Payrolling. November 2009



Vergelijkbare documenten
Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging?

Ontslag na doorstart faillissement

Het ontslagrecht per 1 juli 2015

Beëindiging van de arbeidsovereenkomst

Wet werk en zekerheid

Arbeids- en ontslagrecht 9 december 2014 Chris van Wijngaarden

Wet werk en zekerheid een overzicht 1

Twee jaar Wet Werk en Zekerheid

Wet Werk en Zekerheid Wijzigingen per 1 juli 2015

Wwz: wat moet u weten!

Nieuw Arbeidsrecht Hoe zit het nu en hoe gaat het worden?

Nieuwsbrief Wet Werk en Zekerheid

Nieuwsbrief juli 2014 Wet Werk en Zekerheid

Wet Werk en Zekerheid

Wet Werk en Zekerheid

Actualiteiten arbeidsrecht

Het zwaarwegend belang moet overigens aanwezig zijn bij aangaan van het concurrentiebeding of relatiebeding, maar ook bij einde van het contract.

Workshop Arbeidsrecht

Wijzigingen arbeidsrecht: de nieuwe Wet Werk & Zekerheid

Reorganiseren en de WWZ 11 mei 2015

De Ontslagprocedure WERKBEDRIJF. Afdeling Arbeids Juridische Dienstverlening (AJD) Maastricht

Ministerie van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu

OPLEIDINGEN WERKWIJZE OPEN INSCHRIJVING OPLEIDINGEN IN COMPANY OPLEIDINGEN DOELGROEP

Avondje Legal. 3 Advocaten

Wijzigingen per 1 juli 2015: van ketenregeling, ontslagrecht, WW en overige

Whitepaper Wet werk en zekerheid

Wijzigingen arbeidsrecht. Nieuwsbrief

HET NIEUWE ARBEIDS- EN ONTSLAGRECHT De 7 belangrijkste wijzigingen

Wet Werk en Zekerheid. wijzigingen voor eigen personeel en uitzendkrachten

FHI HRM Actualiteitenseminar. 4 november Michiel van Dijk

Per 2015 mag er geen proeftijd meer worden opgenomen in arbeidsovereenkomsten met een looptijd tot en met zes maanden.

Wet werk en zekerheid

Wet werk en zekerheid in vogelvlucht

WIJZIGING ARBEIDSRECHT/ ONTSLAGRECHT. H.F.A. Bronneberg R.C. Breuls

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Wet Werk en Zekerheid

Wet Werk en Zekerheid (WWZ)

Kennis-event. Wet Werk en Zekerheid in relatie tot inhuur en CAO voor flexkrachten. 3 februari 2015

Ontslag. Informatie voor werknemers

Ketenbepaling 4. Onderbrekingstermijnen 5. Aanzegtermijn 6. Proeftijd 6. Concurrentiebeding 7. Oproepcontracten 7. Regatlieregel 8.

1. Ontslag. 1.1 Inleiding. 1.2 De arbeidsovereenkomst

Please Payroll Postbus 11, 5700 AA Helmond T (gratis) T E info@please.nl

Ontslag en arbeidsconflicten in de praktijk. NCP Directeuren Diner Allard Bekius, 20 april 2009

De transitievergoeding

Themasessie transitievergoeding

Whitepaper: wijzigingen rondom Wet werk en zekerheid

Rechten en plichten werkgevers en werknemers Onderneming in België

Welkom op de workshop

Infokaart. Flexwet. voor en door professionals. Een product van De Unie

Uitwerkingen proeftijd en concurrentiebeding

Als werkgever toe aan Collectief Ontslag? Let op de volgende Spelregels

Fact sheet avv-loze periode ABU-cao

HR update Arbeidsrecht nu en straks

Thema: Arbeidsrecht - nu - in de toekomst - in de praktijk

Werkgever & Ontslag. Informatie voor werkgevers over ontslag. 1. Inleiding

Ontslagrecht en dossiervorming. Corine Oerlemans 26 november 2013

[Naam werkgever], gevestigd te [plaats/adres], in deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door [ naam], [functie] hierna te noemen werkgever,

DE ARBEIDSOVEREENKOMST KLAKKELOOS ONDERTEKENEN IS NIET VERSTANDIG

Veranderingen Arbeidsrecht 2015

Wet Werk en Zekerheid. Nathalie van Goor

Arbeidsrecht, invoeringsdatum 1 januari 2015:

Analyse maatregelen in Wet werk en zekerheid 5 december 2013

TRANSITIEVERGOEDING & SOCIAAL PLAN. Dr. mr. Steven Jellinghaus & mr. Karen Maessen De Voort Advocaten I Mediators

Ontslag met wederzijds goedvinden moet schriftelijk worden gedaan, mondeling is niet geldig.

Analyse Wet werk en zekerheid door ABU

Wat betekent de AVV loze periode voor mij als uitzendkracht?

HR in de Zorg Nieuw Ontslagrecht & Vergoeding 2 december 2014

Nieuwe ontslagrecht in 25 minuten? Jo van Saase

3 De Wet werk en zekerheid is een aanscherping van de oude Wet flexibiliteit en zekerheid (beter bekend als de Flexwet).

Het nieuwe ontslagrecht / WWZ

Rechten en plichten werkgevers en werknemers

De positie van de tijdelijke krachten (flexwerkers):

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Alles over ontslag met wederzijds goedvinden

Inhoud. Doelstellingen van de WWZ. Workshop Wet Wet Werk en Zekerheid. Doelstellingen van de WWZ. Wat is er al veranderd per 1 januari 2015

Inleiding Wet Werk en Zekerheid. 8 mei 2015 mr. D. Hogenboom Taurus Advocaten

Wet Werk en Zekerheid Wijzigingen in het arbeidsrecht. mr. D.J. (Douwe) de Haan mr. R.G. (Ruben) van Mourik

Algemene Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van uitzendkrachten

Please Payroll Postbus 11, 5700 AA Helmond T (gratis) T E info@please.nl

Arbeidsrecht en Sociale Zekerheid. Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

II Het dienstverband

SOCIAAL PLAN. Bouwbedrijf De Keij B.V. Rotterdam

Ontslagrecht. Prof. A.R. Houweling

Transcriptie:

Payrolling November 2009 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten aansprakelijk voor schade van welke aard dan ook indien gebaseerd op onjuiste en/of onvolledige informatie uit deze publicatie. Deze uitgave althans delen daarvan mag uitsluitend worden verveelvoudigd met volledige vermelding van de naam van de auteur. Copyright 2009

De constructie. Eigenlijk is payrolling een bijzondere vorm van de uitzendovereenkomst. Ook bij payrolling worden de werkzaamheden verricht bij een ander dan degene waarmee de werknemer een overeenkomst heeft. Er zijn echter een aantal belangrijke verschillen: -de werving en selectie geschiedt door de opdrachtgever zelf; -de werknemer kan uitsluitend bij de opdrachtgever worden tewerkgesteld; -de intentie van de payroll-overeenkomst is dat de werknemer voor langere tijd bij de opdrachtgever werkzaam zal zijn, en -de overeenkomst met de payroll-onderneming eindigt niet van rechtswege als de overeenkomst tussen de payroll-onderneming en de opdrachtgever eindigt (het zogenaamde uitzendbeding is dus niet van toepassing). De Payroll-CAO. Op de meeste payroll-overeenkomsten is de Payroll-CAO van toepassing. De werknemer dient er echter op bedacht te zijn dat er ook een aantal ondernemingen is dat wel aan payrolling doet, maar dat niet onder werkingssfeer van deze cao valt. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een onderneming die naast payrolling bijvoorbeeld overwegend uitzendovereenkomsten afgesloten heeft en daarmee onder de uitzend-cao valt. De payroll-cao kent een belangrijke bepaling die de aantrekkelijkheid van het werken met personeel via een payroll-onderneming voor een belangrijk deel teniet doet. Als de payroll-cao van toepassing is dan dient de werknemer dezelfde beloning te genieten als de rechtens geldende beloning van de werknemer die in dienst van de opdrachtgever werkzaam is in een gelijke of gelijkwaardige functie

De payroll-cao kent voorts een aantal belangrijke afwijkingen van het gewone wettelijke regime. Deze afwijkingen hebben met name betrekking op de bepaling dat na een aantal overeenkomsten voor bepaalde tijd van rechtswege een overeenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat, over opvolgend werkgeverschap bij een reeks overeenkomsten voor bepaalde tijd, over de wijze van beëindiging van de overeenkomst en over de toekenning van een vergoeding bij beëindiging. Bepaalde tijd wordt onbepaalde tijd. Ter berekening van het aantal dienstjaren gelden bij de payroll-overeenkomsten nog een aantal bijzondere bepalingen. 1) Indien de werknemer gedurende 3,5 jaren voor dezelfde payrollonderneming (of voor meerdere payroll-ondernemingen die ten opzichte van elkaar als opvolgend werkgever kunnen worden beschouwd) heeft gewerkt op basis van meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, dan geldt de laatste overeenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd. 2) Indien de werknemer op basis van meer dan 12 overeenkomsten voor bepaalde tijd voor dezelfde payroll-onderneming (of voor meerdere payrollondernemingen die ten opzichte van elkaar als opvolgend werkgever kunnen worden beschouwd) heeft gewerkt geldt de 13 e overeenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd. 3) Bij payroll-overeenkomsten neemt deze opbouw een aanvang op de eerste werkdag. Dit is anders bij uitzendovereenkomsten, waarbij de opbouw pas start na 26 weken. Met ingang van 1 januari 2010 worden deze bepalingen gewijzigd in 1) 3 jaren en 2) 8 overeenkomsten. Opvolgend werkgeverschap. Voor de berekening van de lengte van het totale dienstverband is het niet van belang of de werkzaamheden zijn verricht voor dezelfde opdrachtgever, maar voor dezelfde payroll-onderneming. Daarbij is het mogelijk dat er gedurende die totale looptijd sprake is geweest van meerdere opdrachtgevers.

Verder volgt uit de jurisprudentie omtrent opvolgend werkgeverschap dat indien de werknemer bijv. eerst een periode rechtstreeks in loondienst is geweest bij de werkgever en daarna aansluitend bij dezelfde onderneming dezelfde werkzaamheden heeft verricht maar dan via een payroll-overeenkomst waarbij de payroll-onderneming als juridisch feitelijk werkgever geldt, deze arbeidsperioden bij elkaar opgeteld dienen te worden als ware er sprake van één werkgever. Ook in het omgekeerde geval ( de werknemer heeft eerst zijn werkzaamheden bij een opdrachtgever verricht via een payroll-onderneming en verricht aansluitend zijn werkzaamheden rechtstreeks in loondienst van de opdrachtgever) dienen beide periodes bij elkaar te worden opgeteld. Ten aanzien van de beëindigingsvergoeding is op 12 oktober 2009 door de Kantonrechter te Zutphen een interessante uitspraak gedaan. De wijze van beëindiging. Beëindiging van een payroll-overeenkomst geschiedt op dezelfde wijze als beëindiging van een arbeidsovereenkomst. Dat betekent dat voor beëindiging noodzakelijk is: 1) een beëindiging met wederzijds goedvinden, 2) een ontslag op staande voet, 3) het einde van een overeenkomst voor bepaalde tijd, 4) een ontbinding door de kantonrechter, of 5) een (tussentijdse) beëindiging middels eenzijdige opzegging. Voor de eenzijdige opzegging door de werkgever is altijd een ontslagvergunning nodig. Het UWV WERKbedrijf kent voor de toetsing van verzoeken om het verlenen van een ontslagvergunning in de uitzendsector bijzondere regels. Deze regels zijn, in grote lijnen, ook van toepassing op de payroll-overeenkomst. Payroll-overeenkomsten voor bepaalde tijd kunnen in principe (d.w.z. tenzij dat is uitgesloten in de overeenkomst die is aangegaan voor 13 weken of meer) tussentijds worden opgezegd.

Nadat de ontslagvergunning is verkregen gelden voor de payroll-overeenkomst een aantal afwijkende opzegtermijnen; -voor de werkgever geldt altijd een opzegtermijn van één maand. -voor de werknemer geldt: -bij een overeenkomst voor meer dan 13 weken een opzegtermijn van 7 dagen; -bij een overeenkomst van meer dan 13 maar minder dan 26 weken een opzegtermijn van 14 dagen; -bij een overeenkomst van meer dan 26 weken een opzegtermijn van 28 dagen. Bij payroll-overeenkomsten voor onbepaalde tijd geldt voor beide partijen een opzegtermijn van één maand. De beëindigingsvergoeding. De payroll-cao bepaalt dat indien de opdrachtgever de overeenkomst met de payroll-onderneming beëindigt wegens bedrijfseconomische reden en nadat gebleken is geen herplaatsingsmogelijkheden bij deze opdrachtgever bestaan, de payroll-onderneming de plicht heeft om gedurende twee maanden te trachten een andere opdrachtgever te vinden om de werknemer bij te plaatsen. Lukt dat niet dan kan de payroll-onderneming de overeenkomst met de werknemer beëindigen. Voor die beëindiging gelden dan dezelfde regels als die van toepassing zijn op een reguliere arbeidsovereenkomst. Dat wil zeggen dat voor de opzegging van die overeenkomst ofwel een ontslagvergunning van het UWV WERKbedrijf dient te worden aangevraagd en verkregen, danwel een ontbinding dient te worden gevraagd aan de Kantonrechter. In de payroll-cao is een ontslagregeling opgenomen. Op basis daarvan kan de werknemer aanspraak maken op een vergoeding gelijk aan 4 bruto maandsalarissen als minder dan 5 jaren is gewerkt bij de opdrachtgever, 6 maanden bij een werkperiode van langer dan 5 maar korter dan 10 jaren, 8 maanden bij een werkperiode van langer dan 10 maar korter dan 15 jaren en 10 maandsalarissen bij een werkperiode van meer dan 15 jaren. In de door zojuist genoemde Zutphense zaak was de payroll-onderneming bij aanvang van de tewerkstelling overeengekomen met de opdrachtgever, dat de

opdrachtgever ingeval van beëindiging wegens bedrijfseconomische redenen die verplichting tot betaling van een beëindigingsvergoeding op zich zou nemen. Een regeling die in veel overeenkomsten tussen opdrachtgevers en payrollondernemingen voorkomt. De payroll-onderneming verzocht de kantonrechter om ontbinding van de overeenkomst met de werknemer zónder oplegging van een vergoeding, omdat de opdrachtgever daarvoor geen geld meer had (het zgn. habe-nichts verweer). De kantonrechter oordeelde echter dat het bij de bepaling van een vergoeding niet gaat om de financiële positie van de opdrachtgever. De payroll-onderneming is formeel de werkgever en daarmee ook aansprakelijk voor de betaling van de beëindigingsvergoeding. Dat de werkgever die verplichting bij een derde heeft neergelegd, maakt vervolgens niet dat dan de financiële positie van de derde bepalend is voor de vraag of de werknemer wel of niet een vergoeding krijgt. Conclusie. Payroll-overeenkomsten worden uit verschillende motieven gesloten. Voor opdrachtgevers is het vaak een methode om personeel buiten de werkingssfeer van een eigen CAO te brengen of om te zorgen dat in financieel moeilijkere tijden flexibeler kan worden omgegaan met het personeelsbestand. Zo kunnen verplichtingen jegens personeel vermeden of verminderd worden. Voor payroll-ondernemingen is het goed te beseffen dat middels CAO-afspraken en jurisprudentie die verplichtingen in belangrijke mate slechts verschoven worden van de opdrachtgevers naar de payroll-ondernemingen.