Beste leerkracht, U bent nu al een aantal weken bezig met de lesbrief van het onderzoekstraject Dans en Taal. Hopelijk verloopt alles naar wens en genieten de kinderen van het Frans middels dans. Mochten er onduidelijkheden zijn, schroom niet om contact op te nemen. Lesbrief Dans en Taal Inhoud Unit 3: Potlood en gum Middenbouw (groep 4-6) Benodigdheden Gym- of speelzaal, digibord, muziekinstallatie en kaartjes FR - NL Inleiding In de kick-off werd het hoofdthema van het onderzoekstraject Dans en Taal uitgelicht, namelijk: school. De afgelopen twee weken heeft u samen met de klas gedanst rondom unit 1: vulpen en stift en unit 2: toetsenbord en muis. Vanaf deze week gaat u aan de slag met unit 3: potlood en gum. Het is altijd fijn wanneer u de Franse woordjes uit unit 1 en unit 2 terugpakt en herhaald. Toelichting Elk unit heeft een vaste opwarming en einddans. De kern (dans) bevat losse dansopdrachten waar u zelf een selectie uit mag maken. Let op! Oefening 5 bestaat altijd uit bewegingen op een vaste telling. Voor de presentatie op 16 december is het de bedoeling dat alle bewegingen van oefening 5 van unit 1 t/m unit 4 achter elkaar worden geplakt. Streef er dus naar dat de leerlingen het zelfstandig kunnen uitvoeren. Doel De oefeningen zijn echt bedoeld als energizer voor tussendoor, om de dag leuk mee te beginnen of om leuk mee af te sluiten! Project Sally Maastricht 1
Dansopdrachten Voorbereiding voor de leerkracht - neem, voor u met de kinderen aan de slag gaat, de opdrachten zelf een keer door - luister ook naar de bijbehorende muziek - check even of u aan de benodigdheden voldoet Oefening 1: Opwarming (opstelling: eigen plek in het lokaal) Track 1 De leerlingen en de docent leren, middels een video op het digibord, een vaste dans aan. Op het beeldscherm worden de passen voorgedaan door een dansdocent en meteen nagedaan door de klas. In de muziek worden de tellen 20-50 in het Frans gezongen. Uitleg unit 3 Er wordt vandaag gedanst rondom toetsenbord en muis. Oefening 2: Kern (dans) A (opstelling: in tweetallen) Track 2 De leerlingen voeren deze oefening in tweetallen uit op een eigen plek in het lokaal. Potlood en gum Potlood en gum betekende in het Frans crayon en gomme. Jullie zijn in deze opdracht zelf een crayon of een gomme. 1. De leerlingen maken tweetallen en staan met de neus naar elkaar toe. De docent wijst bij ieder tweetal een nummer 1 en een nummer 2 aan. De nummers 1 zijn het crayon. Zij beginnen staand met iets te tekenen met hun vinger in de lucht. De nummers 2 zijn de gomme en proberen de getekende lijnen van nummer 1 zo snel mogelijk met de vinger na te doen, dus uit te gummen. De bewegingen worden dus eigenlijk gespiegeld. 2. Nummer 1 en nummer 2 worden omgewisseld, dan hebben beide leerlingen een keer de leiding genomen. 3. De leerlingen mogen nu ook tekeningen maken met andere lichaamsdelen in de lucht. Nummer 2 gumt de getekende bewegingen van nummer 1 nog steeds uit. Verdieping: Het blad waar met crayon en gomme op geschreven wordt heet in het Frans papier. Het lijkt dus veel op het Nederlandse woord, alleen de manier waarop je het zegt is anders. 4. De leerlingen mogen zelf weten waar ze het papier neerleggen. Het kan dus wel rechtop neergezet worden, in de lucht, dus dan tekenen de leerlingen in de lucht met de lichaamsdelen die ze zelf uitkiezen. Het papier kan daarentegen ook op de grond gelegd worden en dan maken de leerlingen tekeningen met lichaamsdelen op de grond en Project Sally Maastricht 2
moet de nummer 2 op de grond de lijnen uitgummen. Laat de leerlingen hier zelf een keuze in maken. Oefening 3: Kern (dans) B (opstelling: eigen plek in het lokaal) Track 3 De leerlingen staan op een eigen plek in het lokaal en focus komt op de tenen te liggen. Scherp en bot Met een scherpe punt, in het Frans pointe, kun je hele kleine stippen zetten met de crayon. Met een botte punt, in het Frans émoussé, kun je alleen dikke stippen zetten. 1. De leerlingen doen alsof hun tenen potloodpunten zijn. Eerst maken alle leerlingen tegelijk pointe stippen, dus kleine korte stipjes. De leerlingen tikken met de tenen kort de vloer aan en verplaatsen zo door elkaar. De docent kan de leerlingen stimuleren door te vragen of ze stippen ver uit elkaar maken of juist op 1 plek in het lokaal heel veel kleine stipjes bij elkaar zetten. 2. Dan maken de leerlingen tegelijk émoussé stippen, dus dikke stippen. Hierbij duwen de leerlingen alle vijf de tenen op de vloer. De stip wordt nu dus door de hele teen gemaakt en niet alleen door het puntje van een teen. 3. Dan zoeken de leerlingen een eigen plek in het lokaal. De docent roept pointe of émoussé. Afhankelijk van wat de docent roept, zetten de leerlingen met hun tenen stippen op de grond. Oefening 4: Kern (dans) C (opstelling: eigen plek in het lokaal) Track 4 De leerlingen staan op een eigen plek, dit kan ook achter het bureau zijn, er wordt niet verplaatst door het lokaal. Staccato en legato Een crayon is gemaakt van hout, daarom is hij hard, dur, je kunt een crayon niet ombuigen. 1. De leerlingen gaan staan met de armen opzij. De armen zijn nu stokjes, net als een crayon. Delen van de arm worden afzonderlijk bewogen, maar dan staccato (hard en in stukjes). Denk aan: - Polsen los bewegen - Vanaf de ellenboog de onderarm los bewegen - Vanaf de schouder de arm los bewegen De docent kan spelen met deze drie gewrichten/isolaties samen met de klas. Stimuleer de klas telkens om staccato te bewegen door de woorden dur en raide te benoemen. 2. De docent herhaalt stap 1, maar dan nu met de rest van het lichaam. Denk aan het isoleren van lichaamsdelen en die staccato/in stukjes bewegen: het hoofd, de schouders, de romp, de heupen, de knieën, de voeten. Project Sally Maastricht 3
Een gomme is zacht, molle, want een gomme kun je wel ombuigen. 3. De leerlingen gaan staan met de armen opzij. De armen worden nu zacht, in kronkels, vloeiend en geleidelijk bewogen. Dit kan ook weer opgebouwd worden: eerst alleen vanaf de pols, dan vanaf de ellenboog en vervolgens de hele arm. De manier van bewegen is hier het tegenovergestelde van daarnet bij het potlood. 4. De docent herhaalt stap 1, maar dan nu met de rest van het lichaam. Denk aan het isoleren van lichaamsdelen en die legato/getrokken uitvoeren. Oefening 5: Kern (dans) D (opstelling: op een eigen plek in het lokaal) Track 5 In deze oefening moet een kleine frase van dansbewegingen door de leerlingen uiteindelijk zelfstandig uitgevoerd kunnen worden. De docent helpt in het begin met het aanleren van de bewegingen. Tellen Beweging 1-4 Lichaam staccato (als crayon) bewegen 5-8 Lichaam legato (als gomme) bewegen 1-2 staccato 3-4 legato 5-6 staccato 7-8 legato Kringgesprek/reflectie (benodigdheden: kaartjes FR NL) De docent bespreekt met de leerlingen de verschillende Franse woordjes die in de dansoefeningen aan bod zijn gekomen. Op de onderstreepte woorden ligt over het algemeen in deze unit de nadruk. Ook is dit het moment voor de docent om terug te koppelen naar de Franse woordjes van unit 1. Wat hebben de leerlingen nog onthouden en wat komt daar nu bij? We hebben zojuist verschillende dansopdrachten gedaan waar Franse woordjes in voor kwamen. Wie weet nog wat betekent? - Crayon - Gomme - Papier - Pointe - Emoussé - Dur - Molle Project Sally Maastricht 4
Oefening 6: Einddans (opstelling: kring) De afsluiting is een au revoir yell zonder muziek waarbij op iedere zin die wordt geroepen, bewegingen worden gedaan. De docent leert de bewegingen en de yell aan, de leerlingen proberen het te onthouden en vervolgens zelfstandig uit te voeren. De au revoir yell staat op video zodat de docent hierop terug kan vallen. Au revoir yell Bonjour, au revoir et salut 1. Zwaai armen van rechts naar links De Franse taal die hoor je nu 2. Armen maken een cirkelvorm van boven naar onder, op het woord nu stamp je met je voet op de grond Door te dansen leren we Frans 3. Zet 2 stappen naar voren en 2 stappen naar achter, dit mag zelf in de zin getimed worden Vind je dat geen mooie kans?! 4. Rennen op de plaats, zo snel als je kunt, op kans naar een wijdbeense positie springen Wow! Yo! (herhaal 4x) 5. Maak vier keer een pose (stoere pose, lage pose, vrolijke pose) Dat Frans leren we zo! 6. Op de hurken gaan zitten, op zo omhoog springen. De leerlingen mogen zelf een hoge sprong bedenken. Project Sally Maastricht 5