Plan van Scholen 2014-2016 De gemeente Waterland heeft een aanvraag ontvangen van stichting De Verwondering. Deze stichting wil een school voor Algemeen Bijzonder Onderwijs starten in de gemeente Waterland. Een nieuwe basisschool kan alleen in aanmerking komen voor bekostiging door het Rijk als deze is opgenomen in het Plan van Scholen. Dit is een overzicht van nieuw op te richten scholen in een gemeente. Het Plan van scholen wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Procedure De aanvraag moet op grond van de Wet op het primair onderwijs (verder te noemen:wpo) door het schoolbestuur vóór 1 februari zijn ingediend bij de gemeente. Vóór 1 maart laat de gemeente weten of zij van het schoolbestuur aanvullende informatie verlangt. Vóór 1 april moet het schoolbestuur de aanvullende gegevens verstrekken. Gebeurt dit niet, dan wordt het verzoek buiten behandeling gelaten. Het schoolbestuur moet op grond van artikel 75, lid 1 Wpo specifieke informatie aanleveren: Een prognose van het te verwachten aantal leerlingen; Een beschrijving van het voedingsgebied (het gebied, vastgesteld door de prognose opsteller, waaruit minimaal 70% van de leerlingen van de school afkomstig is); Een aanduiding van de plaats in de gemeente waar het onderwijs moet worden gegeven; Datum van ingang van de bekostiging; De school moet voldoen aan de stichtingsnorm; De gemeenteraad stelt voor 1 augustus het Plan van Scholen vast. Binnen twee weken na de vaststelling van het Plan wordt het ter goedkeuring aan de minister van OCenW gestuurd. Binnen dezelfde termijn wordt het Plan aan de verzoeker gestuurd, met vermelding van de datum waarop het ter goedkeuring aan de minister is gezonden. De minister beslist vóór 1 januari van het daaropvolgende jaar of het Plan van Scholen wordt goedgekeurd of niet. Het Plan wordt steeds voor drie achtereenvolgende schooljaren vastgesteld. Tegen het besluit van de minister kunnen schoolbesturen of de gemeenteraad in beroep gaan bij de minister. De bekostiging van een school kan pas beginnen, als de school voorkomt op het Plan van Scholen van de gemeente waar men de school wil vestigen, en dat door de minister is goedgekeurd. Het Plan bestrijkt drie achtereenvolgende schooljaren die volgen op het jaar van de vaststelling, en vermeldt in ieder geval de school/scholen die bij de aanvang van het eerste schooljaar van de planperiode voor bekostiging in aanmerking komen. Daarnaast wordt gemotiveerd onderbouwd waarom aangevraagde scholen niet op het Plan zijn opgenomen. De bekostiging van een nieuwe school kan alleen starten op 1 augustus. Beoordeling De stichting De Verwondering heeft op 22 januari 2013 een aanvraag ingediend om een algemeen bijzondere school op het Plan van Scholen 2014-2016 op te laten nemen. De aangevraagde ingangsdatum bekostiging door het Rijk is 1 augustus 2014. Het voedingsgebied van De Verwondering is de gemeente Waterland. De fysieke vestigingsplaats wordt de kern Monnickendam. De aanvraag is tijdig ingediend met alle noodzakelijke informatie. Op 27 februari 2013 is dit schriftelijk meegedeeld aan betrokkenen. Om op het Plan van Scholen te komen, moet een schoolbestuur aantonen dat voldoende leerlingen de school gaan bezoeken. Dit gebeurt op grond van een leerlingenprognose. Het aantal leerlingen moet minimaal de stichtingsnorm zijn. Voor Waterland is de stichtingsnorm vastgesteld op 200 leerlingen. Dit aantal leerlingen moet binnen vijf jaar op de school aanwezig zijn en dit moet gedurende 15 jaar in elk geval zo blijven. 1
Als er binnen de gemeente van vestiging van de te stichten school geen andere school van dezelfde denominatie (algemeen bijzonder) aanwezig is, moet het schoolbestuur de aanvraag onderbouwen met een prognose op basis van het belangstellingspercentage van een vergelijkbare gemeente. Bij deze aanvraag is gekozen voor een vergelijking met de gemeente Landsmeer. Bij het bepalen van een vergelijkbare gemeente moet niet alleen naar het bevolkingsaantal worden gekeken, maar er moet ook uitgebreid onderzoek zijn gedaan naar geografische ligging, leerlingdichtheid en de te verwachten demografische samenstelling van de bevolking. De gemeente moet bij haar beoordeling een aantal zaken onderzoeken: Is er sprake van een richting; Is de prognose op de juiste manier opgesteld. Is de gekozen gemeente voor de vergelijking werkelijk vergelijkbaar; Is het belangstellingspercentage op de juiste manier toegepast; Is bij de vaststelling van het voedingsgebied gekeken naar een redelijke afstand tussen huis en school; Richting Het schoolbestuur moet bij de aanvraag aangeven of er een basisschool gestart wordt op basis van een richting. Alleen basisscholen die vallen onder een erkende richting komen voor bekostiging in aanmerking. Stichting De Verwondering heeft aangegeven een school te willen starten op algemeen bijzondere grondslag. Algemeen Bijzonder is een erkende richting. De gekozen richting blijkt ook uit de statuten die Stichting De Verwondering heeft aangeleverd. De grondslag van de te stichten basisschool is een erkende richting. Prognose Stichting De Verwondering heeft bij de aanvraag de vereiste prognose ingediend. Het gebruikte prognosemodel (VSWO-model) voldoet aan de eisen, zoals opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (Regeling modelprognose primair onderwijs 2009) voor de huisvestingsprognoses. De prognose is overgenomen in tabel 1. De cijfers die de gemaakte prognose oplevert, zijn in de 2 e regel gecorrigeerd met 2% voor uitstroom naar bijvoorbeeld andere vormen van onderwijs (speciale school voor basisonderwijs, speciaal onderwijs). Dit percentage is vrij laag. Het werkelijke percentage ligt rond de 5% (jaarverslag leerplicht 2011-2012). Ook in de Modelprognose 2001 wordt uitgegaan van een werkelijke deelname van 95%. In de derde rij zijn de aantallen opgenomen die bij een deelname van 95% horen. In de onderste regel zijn ter vergelijking de (huisvestings)prognoses opgenomen die wij zelf hebben laten maken voor de reguliere scholen in Waterland. Om een vergelijking van de cijfers mogelijk te maken, zijn de cijfers over een periode van 16 jaar opgenomen. Bij de aanvraag is een prognose van 20 jaar gevoegd, zoals gevraagd. Tabel 1 VSWOmodel 1647 1605 1535 1475 1421 1375 1327 1301 1270 1244 1241 1255 1264 1271 1296 1310 2% 1614 1573 1505 1446 1392 1347 1300 1275 1244 1219 1216 1230 1239 1246 1270 1284 PVGpromodel 5% 1565 1525 1458 1401 1349 1306 1261 1236 1207 1182 1179 1192 1201 1207 1231 1245 1522 1466 1450 1435 1397 1361 1323 1290 1265 1253 1240 1230 1222 1219 1216 1220 In de vergelijking van de cijfers valt wel op dat in het VSWO-model wordt uitgegaan van een dip in de leerlingaantallen, gevolgd door groei. In onze prognoses (PVGpro) is rekening gehouden met de werkelijke woningbouwgegevens. In Waterland kan maar beperkt worden gebouwd. In deze prognoses is vooral een daling gezien. 2
De ingediende prognose gaat uit van landelijk geregistreerde gegevens (PRIMOS). Deze registratie voldoet aan de wettelijke eisen. De prognoses voldoen aan de eisen, maar gezien de verschillen tussen beide prognoses, maken wij in de volgende paragrafen ook een vergelijking met de PVGpro-prognose. Vergelijkbare gemeente In de Wpo wordt de term vergelijkbaar niet ingevuld. Uit de Memorie van Toelichting valt te lezen dat is gesproken over leerlingdichtheid, aantal inwoners en regionale ligging. Uit jurisprudentie blijkt dat ook de bevolkingssamenstelling een rol kan spelen. Bij de aanvraag zijn basisgegevens van Waterland vergeleken met gegevens van de gemeente Landsmeer. De gegevens zijn gebaseerd op de PRIMOS basisgegevens en voldoen daarmee aan de eisen die gesteld worden aan deze gegevens. Hoewel deze gegevens kunnen afwijken van de werkelijke gegevens zoals die in onze gemeente zelf geregistreerd worden, heeft het Rijk aangegeven dat de aanvrager bij de vergelijking uit mag gaan van de PRIMOS gegevens (Regeling modelprognose primair onderwijs 2009). In de aanvraag is gekozen voor Landsmeer als vergelijkbare gemeente. De twee gemeenten zijn vergelijkbaar in geografische ligging. Beide gemeenten zijn weinig stedelijk en bestaan uit meerdere kernen. De gemeente Waterland beslaat een groter gebied, heeft meer inwoners en een grotere woningvoorraad. Het aantal inwoners per woning (gemiddeld woningbezettingscijfer) is hetzelfde. De twee gemeenten kennen een vergelijkbare bevolkingsopbouw. De leerlingdichtheid is in Waterland veel lager dan in Landsmeer. Landsmeer heeft vijf basisscholen in de plaats Landsmeer en één basisschool in Den Ilp. Waterland heeft tien basisscholen verspreid over zes kernen. Als de leerlingdichtheid van de plaats Landsmeer vergeleken zou worden met de leerlingdichtheid in Monnickendam, verwachten wij een vergelijkbaar cijfer. Wij beschouwen de gemeente Landsmeer als een vergelijkbare gemeente. Belangstellingspercentage In Waterland is geen school van dezelfde denominatie (algemeen bijzonder) aanwezig. Dit betekent dat het schoolbestuur de aanvraag kan onderbouwen met een prognose op basis van het belangstellingspercentage van een vergelijkbare gemeente. Het schoolbestuur is op basis van geografische ligging, leerlingdichtheid en de te verwachten demografische samenstelling van de bevolking op een vergelijking met de gemeente Landsmeer gekomen. In Landsmeer is een algemeen bijzondere school gevestigd (Montessori onderwijs). Op basis van de leerlingenaantallen per 1 oktober 2012 is het belangstellingspercentage voor het algemeen bijzonder onderwijs vastgesteld op 20,8% (225 leerlingen op een totaal aantal leerlingen van 1081 in de gemeente Landsmeer). Op basis van dit belangstellingspercentage en het gecorrigeerd aantal leerlingen in de prognose kan de belangstelling voor een algemeen bijzondere school in Waterland worden vastgesteld. In onderstaande tabel is in de eerste rij de prognose van de leerlingaantallen gegeven bij een uitstroom van 2% zoals opgenomen in de aanvraag. In de tweede rij is uitgegaan van een uitstroom van 5%, een aantal dat reëler lijkt. In de derde rij is uitgegaan van onze eigen prognosegegevens. Tabel 2 PVGpromodel 2% 336 327 313 301 290 280 270 265 259 254 253 256 258 259 264 267 5% 326 317 303 291 281 272 262 257 251 246 245 248 250 251 256 259 317 305 302 298 291 283 275 268 263 261 258 256 254 254 253 254 3
Conclusie Uitgaande van het belangstellingspercentage zijn berekeningen gemaakt op basis van beide prognosemodellen. Hoewel onze prognoseberekeningen op lagere leerlingaantallen komen, blijft de geprognotiseerde belangstelling in alle berekeningen boven de stichtingsnorm van 200 leerlingen gedurende een periode van 15 jaar. Redelijke afstand Het schoolbestuur hanteert als beoogd voedingsgebied de gemeente Waterland. De gemeente moet bij de beoordeling meewegen of er binnen een redelijke afstand een school is van dezelfde denominatie (algemeen bijzonder) en voor wie op die school plaatsruimte aanwezig is (artikel 78 Wpo). In de wet is geen maatstaf opgenomen voor een redelijke afstand. Vroeger werd een afstand van drie kilometer gebruikt. Dit is vervangen door het begrip redelijke afstand, omdat dit te star was. De redelijke afstand is niet alleen maar een hemelsbreed gemeten gegeven, maar kan bijvoorbeeld ook beïnvloed worden door infrastructurele belemmeringen. De redelijke afstand moet daarom door de gemeente zelf geïnterpreteerd worden en is afhankelijk van de plaatselijke situatie. De gemeente Waterland bestaat uit meerdere kernen. Sommige kernen liggen dichter bij de gemeentegrenzen, dan bij de kern Monnickendam, de plaats waar de nieuwe school zich wil vestigen. De vraag is dan of er niet een school van dezelfde denominatie is die dichter bij is. In de omliggende gemeenten zijn een aantal scholen van dezelfde denominatie 1. Dit zijn de volgende scholen: De Montessorischool in Landsmeer; Het Montessori Onderwijs Purmerend; De Waterlandschool voor Vrijeschoolonderwijs te Purmerend; De Nieuwe School, basisschool voor Jenaplanonderwijs in Edam. Als redelijke afstand stellen wij voor uit te gaan van 6 kilometer. Deze afstand sluit aan bij de afstand die in de Wpo wordt gehanteerd voor het leerlingenvervoer. Ouders moeten op grond van artikel 4 van de Wpo zelf zorg dragen voor (de kosten van) vervoer tussen huis en school als de afstand minder is dan zes kilometer. Bij de berekening van de afstand van huis naar bovengenoemde scholen is een berekening gemaakt vanuit de dichtstbijzijnde kern. Dit betekent dat er voor de scholen in Landsmeer en Purmerend is gerekend vanuit een centraal punt in de kern Ilpendam (Gruttostraat). Voor de berekening van de afstand naar de school in Edam is gerekend vanuit een centraal punt in de kern Monnickendam (scholeneiland Pierebaan). Om een vergelijking te kunnen maken, is vanuit een centraal punt in Ilpendam gekeken naar de afstand naar een centraal punt in Monnickendam. Bij de berekening is via een routeplanner (Anwb-routeplanner) zowel gekeken naar de snelste afstand per auto, als de afstand per fiets. Hieronder de resultaten. 1. Ilpendam Montessorischool Landsmeer: 11,0 km. per auto, 7,7 km. per fiets; 2. Ilpendam Montessorischool Purmerend: 6,1 km. per auto, 4,8 km. per fiets; 3. Ilpendam Waterlandschool Purmerend: 4,5 km. per auto, 4,2 km. per fiets; 4. Monnickendam De Nieuwe School Edam: 8,3 km. per auto, 9,7 km. per fiets; Ter vergelijking: De afstand Ilpendam Monnickendam bedraagt: 9,3 km. per auto en 8,4 km. per fiets. Uit deze berekeningen valt op te maken dat vanuit de kern Ilpendam eerder gekozen zal worden voor een school in Purmerend van dezelfde denominatie. De afstand Ilpendam - Monnickendam 1 Onder deze denominatie vallen ook de oecumenische scholen. Deze scholen zijn in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. 4
is ruim boven de zes kilometer. Als we uitgaan van een redelijke afstand van zes kilometer, moeten bij de berekening van de belangstelling de leerlingen uit Ilpendam buiten beschouwing blijven 2. Consequenties De scholen in Ilpendam kennen een belangstellingspercentage van 95,8% in 2014 tot 93,8% in 2029. Tabel 3 leerlingaantal belangst. Percentage belangst. Perc. 20,8% 190 182 179 181 181 181 179 178 179 182 184 187 189 192 197 200 95,8 94,8 93,8 93,8 93,8 93,8 93,8 93,8 93,8 93,8 93,8 93,8 93,8 93,8 93,8 93,8 100% 198 192 191 193 193 193 191 190 191 194 196 199 201 205 210 213 41 40 40 40 40 40 40 39 40 40 41 41 42 43 44 44 Als we deze aantallen in mindering brengen op de aantallen zoals vermeld in tabel 2 geeft dit de volgende resultaten: Tabel 4 PVGpro- model 2% 294 287 273 261 249 240 231 226 219 213 212 214 216 217 220 223 5% 284 277 264 251 240 232 223 218 211 205 204 206 208 208 212 215 275 265 262 258 250 243 235 229 223 220 217 214 212 211 209 209 Uitgaande van een redelijke afstand van zes kilometer kunnen de leerlingaantallen uit de kern Ilpendam buiten beschouwing worden gelaten. Als we deze aantallen in mindering brengen op de geschatte leerlingaantallen in de nieuwe school (tabel 2), blijven de aantallen boven de stichtingsnorm. Ook als de kern Ilpendam buiten beschouwing wordt gelaten is er voldoende belangstelling te verwachten vanuit de rest van het voedingsgebied om de stichtingsnorm te halen. Slot Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat voor het Plan van Scholen 2014-2016, de aanvraag van stichting De Verwondering om een algemeen bijzondere school te mogen stichten, moet worden toegewezen op basis van de aangeleverde informatie en de toetsing van deze gegevens door de gemeente. 2 Bij beide scholen in Purmerend is voor zover bekend geen leerlingenstop. We gaan er bij de berekeningen vanuit dat er voldoende plaatsruimte is bij deze scholen. 5