Fiche voor voorbereiden van activiteiten Omschrijving van de activiteit: Muzikale activiteit instrumentaal musiceren + integratie van de muzikale dobbelsteen. Ervaringssituatie: O zelfstandig spelen O ontmoeten X explorerend beleven O ontwikkelingondersteunend leren Organisatie: X klassikale activiteit O groepsactiviteit DOELEN Deellp muzikale opvoeding 2.Musiceren met instrumenten (zelfgemaakte en bestaande instrumenten), met aandacht voor klankproductie en speeltechniek. 2.1 De peuters onderzoeken de klankmogelijkheden van instrumenten. ->De peuters onderzoeken de klankmogelijkheden van een bellenkrans, schuddoosjes en ritmestokjes en bespelen het instrument op de juiste manier. Deellp muzikale opvoeding 12.Genoegen beleven aan de omgang met klank en muziek. 9.1 De peuters durven zich door middel van klank en muziek uiten. ->De peuters durven zich uiten door middel van de verschillende muziekinstrumenten: bellenkrans, schuddoosjes en ritmestokjes. INHOUD, VERLOOP en BEGELEIDING ORGANISATIE / MATERIAAL Aanzet (De KL haalt de Jules met de mand muziekinstrumenten tevoorschijn.) O, wie is dit? Sinterklaas! Jules: Kiekeboe! KL: Oh Jules! Wat heb jij op je hoofd! Een pietenmuts! Zo leuk! Jules: Kijk eens! Ik heb de muziekinstrumenten van de Muziekpiet even mogen lenen. Zodat jullie er mee kunnen spelen. Ze zitten in deze mand. KL: Wauw, daar kunnen we iets leuk mee doen. Ik ga je hier zetten Jules,
dan kan je met ons meedoen! Kennismaken met de instrumenten. (1) (De KL zet de mand voor zich neer.) In de mand zitten allemaal muziekinstrumenten. De KL legt 2 ritmestokjes, een schuddoosje en de bellenkrans voor de mand neer in de kring.) Dit zijn de belletjes van zwarte piet. (De KL rinkelt met de bellenkrans en legt het bijhorende blad onder het instrument.) Dit is het paard van de sint. (De KL tikt met de ritmestokjes en legt het bijhorende blad onder het instrument.) En dit is de sint die over het dak stapt. (De KL schudt met de schuddoosjes en legt het bijhorende blad onder het instrument.) Instrumenten uitdelen. (2) (De KL zingt het lied tiereliereluit terwijl ze de muziekinstrumenten uitdeelt.) Tiereliereluit, tiereliereluit, zo deel ik de stokjes uit. Tiereliereluit, tiereliereluit, zo deel ik de doosjes uit. Tiereliereluit, tiereliereluit, zo deel ik de belletjes uit. Jules met zwarte piet muts, muzikale dobbelsteen, voeldoos, mand met muziekinstrumenten: enkele bellenkransen, enkele ritmestokjes, enkele schuddoosjes, blad met afbeelding bellenkrans en daaronder afbeelding van zwarte piet, blad met afbeelding van ritmestokjes en daaronder afbeelding van het paard, blad met afbeelding van schuddoosjes en daaronder afbeelding van de sint, liedblad tiereliereluit, liedblad hollebolleboog. Afspraken maken. (3) Beginsignaal: En start. Eindsignaal: Hou nu op, 1, 2, stop. Als ik zeg en start, dan neem je je instrument. Als ik zeg hou nu op, 1, 2, stop, dan leg je je instrument op de grond. (De KL oefent het begin en eindsignaal met de peuters. Wanneer dit niet goed lukt, herhaalt de KL de oefening met de peuters.) Speelleersituatie Experimenteren met de muziekinstrumenten. (4) (De peuters experimenteren met de muziekinstrumenten. De KL experimenteert mee met ritmestokjes.) Goed vriendjes, speel eens op je instrument. (De KL en de peuters spelen op hun instrument.) - Speel traag op je instrument. (De KL en de peuters spelen traag op hun instrument.) - Speel vlug op je instrument. (De KL en de peuters spelen vlug op hun instrument.) - Speel luid op je instrument.
(De KL en de peuters spelen luid op hun instrument.) - Speel zacht op je instrument. (De KL en de peuters spelen zacht op hun instrument.) Luisteren naar de muziekinstrumenten. (5) (De KL legt een bellenkrans, 2 ritmestokjes en een schuddoosje in de voeldoos op haar schoot. Er wordt om beurt naar elk instrument geluisterd.) Goed vriendjes, luister goed. Ik ga een instrument laten horen. Als je jouw instrument hoort, dan mag je erop spelen. Als je jouw instrument niet hoort, dan luister je gewoon. Als ik op een ander instrument speel dan stop je met spelen. Is iedereen klaar? Luister goed! (De KL tikt met de ritmestokjes, de peuters die ritmestokjes hebben, tikken mee. De KL rinkelt met de bellenkrans, de peuter die de bellenkrans heeft, rinkelt mee. De KL schudt met een schuddoosje, de peuters die de schuddoosjes hebben, schudden mee.) (De KL doet dit nu opnieuw, maar in een andere volgorde. Hierna doet de KL dit opnieuw, maar laat de peuters wisselen van instrument.) Spel met de muzikale dobbelsteen. (6) (De KL toont de dobbelsteen.) O, wie kent dit nog? De dobbelsteen. Ik heb de dobbelsteen terug meegebracht. We gaan eens kijken naar de prenten. (De KL bespreekt de prenten met de peuters.) -Prent kleine sint: Wie is dit? Sinterklaas! -Prent grote sint: Wie is dit? Ook sinterklaas! - Zijn deze prenten hetzelfde? Kleine en grote sinterklaas. -Prent kleine piet: Wie is dit? Zwarte piet! -Prent grote piet: Wie is dit? Ook zwarte piet! - Zijn deze prenten hetzelfde? Kleine en grote zwarte piet. -Prent klein paard: Wie is dit? Paard van sinterklaas. -Prent groot paard: Wie is dit? Ook paard van sinterklaas. - Zijn deze prenten hetzelfde? Klein en groot paard. Ik ken een leuk spel. Als de kleine prent vanboven ligt, spelen wij zacht op ons instrument. Als de grote prent vanboven ligt, spelen wij hard op ons instrument. (De KL wijst naar de 3 visuele voorstellingen (bladen).) Welke instrumenten mag ik horen als de sint vanboven ligt? De schuddoosjes. Welke instrumenten mag ik horen als zwarte piet vanboven ligt? De bellenkrans. Welk instrument mag ik horen als het paard vanboven ligt? De
ritmestokjes. (De KL duidt een peuter aan die de dobbelsteen in de lucht mag gooien.) Jij mag met de dobbelsteen gooien. (De KL neemt de toon over van het klokkenspel la en zingt het lied hollebolleboog.) Hollebolleboog, gooi de kubus hoog, hop hop hop, wie ligt er bovenop? O, wie ligt er bovenop? Vb. het paard. (De KL neemt de toon over van het klokkenspel la en zingt het lied opnieuw.) Hollebolleboog, gooi de kubus hoog, hop hop hop, het paard ligt bovenop. Is het een groot paard of een klein paard? Vb. klein paard. Moeten wij dan zacht of hard spelen? Zacht. Welke instrumenten mag ik horen? De peuters tikken zachtjes met de ritmestokjes, de andere peuters luisteren. (Dit spel wordt enkele keren herhaald. De KL laat de peuters eens wisselen van instrumenten.) Afsluiten Instrumenten ophalen. (7) (De KL haalt de muziekinstrumenten op in haar mand terwijl ze het lied tierelierelop zingt.) Tierelierelop, tierelierelop, zo haal ik de stokjes op. Tierelierelop, tierelierelop, zo haal ik de doosjes op. Tierelierelop, tierelierelop, zo haal ik de belletjes op. Liedblad tierelierelop, mand. BRONNEN geraadpleegd voor deze activiteit Odet \ Ontwikkelingsplan \ Leerplannen: Deelleerplan muzikale opvoeding Cursus: Muziek 2 (pag. 6 tot 25 ) Voorbeeldvoorbereiding: JA/NEE Andere informatiebronnen: \ Samengewerkt met: \
BIJLAGEN: Liedblad tiereliereluit tierelierelop.
Liedblad hollebolleboog.
Visuele voorstellingen