Beschrijving van de spelletjes 1. Tollebak Tollebak: (tol, touwtje, pionnetjes in doosje) Plaats de gekleurde pionnen op de gekleurde stippen. Windt het touwtje strak om het tolletje en plaats de tol voor op het spelbord met het touwtje door het gleufje. Trek hard aan het touw en tel hoeveel pionnen er op het spelbord omvallen.
2. Rattenval Rattenval: (houten spelbak met ronde blokjes, spanlatje) Dit spel wordt gespeeld door twee personen. Span eerst het speelveld op door middel van het latje. Leg dan alle blokjes erin met de nummers naar beneden. Haal het latje ertussen uit, dan kan het spel beginnen. Haal om beurten een blokje eruit. Wanneer de plank naar voren springt, is het spel uit. Tel tenslotte de punten bij elkaar.
3. Kazenspel Kazenspel: (klein houten balletje) Leg het houten balletje in het houdertje. Trek aan de beide handvatten het houdertje met bal langzaam naar boven. Probeer de bal door een gat met het hoogst aantal punten te laten vallen.
4. Mannetjesspel Mannetjesspel: Probeer met het balletje aan het touw zo veel mogelijk kegels om te werpen. Elke speler mag het drie keer proberen.
5. Kegelbarrak Kegelbarrak: (stok, gele bal, dobbelsteen, houten kegeltje) Stoot de bal zonder de kegel te raken in een van de gaten, welke zijn voorzien van een puntenwaardering. Dit zijn de pluspunten. Als de bal de kegel raakt met het opstoten en de dobbelsteen valt van het plankje, noteer dan het aantal ogen wat de dobbelsteen aangeeft. Dit zijn de strafpunten. Als de bal terugkomt, raakt hij dan wel de kegel, zijn dit geen strafpunten. Plaats dan de dobbelsteen weer terug.
6. Bakbolling Bakbolling: (10 schijven in doosje) Dit werkt net als de sjoelbak maar dan met de stenen op z n zijkant.
7. Ping-pong spel Ping-pong spel: (8 balletjes) De speler gaat twee meter van het spel af staan. Iedere speler mag 8 balletjes gooien. Daarna telt u de punten bij elkaar. Puntentelling: Zwart: 20 punten Blauw: 15 punten Rood: 10 punten Geel: 5 punten Wit: 0 punten
8. Evenwichtsbalk Evenwichtsbalk: (blauw balletje, standaard waar balk in geplaatst kan worden) Plaats de balk in de bovenste goot. Probeer op een zo rustig mogelijke manier de bal in de volgende goot te laten vallen. Probeer op deze manier de bal in de onderste goot te krijgen. Je mag drie keer opnieuw beginnen.
9. Boter, kaas en eieren Boter, kaas en eieren (9 pionnetjes) Elke speler kiest een kleur en stopt om beurten en pionnetje op het spelbord. Probeer horizontaal, verticaal, of diagonaal drie van je kleur op een rij te krijgen.
10. Vier op een rij Vier op een rij
11. Spiraal Spiraal Steek de stekker in het stopcontact. Houd het houten handvat in je hand en probeer heel voorzichtig het ijzer langs het ijzer te gaan (van links naar rechts) zonder het te raken. Wanneer je het ijzer raakt gaat de bel af en ben je af. De blauwe gedeelten zijn rustpunten.
12. Spiegelspel Spiegelspel Leg het schrijfblad in de spiegelkist. Doe het klepje met de spiegel omhoog. Neem een pen en probeer, al kijkend in het spiegeltje, de route op het spelblad te volgen. Wanneer de pen buiten de lijnen komt is de speler af.
13. Ringwerpen Ringwerpen (5 ringen) Probeer vanaf één of twee meter afstand (kijkend naar de leeftijd van het kind) de ringen om de stokken te werpen. Tel de punten bij elkaar op.
14. Trekbak Trekbak (bal) Leg de bal vooraan op de twee houten stokken. Beweeg de stokken langzaam naar rechts en weer naar links om de bal verder boven het spelbord te laten komen. Probeer de bal bij het gat met het hoogste puntental te laten vallen.
15. Hamertjesspel Hamertjesspel (4 hamertjes, balletje, 40 houten stokjes) Dit spel wordt gespeeld met 4 spelers. Elke speler staat aan een kant met een hamertje. De bal wordt in het midden opgegooid. Elke speler probeert aan zijn/haar kant met het hamertje, onder het ijzertje de bal tegen te houden. Wanneer je de bal een keer doorgelaten hebt moet je één van de houten stokjes aan jouw kant in de gleuf leggen. Wanneer één speler zijn/haar houten stokjes op heeft, wordt gekeken wie er nog het meest heeft. Deze speler is de winnaar.
16. Hengelspel Hengelspel (Hengel, visjes) Probeer met de hengel drie visjes te vangen. Tel de punten die achterop de visjes staan bij elkaar op. De speler met de meeste punten heeft gewonnen.