Vrijmetselarij en humanisme Hans Gouweleeuw is niet alleen humanist, maar ook vrijmetselaar. Op 25 oktober 2012 gaf hij voor de bezoekers van het Humanistisch Café Haaglanden een boeiende en persoonlijke lezing over de overeenkomsten en verschillen tussen vrijmetselarij en humanisme. In mijn verhaal zal ik ingaan op de oorsprong en de belangrijkste kenmerken van deze voor veel mensen onbekende en enigszins geheimzinnige internationale broederschap. Twee elementen vormen de basis voor de vrijmetselarij. Het ene is de altijd door mensen gestelde vraag naar zelfkennis ( ken u zelve ) en het andere is de verhouding tot de medemens. Dat ontwikkelen van zelfkennis wordt door de vrijmetselaren gezien als een voortdurend werken aan zichzelf (symbolisch uitgedrukt: het werken aan je ruwe steen). De symbolen en rituelen die worden gebruikt in de vrijmetselarij zijn grotendeels ontleend aan het bouwambacht. Maar daarover later meer. Naar mijn mening zijn er vele overeenkomsten met de humanistische levensbeschouwing. Zo doen zowel humanisten als vrijmetselaren een principieel beroep op de persoonlijke verantwoordelijkheid van het individu. In beide richtingen tref je ook de solidariteitsgedachte aan voor de medemens. Zelf denken, samen leven dus. Voordat ik straks dieper zal ingaan op overeenkomsten en verschillen tussen de levensbeschouwing humanisme en de geestesrichting vrijmetselarij wil ik beginnen met een tweetal uitspraken van de zestiende-eeuwse Franse filosoof Michel de Montaigne (een humanistisch denker pur sang) en de grote denker Goethe, die vrijmetselaar was. Het leven van een mens is voortdurend onderweg. Zijn leven lang. Het leven is het hele leven een levensreis. Het leven is rondreizen zonder een bepaald einddoel of een vaste eindbestemming. Je reist om het reizen zelf, om in beweging te blijven, zolang je die beweging fijn vindt. Het is niet vast te stellen wie je bent, omdat je geest geen houvast kan krijgen en nog altijd in zijn leerjaren is. Een zelfportret is een momentopname en markeert niets anders dan de overgang naar een volgend zelfportret, vanuit een andere stolling in de tijd, aldus Montaigne. Elk mens heeft het geluk in eigen hand, zoals de kunstenaar de ruwe materie die hij naar zijn vorm wil scheppen. Maar het is met deze kunst zoals met alle kunsten: het vermogen is ons weliswaar aangeboren, maar het wil zorgvuldig ontwikkeld en beoefend worden. Volgens Goethe dient de mens dus op eigen kracht en verantwoordelijkheid aan zichzelf te werken. Dit dan vanuit het principe van de maakbare mens die dus niet hoeft te berusten bij de wereld zoals die is. Korte begripsbepaling van het humanisme De woorden humanisme en humanist hebben in de loop van de geschiedenis verschillende betekenissen gehad. Kortheidshalve ga ik in dit verhaal uit van wat er heden ten dage in Nederland onder humanisme wordt verstaan. Volgens mij kan dat het beste worden weergegeven met de beginselverklaring van het Humanistisch Verbond. Daarin staat: Het humanisme is de levensovertuiging die probeert leven en wereld te begrijpen uitsluitend met menselijke vermogens. Het acht wezenlijk voor de mens zijn vermogen tot onderscheidend oordelen, waarvoor niets of niemand buiten hem verantwoordelijk kan worden gesteld. Het hedendaagse humanisme kan worden gekenmerkt door:
1. de voortdurende bereidheid zich in denken en doen naar normen van zedelijkheid en redelijkheid te verantwoorden. 2. de helpende zorg voor de medemens om hem in staat te stellen zich te ontplooien tot een volwaardig bestaan in zelfbestemming. 3. het streven naar een samenleving waarin vrijheid, gerechtigheid, verdraagzaamheid, eerbied voor de menselijke waardigheid en medemenselijkheid centraal staan. Uit deze beginselverklaring blijkt dat het humanisme een gevoelskant heeft (levensovertuiging), maar ook een kenniskant (levensbeschouwing) en tenslotte nog een handelende kant (levensstijl). Met andere woorden: een humanist voelt, denkt en handelt vanuit zijn humanisme. Voorts blijkt uit deze verklaring dat het humanisme zowel een individuele, een intermenselijke als ook een maatschappelijk-politieke dimensie heeft. Want als humanist neem je verantwoordelijkheid voor je eigen leven, voor je medemens en ten slotte voor de samenleving waar je deel van uit maakt. Belangrijke humanistische waarden die uit deze verklaring blijken, zijn dan ook: verantwoordelijkheid, respect voor de menselijke waardigheid, autonomie (de mens bepaalt zelf zijn bestemming), zorgzaamheid, ontplooiing, vrijheid, verdraagzaamheid en gerechtigheid. De vrijmetselarij Wat is, kortweg, vrijmetselarij? Het is voor mij heel lastig om dat in één zin of definitie samen te vatten. Ten eerste speelt het punt van de persoonlijke beleving. Niet iedere vrijmetselaar beleeft de vrijmetselarij op dezelfde wijze. Een ander probleem hierbij is het tijdgebonden karakter. De wereld om ons heen verandert en dat geldt niet alleen voor het heden, maar ook voor de interpretaties van het verleden. Dat heeft ook invloed op de omschrijving van en de wijze van beoefening door de ruim zesduizend leden van de vrijmetselarij, al blijft de kern ervan onaangetast. Dan toch maar een paar pogingen tot een omschrijving. Eerst maar een van een buitenstaander, namelijk van pater Dierickx, in leven hoogleraar kerkgeschiedenis te Leuven. Vrijmetselarij is een ethisch gericht genootschap, dat zowel de individuele persoonlijkheid als de gemeenschap tot een hoger geestelijk en zedelijk niveau zoekt te brengen, de broederschap tot doel heeft en bij deze activiteit, tot in haar naam toe, de hele symboliek van de metselaren en steenhouwers gebruikt. Een bijzonder ethisch stelsel, versluierd in allegorie en verlucht door symbolen (uit een Engels rituaal). De vrijmetselarij is een universele vereniging, gegrondvest op de solidariteit. Ze stelt zich ten doel de zedelijke vervolmaking van de mensheid door middel van het voortdurend streven naar de geestelijke en stoffelijke verheffing van de mens. Ze heeft als devies: vrijheid, gelijkheid, broederschap (Franse definitie uit 1907). De vrijmetselarij maakt gebruik van een allusieve methode waarbij door het hanteren van symbolen en rituelen wordt gestreefd naar een gezamenlijke en persoonlijke bezinning op de levenshouding ( tekst van de vrijmetselaars Stichting Ritus en Tempelbouw uit 1996). Deze omschrijving van vrijmetselarij als methode scherpt het inzicht dat zij haar leden geen eigen exclusieve ideologie heeft te bieden naast de bestaande wijsgierige, godsdienstige en politieke wereldbeschouwingen. In deze (door mij persoonlijk gedeelde) opvatting is vrijmetselarij niet meer en niet anders dan een middel dat op haar eigen wijze wil bevorderen dat ieder een individuele levenshouding vindt, die recht doet aan ieders persoonlijke inzichten en beginselen en waarden. Wikipedia definieert de vrijmetselarij als een wereldwijde broederschap met als taak de gemeenschap en de harmonie van de volkeren te bevorderen en weg te nemen wat de mensen en naties verdeeld kan houden. In de huidige beginselverklaring van de vrijmetselarij, zoals vastgelegd in artikel 2 van de Ordegrondwet staat het volgende: De Vrijmetselarij is de uit innerlijke drang geboren geestesrichting, welke zich openbaart in een voortdurend streven naar ontwikkeling van al die eigenschappen van geest en
gemoed, die de mens en de mensheid kunnen opvoeren naar hoger geestelijk en zedelijk peil. In trefwoorden zou je de vrijmetselarij kunnen omschrijven als een inwijdingsgenootschap, broederschap, vrij denken, tolerantie, persoonlijke ontwikkeling, verantwoordelijkheid voor de gemeenschap en de medemens. De vrijmetselarij gaat dus van de gedachte uit dat de leden bewust willen nadenken over levensvragen en dat zij hun gedachten in een vertrouwde kring aan die van anderen willen toetsen. Maar het staat ieder geheel vrij zijn eigen weg te zoeken naar geestelijke verdieping en die filosofie te bestuderen die hem naar eigen overtuiging het meest zinvol voorkomt. De vrijmetselarij is geen religie, maar ze kan wel religieus worden genoemd in de ruimste zin van dat woord. Dat wil zeggen dat geloof aan of in iets, dat er meer is dan het hier en nu, een wezenlijk kenmerk is. Ze wil helpen zoeken naar een antwoord op levensvragen als: vanwaar kom ik, wie ben ik, waarheen ga ik. De vrijmetselaar erkent de hoge waarde van de menselijke persoonlijkheid, de gelijkwaardigheid van alle mensen, ieders recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid en ieders verantwoordelijkheid voor zijn doen en laten. Vrijmetselaren betrachten verdraagzaamheid en streven naar harmonie; mede daardoor kunnen de loges ontmoetingsplaatsen zijn voor mannen met uiteenlopende en geheel verschillende achtergronden en opvattingen. Bij de vrijmetselarij zijn veel symbolen en rituelen in gebruik. Deze zijn veelal ontleend aan de oude middeleeuwse loges van de kathedralenbouwers. Die ambachtslieden vertaalden hun beroepstrots geleidelijk aan in een vast ritueel, bedoeld om de leden behalve technische kennis ook geestelijke verdieping mee te geven. De vrijmetselaarsloges zijn naar alle waarschijnlijkheid voortgekomen uit de middeleeuwse bouwcorporaties in Engeland en Schotland. Die zouden behalve geschoolde steenhouwers ook niet-vakmensen met belangstelling voor geestelijke en morele zaken van buiten het gilde als lid hebben aangenomen. Daardoor veranderden de loges geleidelijk van karakter: de operatieve vrijmetselarij ontwikkelde zich aldus tot de huidige speculatieve. In 1717 is de eerste loge in Engeland opgericht en in ons land in 1734, hier in Den Haag. In dit kader nu iets over de organisatievorm We kennen de Grootloge, het Grootoosten en de Loges. De Grootloge is de nationale vereniging van loges, een overkoepelende organisatie, een vereniging van verenigingen dus. Deze Orde van Vrijmetselaren telt ruim zesduizend leden, verdeeld over ongeveer honderdvijftig loges. Het Grootoosten is de algemene ledenvergadering die gemiddeld eenmaal per jaar bijeenkomt. Het wordt gevormd door de afgevaardigden van de loges en het is het hoogste gezag in de orde. De afzonderlijke loges zijn zelfstandige verenigingen naar burgerlijk recht. Deze loges dienen zich wel te houden aan de ordewetgeving. Symbolen en rituelen Zoals bekend wordt onder het begrip symbool verstaan: een middel om iets abstracts zintuiglijk waarneembaar te maken. Zo kan bijvoorbeeld en anker een symbool zijn voor het begrip hoop, een duif met olijftak voor het begrip vrede. Anders gezegd: symbolen zijn hulpmiddelen bij het overbrengen van gedachten of gevoelens die vaak moeilijk onder woorden zijn te brengen. In de communicatie tussen mensen zijn symbolen zeer belangrijke hulpmiddelen. Ze kunnen een geestelijke meerwaarde toevoegen aan voorwerpen, verschijnselen, handelingen en gevoelens, bijvoorbeeld: kruis, trouwring of nationale vlag. In de vrijmetselarij wordt voornamelijk gebruik gemaakt van de bouw- en de lichtsymboliek, maar daarnaast ook van de reissymboliek en de woordsymboliek. Ruwe steen Zoals eerder gezegd: de vrijmetselaar ziet het als een zeer belangrijke opdracht om te werken aan de ruwe steen die hij zelf is. Die moet hij geschikt maken om ingepast te kunnen worden in een bouwwerk dat uit levende stenen wordt opgebouwd. Het gebruik van werktuigen, bijvoorbeeld de hamer en de beitel, speelt daarbij een belangrijke rol. Door voortdurend te werken aan die ruwe steen tracht hij een beter mens te worden.
Andere belangrijke symbolen zijn de passer en de winkelhaak. De passer helpt hem om in zijn leven de juiste maatvoering te bepalen. De winkelhaak is het symbool van haaksheid en rechtvaardigheid, het zoeken naar de rechte verhouding tot zijn medemens. In het gebruik van de lichtsymboliek is de vrijmetselarij overigens zeker niet uniek. Mensen die zich in geestelijke waarden verdiepten, zijn door alle eeuwen heen altijd geboeid en geïnspireerd geweest door de tegenstelling licht en duister. Elk symbool heeft overigens niet voor iedere vrijmetselaar dezelfde betekenis. Dat zou ook niet passen bij het ondogmatische karakter van de vrijmetselarij. Een symbool heeft voor de vrijmetselaar de betekenis die hij er zelf aan wil toekennen. In de vrijmetselarij kennen we een aantal vaste rituelen. De belangrijkste zijn - overeenkomstig het gebruik in het gildesysteem van de vroegere bouwloges - de aanneming tot leerling, de bevordering tot gezel en de verheffing tot meester. Elk van deze rituelen heeft ook een eigen boodschap. Bij de aanneming tot leerling staat, behalve het opnemen in de broederschap, het verkrijgen van zelfkennis centraal. De gezellenbevordering en de meester-verheffing staan in het teken van respectievelijk de relatie tot de medemens en die met het hogere, het transcendente, ook wel de Opperbouwmeester van het Heelal genoemd. Wat dat laatste begrip betreft, staat het iedere vrijmetselaar ook geheel vrij daar zijn eigen inhoud aan te geven. De vrijmetselaar is belevingsgericht ingesteld en raakt dus aan zaken die niet primair en enkel verstandelijk zijn te bevatten. Mensen hebben immers niet alleen verstand (beschouwing), maar ook gevoel (beleving). Kort gezegd: de vrijmetselarij is er voor mensen die bewuster (spiritueler) willen leven en die dus geen genoegen nemen met materialisme zonder meer en die een gevoel hebben voor de betekenis van symbolen en rituelen. In dit verband even een korte verwijzing naar het humanisme. Van Praag, de grondlegger van het Humanistisch Verbond, schreef in 1953: De mens is vormgever van zijn eigen bestaan krachtens zijn wezen en maakt deel uit van een kosmisch geheel. Persoonlijke kanttekeningen In de vrijmetselarij kennen we grofweg twee soorten bijeenkomsten, te weten gemiddeld eenmaal per maand een rituele bijeenkomst (open loge) in de werkplaats en comparitieavonden. Het merendeel van de avonden wordt dus besteed aan bijeenkomsten die enigszins vergeleken kunnen worden met een vergadering van een filosofisch ingesteld genootschap, waar een inleider het woord voert, zijn bouwstuk oplevert in ons jargon en daarna in de dialoogvorm op broederlijke en socratische wijze over zijn inzichten bevraagd wordt. Die wekelijkse bijeenkomsten van de vrijmetselarij ervaar ik persoonlijk als momenten van innerlijke rust, inkeer en verbondenheid. De kracht van de vrijmetselarij ligt voor mij vooral ook in de methode waarmee de vragen rond zingeving van het bestaan benaderd kunnen worden, zonder dat dit op enigerlei wijze leidt tot een geloofservaring of een sociale dwang die een vrij zoeken naar waarheid, levenswijsheid en levenskracht, het mogelijke antwoord op die vraag onderdrukt. Kortom: de vrijmetselarij prikkelt mij tot zelf nadenken en geeft me het gevoel deel uit te maken van een groter levensbeschouwelijk geheel. Het wezenlijke doel van de vrijmetselarij is voor mij dan ook om te komen tot meer zelfkennis en mijn geestelijke ontwikkeling als mens. De vrijmetselarij is, zoals eerder gezegd, in elk geval niet een bepaalde geloofsleer of een in vaste stellingen en dogma s neergelegde wereldbeschouwing, maar veeleer een wegwijzer naar en een methode tot het vormen van een levenshouding. Een vrijmetselaar bouwt aan zijn eigen persoonlijkheid. De vrijmetselarij is voor mij tevens een centrum waar mensen elkaar in eensgezindheid kunnen ontmoeten, hoezeer zij ook overigens naar aard en opvatting van elkaar mogen verschillen. Haar methode, door middel van symbolen en ritualen, is een vrije, zelfwerkzame, innerlijke ontwikkeling van de persoonlijkheid. De wekelijkse logebijeenkomsten zijn voor mij ook leerzame gelegenheden om over mijn opvattingen van gedachten te kunnen wisselen en waar ik ook (en eerlijk toegegeven: soms met enige weerstand en moeite) leer om afwijkende overtuigingen en opvattingen
van mijn medebroeders te kunnen accepteren. Op die bijeenkomsten wordt mij dus ook dikwijls een spiegel voorgehouden, waarin ik soms wat meer van mezelf kan ontdekken en waarin ik op mijn vragen waar vandaan, waarom en waarheen, iets van een antwoord kan vinden. Enkele voor mijzelf wezenlijke waarden en uitgangspunten voor mijn eigen leven zijn: - Verantwoordelijkheid voor mijn eigen doen en laten. Word en blijf je eigen leermeester! - Ik ga uit van het recht van elk mens om zonder dogma s te mogen zoeken naar zijn waarheid. Dit vanuit het besef dat er volgens mij geen absolute en voor elk mens geldende waarheden bestaan. - Gelijkwaardigheid van alle mensen. - Zoek naar wat mensen verbindt en tracht weg te nemen wat hen verdeelt. - Er is volgens mij meer in het leven dan het louter zintuiglijke waarneembare en het verstandelijk beredeneerbare. - Ieder mens is uiteindelijk zijn eigen hoogste rechter en is en blijft zijn eigen hoogste autoriteit. Samengevat gaat het mij strikt persoonlijk dus om het ideaalbeeld van een mens die zelfstandig in het leven staat, die vrij van vooroordelen en zonder dogma s en leerstellingen, twijfelend en aarzelend maar toch vastbesloten, zijn eigen weg blijft gaan, maar die zich tevens verantwoordelijk weet voor zijn eigen beslissingen in relatie tot zijn medemens. Overeenkomsten vrijmetselarij en humanisme Zowel humanisten als vrijmetselaren doen een principieel en primair beroep op ieders persoonlijke verantwoordelijkheid. In beide richtingen tref je de solidariteitsgedachte aan en een uitgesproken voorkeur voor het communicatiemiddel dialoog. Ook in de levenshouding van vrijmetselaren tref je veel humanistische elementen aan, zoals het verlangen naar vrijheid, autonomie en een sterke afkeer van indoctrinatie. Zelfbeschikking is voor beiden een wezenlijke waarde. Ook in beide beginselverklaringen vind je overeenkomsten. Humanisten willen de wereld en het leven uitsluitend begrijpen met menselijke vermogens, voor zover dat mogelijk is. De mens heeft het vermogen tot onderscheid, zijn rede, maar zeker ook zijn intuïtie en zijn gevoel. De bekende godgeleerde Schillebeekxs heeft over die humanistische beginselverklaring eens gezegd: Zulk begrijpen is een noodzakelijke voorwaarde voor niet bijgelovige godsdienstigheid. Als je deze uitspraak toepast op de vrijmetselarij, dan is dit eveneens voorwaarde voor een niet bijgelovige vrijmetselaar. Zie ook de hiervoor geciteerde uitspraak van Van Praag uit 1953. Humanisme en vrijmetselarij staan voorts beide voor rechtvaardigheid en respect voor de menselijke waardigheid. Voor een samenleving dus waarin mensen zich om elkaar bekommeren en samen zorg dragen voor kwaliteit van leven, voor zichzelf en voor elkaar. En zowel de humanist als de vrijmetselaar gaan er in essentie van uit dat het aan ieder mens geheel zelf te bepalen is hoe hij of zij in het leven wil staan, net als centrale basiswaarden: vrijheid, verbondenheid, redelijkheid en verantwoordelijkheid. Laat ik eindigen met een toepasselijke dichtregel: Wij lopen door onszelf heen en komen rovers tegen, geesten, spoken, reuzen, oude mannen, jonge mannen, echtgenotes, weduwen, liefdebroeders, maar altijd komen we onszelf tegen. Hans Gouweleeuw Bestuurslid Humanistisch Verbond, afdeling Haaglanden Lid van de Vrijmetselarij, loge L Union Royale December 2012