NEDERLANDS. Scope and Sequence

Vergelijkbare documenten
2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12

1 Spelling en uitspraak

Inhoud. 1 Spelling en uitspraak. 2 Grammatica

Compacte taalgids Nederlands (basis en gevorderd) les- en werkboek

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

Naam: Mijn doelenboekje. Grammatica. Werelden - Eilanden - Dorpen 5 / 6 / 7 / 8.

Taalbeschouwelijke termen bao so 2010

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

1.2.3 Trappen van vergelijking 20

Inhoud. 1 Spelling 10

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Totaaloverzicht kant-en-klare sjablonen Nederlands Cito spelling 3.0 Cito spelling 2.0 Begrijpend lezen Grammatica Studievaardigheid

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Online cursus spelling en grammatica

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18

Visuele Leerlijn Taal

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Nederlands voor Arabisch taligen A0 A1/A2

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon

OPLEIDINGEN MAATSCHAPPELIJKE ZORG AVENTUS APELDOORN / DEVENTER / ZUTPHEN STUDIEWIJZER

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen

OPLEIDINGEN MAATSCHAPPELIJKE ZORG AVENTUS APELDOORN / DEVENTER STUDIEWIJZER

Informatie cursus Sarnámi voor beginners

1 keer beoordeeld 4 maart 2018

Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.

PIT HAVO-2 +HAVO/VWO Onderdeel: Spelling H1 en H2 Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Visuele Leerlijn Spelling

Onderdeel: LEZEN Docent: RKW Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

instapkaarten taal verkennen

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Aan het einde van de unit kennen de leerlingen woorden in de woordvelden: kleding uiterlijk emoties landen

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Ontkenning niet of geen

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Studiewijzer TaalCompetent

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Ontkenning niet of geen

BOL / BBL OPLEIDINGEN. (Combi ) VERZORGENDE-IG // MAATSCHAPPELIJKE ZORG AVENTUS APELDOORN / DEVENTER STUDIEWIJZER

Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

GRAMMAIRE DE BASE FRANS VOOR DE LAGERE SCHOOL

Eigen vaardigheid Taal

Basis. letter a b c hoofdletter A B C woord appel banaan citroen zin Ik eet een appel. cijfer getal

Programma van Inhoud en Toetsing

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Z I N S O N T L E D I N G

tafel tafels, jongen jongens, vakantie vakanties auto auto s, taxi taxi s, baby baby s maan manen, man mannen

* Mijn vader vindt dat je aan make-up niet te veel geld aan moet uitgeven.

Beknopte grammatica. voor. de cursus. Grieks van het Nieuwe Testament

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Handleiding basiswoordenschat.

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Muiswerk Grammatica I-III is bedoeld om anderstaligen te leren hoe het Nederlands in elkaar zit.

Handige lessen Zweeds

Inhoud. 1 Welkom In de kantine 20

EL ABANICO CURSUSSEN SPAANS ROTTERDAM STUDIEGIDS

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde

Meer dan grammatica!

instapkaarten taal verkennen

DE HEBREEUWSE GRAMMATICA. Samengesteld door. John Wessel. È ƒ Úƒ» e c c ƒ « È È ÏÚ«a «e Á ÏÒ ÂÕ Â Ô Â'

Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan.

Portfolio English 3K PERIOD 3: Chapter 3. Name: Class: PTA

DOELGROEP Grammatica 3F is bedoeld voor leerlingen van havo/vwo en mbo 4. Het programma is geschikt voor zowel allochtone als autochtone leerlingen.

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Geef aan bij elke dagelijkse activiteit, hoe u deze in het algemeen uitvoert en met welke soort ondersteuning

Het Engels kent vier woorden om personen/zaken aan te wijzen: this / that / these / those (zie hoofdstuk 9).

Programma van Inhoud en Toetsing

Een voorbeeldopgave: Ik geef de hond te eten. Wat is de? Een werkwoord, een lidwoord, een zelfstandig

instapkaarten taal verkennen

Dagdeel 2 Werkwoordspelling: t ex-kofschip, vervoegen, werkwoordtijden

Uitgebreide basisgrammatica NT2 Jenny van der Toorn-Schutte Boom, Amsterdam

11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Frans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen teksten.

De KERNCURSUS opbouw, doelstellingen, inhoud, lesmateriaal

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Voorwoord 9 Gebruikte afkortingen 10 Overzicht van gebruikte grammaticale termen 11

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

LEERPLAN "NEDERLANDS VOOR OUDERS" WAYSTAGE (RG 1.1)

i n h o u d Inhoud Inleiding

Programma van Inhoud en Toetsing

71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t.

Beginners I. Beschrijving Curcus AB I - Beginners I (instapniveau) Doel van deze basistraining

Toetsen juni Wat moet ik leren voor. Frans. Toetsenplanning juni de leerjaar De eik Wellen

Aantekening Nederlands Grammatica: bedrijvende en de lijdende vorm

Onderdeel: Grammatica -- RKW Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Grammatica Woordbenoemen 3. Werkboek gemengde opgaven Geschikt voor de groepen 5 en 6

Inhoud. Preface 15. Hoofdstuk 1 Welkom 16. Hoofdstuk 2 In de kantine 28

De kleine Nederlands voor Dummies. Margreet Kwakernaak

Lesstof overzicht Library vanaf

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Transcriptie:

NEDERLANDS Scope and Sequence

INHOUDSOPGAVE Wat is het nut van dit document?... 3 Beginner A1... 4 Halfgevorderd/Bijna Gevorderd A2/B1... 7 Gevorderd/Vergevorderd B2/C1... 10 INDEX... 14 Pagina 2

Wat is het nut van dit document? Dit document is er om u te helpen bij het gebruik van het cursusmateriaal van Rosetta Stone. Het verschaft u de informatie die u nodig heeft om uw studenten naar de meest geschikte les te verwijzen. 1. In dit vak worden de titel en de duur van het cursusprogramma vermeld. Het programma wordt er ook kort beschreven. 2. Elk cursusprogramma bestaat uit verschillende lessen. De titel en de duur van elke les worden in dit vak vermeld. 3. Om een gedetailleerd beeld van elke les te krijgen, kunnen diverse gegevens worden geraadpleegd, zoals: - de beschrijving van de les - de behandelde thema s - de grammaticaregels, woordenschat en uitspraakregels Pagina 3

Everyday Situations Beginner A1 All Skills 24:27 The All skills Language Program allows students to work on all the skills and knowledge areas of the target language. All the activities, resources and exercises of the method are included, enabling students to establish a close link between comprehension and production. This varied Language Program includes all the lessons for one level of the method and allows students to review concepts and rules they have already learned, to maintain their current level, or to progress even further. Reading, writing, speaking, and listening, as well as grammar and vocabulary, are all included. 1. Mijn familie 04:15 De cursist leert iemand op een eenvoudige manier te begroeten, zich aan iemand voor te stellen en te zeggen waar hij vandaan komt. De cursist leert aan te geven waar hij woont en hoe oud hij is. Hij leert ook over zijn familie te praten. Familie, identiteit en contacten - Familie en bekenden - Identiteit Huisvesting - Woonomgeving Communicatie - Begroetingen en beleefdheid Het werkwoord zijn Het werkwoord hebben De directe vraagzin 2. Jezelf beschrijven 03:26 De cursist leert zichzelf en zijn kleding te beschrijven met behulp van een aantal eenvoudige bijvoeglijke naamwoorden. Hij leert lichaamsdelen en kledingaccessoires te benoemen. Kleding Soorten kleding Schoenen Het menselijk lichaam Beschrijving van uiterlijk Lichaamsdelen Familie, identiteit en contacten Identiteit Het bijvoeglijk naamwoord (gebruik en plaats) De verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord Het onbepaald lidwoord Zelfstandige naamwoorden 3. Culturele activiteiten 00:28 Pagina 4

4. Tellen en spellen 03:32 De cursist leert aan te geven waar hij zich bevindt en lichaamshoudingen te benoemen ( zitten, staan ). Er wordt aandacht besteed aan getallen. De cursist leert welke woorden je gebruikt bij het maken van eenvoudige rekensommen. Hij leert de uitspraak van de letters van het alfabet. Maten en hoeveelheden - Hele cijfers Onderwijs - Taal, schrijven en lezen - Scholing en studie Oordelen en opinies Waar en onwaar Het modale hulpwerkwoord kunnen Het bepaald lidwoord Hoofd- en rangtelwoorden De ontkenning 5. Dagen en maanden 04:14 De cursist leert de seizoenen, de maanden en de dagen van de week te benoemen. Hij leert over tijd te praten. De cursist leert aan te geven hoe laat het is, welke dag het is en hoe lang iets duurt. De tijd - Periodes - Seizoenen - Het heden - De toekomst Bepalingen van tijd Bezittelijke voornaamwoorden Bijvoeglijk gebruik van bezittelijke voornaamwoorden Vragende bijwoorden Tijd en data 6. Culturele activiteiten 00:23 7. Dingen en dieren 04:52 De cursist leert kantoorartikelen en andere veelgebruikte voorwerpen te benoemen en aan te geven waar ze zich bevinden. Hij leert tevens de namen van een aantal meubels ( bureau, tafel ) en dieren. Dieren - Landdieren en amfibieën Huisvesting - Meubels Onderwijs Schoolartikelen en het gebruik ervan Vragende bijwoorden Meervoudsvorming Voorzetsels van plaats De constructie met van Pagina 5

8. Jong, oud, warm, koud... 02:48 De cursist leert nieuwe bijvoeglijke naamwoorden en tevens hoe hij ze in een zin kan gebruiken. Hij leert in detail over zichzelf te praten en over het weer. Persoonlijkheid en gevoelens - Gevoelens Familie, identiteit en contacten - Leeftijd en levensfasen Licht en geluid, vuur en temperatuur - Temperatuur en warmte Ruimte - Snelheid De stellende trap bij een vergelijking De vergrotende trap bij een vergelijking 9. Culturele activiteiten 00:30 Pagina 6

Halfgevorderd/Bijna Gevorderd A2/B1 All Skills 24:58 The All skills Language Program allows students to work on all the skills and knowledge areas of the target language. All the activities, resources and exercises of the method are included, enabling students to establish a close link between comprehension and production. This varied Language Program includes all the lessons for one level of the method and allows students to review concepts and rules they have already learned, to maintain their current level, or to progress even further. Reading, writing, speaking, and listening, as well as grammar and vocabulary, are all included. 1. In Nederland 04:09 De cursist leert iemand te begroeten, zich voor te stellen en hij raakt vertrouwd met een aantal beleefdheidsformules. Hij leert aan te geven waar hij vandaan komt, hoe oud hij is en hoe zijn familie is samengesteld. Familie, identiteit en contacten - Familie en bekenden - Burgerlijke staat Natuur en aardrijkskunde - Landen, nationaliteiten en talen Huisvesting - Soorten woonruimte Communicatie - Begroetingen en beleefdheid - Mondelinge communicatie Het gebruik van hoofdletters Leeftijd De onvoltooid tegenwoordige tijd De voltooid tegenwoordige tijd 2. Culturele activiteiten 00:22 3. Welkomstfeestje 03:30 De cursist leert zich voor te stellen en aan zijn gesprekspartner te vragen hetzelfde te doen. Hij leert een gesprek te voeren over zijn talenkennis en over de duur van een verblijf. Familie, identiteit en contacten - Identiteit - Maatschappelijk leven De tijd - Momenten van de dag - Tijdsduur Communicatie - Begroetingen en beleefdheid - Inlichtingen en informatie - Mondelinge communicatie Vragende voornaamwoorden Wederkerige werkwoorden Persoonlijke voornaamwoorden Pagina 7

4. Culturele activiteiten 00:25 5. In Amsterdam 04:18 De cursist leert in een stad naar de weg te vragen, en vragen te stellen over de plek waar hij zich bevindt. Hij leert aanwijzingen te begrijpen. Natuur en aardrijkskunde - Aardrijkskunde Ruimte - Beschrijving van een plek - Richting Vervoer: algemene termen - Openbaar vervoer Steden Lokaties en bouwwerken Meervoudsvorming (onregelmatig) Aanwijzende voornaamwoorden Bijvoeglijk gebruik van aanwijzende voornaamwoorden 6. Culturele activiteiten 00:24 7. De weg zoeken 03:21 De cursist leert aan te geven waar hij zich bevindt en woorden zoals voor en achter te gebruiken. Hij leert belangrijke plekken in een stad te benoemen, iemand om advies te vragen en hem vervolgens te bedanken. Wegverkeer - Autorijden - Personen Ruimte - Richting en ligging Huisvesting - De onroerendgoedsector - Soorten woonruimte Communicatie - Begroetingen en beleefdheid Het modale hulpwerkwoord zullen De vorming van het voltooid deelwoord De onbepaalde wijs 8. Culturele activiteiten 00:30 Pagina 8

9. Ontbijt bestellen 03:16 De cursist leert hoe hij een bestelling kan weigeren, iets anders kan bestellen en hoe hij zijn tevredenheid of ongenoegen tot uitdrukking kan brengen. Hij leert ook vruchten te benoemen. Voeding - Eet- en drinkgelegenheden - Eten en drinken - Het bereiden en eten van maaltijden Gezondheid en medische zorg - Fitheid en vermoeidheid Gezondheidsproblemen De vorming van het voltooid deelwoord Het modale hulpwerkwoord willen 10. Culturele activiteiten 00:23 11. Koffie of thee? 04:20 De cursist leert hoe hij een bestelling kan weigeren, iets anders kan bestellen en hoe hij zijn tevredenheid of ongenoegen tot uitdrukking kan brengen. Hij leert ook vruchten te benoemen. Voeding - Dranken - Voedingsmiddelen Communicatie - Willen en wensen Nadenken, beargumenteren en uitleggen De voltooid verleden tijd Het modale hulpwerkwoord mogen Het modale hulpwerkwoord moeten De onbepaalde wijs Pagina 9

Gevorderd/Vergevorderd B2/C1 All Skills 47:54 The All skills Language Program allows students to work on all the skills and knowledge areas of the target language. All the activities, resources and exercises of the method are included, enabling students to establish a close link between comprehension and production. This varied Language Program includes all the lessons for one level of the method and allows students to review concepts and rules they have already learned, to maintain their current level, or to progress even further. Reading, writing, speaking, and listening, as well as grammar and vocabulary, are all included. 1. Het menu 04:35 De cursist leert een maaltijd te bestellen en aan te geven waar hij wel en waar hij niet van houdt. Hij leert zijn culinaire voorkeuren te formuleren en raakt vertrouwd met de belangrijkste woorden op het gebied van voeding. Voeding - Eten en drinken - Onderdelen van de maaltijd - Eet- en drinkgelegenheden Oordelen en opinies Positieve waardering Zwakke werkwoorden Sterke werkwoorden Werkwoorden met een scheidbaar partikel Woordvolgorde in een hoofdzin 2. Het nagerecht 03:11 De cursist leert keuzes te formuleren, nagerechten te bestellen en om de rekening te vragen. Voeding - Eet- en drinkgelegenheden - Keukengerei - Voedingsmiddelen - Dranken - Onderdelen van de maaltijd Oordelen en opinies - Positieve waardering Originaliteit en banaliteit Onregelmatige werkwoorden Werkwoorden met een onscheidbaar partikel Woordvolgorde in een bijzin 3. Culturele activiteiten 00:23 Pagina 10

4. Winkelen 03:32 De cursist leert de belangrijkste woorden en uitdrukkingen die te maken hebben met het reizen per bus en het kopen van kleding. Hij leert tevens zijn mening over iets onder woorden te brengen. Handel en economie - Koop en verkoop - Prijzen en betaling Winkels - Handel Financiën en verzekeringen - Muntgeld Ruimte - Bewegingen, verplaatsingen Werkwoorden met een scheidbaar partikel Werkwoorden met een vast voorzetsel 5. Kleren passen 03:57 De cursist leert kleding te benoemen en raakt vertrouwd met de woorden die te maken hebben met het passen van kleding. Hij leert ook te vragen wat er in een winkel wordt verkocht. Kleding - Soorten kleding Winkels - Handel - Personen Communicatie - Mogelijkheid en waarschijnlijkheid Het gebruik van de apostrof Betrekkelijke voornaamwoorden Uitheemse woorden 6. Culturele activiteiten 00:27 7. Een villa huren 03:56 De cursist leert een appartement te huren voor de vakantie en afspraken te maken over data. Hij leert een appartement of woning te beschrijven, te praten over de slaapkamers, de keuken en de badkamer. Hij raakt vertrouwd met de basiswoordenschat op het gebied van meubilair. Communicatie - Inlichtingen en informatie - Telefonische communicatie Handel en economie - Koop en verkoop Vakantie en reizen - Lokaties Huisvesting - Meubels - Gebieden, ruimtes, kamers - De onroerendgoedsector - Elektrische en andere apparaten De lijdende zinsvorm Voorzetseluitdrukkingen Het gebruik van er Pagina 11

8. Bij de villa 03:45 De cursist leert kritiek op iets uit te oefenen en aan te geven wat niet goed functioneert. Hij raakt tevens vertrouwd met de belangrijkste woorden op het gebied van de afwas, meubilair en linnengoed. Huisvesting - Linnengoed - Meubels - Elektrische en andere apparaten De media - Radio en televisie De bijwoorden pas, al en nog Het werkwoord laten De tussenletter n 9. Culturele activiteiten 00:23 10. Regen of zon? 03:36 De cursist leert hoe hij vragen kan formuleren met betrekking tot het weer. Hij leert eveneens weersvoorspellingen te begrijpen. Het weer - Regen en onweer - Wind en hemel - Zon en warmte Weersvoorspellingen Het werkwoord worden Onpersoonlijke werkwoorden 11. Kanovaren 04:00 De cursist leert te beschrijven hoe het weer was en te praten over wat hij tijdens de vakantie heeft gedaan. Sport - Sportactiviteiten Het weer - Kou en sneeuw Vakantie en reizen - Spullen en benodigdheden Kleding - Soorten kleding De tijd - Periodes De onvoltooid verleden tijd De vervoeging van hebben en zijn (ovt) Het werkwoord doen Onbepaalde voornaamwoorden 12. Culturele activiteiten 00:23 Pagina 12

13. Boodschappen doen 04:03 De cursist leert de belangrijkste woorden op het gebied van de keuken en boodschappen. Hij leert tevens winkels te benoemen ( bakker, slager ). De cursist leert vragen te stellen over de bereiding van maaltijden. Winkels - Handel Voeding - Eten en drinken Personen Onbepaalde voornaamwoorden Het gebruik van te De toekomende tijd met gaan 14. In de supermarkt 03:48 De cursist leert woorden die te maken hebben met de producten die je in de supermarkt vindt. Handel en economie - Koop en verkoop - Prijzen en betaling - Personen Achterzetsels Verkleinwoorden Verkleinwoorden (gebruik) 15. Koffers pakken 03:55 De cursist leert zijn vakantieplannen onder woorden te brengen. Hij leert woorden en uitdrukkingen die te maken hebben met het voorbereiden van een reis. Vakantie en reizen - Spullen en benodigdheden - Accessoires Ruimte Bewegingen, verplaatsingen Verkleinwoorden Duratieve constructies De tussenletter s Verkleinwoorden (gebruik) 16. Culturele activiteiten 00:11 17. Op het strand 03:52 De cursist leert de belangrijkste woorden die te maken hebben met een vakantie aan zee: hangmat, ligstoel, reddingsvest, etc. Vakantie en reizen - Toeristische activiteiten Natuur en aardrijkskunde - Water - Landschappen Het tegenwoordig deelwoord De toekomende tijd met gaan De werkwoorden liggen, staan en zitten De buigings-s Pagina 13

INDEX Aanwijzende voornaamwoorden, 8 Achterzetsels, 13 Bepalingen van tijd, 5 Betrekkelijke voornaamwoorden, 11 Bewegingen, verplaatsingen, 11, 13 Bezittelijke voornaamwoorden, 5 Bijvoeglijk gebruik van aanwijzende voornaamwoorden, 8 Bijvoeglijk gebruik van bezittelijke voornaamwoorden, 5 Communicatie, 4, 7, 8, 9, 11 De bijwoorden, 12 De buigings-s, 13 De constructie met, 5 De directe vraagzin, 4 De lijdende zinsvorm, 11 De media, 12 De onbepaalde wijs, 8, 9 De ontkenning, 5 De onvoltooid tegenwoordige tijd, 7 De onvoltooid verleden tijd, 12 De stellende trap bij een vergelijking, 6 De tijd, 5, 7, 12 De toekomende tijd met, 13 De tussenletter n, 12 De tussenletter s, 13 De verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord, 4 De vergrotende trap bij een vergelijking, 6 De vervoeging van, 12 De voltooid tegenwoordige tijd, 7 De voltooid verleden tijd, 9 De vorming van het voltooid deelwoord, 8, 9 De werkwoorden, 13 Dieren, 5 Duratieve constructies, 13 Familie, identiteit en contacten, 4, 6, 7 Financiën en verzekeringen, 11 Gezondheid en medische zorg, 9 Gezondheidsproblemen, 9 Handel en economie, 11, 13 Het bepaald lidwoord, 5 Het bijvoeglijk naamwoord (gebruik en plaats), 4 Het gebruik van, 11, 13 Het gebruik van de apostrof, 11 Het gebruik van hoofdletters, 7 Het menselijk lichaam, 4 Het modale hulpwerkwoord, 5, 8, 9 Het onbepaald lidwoord, 4 Het tegenwoordig deelwoord, 13 Het weer, 12 Het werkwoord, 4, 12 Hoofd- en rangtelwoorden, 5 Huisvesting, 4, 5, 7, 8, 11, 12 Identiteit, 4, 7 Kleding, 4, 11, 12 Leeftijd, 6, 7 Licht en geluid, vuur en temperatuur, 6 Lokaties en bouwwerken, 8 Maten en hoeveelheden, 5 Meervoudsvorming, 5, 8 Meervoudsvorming (onregelmatig), 8 Nadenken, beargumenteren en uitleggen, 9 Natuur en aardrijkskunde, 7, 8, 13 Onbepaalde voornaamwoorden, 12, 13 Onderwijs, 5 Onpersoonlijke werkwoorden, 12 Onregelmatige werkwoorden, 10 Oordelen en opinies, 5, 10 Originaliteit en banaliteit, 10 Personen, 8, 11, 13 Persoonlijke voornaamwoorden, 7 Persoonlijkheid en gevoelens, 6 Positieve waardering, 10 Ruimte, 6, 8, 11, 13 Schoolartikelen en het gebruik ervan, 5 Sport, 12 Steden, 8 Sterke werkwoorden, 10 Tijd en data, 5 Uitheemse woorden, 11 Vakantie en reizen, 11, 12, 13 Verkleinwoorden, 13 Verkleinwoorden (gebruik), 13 Vervoer algemene termen, 8 Voeding, 9, 10, 13 Voorzetsels van plaats, 5 Voorzetseluitdrukkingen, 11 Vragende bijwoorden, 5 Vragende voornaamwoorden, 7 Waar en onwaar, 5 Wederkerige werkwoorden, 7 Weersvoorspellingen, 12 Wegverkeer, 8 Werkwoorden met een onscheidbaar partikel, 10 Werkwoorden met een scheidbaar partikel, 10, 11 Werkwoorden met een vast voorzetsel, 11 Winkels, 11, 13 Woordvolgorde in een bijzin, 10 Woordvolgorde in een hoofdzin, 10 Zelfstandige naamwoorden, 4 Zwakke werkwoorden, 10 Pagina 14