graficus jr. Themamodules met voorbereiding op de ecommerce Webshop RECHTSVORMEN EN BELASTING
Inhoudsopgave Inleiding 1. Eenmanszaak 2. Vennootschap onder Firma 3. Besloten vennootschap 4. Een goede (bedrijfs)naam kiezen 5. Belastingen 6. Werknemersverzekering 7. Ondernemingsplan
Inleiding Als startende ondernemer zal je een keuze moeten maken uit verschillende rechtsvormen. Een aantal zaken is daarbij van belang. Start je alleen of ga je samenwerken met anderen? Wat wordt bij de samenwerking door de partijen ingebracht: arbeid, goederen, goodwill of geld? Ook de rol van het privé-vermogen en het type belastingen dat wordt geheven, zijn van invloed op die keuze. De meeste starters beginnen een eenmanszaak. Als er sprake is van een samenwerkingsverband, is de meest gekozen rechtsvorm een vennootschap onder firma (VOF). Er bestaan twee soorten rechtsvormen: organisatievormen zonder rechtspersoonlijkheid en rechtspersonen. Bij de organisatievorm zonder rechtspersoonlijkheid is er geen scheiding mogelijk tussen het vermogen van uw onderneming en je privé-vermogen. Voorbeelden van organisatievormen zonder rechtspersoonlijkheid zijn: - Eenmanszaak - Vennootschap onder firma - Commanditaire vennootschap Bij rechtspersonen gaat je aansprakelijkheid niet verder dan het bedrag dat je in de zaak hebt geïnvesteerd. Een voorbeeld hiervan is het besloten vennootschap (BV). In deze lesmodule vind je informatie over al de verschillende rechtsvormen.
1. Eenmanszaak Zoals de naam al zegt, is de eenmanszaak een bedrijf waarvan één persoon eigenaar is. Dat wil overigens niet zeggen dat er maar één persoon werkt in de zaak of dat er geen personeel werkzaam zou zijn. Oprichtingseisen Er gelden geen oprichtingseisen voor de eenmanszaak. Er hoeft geen akte te worden opgemaakt. Inschrijving van de eenmanszaak in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is wel verplicht. Aansprakelijkheid Voor de wet is er in de eenmanszaak geen onderscheid tussen privé-vermogen en zakelijk vermogen. Voor verplichtingen, die je als ondernemer in de eenmanszaak aangaat (bijvoorbeeld (ver) koop, (ver)huur, lease en arbeidscontracten) ben je met je vermogen (privé en zakelijk) aansprakelijk. Dus gaat het mis, dan is de kans groot dat je ook bijvoorbeeld de opbrengst van je koophuis en inventaris bij je schuldeisers kunt inleveren. _Ben je getrouwd, dan is het belangrijk of je in gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden bent gehuwd. In het eerste geval heb je met je partner een gezamenlijk vermogen en vallen ook zijn of haar bezittingen onder de aansprakelijkheid. Als je huwelijkse voorwaarden laat opstellen, kun je de aansprakelijkheid op de bezittingen van je partner beperken of zelfs uitsluiten. Mits je goed bij blijft houden welke bezittingen van welke partner zijn. Belasting De eenmanszaak is geen rechtspersoon en de onderneming hoeft dus geen inkomsten-belasting of vennootschapsbelasting betalen. De inkomstenbelasting moet door jezelf worden betaald over de behaalde winst in je zaak. 2. Vennootschap onder Firma De Vennootschap Onder Firma (VOF) heeft - in tegenstelling tot de eenmanszaak -meerdere eigenaren (vennoten of firmanten genaamd). Oprichtingseisen Aan de oprichting van een VOF worden geen bijzondere eisen gesteld. Hoewel het niet verplicht is een firma- of vennootschapscontract op te (laten) maken, is het raadzaam afspraken over verantwoordelijkheden en bevoegdheden en winstverdeling schriftelijk vast te (laten) leggen. Dit kan eventueel bij de notaris. Net als de eenmanszaak moet een VOF worden ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Aansprakelijkheid De vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk. Als de VOF haar verplichtingen niet nakomt, is iedere vennoot met zijn privé-vermogen voor 100 procent aansprakelijk, ook als deze schulden door een andere vennoot zijn aangegaan. Net zoals bij de eenmanszaak kan het verstandig zijn door de notaris huwelijkse voorwaarden te laten opstellen. De VOF heeft een zogenoemd afgescheiden vermogen. Dit houdt in dat de privé-schuldeisers van een vennoot geen verhaal hebben op het vennootschappelijke vermogen van de overige vennoten.
Belasting De vennoten in een VOF betalen zelf inkomstenbelasting over ieders deel van de winst. Over de omzet van de VOF moet omzetbelasting worden betaald. 3. Besloten vennootschap De Besloten Vennootschap is een rechtspersoon, waardoor de risico s van hoofdelijke aansprakelijkheid worden beperkt. Oprichting Bij de oprichting moet een BV een kapitaal hebben van 18.000,-. Het kapitaal wordt verdeeld in aandelen. Deze zijn niet overdraagbaar en 'staan op naam', dus ze kunnen niet aan een ander worden verkocht. Voor het oprichten van een BV moet de notaris een akte opmaken. Ook moet het ministerie van Justitie een verklaring van geen bezwaar opmaken. Het ministerie onderzoekt of de oprichter(s) betrokken zijn geweest bij faillissementen of vermogensdelicten en zij controleert de doelstelling van het op te richten bedrijf. Ook de BV moet worden ingeschreven in het handelsregister. Aansprakelijkheid Je kan niet meer geld verliezen dan het bedrag dat je in je BV hebt gestoken. Er is echter een 'maar': Voor schulden ontstaan door wanbeleid kan je wél persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Belasting Net als bij de eenmanszaak is de BV omzetbelastingplichtig (BTW-plichtig). Er wordt van de BV vennootschapsbelasting geheven over de winst. Als de eigenaren ook werknemer zijn dan wordt over het loon loonbelasting ingehouden. De aandeelhouders betalen zelf de inkomstenbelasting over hun inkomsten. _ Als je als aandeelhouder van een BV meer dan 5 procent van de aandelen bezit, wordt dit aanmerkelijk belang genoemd. De inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividend en winst door eventuele verkoop van aandelen, worden in het nieuwe belastingstelsel belast in box 2 met 25 procent. 4. Een goede (bedrijfs)naam kiezen Iedere starter móet een naam bedenken voor zijn zaak. Belastingdienst en Kamer van Koophandel verwachten dat namelijk van je. Het lijkt simpel, maar het is best lastig om een pakkende naam te verzinnen. Want je moet over het algemeen lang doen met zo n naam. Hieronder een aantal tips, die je kunt gebruiken bij het bedenken van je bedrijfsnaam.
Kort en krachtig Kies voor een krachtige naam. Eentje die blijft hangen en die gemakkelijk is te onthouden. Dat laatste wordt door de opkomst van internet steeds belangrijker. Het is wel zo handig als mensen gelijk de naam kunnen intikken, via de telefoon of in televisie- en/of radioreclames. Wees duidelijk Zeg met je bedrijfsnaam wat je doet. Reclamemakers laten als geen ander zien hoe het niet moet met onduidelijke en onuitspreekbare afkortingen. Passende naam Kies een naam die bij jou en je activiteiten past. De naam is natuurlijk wel een eerste indruk en een visitekaartje. Juridische eisen aan een naam Als je vindt dat de naam definitief geschikt is voor je bedrijf, wil dat nog niet zeggen dat je die naam daadwerkelijk mag gebruiken. De bedrijfsnaam moet aan een aantal eisen voldoen. Volgens de Handelsnaamwet mag een bedrijfsnaam geen verwarring veroorzaken. Het is dus verboden om een handelsnaam te gebruiken die al door een ander wordt gebruikt of die daar veel op lijkt. Hierbij spelen de vestigingsplaats en de activiteiten eveneens een rol. De gekozen handelsnaam mag evenmin in strijd zijn met bestaande merken. Als je van plan bent om je notenbar te voorzien van de naam 'Calvé' kun je best eens een groot probleem krijgen met Unilever, de rechtmatige eigenaar van deze merknaam. Het Benelux Merkenbureau in Den Haag of het Europees Merkenbureau in het Spaanse Alicante kunnen uitzoeken of jouw potentiële handelsnaam in strijd is met bestaande merken. 5. Belastingen Belastingen zijn voor ondernemers een lastig onderwerp. Maak daarom voordat je daadwerkelijk begint met je bedrijf een afspraak bij de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft specialisten in dienst, die startende bedrijven begeleiden. Op starterspreekuren leggen zij uit waar je aan moet voldoen en hoe je je kunt voorbereiden op de start van jouw onderneming. Je moet het formulier "Opgaaf gegevens startende onderneming" invullen. Dit formulier is ook te downloaden via de website van de Belastingdienst. Je moet dit formulier ingevuld en ondertekend terugsturen naar het Belastingkantoor in jouw regio. De Belastingdienst beoordeelt per geval of er sprake is van ondernemerschap en welke belastingen van toepassing zijn. Voor de BTW gelden andere criteria dan voor de inkomstenbelasting. Het is mogelijk dat je wél ondernemer bent voor de BTW, maar niet voor de inkomstenbelasting. Als je bijvoorbeeld als eenmanszaak een dienst of een product levert waarvoor je BTW-plichtig bent, dan betaal je wel BTW maar als ondernemer geen inkomstenbelasting. De inkomstenbelasting betaal je dan als privepersoon. Kijk hieronder ook naar het stukje tekst over de BTW.
Startende ondernemers krijgen overigens meestal bezoek van een medewerker van de Belastingdienst. Deze bezoeken hebben vaak een voorlichtend karakter en zijn bedoeld om je te helpen bij het opzetten van je administratie. Inkomstenbelasting Inkomstenbelasting moet je betalen aan de belastingdienst over je inkomsten (je loon, dividend op je aandelen en eventueel renteopbrengsten), hiervan mag je bv de rente die je moet betalen over je leningen of hypotheek aftrekken. Als ondernemer heb je recht op een aantal extra aftrekposten. Daar wil je natuurlijk gebruik van maken. Let op: de Belastingdienst onderzoekt eerst of je daadwerkelijk ondernemer bent. Als je als ondernemer wordt aangemerkt, heb je recht op een aantal extra aftrekposten. Namelijk: - Kleinschaligheidsaftrek; - Zelfstandigenaftrek; - Starteraftrek; - Meewerkaftrek; - Fiscale Oudedags Reserve. BTW (Belasting Toegevoegde Waarde) BTW wordt ook wel omzetbelasting genoemd. Het is belasting die ingehouden wordt op verkochte producten. De betaalde belasting (BTW) mag worden afgetrokken van het te betalen bedrag. Het is belasting die door alle ondernemers moet worden geïnd bij de klant en moet worden betaald aan de belastingdienst. Het algemene BTW-tarief is 19%. Dit tarief geldt voor de meeste goederen en diensten.het verlaagde tarief is 6%. Dit tarief geldt in het algemeen voor: eten en drinken, behalve alcoholhoudende dranken; agrarische producten en diensten; geneesmiddelen; verkoop en verhuur van boeken, dagbladen en tijdschriften; braille-artikelen voor persoonlijk gebruik door blinden; personenvervoer; verhuur van vakantiewoningen en kampeerplaatsen; toegang tot culturele en sportieve evenementen (musea, concerten, sportwedstrijden); optredens door uitvoerende kunstenaars; diensten door kappers; herstellen van kleding, schoenen en fietsen; schilderen en stukadoren van woningen ouder dan 15 jaar; geven van gelegenheid tot sportbeoefening. Het 0%-tarief geldt voor ondernemers die zaken doen met het buitenland. In feite bereken je dus geen BTW. Ook over de verkoop van tabaksproducten hoef je geen BTW te berekenen. De fabrikant of de importeur heeft de BTW namelijk al afgedragen, tegelijk met de accijns. Als je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting, ben je automatisch ook ondernemer voor de BTW. De BTW die je ontvangt van je klanten moet je afdragen aan de belastingdienst. De
BTW die je zelf hebt betaald aan je leveranciers, mag je daarvan aftrekken. Er zijn ook goederen en diensten vrijgesteld van BTW. Bijvoorbeeld: diensten door sportverenigingen aan hun leden, kinderopvang, thuiszorg enz. Er zitten voor- en nadelen aan het betalen van omzetbelasting. Je kan de in rekening gebrachte BTW terugvragen bij de Belastingdienst. Zeker in de startfase van de onderneming is dit vaak voordelig. Nadeel is dat je een administratie moet bijhouden en aangifte moet doen. Loonbelasting Als je personeel in dienst neemt, moet je van alles regelen. Je betaalt loonheffing en premies voor werknemersverzekeringen. Bovendien moet je het personeel aanmelden bij het ziekenfonds en een Arbo-dienst inschakelen. De loonheffing bestaat uit loonbelasting en premies voor de volksverzekeringen. De volksverzekeringen zijn: de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Algemene Nabestaandenwet (ANW), de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De loonheffing die je inhoudt op het loon van je werknemer, draag je periodiek af aan de Belastingdienst. Hiervoor moet je aangifte doen. Het te betalen bedrag geef je aan op de Aangifte loonbelasting/premie volksverzekeringen en je betaalt de verschuldigde loon- en eindheffing. De Belastingdienst stuurt je het aangiftebiljet enkele dagen voor het einde van de periode waarover de loonheffing moet worden betaald. Vennootschapsbelasting Als je een BV start, moet de zaak vennootschapsbelasting betalen over de fiscale winst. Het tarief voor de vennootschapsbelasting is over de eerste 22.600,- van het belastbare bedrag 27 procent en over de rest 31,5 procent. Voor de BTW is de BV ondernemer. Als directeur-grootaandeelhouder betaal je doorgaans inkomstenbelasting in box 1 en 2. Het salaris van een directeur valt net als dat van andere werknemers in box 1. Wanneer je jezelf een ongebruikelijk laag salaris laat betalen, kan de Belastingdienst uitgaan van een "gebruikelijk loon". Voor een directeur-grootaandeelhouder is dit meestal 38.118. Iemand die voor 5% of meer direct of indirect aandeelhouder is van een vennootschap, is aandeelhouder met een aanmerkelijk belang. Over dividenduitkeringen aan aanmerkelijk belanghouders wordt 25% belasting geheven in Box 2. Een BV komt niet in aanmerking voor ondernemersaftrek waaronder zelfstandigenaftrek, startersaftrek en meewerkaftrek.
6. Werknemersverzekeringen Premies voor werknemersverzekeringen, zoals de Werkloosheidswet (WW) en de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) betaal je aan het UWV. Hiervoor krijg je een voorschotnota of een definitieve nota, waarop de betaaltermijnen staan vermeld. Het is belangrijk in je zakelijke uitgaven rekening te houden met deze nota s. 7. De valkuil Vergeten geld te reserveren voor onverwachte verplichtingen Als na de start van een onderneming de verkoop op gang begint te komen, raken veel ondernemers in een optimistische stemming. Het verdiende geld wordt enthousiast uitgegeven of teruggeïnvesteerd in het bedrijf. Als de eerste belastingaanslagen in de bus vallen - en die kunnen een hele tijd op zich laten wachten - komt de kater. Vaak gaat het om aanslagen over lange perioden en dus om grote bedragen. Zo groot soms dat een ondernemer de aanslag niet kan betalen en moet sluiten. 8. Ondernemingsplan De onderwerpen behandeld in deze lesbrief komen voor in deel 4 van het ondernemingsplan en de Organisatie. Het gaat om formele zaken en alles wat je moet regelen om het bedrijf soepel te laten lopen. - Voor welke rechtsvorm kies je en waarom? - Hoe zit het met de aansprakelijkheid die bij deze rechtsvorm hoort? - Hoe zit het met mijn bedrijfsnaam? Is het geregistreerd? - Heb je je aangemeld bij de belastingsdienst? - Heb je het formulier "Opgaaf gegevens startende onderneming" al ingevuld en opgestuurd? - Hoe zit het met de BTW? - Heb je geld gereserveerd voor onverwachte verplichtingen?