Modulebeschrijving Families First Spoedeisend
INDE Samenvatting 3 A. Modulebeschrijving: probleem, doelgroep, doel, aanpak, materialen en uitvoering 4 1. Risico- of probleemomschrijving 4 2. Doel van de module 4 3. Doelgroep van de module 4 4. Aanpak van de module 5 5. Materialen en links 6 B. Onderbouwing van de module 7 6. Verantwoording: doelgroep, doelen en aanpak 7 7. Samenvatting onderbouwing 8 8. Randvoorwaarden voor uitvoering en kwaliteitsbewaking 8 9. Onderzoek naar de uitvoering van de module 10 C. Effectiviteit 11 10. Nederlandse effectstudies 11 11. Buitenlandse effectstudies 13 D. Overige informatie 14 12. Toelichting op de naam van de module 14 13. Uitvoering (uitvoerende en/of ondersteunende organisaties en partners) 14 14. Overeenkomsten met andere modules 14 Bijlage CAP-J classificatieoverzicht (assen en rubrieken) Module Families First - Spoedeisend Pagina 2/19
SAMENVATTING Doel Het doel van Families First is om het gezin bij elkaar te houden en te voorkomen dat één of meer kinderen/jongeren uit huis worden geplaatst. Om uithuisplaatsing te voorkomen wil Families First ervoor zorgen dat de veiligheid van de kinderen/jongeren in het gezin gewaarborgd is. Doelgroep Families First is een vorm van hulpverlening aan gezinnen die in een crisissituatie verkeren en waarbij één of meer kinderen/jongeren in de leeftijd van 0 tot 18 jaar uit huis geplaatst dreigen te worden. Aanpak De hulp van Families First duurt maximaal vier weken. In de eerste twee weken komt vier à vijf keer per week een ambulant hulpverlener in het gezin. In de laatste twee weken volgt afbouw van frequentie. Deze ambulant hulpverlener is gedurende de eerste drie dagen 24 uur per dag bereikbaar voor het gezin. Daarna is de bereikbaarheid na kantoortijd geregeld via de Bereikbaarheidsdienst die waar gewenst kan doorschakelen naar de dienstdoende ambulant hulpverlener. De hulp sluit aan bij de behoeften van het gezin en is gericht op het versterken van datgene wat goed gaat. De aanpak is ingedeeld in fasen en doelgericht. De eerste twee weken zijn gericht op het bezweren van de crisis, waar nodig het verlenen van praktische en materiële hulp en het verbeteren van de veiligheidssituatie voor de kinderen/jongeren. Tevens wordt een begin gemaakt met het versterken en uitbreiden van de krachten van de gezinsleden. Na twee weken worden doelen en plan van aanpak zo nodig bijgesteld. In de volgende twee weken ligt het accent op het versterken van het sociale netwerk van het gezin. De praktische en materiële hulp wordt afgebouwd opdat het gezin zoveel mogelijk weer zelfstandig de taken van het dagelijkse leven oppakt. Een ander belangrijk onderdeel van deze fase is het starten van vervolghulp. Na vier weken kan de hulp met maximaal twee keer één week worden verlengd. Na afsluiting van Families First vindt één follow-up bezoekplaats, waarbij de ambulant hulpverlener nagaat hoe het gezin functioneert. Als blijkt dat er in de tussenliggende periode problemen ontstaan zijn, heeft de ambulant hulpverlener de mogelijkheid om in maximaal drie contacten eerder geleerde vaardigheden op te frissen en ondersteuning te bieden bij het oplossen van problemen. Materiaal De methodiek is beschreven in een handleiding voor ambulant hulpverleners. Er is ook een handleiding voor leidinggevenden. Onderzoek Uit veranderingsonderzoek naar de effectiviteit van Families First blijkt dat risicokinderen in meerderheid bij beëindiging van de hulp nog thuis wonen, ook na een follow-up van drie, zes en twaalf maanden. Er zijn positieve effecten gemeten op het functioneren van kinderen en gezinnen, en op de ervaren opvoedingsbelasting van moeders. Amerikaans onderzoek naar Homebuilding (waarop Families First is gebaseerd) en Nederlands onderzoek naar Families First voor licht verstandelijk gehandicapte jongeren en hun gezinnen laten eveneens positieve effecten zien op het voorkomen van uithuisplaatsing. Module Families First - Spoedeisend Pagina 3/19
A. MODULEBESCHRIJVING: PROBLEEM, DOELGROEP, DOEL, AANPAK, MATERIALEN EN UITVOERING 1. Risico- of probleemomschrijving Kenmerken risico of probleem In gezinnen waar uithuisplaatsing van één of meer kinderen/jongeren dreigt, loopt de veiligheid van de kinderen/jongeren gevaar, omdat aan één of meerdere criteria voor veiligheid onvoldoende voldaan wordt. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende criteria: ruimte om op korte en langere termijn beschermd te wonen, regelmaat in het leven van alledag, waarborgen van de lichamelijke en psychische veiligheid, opvoeding gericht op leren en ontwikkeling, voldoende ondersteuning vanuit het sociale netwerk. Met risico of probleem samenhangende factoren De bedreiging van de veiligheid van het kind/de jongere hangt samen met tekortschietende opvoedingsvaardigheden van opvoeders. Daarnaast worden de opvoeders geconfronteerd met andere problemen (individuele problematiek, dagelijkse stress, relatieproblemen, praktische problemen) die het uitvoeren van opvoedingstaken bemoeilijken. Ook gedragsproblemen van het kind/de jongere kunnen de opvoeders voor specifieke problemen plaatsen, waarvoor hun vaardigheden tekortschieten. Beschermende factoren rond opvoeders, zoals het hebben van een steunend sociaal netwerk, zijn onvoldoende aanwezig of worden onvoldoende benut. 2. Doel van de module Het doel van Families First is te voorkomen dat één of meer kinderen/jongeren uit huis worden geplaatst. Om uithuisplaatsing te voorkomen wil Families First ervoor zorgen dat de veiligheid van de kinderen/jongeren in het gezin gewaarborgd is. 3. Doelgroep van de module 3.1 Voor wie is de module bedoeld? Families First is bedoeld voor gezinnen in een crisissituatie die zó ernstig is, dat er sprake is van dreigende uithuisplaatsing van één of meer kinderen/jongeren in de leeftijd van 0 tot 18 jaar. Dat is het geval als de veiligheid van één of meer kinderen/jongeren in het gezin ernstig wordt bedreigd. De gezinnen hebben veelal eerder minder intensieve vormen van hulp gehad, maar dezen hebben niet geleid tot de gewenste resultaten en komen nu niet meer in aanmerking. De problemen die aanleiding vormen tot de voorgenomen uithuisplaatsing kunnen te maken hebben met één of meer vormen van kindermishandeling, zoals pedagogische of affectieve verwaarlozing of lichamelijke, geestelijke of seksuele mishandeling. Ook kan er sprake zijn van ernstige gedragsproblemen van het kind/de jongere alsook psychiatrische aandoeningen, verslavingsproblemtiek of schuldenproblematiek. De opvoeders kunnen psychische of relationele problemen hebben en/of sociaaleconomische problemen. 3.2 Prevalentie en spreiding De documentatie over de interventie bevat geen informatie over het vóórkomen van het probleem en/of verwijst ook niet naar een bron waar die informatie wel is te vinden. 3.2 Indicatie- en contra-indicatiecriteria Jeugdhulp Friesland biedt specialistische jeugdzorg op het gebied van opgroei- en opvoedingsproblemen, in de leeftijdscategorie 0 t/m 18 (met een uitloop tot 23) jaar. Kinderen, jongeren en hun ouders/opvoeders kunnen een beroep doen op Jeugdhulp Friesland. Dit doen zij als de normale ontwikkeling van het kind wordt belemmerd. Mogelijk is er sprake van psychosociale Module Families First - Spoedeisend Pagina 4/19
problemen, psychiatrische problemen, gezinsgerelateerde problemen, psychische problemen, gedragsproblemen of een combinatie daarvan. Kinderen en jongeren met een psychiatrische, zintuiglijke, lichamelijke en/of verstandelijke beperking die redelijk sociaal redzaam zijn, worden ook behandeld en/of opgevangen, als dit past binnen de behandelprogramma s en mogelijkheden van Jeugdhulp Friesland. We nemen ook jongeren op met een civielrechtelijke maatregel. In specifieke situaties worden kinderen met een strafrechtelijke maatregel behandeld (Gedragsbeïnvloedende maatregel). De door Jeugdhulp Friesland gehanteerde indicatiecriteria en contra-indicaties zijn uitgebreid beschreven in De Betekenis onder het hoofdstuk Doelgroepenbeleid. Deze folder is te downloaden op www.jeugdhulpfriesland.nl onder het tabblad Jeugdhulp Friesland. Voor de module Families First gelden naast de algemene indicatiecriteria en contra-indicaties de volgende specifieke indicaties en contra-indicaties. Indicaties er is sprake van een crisis; de opvoeders, het kind/de jongere en/of de verwijzer vinden dat het kind/de jongere uit huis moet; minstens één ouder is bereid om werkenderwijs uit te zoeken of het kind/de jongere toch thuis kan blijven wonen; de veiligheid van het kind/de jongere kan voldoende worden gewaarborgd. Contra-indicaties er is of dreigt een gevaarlijke situatie voor het kind/de jongere en/of de ambulant hulpverlener. 3.3 Toepassing bij migranten Families First wordt ook toegepast bij gezinnen met een allochtone achtergrond. De cultuur en de achtergrond wordt gerespecteerd rekening houdend met de veiligheid van de jeugdige. De interventie is echter niet speciaal ontwikkeld voor jongeren of gezinnen met een allochtone achtergrond. Het programma heeft ook geen speciale faciliteiten die bedoeld zijn om allochtone groepen in het bijzonder van dienst te zijn. Wel is een tolkentelefoon beschikbaar. 4. Aanpak van de module 4.1 Structuur en opbouw De werkperiode waarin de hulp van Families First plaatsvindt, is ingedeeld in een aantal te onderscheiden fasen. Gedurende de eerste drie dagen houdt de ambulant hulpverlener zich bezig met crisisinterventie, het opbouwen van een werkrelatie met het gezin en het verzamelen van informatie. De aanwezige competentie van de verschillende gezinsleden wordt geanalyseerd met behulp van het competentiemodel (Slot, 1988; Slot en anderen, 1996). De veiligheid in het gezin wordt getoetst om te beoordelen óf en in welke mate de kinderen/jongeren en/of de gezinswerker gevaar lopen en er wordt een analyse gemaakt van het sociale netwerk van het gezin. Dit alles resulteert in het opstellen van doelen en een eerste plan van aanpak. Hierbij worden de problemen die het gezin ervaart als invalshoek gekozen. De doelen moeten binnen 72 uur gesteld zijn om zo snel mogelijk te kunnen beginnen met het versterken en uitbreiden van de aanwezige capaciteiten en mogelijkheden (competentie) van de gezinsleden. Daarnaast is de ambulant hulpverlener via oplossingerichte interventie gericht op praktische en materiële oplossingen ingezet door de ouders/gezinsleden zelf, bijvoorbeeld wanneer er een tekort is aan eerste levensbehoeften. Vanaf de vierde dag begint de volgende fase: het werken aan de realisering van de doelen. Tijdens deze fase richt de ambulant hulpverlener zich met het gezin op competentievergroting en op het bieden van praktische en materiële hulp. Het doel hiervan is de veiligheid in het gezin en met name die van de kinderen/jongeren te vergroten en de crisis af te wenden. Rond de 16e dag, nadat zo'n twee weken aan de doelen van het eerste plan van aanpak gewerkt is, wordt het eerste plan van aanpak geëvalueerd. Nieuwe informatie of actuele problemen kunnen leiden tot nieuwe doelen, oude Module Families First - Spoedeisend Pagina 5/19
doelen kunnen worden bijgesteld of vervallen omdat ze bereikt zijn. Dit resulteert in het tweede plan van aanpak. De werkfase die daarop volgt, duurt totdat de geplande werkperiode van vier weken met het gezin voltooid is. Naast het werken aan de resterende doelen, ligt in deze fase het accent op het inzetten en betrekken van het netwerk rondom het gezin. De eventuele praktische en materiële hulp wordt afgebouwd; het gezin moet leren zoveel mogelijk zelfstandig de taken van het dagelijkse leven op te pakken. In deze fase is het van belang na te gaan of en welke vervolghulp in het voorliggende veld of bij een gespecialiseerde zorgaanbieder nodig is. Indien mogelijk en duidelijk wordt dit zo vroeg mogelijk met ouders en wijk- of gebiedsteam besproken om hier tijdig op te anticiperen. Na afsluiting van Families First vindt één follow-up bezoek plaats, waarbij de ambulant hulpverlener nagaat hoe het gezin functioneert. Als blijkt dat er in de tussenliggende periode problemen ontstaan zijn, heeft de ambulant hulpverlener de mogelijkheid om in maximaal drie contacten eerder geleerde vaardigheden op te frissen en ondersteuning te bieden bij het oplossen van problemen. 4.2 Duur De hulp van Families First is kortdurend en maximaal vier weken. 4.3 Frequentie Voor een periode van maximaal vier weken komt in de eerste twee weken vier à vijf keer per week een ambulant hulpverlener in het gezin. Daarna wordt de frequentie afgebouwd. Deze ambulant hulpverlener is de eerste drie dagen 24 uur per dag bereikbaar voor het gezin. Daarna is de Bereikbaarheidsdienst na kantoortijd beschikbaar die kan doorschakelen naar de dienstdoende ambulant hulpverlener. 4.4 Intensiteit Gemiddeld brengt de ambulant hulpverlener, in overleg met het gezin en afhankelijk van de hulpvraag, zo'n tien tot vijftien uur per week in het gezin door en wordt de hulp voor 25 procent van de tijd buiten kantooruren verleend. 4.5 Setting De hulp wordt uitgevoerd bij het gezin thuis. 5. Materialen en links De methodiek is beschreven in de handleiding voor ambulant hulpverleners (Spanjaard & Haspels, 2005). Module Families First - Spoedeisend Pagina 6/19
B. ONDERBOUWING VAN DE MODULE 6. Verantwoording: doelgroep, doelen en aanpak Verbinding risico/probleem, doelen en aanpak Families First is gebaseerd op het idee dat het mogelijk is om uithuisplaatsing te voorkomen en een veilige thuissituatie voor het kind/de jongere te realiseren door in een crisissituatie in het gezin gedurende korte tijd intensief te werken aan het versterken en uitbreiden van de aanwezige competentie (vaardigheden, kennis, mogelijkheden) van de gezinsleden. Men gaat ervan uit dat de crisissituatie zélf mogelijkheden tot verandering biedt teneinde het leven van alledag te normaliseren en de veiligheid te vergroten. Omdat Families First de crisis benut om veranderingen tot stand te brengen, is het belangrijk dat de hulpverlening zo snel mogelijk op gang komt. Kenmerkend voor Families First is dan ook de korte verwijzingsprocedure. Binnen 24 uur na aanmelding en acceptatie start de hulp. Families First hanteert geen wachtlijsten; er worden alleen aanmeldingen geaccepteerd op een moment dat er een ambulant hulpverlener binnen 24 uur beschikbaar is. Beïnvloedbare factoren De aanpak van Families First is gebaseerd op het competentie-, het systeem- en oplossingsgericht werken. Dat wil zeggen dat de veiligheid en de competentie van gezinsleden enerzijds vergroot worden door taakverlichting en het inzetten van het eigen netwerk van het gezin (voor zover aanwezig), en anderzijds doordat gezinsleden zich nieuwe vaardigheden en gedrag eigen maken. Taakverlichting en het activeren van het sociale netwerk moeten de gezinsleden in eerste instantie voldoende ruimte geven om deze vaardigheden te leren en nieuw gedrag te ontwikkelen, zodat het gezin later zelf weer in staat is de taken waar het voor staat uit te voeren. De nieuw te leren vaardigheden en gedragingen zijn er uiteindelijk op gericht het opvoedingsgedrag van de opvoeders zodanig te verbeteren dat de opvoeders het kind/de jongere of de kinderen/jongeren voldoende veiligheid kunnen bieden. Verantwoording De aanpak voor het leren van nieuw gedrag maakt gebruik van principes uit de volgende theorieën: 1. De operante leertheorie: Beloning van gedrag leidt tot versterking ervan: de persoon zal het vaker vertonen. Onaangename consequenties leiden tot afzwakking van gedrag: de persoon zal dat gedrag minder vaak vertonen. De ambulant hulpverlener leert de gezinsleden om te gaan met het belonen van gedrag en het vasthouden van passende consequenties. Ook leren ze onderscheid maken tussen gunstige en ongunstige gedragsstimuli. 2. De cognitieve leertheorie: Volgens deze theorie brengt de manier waarop iemand een gebeurtenis of situatie interpreteert (een cognitie) bepaalde gevoelens met zich mee. Deze gevoelens bepalen op hun beurt het gedrag. Door gezinsleden bewust te maken van hun cognities (interpretaties) en deze waar mogelijk en nodig te veranderen, wordt geprobeerd gevoelens en daardoor gedrag te veranderen. 3. De sociale leertheorie: Gedrag wordt geleerd op basis van modellen of voorbeelden van gedragingen uit de sociale omgeving. Families First benut dit uitgangspunt door personen uit de omgeving in te schakelen die een modelfunctie kunnen vervullen. ('Important other'). 4. De zelfmanagementtheorie. Deze theorie gaat ervan uit dat een persoon invloed op zijn omgeving uitoefent door zichzelf te versterken of af te zwakken. Bewustzijn hiervan impliceert zelfobservatie (het observeren van eigen gedrag) en zelfevaluatie (het vergelijken van het gedrag met een norm). De ambulant hulpverlener leert gezinsleden hun eigen gedrag te observeren, realistische normen te stellen en het eigen gedrag te versterken of af te zwakken door bijvoorbeeld innerlijke zelfspraak. Module Families First - Spoedeisend Pagina 7/19
5. De systeemtheorie: Deze biedt zicht op de wijze waarop de reacties in het gezin elkaar beïnvloeden en de patronen die hierin te ontdekken zijn, zodat onderlinge relaties in het gezin kunnen worden geanalyseerd en benut. De sociale netwerkbenadering biedt mogelijkheden om de ondersteuning vanuit het sociale netwerk van een gezin te vergroten. Bijvoorbeeld door systematisch na gaan welke personen in de omgeving van het gezin kunnen worden ingezet voor praktische en emotionele steun en waar uitbreiding nodig is (Spanjaard & Haspels, 2005; Slot & Spanjaard, 1996; Bakker, Berger, Jagers & Slot, 2000). De leertheoretische principes en interventies uit de genoemde theorieën worden concreet benut om de gezinsleden ander gedrag aan te leren en cognities en emoties te beïnvloeden waarmee ouderlijke vaardigheden versterkt worden en de veiligheid van de kinderen/jongeren in het gezin vergroot wordt. Naast het bovenstaande wordt ook het oplossingsgericht werken toegepast als onderdeel van het algemene handelingskader van Jeugdhulp Friesland. Erkenning Erkend door Panel Jeugdzorg op 6 september 2006. Oordeel: Theoretisch goed onderbouwd. Samenvatting werkzame factoren Uit onderzoek naar de effecten van programma s die zich richten op opvoeders in het kader van preventie van uithuisplaatsing (MacLeod & Nelson, 2001; Bartels, Schuursma & Slot, 2001; Bol, 2002) komen een aantal werkzame factoren naar voren, te weten: aansluiten bij wensen en behoeften van de cliënt; aansluiten bij en versterken van competenties van het gezin; kleine, praktische, concrete doelen; empowerment, op eigen kracht gerichte benadering; sociale steun; inschakelen van het sociale netwerk; gedragsmatig werken en flexibele inzet van strategieën en technieken; bevorderen van affectieve en positieve communicatie; bevorderen van ouderlijk toezicht; aandacht voor persoonlijke en relationele moeilijkheden, uitvoeren in meerdere contexten vervolghulp en nazorg. 7. Samenvatting onderbouwing Families First benut de crisis om veranderingen tot stand te brengen. De ambulant hulpverlener is meerdere malen per week in het gezin en 24 uur per etmaal bereikbaar. De ambulant hulpverlener is gericht op praktische hulp wanneer nodig om de draaglast te verminderen, richt zich op het aanleren en versterken van vaardigheden en zet indien beschikbaar en relevant het sociale netwerk van het gezin in. De aanpak sluit aan bij de wensen en de behoeften van de gezinsleden en is gericht op competentievergroting. 8. Randvoorwaarden voor uitvoering en kwaliteitsbewaking 8.1 Eisen ten aanzien van opleiding en begeleiding Families First medewerkers volgen een vijfdaagse basistraining en worden daarna ingewerkt op locaties door middel van een schaduwsysteem. De leidinggevende volgt een tweedaagse teamleidertraining (Berger, Portengen, Spanjaard & Heuven, 1998; Consortium Families First, 1996). 8.2 Eisen ten aanzien van overdracht en implementatie Er is een handleiding aanwezig voor ambulant hulpverleners en één voor leidinggevenden (Spanjaard & Haspels, 2005). Module Families First - Spoedeisend Pagina 8/19
8.3 Eisen ten aanzien van kwaliteitsbewaking Voor de uitvoering van Families First worden de volgende kwaliteitscriteria gehanteerd: het aangemelde gezin bevindt zich (1) in een acute crisis die ook door de gezinsleden (tenminste één gezinslid) als zodanig wordt ervaren en (2) waarbij sprake is van een dreigende uithuisplaatsing van één of meer kinderen/jongeren; binnen 24 uur na acceptatie door Families First vindt het eerste face-to-face contact van de ambulant hulpverlener met (een deel van) het gezin plaats; op de eerste, tweede of derde dag na het eerste face-to-face contact zijn er doelen gesteld met minstens één gezinslid; er wordt minimaal zeven uur per week hulp verleend in face-to-face contacten; 25% l van de face-to-face contacten met het gezin valt buiten kantoortijd; minimaal de helft van de uitgevoerde technieken is specifiek, dit wil zeggen: gebaseerd op concrete veranderingsgerichte technieken uit de handleiding voor ambulant hulpverleners; de ambulant hulpverlener evalueert met het gezin uiterlijk op dag 16 de doelen die op dag drie geformuleerd zijn en formuleert eventuele nieuwe doelen met het gezin; een behandeling die conform hulpplan wordt afgesloten duurt maximaal 31 dagen; bij afsluiting van de hulp worden de doelen die op dag drie en bij de tussenevaluatie zijn geformuleerd, geëvalueerd door de ambulant hulpverlener met alle betrokken gezinsleden; de teamleider overlegt minimaal eenmaal per week in individuele werkbegeleiding met de ambulant hulpverlener over het in behandeling zijnde gezin; de plaatser is op minimaal twee van de hierna genoemde momenten aanwezig: (1) bij de start, (2) bij het opstellen van de doelen, (3) bij de tussenevaluatie, (4) bij de eindevaluatie; er wordt een advies uitgebracht over het al dan niet wenselijk zijn van vervolghulp voor het gezin, ouder(s) of kind(eren); na afsluiting van de hulp blijft het kind/de jongere bij (één van) de opvoeders wonen zonder dat er plannen tot uithuisplaatsing zijn. De kwaliteit van de module wordt bewaakt aan de hand van de resultaten uit de prestatieindicatoren: doelrealisatie, cliënttevredenheid, reden beëindiging hulp en afname ernst problematiek. Jeugdhulp Friesland voldoet aan de kwaliteitsnormen HKZ, hetgeen betekent dat de cliënt centraal staat en er continu gewerkt wordt aan het verbeteren van de hulpverlening. Jeugdhulp Friesland levert gegevens aan die zicht geven op het functioneren met betrekking tot deze kwaliteitscriteria door middel van de zogeheten kwaliteitstoets, die na afsluiting van een gezin door de ambulant hulpverlener wordt ingevuld. Aan de hand hiervan wordt door Praktikon/Collegio nagegaan of de gestelde normen omtrent het functioneren worden gehaald. Wanneer een organisatie de norm haalt geeft dit recht op naam- en logovoering van Families First en is het programma gelicenceerd. Het kwaliteitsbeleid is beschreven in Spanjaard & Haspels, 2005. 8.4 Kosten van de module Betrokken professionals: Gedragswetenschapper Praktijkcoach Ambulant Hulpverlener FF/ASH 50 min per k per w 0,25 fte 1 fte op 2 k - Verblijf: nee - Verzorgingskosten: nee - Pleeggeld: nee - Licentie: ja - Training / opleiding: ja, zie 8.1 - Specifiek materiaal ja: ipad, mobiele telefoon - Overige kosten: tolkkosten Module Families First - Spoedeisend Pagina 9/19
9. Onderzoek naar de uitvoering van de module Naar de uitvoering van Families First is onderzoek gedaan door Damen en Veerman (2009). Dit onderzoek richtte zich op de hypothese dat meer getrouwheid aan het behandelmodel leidt tot betere uitkomsten. Het onderzoek is uitgevoerd bij de Overijssels zorgaanbieder Commujon waarin 157 kinderen/jongeren zijn meegenomen. De behandelingsgetrouwheid van Families First - of de behandeling volgens het model is geboden - is bij afsluiting vastgesteld met het bestaande kwaliteitstoetsingssysteem van Families First. Gegevens over de woonsituatie van het kind en ervaringen van opvoeders met Families First zijn bij follow-up in een interview met opvoeders verzameld. Uit de resultaten blijkt dat wanneer Families First voor 97 procent modelgetrouw wordt uitgevoerd en 99 procent van de beoogde doelgroep bereikt: dat tot een statistisch significante afname van gedragsproblemen en opvoedbelasting leidt tijdens de behandeling (met effectgroottes van respectievelijk 1,00 en 0,67); deze afname laat stabiliseren tot een jaar na afsluiting; in 75 procent van de gevallen tot het voorkomen van uithuisplaatsing binnen één jaar leidt en volgens de mening van 82 procent van de opvoeders effectief is. Het onderzoek maakt géén gebruikt van een gerandomiseerde controlegroep. Module Families First - Spoedeisend Pagina 10/19
C. EFFECTIVITEIT 10. Nederlandse effectstudies 10.1 Studies naar de effectiviteit van de module in Nederland Door Damen en Veerman (2009) is onderzoek gedaan naar de effecten van Families First. Het onderzoek betrof 157 kinderen en hun opvoeders. De ontwikkeling van deze kinderen en hun gezinnen is vanaf de start van Families First tot en met gemiddeld één jaar na afsluiting gevolgd. Op drie meetmomenten (aanvang, afsluiting en follow-up) is met behulp van gestandaardiseerde meetinstrumenten informatie verzameld over de gedragsproblemen van het aangemelde kind en de opvoedbelasting van de ouder. Bij de follow-up is tevens informatie ingewonnen over de controle van ouders over de opvoeding van het kind. De belangrijkste resultaten zijn dat na Families First drie kwart van de jongeren nog thuis woont, een statistisch significante afname van gedragsproblemen en opvoedbelasting met effectgroottes van resp. 1,00 en 0,67) en volgens de mening van 82 procent van de ouders het programma effectief is. Door PI Research in Duivendrecht (Prof. Dr. J.W. Veerman) is een landelijk evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de resultaten van Families First (De Kemp, Veerman & Ten Brink, 1998). Het onderzoek richtte zich op drie centrale onderzoeksvragen: 1. Wordt de beoogde doelgroep bereikt? 2. Wordt de hulp uitgevoerd zoals beschreven? 3. Worden de beoogde uitkomsten bereikt? Zowel bij aanvang van de hulp als bij afsluiting en follow-up na zes maanden en na een jaar zijn gegevens verzameld over het functioneren van de kinderen en de gezinnen. De onderzoeksgroep bestaat uit 320 kinderen uit 234 gezinnen. Het betreft hier de behandelingen die in 1994 op 4 locaties zijn gestart. De resultaten van de hulp zijn bepaald aan de hand van de volgende indicatoren: vermindering probleemgedrag kind, vermindering opvoedingsbelasting ouders, verbetering gezinsfunctioneren, tevredenheid ouders en ambulant hulpverlener en het percentage kinderen dat bij de afsluiting van de hulp (en indien gemeten, bij de follow-up) nog thuis woont. Hiertoe zijn als middel gebruikt: de Child Behaviour Checklist (CBCL), de Nijmeegse Ouderlijke Stress Index (NOSI), Vragenlijst Gezinsproblemen (VGP) en de Beoordelingsschaal voor Tevredenheid en Effect (BESTE). Er is geen gebruik gemaakt van een gerandomiseerde controlegroep. Bij beëindiging van de op gang gekomen hulp woont 92 procent van de risicokinderen nog thuis, drie maanden later is dat 85 procent, zes maanden later 84 procent en na een jaar 76 procent. Kinderen en gezinnen functioneren na afloop en bij follow-up beter dan bij aanmelding. De ES op externaliserende problemen is 0,58 en op opvoedingsbelasting ouders is de ES 0,49. Nederlandse studies soortgelijke interventies Families First is ook toegepast en onderzocht bij jongeren met een lichte verstandelijke beperking (Monshouwer, Ten Brink & Veerman, 2000). Voor de vraagstellingen van het evaluatieonderzoek naar Families First voor licht verstandelijk gehandicapten (FF-LVG) is een vergelijking gemaakt met Families First voor twee andere groepen: a. kinderen die geen FF-LVG krijgen maar in plaats daarvan worden opgenomen in een orthopedagogisch centrum (OC), en b. kinderen en gezinnen zonder verstandelijke beperking. In het onderzoek zijn gegevens verzameld over een groep van 52 kinderen uit 47 gezinnen die Families First voor licht verstandelijk gehandicapten hebben gekregen, de FF-LVG-groep. Gedurende het onderzoek zijn ook gegevens verzameld van een groep van 20 kinderen die hulp hebben gekregen in een orthopedagogisch centrum (OC-groep) in plaats van Families First voor licht verstandelijk gehandicapten. Er is gebruik gemaakt van dezelfde meetinstrumenten als in het evaluatieonderzoek van Families First. Gegevens over de groep normaal begaafde kinderen en hun gezinnen die Families First hebben gekregen (FF 94-groep) waren bij de onderzoekers al beschikbaar. De gegevens van de FF- 94-groep en de OC-groep zijn gebruikt als normatief kader voor de FF-LVG groep. De resultaten van het onderzoek laten zien dat bij beëindiging van de hulp van Families First voor licht verstandelijk gehandicapten alle jongeren nog thuis wonen. Module Families First - Spoedeisend Pagina 11/19
Verhoudingsgewijs zijn dit er meer dan in 1994 het geval was bij Families First voor normaal begaafde kinderen en hun gezinnen. Zes maanden na de behandeling blijkt ruim driekwart van de licht verstandelijk gehandicapte jongeren nog thuis te wonen. Hierin verschillen de groepen niet meer. Zes maanden na beëindiging van de hulp is het probleemgedrag bij meer dan de helft van de jongeren/gezinnen die Families First voor licht verstandelijk gehandicapten hebben gekregen, beduidend afgenomen (ES = 0,53) Daarnaast is de mate van ouderlijke opvoedingsbelasting bij de follow-up voor ruim een kwart van de ouders verminderd (ES = 0,50). Wanneer het beloop op deze twee probleemgebieden tegelijkertijd wordt beschouwd, blijkt dat de algehele situatie bij de follow-up in tweederde deel van de gezinnen is verbeterd in vergelijking met de situatie bij aanvang van de hulp. Bij de groep jongeren die residentieel is opgenomen in een orthopedagogisch centrum, komt voor het beloop van de problematiek binnen dit tijdsbestek een vergelijkbaar beeld naar voren. Op dit punt kan geen vergelijking worden gemaakt met Families First in de jeugdzorg, omdat in dat onderzoek pas een jaar na de behandeling een follow-up meting werd uitgevoerd. Hoewel er een behoorlijk positief beeld naar voren komt van het beloop van de problematiek bij de jongeren/gezinnen die Families First voor licht verstandelijk gehandicapten hebben gekregen, lijkt de ernst van de resterende problematiek nog steeds zorgwekkend. Tweederde deel van deze jongeren vertoont bij de follow-up nog een ernstige mate van probleemgedrag. Ook is de mate van ouderlijke stress bij 82 procent van de ouders problematisch en komt er bij ruim een kwart van de jongeren een ernstige mate van kindstress naar voren. Wanneer de problematiek op deze drie probleemgebieden tegelijkertijd wordt bekeken, lijkt de algehele situatie bij de follow-up in de meerderheid van de gezinnen als (ernstige) crisis te kunnen worden gekenmerkt. Hierin verschilt de onderzoeksgroep niet van de jongeren die zijn opgenomen in een orthopedagogisch centrum 10.2 Samenvatting Nederlandse effectstudies Studie 1 Auteurs: Damen en Veerman Jaar: 2009 Onderzoekstype: evaluatieonderzoek zonder gerandomiseerde controlegroep Belangrijkste resultaten: Ongeveer driekwart van de kinderen woont een jaar na behandeling thuis. Bovendien zijn de gedragsproblemen van jongeren en de opvoedproblemen van ouders behoorlijk afgenomen. Bewijskracht van het onderzoek: 4 Resultaten effectiviteit: 1 Studie 2 Auteurs: R. A. T. Kemp, J.W. Veerman & L. T. ten Brink Jaar: 1998 Onderzoekstype: evaluatieonderzoek zonder gerandomiseerde controlegroep Belangrijkste resultaten: Na een jaar woont meer dan drie kwart van de kinderen nog thuis. Kinderen en gezinnen functioneren beter na afloop en bij follow-up dan bij de aanmelding. Bewijskracht van het onderzoek: 4 Resultaten effectiviteit: 1 Studie 3 Auteurs: A. Kemper Jaar: 2004 Onderzoekstype: evaluatieonderzoek Belangrijkste resultaten: zowel bij afsluiting van de hulp als bij de follow-up woont 75 procent van de kinderen nog thuis. Ouders rapporteren een afname van kinderlijke gedragsproblemen, moeders een verbetering wat betreft opvoedingsbelasting. Bewijskracht van het onderzoek: 3 Resultaten effectiviteit: 1 Module Families First - Spoedeisend Pagina 12/19
11. Buitenlandse effectstudies Families First is gebaseerd op het programma Homebuilding in de Verenigde Staten. Naar dit programma is onderzoek gedaan door Kinney en anderen (Kinney, Haapala & Booth, 1991). Van de in totaal 530 aangemelde gezinnen die aan het onderzoek deelnamen, was bij 44 procent lichamelijke mishandeling het aanmeldingsprobleem en bij 25 procent verwaarlozing. Bij de overige aanmeldingen is sprake van andere vormen van kindermishandeling, waaronder seksueel misbruik al dan niet in combinatie met een andere vorm van kindermishandeling. Effecten van het programma zijn vastgesteld voor de groep fysiek mishandelde en/of verwaarloosde kinderen (ruim 80 procent). Van deze groep is een jaar na afsluiting 14 procent uit huis geplaatst. Dit betekent dat voor 86 procent van de kinderen uithuisplaatsing voorkomen is, omdat de veiligheid van het kind in het gezin (voldoende) gegarandeerd is. Homebuilding blijkt de beste resultaten op te leveren in gezinnen waar bij aanmelding sprake is van lichamelijke kindermishandeling (9,6 procent uithuisplaatsing), gevolgd door gezinnen waar bij aanmelding sprake is van verwaarlozing (15,3 procent uithuisplaatsingen). Bij de gezinnen waar beide vormen van kindermishandeling een rol spelen, is het percentage uithuisplaatsing het grootst: 24,2 procent. Module Families First - Spoedeisend Pagina 13/19
D. OVERIGE INFORMATIE 12. Toelichting op de naam van de module Over de naam van de module zijn geen bijzonderheden te vermelden. 13. Uitvoering (uitvoerende en/of ondersteunende organisaties en partners) Families First wordt toegepast door zorgaanbieders in de provinciaal gefinancierde jeugdzorg en in de gehandicaptenzorg. 14. Overeenkomsten met andere modules Families First heeft overeenkomsten met Families First voor Licht Verstandelijk Gehandicapten (FF- LVG) (Jochemsen & Berger, 2002). Families First voor licht verstandelijk gehandicapten (FF-LVG) is gebaseerd op dezelfde uitgangspunten en kenmerken en maakt gebruik van dezelfde methodiek. Gezien de problematiek van de doelgroep (laag IQ) zijn met betrekking tot een aantal methodische elementen aanpassingen gemaakt. Dit betreft met name het vereenvoudigen van technieken (minder vragen, minder stappen) en het gebruik van visualisaties en pictogrammen. Tevens zijn er overeenkomsten te vinden met de module Ambulante Spoedhulp die zich tevens richt op de veiligheid binnen een gezin en het vergroten van krachten van systemen. Beide modules versterken elkaar inhoudelijk en sluiten goed op elkaar aan. Module Families First - Spoedeisend Pagina 14/19
Aangehaalde literatuur Bakker, K., Berger, M., Jagers, H. & Slot, W. (2000), Begin in het gezin. Theorie en praktijk van crisishulp in huis, NIZW, Utrecht Bartels, A.J., Schuursma, S. & Slot, N.W. (2001), Interventies, In: Loeber, R., Slot, N.W. & Sergeant, J.A. (red.), Ernstige en gewelddadige jeugddelinquentie. Omvang, oorzaken en interventies, Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum, p. 291-318. Berger, M., Portengen, R., Spanjaard H. & L. Heuven (1998), Families First, Handleiding voor Teamleiders, NIZW, Utrecht Bol, M.W. (2002), Jeugdcriminaliteit over de grens; een literatuurstudie naar ontwikkeling, wetgeving, beleid, effectieve preventie en aanpak ten aanzien van jeugdcriminaliteit in en buiten Nederland, Onderzoeksnotities 2002/4, WODC, Den Haag Consortium Families First/NIZW (1996), Het starten van een Families First project, NIZW, Utrecht (In 2005 verscheen een geactualiseerde versie van dit document bij Collegio.) Damen, H., & Veerman, J.W. (2009), Effectiviteitonderzoek Families First: de relatie tussen uitvoering en uitkomsten tot een jaar na afsluiting van de behandeling, Praktikon, Nijmegen Deur, H. Van (1997). Jochemsen, T. & Berger, M. (2002), Families First voor licht verstandelijk gehandicapten. Richtlijnen en technieken voor het werken met de gezinnen. NIZW, Utrecht Kemp, R.A.T de, Veerman, J.W. & Brink, L.T. ten (1998), Evaluatieonderzoek Families First Nederland, Bundeling van de delen 1 t/m 5, NIZW, Utrecht Kemper, A. (2004), Intensieve vormen van thuisbehandeling: doelgroep, werkwijze en resultaten, Proefschrift, Radboud Universiteit, Nijmegen Kinney, J., Haapala, D. & Booth, C. (1991), Keeping families together. The Homebuilders model, Aldine de Gruyter, New York MacLeod, J. & Nelson, G. (2002), Programma's met het doel opvoedingskwaliteit te bevorderen en kindermishandeling te voorkomen: een meta-analytisch overzicht. Literatuurselectie kinderen en adolescenten, jrg. 8, no. 5-32. Vertaald uit Child Abuse & Neglect (2000), 24, 1127-1149 Monshouwer, H.J., Brink, L.T. ten & Veerman, J.W. (2000), Families First voor licht verstandelijk gehandicapten, Eindverslag, Deel 2: Evaluatieonderzoek. NIZW, Utrecht Slot, N.W. (1988), Residentiële hulpverlening voor jongeren met antisociaal gedrag, Swets & Zeitlinger, Lisse Slot, W. & Spanjaard, H. (1996), Ontwikkelingstaken voor ouders van jonge kinderen. Het competentiemodel en gezinsgerichte hulpverlening, In: Jeugd en samenleving, jrg. 12, nr. 1, p. 3-19 Spanjaard, H. & Haspels, M. (2005), Families First, Handleiding voor ambulant ambulant hulpverleners, SWP, Amsterdam Veerman, J.W., Janssens, J.M.A.M. & Delicat, J.W. (2004), Opvoeden in onmacht, of? Een metaanalyse van 17 methodieken voor intensieve pedagogische thuishulp bij normovertredend gedrag. Praktikon, Nijmegen Module Families First - Spoedeisend Pagina 15/19
Veerman, J.W. & Yperen, T. A. van (2005), Degrees of freedom and degrees of certainty. Developmental stages in the search for the effects of youth care. Paper, presented at the preconference workshop Jeugdzorg in onderzoek: focus op effectiviteit, January 27, Amsterdam Module Families First - Spoedeisend Pagina 16/19
Bijlage CAP-J CAP-J classificatieoverzicht (assen en rubrieken): Naam van de module: Onderdeel van het zorgprogramma: Legenda: (probleem waar de module aan werkt),! (probleem waar de module aan werkt, niet genoemd in de modulebeschrijving), C (contra indicaties of belemmerende factoren genoemd in de beschrijving), 0 (kenmerken van de doelgroep, genoemd in de moduleomschrijving maar de module is hier niet op gericht)? (niet duidelijk, discussiepunt) Families First Spoedeisend Richt zich op CAP-J Groep As A: Psychosociaal functioneren jeugdige A100 Emotionele problemen A101 Introvert gedrag A102 Angstproblemen A103 Stemmingsproblemen A200 Gedragsproblemen A201 Druk en impulsief gedrag A202 Opstandig gedrag en/of antisociaal gedrag A300 Problemen in de persoonlijkheid(sontwikkeling en identiteit(sontwikkeling) A301 Problemen met de competentiebeleving A302 Problemen in de gewetensvorming/morele ontwikkeling A303 Identiteitsproblemen A400 Gebruik van middelen/verslaving? A900 Overige psychosociale problemen jeugdige? A901 Problemen bij de verwerking van ingrijpende gebeurtenissen? A902 Overmatige stress? A903 Automutilatie? A904 Andere problemen psychosociaal functioneren jeugdige? CAP-J groep As B: Lichamelijke gezondheid, aan lichaam gebonden functioneren jeugdige B100 Lichamelijke ziekte, aandoening of handicap B101 Gehooraandoeningen B102 Oogaandoeningen B103 Spraakaandoening B104 Motorische handicap B105 (Chronische) lichamelijke ziekte B200 Gebrekkige zelfverzorging, zelfhygiëne, ongezonde levenswijze B201 Problemen met zelfverzorging en zelfhygiëne? B202 Ongezonde levenswijze? B203 Overgewicht? B300 Aan lichamelijke functies gerelateerde klachten B301 Lichamelijke klachten B302 Voedings-/eetproblemen B303 Zindelijkheidsproblemen B304 Slaapproblemen B305 Groeiproblemen B306 Onverklaarbare lichamelijke klachten B900 Overige problemen lichamelijke gezondheid B901 Andere problemen lichamelijke gezondheid, aan lichaam gebonden functioneren Module Families First - Spoedeisend Pagina 17/19
jeugdige CAP-J Groep As C: Vaardigheden en cognitieve ontwikkeling jeugdige C100 Problemen in de cognitieve ontwikkeling C101 Problemen met schoolprestaties/leerproblemen C102 Aandachtsproblemen C103 Problemen verbandhoudend met hoogbegaafdheid C104 Problemen met het sociaal aanpassingsvermogen C200 Problemen met vaardigheden C201 Sociale vaardigheidsproblemen C900 Overige problemen vaardigheden en cognitieve ontwikkeling C901 Andere problemen cognitieve ontwikkeling jeugdige C902 Andere problemen vaardigheden jeugdige CAP-J groep AS D: Gezin en opvoeding D100 Ontoereikende kwaliteiten van de opvoeding D101 Ontoereikende opvoedingsvaardigheden D102 Problemen met ondersteuning, verzorging en bescherming kinderen D103 Pedagogische onwil D104 Onenigheid tussen ouders over opvoedingsaanpak D105 Problematische gezinscommunicatie D200 Problemen in de ouder-/kindrelatie D201 Gebrek aan warmte in ouder-/kindrelatie D202 Symbiotische relatie tussen ouder en jeugdige D203 Jeugdige in de rol van ouder (parentificatie) D204 Vijandigheid tegen of zondebok maken van jeugdige door de ouder D205 Problemen in de loyaliteit van jeugdige naar ouder D206 Problemen in de hechting van jeugdige aan ouder D207 Generatieconflict D208 Problemen door religieuze en/of culturele verschillen tussen ouder en jeugdige D209 Mishandeling ouder door jeugdige D210 Jeugdige weggelopen van huis D211 Jeugdige weggestuurd door ouders D300 Verwaarlozing, lichamelijke/psychische mishandeling, incest, seksueel misbruik van de jeugdige in het gezin D301 Jeugdige slachtoffer verwaarlozing D302 Jeugdige slachtoffer mishandeling D303 Jeugdige slachtoffer seksueel misbruik D400 Instabiele opvoedingssituatie D401 Problemen bij scheiding ouders D402 Problemen met omgangsregeling D403 Problemen met gezagsrelaties D404 Problemen die gepaard gaan met het samengaan van twee gezinnen/samengestelde gezinnen D405 Problematische relatie tussen ouders D406 Problematische relatie jeugdige met partner opvoeder D407 Problematische relatie (stief)broers/zussen D500 Problemen van ouder D501 Negatieve jeugdervaring/traumatische ervaring ouder D502 Problemen met werkloosheid ouder D503 Problemen bij zwangerschap of bevalling D504 Moeilijke start ouderschap Module Families First - Spoedeisend Pagina 18/19
D505 Gezondheidsproblemen of handicap/invaliditeit ouder D506 Antisociaal gedrag ouder D507 Gebruik van middelen/verslaving ouder D508 Pleger seksueel misbruik D509 Overmatige stress ouder D510 Psychische/psychiatrische problematiek ouder D600 Problemen van ander gezinslid D601 Gezondheidsproblemen of handicap/invaliditeit ander gezinslid D602 Antisociaal gedrag ander gezinslid D603 Gebruik van middelen/verslaving ander gezinslid D604 Psychische/psychiatrische problematiek ander gezinslid D700 Problemen in het sociaal netwerk gezin D701 Problemen in de familierelaties (niet het gezin) D702 Gebrekkig sociaal netwerk gezin D800 Problemen in omstandigheden gezin D801 Problemen met huisvesting D802 Financiële problemen D803 Problemen met ambulant hulpverleners of (vertegenwoordigers van) instanties D804 Problematische maatschappelijke positie gezin als gevolg van migratie D900 Overige problemen gezin en opvoeding D901 Andere problemen gezin en opvoeding CAP-J Groep As E: Jeugdige en omgeving E100 Problemen op speelzaal, school of werk E101 Problematische relatie met leerkracht, werkgever of leidinggevende/problemen met hiërarchische relatie E102 Problematische relatie met medeleerlingen, collega s of groepsleden E103 Motivatieproblemen op school of werk (onder andere spijbelen) E104 Van school gestuurd E105 Problemen met school-, studie- of beroepskeuze of vakkenpakket E106 Problemen met werkloosheid jeugdige E107 Problemen met speelzaal, schoolorganisatie of onderwijsstijl, arbeidsorganisatie E200 Problemen met relaties, vrienden, sociaal netwerk en vrije tijd E201 Problemen met vrijetijdsbesteding E202 Problemen met verliefdheid/liefde en relaties E203 Problematische relatie met leeftijdgenoten (onder andere gepest worden buiten school/werk) E204 Gebrekkig sociaal netwerk jeugdige E205 Risicovolle vriendenkring (antisociaal gedrag, gebruik middelen) E300 Problemen in omstandigheden jeugdige E301 Problemen met zelfstandige huisvesting jeugdige E302 Financiële problemen jeugdige E303 Problemen van jeugdige met ambulant hulpverleners of (vertegenwoordigers van) instanties E304 Problematische maatschappelijke positie jeugdige (onder meer als gevolg van migratie) E305 Problemen jeugdige met justitiële instanties E900 Overige problemen omgeving jeugdige E901 Andere problemen jeugdige en omgeving Module Families First - Spoedeisend Pagina 19/19