DC 16Botbreuken en botontkalking 1 Inleiding Botbreuken komen bij alle generaties voor. Botontkalking is een ouderdomskwaal. De kans dat iemand botontkalking krijgt, neemt toe naarmate hij ouder wordt. Het komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. In dit thema gaan we naast botbreuken en botontkalking ook in op de situatie die ontstaat als iemand in shock raakt. De inhoud van dit thema: 2 Botbreuken 3 Botontkalking 1 Dit thema sluit aan bij het dc-thema over het bewegingsstelsel. 1
2 Botbreuken Mensen breken meestal botten door een val. Bepaalde ziekten en botontkalking kunnen de kans op een botbreuk (fractuur) vergroten. Dan kunnen mensen bij gewoon wandelen al een bot breken. Een botbreuk hoeft geen gehele breuk te zijn. Er kan ook sprake zijn van gescheurd bot. De kans dat een cliënt iets gebroken heeft, is groot als: de cliënt pijn heeft en de plaats van de pijn aan kan geven; de cliënt het gebroken lichaamsdeel niet meer kan gebruiken; er een zwelling te zien is (niet altijd) op de plaats van de breuk, een abnormale stand, abnormale beweeglijkheid; een uitwendige wond of open botbreuk. Is er een wond te zien, dan heb je te maken met een open botbreuk. Als je geen wond ziet, is het een gesloten botbreuk. Een open botbreuk geneest moeilijker dan een gesloten botbreuk. Bij een gesloten botbreuk kan bloed zich ophopen onder de huid. Er zijn enkelvoudige botbreuken en meervoudige. Meervoudige botbreuken kunnen breuken in één en hetzelfde bot zijn, of een verbrijzeld bot. Een breuk kan ook door een gewricht lopen. Als de botten in dat gewricht niet goed aan elkaar groeien, kan blijvende schade aan het gewricht ontstaan. Bij een botbreuk kan er ook schade ontstaan aan bloedvaten en zenuwen. Behandeling en verzorging Breekt een cliënt iets, dan kun je het volgende doen. Handelen na een botbreuk: Waarschuw een arts of ambulance. Stel de cliënt zoveel mogelijk gerust. Zorg dat het lichaamsdeel onbeweeglijk blijft. Ondersteun het lichaamsdeel eventueel met een handdoek of deken. Als de kleding kapot is, leg je over een open wond een steriel gaas of snelverband. Dat is belangrijk om infecties te voorkomen. Gebruik niet de zwachtels van het snelverband. Plak de uiteinden van het gaasverband of snelverband met kleefpleister losjes vast. Dat voorkomt dat het wegglijdt. Verwijder geen kleding die nog intact is. Als de kleding gescheurd is, leg je over de kleding iets schoons. 2 HZW Digitale Content
Soms lijkt er sprake te zijn van een botbreuk, maar gaat het in werkelijkheid om een uit de kom geschoten lichaamsdeel. Dat is heel pijnlijk. De cliënt kan het lichaamsdeel niet bewegen. Je doet in dit geval hetzelfde als bij een botbreuk. Als het om een slagaderlijke bloeding gaat, kan de cliënt in shock raken. Dat is levensbedreigend. Bij shock is de druk in de bloedvaten te laag om de belangrijkste lichaamsfuncties in stand te houden. Daardoor sterven cellen snel af. We bedoelen hier een ander soort shock dan die waarin iemand verkeerd door emoties. Een cliënt die in shock raakt heeft onmiddellijk medische hulp nodig. Roep dus onmiddellijk hulp in. Tijdens het wachten op de ambulance of arts kun je het volgende doen. Handelen bij shock: Vermijd drukte, spanning en bruuske bewegingen. Laat de cliënt liggen. Doe de benen omhoog, behalve als je denkt dat er iets met het hart is. Als de cliënt moeilijk kan ademen, zet je hem rechtop. Doe een deken om de cliënt heen. Geef nooit iets te eten of drinken. 3
3 Botontkalking Ons lichaam breekt voortdurend oud bot af en maakt nieuw bot aan. Bij oudere mensen houdt de opbouw van nieuw bot de afbraak niet meer bij. Dan ontstaat botontkalking (osteoporose). Bij botontkalking wordt het bot poreus. Dat komt omdat de kalk uit het bot verdwijnt en het botweefsel zelf achteruitgaat. Op het plaatje hieronder zie je links gezond bot. Op het rechterplaatje zie je een bot dat poreus is geworden door botontkalking. Gezond en poreus bot Door botontkalking heeft iemand meer kans op een botbreuk. De rugwervels zakken meer in zodat iemand kleiner wordt en krom gaat staan. De spierkracht, de soepelheid en behendigheid nemen af. Ongeveer 90.000 mannen en 350.000 vrouwen hebben last van botontkalking. Veel meer vrouwen dus dan mannen. Bij vrouwen ontstaat dit meestal na de menopauze. Bij mannen pas op hoge leeftijd. Mensen die een bepaalde ziekte hebben, bijvoorbeeld een schildklierziekte, of mensen die prednison gebruiken hebben een verhoogde kans op botontkalking. Een cliënt merkt er in het begin niets van dat het bot ontkalkt raakt. Pas als er een breuk optreedt, merkt hij dat. Rugklachten halverwege het onderste deel van de rug en pijntjes in bijvoorbeeld de handgewrichten kunnen wijzen op botontkalking. Bij het vallen zijn heupen en wervels het kwetsbaarst, daarna pols en knie. Ouderen die slecht ter been zijn of slecht zien, vallen eerder en zijn dus kwetsbaarder. 4 HZW Digitale Content
Behandeling en verzorging De arts kan botontkalking vaststellen door de botdichtheid te meten. Om botontkalking te voorkomen en tegen te gaan, kan een cliënt: niet roken en geen of weinig alcohol gebruiken; kalkrijk voedsel en extra kalktabletten tot zich nemen (melkproducten, groene groenten en vis); medicijnen (bijvoorbeeld hormonen) gebruiken die door de arts zijn voorgeschreven; goed bewegen, maar niet overbelasten. Vooral regelmatig bewegen heeft een positieve invloed. De bewegingen moet niet heel intensief zijn. Mensen die regelmatig hun botten belasten, houden hun botten langer sterk. Dat komt omdat botten zich aan kunnen passen aan de eisen die aan hen worden gesteld. Ook spieren worden onderhouden door regelmatige lichaamsbeweging. Als de spieren goed onderhouden worden, blijft een cliënt lenig en behendig. Dat helpt om vallen en misstappen te voorkomen. Mensen moeten hun leven lang voldoende kalk tot zich nemen om botontkalking te voorkomen. Pas op latere leeftijd meer kalk gaan nemen, heeft wel zin maar daardoor wordt de achterstand niet meer ingehaald. Een hormoonbehandeling kan het proces van ontkalking vertragen. Om te voorkomen dat ouderen vallen, kun je de omgeving valveilig maken: geen losse kleedjes; geen gladde vloeren; niet teveel meubilair waar tegenaan gestoten kan worden; breng in het toilet, douche en bad handvatten aan en zorg voor goede trapleuningen; gebruik een badmat; adviseer de cliënt goede platte schoenen te dragen; goede verlichting aanbrengen; adviseer de cliënt een draadloze telefoon te nemen zodat hij zich niet meer hoeft te haasten om de telefoon op te nemen. Tijdens het lange genezingsproces zijn bedlegerige vrouwen zeer vatbaar voor longontsteking en trombose. Trombose is een bloedstolsel dat zich aan de wand van een bloedvat hecht. Het kan het bloedvat af gaan sluiten. Iemand die bedlegerig is, moet daarom toch zoveel mogelijk bewegen. Volg hierin de aanwijzingen van de arts. 5