Kwaliteitscriteria werkplekleren

Vergelijkbare documenten
Reflectievragen voor het ontwerpen van een traject met werkplekleren

SCAN. in kwaliteitsvol toetsen

De werkplek biedt een klimaat waarin een werkplekstudent kan leren en groeien.

31/08/2015 WERKPLEKLEREN BRUGOPLEIDING. Karen Vansteenkiste WERKPLEKLEREN. Definitie Werkvorm in de brugopleiding Voordelen Kenmerken Voorbeeld

Competentiemeter docent beroepsonderwijs

Leerwegonafhankelijke beoordeling

Breidt netwerk min of meer bij toeval uit. Verneemt bij bedrijven wensen voor nieuwe

Leerling volgen in hun ontwikkeling vanaf groep 1

Werkplekleren voor werk(plek)studenten

Ontwerpen/modaliteiten kiezen

Competentieprofiel voor coaches

DEFINITIE VAN DE BEGRIPPEN FUNCTIEPROFIEL EN COMPETENTIEPROFIEL

pedagogie van het jonge kind PJK: Opvoeding en Coaching

Profiel schoolopleider en schoolcoördinator 1

Thermometer leerkrachthandelen

Vastgesteld november Visie op Leren

Evalueren en Beoordelen in het Leerproces Ellen Klatter - Cees Appel

pedagogie van het jonge kind PJK: Opvoeding en Coaching

Info praktijk 2 BaLO Academiejaar

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s

VIME NT1 Competenties en training voor vrijwilligers

Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden

Bijlage 3 BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODUCT PDG

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 3 (jaar 3)

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 2 (jaar 2)

3 DE NETWERKSESSIE : EVALUATIE F A T I H A B A K I

PORTFOLIO VOOR DE FUNCTIE VAN VAN. (Voornaam - Naam) Aangemaakt op: (datum)

Smart Competentiemeting BSO

FUNCTIEBESCHRIJVING BELEIDSMEDEWERKER ONDERZOEKSINFRASTRUCTUUR

(Beroeps)product/ontwerp

Beroepsproduct (aankruisen) Datum: UITSTEKEND GOED x VOLDOENDE NOG NIET VOLDOENDE

OOF Toetskoffer. Startbagage voor toetscommissies. HGZO maart 2013 Greet Fastré & Lies Wijnants

Profiel mobiliteitscoach

Tabel Competenties docentopleiders/-trainers

Portfolio voor medewerkers Natuurlijk leren Parels ontstaan door schuring

Formatief evalueren: het leren van de leerling centraal. Landelijke dag Zorg en Welzijn 2018 Nynke Jansma

Pedagogisch beleid in Brede School de Waterlelie, Prinsenhof te Leidschendam

DE KRACHT VAN HET COLLECTIEF ONDERWIJS VAN MORGEN

10/05/2012. Project evalueren studenten in het UZA. Hoe is dit gegroeid?? Wat is de achtergrond en het doel van evalueren

Bijlage 1 BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODCUCT PDG

Appendix A Checklist voor visible learning inside *

Competenties van leerkrachten in scholen met een katholiek geïnspireerd opvoedingsproject

Bijlage BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODUCT PDG

De kracht van werkplekleren. Peggy Van Acker. Seminarie Onderwijskunde Seminarie 1: Feedback Begeleiding Coaching 28 januari 2014

Het gekleurde vakje is het vereiste niveau voor het voltooien van de oriënterende stage, het kruisje geeft aan waar ik mezelf zou schalen

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Graduaat Maatschappelijk werk Module Geïntegreerde competentieverwerving 3. Lestijden 40

Evaluatie van opleiders door aios LUMC: inleiding voor opleiders versie 2017

ECTS-fiche. Graduaat orthopedagogie Gesuperviseerde praktijk

Tool scan formatieve toetscyclus

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding

BPV. Profiel praktijkopleider. Norm. Toelichting. Aanpak. Prestatie

Competentieprofiel mentor jeugdzorg 1

Competentiegericht Onderwijs

Help me het zelf te doen!! Probleemstelling. Spanningsveld begeleiden - beoordelen. Praktijkbegeleiding van studenten en beginnende leraren

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 5 Persoonlijke ontwikkeling Reflecteren

Identiteitsdocument van Jenaplanschool de Sterrenwachter

pedagogie van het jonge kind PJK: Opvoeding en Coaching

FUWA-VO Voorbeeldfunctie docent LD Type 1

Op zoek naar nieuwe standaarden voor examinering van Competentie Gericht Onderwijs. Confrontatie tussen twee visies

Bekwaamheidseisen leraar primair onderwijs

Sterkte-Zwakte Analyse

Spinnenweb t.b.v. evaluatie stand van zaken implementatie Zo.Leer.Ik! concept

Toelichting bij de Voortgangsrapportage Maatschappelijke Zorg

HOGESCHOOL WINDESHEIM

Rollen, verantwoordelijkheden en taken docent-praktijkopleider-werkbegeleider-teamleider (leerafdelingen)

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

De leerlijn Persoonlijk Ontwikkelingsplan over opleidingen heen: persoonlijke reflectie en ontwikkeling in relatie tot interprofessioneel handelen

ONTWIKKELINGSSCHALEN ONDERWIJSLEERPRAKTIJK LAGER ONDERWIJS

Ondersteunen van het toetsbeleid binnen opleidingen: hoe realiseren we dit in de praktijk?

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Aan het einde van het tweede semester vier werkdagen voor het driehoeksgesprek in mei of juni.

zorgvisie Heilige familie Lagere school

11): Uittreksel uit Referentie SLT-APT1 (RITS Brussel)

ALEXANDER GIELE Competentiemonitor Ingevuld door : C.M.T. Ruppert Ingevuld op : 19 december 2013

Examinering in de praktijk, dilemma s en oplossingen. Nelleke Lafeber

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen.

STICHTING KINDANTE. Visie Personeel

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started

Pedagogisch Didactisch Getuigschrift

Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven.

Beroepsproduct (aankruisen) Datum: UITSTEKEND GOED x VOLDOENDE NOG NIET VOLDOENDE

Onderwerp Opdracht. 1. Competentiescan. Ondersteun een cursist bij het opstellen van een persoonlijk ontwikkelingsplan voor de opleiding.

De begeleidings- en beoordelingstrajecten zijn schriftelijk vastgelegd en te raadplegen door anderen. ILS en Radboud Docenten Academie.

Achtergrond. Missie Onze missie op basis van deze situatie luidt:

De rol van HR diensten in de beweging naar meer eigenaarschap van onderwijsteam over onderwijskwaliteit

Sterkte-Zwakte Analyse

SWOT-ANALYSE. 1 Interpersoonlijk competent. 1.1 Eisen. 1.2 Mijn ontwikkelpunten. 1.3 Mijn leerdoelen

Arbeidsbereidheid Is duaal leren voor de jongere een weloverwogen keuze? Is hij gemotiveerd om te leren op de werkvloer?

BIJLAGE 5. WAARDERINGSKADER VOORSCHOOLSE EDUCATIE

Getting Started. Competentie gericht opleiden in de BIG opleidingen

Puberbrein als Innovatiekans. Beschrijving van de 4 basiscompetenties

Een verslag van coachende begeleidingsgesprekken met een klasgenoot over de leerdoelen en leerpunten tijdens de stage.

Anders kijken, anders leren, anders doen

Begeleiding werknemer / docent

Ontwerpkaders: Onderwijs. Versie 1.0/november 2016

Toetscyclus. 5.1 Praktijk Reflectie De toetscyclus Portfolio 39

Transcriptie:

Kwaliteitscriteria werkplekleren Kwaliteitscriteria Uit onderzoek en praktijk blijkt dat werkplekleren een zinvolle manier van leren is als het op een kwaliteitsvolle manier gebeurt. Maar wat is kwaliteitsvol in de context van werkplekleren? Onderstaande kwaliteitscriteria willen betrokkenen bij werkplekleren richting geven bij het opzetten, implementeren, uitwerken en/of screenen en bijsturen van werkplekleren. Doelgroep Deze kwaliteitscriteria zijn geschikt voor betrokkenen: die nog geen ervaring hebben met werkplekleren; die al langer aan werkplekleren doen. Methodologie Deze kwaliteitscriteria werden geïnventariseerd op basis van interviews, studiedagen en literatuuranalyse rond werkplekleren. Een aantal kwaliteitscriteria konden worden samengevoegd op basis van een zelfde betekenis (maar andere terminologie). Vervolgens brachten we de criteria onder in verschillende categorieën. We kozen hierbij voor de vijf werkplekcomponenten. Opbouw 1. Samenwerking aangaan en onderhouden is 2. Werkplekleren vormgeven is 3. Een leeromgeving creëren op de werkplek is.. 4. Begeleiden van werkstudenten in werkplekleren is 5. Beoordelen van werkplekleren in werkplekleren is Beperkingen Door de grote diversiteit aan hoe werkplekleren ingezet wordt, maakt dat het niet zonder meer mogelijk is om criteria rond kwaliteitsvol werkplekleren in hoger onderwijs te veralgemenen (Geldens, 2007). Context speelt altijd een erg belangrijke rol. Niet alle criteria zijn daarom van toepassing op een specifieke context. Werkplekleren krijgt in elke opleiding en werkplek zijn eigen invulling, rekening houdend met contextspecifieke elementen in de opleiding (vb. visie, beleid, organisatie), de werkplek (vb. beleid, organisatie, cultuur, aard van het werk, werkprocessen), de werkstudent (vb. leerstijl, voorkennis, ervaring, persoonlijkheid, ). De criteria zijn dan ook eerder een richtingaanwijzer. Ze geven richting aan hoe de kwaliteit van werkplekleren ingevuld wordt. 1

Samenwerking aangaan en onderhouden is Wederzijds begrip en vertrouwen creëren De samenwerking tussen de drie partners is er een van wederzijds vertrouwen en respect. Werkplekstudenten worden toegelaten op de werkplek en de werkplek stelt zich open voor hen. De opleiding heeft respect voor de eigenheid en de visie / het project van de werkplek en vice versa. Er is een transparante relatie tussen de drie partners gestoeld op een open en duidelijke communicatie. Samenwerkingsafspraken maken en een engagement aangaan Opleiding, werkveld en werkplekstudent zijn betrokken partners en engageren zich om verantwoordelijkheid te nemen in werkplekleren. Er wordt een gemeenschappelijke taal ontwikkeld rond werkplekleren. Deze taal is eenduidig en verstaanbaar voor de drie partners. De verwachtingen tussen de drie partners zijn (schriftelijk en/of mondeling) uitgesproken en/of neergeschreven. De drie partners maken concrete afspraken over de voorwaarden van het werkplekleren: de wijze, het tijdstip, de plaats, De drie partners zijn formeel verantwoordelijk en betrokken elk op hun domein. De verantwoordelijken zijn op de hoogte van de gemaakte afspraken. Het werkplekleren wordt gedragen door de hele werkplek en de opleiding. Afspraken laten voldoende ruimte voor aanpassingen en bijsturing in de loop van het werkplekleren. De gemaakte afspraken worden in de loop van het werkplekleren besproken, geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Opleiding en werkveld streven naar een duurzame samenwerking en partnerschappen. Transparant communiceren Er is sprake van regelmatige communicatie en duidelijke overlegstructuren. Er wordt gebruik gemaakt van een eenvoudig en duidelijk systeem om de administratie, het beheer, de opvolging, de communicatie en evaluatie, van het werkplekleren te ondersteunen. Er is ruimte voor zowel informeel als formeel overleg tussen de drie partners. De opleiding volgt de communicatie met het werkveld en de werkplekstudenten op zodat er geen tegenstrijdige informatie ontstaat. 2

Werkplekleren vormgeven is Een programma met werkplekleren ontwerpen en werkplekleren concreet uitwerken Een programma met werkplekleren wordt ontworpen op basis van de noden en behoeften van de drie partners (werkveld, opleiding en werkplekstudent). Er wordt vastgelegd welke competentie(niveaus) via werkplekleren kunnen ontwikkeld worden. Er is ruimte voor competenties en taken die zelfsturing, een talentgerichte aanpak en groeikansen van de werkplekstudent mogelijk maken. Indien bepaalde competenties vóór het werkplekleren verworven moeten zijn, worden die in het curriculum opgenomen en geëvalueerd. De te realiseren leerresultaten / competenties worden zo éénduidig mogelijk geformuleerd (vb. SMART, in (gedrags)- indicatoren, niveau, ) in een taal die verstaanbaar en toegankelijk is voor de partners. Er wordt een keuze gemaakt op het vlak van duur en frequentie van werkplekleren. Er is ruimte voor een geleidelijke leerlijn en opbouw in werkplekleren (vb. in aantal competenties, complexiteit van competenties, verantwoordelijkheid, autonomie en zelfsturing van de werkplekstudent, ). Er wordt een keuze gemaakt (al dan niet decretaal) voor één of voor verschillende (soorten) werkplekken in functie van de beoogde competenties, transfer, praktische organisatie, Er is een koppeling en sterke interactie tussen (1) het opleidingsaanbod en (2) de ervaringen op de werkplek en (3) de referentiekaders van de werkplekstudent. De keuze voor een concrete werkplek gebeurt op basis van de beoogde competenties, de werkplek, de talenten van de werkplekstudent, De werkplekstudent krijgt een belangrijke (mede)verantwoordelijkheid bij de keuze van de werkplek. De opleiding coacht hem hierin. Het matchen van werkplek en werkplekstudent is een proces. De eigen werkplek beantwoordt aan dezelfde criteria als een andere werkplek. De partners analyseren en bepalen samen in een werkplekleerplan welke competenties via werkplekleren zullen worden verworven (vb. binnen de bestaande werkprocessen), hoe deze zullen worden verworven (vb. concrete leerkansen en activiteiten op de werkplek) en wie welke (eind)verantwoordelijkheid hierin draagt. De opleiding stelt zich hierbij open en flexibel op voor de mogelijkheden binnen een concrete werkplek. Werkplekleren wordt binnen de grenzen van de opleiding op maat van de werkplekstudent vormgegeven. De vormgeving van werkplekleren laat ruimte voor zelfsturing door de werkplekstudent, informeel en spontaan leren op de werkplek, andere relevante leerkansen op de werkplek. Er wordt structureel ruimte voorzien voor activiteiten en taken om te leren (vb. intervisie, supervisie, koppeling praktijk aan theorie en kaders, coaching, overlegmomenten ). De kwaliteit en diepgang van het werkplekleren heeft voorrang op de kwantiteit en het snel afwerken van een afvinklijstje met opdrachten, taken en activiteiten. Het werkplekleren biedt kansen tot samenwerking tussen actoren op de werkplek en medewerkplekstudenten. Werkplek en opleiding werken samen om werkplekleren vorm te geven. Werkplekstudenten verwerven hun competenties cyclisch: op meerdere tijdstippen, door middel van meerdere activiteiten / taken, 3

Een leeromgeving creëren op de werkplek is Werken aan een beleid gericht op werkplekleren door werkplekstudenten Er is een visie op werkplekleren op de werkplek. De visie is op de werkplek doorgevoerd en het beleid faciliteert werkplekleren. Het management van de werkplek is een sleutelfiguur in het implementeren van de verwachtingen van de opleiding binnen zijn organisatie / team. Het beleid van de werkplek motiveert de werknemers om begeleiding van werkplekstudenten op te nemen als een wezenlijk onderdeel van hun professionaliseringsopdracht. Begeleiders van werkplekleren zijn verantwoordelijk en betrokken. De werkplek faciliteert de activiteiten in het kader van werkplekleren. De werkplek (her)structureert het werk zodat leermogelijkheden ontstaan voor de werkplekstudent (vb. functiewisseling). Het werkveld draagt samen met de opleiding de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het opleiden van de werkplekstudent. Het management van de werkplek staat open voor, faciliteert en stimuleert suggesties ter verbetering vanuit de opleiding. Werken aan een leervriendelijke cultuur op de werkplek Op de werkplek heerst een open leerhouding: gericht op het leren en de ontwikkeling van de werkplekstudent, de werknemer, het team en de organisatie. Die houding uit zich in onderlinge feedback en coaching, externe ondersteuning, samenwerking, intervisie, De werkplekstudent krijgt ruimte om te leren door en via anderen (vb. begeleider van de werkplek, werkgever, collega s, medestudenten, klanten, patiënten, gebruikers, ). De werkplek en de student staan open om te leren van elkaar. De werkplek nodigt uit tot leren door haar inrichting, fysiek en virtueel. Er zijn structurele mogelijkheden om via anderen te leren (vb. deelname aan werkoverleg en debriefings, samenwerking, gemeenschappelijke pauzes, intervisie, deelname aan interne en externe leernetwerken, ). Een veilige leeromgeving creëren De werkplek is aangepast aan de werkplekstudent (vb. mogelijkheden en leerstijl van de student). De werkplekomgeving is emotioneel veilig. Werkplekstudenten voelen zich welkom en geaccepteerd. Er heerst een open klimaat, waarin iedereen - onafhankelijk van zijn geslacht, herkomst, fysieke beperking, - zichzelf mag zijn. De werkplekomgeving wordt voorbereid op de komst van studenten. Er is aandacht voor een goed onthaal van de werkplekstudent (vb. rondleiding, onthaalbrochure, website ). Werkplekstudenten krijgen een vaste ankerfiguur op de werkplek. De werkplekomgeving accepteert dat de werkplekstudent fouten kan maken bij de activiteiten die hij onderneemt, op voorwaarde dat de werkplekstudent er uit leert. De student kan en durft toegeven dat hij iets niet kent of kan. De zorg voor de werkplekstudent is niet alleen de zaak van een individuele begeleider op de werkplek maar van de gehele werkplekleeromgeving. De werkplek garandeert veiligheidsvoorschriften, de werkplekstudent respecteert ze. 4

Open communiceren en elkaar informeren Er heerst een open communicatie op de werkplek. Kennis circuleert (mondelinge mededelingen, nieuwsbrieven, documentatiemappen, intranet, affiches, ): de werkplekstudent heeft toegang tot deze (niet-vertrouwelijke) informatie. De werkplekstudent heeft toegang tot relevante zaken (informatie, middelen, materialen, instrumenten, ) van belang voor zijn leerproces. Het is duidelijk voor de werkplekstudent tot welke zaken hij toegang krijgt en tot welke niet. Er is ruimte voor zowel informeel als formeel overleg. Openheid en dialoog worden sterk gewaardeerd. Het is duidelijk voor de werkplekstudent wie de ankerfiguur is op de werkplek. De drie partners communiceren openlijk met en informeren elkaar over relevante zaken, wijzigingen met betrekking tot het programma, Een uitdagend en stimulerend leerklimaat creëren De werkplek stimuleert de werkplekstudent en neemt suggesties of ideeën van studenten serieus. De werkplekstudent heeft de kans om reële taken op de werkplek op te nemen, initiatief te nemen, creatief te denken, complexe problemen op te lossen, te ontwikkelen en/of te onderzoeken. De werkplekleeromgeving nodigt uit tot actie, reikt hen stimulerende voorbeelden en rolmodellen aan. Werkplekstudenten ervaren voldoende autonomie en verantwoordelijkheid bij het werkplekleren. Het is mogelijk om zelfstandig te leren en het leerproces zelf in handen te nemen. Er is ruimte voor variatie in activiteiten op de werkplek. Werkplekstudenten kunnen voldoende uitdagende activiteiten uitvoeren waarin ze zich ontplooien. Er is voldoende (psychologische) vrijheid en ruimte om te leren op de werkplek zodat werkplekstudenten risico s durven nemen. Er wordt ruimte geboden aan de werkplekstudent om zich te bekwamen in de beoogde competenties zoals het (her)structureren van het werk zodat leermogelijkheden ontstaan. 5

Begeleiden van werkplekleren is Een veilig begeleidingsklimaat creëren Begeleiders hebben een gemotiveerde, positieve, stimulerende en open houding naar de werkplekstudent. Begeleiders hebben oog voor de verschillende leerstijlen en de diversiteit van de werkplekstudent (geslacht, herkomst, leeftijd, ). Er wordt doordacht gebruik gemaakt van begeleidingsmethodieken en -activiteiten (tonen, intervisie organiseren, coachen, observeren en feedback geven, uitleg geven, vragen stellen, theorie aan praktijk koppelen, reflecteren, teamteaching organiseren, discussiëren, ). De begeleiders én de werkplekstudent zijn samen verantwoordelijk voor de vorderingen en ontwikkelingen van het leerproces. Begeleiden is een continu proces en vindt plaats voor, tijdens en na het werkplekleren. De begeleiding gebeurt op belangrijke momenten en neemt geleidelijk aan af. De begeleiding wordt structureel ingebouwd en niet overgelaten aan toevallige contacten tussen werkplekstudent en begeleiders. Er is plaats voor informeel maar ook formeel overleg tussen begeleiders (vanuit opleiding en werkveld). De begeleiders begeleiden op maat van de ontwikkeling van de werkplekstudent en de werkplek en zijn gericht op het verwerven van de beoogde competenties door middel van een variatie en mix van begeleidingsactiviteiten en -methoden en met behulp van diverse materialen, instrumenten en methodieken. Gericht op werk- én leerbegeleiding De begeleiding is een combinatie van werk- en leerbegeleiding. Beide begeleidingsvormen worden in een coachende sfeer gecombineerd en geïntegreerd (zowel in de opleiding als op de werkplek). Als actieve en volwaardige partner houdt de werkplekstudent beide begeleiders op de hoogte over de evolutie in zijn traject. Partners houden elkaar op de hoogte van de vorderingen en niet alleen als er iets mis dreigt te lopen of al fout is gegaan. Werkplekstudenten kunnen op de werkplek hulp vragen bij het leren (feedback, onderbouwen van hun handelen, ). Structureel gebruik maken van feedback en feedforward om het leerproces te ondersteunen Werkplekstudenten krijgen gevraagd en ongevraagd feedback op hun handelen. Werkplekstudenten krijgen feedback op hun producten en opdrachten. Werkplekstudenten krijgen structureel feedback op het door hen centraal gestelde leerdoel. De feedback is cyclisch (beoogde doel, hoe, wat beter?). Feedback is gericht op de voortgang van het proces (feedforward). 6

Een proces gericht op zelfsturing 1 door de werkplekstudent Er wordt (meer en meer) gewicht gelegd op zelfsturing van de werkplekstudent. De externe sturing wordt geleidelijk minder zodat de werkplekstudent het eigen leren meer in handen kan nemen. Het evenwicht in interne en externe sturing verandert doordat de zelfsturing geleidelijk aan in gewicht toeneemt. De werkplekstudent neemt actief deel aan zijn eigen leren: bij het vormgeven van zijn traject, de activiteiten, het plannen, uitvoeren, organiseren en evalueren van de activiteiten. De werkplekstudent gaat zelf actief op zoek naar mogelijkheden om zijn competenties te ontwikkelen (advies en feedback vragen, informatie en leeromgevingen zoeken waar hij het meest kan leren). De begeleiders en de omgeving versterken de autonomie van de werkplekstudent door hem de beslissingsvrijheid te geven om een bepaalde activiteit uit te voeren, persoonlijk initiatief aan te moedigen, intrinsieke motivatie te promoten, de werkplekstudent vertrouwen te geven in zijn kwaliteiten, de gevoeligheden van de werkplekstudent t.o.v. bepaalde activiteiten te (h)erkennen, duidelijke verwachtingen te communiceren en er consequent mee om te gaan, regelmatig feedback te geven, controlerende maatregelen zoals het opleggen van deadlines of voorzichtig om te springen met het geven van onverwachte taken. Leren in interactie: coöperatie 2 stimuleren Werkplekstudenten werken samen om gedeelde doelen te bereiken en om het eigen leren en elkaars leren te maximaliseren (vb. kleine en heterogene groepen, streven naar succes van alle leden uit de groep, waardering van gezamenlijk succes). Begeleiders vanuit de opleiding en de werkplek- werken nauw samen. Er is plaats voor informeel maar ook formeel overleg tussen begeleiders. De begeleiding is gericht op leren in interactie met anderen en samenwerking (vb. andere werkplekstudenten, de werkplek, docenten, begeleider werkplek, ) om het leren door de werkplekstudent en het leren via anderen te maximaliseren en om kennis te delen. Reflectie stimuleren Zowel de opleiding, de werkplek als de werkplekstudent zetten in op reflectie. De werkplekstudent neemt verantwoordelijkheid voor het eigen leren en handelen, is persoonlijk betrokken en kritisch ten opzichte van zichzelf en anderen. Het leren wordt door werkplekstudenten zelf gestuurd en door de betrokken instanties gefaciliteerd, vb. tijd voor reflectie, open staan voor kritiek of tolerant bij het maken van fouten. Er is tijd en ruimte voor diepe reflectie: reflectie die niet enkel gericht is op het (technisch) handelen (vb. terugblikken op, analyseren, alternatieven formuleren) maar ook op het expliciteren van, in vraag stellen en eventueel verfijnen van 1 Zelfsturing is de mate waarin de leerder actief deelneemt aan zijn 2 Leren door coöperatie is leren waarin de actieve interactie tussen eigen leren en daarbij kan plannen, zijn eigen doelen bepaalt, zelf mensen een centrale rol speelt. Coöperatie is leren met, van en het werk organiseert en zijn leren evalueert. Hij volgt daarbij zijn door elkaar en kan in verschillende vormen zoals samenwerken, eigen leerproces op, zoekt zelf advies of informatie (Zimmerman, discussie en dialoog (Golewe, 2011). 1990). 7

de kaders op basis van waaruit gehandeld wordt. Er is tijd en ruimte voor brede reflectie: reflectie die niet enkel gericht is op het handelen maar ook op attitudes, onderliggende normen en waarden, emotionele aspecten, Begeleiders professionaliseren Begeleiders zijn voldoende professioneel om te kunnen begeleiden. Begeleiders kunnen van elkaar leren in structurele intervisiebijeenkomsten. Er zijn voldoende mogelijkheden om eenmaal geleerde competenties te onderhouden en te verbeteren. Werkplekstudenten kunnen hulp vragen bij het theoretisch onderbouwen van hun handelen. Structurele aandacht geven aan koppeling van leeromgevingen: werkplek en opleiding De begeleiding is gericht op koppeling en interactie tussen het geleerde via de opleiding en het geleerde op de werkplek. Deze ondersteunen, versterken elkaar of dagen elkaar uit. Het leerproces dat plaatsvindt bij de supervisie- of intervisiebijeenkomsten heeft een duidelijke koppeling met dat van de werkplekstudent op zijn werkplek. Het leerproces dat plaatsvindt bij de supervisie- of intervisiebijeenkomsten heeft een duidelijke koppeling met de kennisinhouden, vaardigheden, attitudes of competenties in de opleiding. 8

Evalueren / beoordelen van werkplekleren is Verantwoordelijkheden expliciteren De opleiding draagt de eindverantwoordelijkheid voor het omzetten of normeren van de beoordelingsgegevens vb. door het vertalen van de evaluatie / informatie door werkplekstudent, werkveld en opleiding in een eindcijfer op basis van vooraf bepaalde beoordelingscriteria en in vergelijking met andere studenten. Het werkveld heeft geen verantwoordelijkheid voor het eindcijfer maar wel voor het verzamelen van informatie over het functioneren van de werkplekstudent en het interpreteren en categoriseren van deze prestaties. Transparant toetsen Partners maken afspraken over welke competenties er worden geëvalueerd, de gewichten, de evaluatiecriteria, de gebruikte evaluatievormen, wanneer en door wie, de impact en implicaties van de eindscore,. Betrokkenen kunnen zich hierin vinden. Het is voor de werkplekstudent duidelijk welke evaluatie- en welke leeractiviteiten zijn. De rollen van beoordelaar en begeleider zijn aangegeven: het is duidelijk wie en wanneer begeleidings- dan wel beoordelingstaken op zich neemt. Breed evalueren De evaluatie van werkplekleren gebeurt op meerdere momenten gedurende het werkplekleren. Rekening houdend met het aantal studiepunten, wordt gebruik gemaakt van meer dan één evaluatievorm (vb. opdrachten, stagemap, portfolio s, (reflectie)verslagen, (beroeps)- producten, presentatie, criteriumgericht interview, observatie, beoordelingsgesprek, ). Er is een verantwoorde balans tussen directe beoordeling op de werkplek (vb. observatie van de activiteiten van de werkplekstudent tijdens het werkplekleren, (beroeps)producten, ) en meer indirecte beoordeling (vb. verslag, presentatie, opdracht, ). De werkplekstudent wordt actief betrokken in de evaluatie (vb. een driehoeksgesprek, 360 feedback, verantwoording, aanvullen of verbeteren van de beoordeling, ). De werkplek wordt betrokken in de evaluatie, vb. door het verzamelen van informatie en aanvullen van de evaluatie (vb. in een beoordelings- of driehoeksgesprek). Er is een doordachte balans tussen product- én procesevaluatie. Kwaliteitsvol evalueren De evaluatie van werkplekleren is valide. De betrokkenen kunnen zich vinden in de gebruikte evaluatievormen en evaluatiecriteria. De evaluatie is betrouwbaar. De beoordelaar is objectief en kan voldoende afstand nemen van de persoon van de werkplekstudent en van de implicaties van de resultaten. Collega s van de werkplekstudent waarmee de werkplekstudent een persoonlijke relatie heeft, nemen omwille daarvan geen beoordelaarsrol op zich. De evaluatie is efficiënt en gebeurt met zo min mogelijk tijd en middelen. De evaluatie is transparant. De begeleider kan omgaan met de spanning tussen begeleiden en beoordelen: het is duidelijk wie, wanneer en hoe begeleidt dan wel evalueert. 9

Ruimte geven om te leren Er is een evenwicht tussen formatief en summatief evalueren. Er zijn voldoende activiteiten om te leren (formatieve evaluatie): niet alle activiteiten staan onder examendruk. Anderzijds vindt summatieve evaluatie niet enkel aan het einde maar ook tussentijds plaats. Een werkplekstudent wordt doorlopend uitgedaagd om uit te leggen waarom hij bepaalde handelingen op een bepaalde manier uitvoert. Beoordelaars professionaliseren Beoordelaars en evaluatoren krijgen ondersteuning en professionaliseringsaanbod. Aandacht hebben voor koppeling tussen verschillende leeromgevingen Tijdens de beoordeling worden de kennisinhouden, vaardigheden en attitudes getoetst in samenhang met wat in de opleiding, op de werkplek, via digitale leeromgevingen, geleerd is. 10