Inkoopdocument geriatrische revalidatie zorg 2015 1
Inhoud 1 Voorwoord 3 2 Middellangetermijnvisie geriatrische revalidatiezorg 4 2.1 Effectiviteit 4 2.2 Volume en concentratie 5 2.3 Regiodekking 5 2.4 Integrale visieontwikkeling 5 2.5 Kwaliteitskader 6 2.6 Contractduur inkoopafspraken 7 3 Inkoopbeleid geriatrische revalidatiezorg 2015 8 3.1 Aanspraak geriatrische revalidatiezorg 8 3.2 Contractpartners 9 3.3 Financieel kader 10 3.4 Volume en Prijs 1 1 3.5 Bovenbudgettaire hulpmiddelen, dure geneesmiddelen 12 en zorggebonden materiaalkosten 3.6 Vervoer 12 4 Technische aspecten indiening offerte 13 5 Declaratie aspecten 14 5.1 Declareren 14 5.2 Voorschot 15 5.3 Controles 15 6 Tijdpad 16 2
1 Voorwoord Met ingang van 1 januari 2013 is de (aanspraak met betrekking tot) geriatrische revalidatiezorg (GRZ) overgeheveld van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Zorgverzekeringswet (Zvw). In het overgangsjaar 2013 is de realisatie in oude parameters afgezet tegen de nieuwe DBC-structuur. In 2014 is de overgang gemaakt naar een volledige inkoop in DBC-zorgproducten. Voor 2015 staat ons een nieuwe uitdaging te wachten door de geriatrische revalidatiezorg in te kopen voor eigen verzekerden. Het representatiemodel zoals dit in 2013 en 2014 van kracht was, komt hiermee te vervallen. Dit document is het startsein om met elkaar in gesprek te gaan, teneinde onze contractpartners voor 2015 vast te stellen. In dit document staan we stil bij de gewenste ontwikkelingen op de middellange termijn voor geriatrische revalidatiezorg. De huidige contractpartners hebben in de afgelopen periode een ontwikkeling van zorg gericht op behoud van kwaliteit van leven naar zorg gericht op verbetering van functionele mogelijkheden laten zien. CZ vindt dat hier nog winst te behalen is en wil dit verder stimuleren. De medische specialistische revalidatie maakt geen onderdeel uit van dit inkoopdocument. Met respect voor elkaars rol en positie vertrouwen wij op een constructief en effectief onderhandelingstraject. Wij danken u bij voorbaat voor een bereidwillige opstelling in deze. 3
2 Middellangetermijnvisie geriatrische revalidatiezorg 2.1 Effectiviteit Geriatrische revalidatie bestaat uit geïntegreerde multidisciplinaire zorg, die gericht is op verwacht herstel van functioneren en participatie bij laag belastbare ouderen na een acute aandoening of functionele achteruitgang. Gestreefd wordt naar een zodanig herstel op niveau van activiteiten en participatie, dat spoedige terugkeer naar de oude woonsituatie mogelijk is. Eventueel vervolgd met een ambulant traject waarin multidisciplinaire dagbehandeling plaats vindt of behandeling vanuit de eerste lijn. CZ beschouwt de effectiviteit van geriatrische revalidatiezorg als het maximaliseren van de functionele verbetering met minimale ligduur. De GRZ wordt aangeboden op een apart daarvoor ingerichte afdeling, waarbij doelgroepen zoveel mogelijk zijn geconcentreerd. De behandeling wordt uitgevoerd onder eindverantwoordelijkheid van de specialist ouderengeneeskunde (SOG). Het traject omvat tenminste twee multidisci- plinaire overleggen (MDO) met een frequentie van wekelijks tot minimaal maandelijks waarin het behandelplan met de revalidant en familie wordt afgestemd en gezamenlijke doelen worden geformuleerd, geprioriteerd en taken verdeeld. De betrokken behandelaars en ver-pleging nemen deel aan dit overleg, waaronder in ieder geval de SOG, verpleegkundigen en verzorgenden, en overige disciplines (fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, diëtist, maatschappelijk werkende, psycholoog etc.) afhankelijk van de uit te voeren behandelmodules. Het behandelplan met daarin de behandeldoelen wordt wekelijks beoordeeld en indien nodig bijgesteld. De behandeling is dusdanig ingericht dat generalisering van geleerde activiteiten en strategieën naar algemeen dagelijks handelen in de thuissituatie wordt gestimuleerd. Voor de hand liggend is dan een zo spoedig mogelijk ontslag naar de thuissituatie. De betrokkenheid van familie en mantelzorgers is daarbij essentieel in het behandel-traject. Met name wanneer het de 4
mogelijke ontslagdatum en vervolgzorg betreft. Daarnaast dienen strikte ontslagcriteria te worden gehanteerd en de intensiteit van de therapieën op dusdanig hoog niveau te zijn dat deze maximaal zijn in verhouding tot de belastbaarheid. Vanuit het oogpunt van effectiviteit is in het traject voldoende aandacht voor de mogelijke inzet van ambulante behandeling, waarbij deze uiteraard voldoet aan de GRZ definitie en onder de aanspraak GRZ valt. Binnen de GRZ worden de volgende twee doelgroepen onderscheiden: CVA en overig. Onder overig vallen heupfractuur, electieve orthopedie, amputatie en overige diagnoses. 2.2 Volume en concentratie In de afgelopen twee jaar heeft CZ zijn beleid ten aanzien van volume en concentratie aangesloten bij het advies, zoals vastgelegd in de behandelkaders van de Vereniging van specialisten ouderengeneeskunde (Verenso). In de literatuur lijkt bewijs te zijn voor de positieve invloed van concentratie op de effectiviteit van GRZ voor de doelgroep electieve orthopedie en in mindere mate de doelgroep trauma. Voor de doelgroep CVA is geen hard bewijs voor een volume-eis of concentratie. Vanuit een doelmatigheidsoogpunt is concentratie en ervaring echter wel wenselijk. Daarnaast ziet CZ de geriatrische revalidatiezorg als specialistische zorg waarvoor een bepaalde vorm van schaalgrootte van belang is. In 2015 zal CZ sturen op een minimum volume van 55 CVA cliënten en/of 65 overige cliënten. De relatie tussen volume/concentratie en effectiviteit zal ook in de toekomst een aandachtspunt blijven in het inkoop beleid van CZ. De analyse op onze gegevens is hierbij aanvullend op het advies van de beroepsgroep. 2.3 Regiodekking Volume- en concentratieeisen dienen in relatie tot de gewenste regiodekking beoordeeld te worden. Het uitgangspunt is hierbij dat er binnen een acceptabele afstand ten opzichte van het ziekenhuis een aanbod is voor alle groepen. Teneinde een lokaal aanbod te behouden bij een laag volume is het mogelijk om een uitzondering te maken op grond van regiodekking. Een voorwaarde hiervoor is dat er een borging plaats vindt van het ontwikkelen van ervaring en kennis en dat samenwerking wordt gezocht tussen de GRZ aanbieders in de regio. CZ hanteert de volgende voorwaarden voor samenwerking: Er is sprake van een locatieoverstijgend behandelteam. Dit houdt in ieder geval in dat het gehele behandelteam inzetbaar is op beide locaties. Er is sprake van gelijke behandelprotocollen en zorgpaden. Er is sprake van een gezamenlijk MDO. Er is sprake van een gezamenlijk scholingsprogramma en intervisie mogelijkheden. 2.4 Integrale visieontwikkeling CZ stelt zich ten doel om het zorgaanbod over de sectoren heen meer in samenhang tot stand te laten komen en werkt toe naar een meer 5
integrale visie gericht op een optimale kwalitatieve en doelmatige behandeling over de echelons van de eerst een tweede lijn heen. Het is daarom van belang dat zorgaanbieders afspraken maken met ziekenhuizen, revalidatiecentra en verpleeg-, verzorgingsen thuiszorg-instellingen over de overdracht van patiënten. 2.5 Kwaliteitskader Er bestaat landelijk een grote behoefte aan uniforme kwaliteitseisen. CZ wil graag een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van dit kwaliteitskader op basis waarvan de inkoop afspraken mede vastgesteld kunnen worden. CZ ziet graag dat het kwaliteitskader leidt tot optimalisatie van de waarde van de zorg. Deze (ervaren) waarde is het hoogst bij een zo hoog mogelijke kwaliteit van zorg tegen zo laag mogelijke kosten. CZ wil hierbij aansluiten bij de prestatie-indicatoren zoals deze door Verenso zijn voorgesteld. De voorgestelde prestatie-indicatoren zijn: A uitkomst A1: ontslagbestemming A2: revalidatie-efficiëntie B cliëntervaring B1: kwaliteit van leven B2: regie over zorg B3: tevredenheid over zorg C proces C1: deskundigheid personeel C2: samenwerkingsconvenant Voor de prestatie-indicatoren gericht op uitkomst en cliëntervaring heeft CZ de intentie om in het inkoopbeleid 2016 een (financiële) beloning beschikbaar te stellen voor aanbieders welke in 2015 een bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van deze prestatie-indicatoren ten behoeve van de implementatie van een kwaliteitskader. De voorwaarden hiervoor worden in de loop van het jaar gecommuniceerd via onze website, wanneer er meer duidelijkheid bestaat over de (mogelijke) landelijke pilot van Zorg Instituut Nederland. Evenals in 2013 en 2014 worden zorgaanbieders verzocht minimaal de volgende twee marktconforme kwaliteitscriteria te registreren en per kwartaal te communiceren aan CZ (middels grz@cz.nl) in het daarvoor opgestelde format, uitgesplitst voor de doelgroepen CVA, orthopedisch en overig: a) De gemiddelde behandelduur uitgesplitst naar klinisch en ambulant. b) Het percentage van de patiënten dat daadwerkelijk binnen zes maanden naar huis of verzorgingstehuis ontslagen wordt, gecorrigeerd voor tussentijds optredende onverwachte nieuwe ziekte, heropname in het ziekenhuis en sterfte. CZ vindt het noodzakelijk dat zorgaanbieders deelnemen aan landelijk vastgestelde klinische registraties wanneer deze beschikbaar komen. 6
2.6 Contractduur inkoopafspraken In een setting voor langdurige verbijfszorg vraagt de ontwikkeling van een op cure gerichte kort-durende verblijfssetting een investering in deskundigheid, procedures en voorzieningen. wenselijkheid van meerjarenafspraken. Aan de andere kant bevindt de GRZ zich nog in een transitiefase waarvoor best practices, schadelast gegevens en (nieuwe) contractpartners nog onbekend zijn. De hiermee samenhangende financieringsconsequenties leiden tot de wens meer zekerheid te verkrijgen over de looptijd van overeenkomsten tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Wij onderkennen dat de ontwikkelingen kunnen leiden tot de Wij verwachten dat meerjarenafspraken in de toekomst kunnen bijdragen aan meer zekerheid voor alle partijen en daardoor aan een gewenste ontwikkeling van het zorgaanbod. Daarom willen wij in voorkomende situaties de mogelijkheid van meerjarenafspraken nader verkennen. 7
3 Inkoopbeleid geriatrische revalidatiezorg 2015 3.1 Aanspraak geriatrische revalidatiezorg Geriatrische revalidatiezorg is geïntegreerde multidisciplinaire zorg, die gericht is op verwacht herstel van functioneren en participatie bij laag belastbare ouderen na een acute aandoening of functionele achteruitgang. De aanspraak GRZ is als volgt gedefinieerd: 1 Geriatrische revalidatie omvat integrale en multidisciplinaire revalidatiezorg zoals specialisten ouderengeneeskunde die plegen te bieden in verband met kwetsbaarheid, complexe multimorbiditeit en afgenomen leer- en trainbaarheid, gericht op het dusdanig verminderen van de functionele beperkingen van de verzekerde dat terugkeer naar de thuissituatie mogelijk is. 2 De geriatrische revalidatie valt slechts onder de zorg, bedoeld in het eerste lid, indien: a) De zorg sluit aan 1 op verblijf als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit Zorgverzekering in verband met geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden, waarbij dat verblijf niet vooraf is gegaan aan verblijf als bedoeld in artikel 9 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ gepaard gaande met behandeling als bedoeld in artikel 8 van dat besluit in dezelfde instelling. Toelichting: Er bestaat aanspraak op GRZ indien er voorafgaand aan de (acute) ziekenhuisopname geen verblijf in combinatie met behandeling in een verpleeghuis plaatsvond. Deze voorwaarde is opgenomen omdat GRZ is gericht op revalidatie van verzekerden die weer terug kunnen keren naar de thuissituatie (dat kan ook een verzorgingshuis zijn). b) De zorg bij aanvang gepaard gaat met verblijf als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit Zorgverzekering. Toelichting: Er bestaat alleen aanspraak op GRZ indien een verzekerde redelijkerwijs is aangewezen op multidisciplinaire geriatrische revalidatiebehandeling die in aanvang 8
gecombineerd gaat met verblijf. Verzekerden die geen multidisciplinaire zorg nodig hebben, hebben aanspraak op extramurale 1 e lijn medische en paramedische zorg. 3 De duur van de geriatrische revalidatie, bedoeld in het tweede lid, bedraagt maximaal zes maanden. In bijzondere gevallen kan de zorgverzekeraar een langere periode toestaan. Toelichting: De aanspraak op GRZ bedraagt maximaal 6 maanden. Dit sluit aan bij de indicatiestelling zoals die in 2012 gold in de AWBZ (indicatiestelling van 3 maanden die verlengd kan worden met nogmaals 3 maanden). De gemiddelde GRZ behandeling duurt momenteel 42 dagen. 1 Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 10 juni 2014 aangekondigd dat de aanspraak GRZ zal worden verruimd naar een verblijf dat binnen één week na ontslag uit het ziekenhuis aanvangt. Deze verruiming is ten tijde van publicatie echter nog niet geformaliseerd in het Besluit Zorgverzekering en niet als zodanig verwerkt in deze tekst. GRZ onderscheidt zich qua zorginhoud en patiëntgroep van medisch specialistische revalidatie (MSRZ). Er is sprake van MSRZ indien de revalidatie onder leiding van een revalidatiearts in gespecialiseerde centra en ziekenhuizen plaats vindt. In 2014 heeft de minister de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst gevraagd om een zorginhoudelijke analyse uit te voeren naar de mogelijkheid om de huisarts, eventueel met tussenkomst van de specialist ouderengeneeskunde, direct door te laten verwijzen naar GRZ indien ziekenhuisopname evident overbodig is. De minister heeft het Zorginstituut Nederland gevraagd de huidige voorwaarden voor GRZ naar aanleiding van deze analyse te bezien en haar hierover voor de zomer te informeren. Op dit moment is niet bekend of en op welke wijze de aanspraak hierop zal worden aangepast. In bijzondere gevallen kan CZ afwijken van de aanspraak zoals bovenstaand genoemd. Individuele casuïstiek kan door de behandelaar ter beoordeling voorgelegd worden aan CZ. Een casusbeschrijving en onderbouwing voor de gevraagde afwijking van de aanspraak dient onderdeel te zijn van de aanvraag. Afhankelijk van de verzekeraar (CZ, DLG, OHRA) moeten daartoe de volgende e-mailadressen gehanteerd worden: 1 mbz.specialistenhulp@cz.nl 2 mbz.specialistenhulp@zorg-deltalloyd.nl 3 mbz.specialistenhulp@ohra-zorg.nl 3.2 Contractpartners Als (potentiële) contractpartners zien wij met name zorgaanbieders binnen de sector Verpleging en Verzorging die beschikken over de specialisatie GRZ. De voorwaarden waaraan een zorgaanbieder minimaal moet voldoen om voor contractering in aanmerking te komen zijn: de zorgaanbieder is toegelaten voor verblijf met behandeling door middel van een WTZibeschikking en heeft 24-uurs aanwezigheid van een verpleegkundige niveau 4/5 9
de zorgaanbieder heeft beschikking over een specialist ouderengeneeskunde die bij voorkeur is opgeleid tot kaderarts geriatrische revalidatie de zorgaanbieder werkt systematisch aan het verbeteren van de kwaliteit en borgt dit door een werkend kwaliteitssysteem dat landelijk en/of internationaal erkend is en gepaard gaat met onafhankelijke toetsing (externe audit) de zorgaanbieder beschikt over een uitgewerkt zorgpad voor de doelgroepen aan wie hij GRZ wil verlenen de zorgaanbieder beschikt over een gecentreerde (en gespecialiseerde) verpleeghuislocatie (per doelgroep) de zorgaanbieder heeft samenwerkingsafspraken gemaakt over triage, kennisoverdracht en overdracht van patiënten met ziekenhuizen, revalidatiecentra, verpleeg-, verzorgings-, en thuiszorginstellingen en neemt deel aan de lokale CVA-keten (in geval van CVA) Zorg dient aangeboden en gefinancierd te worden volgens de regels van gepast gebruik. Dit houdt in dat wij bij de te sluiten overeenkomsten met zorgaanbieders afspraken zullen maken over: de gedeclareerde zorg voldoet aan de stand van de wetenschap; de gedeclareerde zorg voldoet aan de indicatievoorwaarden zoals gesteld in de Zvw; de verzekerde is redelijkerwijs aangewezen op de zorg gezien zijn gezondheidssituatie (medische noodzaak). In aanvulling op het bovenstaande dienen nieuwe contractanten, dat wil zeggen zorgaanbieders die in 2014 geen overeenkomst hadden voor GRZ, te voldoen aan onderstaande voorwaarden: De zorgaanbieder heeft een toegevoegde waarde ten opzichte van huidige zorgaanbieders door middel van een verbeterde prijs-kwaliteit verhouding. De zorgaanbieder heeft een aanbod gericht op een witte vlek. Een witte vlek is een locatie waar een onacceptabel gebrek aan zorgaanbod is. Op dit moment zijn er geen witte vlekken bekend. 3.3 Financieel kader De voor 2015 beschikbare financiële middelen worden bepaald door de binnen CZ vast te stellen begroting, waarop ook de premiestelling voor 2015 wordt gebaseerd. Deze begroting is op haar beurt weer gebaseerd op het Budgettair Kader Zorg (BKZ) 2015. Hierin is de maximale landelijke volumegroei van 1% opgenomen zoals afgesproken in het Hoofdlijnenakkoord. Deze kaders hanteren wij strikt bij de contractering om geen overschrijdingen te creëren. Hierdoor proberen wij te voorkomen dat er door de overheid generieke kortingen worden doorgevoerd om de (macro-)overschrijdingen teniet te doen. De landelijke maximale volumegroei van 1% beschouwen wij nadrukkelijk niet als een auto- 10
matisch trekkingsrecht voor de zorgaanbieder. Het kan ook voorkomen dat het gecontracteerde volume lager is dan het overeengekomen omzetplafond voor 2014. Van de zorgaanbieder verwachten wij dat deze het overeengekomen volume gespreid over het jaar aanbiedt zodat fors oplopende wachtlijsten op het einde van het jaar worden voorkomen. Van het beschikbare financiële kader wordt een deel gereserveerd voor zorg voortvloeiend uit restitutie. Het resterende financiële kader wordt toegerekend naar de regio s. Mutaties in bovenregionale zorg betrekken we hierbij zo goed als mogelijk. Het beschikbare financiële kader is enkel van toepassing op zorg die valt onder de dekking van de Zorgverzekeringswet CZ houdt zich voor 2015 strikt aan de afgesproken financiële kaders. Dit kan tot gevolg hebben dat wij sommige zorgaanbieders niet meer contrac-teren, dan wel tegen substantieel andere volumes dan deze zorgaanbieders hebben geoffreerd. Doel van ons contracteerbeleid is om macro-overschrijdingen te voorkomen zodat het ongedifferen-tieerde Macro Beheersings- Instrument, dat in 2015 nog van kracht zal zijn, niet toegepast hoeft te worden. De afspraken worden vormgegeven op basis van expliciete volume- en prijsafspraken per product (p x q), begrensd met een maximum omzetplafond. 3.4 Volume en Prijs De minimum volumenormen kunnen er toe leiden dat wij bepaalde zorgproducten (CVA of overige) bij bepaalde zorgaanbieders niet contracteren. Binnen de categorie overig kunnen ook zorgactiviteiten voorkomen die bij een andere diagnose (bijvoorbeeld amputatie) horen dan waarvoor de afspraak geldt. Dit betekent dat wij dit DOT-product dan uitsluitend contracteren voor deze andere diagnoses (bijvoorbeeld trauma). In de zorgovereenkomst 2015 zullen wij deze afspraken nader concretiseren. De consequenties van het niet voldoen aan de inkoopnormen zoals geformuleerd in dit document verwerken wij in de inkoopafspraken. Het daadwerkelijk wel of niet meer contracteren van bepaalde zorg heeft vanzelfsprekend ook consequenties voor de maximum omzetplafonds die wij met de zorgaanbieders overeenkomen. Wij houden voor 2015 dan ook rekening met deze omzetverschuivingen in de zorg. Aantoonbare concentratie van zorg moet leiden tot een hoger maximum omzetplafond bij de ene zorgaanbieder en een lager plafond bij de andere. Het is van wezenlijk belang dat zorgaanbieders interne sturingsinformatie ontwikkelen om zicht te krijgen op de ontwikkeling van de realisatie van de zorg gedurende het jaar. De informatie dient op productniveau voorhanden te zijn. Enkel op deze manier kan adequaat bijgestuurd worden wanneer er sprake dreigt te zijn van een overschrijding van de gemaakte afspraken. 11
Binnen de 18 of 36 zorgproducten bestaat substitutievrijheid, wanneer dit past binnen het totale afgesproken maximum omzetplafond, wanneer het absolute aantal DBC s niet wordt verlaagd. Voor de beoordeling van de offerte zullen wij gebruik maken van benchmark gegevens om tot een kosten effectieve DBC-mix te komen. Daarom houden we bij het maken van de afspraken ook rekening met de mate waarin zorgaanbieders relatief veel lichte of zware producten inzetten bij de behandeling van eenzelfde aandoening. Zorgverleners kunnen in de offerte een tarief van maximaal 98% van het NZa-tarief hanteren. 3.5 Bovenbudgettaire hulpmiddelen Op het moment van publicatie is nog niet vastgesteld op welke manier de individueel aangepaste rolstoelen worden gefinancierd. Waarschijnlijk worden bovenbudgettaire hulpmiddelen (individueel aangepaste rolstoelen) in 2015 gefinancierd vanuit het landelijk beschikbare bedrag boven op het kader Wlz. Zorgaanbieders dienen hiervoor een aanvraag te doen bij het zorgkantoor in hun werkgebied. Een andere mogelijkheid is dat er voor de rolstoelen add-ons worden vastgesteld. 3.6 Vervoer De minister heeft zorgverzekeraars in 2014 opgeroepen om coulant om te gaan met de kosten van vervoer voor GRZ patiënten binnen de regeling Zittend ziekenvervoer. Naar verwachting wordt dit beleid in 2015 gecontinueerd. Dit zou in de praktijk moeten betekenen dat zorgverzekeraars de kosten van vervoer behorende bij een extramurale GRZ behandeling in 2015 vergoeden vanuit de regeling zittend ziekenvervoer. De minister heeft daarom aan NZa en Zorginstituut Nederland (voorheen CVZ) gevraagd de bedoelde kosten (vervoer, direct verband houdende met geriatrische revalidatiezorg) als aanvaardbaar in het kader van de Zvw aan te merken (als Zittend ziekenvervoer). 12
4 Technische aspecten indiening offerte De ingediende offerte beschouwen wij als startpunt voor de gesprekken in het kader van de contractering. Uiteraard dienen de uitkomsten van de te maken afspraken te passen binnen de landelijk vastgestelde financiële kaders. De inschrijving is pas volledig indien de volgende benodigde stukken zijn toegevoegd: offerte in p x q ondertekende bestuursverklaring GRZ 2015 De gehele offerte dient in termen van p x q te worden ingediend. Indiening dient plaats te vinden via het Zorginkoopportaal van VECOZO (opvolger van DBC-services). De zorgaanbieder dient hiervoor aangesloten te zijn op de onderhandelmodule, zodat ingelogd kan worden op https://onderhandelen.zp.vecozo.nl Afhankelijk van uw huidige aansluiting met Vecozo neemt de aansluiting op de onderhandelmodule 1-3 weken in beslag. De zorgaanbieder is zelf verantwoordelijk voor een tijdige autorisatie. Verzocht wordt om samen met de technische indiening in het Zorginkoopportaal een separaat schrijven in te dienen waarin een toelichting wordt gegeven op de offerte. 13
5 Declaratie aspecten Het volgende geldt als een overeenkomst gesloten is tussen CZ en de zorgaanbieder voor GRZ. 5.1 Declareren De zorgaanbieder stuurt zijn declaratie elektronisch in via de website van VECOZO, geregi-streerd op de AGB-code overeenkomend met de overeenkomst. Voordeel van het werken met VECOZO is dat zorgaanbieders efficiënter kunnen werken en veel tijd kunnen besparen. Declaraties zijn nu elektronisch in te dienen, waarna ze automatisch verwerkt worden. Na verwerking van een declaratie stuurt CZ informatie terug aan de zorgaanbieder. Dit gebeurt als de declaratie via VECOZO is ingediend. Onze informatie bestaat onder andere uit een afrekenspecificatie. De zorgaanbieder kan via VECOZO ook onze retourinfor-matie ophalen. De zorgaanbieder declareert één keer per maand (tenzij anders overeengekomen), waarbij de openingsdatum van het DBC zorgproduct bepalend is voor de zorgverzekeraar bij wie gedeclareerd moet worden. Het declareren gebeurt zo snel mogelijk na afloop van de periode waarop de declaratie betrekking heeft. Declaraties die worden ingediend drie maanden nadat het DBC traject is beëindigd, komen niet meer voor vergoeding in aanmerking, tenzij er sprake is van overmacht. Als dit het geval is, moet de zorgaanbieder voor indiening contact opnemen met CZ. Declaraties die via VECOZO zijn aangeleverd, worden na maximaal 28 kalenderdagen betaalbaar gesteld. Onder betaalbaar stellen wordt verstaan; het daadwerkelijk door CZ opdracht geven aan de bank om tot betaling over te gaan. Als CZ niet in staat is om de declaratie binnen de contractueel vastgestelde betaaltermijn te betalen, dan wordt een voorschot verleend. Als de verzekerde een openstaand eigen risico heeft, dan wordt het volledige incassorisico overgenomen door CZ. 14
5.2 Voorschot Zorgaanbieders welke declareren middels DBC-zorgproducten kunnen een verzoek tot bevoorschotting indienen om het onderhanden werk (OHW) te financieren. Het onderhanden werk bestaat uit DBC s die nog niet zijn afgesloten, of die zijn afgesloten maar nog gedeclareerd kunnen worden. Wij stellen bepaalde voorwaarden aan het verstrekken van een voorschot en zullen deze voorwaarden middels een bevoorschottingsovereenkomst vastleggen. Wij hanteren de verplichting tot aansluiting op de landelijke OHW-grouper voor het verkrijgen van een voorschot. Wij ontvangen namelijk via de OHW-grouper op een betrouwbare en uniforme wijze een opgave van de omvang van het OHW. Mits voldaan aan de aanlevering aan de OHW-grouper wordt het voorschot berekend op 75% van het OHW. Het voorschot kan vervolgens worden verhoogd naar 100% als voldaan wordt aan diverse aanvullende voorwaarden. De bevoorschottingsovereenkomst wordt afgesloten voor de duur van een jaar. Aan het einde van het jaar geeft CZ aan of de bevoorschottingsovereenkomst wordt verlengd. Uit oogpunt van risicodragendheid van de door CZ uit te zetten voorschotbedragen is het voor ons uiterst belangrijk dat door de zorgaanbieder geen verpanding heeft plaats gevonden van het onderhanden werk. Verpanding van de debiteurenpositie of andere vlottende activa is wel akkoord. Aangezien weliswaar regelend recht vanuit het faillissementrecht aangeeft dat wij onze vordering (uitgezette voorschot) kunnen verrekenen met de schuld (declaraties) bestaat hiervoor geen jurisprudentie. Vandaar dat wij vasthouden aan het opnemen van desbetreffende bepalingen in de bevoorschottingsovereenkomsten. Wij hebben goede hoop dat op korte termijn afspraken gemaakt kunnen worden tussen banken, zorgaanbieders en zorgverzekeraars om dit probleem structureel op te lossen. Het voorschot zal vier keer per jaar worden herijkt. Als uit onze financiële gegevens blijkt dat het voorschot boven het voorschotplafond komt, zal het voorschot eerder worden herijkt. Voor vragen over de bevoorschotting kan contact worden opgenomen met bevoorschotting.msz@cz.nl. 5.3 Controles De huidige bekostigingssystematiek is complex van aard. Een goede controle op de ingediende declaraties is dan ook van groot belang. CZ tracht de controle zoveel mogelijk uit te voeren tijdens de verwerking van de ingediende declaratie en niet achteraf. 15
6 Tijdpad Ons doel is om uiterlijk 19 november 2014 onze (potentiële) verzekerden te informeren met welke zorgaanbieders voor geriatrische revalidatiezorg wij voor 2015 overeenstemming voor een contract hebben bereikt. Rekening houdend met het inregelen van deze gegevens in onze systemen dienen de contractafspraken met de instellingen uiterlijk 1 november 2014 te zijn afgerond. offertes, besprekingen met zorgaanbieders te voeren en tot afronding van afspraken te komen, hanteren wij voor de offerte een uiterste indieningstermijn van 10 augustus 2014 in het Zorginkoopportaal van VECOZO. Als we alle (regionale) offertes hebben ontvangen, nemen onze zorginkopers GRZ binnen vier weken contact met u op. Omdat wij een bepaalde periode noodzakelijk achten om tot beoordeling te komen van alle Wij publiceren dit inkoopdocument ook op onze website. 16