Proefexamen Short Range Certificate (SRC) Het examen bestaat uit 28 meerkeuzevragen, 23 over GMDSS en 5 over marifonie. Het maximale aantal te behalen punten is 28. Het minimale aantal punten dat nodig is om te slagen is 12 voor GMDSS en 3 voor marifonie. De met een * gemerkte vragen zijn marifonie vragen. Bij het werkelijke examen zijn de marifonie vragen niet als zodanig aangegeven. Het examen duurt 2 uur. 1. Welk VHF-kanaal is aangewezen voor onderling radioverkeer tussen schepen 1 op zee (met uitzondering van coördinatie van scheepsbewegingen en andere op de veiligheid betrekking hebbende communicatie)? A kanaal 06 B kanaal 13 C kanaal 16 D kanaal 37 2. Het radioverkeer is wereldwijd gezien geregeld in het: 1 A Zeevaartinspectiereglement B Internationaal RadioReglement C Verdrag betreffende de mensenlevens op zee D het Binnenwaterakkoord *3. De vergunning is: 1 A onbeperkt geldig B moet elk jaar vernieuwd worden C is 5 jaar geldig D is geldig zolang de elementen die erop vermeld zijn niet veranderen *4. Onder ATIS verstaat men: 1 A automatische identificatie van de marifoon B op de DSC gebaseerd automatisch aanroep- en antwoordsysteem C automatisch antwoord op een oproep D automatische verlaging van het zendvermogen op de aangewezen kanalen 5. Het MMSI-nummer dient: 1 A om de tonnemaat te kennen B ter identificatie van een mobiel station C om de oorsprong van een schip te kennen D om het bouwjaar van een schip te kennen *6. Geheimhouding van het radioverkeer betekent dat: 1 A geen gebruik mag worden gemaakt van ontvangen berichten die voor anderen bestemd zijn B de luidspreker van de marifoon dient te worden uitgeschakeld tijdens het voeren van particuliere gesprekken C u niet mag praten over berichten die voor allen werden uitgezonden D de marifoon alleen gebruikt mag worden door certificaathouders die een verklaring van geheimhouding hebben ondertekend 1
7. De NAVTEX-berichten die niet kunnen worden gedeprogrammeerd zijn: 1 A A E F G B A B C D C A B D L D A C D F 8. Een NAVTEX-bericht met het reeksnummer 00: 1 A bestaat niet B wordt alleen ontvangen in de pare maanden C wordt altijd ontvangen D wordt alleen ontvangen als het bericht en station geprogrammeerd zijn 9. De SART zendt uit op de: 1 A 30-meterband B 3-meterband C 3-centimeterband D 3-millimeterband 10. Een batterij in geladen toestand heeft een zuurgewicht tussen: 1 A 1.24 en 1.28 beaumé B 0.8 en 0.9 centiliter C 0.04 en 0.08 centimeter / graad D 1111 en 4444 kilozuur *11. De VHF band wordt ook aangeduid als de: 1 A 2-meterband B 3-cmband C langegolfband D 10-centimeterband 12. De afkorting DSC staat voor: 1 A data service call B digital selective charge C digital selective call D data switching communication 13. Een acknowledgement op een DSC-noodoproep wordt normaal gegeven door: 1 A een RCC B een CC C een SS D een MRCC *14. Welke informatie vindt men terug in het ATIS-signaal, dat uitgezonden wordt 1 door een marifoon? A het Europanummer B de roepnaam C het MMSI-nummer D het identificatienummer van het schip 2
15. Naarmate een loodbatterij verder is ontladen, zal: 1 A de soortelijke massa van het electrolyt toenemen B de soortelijke massa van het electrolyt afnemen C het niveau van het electrolyt stijgen D de zendinstallatie minder ver reiken 16. DSC-uitzendingen met het telecommando test kunnen: 1 A niet via de VHF-installatie worden uitgevoerd B worden uitgevoerd via het SAR-kanaal C worden uitgevoerd op het DSC-noodkanaal D alleen tijdens de nachtelijke uren worden uitgevoerd 17. Een DSC-oproep wordt verzonden op kanaal: 1 A 13 B 16 C 70 D 15 of 17 18. Een spoedprocedure gaat als volgt: 1 A via kanaal 70 naar alle schepen (all ships) B via kanaal 70 naar alle schepen, een welbepaald geografisch gebied, of aan een geselecteerd station C voorafgaand aan het DSC-bericht wordt er een spoedbericht via telefonie verzonden op kanaal 13 met de woorden PAN PAN (3x), ALL STATIONS (3x), this is, en dan eigen identificatie en de aard van de spoed D het spoedbericht wordt per DSC aangekondigd door middel van een DSC-urgency call op kanaal 70 waarna het eigenlijke spoedbericht verzonden wordt per radiotelefonie op VHF-kanaal 16 en wel als volgt: PAN PAN (3x), ALL STATIONS (3x), this is, en dan de eigen roepnaam en het bericht 19. Na het per ongeluk verzenden van een distress alert op de VHF/DSC moet men: 1 A onmiddellijk de installatie resetten en op kanaal 16 een bericht aan alle schepen uitzenden waarin wordt aangegeven dat het om een valse alarmering gaat B onmiddellijk de installatie resetten en een DSC bericht aan alle schepen uitzenden waarin wordt aangegeven dat het om een valse alarmering gaat C wachten op een acknowledgement van een kuststation, waarna dit een bericht kan uitzenden waarin wordt aangegeven dat het om een valse alarmering gaat D onmiddellijk een bericht naar alle kuststations verzenden en hierin verklaren dat men per ongeluk een verkeerde alarmering heeft gegeven 20. Wanneer men een selective call per DSC uitvoert: 1 A wordt het bericht naar één bestemming verzonden B wordt een voorgeselecteerd bericht verzonden aan één of meerdere kuststations C wordt een voorgeselecteerde spoedprocedure in werking gesteld D wordt een geselecteerd bericht naar alle schepen verzonden 3
21. Berekening van de positie met een COSPAS/SARSAT is mogelijk door: 1 A het dopplereffect B lat long-berekening C lokale positieberekening D drie vectoren-positieberekening 22. De frequentie waarop een COSPAS/SARSAT EPIRB werkt, is: 1 A kanaal 70 B 406 Mhz C 518 Khz D kanaal 16 23. Een EPIRB is: 1 A een baken dat zowel via INMARSAT als via COSPAS/SARSAT onmiddellijk noodsignalen kan uitzenden naar alle kuststations B een baken voorzien van een koord om in geval van nood de EPIRB te kunnen bevestigen aan de reddingssloep of aan jezelf en een noodsignaal uit te zenden C een toestel dat via de geostationaire satellieten constant gegevens doorzendt omtrent de positie van het vaartuig D een baken dat kan uitzenden op 604 Mhz en automatisch geactiveerd wordt wanneer het in aanraking komt met het water door middel van een hydrostatisch release 24. Het COSPAS SARSAT systeem werkt: 1 A alleen in Rusland, Frankrijk, Amerika en Canada B in vijf werelddelen C wereldwijd D in Afrika en Australië 25. De frequentie 518 Khz wordt gedefinieerd als: 1 A de internationale noodfrequentie B de internationale DSC-frequentie C de internationale NAVTEX-frequentie D de internationale SART-frequentie 26. Bij man overboard verzendt men met de DSC een DSC bericht met 1 de prioriteit: A safety B distress C urgency D medical 27. De continue luisterwacht voor GMDSS A1 schepen gebeurt op: 1 A kanaal 13 B kanaal 16 C kanaal 70 D kanaal 96H 4
28. Een noodoproep na een DSC-distressaankondiging begint op kanaal 16 met: 1 A may day (1x) B emergency (1x) C may day ( 3x) D emergency (3x ) 5
Antwoorden proefexamen SRC 1 A 2 B 3 D 4 A 5 B 6 A 7 C 8 C 9 C 10 A 11 A 12 C 13 B 14 B 15 B 16 A 17 C 18 D 19 A 20 A 21 A 22 B 23 B 24 C 25 C 26 B 27 C 28 A 6
7