VELT Dijlevallei Roger Verlinden 15/02/2011 Roger.Verlinden2@telenet.be Snoei van Appel en Peer 1. Wat is snoeien Snoeien is het wegnemen of vervormen van plantendelen. 2. Waarom snoeien Zieke, verkeerd ingeplante, kruisende en schurende takken verwijderen Zonlicht doorlaten in de kruin om schimmelinfecties beperken. De jonge bomen vormen. De takgroei regelen door afbuigen en evenwicht tussen groei en bloei bewaren. 3. Wanneer snoeien: APPEL en PEER Wintersnoei: Bomen jonger dan 4 jaar in maart/april, oudere december tot maart, zwakke groeiers eerst. Bij droog weer en geen of weinig vorst. Zomersnoei: Juni tot augustus, in meerdere keren. Bij droog weer. Peren half juni, appels half-einde juli. Bij sterke hergroei in augustus herhalen. Waterscheuten in september. 4. Het leven van een boom Stoffen fotosynthese worden: gedeeltelijk verbruikt door de ademhaling. opgeslagen in reservestoffen. gebruikt als bouwsteen. vervoerd naar de wortels. minder groei = meer bloei zware vruchtdracht = weinig bloem het volgend jaar Steile tak: beperkt aantal bloemknoppen. Gebogen tak: meer groei in de bocht, maar ook bloemknopvorming. Vlakke tak: in hoofdzaak bloemknoppen.
5. Theorie van Klebbs : Evenwicht van de sapverrichting Wortelgestel en kruin Snoeien (bladeren Verplanten (wortels Verwekt groei (ruw sap overheerst) Vereist snoei (bewerkt sap overheerst Gesteltakken onderling en harttak Harttak langer snoeien Doet deze sterker groeien (ruw sap bevoorraadt eerst de hoogste punten) Scheutvorming en bloemvorming Kort snoeien (veel bladeren Bevordert de groei en remt de bloemvorming 6. Groeiregels van Vochting : groeiresultaat na snoei naargelang de stand in de boom afstand tot harttak dikte dikte dikte dikte dikte groei De steilste groeit het sterkst De dikste groeit het sterkst De hoogst ingeplante groeit het sterkst De dichtst bij de harttak ingeplante groeit het sterkst
7. Snoeiproeven van Koopman : reacties van éénjarige twijg op de mate van inknippen Niet snoeien Insnoeien op 1/3 (2/3 Insnoeien op 1/2 Weinig insnoeien Afbuigen tot horizontale stand Grootste totale lengte Grootste hoeveelheid groei Grootste verdikking Veel, doch zwakke vertakkingen Weinig verlengenis en veel bloemknoppen 8. Vruchtbare delen APPEL en PEER Spoor Gerimpeld Spoor Bloemknop Gekroonde Brindil Beurs Met veel sap groeit hij uit tot een houttak of een brindil, en is verloren voor de fruitproductie. Voldoende sap maakt hem tot bloemknop. Te weinig sap houdt hem latent als gerimpeld spoor. Hij gaat bloeien en bij gunstige omstandigheden vrucht dragen. Hij gaat bloeien en bij gunstige omstandigheden vrucht dragen Hij omvat alle elementen die opnieuw zullen dragen zoals brindillen, sporen, en bloemknoppen.
9. Wintersnoei pyramiden Vormingssnoei Eenjarige snoeren op ca 90 cm intoppen. Alle zijtakjes wegnemen. Het bovenste oog en vier goede ogen vanaf 50 cm bewaren. De tussenliggende uitbreken. Bij tweejarige bomen zijtakken uitbuigen naar 40,volgens groeikracht; inkorten met 1/3 en het tweede oog uitbreken. De harttak met 1/3 intoppen en oog 2 en 3 uitbreken. De volgende jaren laten we de gesteltakken verder enkelvoudig ontwikkelen. Op de harttak vormen we de tweede krans gesteltakken. onderhoudssnoei Te zware vruchttakken weg. De kop omzetten op een tweejarige tak. Vruchttakken met minder dan 10 cm groei terugsnoeien. Geen concurrenten toelaten. Gesteltakken open snoeien. Vruchthout regelmatig vervangen of inkorten. Vruchthout NOOIT inkorten op bladknoppen. Druiphout en buikhout goed opruimen. Piramidale vorm bewaren. Opslag verwijderen. Werkvolgorde Vooraf de boom bekijken. Eerst te steil geplaatste, zieke, kruisende, gebroken of schurende takken wegnemen. Dan het sleunwerk doen. Vervolgens met de snoeischaar systematisch de overige vruchttakken afwerken. Na het opruimen van het snoeihout de snoeiwonden behandelen. Het gebruikte materiaal reinigen en opbergen.
10. Wintersnoei haagbomen Vormingssnoei Eénjarige onvertakte snoeren op ca 90 cm intoppen boven een oog tegengesteld aan de oculatie. Enkele lager liggende ogen uitbreken. In mei alle takjes onder 90 cm wegnemen. In juni de top pluizen. 2 jarige vergen weinig snoei. Te lage te steile twijgen weg. Takken horizontaal buigen. De koptwijg insnoeien op 30 cm boven de vertakking en lager liggende ogen uitbreken. Concurrenten wegnemen. Onderhoudssnoei Snoei weg: Wildopslag van de onderstam. Concurrenten. Te steil ingeplante takken. Te lang vruchthout tot tegen een lager staande korte twijg. Afhangend vruchthout. Twijgen op de bovenzijde van de takken. Kruisende, schurende, zieke takken. Takken lager dan 50 cm staan. Een tak dikker dan een onder-staande snoeien "op voet NIET insnoeien: Verlengenissen. Sterke eenjarige twijgen. Uitdunnend snoeien: Korte twijgjes van 2-20 cm lang. Uitbuigen: Zijtwijgen van 20-40 cm die verticaal groeien. Gesteltakken en vruchttakken die niet horizontaal groeien. Omhoog binden: Een te zwakgroeiende gesteltak die dieper dan
Een piramidale boomvorm. Te hoge bomen terugsnoeien op een lagere vruchttak. een horizontale stand zit. 11. Wortelsnoei Waarom Vroeger vruchten. Gemakkelijkere wintersnoei. Minder vatbaar voor ziekten en plagen. Groeiverzwakking. Tijdstip Mag tot 3 weken voor de bloei gebeuren. Dus bij perenbomen tussen begin februari en half maart. Bij appelbomen in maart. Eenzijdig op ca 40 cm afstand van de stam. Eventuele correctie op 70 cm van de stam kan na de junirui. Kan het volgende jaar herhaald worden, maar dan op 70 cm. Gevolgen Het jaar van toepassing kleinere vruchten. Zwakkere fruitboomgroei, betere bloembot-vorming en vruchtzetting de volgende jaren. De vruchten kunnen geler zijn dan normaal. Werkwijze met de spade Kies de sterkst groeiende appel- en perenbomen De wortelsnoei wordt meestal slechts langs één kant toegepast. Op ongeveer 40 cm van de stam met een smalle spade een lange, smalle en diepe sleuf, ongeveer 40 cm diep, graven. Alle wortels door steken of zagen. Meestal is een sleuf van 1 meter lang voldoende. 12. Zomersnoei Voordelen Is een correctie/ voorbereiding van de wintersnoei, die overzichtelijker wordt. Bevordert de vruchtzetting en vertakking Werkwijze Rugscheuten en scheuten van de onderstam verwijderen. Te lang zijhout terugsnoeien. Sterkgroeiende scheuten innijpen einde juni en een laatste maal einde juli. Slechts één horizontale scheut bewaren op de zaagwonden van de wintersnoei. Wilde scheuten bij omenting in meerdere keren verwijderen. Nazorgen Het snoeihout opruimen. Wondbehandeling is meestal overbodig. Uitbuigen Dit gebeurt best in mei, juni en juli, maar kan nog tot augustus/ begin september. Bij appel onder het horizontale door,
Bij een beurtjaar kan de groei afgeremd worden. Meer kans op vruchtzetting het volgende jaar. Minder uitbreiding van schimmels en plagen. Een betere kleuring en smaak. maar zonder kattenruggen". Hoe hoger in de boom, des te lager mogen de takken uitgebogen worden. Na enkele maanden behouden ze hun stand. Literatuur Dufour: Fruitteelt http://www.users.skynet.be/nbs.mechelen Guy De Kinder : De Houtwal http://www.houtwal.be