Examen Voorbereiding Voeding

Vergelijkbare documenten
Eindexamen havo biologie pilot 2013-I

8.3. Boekverslag door T woorden 19 januari keer beoordeeld. Biologie voor jou. Thema 4. 2 voedingsmiddelen en voedingsstoffen

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 4

boek: biologie voor jouw ; klas 5 hoofdstuk 4 voeding hoofdstuk 4 paragraaf 1 geen belangrijke informatie hoofdstuk 4 paragraaf 2 voedingsmiddelen:

Voeding en vertering. Hoofdstuk 2

THEMA: VOEDING EN VERTERING VWO

Samenvatting Biologie Voeding en vertering

7. Het gebit De bouw van het gebit Tanden en kiezen noem je gebitselementen. kroon. wortel

7,7. Samenvatting door een scholier 2220 woorden 23 januari keer beoordeeld. Biologie voor jou. Thema 4: Voeding en vertering

Samenvatting Voeding en Vertering Biologie voor Jou VMBO 4. M.b.v. melkzuurbacteriën kun je melk omzetten in yoghurt Kaas en zuurkool

Examentrainer. Vragen. Vertering. Wat is de naam van P?

2,7. Samenvatting door Niels 1791 woorden 6 december keer beoordeeld. Biologie voor jou

Eindexamen havo biologie pilot 2013-I

- Bij dierlijke voedingsmiddelen wordt bederf vaak veroorzaakt door salmonellabacteriën.

Samenvatting Biologie 1-1 tot 1-3

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 2

6,8. Samenvatting door een scholier 2043 woorden 8 december keer beoordeeld. Biologie voor jou

beschermende bouwstoffen brandstoffen reservestoffen eiwitten x x vetten x x x vitamine x x water x Mineralen x x koohlydraten x x x

Boekverslag door Anoniem 860 woorden 16 april Samenvatting Hoofdstuk 2 Voeding en vertering

Spijsvertering vmbo-b12

Samenvatting door een scholier 2124 woorden 26 maart keer beoordeeld. Biologie voor jou. Thema 4: Voeding en Vertering.

- melkzuurbacteriën maken van melk yoghurt - melkzuurbacteriën worden gebruikt om zuurkool te maken

- Yoghurt: aan melk worden speciale soorten bacteriën toegevoegd. Deze bacteriën zetten energierijke stoffen in melk om in melkzuur.

5 HAVO. biologie voor jou BIOLOGIE VOOR DE BOVENBOUW

Aantekeningen B4T1 Voeding en vertering

PRACTICUM VERTERING VWO 5

6 groepen voedingsstoffen: eiwitten, koolhydraten, vetten, water mineralen en vitamines. Je hebt alle 6 voedingsstoffen nodig om gezond te blijven.

Samenvatting Biologie Thema 4 voeding en vertering

H18 Opdracht 5: Voedingsstoffen in blanke vla

Vitamine B12 Brood Glucose Biefstuk Fruitsap Proteïnen Kiwi Zetmeel Calcium Broccoli

5. a) Ja, brood bevat vel zetmeel (polysachariden) en snoep veel suiker (disachariden) b) D Want zonnebloem olie bevat meer onverzadigd vet

Mitochondriële ziekten

LESDOELEN LEERINHOUD WERKVORMEN/MEDIA/ORGANISATIE TIJD

Samenvatting Biologie thema 2 voeding en vertering

PENTA college CSG Scala Rietvelden vakgroep biologie Glaswerk practicum. Naam: Klas: Samengewerkt met:

Samenvatting door Een scholier 2020 woorden 23 mei keer beoordeeld. Biologie voor jou. Samenvatting Biologie Thema 1.

5. a) Ja, brood bevat veel zetmeel (polysachariden) en snoep veel suiker (disachariden) b) D Want zonnebloem olie bevat meer onverzadigd vet

Samenvatting Biologie Voeding en vertering

Samenvatting Biologie Thema 2 voeding en vertering.

5,2. Samenvatting door een scholier 1671 woorden 17 december keer beoordeeld. Biologie voor jou. 1. Voedingsmiddelen en voedingsstoffen.

Duplo-brokken. door de klassendarm

Mitochondriële ziekten Spijsvertering

Voorbereidende opgaven Examencursus

5,8. Bs 1 Voedingsmiddelen en voedingsstoffen. Samenvatting door een scholier 1678 woorden 31 oktober keer beoordeeld.

Spijsverteringsstelsel. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

6,5. Antwoorden door Een scholier 2083 woorden 16 juni keer beoordeeld. Biologie voor jou

6,1. Werkstuk door een scholier 2069 woorden 7 april keer beoordeeld. 2 Vertering

6,9. Samenvatting door E woorden 6 november keer beoordeeld. Biologie voor jou

Module Voeding basis varkens

Spijsvertering. Voorwoord. Mijn spreekbeurt gaat over de reis van het voedsel. Met een moeilijk woord heet dat Spijsvertering.

Tractus digestivus externe secretie

Samenvatting Biologie, 8.1 t/m 8.5

In dit deel van de bronnenbundel wordt eerst het verteringsstelsel van koeien beschreven. Daarna wordt het verteringsstelsel van varkens beschreven.

5,5. Samenvatting door een scholier 2060 woorden 22 februari keer beoordeeld. Biologie

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media

Samenvatting Biologie 2mhv thema 1

Koolhydraten. Voeding en Welzijn

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 4, Voeding en vertering

SPIJSVERTERINGSKLACHTEN

Voedingsleer. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Voedingsleer en het plantenrijk

vwo voeding en vertering

Thema 3 Voeding en je lichaam

Voedingsstoffen. Green Science CITAVERDE. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Mitochondriële ziekten

Spijsverteringsstelsel vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Inhoud. Voorwoord 3. Voeding 6. Slaap 22. Houding 30. Naar de dokter 37. Kleding 65. Mode 74. Kleding wassen 77

ENZYMEN. Hoofdstuk 6

De TOA heeft een aantal potjes klaargezet. In sommige potjes zit een oplossing, in andere potjes zit een vaste stof.

Verslag Biologie glucose aantonen in brood

Bij hoeveel procent vochtverlies gaat de sportprestatie achteruit? Ong. 1% Bart van der Meer WM/SM theorie les 11 Amice

GEZONDHEIDSKUNDE-AFP LES 3. Gezonde voeding

Alles over KOOLHYDRATEN. E-book

Naar: D.O. Hall & K.K. Rao, Photosynthesis, Studies in Biology, Cambridge, 1994, blz. 106.

Borrelhapjes met energie

Samenvatting Biologie H2: Voedsel en vertering

Dia 1. Dia 2 Wat is voeding: Dia 3. Voeding - Alles over voeding - Voeding in de praktijk - Voedingsschema. Koolhydraten

De Weende-analyse bij veevoeding. Scheikunde voor VE41, Auteur: E. Held; bewerkt : door H. Hermans

Toetsingsvragen Natuurvoedingsleer

Gezonde Leefstijl: Alcohol

Wij, Nederlanders, hebben er ook veel nieuwe eetgewoontes bij gekregen. Dat komt door drie dingen:

1. De invloed van de lichtintensiteit op de zuurstofproduktie bij waterpest (assimilatie)

BOUWSTENEN VAN HET LEVEN

Mitochondriële ziekten Stofwisseling

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 2

Waar leven is, zijn ook Enzymen

Samenvatting Biologie Samenvatting Hoofdstuk 11 Vertering

CHIPS. light versus naturel

2.2 De Weende-analyse bij veevoeding

Module C: Van wie is het braaksel op het dode lichaam?

Kerstvakantiecursus. biologie. Voorbereidende opgaven HAVO. Voordat je begint. De cel. Transport. Assimilatie & dissimilatie

Scheikundige begrippen

BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL]

Module Voeding basis varkens

Transcriptie:

Examen Voorbereiding Voeding Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016

Thema 4 Voeding Begrippenlijst: Begrip Essentiële aminozuren Voedingsvezels Verzadigd vetzuur Onverzadigde vetzuren Essentiële vetzuren Spoorelementen Additieven Darmperistaltiek Mechanische vertering Chemische vertering Emulgeren Galkleurstoffen Amylase Resorptie Darmplooien Poortader Feces Verklaring Aminozuren die in het voedsel voor moeten komen omdat ze niet door het lichaam zelf gevormd kunnen worden. Andere aminozuren kunnen in de lever worden gevormd uit aminozuren met behulp van enzymen. Stoffen (bijv. cellulose) die niet door enzymen uit het verteringsstelsel van de mens worden verteerd. Zorgen voor een goede darmwerking en stoelgang. Een deel van de vezels kan door bacteriën in de darm wel worden afgebroken. Vetzuur met een maximaal aantal waterstofatomen. Bevorderen de afzetting van cholesterol tegen de wand van bloedvaten wat voor vernauwing van bloedvaten kan zorgen. Enkelvoudig (één dubbele binding) of meervoudig (twee of meer dubbele bindingen) onverzadigde vetzuren hebben niet het maximaal aantal waterstofatomen en geen rechte keten. Enkele onverzadigde vetzuren die niet door het lichaam zelf gevormd kunnen worden. Mineralen die in zeer geringe hoeveelheden nodig zijn. Stoffen die worden toegevoegd aan voedsel om de houdbaarheid te verbeteren of de geur, kleur of smaak van het voedsel aan te passen. Het afwisselend samentrekken van de kring- en lengtespieren in het darmkanaal waardoor de voedselbrij wordt voortgeduwd. Vertering door het kauwen met het gebit of kneden en mengen door de darmperistaltiek. Vertering van voedsel door enzymen. Het verdelen van grote vetdruppels in kleine druppeltjes door gal waardoor het oppervlak sterk wordt vergroot en de enzymen de vetdruppels verder kunnen verteren. Afbraakproducten van dode rode bloedcellen, geven bruine kleur aan de ontlasting. Enzym in het speeksel dat zetmeel omzet in maltose (een disacharide) Het opnemen van stoffen uit de darmwand. Dit is een actief proces. Plooien van het darmkanaal met daarop uitstulpingen (darmvlokken) die zorgen voor een groot oppervlak van het darmkanaal. Bloedvat welke vanaf de maag, alvleesklier en de darmen naar de lever loopt. Alle stoffen die door resorptie zijn opgenomen in het bloed komen zo eerst door de lever. Ontlasting. Bestaat uit onverteerde voedselresten, water en bacteriën. 2

Belangrijke feiten: Het lichaam heeft veel verschillende voedingsstoffen nodig. Sommige stoffen kan het lichaam zelf aanmaken uit verschillende stoffen maar andere (essentiële aminozuren, essentiële vetzuren, provitaminen, mineralen) moeten in het voedsel zitten. Eiwitten, koolhydraten (poly- en disachariden) en vetten worden niet door resorptie opgenomen in het bloed. Enzymen breken deze stoffen af tot aminozuren, monosachariden en vetzuren welke wel opgenomen kunnen worden. De poortader vervoerd bloed met opgenomen voedingsstoffen (en eventuele giffen) samen met hormonen uit de alvleesklier naar de lever. In de lever zorgen verscheidene processen voor een eerste buffer voor al deze stoffen. BINAS tabellen: Tabel Informatie 82 C Spijsverteringsorganen 82 E Spijsverteringsenzymen 82 F Spijsverteringssappen 82 G Vertering van vet, koolhydraten en eiwitten Tips: Gebruik voor vragen over de verteringsenzymen altijd de BINAS. Hierin staat per enzym uitgelegd wat het verteerd en welke producten hierbij ontstaan. 3

Examenvragen: TOA stage in HAVO-5 Lana merkt op haar stageschool tijdens haar opleiding tot technisch onderwijs assistent (TOA), dat het klaarzetten van een practicum voor een HAVO-5 klas serieus moet worden aangepakt. Van haar stagebegeleider Erik krijgt zij de verantwoordelijkheid om een drietal practicumexperimenten voor te bereiden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het enzympreparaat pancreatine. Pancreatine wordt geleverd in poedervorm. Het bevat dezelfde enzymen als menselijk alvleessap. Klas H5E doet het practicum het zesde lesuur. Lana maakt een oplossing met een concentratie van 1,0% pancreatine in water, vlak voordat het practicum begint. Tijdens het practicum onderzoeken de leerlingen in een drietal experimenten de werking van pancreatine op de vertering van verschillende voedingsstoffen. Ze beschikken daarbij over: een reagens (= indicator) voor zetmeel (een joodoplossing kleurt met zetmeel blauwzwart); een reagens (= indicator) voor maltose (Fehlings reagens kleurt met maltose steenrood bij 80 º C); een indicator voor zuurgraad (fenolrood is bij ph 8 of hoger rood gekleurd en bij ph 6,6 of lager geel. Fenolrood verkleurt bij verandering van de ph van 8 naar 6,6 van rood naar geel). Lana zet de volgende materialen klaar: reageerbuizen met rekje en viltstift kunststof pipetten 3 ml zetmeeloplossing 0,1% pancreatine-oplossing 1,0% joodoplossing Fehlings reagens waterbad 37 º C waterbad 80 º C veiligheidsbrillen Als practicuminstructie zet Lana het volgende op papier: Vul de reageerbuizen 1 tot en met 4 volgens onderstaande tabel met zetmeeloplossing en pancreatine-oplossing of water. Zet de reageerbuizen 5 minuten in het waterbad van 37 º C. Voeg daarna òf joodoplossing of Fehlings reagens toe volgens de tabel. Zet de buizen met Fehlings reagens 2 minuten in het waterbad van 80 º C. Noteer de resultaten in de laatste kolom van de tabel. 4

tabel 1 buis zetmeel- oplossing pancreatineoplossing water reagens/indicator verwarmen resultaat 1 5 ml 1 ml 2 5 ml 1 ml 3 5 ml 1 ml 4 5 ml 1 ml 3 druppels joodoplossing 3 druppels joodoplossing 5 druppels Fehlings reagens 5 druppels Fehlings reagens niet niet 2 minuten bij 80 º C 2 minuten bij 80 º C Na het uitvoeren van het experiment is door de leerlingen het resultaat in de laatste kolom van tabel 1 ingevuld: buis 1: blauwzwart buis 2: geen kleuring buis 3: steenrood buis 4: geen kleuring 2pt Lana verwacht dat de leerlingen na uitvoering van het experiment een juiste conclusie uit de resultaten trekken. 64. Welke conclusie is dat? A Pancreatine breekt bij 37 C zetmeel af tot maltose. B Pancreatine breekt bij 80 C zetmeel af tot maltose. C Pancreatine wordt bij 37 C niet gekleurd door de joodoplossing, maar bij 80 C wel door Fehlings reagens. D Pancreatine wordt door de joodoplossing niet, maar door Fehlings reagens wel gekleurd. De onderzoeksvraag voor het volgende experiment door de leerlingen luidt: Werkt pancreatine sneller in een zuur milieu (ph=5) of in een neutraal milieu (ph=7) op de vertering van zetmeel? De leerlingen beschikken over een reageerbuizenrek met vier genummerde reageerbuizen. Met een 0,1% pancreatine-oplossing wordt de invloed van gal op de vertering van vet in volle melk onderzocht. Lana heeft de zuurgraad van de volle melk op ph 8 gebracht. De leerlingen moeten reageerbuizen vullen volgens tabel 2. 5

tabel 2 buis volle melk fenolrood gal water pancreatine- oplossing 0,1% resultaten 1 2 ml 1 druppel 1 ml 1 ml 2 2 ml 1 druppel 1 ml 1 ml 3 2 ml 1 druppel 1 ml 1 ml Als resultaat noteert een leerling het volgende: De inhoud van buis 1 verkleurt na 10 minuten naar geel. De inhoud van buis 2 verkleurt na 30 minuten naar geel. De inhoud van buis 3 is na 30 minuten rood gebleven. 2pt 65. Welke verteringsproducten veroorzaken de verkleuring van fenolrood tijdens dit experiment? 66. Leg uit welke functie gal heeft en welke functie pancreas-enzymen hebben bij het verteren van vet. Lana moet van haar stagebegeleider Erik zelf een experiment bedenken om de vertering van een van de andere voedingsstoffen uit volle melk te onderzoeken met de pancreatineoplossing. 67. Welke voedingsstof uit volle melk is hiervoor bruikbaar? 6

Eerst een kopje koffie Niet iedereen heeft evenveel nachtrust nodig. Onderzoek naar de slaapbehoefte bij tweelingen heeft aangetoond dat hierbij erfelijke factoren meespelen. Voor het tweelingenonderzoek werden resultaten van eeneiige en twee-eiige tweelingen met elkaar vergeleken. Hieruit trok men de conclusie dat de behoefte aan nachtrust erfelijk is. Als je wakker bent hoopt de stof adenosine zich op in de hersenen. Adenosine is een stof die betrokken is bij het regelen van de hoeveelheid slaap. Adenosine bindt zich aan het membraan van hersencellen die betrokken zijn bij de slaapregulatie. Hoe hoger de concentratie adenosine, hoe groter het slaaptekort en hoe slaperiger een persoon zich voelt. Een Zwitserse onderzoeksgroep heeft een gen gevonden dat een belangrijke rol lijkt te vervullen in de verschillen in slaapbehoefte bij mensen. De Zwitserse onderzoekers vonden in een groep van 4329 personen bij 119 personen een mutantgen voor het enzym adenosine deaminase (ADA). Deze heterozygote personen maken minder ADA. ADA breekt adenosine af. Slaaponderzoek wees uit dat er verschillen waren in de slaapbehoefte tussen personen die homozygoot en heterozygoot waren voor het ADA-gen. De onderzoekers onderzochten ook de rol van cafeïne op de slaperigheid. Cafeïne verstoort de werking van adenosine, waardoor mensen minder snel slaperig worden. De werking van koffie wordt wel eens onderschat. Zelfs als een persoon slechts één kopje koffie in de ochtend drinkt, is s avonds nog cafeïne in het speeksel van de proefpersoon aan te tonen. 68. Noem twee bestanddelen van speeksel en noem de functie van die bestanddelen. 7

Examenvragen Voeding Opdracht TOA stage in HAVO-5 - Blz. 94 + 95 2pt 2pt 64. A 65. Vetzuren 66. Uit het antwoord moet blijken dat: * Gal zorgt voor het emulgeren/voor oppervlaktevergroting van het substraat (en daardoor verloopt de vertering sneller in aanwezigheid van pancreatine). * pancreactine de vetten in melk verteert. 67. (melk)eiwit(ten)/proteïnen Opdracht Eerst een kopje koffie - Blz. 96 68. * Amylase: functie afbraak zetmeel / maltose * Slijm: functie glad / glijbaar maken voedsel * Water: functie vloeibaar maken voedsel * Lysozym: functie antibacteriële werking - Indien twee juiste bestanddelen met hun functie =. - Indien minder dan twee juiste bestanddelen met juiste functie = 0pt. 8