Onderwerpen: 1. Wijziging rapportage HbA1c 2. Invullen aanvraagformulier 3. Urinediagnostiek in de huisartsenpraktijk 4. Nieuw aanvraagformulier HAL 5. Bof en Borrelia 6. Wijzigingen in het allergieonderzoek Redactie: R.H.M. Peters (r.h.m.peters@znb.nl ) 1. Wijziging rapportage HbA1c Via het HAL-bulletin van april 2010 hebben we u geïnformeerd over invoering van nieuwe eenheden voor de rapportage van de uitslagen van de bepaling HbA1c. Sinds 6 april werden zowel de oude eenheden (%) als de nieuwe eenheden (mmol/mol) gerapporteerd, om ieder de gelegenheid te geven om te wennen aan de nieuwe eenheden. Conform het eerder gemelde landelijke beleid, zullen vanaf 1 januari 2011 uitsluitend nog de uitslagen in de nieuwe eenheden worden gerapporteerd. Voor de interpretatie van HbA1c (IFCC) gelden de volgende richtlijnen: Streefwaarde HbA1c (mmol/mol) Volwassenen met diabetes <53 Kinderen met diabetes <58 Referentie volwassenen/kinderen zonder diabetes 20-42 Met behulp van de volgende formule zijn uitslagen in oude eenheden om te rekenen naar de nieuwe eenheden: HbA1c (mmol/mol) = 10,93 x HbA1c (%) 23,5. Mocht u de informatie over deze verandering hebben gemist dan is die terug te vinden op de website www.nieuwediabeteswaarde.nl. 2. Invullen aanvraagformulier Helaas hebben we de afgelopen maanden weer veel incompleet ingevulde aanvraagformulieren ontvangen. Een recent voorbeeld: alleen de naam de Vries met de geboortedatum waren ingevuld. Deze combinatie leverde meerder patiënten op. Om zo n patiënt éénduidig te kunnen identificeren zijn meerdere gegevens 1
nodig, zoals het BSN, adres en woonplaats. Daarom nogmaals ons dringende verzoek: vul de gegevens in de rubriek VOLLEDIG INVULLEN alstublieft volledig in. Of nog beter gebruik een door uw Huisarts Informatie Systeem geprint etiket met de benodigde gegevens. Wij hebben deze gegevens echt nodig om ons werk goed te kunnen doen! 3. Ondersteuning diagnostiek in de huisartsenpraktijk Het HAL wil u ondersteunen bij het verrichten van urinediagnostiek in uw praktijk. Het aflezen van urinestripjes is subjectief. Uit literatuur is bekend dat het gestandaardiseerd aflezen van de urinestripjes fouten voorkomt. Kern van het voorstel is: Het Huisartsenlaboratorium stelt gratis een urinestriplezer ter beschikking aan uw praktijk. Uw personeel wordt getraind in het bedienen van de striplezer. 1 á 2 keer per jaar wordt de striplezer door laboratoriummedewerkers in uw praktijk gecontroleerd op een juiste werking. Er worden afspraken gemaakt voor de afname en het bestellen van de strips. Eind vorig jaar heeft u een aanmeldingsformulier gekregen. Inmiddels hebben 67 praktijken aangegeven hiervoor belangstelling te hebben, 2 praktijken zien af van deelname en 30 praktijken hebben al een ondertekende overeenkomst teruggestuurd. Indien u zich nog niet heeft aangemeld en alsnog belangstelling hebt, kunt u voor de regio Zuidwest Friesland contact opnemen D. Hardeman (0515-488503; d.hardeman@antonius-sneek.nl) en voor de overige HAL-regio s met R.H.M. Peters (r.h.m.peters@znb.nl). Na introductie van de urinestriplezer zal deze dienstverlening t.b.v. de verdere ondersteuning van in uw praktijk uit te voeren laboratoriumdiagnostiek worden uitgebreid. Wij richten ons in eerste instantie op ondersteuning bij de aanschaf en controle van Hb- en glucosemeters, maar uitbreiding naar andere sneltesten als CRP en D-Dimeer behoort tot de mogelijkheden. Suggesties? Mocht u nog wensen of suggesties hebben m.b.t. andere laboratoriumdiagnostiek dan horen wij dat graag. 2
4. Nieuw aanvraagformulier HAL Binnenkort komt een nieuwe druk van het aanvraagformulier van het Huisartsenlaboratorium in omloop. De belangrijkste wijzigingen zijn: het allergieonderzoek is aangepast (zie verderop in dit bulletin) In de 2 e kolom van het formulier is onderaan het kopje JICHT toegevoegd, met daaronder Urinezuur. Digoxine dient voortaan te worden afgenomen vlak voor de volgende inname. In de praktijk betekent dit dat de inname van de tablet(ten) moet worden uitgesteld, totdat bloed voor deze test is afgenomen. Onder het kopje SENIOREN is Vitamine D toegevoegd. 5. Bof en Borrelia Deze bijdrage van Izore aan het eerste HAL-bulletin van 2011 bestaat uit twee gedeelten. Allereerst willen wij nog even terugkomen op ons stuk over bofdiagnostiek in het vorige bulletin. Tot ons grote genoegen hebben diverse huisartsen naar aanleiding van dat stuk contact met ons gezocht wanneer er patiënten in hun spreekkamer verschenen bij wie aan bof gedacht kon worden. Gevolg was dat wij van die patiënten het materiaal van keuze voor analyse aangeboden kregen en daarin ook daadwerkelijk het bofvirus hebben kunnen aantonen. Zo n positief effect van een stuk in een bulletin nodigt uit tot meer initiatieven. Klinische informatie verstrekken is noodzakelijk bij infectieziektenserologie, zeker bij borrelia. In dit bulletin willen wij stilstaan bij de noodzaak tot het vermelden van klinische informatie bij een aanvraag voor serodiagnostiek, in het bijzonder die van borrelia. De artsen-microbioloog van Izore vragen al jaren aandacht voor het feit dat interpretatie van infectieziektenserologie (lang) niet zo goed wanneer dit gebeurt zonder dat er klinische informatie aanwezig is dan wanneer deze wel aanwezig is. Tot nu toe was er al wel veel overleg over aanvraag en interpretatie, maar het gebeurde niet op structurele basis. Een paar maanden geleden is een van ons een stap verder gegaan, en heeft bij alle aanvragen voor borrelia diagnostiek waar geen klinische informatie vermeld stond de praktijken actief benaderd. Dit betekende dat 3
deze microbioloog bij gemiddeld 30-40 aanvragen per week de aanvrager of zijn of haar assistente moest benaderen om de reden van de aanvraag helder te krijgen. Dierbaar werk omdat nu daadwerkelijk de vraag achter de aanvraag beantwoord kon worden. Ondanks dat het veel werk is bevalt het ons zo goed dat wij de noodzaak voelen om het bij alle aanvragen voor serodiagnostiek te gaan doen. Dit is helaas echter ondoenlijk, en gezien het soms verstoren van de gang van zaken in de praktijk ook ongewenst. Veel gemakkelijker is het wanneer gelijk op het aanvraagformulier de reden van het gevraagde onderzoek vermeld staat. Indien het aanvraagformulier van Izore gebruikt wordt dan is er een kwart van het formulier ingeruimd voor deze klinische informatie. Ook binnen de landelijke werkgroep die in opdracht van de overheid aan de nieuwe richtlijn voor borreliadiagnostiek en -behandeling werkt, wordt nagedacht over de consequentie die het ontbreken van klinische informatie bij een aanvraag zou moeten hebben. Er wordt gesteld dat er zonder klinische informatie eigenlijk geen diagnostiek moet plaatsvinden. Dit doet recht aan ons besef dat Izore alleen op basis van de relevante klinische informatie goede diagnostiek kan leveren, waarbij geregeld aanvullend overleg met de aanvrager nodig zal zijn. Dit geldt voor de interpretatie van een serologische analyse van misschien wel iedere infectie maar zeker voor borreliaserologie! Info: Jan Weel (Jan.Weel@izore.nl ) 6. Wijzigingen in het allergieonderzoek Een aantal ontwikkelingen heeft geleid tot aanpassing van het allergieonderzoek. Uit onderzoek is gebleken dat een allergie op vis bij kinderen 4 jaar zeer zeldzaam is. Ook een allergie op soja en tarwe komt bij deze categorie zelden voor. Daarom worden deze 3 allergenen voortaan bij jonge kinderen ( 4 jaar) niet meer bepaald. Gezien het veranderende voedingspatroon is het verstandig om op meer voedingsallergenen te testen. Daarom is er nu een aanvulling op de huidige voedselscreening: Met deze aanvulling wordt gescreend op het voorkomen van specifiek IgE tegen hazelnoot, cashewnoot, sesamzaad, kiwi en tomaat. Het voorgestelde onderzoek komt er dan als volgt uit te zien. Kinderscreening ( 4 jaar): bij een positieve screening worden automatisch de allergenen Huisstofmijt, Kat, Hond, Graspollen, Berkepollen, Kippenei-eiwit, Melk, Pinda, Hazelnoot, Cashewnoot, Sesamzaad, Kiwi en Tomaat bepaald. 4
Screening inhalatie-allergenen > 4 jaar: deze screening is niet gewijzigd. Hierbij wordt o.a. gescreend op Huisstofmijt, Kattenepitheel, Honderoos, Graspollen en Boompollen. U dient aan te geven welke allergenen bij een positieve screening bepaald moeten worden. Screening voedselallergenen > 4 jaar: De screening omvat Melkeiwit, Kippenei-eiwit, Pinda, Kabeljauw, Tarwe, Soja, Hazelnoot, Cashewnoot, Sesamzaad, Kiwi en Tomaat. Op basis van de anamnese dient u aan te geven welke allergenen bij een positieve screening bepaald moeten worden. 5