Stadslandbouw in Beverwijk handreiking voorgestelde manier van aanpak Juni 2013
Stadslandbouw in Beverwijk Handreiking voorgestelde manier van aanpak Juni 2013
Inhoud Inleiding 1. Wat is Stadslandbouw - verschillende typen stadslandbouw - meerwaarde stadslandbouw 2. Wat willen we in Beverwijk - faciliteren - stimuleren - coördineren 3. Wat zijn de mogelijkheden in Beverwijk - locaties - spelregels - organisaties 4. Waar moet nog meer aan gedacht worden - tijdelijkheid stadslandbouw - bodemkwaliteit
Inleiding In veel andere landen en in een aantal grote Nederlandse steden is een interessante ontwikkeling aan de gang. Bewoners en particuliere bedrijven maken op een nieuwe manier gebruik van openbare ruimte en braakliggende grond. Zij gebruiken de grond voor stadslandbouw. Achterliggende gedachten in het buitenland en in de Nederlandse steden zijn heel divers. Deze gaan van CO2 terugdringen tot het vergroten van biodiversiteit en van het terugdringen van de opmars van fastfood tot het stimuleren van zelfvoorzienendheid. In Beverwijk hebben we nog geen stadslandbouw, maar is er bij de gemeente kortgeleden wel een verzoek gedaan om hiervoor ruimte beschikbaar te stellen. De belangrijkste achterliggende gedachte bij de gemeente Beverwijk is faciliteren, stimuleren en coördineren omdat, stadsmoestuinen een positief effect kunnen hebben op de sociale cohesie binnen wijken en het verantwoordelijkheidsgevoel van bewoners voor eigen woon- en leefomgeving. Daarnaast kunnen stadsmoestuinen op ecologisch, economisch, ruimtelijk en sociaal gebied een bijdrage leveren aan gebiedsontwikkeling.
1. Wat is stadslandbouw Diverse grote steden in de wereld en in Nederland hebben voedselstrategie op de agenda staan. Belangrijke thema s hierbij zijn gezondheid, duurzaamheid, economie, voedselzekerheid, hongerbestrijding, behoud van landschappen en beperking van de milieubelasting. De ontwikkeling van stadslandbouw kan hier iets in betekenen. - verschillende typen stadslandbouw Niet commercieel Onder niet commerciële stadslandbouw worden stadsmoestuinen verstaan. Dit zijn buurttuinen die aangelegd worden op braakliggende terreinen en openbare groenstroken buiten de hoofdgroenstructuur. De tuinen liggen vaak in de openbare ruimte en worden aangelegd en beheerd door buurtbewoners. Het verschil tussen stadsmoestuinen en volkstuincomplexen en bijvoorbeeld een eigen tuin is dat een stadsmoestuin gezamenlijk onderhouden wordt voor en door buurtbewoners. Terwijl op volkstuinen en in eigen tuinen het beheer door individuen gedaan wordt. Commercieel Bij commercieel ingestoken stadslandbouw moet je vooral denken aan bijvoorbeeld een stadsboerderij met een meer bedrijfsmatige aanpak. Deze vorm van landbouw maakt gebruik van de producten en diensten uit de stad en ze vervolgens weer teruglevert aan de stad. Naast het produceren van voedsel kan deze ondernemer ook het landschap beheren. Kleinschalige recreatie, zorg voor bepaalde doelgroepen, ambachtelijke productverwerking, verkoop aan huis en natuureducatie zijn andere zaken die ook bij een stadsboerderij een plek kunnen hebben. - meerwaarde stadslandbouw Naast de direct zichtbare effecten van stadslandbouw zijn er ook een aantal andere minder zichtbare effecten te noemen die ontstaan bij stadslandbouw. De sociale cohesie binnen de wijk wordt groter, en bewoners voelen een grotere verantwoordelijkheid voor hun eigen woon- en leefomgeving. Het openbaar groen is als een visitekaartje van de stad. Met stadslandbouw laat de gemeente een nieuw gezicht zien. Daarnaast heeft stadslandbouw in de vorm van schooltuinen een educatieve waarde. Voedselkilometers worden beperkt en de soortenrijkdom wordt vergroot.
2. Wat willen we in Beverwijk De gemeente Beverwijk heeft twee beweegredenen om na te denken over hoe te handelen rondom het thema stadslandbouw. Er is een concreet verzoek voor het in gebruik nemen van grond ten behoeve van stadslandbouw van de Vereniging Groene Long en de Beheersstichting stadspark Overbos, daarnaast zijn er in het land diverse ontwikkelingen op het gebied van stadslandbouw en wil de gemeente hier op de juiste manier op kunnen reageren. De gemeente Beverwijk wil stadsmoestuinen in principe overal toestaan, omdat stadsmoestuinen een positief effect kunnen hebben op de sociale cohesie binnen wijken en het verantwoordelijkheidsgevoel van bewoners voor eigen woon- en leefomgeving. Verder kunnen stadsmoestuinen op ecologisch, economisch, ruimtelijk en sociaal gebied een bijdrage leveren aan gebiedsontwikkeling. Daarnaast is stadsmoestuinieren gewoon leuk. Zonder een trekkende rol te hebben, wil de gemeente op drie manieren initiatieven van bewoners of stichtingen ondersteunen. - faciliteren De gemeente stelt stukken (braakliggend) land in de openbare ruimte beschikbaar. Rol gemeente: Beoordelen of een bepaald stuk geschikt is. Het gebruik van het stuk land voor stadsmoestuinen mag niet conflicteren met andere belangen (hoofdgroenstructuur, spelen, hondenuitrengebied). Gebruiksovereenkomsten sluiten, met daarin afspraken over het beheer en de spelregels (zie ook hoofdstuk 3 en 4). Aanwijzen van het te gebruiken stuk land. - stimuleren Het is belangrijk dat buurtbewoners zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor het project. Een stuk land dicht in de buurt van waar de initiatiefnemers wonen werkt stimulerend. Door de visie op stadslandbouw te vertalen naar een structuurvisie en in bestemmingsplannen, ontstaat er voor ondernemers een stimulans om een stadsboerderij op te starten. Rol gemeente: In overleg met de initiatiefnemers een stuk grond beschikbaar stellen dat zo dicht mogelijk bij de woning ligt van de hoofdinitiatiefnemer. Bij vernieuwing van bestemmingsplannen visie van de stadslandbouw meenemen - coördineren Bestaande contacten met corporaties en ontwikkelaars, maar ook het NME kunnen worden benut om initiatieven van de grond te krijgen. Gebruik maken van bestaande overlegstructuren zoals het wijkgericht werken. Rol gemeente: Contacten tot stand brengen. Op het moment dat er initiatieven in een buurt ontstaan, de juiste mensen met elkaar in contact brengen.
3. Wat zijn de mogelijkheden in Beverwijk - locaties In principe kan niet commerciële stadslandbouw, stadsmoestuinieren, overal in Beverwijk plaats vinden. - spelregels Onderstaande spelregels worden vertaald in een gebruiksovereenkomst, die door de gemeente wordt opgesteld. Deze wordt door de gemeente en de initiatiefnemers ondertekend. De stadsmoestuinen mogen niet conflicteren met andere belangen, zoals de hoofdgroenstructuur, speelplekken en honden-uitrenvelden. De gemeente geeft aan hoe de stadmoestuin in de openbare ruimte ingepast moet worden. Het terrein wordt aangewezen door de gemeente en bijvoorbeeld door middel van piketpaaltjes uitgezet. De initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor eventuele verdere omkadering (bijvoorbeeld een hekwerk of haag tot maximaal één meter hoog). Het terrein wordt ordelijk en net onderhouden door de initiatiefnemers. Opbrengsten van het perceel mogen niet met commerciële doeleinden verkocht worden. Het telen van bepaalde typen groenten wordt gedaan conform de regels van het productschap akkerbouw. Dit is na te gaan op: www.productschapakkerbouw.nl/productschap_akkerbouw/teelt/aardappelen. Het eventueel slaan van een bron, moet conform de regels van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Dit is na te gaan op: www.omgevingsloket.nl en dan doorklikken naar vergunningcheck. In overleg wordt het terrein door de gemeente weer teruggenomen in beheer. - organisaties Welke organisaties kunnen iets betekenen bij stadsmoestuinenieren. Deze organisaties hebben kennis over hoe een stadsmoestuin opgezet kan worden en kennis en lesmateriaal voor het houden van workshops over moestuinieren. Daarnaast hebben ze terreinen in bezit die in potentie geschikt zijn voor stadslandbouw. Scholen NME (Milieudienst) Woningcorporaties Gemeente Beverwijk.
4. Waar moet nog meer aan gedacht worden - Tijdelijke stadslandbouw Stadslandbouw kan op ecologisch, economisch, ruimtelijk en sociaal gebied een bijdrage leveren bij gebiedsontwikkeling. Stadslandbouw kan daarnaast ondersteunend zijn aan het vormen van de identiteit van het te ontwikkelen gebied en bekendheid geven aan de geplande nieuwbouw. Totdat het gebied daadwerkelijk bebouwd gaat worden, kan tijdelijk stadslandbouw plaatsvinden. - Bodemkwaliteit Specifiek voor stadslandbouw is er geen wet- of regelgeving in Nederland. Er zijn wel normen vastgelegd voor maximaal toegelaten verontreinigingen in de bodem bij gebruik voor onder andere de functies wonen met tuin en moestuin. Dit is vastgelegd in de Nederlandse Wet Bodembescherming (Wbb). Bij commerciële teelt controleert de Voedsel en Warenautoriteit op maximaal toegelaten residuen van bestrijdingsmiddelen en andere verontreinigen. Echter niet op bodemkwaliteit. Van toepassing in Beverwijk Op locaties voor stadsboerderijen (commerciële stadslandbouw) is de Voedsel en Warenautoriteit toezichthouder en de stadsboer verantwoordelijk. Op locaties waar de gemeente eigenaar van de grond is, moet worden vastgesteld dat het gebruik geen risico s met zich mee brengt. Hier voor moeten een aantal stappen genomen worden. 1) Dit kan door middel van een vooronderzoek, conform NVN 5725. Uit milieuarchieven moet blijken of er (bedrijfs-) activiteiten op het terrein zijn verricht die mogelijk tot bodemverontreiniging kunnen hebben geleid. Is dit niet het geval en blijkt uit de bodemkwaliteitskaart dat de bodem voldoet aan de Lokale Maximale Waarde bagger-landbouw (LMW-bagger-landbouw), dan is het terrein geschikt voor stadslandbouw. 2) Als dit niet het geval is, dan moeten onderzoeksgegevens van de bovengrond van het terrein zelf worden gebruikt voor een beoordeling. Dit kan door middel van een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740, maar ook door toetsing van resultaten van eerdere bodemonderzoeken, de kwaliteitsgegevens van opgebrachte grond of een saneringsresultaat. Als de meetgegevens voldoen aan LMW-bagger-landbouw) dan is het terrein geschikt voor landbouw. Als de waarden voldoen aan de spoedcriteria voor volktuin/moestuin (Sanscrit, Circulariere Bodemsanering) dan zijn geen risico s voor de gebruikers te verwachten en is het terrein voor stadslandbouw. 3) Als de grond op het terrein verontreinigd is boven de interventiewaarden of de spoedcriteria voor volkstuin/moestuin, dan is het terrein niet geschikt voor stadslandbouw. In het geval het terrein tijdelijk ter beschikking wordt gesteld, in afwachting van uitvoering van ontwikkelplannen en als alleen sprake is van een diffuse verontreiniging, dan kan gekozen worden om (bij wijze van tijdelijke maatregel) een halve meter grond op te brengen die voldoet aan LMW-bagger-landbouw of in bakken te telen.
Gebruikte informatie: - Food & the City, stimuleren van stadslandbouw in en om Rotterdam, feb. 2012, Gemeente Rotterdam, Stadsontwikkeling, afdeling stedenbouw - Eetbaar Alphen naar een voedselstrategie voor Alphen aan den Rijn, sept. 2011, Gemeente Alphen, Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling, Unit Beleid & Strategie, Sven Thorissen - Inititatiefvoorstel De Eetbare Stad Stadslandbouw in s-hertogenbosch, mei 2011, fractie de Bossche Groenen