Kindergeneeskunde. Dagtraining.

Vergelijkbare documenten
Informatie voor ouders

Spelregels voor de plas training thuis

Advies van de kurkdroogpoli

Kindergeneeskunde. Nachttraining. Persoonlijke Informatie Map.

Advies van de kurkdroogpoli

2. Alles wat je moet weten over poepen en plassen: dysfunctional voiding

POLIKLINISCHE BLAASTRAINING ADVIEZEN OUDERS

De plasfabriek Instructies voor blaastraining

Spelregels voor de blaastraining thuis (voor kinderen van 6 t/m 9 jaar)

Spelregels voor de blaastraining thuis (voor kinderen van 10 t/m 18 jaar)

Laura heeft een blaasontsteking

Informatie voor ouders/verzorgers van kinderen met blaasproblemen

PLASPROBLEMEN BIJ KINDEREN

Plasadviezen voor ouders en kinderen

Kindergeneeskunde. Dagboek.

Blaastrainings werkboek. zgt.nl

plasbuis ontspannen zich.

Plastraining. Adviezen voor ouders. Ploeppoli. Poli Kindergeneeskunde Route 49

plastraining voor kinderen adviezen voor ouders

blaastraining voor kinderen droogblijven s nachts

Patiënteninformatiedossier (PID) Poep- en plaspoli. onderdeel PLASPOLI. Informatie voor ouders. POEP- EN PLASPOLI Plaspoli, info ouders

Trainingsmap Kinder Incontinentie Poli

Poep/plasproblemen bij kinderen

Boxmeer Kinder Incontinentie Team: Bo-KIT

Kinderen met blaasproblemen

Alles wat je wilt weten over poepen en plassen

Informatie voor kinderen. Bedplassen

Adviezen voor een goede toilethouding

Adviezen voor een goede toilethouding

Patiënteninformatiedossier (PID) Poep- en plaspoli. onderdeel BLAASTRAINING. Adviezen voor ouders. POEP- EN PLASPOLI Blaastraining

Als je poep er niet uit wil

Goed plassen kinderen!

Plaspoli, kind (2) Kindergeneeskunde

OBSTIPATIE BIJ KINDEREN,

Boxmeer Kinder Incontinentie Team: Bo-KIT

Kinderen met blaasproblemen

Anders plassen: zelf katheteriseren

Onderzoek van de blaas en urinewegen bij kinderen. (mictiecystogram)

Plasproblemen. Urologie. bij kinderen. Inleiding. Hoe werkt de blaas normaal?

Röntgenonderzoek van je blaas en urinewegen (mictiecystogram)

Juf Sas en de plasklas

UROFLOWMETRIE FRANCISCUS VLIETLAND

Incontinentie voor plas bij kinderen Achtergrond informatie over blaasproblemen voor ouders en kind.

Uroflowmetrie met residumeting. Poli Urologie poli Kindergeneeskunde

Ik moet naar de wc! Als kinderen op de basisschool nog niet zindelijk zijn

TIKA, Team Incontinentie Kinderen Arnhem en omgeving. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Naam Adres. Geb.datum Postcode... Woonplaats... Telefoon... Tweede telefoon (mob.)... Naam huisarts... Naam verwijzend arts...

Op de juiste manier naar het toilet

Bedplassen. PIPO-poli voor kinderen met plas- en poepproblemen Vrouw Moeder Kind-centrum

Urologische screening kinderen met MS

De plaswekker. Ploeppoli. poli Kindergeneeskunde Route 49

Kinderen met blaas en/of ontlastingsproblemen. Uitleg voor ouder en kind

een bepaalde ziekte, zoals een darmontsteking, het prikkelbare darmsyndroom (IBS), diabetes of een kwaadaardige aandoening.

Goed plassen na de niertransplantatie

Plaspoli, kind. Kindergeneeskunde

Verstopping VRAAG OVER UW MEDICIJNEN!

Wakker worden! Het droge-bed werkboek. zgt.nl

Kinder Incontinentie Training Sophia (KITS) Sophia Kinderziekenhuis. Mogelijke oorzaken van blaasproblemen. Multidisciplinair team

Welkom in de Pipostraat Kindergeneeskunde, locatie Alkmaar.

welkom in de Pipostraat

De Plasstraat. Vragenlijst voor ouders. Kind & Jeugd. Locatie Hoorn/Enkhuizen

Welkom in de Pipostraat

Het droogbed boek Werkboek bij de droogbedtraining in het ziekenhuis.

Droogbedtraining thuis

Als je poep er niet uit wil

Vragenlijst nachtelijke incontinentie

Adviezen voor toiletgedrag

BZ Blaastraining. Na een gynaecologische operatie. Gynaecologie

Weer plassen na een blaasvervangende operatie Hautmann-blaas

Wanneer zijn de kinderen klaar voor een zindelijkheidstraining? Kinderen zijn mogelijk klaar voor een zindelijkheidstraining wanneer ze:

Toilethouding en adviezen voor het plassen en ontlasten

Vragenlijst continentiepoli

Om onzindelijkheid te voorkomen is het belangrijk de zindelijkheidstraining op het juiste moment en op de juiste manier te starten.

Leer nu poepen en plassen zoals het moet, dan gaat het de rest van je leven goed

Dit zijn Sara en Sem, zij helpen jullie bij de lessen.

Weer thuis na een operatie Nazorg na een dagopname

Het zindelijkheidstraining beleid is van toepassing op alle medewerkers in loondienst.

Vragenlijst voor kinderen met plas- en/of poepproblemen

Rectumspoelen Polikliniek Kindergeneeskunde (Instructie voor kinderen en jongeren)

Kinderincontinentie spreekuur

Toilethouding en adviezen voor het plassen en ontlasten

Droogbedtraining. Kinder Incontinentie Training Sophia (KITS) Sophia Kinderziekenhuis. Mogelijke oorzaken van bedplassen.

Behandeling van een overactieve blaas met Botoxinjecties

Moeite met de stoelgang (ontlasting)

Weer thuis na een operatie Nazorg na een dagopname

Inhoudsopgave. Inleiding voor ouders...4. Informatie over darmspoelen...5. Wat is darmspoelen?...5. Wat gaan we doen?...6

Obstipatie (verstopping) bij kinderen Informatie voor ouders Polikliniek Kindergeneeskunde

Patiënteninformatiedossier (PID) Poep- en Plaspoli. onderdeel POEPPOLI. Informatie voor ouders. POEP- EN PLASPOLI Poeppoli, info ouders

Nucleair onderzoek van de nieren bij kinderen. (renografie)

BLAASTRAINING. voor ouderen. ZorgSaam

Een gezond plasgedrag = De basis voor een gezonde bekkenbodem!

Geboren met extra kleppen!

Adviezen voor de leerkracht Als kinderen op de basisschool nog niet zindelijk zijn

Behandeling van een overactieve blaas met botoxinjecties (op de operatiekamer)

Mictiecystogram Onderzoek van het functioneren van de blaas

Transcriptie:

Kindergeneeskunde Dagtraining www.catharinaziekenhuis.nl

Inhoud Informatie voor kinderen... 3 De trainsters... 4 Algemene informatie voor ouders... 5 Uw rol als ouder, topsport!... 6 Alles wat jij wilt weten over plassen... 7 Werking van urinewegen en blaas... 7 Plasfabriek... 8 Blaasproblemen... 9 Drinken... 10 Onderzoeken... 11 De behandeling van blaasproblemen... 12 Hoe moet je plassen... 14 Wanneer moet je plassen... 15 Hoe vaak moet je plassen... 16 Alles wat jij wilt weten over poepen... 18 Obstipatie... 19 De behandeling van obstipatie... 20 Toilettraining... 21 Contact en website... 22 Hoe kun je de trainsters bereiken?... 22 Algemene informatie... 23 Eigen aantekeningen... 23 Dit trainingsboekje is tot stand gekomen met dank aan het Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht. Patiëntenvoorlichting: patienten.voorlichting@catharinaziekenhuis.nl PIM800 / Dagtraining / 02-12-2014 2

Informatie voor kinderen Hallo! Welkom bij de plaspoli. Jij komt bij ons in het ziekenhuis omdat plassen lastig gaat. Misschien vind jij het moeilijk om overdag of s nachts droog te blijven. Geen probleem, dat kan! Jij bent niet de enige. Natuurlijk is het erg vervelend. Misschien heb jij af en toe ook nog wel eens ongelukjes met poepen. Dit is vaak niet leuk en het is ook lastig om erover te praten. Plassen en poepen zijn meestal niet de leukste onderwerpen om met vriendjes of vriendinnetjes over te kletsen. Veel kinderen schamen zich voor hun plas- en poepprobleem en zeggen er dus (ook) niets over. Wij gaan er samen aan werken om te kijken of wij jouw plasprobleem kunnen oplossen. Dat gaat niet vanzelf. Wij moeten hard aan de slag. Jij moet het gaan doen en jouw ouders en trainster gaan jou daarbij helpen. Jij krijgt verschillende gesprekken en onderzoeken. De dokter en de trainster krijgen dan een goed beeld van wat er misgaat bij het plassen. Jij krijgt ook veel informatie. Om jouw plasprobleem op te lossen, moet jij bijvoorbeeld goed begrijpen hoe plassen eigenlijk gaat. Als jij weet hoe het werkt, begrijp jij ook wat jouw probleem is en hoe jij het kunt oplossen. Jij ontwikkelt zo een eigen speciale training voor jezelf. Daarnaast moet jij ook weten dat plassen en poepen veel met elkaar te maken hebben. Hier gaan wij het nog allemaal over hebben. Jij moet een heleboel thuis doen. Jij gaat thuis elke dag heel hard trainen. Hierover kan jij bij de blaastraining meer lezen. In deze map staat alle informatie bij elkaar. Jij hoeft niet alles is één keer te lezen natuurlijk. Van de trainster hoor jij welke informatie wanneer belangrijk is. Als jij iets niet begrijpt of vragen hebt, laat het ons dan weten. 3

De trainsters Trainsters helpen kinderen om van hun plasklachten af te komen. In het ziekenhuis hebben wij twee trainsters. Zij werken allebei op dezelfde manier en werken veel samen. Het is het fijnste als jij steeds dezelfde trainster krijgt, zodat je elkaar goed leert kennen. Wij zullen dat zoveel mogelijk proberen, maar het kan natuurlijk een keer voorkomen dat jouw eigen trainster er niet is en dat jij een andere trainster krijgt. Zij weet precies wat jouw problemen zijn. Zij weet ook hoever jij bent met de training, zodat zij jou goed kan helpen. Nog even in het kort uitgelegd wat je trainster op de poli doet: Vragen stellen over plassen, poepen, wie jij bent, hoe het op school gaat en nog veel meer; Onderzoek: flowmetrie-metingen en echo s; Uitleg geven over de plasfabriek; Uitleg geven over wat jouw blaasprobleem is; Uitleg geven welke training jij nodig hebt, welke past bij jou; Kijken of je ook een poepprobleem hebt; Telefonische ondersteuning bij het trainen thuis. 4

Algemene informatie voor ouders Sinds 2004 bestaat er in het Catharina Ziekenhuis een polikliniek voor kinderen met plasklachten. De meest voorkomende plasklachten zijn uitblijven van volledige zindelijkheid, ongewild urineverlies overdag, blaasontstekingen en/of bedplassen. Uw kind heeft één of meerdere van deze bovenstaande klachten. Daarnaast heeft uw kind misschien ook problemen met poepen, dit hangt vaak met elkaar samen. Wij gaan bekijken hoe wij jullie hier zo goed mogelijk mee kunnen helpen en ondersteunen met als doelstelling om de plas- en poepklachten van uw kind te voorkomen. U bent samen met uw kind bij de uroloog of kinderarts geweest. Deze hebben u doorverwezen naar de urotherapeut. Tijdens de behandeling komen u en uw kind regelmatig in ons ziekenhuis. U krijgt dan allerlei informatie over de training. Deze map is een hulpmiddel om overzicht te houden en u goed te informeren. Deze bestaat uit verschillende onderdelen. De informatie in de map kunt u gebruiken om uw kind te begeleiden en voor te bereiden op de afspraken en de behandeling. De urotherapeut/trainster bespreekt met u welke informatie belangrijk is. 5

Uw rol als ouder, topsport! De kans dat de training slaagt, is mede afhankelijk van de inzet die uw kind kan opbrengen. Hierbij is steun en het motiveren van uw kind door u als ouder van groot belang. De ervaring leert dat dit voor veel ouders best moeilijk is, na alles wat al eerder is geprobeerd om de blaasproblematiek op te lossen. De training vraagt veel inzet van uw kind en u als ouders. Voor kinderen wordt dan ook wel de vergelijking gemaakt met topsport. De sporter en coach leveren veel inspanning om zo te werken aan een topprestatie: het probleem overwinnen. Het is een aantal maanden verweven in jullie dagelijkse bezigheden. Tijdens de training heeft u de rol van enthousiaste supporter en ondersteunende ouder. Het is belangrijk dat uw kind weet dat u achter hem/haar staat, maar dat hij/zij zelf degene is die moet trainen. Met extra steun van de omgeving is uw kind meer gemotiveerd om te willen winnen. Dit kost logischerwijs niet alleen tijd van uw kind, maar ook van u als ouders. Het is belangrijk om uw kind positief te benaderen. Wanneer u zelf niet gelooft in een goed resultaat van de training, dan heeft dit invloed op de motivatie en houding van uw kind. Geef uw kind daarom geregeld complimentjes. Steun ook als het een keer wat minder gaat. Bijvoorbeeld door te zeggen: Hou vol, morgen beter. Beloon uw kind op de geleverde inzet, niet op het resultaat. De ervaring leert dat de motivatie de eerste dagen hoog is, het kind is dan nog serieus bezig met de training. De aandacht kan verslappen naarmate de training vordert. Het is van belang dat u juist op deze momenten uw kind stimuleert om door te gaan. Zijn er vragen omtrent de begeleiding van uw kind dan kunt u altijd contact opnemen met de urotherpeut/trainster. 6

Alles wat jij wilt weten over plassen De werking van urinewegen en blaas. Wat is plas eigenlijk? Hoe wordt dit gemaakt? Dit gaan we aan jou uitleggen. Nieren Plas wordt gemaakt door de nieren. Een nier is ongeveer zo groot als jouw eigen vuist. Je hebt er twee. Ze zitten aan de achterkant van jouw buik. Als jij je handen in jouw zij zet, met de duimen naar voren, dan zitten jouw nieren bij jouw vingers. Jouw nieren hebben twee taken: Het bloed schoonmaken. Ze halen de stoffen die jij niet nodig hebt uit jouw bloed. Dit zijn afvalstoffen. Jij hebt ook altijd meer vocht in jouw lichaam dan jij nodig hebt. Jouw nieren zorgen ervoor dat het teveel aan vocht en de afvalstoffen naar jouw blaas gaan. Dat is jouw plas. Een ander woord voor plas is urine. Urineleiders Dit zijn twee buisjes die van jouw nieren naar de blaas lopen. Eén vanuit jouw linker nier en een vanuit jouw rechter nier. De plas die wordt gemaakt loopt door jouw urineleiders naar jouw blaas. Blaas Jouw blaas ligt helemaal onder in jouw buik en lijkt op een soort ballonnetje. De blaas heeft twee taken: In de blaas wordt de plas bewaard. De plas eruit laten gaan, plassen. Urinebuis Onderaan de blaas zit jouw urinebuis. Jouw urinebuis gaat van de blaas naar jouw plasgaatje. De plas gaat via de urinebuis naar buiten. 7

De plasfabriek We gaan je uitleggen hoe het plassen in jouw lichaam werkt als er geen blaasprobleem is. Wij noemen dit de plasfabriek. Als er plas in jouw blaas zit, gaat er een seintje naar jouw hoofd. Dat gaat via jouw ruggenmerg (de botjes achter in je rug). Hierin zitten een soort draden. De dokter noemt dat zenuwbanen. Ze lijken op telefoondraden. Telefoondraden geven een seintje door van de ene telefoon naar de andere. Deze zenuwbanen werken net als de telefoondraden en geven seintjes van je blaas door aan jouw hoofd. Het seintje is: 'er zit plas in'. Jouw hoofd geeft dan een seintje terug, zonder dat jij het merkt. Dit seintje kan zijn: 'ik ga plassen', óf: 'ik houd het nog even op'. Als jij besluit het nog even op te houden dan komt er meer plas in jouw blaas, want jouw nieren werken steeds door. Als jij voelt dat er genoeg plas in jouw blaas zit (de seintjes worden steeds sterker), ga jij naar de wc om te plassen. Onderaan jouw blaas zit een sluitspier. Het is een soort deurtje die dicht is en ervoor zorgt dat jouw plas niet de hele dag in jouw broek loopt. De sluitspier gaat pas open op het moment dat jij gaat plassen op de wc. Jouw blaas knijpt vanzelf de plas eruit. Jij hoeft hier niets voor te doen. Als jij heel nodig moet plassen en jij het bijna niet meer op kunt houden, dan heb jij nog een noodrem. Dit zijn jouw bekkenbodemspieren. Deze spieren gebruik jij normaal gesproken alleen in noodgevallen. Op de poli gaan wij de plasfabriek ook nog aan jou uitleggen aan de hand van een ballon. Deze lijkt namelijk een beetje op een blaas. Met onze vingers laten wij zien hoe de sluitspieren en bekkenbodemspieren werken. Daarnaast gaan wij uitleggen welk blaasprobleem jij hebt. En wat jij met jou blaasprobleem moet leren. 8

Blaasproblemen Veel kinderen die 5 jaar en ouder zijn, zijn overdag droog. Dit gaat vanzelf. Het kan zijn dat jij op deze leeftijd of ouder nog regelmatig nat bent. Met een moeilijk woord noemen we dit incontinentie. Het kan ook zijn dat jij vaak blaasontstekingen hebt, dat jij heel vaak naar de wc moet om te plassen of moeite hebt om te plassen. Of dat jij s nachts nat bent. Dan heb jij een blaasprobleem. Vaak kan dit verholpen worden met een blaastraining, medicijnen of door een operatie. In deze klapper worden alleen de blaasproblemen uitgelegd waar je overdag last van hebt en waar jij met een training en/of medicijnen iets aan kunt doen. Wat jij eraan kan doen is afhankelijk van welk blaasprobleem jij hebt. Welke blaasproblemen zijn er? De vier vormen welke het meest voorkomen beschrijven we hieronder: 1. Jij hebt heel vaak het gevoel dat je moet plassen. Dat heet met een moeilijk woord: overactieve blaas; 2. Jij plast op een verkeerde manier, bijvoorbeeld dat jij mee perst als jij plast. Dat heet met een moeilijk woord: dysfunctional voiding; 3. Jij voelt niet goed wanneer jij moet plassen. Dit heet met een moeilijk woord: hypo-actieve blaas; 4. Jij neemt te weinig tijd om naar het toilet te gaan. Incontinentie, maar medisch niets aan de hand. Nu jij weet welke blaasproblemen er zijn, weet jij dan ook welk blaasprobleem jij hebt? Schrijf maar op! Mijn blaasprobleem is:......... 9

Drinken Veel kinderen die een blaasprobleem hebben gaan minder drinken. Dit omdat zij dan denken minder vaak nat te zijn of minder vaak naar de wc te moeten. Doe jij dat ook? Het is juist belangrijk om goed en veel te drinken! De plas in de blaas kan jij eigenlijk een beetje hetzelfde zien als ranja. Als jij een glas ranja maakt, doe jij eerst de ranja in een glas. Dan is de ranja nog heel donker. Deze is natuurlijk helemaal niet lekker! Hierna doe jij er flink veel water bij waarna deze een stuk lichter wordt. Zo is het ook een beetje met jouw plas. Als jij weinig drinkt dan is jouw plas donker van kleur. Dit prikkelt dan de blaas, de blaas vindt dat helemaal niet fijn en jij moet hierdoor vaker naar de wc. Als jij goed drinkt, dan wordt de plas een stuk lichter waardoor het fijner wordt voor de blaas en jij beter voelt of je moet plassen! 6-7 bekers drinken (1 tot 1 ½ liter per dag) heb jij echt nodig. Vind jij het moeilijk om 6-7 bekers per dag te drinken? Vertel dit tegen de trainster want zij kan jou hierbij helpen. TIP Vertel tegen de trainster als je het moeilijk vind om voldoende te drinken, zij heeft veel goede ideeën om je hierbij te helpen. 10

Onderzoeken De trainster gaat samen met jou bekijken welk blaasprobleem jij hebt. Om goed te bekijken welk blaasprobleem jij hebt, gebruiken wij hier een tweetal onderzoeken. Wij leggen deze even aan jou uit. Beide onderzoeken doen geen pijn. Uroflowmetrie Wij doen 2-3 uroflowmetriemetingen. Dat is een moeilijk woord voor een plas op een speciale wc (plascomputer) die kan meten hoeveel en hoe jij plast. Deze wc ziet er bijna net zo uit als een gewone wc. Als jij naar het ziekenhuis komt is het belangrijk dat jij van te voren twee glazen drinkt, zodat jij een grote plas kunt maken. Als jij in de wachtkamer bent en het niet meer op kunt houden vertel dit dan aan de mensen achter de balie. Zij zullen jou dan helpen zodat jij alvast op de speciale wc kan plassen. Echografie van de blaas Tijdens het onderzoek lig jij op een soort bed. We doen een beetje gel op jouw onderbuik. Deze gel kan koud aanvoelen. Dan bewegen wij met een probe (het lijkt een beetje op een microfoon) over jouw buik. Het apparaatje ontvangt en zendt geluidsgolven uit. De geluidsgolven worden opgevangen en omgezet naar een beeld op een tv-scherm, hiervan worden foto s gemaakt. Jij hoeft jezelf hier niet op voor te bereiden. Wij kijken hiermee naar jouw blaas. Hoeveel plas zit er nog in jouw blaas na het plassen. Makkelijk, geen pijn en snel gepiept! 11

De behandeling van blaasproblemen Er zijn verschillende manieren om blaasproblemen op te lossen. De uroloog of kinderarts bespreekt samen met je trainster welke behandeling voor jou het beste is. Het kan ook zijn dat jij een combinatie van verschillende behandelingen nodig hebt. Jij krijgt dan bijvoorbeeld een training samen met medicijnen. Blaastraining Tijdens de blaastraining ga jij thuis trainen. Jij krijgt dan opdrachten mee naar huis. Jij krijgt een lijst waarop jij iedere dag zelf noteert hoe vaak jij plast en of jij nat of droog bent gebleven. Tijdens deze training gaat de trainster jou af en toe bellen. De trainster wil jou dan aan de telefoon spreken om te horen hoe het thuis gaat met de training. Af en toe kom jij ook op bezoek bij de polikliniek in het ziekenhuis. De training duurt ongeveer drie maanden. De blaastraining is een soort wedstrijd. Lukt het jou om met behulp van de spelregels die jij krijgt van de trainster om van jouw blaasprobleem af te komen? Laat maar eens zien dat jij het kunt! In het begin is het lastig of vervelend om steeds met plassen of droge broeken bezig te zijn. Dat ben jij niet gewend. Tijdens de training leer jij goed op te letten. Op een gegeven moment merk jij dat het nieuwe plasgedrag een gewoonte wordt. Dat gaat niet vanzelf. Tijdens de training moet jij daar elke dag hard voor werken. Tijdens een blaastraining ga jij 3 verschillende dingen leren. 1. Hoe jij moet plassen? 2. Wanneer jij moet plassen? 3. Hoe vaak jij moet plassen? (de één gaat te vaak, de ander te weinig). 12

Medicijnen Als jij veel last hebt van blaasontstekingen, is het belangrijk om eerst de ontstekingen te behandelen. De dokter schrijft dan medicijnen (antibiotica) voor. Soms moet de blaas tot rust komen zodat jij niet het gevoel hebt dat jij zoveel moet plassen of moet de blaas iets groter worden. Daar zijn ook medicijnen voor. De dokter schrijft dit dan voor en geeft hier uitleg over. We gaan jou de spelregels uitleggen van de training. Doe jij mee met de wedstrijd? 13

Hoe moet je plassen? Ga ontspannen op de wc zitten. Denk bijvoorbeeld aan iets leuks en houd jouw armen en schouders slap naar beneden. Zorg wel dat jij goed rechtop zit; Ook jongens moeten tijdens het plassen gaan zitten; Zet jouw voeten plat op de grond. Als jij nog niet met jouw voeten bij grond kunt komen, zet dan een krukje onder jouw voeten. Jouw knieën houd jij een beetje uit elkaar; Het is heel belangrijk dat jij de tijd neemt om rustig te kunnen plassen. Als jouw plas niet komt, kun jij gaan blazen, fluiten of zingen. De plas komt dan meestal vanzelf; Ga niet persen om sneller te plassen! Laat de plas vanzelf komen. Na het plassen blijf jij nog 10 tellen zitten. Zodat alle plas er goed uit is; Voor meisjes is het afvegen ook belangrijk; van voor naar achter. TIP Op de allerlaatste twee bladzijdes van deze klapper kun je op een tekening zien hoe je op de wc moet gaan zitten. Het is handig als je deze in de wc ophangt zodat je er elke keer aan denkt als je gaat plassen. 14

Wanneer moet jij plassen? Let goed op de seintjes van jouw blaas. Bedenk elke keer dat als jij een seintje van jouw blaas krijgt of het een echt of een nep seintje is. Wanneer het een echt seintje is, ga dan naar de wc. Wanneer het seintje nep is, houdt dan de plas nog even op. Blijf dan wel goed opletten! Probeer het verschil te leren tussen een lege en een volle blaas. Jij kunt dit een beetje vergelijken met een benzinemeter in de auto. Deze laat zien of de tank vol of leeg is. Probeer net te doen of jij ook een meter hebt bij jouw blaas, waar jij op kunt zien of jouw blaas leeg, halfvol of vol is. Als jij namelijk kunt voelen of jouw blaas leeg of vol is, dan weet jij precies wanneer jij naar de wc moet gaan, namelijk als jouw blaas tussen halfvol en vol is! Ook is het belangrijk dat als jij voelt dat jij moet plassen dat jij ook meteen gaat en het niet ophoud. Ook al ben jij heel fijn aan het spelen. De training gaat nu voor. Jij wilt toch winnen! Als jij de seintjes van jouw blaas niet goed voelt, probeer dan regelmatig te bedenken hoe lang het geleden is dat jij geplast hebt. Als dat langer dan twee uur geleden is, ga jij toch even proberen. Jouw ouders mogen jou niet meer naar de wc sturen. Jij moet het zelf gaan doen. Jouw ouders mogen jou natuurlijk wel af en toe helpen om aan de training te denken. Dit doen jullie met een geheime code; Als jij al even niet meer naar de wc bent geweest kunnen zij tegen jou zeggen; 1-2-3... En jij denkt dan; Moet ik wel of moet ik niet? Door de vraag moet jij goed nadenken en voelen en dan zelf beslissen of jij gaat plassen. 15

Hoe vaak moet jij plassen? Het is belangrijk dat jij elke dag ongeveer zeven keer naar de wc gaat. Probeer deze vaste tijden te onthouden: Meteen als jij in de ochtend wakker wordt; In de eerste pauze; Voor het boterhammen eten in de grote pauze; Bij geen continurooster: Nog eenmaal op school en direct als jij uit school komt.; Bij continurooster: Direct als jij uit school komt en tijdens het spelen nog een keer; Voor het avondeten; Voor het slapen gaan. Jij krijgt lijsten mee naar huis. Voor iedere plas zet jij een vlag op jouw lijst. Elke keer als jij naar de wc gaat kijk jij of jouw onderbroek droog is. Een plek in de onderbroek groter dan een 2 euro muntstuk rekenen wij als nat. Jouw ouders kijken af en toe met jou mee. Als jij nat bent, ben er dan altijd eerlijk over, dan kun jij er iets van leren.bedenk wat jij aan het doen was, lette jij niet goed op de seintjes van de blaas of had jij geen zin om naar de wc te gaan. Bespreek het met jouw ouders en schrijf het meteen op jouw lijst. Als jij begrijpt hoe het komt, kan jij er iets van leren en proberen het een volgende keer anders aan te pakken. Iedere avond bespreek jij de vlaggenlijst met jouw ouders. Hoe is het gegaan, hoe komt het dat het zo goed ging, waar heb jij opgelet. Vertel ook jouw ongelukjes, wat was jij aan het doen? Had jij het kunnen voorkomen of wat kan jij anders doen. Het nabespreken van de trainingsdag is heel belangrijk. Van alleen de lijsten invullen leer jij niet veel. Het kan zijn dat we bij jouw training iets moeten aanpassen. Dit hoor jij dan van jouw trainster. Wij kijken welke training het beste werkt bij jouw blaasprobleem. 16

TIP Eerlijkheid duurt het langst! Dan kun jij er iets van leren en mee oplossen. TIP Vul na het plassen meteen de lijst in. Zo vergeet jij het niet. Zo nu kan jij aan de slag. Doe jij mee om te winnen? 17

Alles wat jij wilt weten over poepen In hoofdstuk 1 heb jij alles kunnen lezen over plas- en blaasproblemen. Veel kinderen hebben naast een blaasprobleem ook een probleem met poepen. Ontlasting is een ander woord voor poepen. In dit hoofdstuk kun jij lezen wat er aan de hand is als jij niet goed kunt poepen of als jij regelmatig ongelukjes met ontlasting hebt. En wat jij kunt doen om normaal te poepen. Lezen alleen is niet genoeg, om het probleem op te lossen moet jij ook doen wat er staat. Het kan even duren, maar veel kinderen hebben na het opvolgen van de tips geen probleem meer met poepen. 18

Obstipatie Obstipatie betekent dat de poep te lang in jouw darmen blijft en hard wordt. Harde poep komt er moeilijk uit. Het laatste deel van jouw darm word dan te vol (de opslagplaats van poep). Het houdt dan de uitgang naar buiten bezet. Daardoor ontstaat obstipatie. Ook wel verstopping genoemd. Waarom heb ik ongelukjes met plassen en poepen? Als jij jouw plas en/of je poep lange tijd ophoudt: herken jij op den duur de seintjes om te plassen of te poepen niet meer; span jij jouw bekkenbodemspieren aan, bijvoorbeeld als jij het gevoel hebt dat jij moet plassen of poepen. Daardoor kun jij jouw blaas niet goed leeg plassen, maar poepen gaat daardoor ook moeilijk. Om te poepen moet jij namelijk ook jouw bekkenbodemspieren ontspannen. Door jouw volle darm wordt ook jouw blaasprobleem erger. Jij voelt niet meer wanneer jij moet plassen en de darm drukt tegen de blaas aan; waardoor jij vaker naar de wc moet of niet goed kan leegplassen. 19

De behandeling van obstipatie Om ervoor te zorgen dat obstipatie over gaat, moet (kun) jij zelf ook iets doen: Eten en drinken Eet voldoende vezels. Vezels zitten bijvoorbeeld in: bruin brood, groente en fruit; Drink dagelijks 6-7 bekers drinken (1 tot 1 ½ liter per dag) dit heb jij echt nodig; Sla het ontbijt niet over! Vezelrijk ontbijt zorgt ervoor dat de darm op gang komt en in beweging blijft. Goede toilethouding Als jij obstipatie hebt, is het belangrijk dat jij goed op het toilet zit. Door op een goede manier te zitten, ontspan jij jouw buik, billen en bekkenbodemspieren. Jij zit goed als: Jouw voeten plat op de grond komen. Als dat niet lukt, gebruik dan een krukje; Jouw onderbenen en bovenbenen moeten in een rechte hoek van 90 graden staan. Dus jouw bovenbenen recht naar voren en de onderbenen recht naar onder; Houd jouw buik slap en pers zachtjes mee om de ontlasting te laten komen. Als laatste is het nog belangrijk dat jij: Dagelijks beweegt en regelmatig sport. Beweging zet de darm aan tot bewegen. Daardoor kan jij gemakkelijker poepen; Ga meteen naar het toilet als jij aandrang hebt. Door de ontlasting op te houden, wordt deze verder ingedikt. Stel toiletbezoek dus nooit uit. Soms is het nodig dat jij ook een toilettraining krijgt. Het klink misschien gek, maar naar het toilet gaan kun je leren. We weten dat het helpt als jij obstipatieklachten hebt. We gaan de toilettraining aan jouw uitleggen. 20

Toilettraining Bij toilettraining ga jij een half uur na elke maaltijd 5 minuten op het toilet zitten om te proberen om te poepen. Ga niet zitten met een computerspelletje. Soms kan lezen wel even helpen. Het maakt niet uit of jij wel of niet gepoept hebt. Op het toilet zitten om te proberen of jij kan poepen is het belangrijkste. Soms moet jij een poepdagboek invullen. Daarin schrijf jij hoe vaak jij; naar het toilet geweest bent; gepoept hebt; ongelukjes hebt met poepen; buikpijn hebt. Lukt het jou steeds vaker om goed te poepen op het toilet zonder ongelukjes? Succes met de training. Doe je best om te winnen! Soms heb jij naast de dingen die jij er zelf aan kan doen en de training ook medicijnen nodig om jouw darmen echt helemaal leeg te krijgen. Waar zijn deze medicijnen voor? Medicijnen Als jij last hebt van obstipatie dan krijg jij soms medicijnen (dat heet met een moeilijk woord laxeermiddel). Laxeermiddelen houden water vast in de darmen. Door het water wordt de ontlasting zachter en komt het er gemakkelijker uit. De arts schrijft dit medicijn aan jou voor. 21

Contact en website Hoe kun je de trainsters bereiken? Catharina Ziekenhuis Polikliniek kindergeneeskunde Route 103 op de begane grond Michelangelolaan 2 5623 EJ Eindhoven Telefoonnummer: 040-239 92 00 Afspraak Als je een afspraak wilt maken of wilt verzetten: Telefoonnummer: 040-239 92 00 Maandag tot en met vrijdag 08.30-12.00 uur en 13.30-17.00 uur Vragen Heb je vragen aan de urotherapeuten/ trainsters zelf: Bel dan naar telefoonnummer 040-239 92 00 Op maandag en dinsdag tussen 13.30 uur en 16.30 uur. Ellen Theeuwen-Kusters draait poli op maandag en Inge Sauvé-van Gorp op dinsdag. Dit zijn jullie vaste trainsters. Of mail naar urotherapie@catharinaziekenhuis.nl Website Aan onze website wordt nog gewerkt. Hierover krijg jij nog bericht. Kijk voor meer informatie naar het instructiefilmpje 'goed plassen kun je leren' op www.umcutrecht.nl/blaastraining 22

Algemene informatie Eigen aantekeningen. Jouw aantekeningen kun je hieronder opschrijven: Mijn naam is:... Mijn trainster heet:... Mijn probleem met plassen is:... Waar ik extra op moet letten is:... Ik heb wel of geen probleem met poepen:... Waar ik extra op moet letten is:... 23

Mijn opdracht voor week 1 is: Mijn opdracht voor week 2 is: Mijn opdracht voor week 3 is: Mijn opdracht voor week 4 is: Mijn opdracht voor week 5 is: 24

Mijn opdracht voor week 6 is: Mijn opdracht voor week 7 is: Mijn opdracht voor week 8 is: Mijn opdracht voor week 9 is: Mijn opdracht voor week 10 is: 25

Mijn opdracht voor week 11 is: Mijn opdracht voor week 12 is: Mijn opdracht voor week 13 is: Mijn opdracht voor week 14 is: Mijn opdracht voor week 15 is: 26

27

Michelangelolaan 2 5623 EJ Eindhoven Postbus 1350 5602 ZA Eindhoven