a rbouwdag 2003 ]aar na. ormvloed 19 53 ~ --- --- ~. ~ ~~, ~2003 Terug b l i ken toe k 0 m st ~rbouwdag
WATERBOUWDAG 2003 50 jaar na Stormvloed 1953 TERUGBLlK EN TOEKOMST CUR-PUBLlCATIE 212 1
-------- -------------------~~~- Deze publicatie is onder de volgende trefwoorden opgenomen in het CUR-infobestand: caissonsluitingen waterbouw deltawerken waterkeringen hoogwaterbestrijding dijken inundaties faajkans kustuitbreiding faalmechanismen kustverdediging risico-anajyse overstromingen veiligheid stormvloeden veiligheidsbeschouwingen stormvloedramp watersnoodramp 1953 stormvloedkering Oosterschelde zeespiegelrijzing Auteursrechten Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieen, opnamen of op enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van CUR. Het is toegestaan overeenkomstig artikel 15a Auteurswet 1912 gegevens uit deze uitgave te citeren in artikelen, scripties en boeken, mits debron op duidelijke wijze wordt vermeld, alsmede de aanduiding van de maker, indien deze in de bran voorkomt. u CUR-publicatie 212 '50 jaar na Stormvloed 1953' CUR, Gouda, 2003." Aansprakelijkheid CUR en degenen die aan deze publicatie hebben meegewerkt, hebben een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht bij het samenstellen van deze uitgave. Nochthans moet de mogelijkheid niet worden uitgesloten dat er toch fouten en onvolledigheden in deze uitgave voorkomen. leder gebruik van deze uitgave en gegevens daaruit is geheel voor eigen risico van de gebruiker, en CUR sluit - mede ten behoeve van al degenen die aan deze uitgave hebben meegewerkt - iedere aansprakelijkheid uit voor schade die mocht voortvloeien uit opzet of grove schuld zijdens CUR en/of degenen die aan deze uitgave hebben meegewerkt. ISBN 90-3760-272-x
Inhoud INTRODUCTIE prof.ir. K. d'angremond en prof.drs.ir. J.K. Vrijling 05 WAS DE RAMP TE VOORKOMEN? prof.dr.ir. H.W. Lintsen 07 DE STORMRAMP AAN DE VLAAMSE KUST OP 31 JANUARI EN 1 FEBRUARI 1953 ir. R. Simoen, ir. Luc van Damme en ir. Denis Vandenbossche 23 HOE WAS HET HERSTEL GEORGANISEERD? Kees Slager 37 WELKE SLUITINGSTECHNIEKEN ZIJN GEBRUIKT? STROOMGATEN VEERHAVEN KRUININGEN EN SCHELPHOEK prof.dr.ir. J.F. Agema 55 INVESTEREN IN VEILlGHEID: DE WATERSNOODRAMP VAN 1953 EN DE KOSTEN EN BATEN VAN HET DElTAPLAN dr. F.J.H. Don en dr. ir. H.J.J. Stolwijk 79 DE NIEUWE ONTWIKKELlNGEN, GEZIEN VANUIT HET PERSPECTIEF VAN DE AANNEMERIJ ir. J.H. van Oorschot 99 DE DELTAWERKEN VAN DE TOEKOMST prof. dr. J. Dronkers 117 KAN HET MORGEN WEER GEBEUREN? ir. R.E. Jorissen 127 FOTOV E RANTWOO RD I N G 3
Waterbouwdag 2003 introductie Het was geen moeilijke beslissing om de waterbouwdag 2003 te wijden aan een terugblik op de watersnoodramp van vijftig jaar geleden. Voor ons als waterbouwers was het ook eenvoudig een datum te vinden. Niet 1 februari, de dag waarop de slachtoffers worden herdacht. Wel 18 februari, exact vijftig jaar na de instelling van de Deltacommissie door minister Algera. Daarmee is ook de invulling van deze waterbouwdag 2003 bepaald. Niet alleen een terugblik op de ramp, maar ook aandacht voor het dijkherstel, de uitvoering van de Deltawerken en alles wat daarna nog nodig is om de veiligheid tegen overstroming te waarborgen. Voor de ingewijden kwam de ramp niet als verrassing. Wel het moment, niet het feit van de overstroming. Wemelsfelder en Van Veen hadden daar vanaf 1939(1) reeds op gewezen. Van Veen zelfs nog in een rapport dat gereedkwam op 31 januari 1953. De politiek had echter na de oorlog andere prioriteiten. Het is bijna onmogelijk om voarbij te gaan aan de analogie met 2003. Ook nu waarschuwende woorden van de TAW en de Unie van Waterschappen en nauwelijks middelen op de 11 natte begroting" om de problemen aan te pakken. Als reactie op de ramp ging de Deltacommissie aan het werk. Het eindrapport in 6 delen is een indrukwekkende bijdrage aan de wetenschappelijke benadering van de waterbouwkunde. Tal van vernieuwende gedachten vormen de basis voor het advies tot het uitvoeren van het Deltaplan. Voor het eerst niet uitsluitend technische waterbouwkundige overwegingen. De eerste praktische toepassing van de besliskunde: een probabilistische beschouwing over de rentabiliteit van beschermingswerken tegen overstroming. Een aanzet voor sociologische en ecologische beschouwingen. Het belangrijkste was echter het inzicht dat de Deltawerken alleen konden worden uitgevoerd als een continu leerproces, waarbij waterbouwkundige vernieuwingen stapsgewijs zouden warden toegepast in de praktijk van de uitvoering. Vernieuwingen die zouden worden bijgeslepen door een intensieve wederzijdse bevruchting van theorie en praktijk, onderzoek en uitvoering. Om de risico's te beperken zou het project beginnen met de afsluiting van het kleinste sluitgat en eindigen met het grootste: de Oosterschelde. De uitvoering van de Deltawerken onder leiding van de Deltadienst heeft zich langs die lijnen voltrokken, met belangrijke vernieuwingen voor ons vak. Denkt u eens aan de introductie van geotextiel voor oever- en bodembescherming op grote schaal, aan het baggeronderzoek, aan de kennis van ontgronding en loskorrelige filters, aan de kennis van voorgespannen beton in een mariene omgeving, aan de probabilistische benadering, aan het prefab bouwen van de Oosterscheldekering, aan de precieze maatvoering, aan de onderwater technieken van Lok. Veel van die vernieuwingen zijn geboren uit een intensieve samenwerking tussen Rijkswaterstaat, onderzoekinstellingen en het bedrijfsleven. Met het voltooien van de Deltawerken is ten minste een deel van dat vernieuwend elan verloren gegaan. Keren wij terug naar de actualiteit van vandaag, dan zien wij dat het opnieuw nodig is de publiek-private samenwerking te verbeteren om te komen tot een efficientere inrichting van de kennisontwikkeling, zoals duidelijk bepleit door Water-Front. Dat geldt zeker in tijden dat er van overheidswege bezuinigd moet worden. De voortekenen zijn wat dat betreft niet onverdeeld gunstig. Het ICES-KIS programma waaruit de afgelopen jaren belangrijk waterbouwkundig onderzoek werd gefinancierd loopt ten einde. Besluiten over verlenging van die programma's laten op zich wachten, de continurteit van het onderzoek is daardoor verbroken. Ook het bedrijfsleven heeft het moeilijk. In Nederland is minder geld beschikbaar voor nieuwe waterbouwkundige 5
50 JAAR NA STORMVLOED 1953 werken. De grate werken in het Verre Oosten Iiggen stil vanwege politieke en milieuprablemen. Het vraagt dus nog een grate inspanning om in een verdere toekomst middelen voor hoogstnoodzakelijk onderzoek te verwer Yen. Een pleidooi voor intensievere samenwerking tussen publieke en private partijen op het terrein van de kennisontwikkeling komt bovendien op een moeilijk moment. Het onderzoek naar de bouwfraude heeft het onderling vertrouwen in de sector beschadigd. Van oudsher is de terugkoppeling tussen theorie en praktijk het sterke punt geweest van de Nederlandse waterbouwwereld. Daaram zullen wij wegen moeten vinden om verder te gaan, om de samenwerking weer te herstellen. Dat geldt voor het zoeken naar aanbestedingsvormen die vernieuwing stimuleren en geen ongewenste neveneffecten hebben, het geldt ook voor onderzoek en ontwikkeling. Wij hopen dan ook dat de Waterbouwdag voor de Nederlandse waterbouw een plaats zal kunnen blijven waar die terugkoppeling jaarlijks plaats kan vinden. KEES D'ANGREMOND, SCHEIDEND VOORZITTER COMMISSIE WATERBOUWDAG HAN VRlJlING, AANTREDEND VOORZITTER COMMISSIE WATERBOUWDAG 6