestiende-eeuwse theoreticus Gabriele Paleotti een categorie van 'lachwekkende schilderijen', die in zijn ogen, via een omweg, ook konden passen in een serieus en deugdzaam, innerlijk leven. Giovanni Francesco Caroto, Jongen met kindertekening, ca. 1480-1555. Dr. Jan Dirk Baetens Zonder academisch sérieux? Humor in de negentiende-eeuwse historieschilderkunst Voor humor is geen plaats in de hooggestemde historieschilderkunst zoals die aan de academies werd onderwezen in de achttiende en negentiende eeuw. In de tweede helft van de negentiende eeuw komt daar echter verandering in. Een aantal kunstenaars probeert het gedateerde genre van de historieschilderkunst dan nieuw leven in te blazen en merkwaardig genoeg speelt precies humor daarin een belangrijke rol. Dr. Mette Gieskes Niet voor onveranderlijk gevoelige zielen: afstandelijke betrokkenheid in hedendaagse humoristische kunst Sinds de jaren zestig zijn steeds meer sociaal-geëngageerde kunstenaars wereldwijd humoristisch werk gaan maken. De vraag is waarom humor in maatschappijkritische kunst gemeengoed is geworden. Verwijzend naar theorieën over humor van denkers als Friedrich Schlegel, Sigmund Freud, Søren Kierkegaard en Henri Bergson, zal de werking van humoristische strategieën in het werk van kunstenaars als Valie EXPORT, Robert Colescott en Maurizio Cattelan besproken worden. De nadruk in deze lezing ligt op de afstandelijke, niet-sentimentele, relativerende houding die aangenomen moet worden om veel ironisch-humoristische uitingen te waarderen en op de vraag of humor en sociale betrokkenheid wel samengaan.