ARCHITECT EN VENNOOTSCHAP Een privaatrechtelijke analyse Steven De Coster Antwerpen Cambridge
De stof werd bijgewerkt tot 29 maart 2015. Architect en vennootschap. Een privaatrechtelijke analyse Steven De Coster 2015 Antwerpen Cambridge www.intersentia.be Omslagbeeld: GTS Productions ISBN 978-94-000-0584-6 D/2015/7849/40 NUR 822 Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de uitgever.
DANKWOORD Zoveel lieve, inspirerende en behulpzame mensen hebben dit boek mogelijk gemaakt. Wijlen mijn vader en mijn nog kwieke moeder. Tine xx. Linda, Steven M., Liesbet en de andere leden van mijn advocatenteam. Raf, wijlen Edmond en Steven D., algemene resp. concrete inspirators. Pascale. Van harte dank. Ik hoop jullie niet beschaamd te hebben. Steven D.C. v
INHOUD Dankwoord........................................................... v Inleiding............................................................. 1 DEEL I. RECHTSPERSOON DIE ZELF HET BEROEP VAN ARCHITECT UITOEFENT Hoofdstuk 1. Korte historiek en doelstelling van de Wet-Laruelle....................... 7 Hoofdstuk 2. Het nieuwe artikel 1 van de wet van 20 februari 1939..................... 13 I. Het voeren van de titel van architect............................... 13 II. Het uitoefenen van het beroep van architect......................... 15 Hoofdstuk 3. Het nieuwe artikel 2 van de wet van 20 februari 1939, meer in het bijzonder 1 tot 3................................................... 17 I. Toegang tot de uitoefening van het beroep van architect algemeen... 17 II. De vereisten voor de uitoefening van het architectenberoep door een rechtspersoon zelf............................................... 19 A. Eerste wettelijke voorwaarde: rechts persoonlijkheid............... 20 B. Tweede wettelijke voorwaarde: geleid en vertegenwoordigd louter door architect(en)............................................ 28 C. Derde wettelijke voorwaarde: beperking van het maatschappelijk doel en de activiteit........................................... 38 D. Vierde wettelijke voorwaarde: aandelen op naam................. 55 E. Vijfde wettelijke voorwaarde: ten minste 60% van de aandelen en de stemrechten in handen van architecten..................... 58 F. Zesde wettelijke voorwaarde: de overige aandelen mogen niet in handen zijn van een persoon die een onverenigbaar beroep uitoefent, in combinatie met een meldingsplicht.................. 71 vii
Inhoud G. Zevende wettelijke voorwaarde: beperkingen inzake deelnemingen in andere vennootschappen/rechtspersonen...................... 77 H. Achtste wettelijke voorwaarde: inschrijving bij de Orde van architecten.................................................. 80 I. Negende wettelijke voorwaarde: het voldoen aan de (andere) voorwaarden gesteld door de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect.......... 96 J. Tiende wettelijke voorwaarde: geen vennootschap met louter een architect-stagiair............................................ 103 K. Kan een buitenlandse vennootschap het beroep van architect in België uitoefenen?........................................... 108 L. Tijdelijke oplossing bij het overlijden van een door de wet vereiste architect-natuurlijke persoon................................. 113 III. Handhaving en sanctionering.................................... 122 A. Mechanismen van handhaving en sanctione ring voortvloeiende uit de wet van 20 februari 1939 zelf............................ 122 1. Mechanismen terug te brengen tot de Orde van architecten.... 122 a. Bepalingen die van tel zijn in verband met de inschrijving zelf.................................................. 123 b. Meer in het algemeen, de bevoegdheden van de Orde van architecten zoals terug te vinden in artikel 2 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten........................................... 125 c. Enkele toepassingsgevallen............................. 128 2. Andere mechanismen die uit de wet van 20 februari 1939 zelf blijken............................................... 135 B. Mechanismen van handhaving en sanctione ring buiten de wet van 20 februari 1939......................................... 136 1. Strafrechtelijke sanctionering in de wet van 26 juni 1963 tot instelling van de Orde van architecten...................... 136 2. Handhaving op basis van de wetgeving op de ruimtelijke ordening................................................ 138 3. Sanctionering voortvloeiende uit het privaatrecht............ 141 C. Heeft de opdrachtgever een rol bij de handhaving en sanctionering?..................................................... 147 IV. Enkele belangrijke gevolgen en implicaties van de mogelijkheid van de beroepsuitoefening door een rechts persoon.................. 149 A. De identificatie van de contracterende architect................. 150 B. Het intuitu personae-karakter van het architectencontract........ 161 C. De persoonlijke gehoudenheid/aansprakelijkheid van de architect-natuurlijke persoon werkzaam binnen een Laruellevennootschap............................................... 175 viii
Inhoud 1. Persoonlijke gehoudenheid/aansprakelijkheid voor de verbintenissen uit het verleden........................... 178 2. Persoonlijke gehoudenheid/aansprakelijkheid in het geval dat het architectencontract niet werd gesloten met de Laruellevennootschap of dit laatste niet werd bewezen................ 181 3. Persoonlijke gehoudenheid/aansprakelijkheid in het geval dat weliswaar het architectencontract werd gesloten met de Laruelle-vennootschap, maar de architect-natuurlijke persoon zich met deze Laruelle-vennootschap hoofdelijk heeft verbonden als (tweede) contractpartij van de bouwheer of borg van de Laruelle-vennootschap......................... 181 4. Persoonlijke gehoudenheid in geval van een Laruellevennootschap met onvolkomen rechtspersoonlijkheid......... 182 5. Hoofdelijke aansprakelijkheid in verband met de verzekeringsplicht van de architect......................... 186 6. Persoonlijke aansprakelijkheid bij schending van de wettelijke voorwaarden voor een rechtsgeldige Laruelle-vennootschap... 190 7. Persoonlijke gehoudenheden/aansprakelijkheden uit het vennootschapsrecht....................................... 191 8. Aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad............... 193 9. Strafrechtelijke aansprakelijkheid.......................... 197 10. Persoonlijke aansprakelijkheid in geval van regres zoals de regresvordering van de architect-rechtspersoon zelf of zijn verzekeraar.............................................. 200 DEEL II. ARCHITECTENVENNOOTSCHAP OF -ASSOCIATIE DIE ZELF HET BEROEP VAN ARCHITECT NIET UITOEFENT Hoofdstuk 1. Situering van enkele alternatieven.................................... 207 Hoofdstuk 2. Korte historiek...................................................... 213 Hoofdstuk 3. De vereisten voor een architectenvennootschap of -associatie die (zelf) het beroep van architect niet uitoefent................................. 219 I. Eerste voorwaarde: een vennootschap of een associatie.............. 219 II. Tweede voorwaarde: eisen in verband met bestuur en vertegenwoordiging.................................................... 230 ix
Inhoud III. Derde voorwaarde: eisen in verband met het doel en de activiteiten van de vennootschap of vereniging................................ 237 IV. Vierde voorwaarde: aandelen op naam?........................... 257 V. Vijfde voorwaarde: vereisten inzake het minimale aandelenbezit of de minimale participatie van een architect en meer in het algemeen inzake de identiteit van de aandeelhouder of participant............. 259 VI. Zesde voorwaarde: kan een persoon die een onverenigbaar beroep uitoefent, aandeelhouder zijn of participeren?...................... 271 VII. Zevende voorwaarde: beperkingen inzake deelnemingen in andere vennootschappen/rechts per so nen................................. 275 VIII. Achtste voorwaarde: onrechtstreekse onderworpenheid aan de Orde van architecten en haar deontologie............................... 276 IX. Negende voorwaarde: het niet moeten respecteren van de voorwaarden gesteld door de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect............................ 291 X. Tiende voorwaarde: voorwaarden ingeval een architect-stagiair participeert.................................................... 292 XI. En wat met een buitenlandse vennoot schap of associatie?............ 294 Hoofdstuk 4. Enkele capita selecta................................................. 297 I. Handhaving en sanctionering.................................... 297 II. Identificatie.................................................... 298 III. Aansprakelijkheid.............................................. 311 A. Persoonlijke aansprakelijkheid van de architect die de architectenopdracht uitvoert.................................. 312 B. Aansprakelijkheid van de vennootschap zelf?................... 320 C. Aansprakelijkheid van andere vennoten/associés?............... 325 D. Aansprakelijkheid in het raam van een vennootschap van onroerende diensten......................................... 331 Trefwoordenregister.................................................. 333 x