Promotiebeleid Spinoza LC-LD

Vergelijkbare documenten
Eindbeoordeling van het assessment Startbekwaam (op grond van portfolio, presentatie en criterium gericht interview)

Aantekenformulier van het assessment PDG

Bekwaamheidseisen of competenties docenten LD

Bekwaamheidseisen of competenties docenten LC

Om te voldoen aan deze bekwaamheidseis moet de leraar primair onderwijs het volgende doen:

1 Interpersoonlijk competent

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Competenties / bekwaamheden van een daltonleerkracht

1/8. Voor leerkrachten zijn 7 bekwaamheden geformuleerd:

1 Interpersoonlijk competent

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT

Portfolio. Pro-U assessment centrum. Eigendom van:

BEKWAAMHEIDSEISEN leraren VO met niveau-indicatoren jaar 3

kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7

Competentiemeter docent beroepsonderwijs

Het gekleurde vakje is het vereiste niveau voor het voltooien van de oriënterende stage, het kruisje geeft aan waar ik mezelf zou schalen

Competentievenster 2015

1 Interpersoonlijk competent

Bijlage 5: Formulier tussenevaluatie

SWOT-ANALYSE. 1 Interpersoonlijk competent. 1.1 Eisen. 1.2 Mijn ontwikkelpunten. 1.3 Mijn leerdoelen

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Rapport Docent i360. Angela Rondhuis

1 Interpersoonlijk competent

Bijlage 1 BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODCUCT PDG

1. Interpersoonlijk competent

Beoordelingsrapport. Keimaat is een product van b&t begeleiding en training B.V.

Bijlage 3 BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODUCT PDG

CP Resultaten QuickScan

Competentieprofiel onderwijsassistent voor de periode

Lijst met de zeven SBL-competenties, de bijbehorende bekwaamheidseisen en gedragsindicatoren voor docenten

ALEXANDER GIELE Competentiemonitor Ingevuld door : C.M.T. Ruppert Ingevuld op : 19 december 2013

Bekwaamheidseisen leraren

De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN

Beoordelingsinstrument voor het beoordelen van het portfolio en werkplekleren (rubrics)

Scoreformulier Pro-U assessments Lijst met beoordelingen op SBL competenties en indicatoren

Docent LB. Inhoudsopgave. Docent LB Inter-persoonlijk. Leesinstructies Rapportgegevens

LEERCOACH IN DE NETWERKSCHOOL. Verantwoordelijkheden

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 3 (jaar 3)

Werkproces 1: Interpersoonlijk competent: De leerkracht is zich bewust van zijn houding en gedrag en de invloed daarvan op de groep.

FUNCTIEBESCHRIJVING. Datum : juni 2012 Functiebeschrijving : Docent LB Vastgesteld besluit CvB : Waardering Salarisschaal LB

Beroepsproduct (aankruisen) Datum: UITSTEKEND GOED x VOLDOENDE NOG NIET VOLDOENDE

Workshop zelfbeoordelingslijst PARTNERS IN PASSEND ONDERWIJS

Gespreksformulieren LA personeel Dommelgroep

Beroepsproduct (aankruisen) Datum: UITSTEKEND GOED x VOLDOENDE NOG NIET VOLDOENDE

Rapport Docent i360. Angela Rondhuis

Reglement Personeelsgesprekken

Bijlage 1 BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODUCT PDG

Reflectie-instrument leerkrachten Het Barlake

HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen

Rondvraag. Persoonlijke rapportage van M. Gulden

DE GESPREKKENCYCLUS. De gesprekkencyclus 1. INLEIDING

Commissie van Beroep VO SAMENVATTING

kempelscan K1-fase Eerste semester

Portfolio. Ontwikkelingsverslag

Pedagogisch Didactisch Getuigschrift

Zelfevaluatie. Inleiding:

Kaderregeling Gesprekkencyclus Alliantie VO. Februari 2008

Beroep tegen onthouden promotie ongegrond omdat er geen aanspraak op een benoeming in een LD-functie.

Profiel schoolopleider en schoolcoördinator 1

kempelscan P2-fase Studentversie

Interpersoonlijk competent

Leraar basisonderwijs LB

Competenties in relatie tot het Protocol Vermoedens van huiselijk geweld, mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbuik

De lerarenondersteuner werkt binnen het vastgestelde lesmodel voor instructie en de lesplannen van de school.

Spinnenweb t.b.v. evaluatie stand van zaken implementatie Zo.Leer.Ik! concept

Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007)

Hoofdstuk 1 Inleiding 2

Bijlage 3 BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODUCT PDG

De competenties van een docent MBO

CONVENANT LEERKRACHT. Invulling docentfuncties VO

Leerwerktaak Bouwen aan grammatica

Beoordelingsrapport Studie en Werk 1B - voltijd

Is de bekostiging in het VO voldoende?

FUWA-VO Voorbeeldfunctie docent LD Type 1

P.1 Creëren van een veilig en stimulerend leerklimaat

Voor de leerkrachten van de VCO Oost-Groningen

Functieprofiel Hoofd Sectoradministratie

ALMANAK DE LC FUNCTIE OP HET ALKWIN KOLLEGE

Gespreksformulieren LB personeel Dommelgroep

Beoordeling werkplekleren jaar 2 DEELTIJD

ten behoeve van het beoordelingsportfolio Startbekwaamheid Hoofdfase 3, ALO

Tabel Competenties docentopleiders/-trainers

Organisatie en functieprofiel. Bestuurder/rector De Breul

ASSESSMENT STARTBEKWAAM MINOR 2 HJK of HOK Beoordelingsformulier Criteriumgericht interview en reflectie

KWALITEITSONDERZOEK IN HET KADER VAN DE STAAT VAN HET ONDERWIJS 2016/2017. Wolfert Lyceum

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. : De Toermalijn. Onderzoeksnummer :

Bijlage BEOORDELINGSFORMULIER EINDPRODUCT PDG

Transcriptie:

Versie juni 2012 De GMR heeft op 20 juni 2012 ingestemd met de notitie. Promotiebeleid Spinoza LC-LD Basisvoorwaarden voor promotie naar en/of behoud van de functie seniordocent LC en LD Inleiding De SBL-competenties en alle onderliggende indicatoren worden voorwaardelijk geacht voor een docent in LB. Om voor benoeming in LC in aanmerking te komen, of een reeds toegekende benoeming te kunnen behouden, is een aantal indicatoren uitgelicht, waarop in ieder geval meer dan voldoende moet worden gescoord. Die lijst is in principe voor alle scholen gelijk, maar moet wel geïnterpreteerd worden binnen de kaders van de school. Deze lijst kan worden gebruikt om te bepalen of de slagboom naar LC gesloten moet worden en een docent uitgenodigd moet worden voor een beoordelingsgesprek. Tot die tijd kunnen personeelsgesprekken worden gevoerd. Daarvoor kunnen eigen scoringslijsten worden gebruikt. De lijst met beoordelingscriteria voor LC is gebaseerd op de SBL-competenties. Onderstaand zijn de zeven competenties weergegeven en per competentie is minimaal één indicator aangegeven, die voor de senior docent in LC onontbeerlijk is. Dikgedrukt is de indicator kernachtig samengevat. Daaronder staat de volledige indicator met het bijbehorende nummer uit de SBL-lijst. 1. Interpersoonlijke bekwaamheid gericht op sfeer en het groepsdynamische proces o De leraar ziet wat er gebeurt in de klas; beheerst het proces, laat de leerling in zijn waarde - De leraar ziet wat er gebeurt in de groepen waarmee hij werkt. Hij luistert naar de leerlingen en reageert op hen. Hij spreekt hen aan op ongewenst gedrag en hij stimuleert gewenst gedrag. Hij laat de leerlingen in hun waarde en zorgt ervoor dat de leerlingen respect opbrengen voor hem en voor elkaar. (1.1) 2. Pedagogische bekwaamheid gericht op een veilige leeromgeving o De leraar stimuleert leerlingen om kritisch na te denken en daarover te communiceren - Hij waardeert de inbreng van de leerlingen, is nieuwsgierig naar hun ideeën en complimenteert hen regelmatig. Hij stimuleert hen om kritisch na te denken over hun opvattingen en gedrag en om daarover in de groep te communiceren. (2.2) o De leraar is zich ervan bewust dat hij een voorbeeldfunctie heeft - Hij kan zijn pedagogische opvattingen verantwoorden en ook hoe hij de groep of individuele leerlingen aangepakt heeft. Daarbij maakt hij gebruik van relevante theoretische en methodische inzichten. (2.8)

3. Vak- en didactische bekwaamheid gericht op een krachtige leeromgeving o De leraar zorgt voor afwisselende en activerende lesinhoud - Hij biedt de leerlingen keuzes (thema s, werkvormen, opdrachten) en zorgt voor actieve betrokkenheid van leerlingen bij de invulling van hun onderwijsprogramma. Hij creëert de randvoorwaarden (sfeer, organisatie, opdrachten, materialen en machines) die de leerlingen in staat stellen zelfstandig te kunnen werken, zodat zij in hun eigen tempo en op hun eigen wijze kunnen leren. (3.2) o De leraar stimuleert leerlingen om zelf leervragen te formuleren en het eigen leerproces te organiseren - Hij begeleidt leerlingen in hun leerproces door reflectiegesprekken met hen te voeren zodat de leerlingen in staat zijn om zelf leervragen te formuleren en het eigen leerproces te sturen. (3.5) o De leraar kent de vorderingen van leerlingen en hun sterke en zwakke punten - Hij kan beschrijven hoe zijn leerlingen leren, wat hun vorderingen zijn en hun sterke en zwakke punten, en hoe hij hun leren probeert te bevorderen. Hij signaleert leerproblemen en kan beoordelen of en hoe hij die problemen zelf kan aanpakken en hij weet waar hij en de leerling eventueel hulp kunnen vinden in en buiten de school. (3.9) 4. Organisatorische bekwaamheid gericht op een ordelijk verloop van het leerproces o De leraar hanteert heldere procedures en afspraken - Hij hanteert concrete, functionele en door de leerlingen gedragen procedures en afspraken op een consequente manier. Hij biedt organisatievormen, leermiddelen en leermaterialen aan die leerdoelen en leeractiviteiten ondersteunen. (4.1) 5. Samenwerken met collega s o De leraar werkt samen met collega s aan het verbeteren of vernieuwen van onderwijs of organisatie - Hij werkt met collega s samen aan het verbeteren en vernieuwen van het onderwijs of de organisatie, zoals bijvoorbeeld het ontwikkelen van opdrachten en beoordelingsinstrumenten in het kader van een nieuwe onderwijsvorm of het vormen van kernteams of zelfsturende teams. (5.2) 6. Samenwerken met de omgeving van de school o De leraar onderhoudt op een constructieve manier contacten met ouders/verzorgers en instanties - Hij onderhoudt op een open en constructieve manier contacten met ouders, verzorgers of andere belanghebbenden. Zo spreekt hij mensen en instellingen buiten de school aan die met de leerlingen te maken hebben en is hij ook zelf voor die mensen en instellingen aanspreekbaar. Daarbij stemt hij zijn werk goed af op dat van andere partijen. (6.1) 7. Bekwaamheid in reflectie en (professionele ontwikkeling o De leraar kijkt kritisch naar zijn werk en gebruikt evaluatie, reflectie en feedback van anderen om zich verder te ontwikkelen - Hij kijkt kritisch naar zijn werk en gebruikt evaluatie, reflectie en feedback van anderen om zich verder te ontwikkelen. (7.2) Zonder actie van de leidinggevende staat de slagboom open. Als op de dikgedrukte indicatoren niet voldoende wordt gescoord, is dat reden om de slagboom te sluiten. De acties die daartoe moeten worden ondernomen staan in de reglementen personeelsgesprek en personeelsbeoordeling. 22 juni 2012 2

Daarnaast heeft besluitvorming plaatsgevonden rond een aantal knelpunten, waardoor een werkbaar overzicht is ontstaan van onderscheidende kwaliteiten, op basis waarvan bepaald kan worden of de slagboom moet sluiten of niet. Wordt een docent niet benoemd in een hogere functie, dan ligt hier een actief besluit aan ten grondslag met betrekking tot de slagboom. Het sluiten van de slagboom is een beslissing met een negatieve rechtspositionele consequentie en kan derhalve alleen na een beoordelingsgesprek worden genomen. Een beoordelingsgesprek kan pas plaatsvinden, nadat er minimaal drie personeelsgesprekken zijn gevoerd. Om een negatieve beslissing te voorkomen, moet tijdens de personeelsgesprekken zijn vastgesteld op welke onderdelen de docent zich moet verbeteren. Het besluit m.b.t. de slagboom moet dus door de docent beïnvloed kunnen worden. Daarom is het noodzakelijk dat de leidinggevende zich van de discriminerende kenmerken bewust is. Discriminerende indicatoren LC seniordocent Het verschil tussen een LB docent en een LC seniordocent is te vinden in de mate waarin de vetgedrukte SBL-indicatoren worden beheerst. Anders gezegd: een LB docent kan zich nog onvolkomenheden op dit terrein permitteren en een LC seniordocent niet. Mochten er redenen zijn om bepaalde onvolkomenheden te compenseren, dan kan dat zeker niet op de indicatoren die vetgedrukt zijn. Wie op deze indicatoren echter voldoende scoort, wordt beschouwd als excellent in de zin van de functieomschrijving en is benoembaar in LC. Let wel, er ontstaat geen recht op benoeming. LD seniordocent Het is moeilijk om aan te geven op basis van de indicatoren wat het verschil is tussen een seniordocent in LC en LD. We komen dan dus vanzelf bij andere kenmerken. Eén van de belangrijkste kenmerken, mede bepaald door het entreerecht, is dat de LD docent eerstegraads bevoegd moet zijn. Daarnaast staat in de functiebeschrijving dat deze docent moet functioneren op wetenschappelijk niveau. De wetenschappelijke toets als voorwaarde voor LD valt moeilijk te operationaliseren en de wetenschappelijke ontwikkeling kan derhalve niet gehanteerd worden als onderscheidend criterium. Het hebben van de eerstegraads bevoegdheid zou voldoende waarborg zijn voor de wetenschappelijkheid. Het voldoen aan de basisvoorwaarden wordt zwaarwegender geacht dan de wetenschappelijke activiteit. Conclusie is derhalve dat ook op het SGDC eerstegraads bevoegde docenten aanspraak op LD kunnen maken, wanneer zij minimaal 50% van hun lessen geven in de bovenbouw van de havo. LD en het vmbo Het vmbo wordt niet gezien als een omgeving waarin de eerstegraads bevoegde docent zijn kwaliteiten kan laten zien. Een seniordocentschap wordt derhalve in het vmbo niet wenselijk geacht. Wel is er de behoefte om de waardering voor het werken in het vmbo tot uitdrukking te kunnen brengen. Dit zou dan moeten in de functie van coördinerend docent of docent/innovator. Zolang echter het entreerecht de docenten in de bovenbouw havo/vwo een claimrecht geeft, zal van die mogelijkheden geen gebruik gemaakt kunnen worden. 22 juni 2012 3

Praktische consequenties - De LC docent werkt in de onderbouw havo/vwo, in alle jaarlagen van het vmbo en indien bevoegd (of in voorkomende gevallen bekwaam) in de bovenbouw van de havo en het vwo. Dat laatste is bij een eerstegraads bevoegde docent in LC altijd minder dan 50% van de aanstelling, omdat anders een recht op LD ontstaat. - De LD docent werkt in principe meer dan 50% van zijn aanstelling in de bovenbouw havo/vwo. Dat heeft te maken met het entreerecht. Op basis van organisatorische overwegingen kan hiervan worden afgeweken. Er kan echter nooit een claimrecht ontstaan waarmee de LD docent kan eisen dat hij minimaal 50% in het eerstegraads lesgebied wordt ingezet. Het hebben van de eerstegraads bevoegdheid is een voorwaarde. De wetenschappelijkheid hoeft verder niet te worden aangetoond. Dus ook op scholen zonder vwo, maar met havo kunnen docenten in LD worden benoemd. - In het vmbo is benoeming formeel wel mogelijk, maar niet in de functie van seniordocent LD, omdat hier het onderwijsgebied ontbreekt waarvoor de eerstegraads bevoegdheid is vereist. Benoeming tot coördinerend docent in LD is mogelijk maar onwaarschijnlijk, zolang het entreerecht boven de markt hangt. - De 60%-eis hangt als een zwaard van Damocles boven de benoemingsprocedure. De cao vo zegt hierover: De extra formatie op grond van het budget voor de functiemix wordt uitsluitend toegekend aan leraren met lesgeven als hoofdtaak, dat wil zeggen dat zij in overwegende mate (bedoeld is meer dan ca. 60%) worden belast met een lestaak. Stapeling van niet-lesgebonden taken is dus onwenselijk. En afdelingsleiders mogen nog wel les geven, maar als dit minder is dan 60% van hun aanstelling, mogen ze niet meer in de functie van docent met taken worden benoemd. - Met het oog op de vergelijkbaarheid van oordelen en onderliggende bewijzen is het wenselijk om op een school zoveel mogelijk van hetzelfde soort instrumenten uit te gaan. Deze instrumenten hoeven niet voor alle scholen identiek te zijn. Op Spinozaniveau is al afgesproken om gebruik te maken van lesbezoeken en van onderzoeksinstrumenten. Het gebruik van een scoringslijst bekwaamheden wordt aanbevolen. De lijst met te beheersen competenties om voor promotie in aanmerking te kunnen komen (zie inleiding) is voorgeschreven i.v.m. de uniformiteit bij beoordeling. - Tegelijkertijd moeten we niet alles willen regelen in protocollen. Er ligt een verantwoordelijkheid bij de leidinggevende en bij het collectief van de schoolleiding om verantwoord met afspraken om te gaan. Dat geldt ook voor het toekennen van extra periodieken. Bij die verantwoordelijkheid hoort ook ruimte. Wanneer een school daar ruimhartig mee om wil gaan, dan zal die school die ruimte zelf binnen het formatiebudget moeten creëren. Daarvoor zijn twee mogelijkheden beschikbaar. 1 Tegenover de extra periodieken staan even zoveel inhoudingen van periodieken. Er wordt m.a.w. werk gemaakt van beloningsdifferentiatie. 2 De school reserveert ruimte op de schoolbegroting, die voor extra periodieken kan worden ingezet. Daarover is dan overeenstemming bereikt met de MR. - In ieder geval dient het promotiebeleid van een school geen invloed op de GPL te hebben en moeten de parameters voor toedeling van gelden aan de scholen hierdoor niet beïnvloed worden. 22 juni 2012 4

- Promotie naar LD hoeft niet altijd via LC te lopen. In eerste instantie is dat wel zo afgesproken, maar door de gebruikte systematiek van toedelen (per vakgroep of domein van vakken) achterhaald. Personeelsgesprekken Een en ander heeft consequenties voor de personeelsgesprekken die zullen moeten worden gevoerd. Al vanaf het begin van de carrière van elke docent zal aandacht moeten worden geschonken aan de te behalen doelen. Omdat we binnen Spinoza uitgaan van een mechanisch model, met de mogelijkheid van een slagboom als de leiding betrokkene niet geschikt acht, dient grondig geanticipeerd te worden op de vraag of iemand soepel naar een hogere functie kan doorstomen of niet. Hiervoor kan de scoringslijst bekwaamheden worden gebruikt, zoals die is ontwikkeld op het Veurs Lyceum (zie bijlage). Het actief invulling geven aan de slagboom, zowel bij promotie als bij herijken van de promotie, kan gezien worden als de kwaliteitstoets die in ons mechanische model is ingebouwd. 22 juni 2012 5