Trimestriële aanpassingen 2016/1

Vergelijkbare documenten
Trimestriële aanpassingen 2016/3

- Nieuwe doelgroepvermindering voor jonge werknemers vanaf 1 juli 2016;

Trimestriële infosessie 2013/1

Trimestriële aanpassingen 2011/4

Regularisatie contingent gesubsidieerde contractuelen in het Vlaams Gewest

Integratie van de Sociale Maribel in de DmfA(PPL) vanaf 2018/4

VRAGEN en ANTWOORDEN Infosessie 2013/1

ADMINISTRATIEVE INSTRUCTIES VOOR DE PROVINCIALE EN PLAATSELIJKE BESTUREN

Trimestriële aanpassingen

Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten

Trimestriële aanpassingen 2015/3

Dienst. voor de. Bijzondere Socialezekerheidsstelsels

Halftijds brugpensioen

Van OCMW naar Zorgbedrijf? En uw sociale zekerheid? o 11 juni 2015

GEBRUIKERSGIDS VOOR HET DMFA/PPL-BERICHT VAN DE STUDENT. Deze gids is bestemd voor de in het Kadaster geïntegreerde kinderbijslaginstellingen.

Infoblad - werknemers Uw rechten en plichten in het kader van de herstructurering van het bedrijf waarvoor u werkt

Het Gesolidariseerde pensioenfonds (GPF) van de provinciale en plaatselijke besturen: algemene toelichting.

Brugpensioen : hoofdelijke bijdragen en sociale inhoudingen. Belangrijke wijzigingen vanaf 1 april 2010

BETREFT: BRUGPENSIOEN BIJZONDERE WERKGEVERSBIJDRAGEN EN INHOUDINGEN RSZ VANAF 01/04/2010

Vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan: beperking van de jobs die in aanmerking komen als vervanger

(B.S ) Uittreksel m.b.t. de doelgroepvermindering mentors :

Pensioenstelsel lokale besturen. Infosessie voor de Oost-Vlaamse OCMW s 11 december 2015 Melle

Vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan: beperking van de jobs die in aanmerking komen als vervanger

Mededeling : 2005/2 1

Trimestriële aanpassingen 2012/2

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST MET BETREKKING TOT DE TOEKENNING VAN MAALTIJDCHEQUES IN ELEKTRONISCHE VORM

Hervorming financiering ambtenarenpensioenen

Inhoud. Inleiding 1 ANTHEMIS

Nieuw bedrag forfaitaire kilometervergoeding vanaf 1 juli 2015 definitief vastgelegd

Infoblad - werknemers Hebt u recht op de werkhervattingstoeslag?

Het nieuwe Vlaamse doelgroepenbeleid vanaf 1 juli 2016

ADMINISTRATIEVE INSTRUCTIES RSZ

Uittreksel m.b.t. de doelgroepvermindering mentors :

INSTRUCTIES VOOR DE WERKGEVER ASR

DEEL 1. STELSEL VAN WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (SWT) 1

MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2

Versie DEEL VIII Maaltijdcheques (oud statuut) Inhoudstafel

NIEUWIGHEDEN OP VLAK VAN HET PENSIOEN Januari 2013

Inhoudstafel. Inleiding 1. Titel 1 TOEGANGSVOORWAARDEN

De maaltijdcheques zijn onderworpen aan een bijzondere regeling zowel op fiscaal vlak als op het vlak van sociale zekerheid.

IN TE VULLEN DOOR DE UITBETALINGSINSTELLING : 1 ste aanvraag RU VW... datumstempel WB

Overheidspensioenen in perspectief. Wat brengt de toekomst?

Wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers (BS )

Smals Datum : 06 oktober 2015 TO&P ASR NOTA

Transcriptie:

Trimestriële aanpassingen 2016/1 datum:23-02-2016

Inhoud 1. GESOLIDARISEERDE PENSIOENFONDS... 4 1.1. Basispensioenbijdragevoet... 4 1.1.1. Overzicht... 4 1.1.2. Tabel van bijdragevoeten... 5 1.2. Harmonisatie van codificatie... 5 1.2.1. Bijlage 29: werkgeverscategorieën... 5 1.2.2. Bijlage 28: werknemerkengetallen bijdragen... 6 1.3. Responsabiliseringscoëfficiënt... 7 2. FORFAIT SOCIALE MARIBEL... 7 3. WERKKAARTEN LANGDURIG WERKZOEKENDEN, JONGE WERKNEMERS EN HERSTRUCTURERING... 8 3.1. Bevoegde instellingen... 8 3.2. Impact op DmfAPPL... 10 4. PROJECTGECO S IN VLAAMS GEWEST... 11 4.1. Stopzetting... 11 4.1.1. Regulariseren... 11 4.1.2. Uitdoven... 12 4.2. Aangiftewijze... 12 5. ONTHAALOUDERS: PILOOTPROJECT IN VLAAMS GEWEST... 13 5.1. Context... 13 5.2. Bijlage 21: werknemersstatuut... 13 5.3. Aangiftewijze... 14 5.3.1. Werknemerskengetal... 14 5.3.2. Werknemersstatuut... 14 5.3.3. Aantal uren per week... 14 5.3.4. Doelgroepvermindering voor erkende onthaalouders... 14 5.3.5. Rekenblad... 14 5.3.6. Capelo... 14 5.3.7. Tweede pensioenpijler lokale contractanten... 15 6. LOKALE POLITIE: EINDE VAN LOOPBAAN... 15 6.1. Context... 15 6.2. Bijlage 44: maatregelen tot reorganisatie van de arbeidstijd... 15 6.3. Aangiftewijze... 16 6.3.1. Prestaties... 16 www.dibiss.fgov.be 2/24

6.3.2. Bezoldiging... 16 7. AARD VAN DE DIENST... 17 8. MAALTIJDCHEQUES... 17 9. ELEKTRONISCHE ECOCHEQUES... 17 10. KUNSTENAARS... 19 10.1. Patronale bijdrage... 19 10.1.1. Tabel van bijdragevoeten... 19 10.2. Kleine vergoedingsregeling.... 19 11. WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG... 19 11.1. Patronale bijdrage - nieuwe zone: periodecode... 19 11.2. Patronale bijdrage - Bijlage 28: werknemerskengetallen bijdrage... 21 11.3. Persoonlijke bijdrage - drempelbedragen... 22 11.4.... Decimalen voor aantal maanden... 22 11.5. Onvolledige maand - reden... 22 12. INDEXATIES... 22 12.1. Vrijwilligers... 22 12.2. Gebruik van door werkgever ter beschikking gesteld voertuig.... 22 12.2.1. Solidariteitsbijdrage... 22 12.2.2. Voordeel... 23 12.3. Werkloosheid met bedrijfstoeslag... 23 12.4. Kunstenaar in kunstenaar in de kleine vergoedingsregeling... 23 12.5. Voordelen in natura... 23 13. BEVORDERING NAAR HOGERE FUNCTIE... 23 14. TWEEDE PENSIOENPIJLER "LOKALE CONTRACTANTEN": BIJKLUSSERS... 24 www.dibiss.fgov.be 3/24

1. GESOLIDARISEERDE PENSIOENFONDS - Geen retroactief effect - 1.1. Basispensioenbijdragevoet 1.1.1. Overzicht De volgende basispensioenbijdragevoeten zijn van toepassing voor het vastbenoemde personeel aangesloten bij het pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten in 2016 en 2017. Wettelijke basispensioenbijdragevoet 2016 en 2017 WGC 971 WGC 972 WGC 973 WGC 974 WGC 976 41,5% 41,5% 41,5% 41,5% 41,5% Korting 3,5% 0% 0% 0% 0% Effectieve basispensioenbijdragevoet 38,0% 41,5% 41,5% 41,5% 41,5% Deze aanpassing is geïntegreerd in sectie 5.4.2.2. van de administratieve instructies (De bijdragen de basispensioenbijdragevoet voor de vastbenoemden die aangesloten zijn bij het gesolidariseerde pensioenfonds). De volgende basispensioenbijdragevoeten zijn van toepassing voor het vastbenoemde personeel aangesloten bij het pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten in 2018 en 2019. Opgelet: deze bijdragevoeten zijn indicatief vastgesteld en zijn onderhevig aan verandering. De minister van pensioenen moet nog een beslissing nemen omtrent de bijdragevoet van 2018. Wettelijke basispensioenbijdragevoet 2018 en 2019 WGC 971 WGC 972 WGC 973 WGC 974 WGC 976 41,5% 41,5% 41,5% 41,5% 41,5% Korting 3,0% 0% 0% 0% 0% Effectieve basispensioenbijdragevoet 38,5% 41,5% 41,5% 41,5% 41,5% Elke beslissing van de minister van pensioenen die een impact zou hebben op de hierboven vermelde bijdragevoeten zal zo snel mogelijk gecommuniceerd worden. www.dibiss.fgov.be 4/24

U vindt meer informatie over de korting en de effectieve basispensioenbijdragevoet van toepassing voor de besturen aangesloten bij het ex-gemeenschappelijk pensioenstelsel (werkgeverscategorie 971) in Mededeling 2015/9 gepubliceerd op de DIBISS-website. Deze wijziging zal worden geïntegreerd in sectie 5.4.2.2 van de administratieve instructies (De effectieve basispensioenbijdragevoet voor statutaire personeelsleden). Wettelijke basis: koninklijk besluit van 26 oktober 2015 tot uitvoering van artikel 16, eerste lid, 2) van de wet van 24 oktober 2011 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds van de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen voor de jaren 2016, 2017, 2018 en 2019 (B.S., 3 november 2015) 1.1.2. Tabel van bijdragevoeten De bijdragepercentages worden vanaf het eerste kwartaal 2016 (niet retroactief) gewijzigd van: WG 972 / WNB 302 / Type bijdragen 0 / totaal 41,00% / patronaal 33,50% / persoonlijk 7,50% WG 973 / WNB 303 / Type bijdragen 0 / totaal 38,50% / patronaal 31,00% / persoonlijk 7,50% WG 974 / WNB 304 / Type bijdragen 0 / totaal 39,50% / patronaal 32,00% / persoonlijk 7,50% WG 976 / WNB 306 / Type bijdragen 0 / totaal 41,00% / patronaal 33,50% / persoonlijk 7,50% naar WG 972 / WNB 302 / Type bijdragen 0 / totaal 41,50% / patronaal 34,00% / persoonlijk 7,50% WG 973 / WNB 303 / Type bijdragen 0 / totaal 41,50% / patronaal 34,00% / persoonlijk 7,50% WG 974 / WNB 304 / Type bijdragen 0 / totaal 41,50% / patronaal 34,00% / persoonlijk 7,50% WG 976 / WNB 306 / Type bijdragen 0 / totaal 41,50% / patronaal 34,00% / persoonlijk 7,50% 1.2. Harmonisatie van codificatie De harmonisatie van de codificatie voor de aangifte van het vastbenoemde personeel aangesloten bij het pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, aangekondigd tijdens de infosessie van augustus 2015, zal niet gerealiseerd worden, wegens de huidige onzekerheid omtrent de eventuele korting op de wettelijke basispensioenbijdrage. De huidige werkgeverscategorieën 971, 972, 973 en 974 zullen blijven bestaan. De werkgeverscategorie 976 zal bovendien blijven gebruikt kunnen worden in 2016 (zie verder). De huidige werknemerskengetallen bijdragen 301, 302, 303 en 304 zullen blijven bestaan. Het werknemerskengetal bijdrage 306 zal bovendien blijven gebruikt kunnen worden in 2016 (zie verder). 1.2.1. Bijlage 29: werkgeverscategorieën Alle statutaire werkgeverscategorieën m.b.t. het gesolidariseerde pensioenfonds zullen blijven bestaan in 2016. De einddatum van de werkgeverscategorie 976 zal wijzigen van 31/12/2015 naar 01/01/9999 (wijziging in vet). www.dibiss.fgov.be 5/24

Werkgeverscategorie Omschrijving 971 Vastbenoemden - gesolidariseerd pensioenfonds - exgemeenschappelijk pensioenstelsel 972 Vastbenoemden - gesolidariseerde pensioenfonds - ex-pensioenstelsel nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen + aangeslotenen na 31-12-2011 met hoge bijdragevoet 973 Vastbenoemden - gesolidariseerde pensioenfonds - lokale politie 974 Vastbenoemden - gesolidariseerde pensioenfonds - aangeslotenen na 31-12-2011 met lage bijdragevoet 976 Vastbenoemden - gesolidariseerd pensioenfonds - exvoorzorgsinstelling met specifieke bijdragevoet Aanwezigheidscode Begindatum Einddatum geldigheid geldigheid 6 01/01/2012 01/01/9999 6 01/01/2012 01/01/9999 6 01/01/2012 01/01/9999 6 01/01/2012 01/01/9999 6 01/01/2012 31/12/2015 01/01/9999 Opmerking: de statutaire werkgeverscategorieën 975, 977 en 978 blijven eveneens ongewijzigd. 1.2.2. Bijlage 28: werknemerkengetallen bijdragen Alle werknemerskengetallen bijdragen m.b.t. het gesolidariseerde pensioenfonds zullen blijven bestaan in 2016. De einddatum van het werknemerskengetal bijdrage 306 zal wijzigen van 31/12/2015 naar 01/01/9999 (wijziging in vet). Werknemerskengetal Omschrijving bijdrage 301 Basispensioenbijdrage - gesolidariseerd pensioenfonds - exgemeenschappelijk pensioenstelsel 302 Basispensioenbijdrage - gesolidariseerd pensioenfonds - expensioenstelsel nieuwe bij de Rijksdienst aangeslotenen + aangeslotenen na 31-12- 2011 met hoge bijdragevoet Aanwezigheidscode Werknemerstype Begindatum geldigheid Einddatum geldigheid 2 10 01/01/2012 01/01/9999 2 10 01/01/2012 01/01/9999 www.dibiss.fgov.be 6/24

Werknemerskengetal Omschrijving bijdrage 303 Basispensioenbijdrage - gesolidariseerd pensioenfonds - lokale politie 304 Basispensioenbijdrage - gesolidariseerd pensioenfonds - aangeslotenen na 31-12- 2011 met lage bijdragevoet 306 Basispensioenbijdrage - gesolidariseerd pensioenfonds - exvoorzorgsinstelling met specifieke bijdragevoet Aanwezigheidscode Werknemerstype Begindatum geldigheid Einddatum geldigheid 2 10 01/01/2012 01/01/9999 2 10 01/01/2012 01/01/9999 2 10 01/01/2012 31/12/2015 01/01/9999 Opmerking: de werknemerskengetallen bijdragen 307 en 308 blijven eveneens ongewijzigd. 1.3. Responsabiliseringscoëfficiënt De responsabiliseringscoëfficiënt voor het jaar 2014 is gelijk aan 39,24%. Deze informatie is geïntegreerd in de sectie 5.4.3.5. van de administratieve instructies (De bijdragen de responsabiliseringscoëfficiënt voor de besturen die aangesloten zijn bij het gesolidariseerde pensioenfonds). 2. FORFAIT SOCIALE MARIBEL - Geen retroactief effect - De forfaitaire vermindering van de werkgeversbijdragen per werknemer wordt met ingang van 01/01/2016 verhoogd met 13,92 euro tot een bedrag van maximaal 411,05 euro per trimester. Wettelijke basis: Koninklijk Besluit van 27 maart 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de nonprofit sector (B.S., 08/04/2015) Deze nieuwigheid zal geïntegreerd worden in sectie 6.4.3.3. van de administratieve instructies (Bijdrageverminderingen. De Sociale Maribel). www.dibiss.fgov.be 7/24

3. WERKKAARTEN LANGDURIG WERKZOEKENDEN, JONGE WERKNEMERS EN HERSTRUCTURERING 3.1. Bevoegde instellingen De bevoegdheid voor het uitreiken van geldige werkkaarten voor de doelgroepvermindering werd ingevolge de zesde staatshervorming vanaf 1-7-2014 overgedragen naar de VDAB voor het Vlaams Gewest; FOREM voor het Waals Gewest; Actiris voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: ADG voor de gemeenten van de Duitstalige gemeenschap. De werkkaart die een Gewest uitreikt, is geldig in gans België zolang de federaal ingevoerde doelgroepvermindering niet gewijzigd wordt door het Gewest. Bijvoorbeeld: een doelgroepvermindering jonge werknemer kan in Vlaanderen toegekend worden op basis van een door de Forem of Actiris uitgereikte arbeidskaart. De RVA reikt tijdens een overgangsfase de werkkaarten uit tot een Gewest beslist om zijn geregionaliseerde bevoegdheid uit te oefenen (zie verder). Het betreft de werkkaarten ter controle van de doelgroepvermindering langdurig werkzoekenden (activa, activa start, activa preventie- en veiligheidsplan); doelgroepvermindering jonge werknemer; doelgroepvermindering herstructurering. De RVA bezorgt DIBISS deze gegevens via een elektronische informatiestroom ter controle van deze doelgroepverminderingen aangegeven in de DmfAPPL. De RVA attesteert via een elektronische gegevensstroom eveneens of een persoon recht heeft op een doelgroepvermindering langdurig werkzoekende (doorstromingsprogramma s, SINE). De RVA blijft bevoegd voor het uitreiken van werkkaarten voor de vermindering persoonlijke bijdragen bij herstructurering. Met andere woorden voor de vermindering herstructurering kunnen twee werkkaarten uitgereikt worden, één voor de doelgroepvermindering door het Gewest, en één voor de persoonlijke vermindering door de RVA. 1 De RVA maakt voor de inwoners van het Vlaams Gewest en de gemeenten van de Duitstalige regio in het eerste en het tweede kwartaal van 2016 de gegevens over de arbeidskaarten over aan de DIBISS die de doelgroepverminderingen correct kan berekenen. De besturen zullen deze gegevens kunnen controleren via de portaaltoepassing Ecaro. Actiris reikt vanaf 1-1-2016 zelf de arbeidskaarten herstructurering (vermindering patronale bijdrage) uit aan de werknemers die ontslagen werden bij een herstructurering in de privésector in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 1 Na 1-1-2016 kan de RVA (tijdens een overgangsperiode) nog altijd een herstructureringskaart uitreiken als het collectief ontslag zich situeerde vóór 1-1-2016. www.dibiss.fgov.be 8/24

De gegevens zijn niet opgenomen in de elektronische informatiestroom, kunnen bijgevolg niet geconsulteerd worden in Ecaro en de doelgroepvermindering kan in 2016-1 niet correct berekend worden. De Brusselse gegevens zullen beschikbaar zijn vanaf 1-7-2016. Forem reikt vanaf 1-1-2016 zelf de arbeidskaarten uit aan de inwoners van het Waals Gewest voor de volgende verminderingen: activa (met uitzondering van activa preventie- en veiligheidsplan dat beheerd wordt door RVA); activa start; jonge werknemers; herstructurering (vermindering patronale bijdrage) (aan de werknemers die ontslagen werden bij een herstructurering in de privésector in het Waalse Gewest). Deze gegevens zijn niet opgenomen in de elektronische informatiestroom, kunnen bijgevolg niet geconsulteerd worden in Ecaro en de doelgroepvermindering kan in het eerste kwartaal 2016 niet correct berekend worden. De Waalse gegevens zullen beschikbaar zijn vanaf 1-7-2016. Samenvatting: Vlaams Gewest en Duitstalige Gemeenschap Doelgroep-vermindering Langdurig werklozen - activa met uitzondering van activa start en activa preventie- en veiligheidsplan Langdurig werklozen (DSP), SINE Activa preventie- en veiligheidsplan Activa start Jonge werknemers Herstructurering (vermindering patronale bijdrage) Herstructurering (vermindering persoonlijke bijdrage) Samenvatting: Brussels Hoofdstedelijk Gewest Doelgroep-vermindering Langdurig werklozen - activa met uitzondering van activa start en activa preventie- en veiligheidsplan Langdurig werklozen DSP, SINE Activa preventie- en veiligheidsplan Activa start Jonge werknemers Herstructurering (vermindering patronale. bijdrage) Herstructurering (vermindering persoonlijke. bijdrage) Bevoegde instelling in 2016/1 en 2016/2 RVA Bevoegde instelling in 2016/1 en 2016/2 RVA Actiris RVA www.dibiss.fgov.be 9/24

Samenvatting: Waals Gewest Doelgroep-vermindering Langdurig werklozen - activa met uitzondering van activa preventie- en veiligheidsplan Langdurig werklozen - DSP, SINE Activa preventie- en veiligheidsplan Activa start Jonge werknemers Herstructurering (vermindering patronale bijdrage) Herstructurering (vermindering persoonlijke bijdrage) Bevoegde instelling in 2016/1 en 2016/2 Forem RVA Forem RVA Deze nieuwigheden worden geïntegreerd in de administratieve instructies, m.n. sectie 6.2.2.5. (Doelgroepvermindering in het kader van het activaplan - werkkaart.), sectie 6.2.5.3. (Doelgroepvermindering jonge werknemer - werkkaart.) en sectie 6.2.7.2. (Doelgroepvermindering herstructurering herstructureringskaart.). Momenteel wordt er binnen de verschillende gewesten gedebatteerd over de eventuele uitreiking van werkkaarten voor de hierboven vermelde doelgroepverminderingen door het betrokken gewest vanaf het derde kwartaal 2016. Eventuele bijkomende informatie hieromtrent zal gecommuniceerd worden op de volgende infosessie (24 mei 2016). 3.2. Impact op DmfAPPL Het ontbreken van de informatiestroom tussen enerzijds FOREM en Actiris en anderzijds DIBISS heeft een impact op de controle van de verminderingen aangegeven in de DmfAPPL. Indien de werkgever één van de betrokken doelgroepverminderingen (activa, DSP, jonge werknemers, herstructurering) aanvraagt in het eerste kwartaal 2016 en indien de arbeidskaart door de Forem of Actiris afgeleverd werd, dan zal de aangevraagde vermindering ten onrechte geweigerd worden in de DmfAPPL, dan wordt bij een batch aangifte de doelgroepvermindering niet toegekend en wordt de nietprocentuele anomalie 0086-070 (verminderingscode INSZ niet gekend bij RVA) gesignaleerd; wordt bij een web aangifte de volledige aangifte geblokkeerd en moet de verzender de verminderingscode verwijderen uit de aangifte. De weigering kan zich voordoen in bij werkgevers in elk gewest, dus ook in het Vlaams Gewest en de Duitstalige regio. De werkgever zal de volledige socialezekerheidsbijdragen betalen via de factuur die verzonden wordt in mei, juni of juli 2016. Een regulariserende aangifte voor de aangevraagde doelgroepvermindering is mogelijk vanaf 1-7- 2015, het moment waarop de gegevensstroom van de Forem en Actiris naar DIBISS operationeel wordt. In geval van een batch aangifte moet de verzender vanaf juli 2016 de doelgroepvermindering voor het eerste trimester opnieuw aangeven door middel van een regulariserende aangifte. www.dibiss.fgov.be 10/24

In geval van een web aangifte moet de verzender vanaf juli 2016 de aangifte opnieuw openen en de doelgroepvermindering aanvragen. Vanaf 1-7-2015 zal in Ecaro vermeld worden welke gewestelijke instelling de werkkaart uitgereikt heeft. 4. PROJECTGECO S IN VLAAMS GEWEST - Geen retroactief effect - 4.1. Stopzetting De gesubsidieerde contractuelen in het Vlaams Gewest worden in twee fasen opgeheven: de contingent-geco s zijn op 1-4-2015 geregulariseerd (zie Mededeling 2015-1); de project-geco s bij de lokale of provinciale besturen worden ofwel geregulariseerd, ofwel voortgezet in een uitdovend stelsel, ofwel omgeschakeld naar een tijdelijke werkervaring. 2 Wettelijke basis: Decreet van 18 december 2015 houdende wijziging van artikel 76 van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015, wat de regularisatie van de gesubsidieerde contractuelen betreft (B.S., 05-02-2016) Besluit van 18 december 2015 van de Vlaamse Regering tot regularisatie en uitdoving van arbeidsplaatsen van gesubsidieerde contractuelen die zijn tewerkgesteld met een overeenkomst als vermeld in artikel 1, 12, 14, 15 en 36 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van de gesubsidieerde contractuelen, en artikel 1, 13, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen (B.S., 29-12-2015) Een erratum bij het Besluit van 18 december 2015 dat verscheen in het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2016, geeft een overzicht welke werkgevers geregulariseerd worden op 1-7-2015 (bijlage 1), op 1-1-2016 (bijlage2) en op 1-7-2016 (bijlage 3), en welke werkgevers in het uitdovend stelsel zitten (bijlage 4). 4.1.1. Regulariseren De regularisatie is de opheffing van de tegemoetkomingen van de werkgever, de opheffing van de bijzondere rechtspositieregeling van de geco en de stopzetting van de lopende overeenkomst tussen het Vlaams Gewest en de werkgever (artikel 1 van besluit van 18-12-2015). Naargelang het type gesubsidieerde tewerkstelling vindt de regularisatie plaats op: 1-7-2016 voor de aanvullende thuiszorg en gezinszorg; 1-7-2016 voor de buitenschoolse kinderopvang; 1-1-2016 voor de andere projecten. 2 Meer informatie vindt u op de website van het Departement Werk en Sociale Economie: http://www.werk.be/onlinediensten/tewerkstelling-en-sociale-economie/klassieke-tewerkstellings-programmas/gesco www.dibiss.fgov.be 11/24

Door de regularisatie wordt de tegemoetkoming van de premie en de doelgroepvermindering voor de geco s opgeheven en vervangen door een regularisatiepremie.. De bevoegde Minister beslist autonoom over de verdere subsidiëring van de projecten via de regularisatiepremie en de bestemming van de eventuele middelen. De overeenkomst als projectgeco tussen de werknemer en het bestuur wordt omgezet in een gewone arbeidsovereenkomst (via een bijlage van de geco-overeenkomst). Een werkgever die genoot van de doelgroepvermindering voor geco, kan geen beroep meer doen op een doelgroepvermindering langdurig werkzoekende (activa of sine) binnen de 12 maanden na het beëindigen van de geco-overeenkomst. Een nieuwe werkgever kan voor de vroegere geco wel nog genieten van deze doelgroepvermindering langdurig werkzoekende. 4.1.2. Uitdoven Uitdoving is het verbod voor de werkgever om de zittende werknemer die uit dienst treedt of met pensioen gaat, te vervangen 3. De uitdoofoperatie geldt voor de niet geregulariseerde projectgeco s en start vanaf 1-1-2016 tot de projectgeco uit dienst of met pensioen gaat. De werkgever geniet van de loonpremie en de doelgroepvermindering voor geco s zolang de persoon in dienst is, maar indien de projectgeco uit dienst treedt of gepensioneerd wordt, kan hij niet meer vervangen worden door een nieuwe projectgeco. Bij een fusie of een reorganisatie van het bestuur na 1-1-2016 kunnen de bestaande geco s overgeheveld worden naar de nieuwe instelling. 4.2. Aangiftewijze De geregulariseerde geco is een gewone contractuele werknemer en wordt aangegeven met het werknemerskengetal 101 of 201. De geco in het uitdovend stelsel blijft verder aangegeven met het werknemerskengetal 114 of 214. De doelgroepvermindering voor geco s kan aangevraagd worden met de verminderingscode 4001. De verminderingscode 4001 kan nog gebruikt worden voor de de te regulariseren project-geco s in het eerste en tweede kwartaal 2016; de project-geco s in het uitdovend stelsel. In januari 2015 heeft DIBISS de Mededeling 2015/01 gepubliceerd op de DIBISS-website. De mededeling beschrijft de gevolgen van de regularisatie van de contingentgeco s op het jaarlijkse vakantiegeld. Dezelfde bemerkingen zijn van toepassing op de regularisatie van de projectgeco s in 2016. 3 Artikel 1 van het besluit van 18-12-2015 www.dibiss.fgov.be 12/24

5. ONTHAALOUDERS: PILOOTPROJECT IN VLAAMS GEWEST - Retroactief effect tot 2015/1-5.1. Context Op 1-1-2015 is een proefproject in het Vlaams gewest gestart waarbij het werknemersstatuut toegekend wordt aan een beperkte groep onthaalouders (cao van 22 december 2014 neergelegd op 23/12/2014 N 125646/CO/331). Dit project heeft een looptijd van twee jaar (vanaf 1-1-2015 tot en met 32-12-2016). De arbeidsovereenkomst afgesloten tussen de organisator van de kinderopvang en de onthaalouder kadert in de reglementering van de thuisarbeid omwille van de specifieke kenmerken van het werk van deze werknemers-onthaalouders. Bij thuisarbeid kan de duur van de arbeidstijd niet gemeten of op voorhand bepaald worden en beschikt de thuisarbeider over een zeer grote autonomie om zelf zijn arbeidstijd te regelen. De bepalingen inzake arbeidsduur van de Arbeidswet zijn niet van toepassing op de personen die het statuut van huisarbeider hebben. Er mag afgeweken worden van de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd van maximum 48 uur, wanneer de duur van de arbeidstijd wegens de bijzondere kenmerken van de verrichte werkzaamheid niet wordt gemeten en/of vooraf bepaald, of door de werknemers zelf kan worden bepaald. In de cao is voorzien dat een voltijdse tewerkstelling maximaal 50 uur/week kan bedragen voor deze werknemers-onthaalouders. Het proefproject beperkte zich aanvankelijk tot de werkgevers aangesloten bij de RSZ. Het project is uitgebreid geweest naar een aantal werkgevers aangesloten bij DIBISS. Het betreft een zeer klein aantal werkgevers en werknemers. Het is mogelijk dat slechts een gedeelte van de onthaalouders in dienst van een participerende bestuur behoren tot het proefproject. 5.2. Bijlage 21: werknemersstatuut De werknemers-onthaalouders behorende tot het pilootproject moet aangegeven worden met een specifieke werknemersstatuut. Het werknemersstatuut D1 wordt hiertoe toegelaten in de DmfAPPL met retroactief effect tot het eerste kwartaal 2015. Code RSZ RSZPPO Omschrijving Opmerking Geldig Geldig tot vanaf D1 YES NO Thuiswerker Onthaalouders met 01/01/2015 31/12/2016 YES Onthaalouder werknemersstatuut tewerkgesteld bij bepaalde organisatoren met een vergunning voor gezinsopvang die ressorteren onder het PC 331.00.10 Deze nieuwigheid wordt geïntegreerd in sectie 8.3.3.9. van de administratieve instructies (DmfAPPL. Tewerkstellingslijn statuut.). www.dibiss.fgov.be 13/24

5.3. Aangiftewijze 5.3.1. Werknemerskengetal De werknemers-onthaalouders moeten aangegeven worden met het werknemerskengetal 201 (gewone contractant) en niet langer met het werknemerskengetal 761 (onthaalouder). 5.3.2. Werknemersstatuut Het werknemersstatuut D1 kan enkel gebruikt worden in de DmfAPPL betreffende het eerste kwartaal 2015 en later. Indien dit niet gebeurt, dan zal de blokkerende anomalie 00053-008 (statuut van werknemer niet in toegelaten domein) gesignaleerd worden. Het werknemersstatuut D1 kan enkel gecombineerd worden met een contractuele werkgeverscategorie (951, 952, 981, 982) Indien dit niet gebeurt, dan zal de niet-procentuele anomalie 00053-025 (statuut van werknemer onverenigbaar met werkgeverscategorie) gesignaleerd worden. Het werknemersstatuut D1 kan enkel gecombineerd worden met het contractuele werknemerskengetal 201. Indien dit niet gebeurt, dan zal de niet-procentuele anomalie 00053-030 (statuut van werknemer onverenigbaar met werknemerskengetal) gesignaleerd worden. 5.3.3. Aantal uren per week Zoals reeds eerder vermeld kan een voltijdse tewerkstelling maximaal 50 uur/week bedragen voor de werknemers-onthaalouders. Het toegelaten domein van de zone gemiddeld aantal uren week van de werknemer wordt aangepast. De maximale waarde in deze zone wordt gewijzigd van 4800 (48 uur per week) naar 5000 (50 uur per week). Het toegelaten domein van de zone gemiddeld aantal uren week van de maatpersoon wordt aangepast. De maximale waarde in deze zone wordt gewijzigd van 4800 (48 uur per week) naar 5000 (50 uur per week). 5.3.4. Doelgroepvermindering voor erkende onthaalouders De werknemers-onthaalouders hebben geen recht op de doelgroepvermindering voor onthaalouders. De verminderingscode 4400 (erkende onthaalouders) mag niet aangegeven worden in de DmfAPPL. 5.3.5. Rekenblad Het rekenblad voor de onthaalouders, gepubliceerd op de DIBISS-website, is niet van toepassing op de werknemers-onthaalouders. 5.3.6. Capelo Er moeten geen Capelo-gegevens aangegeven worden voor de werknemers-onthaalouders betrokken bij het Vlaamse proefproject. De waarde 1 moet in de zone vrijstelling van aangifte van gegevens van de tewerkstelling met betrekking tot de overheidssector in het blok tewerkstelling inlichtingen ingevuld worden. www.dibiss.fgov.be 14/24

Deze verduidelijking wordt geïntegreerd in sectie 8.12.5 van de administratieve instructies (DmfAPPL. De vrijstelling van de gegevens met betrekking tot het pensioen van de overheidssector). 5.3.7. Tweede pensioenpijler lokale contractanten De werknemers-onthaalouders betrokken bij het Vlaams proefproject behoren tot het toepassingsgebied van de tweede pensioenpijler lokale contractanten. 6. LOKALE POLITIE: EINDE VAN LOOPBAAN - Retroactief effect tot 2015/4-6.1. Context Een tijdelijk recht op non-activiteit voorafgaand aan het pensioen wordt toegekend aan het operationeel politiepersoneel dat de leeftijd van 58 jaar bereikt heeft, twintig aanneembare dienstjaren heeft, en dit voor een periode van maximaal vier jaar. Het personeelslid ontvangt een wachtgeld dat naargelang de situatie varieert van 62% tot 74% van de laatste activiteitswedde. Het wachtgeld is onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen, maar niet aan pensioenbijdragen van de vastbenoemden. Opmerking: deze regeling is enkel van toepassing op het operationele politiepersoneel en niet op het operationele personeel van de hulpverleningszones (brandweerdiensten). Wettelijke basis: Artikelen 2-3 van de wet van 18 december 2015 betreffende de assimilatie van een periode van non-activiteit van bepaalde leden van de geïntegreerde politie voor de loopbaanvoorwaarde om met vervroegd pensioen te vertrekken, betreffende de cumulatie met een pensioen van de publieke sector, betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, en betreffende de pensioenen van het vliegend personeel van de burgerlijke luchtvaart (B.S., 24-12-2015) Koninklijk Besluit van 9 november 2015 houdende bepalingen inzake het eindeloopbaanregime voor personeelsleden van het operationeel kader van de geïntegreerde politie (B.S., 25-11- 2015) 6.2. Bijlage 44: maatregelen tot reorganisatie van de arbeidstijd Een nieuwe maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd wordt geïntroduceerd met retroactief effect tot 2015/4 voor de aangifte van het stelsel van eindeloopbaan voor het operationeel personeel van de geïntegreerde politie vanaf de leeftijd van 58 jaar. Het betreft een volledige afwezigheid gelijkgesteld met non-activiteit voorafgaand aan pensioen. www.dibiss.fgov.be 15/24

De code 516 wordt toegevoegd aan bijlage 44: Code Omschrijving DmfA DmfA Capelo Geldig Geldig tot PPL DHG vanaf 516 Volledige afwezigheid gelijkgesteld met nonactiviteit, voorafgaand aan pensioen en met wachtwedde (operationeel politiepersoneel) YES YES NO 2015/4 9999/4 Deze nieuwigheid zal geïntegreerd worden in sectie 8.3.3.6. van de administratieve instructies (DmfAPPL. Tewerkstellingslijn maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd). 6.3. Aangiftewijze 6.3.1. Prestaties De afwezigheid moet aangegeven worden met de nieuwe maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd 516 (zie eerder). Aangezien het een volledige afwezigheid betreft, moet het gemiddeld aantal dagen per week van de arbeidsregeling gelijk zijn aan nul. Indien dit niet geval is, dan zal de blokkerende anomalie 00047-008 (gemiddeld aantal dagen per week van de arbeidsregeling niet in toegelaten domein) gesignaleerd worden. Aangezien het een volledige afwezigheid betreft, moet het aantal dagen per week van de werknemer gelijk zijn aan nul. Indien dit niet geval is, dan zal de blokkerende anomalie 00048-008 (aantal dagen per week van de werknemer niet in toegelaten domein) gesignaleerd worden. Geen enkele prestatiecode mag aangegeven worden. Indien dit niet geval is, dan zal de blokkerende anomalie 90018-094 (Prestatie onverenigbaar met aard werknemer) gesignaleerd worden. Als de maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd 516 voor een niet-vastbenoemd personeelslid aangegeven wordt, dan zal de blokkerende anomalie 00051-030 (maatregel tot reorganisatie van arbeidstijd onverenigbaar met werknemerskengetal) gesignaleerd worden. Als de maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd 516 voor een personeelslid andere operationeel politiepersoneel 4 aangegeven wordt, dan zal de blokkerende anomalie 00051-025 (maatregel tot reorganisatie van arbeidstijd onverenigbaar met werkgeverscategorie) gesignaleerd worden. 6.3.2. Bezoldiging De looncode 120 (loon betaald aan een vastbenoemd personeelslid dat afwezig is in het kader van een maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd - onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen 4 Worden beschouwd als operationeel politiepersoneel in de context van deze controle: personeelsleden aangegeven met de werkgeverscategorie 973. www.dibiss.fgov.be 16/24

geen pensioenbijdragen) moet gebruikt worden voor de aangifte van het wachtgeld van het operationeel politiepersoneel in de periode van non-activiteit voorafgaand aan het pensioen. Deze verduidelijking zal geïntegreerd worden in sectie 8.4.3.5. van de administratieve instructies (DmfAPPL. Looncodes). 7. AARD VAN DE DIENST - Geen retroactief effect - In de zone aard van de dienst (nr. 00967) in het blok gegevens van de tewerkstelling m.b.t. de overheidssector (nr. 90411) kunnen momenteel twee waarden aangegeven worden: 0 = sedentaire dienst 1 = actieve dienst In de praktijk is uitsluitend de waarde 0 (sedentaire dienst) van toepassing op de personeelsleden tewerkgesteld bij de besturen aangesloten bij DIBISS. Bijgevolg zal vanaf het eerste kwartaal 2016 een niet-procentuele anomalie gesignaleerd worden als de waarde 1 (actieve dienst) aangegeven wordt in de zone aard van de dienst in de DmfAPPL. 8. MAALTIJDCHEQUES - Geen retroactief effect - De maximale werkgeversbijdrage in de maaltijdcheques wordt met 1 euro verhoogd van 5,91 euro tot 6,91 euro met ingang van 01/01/2016. Wettelijke basis: Koninklijk Besluit van 26 mei 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 2014 tot wijziging van artikel 19bis, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der werknemers (B.S. 08/06/2015) Deze aanpassing is reeds geïntegreerd in sectie 4.1.3.1 van de administratieve instructies (Loonbegrip. De maaltijdcheques). 9. ELEKTRONISCHE ECOCHEQUES - Geen retroactief effect - Met ingang van 01/01/2016 worden elektronische ecocheques ingevoerd. Een bestuur kan nog steeds papieren ecocheques toekennen. Om vrijgesteld te worden van socialezekerheidsbijdragen moeten de elektronische ecocheques bijkomende voorwaarden vervullen (die niet gelden voor de papieren ecocheques). www.dibiss.fgov.be 17/24

Ecocheques worden afgeleverd op papieren drager of in een elektronische vorm. Het afleveren van elektronische ecocheques geschiedt door het crediteren van de ecoche-querekening van de werknemer. De ecochequerekening is een databank waarop voor een werknemer een aantal elektronische ecocheques worden opgeslagen en die beheerd wordt door een erkend uitgever van ecocheques. Bij een lokaal of provinciaal bestuur worden de ecocheques niet beschouwd als loon indien de volgende voorwaarden tegelijkertijd vervuld zijn: de overeenkomst bepaalt zowel de hoogste nominale waarde van de ecocheque, met een maximum van 10 euro per ecocheque, als de frequentie van toekenning ervan gedurende het kalenderjaar; een ecocheque wordt op naam van de werknemer afgeleverd; de toekenning van ecocheques, hun aantal en het bedrag per cheque moeten voorkomen op de individuele rekening van de werknemer, overeenkomstig de reglementering betreffende het bijhouden van de sociale documenten; de ecocheque kan geheel noch gedeeltelijk omgeruild worden voor geld; het totale bedrag van de door de werkgever toegekende ecocheques bedraagt niet meer dan 250 euro per werknemer en per jaar; de ecocheque op papier vermeldt duidelijk dat de geldigheid beperkt is tot 24 maanden vanaf de datum van zijn terbeschikkingstelling aan de werknemer; voor een elektronische ecocheque is de geldigheidsduur beperkt tot 24 maanden vanaf het ogenblik dat het bedrag op de ecochequerekening geplaatst is. Elke ecocheque waarvoor één van deze voorwaarden niet vervuld is, wordt beschouwd als loon en is onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen. Onverminderd de vijf hierboven vermelde voorwaarden wordt een elektronische ecocheque slechts vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen, als gelijktijdig ook de volgende voorwaarden vervuld zijn: Het aantal elektronische ecocheques en het brutobedrag ervan worden vermeld op de loonfiche van de werknemer. Vóór het gebruik kan de werknemer het saldo en de geldigheidsduur van de toegekende, maar nog niet gebruikte elektronische ecocheques nagaan. De elektronische ecocheques kunnen enkel ter beschikking gesteld worden door een erkende uitgever. De uitgever moet gezamenlijk erkend zijn door de Minister van Sociale Zaken, de Minister van Werk, de Minister van Zelfstandigen en de Minister van Economische Zaken. Het gebruik van elektronische ecocheques mag geen kosten voor de werknemer teweegbrengen, behalve bij diefstal of verlies. In ieder geval kan de kost van de vervangende drager niet groter zijn dan de nominale waarde van één maaltijd-cheque, als het bestuur zowel elektronische maaltijdcheques als elektronische ecocheques toekent. Als het bestuur enkel elektronische ecocheques toekent, mag de kost van de vervangende drager niet meer dan 5 euro bedragen. Alle elektronische ecocheques die niet voldoen aan deze voorwaarden, worden beschouwd als loon en zijn onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen. De elektronische ecocheques die uitgegeven werden door een uitgever wiens erkenning ingetrokken of vervallen is, blijven geldig tot de vervaldag van hun geldigheidsduur. Wettelijke basis: Koninklijk Besluit van 16 december 2015 tot invoering van de invoering van de elektronische ecocheques en tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en erkenningsprocedure voor uitgevers ervan (B.S., 24/12/2015) www.dibiss.fgov.be 18/24

Deze nieuwigheid zal geïntegreerd worden in sectie 4.1.3.10. van de administratieve instructies (Loonbegrip. De ecocheques). 10. KUNSTENAARS - Geen retroactief effect - 10.1. Patronale bijdrage De werkgeversbijdrage die bestemd is voor de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie, wordt verlaagd met 0,18% met ingang van 1-1-2016. De patronale bijdrage daalt van 45,30% naar 45,12%. Wettelijke basis: Koninklijk Besluit van 7 juni 2015 tot uitvoering van Titel IV, Hoofdstuk 2 van de wet van 23 april 2015 tot verbetering van de werkgelegenheid (B.S., 16-6-2015) Deze aanpassing zal geïntegreerd worden in sectie 3.2.3.4. van de administratieve instructies (Het personeel toepassingsgebied. De kunstenaars. Verschuldigde socialezekerheidsbijdragen). 10.1.1. Tabel van bijdragevoeten De werkgeversbijdrage die bestemd is voor de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie, wordt voor kunstenaars vanaf het eerste kwartaal 2016 (niet retroactief) gewijzigd van: WG 958 / WNB 741 / Type bijdagen 1 / totaal 58,37% / patronaal 45,30% / persoonlijk 13,07% naar WG 958 / WNB 741 / Type bijdagen 1 / totaal 58,19% / patronaal 45,12% / persoonlijk 13,07% 10.2. Kleine vergoedingsregeling. Voor een kunstenaar in de kleine vergoedingsregeling is de vrijgestelde vergoeding voor het jaar 2016 gelijk aan 123,32 euro per dag en 2.466,34 euro per jaar. Deze aanpassing zal geïntegreerd worden in sectie 3.3.6.1. van de administratieve instructies (Het personeel toepassingsgebied. De kunstenaar in de kleine vergoedingsregeling). 11. WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG 11.1. Patronale bijdrage - nieuwe zone: periodecode - Geen retroactief effect - Het percentage van de bijzondere werkgeversbijdrage voor de werklozen met bedrijfstoeslag van wie de ingangsdatum begint na 01/01/2016 en het ontslag betekend werd na 09/10/2015 wordt verhoogd met een coëfficiënt 1,25 voor de werkgevers in de profitsector en met een coëfficiënt 2,25 voor de werkgevers in de non-profitsector. www.dibiss.fgov.be 19/24

Wettelijke basis: Artikelen 96-98 van de Programmawet (I) van 26-12-2015 (B.S., 30-12-2015) Deze wijziging is geïntegreerd in sectie 5.5.13.2. van de administratieve instructies (Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag werkgeversbijdragen). Teneinde deze wijzigingen te implementeren zal een nieuwe zone geïntegreerd worden in het blok aanvullende vergoeding - bijdrage in de DmfA (RSZ). Deze zone zal niet gebruikt worden in de DmfAPPL (DIBISS). Het betreft echter een zone in een gemeenschappelijke blok, bijgevolg zal ze vermeld worden in het glossarium van de DmfAPPL en DmfAPPL Update. Het gebruik van de zone is echter verboden in de DmfAPPL. Indien de zone gebruikt wordt in de DmfAPPL zal de zone automatisch verwijderd worden. Element Omschrijving Naam van zone: Periodecode Nummer van zone 01129 Label XML: IndemnityContributionPeriodCode Functioneel blok: ComplIndemnityContribution (90337) Omschrijving: De code voor de periode waarin het Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT), het Stelsel van werkloosheid met aanvullende vergoeding voor oudere werknemers (SWAV) of het Tijdskrediet (TK) aanvangt. De code bepaalt de toe te passen percentages voor de berekening van de patronale bijdrage. Type Numeriek Lengte: 2 Toegelaten domein 1 = Aanvang SWT, SWAV of Tijdskrediet vóór 1/4/2010 OF, voor SWT/SWAV, betekening van de opzegging of einde arbeidsovereenkomst vóór 16/10/2009 OF, voor de SWT die aanvangen tijdens de erkenningsperiode als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering: ministeriële erkenningsbeslissing vóór 15/10/2009 OF, in geval van herstructurering, aankondiging collectief ontslag vóór 15/10/2009 2 = Aanvang SWT, SWAV of Tijdskrediet vanaf 1/4/2010 EN, voor de SWT/SWAT, betekening opzegging of einde arbeidsovereenkomst vanaf 16/10/2009 EN, voor de SWT die aanvangen tijdens de erkenningsperiode als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering: ministeriële erkenningsbeslissing vanaf 15/10/2009 EN, in geval van herstructurering, aankondiging collectief ontslag vanaf 15/10/2009 3 = Aanvang SWT, SWAV of Tijdskrediet vanaf 1/4/2012 EN, voor SWT/SWAV, betekening opzegging of einde arbeidsovereenkomst vanaf 29/11/2011 EN, voor de SWT die aanvangen tijdens de erkenningsperiode als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering: www.dibiss.fgov.be 20/24

Element Omschrijving ministeriële erkenningsbeslissing vanaf 1/4/2012 EN, in geval van herstructurering, aankondiging collectief ontslag vanaf 1/4/2012 4 = Aanvang SWT, SWAV of Tijdskrediet vanaf 1/1/2016 EN, voor SWT/SWAT, betekening opzegging of einde arbeidsovereenkomst vanaf 11/10/2015 EN, voor de SWT die aanvangen tijdens de erkenningsperiode als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering: ministeriële erkenningsbeslissing vanaf 11/10/2015 EN, in geval van herstructurering, aankondiging collectief ontslag vanaf 11/10/2015 11.2. Patronale bijdrage - Bijlage 28: werknemerskengetallen bijdrage - Geen retroactief effect - De werknemerskengetallen 881 en 884 worden afgeschaft vanaf het eerste kwartaal 2016, omdat de betrokken personeelsleden inmiddels gepensioneerd zijn. Code Omschrijving Code Aanwezigheidscode Type Geldig Geldig tot RSZ werknemer vanaf 881 Bijzondere 273 2 15 01/04/2010 31/12/2015 werkgeversbijdrage voor een werknemer in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) - vastgesteld op basis van de leeftijd bij aanvang van het SWT - vanaf 01/04/2010 884 Verminderde bijzondere werkgeversbijdrage voor een werknemer in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) - periode van erkenning als onderneming in herstructurering - vanaf 01/04/2010 275 2 15 01/04/2010 31/12/2015 Deze aanpassing zal geïntegreerd worden in sectie 8.11. van de administratieve instructies (DmfAPPL. De bijdragen in het kader van de werkloosheid met bedrijfstoeslag). www.dibiss.fgov.be 21/24

11.3. Persoonlijke bijdrage - drempelbedragen - Geen retroactief effect - De drempelbedragen vanaf wanneer de som van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding niet onderworpen is aan de persoonlijke inhouding, wordt vanaf 01/01/2016 met een herwaarderingscoëfficiënt van 1,0016 vermenigvuldigd. De nieuwe drempelbedragen zijn gelijk aan 1.361,27 euro (zonder gezinslast) en 1.639,68 euro (met gezinslast). Deze wijziging zal geïntegreerd worden in sectie 5.5.13.3. van het administratieve instructies (Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag persoonlijke inhouding). 11.4. Decimalen voor aantal maanden - Geen retroactief effect- Vanaf het eerste kwartaal 2016 kan deze zone ingevuld worden in geval van een volledige kapitalisatie (waarde 1 in de zone notie kapitalisatie ). Voorheen kon deze zone enkel ingevuld worden in geval van een gedeeltelijke kapitalisatie. Deze aanpassing laat een correctere berekening toe voor specifieke bijzondere gevallen. 11.5. Onvolledige maand - reden - Retroactief effect tot 2010/2 - De waarde 5 (wijziging van het bedrag van de sociale uitkering in de loop van de maand) kan aangegeven worden in de zone onvolledige maand reden. 12. INDEXATIES 12.1. Vrijwilligers De vrijwilligersvergoedingen mogen in 2016 niet meer bedragen dan 32,71 euro per dag en 1.308,38 euro per jaar. De vrijgestelde bedragen zijn dezelfde als in 2015. 12.2. Gebruik van door werkgever ter beschikking gesteld voertuig. 12.2.1. Solidariteitsbijdrage Voor het jaar 2016 is de minimale maandelijkse forfaitaire bijdrage en de bijdrage voor voertuigen met elektrische aandrijving gelijk aan 25,55 euro. De geïndexeerde basisbedragen worden in 2016 bekomen door de forfaitaire bedragen te vermenigvuldigen met 139,94 en vervolgens te delen door 114,08. www.dibiss.fgov.be 22/24

Deze indexatie zal geïntegreerd worden in sectie 5.5.7.4. van de administratieve instructies (De bijdragen de solidariteitsbijdrage op het gebruik van een door de werkgever ter beschikking gesteld voertuig). 12.2.2. Voordeel De referentie-co 2 -uitstoot gehanteerd bij de berekening van de basis-co 2 -coëfficiënt daalt vanaf 1-1-2016: de coëfficiënt bedraagt 5,5 % voor een CO 2 -uitstoot van 89 g/km (en niet langer 91 g/km) voor de voertuigen met een dieselmotor; 107 g/km (en niet langer 110 g/km) voor voertuigen met een LPG- of benzinemotor. Wettelijke basis: Koninklijk Besluit van 9 december 2015 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de voordelen van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig (B.S., 17-12-2015) Deze indexatie zal geïntegreerd worden in sectie 8.4.3.6. van de administratieve instructies (DmfAPPL. Looncodes voor bijkomende vergoedingen voordeel betreffende het persoonlijk en individueel gebruik van een ter beschikking gesteld voertuig.). 12.3. Werkloosheid met bedrijfstoeslag Zie sectie 11.3. 12.4. Kunstenaar in kunstenaar in de kleine vergoedingsregeling Zie sectie 10.2. 12.5. Voordelen in natura De forfaitaire raming van het gratis voordeel van verwarming aan het leidinggevend personeel bedraagt 1.910 euro in 2016. De raming van andere kosteloos ter beschikking gestelde roerende goederen wijzigt niet. Wettelijke basis: FOD Financiën. Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelasting aanslagjaar 2017 (B.S., 28-1-2016) Deze indexatie zal geïntegreerd worden in sectie 4.1.3.11. van de administratieve instructies (Loonbegrip. De voordelen in natura.). 13. BEVORDERING NAAR HOGERE FUNCTIE Verduidelijking: een vastbenoemde die een stage volgt met het oog op een vaste benoeming in een hogere functie, blijft vast benoemd (in de lagere functie). Op dit personeelslid is de vakantieregeling van de openbare sector van toepassing. Deze verduidelijking zal geïntegreerd worden in sectie 3.1.2.2. van de administratieve instructies (Het personeel toepassingsgebied. De stagiairs met het oog op een vaste benoeming.). www.dibiss.fgov.be 23/24

14. TWEEDE PENSIOENPIJLER "LOKALE CONTRACTANTEN": BIJKLUSSERS - Geen retroactief effect - Vanaf 1-1-2016 is het niet langer mogelijk om actieve gepensioneerden, de zogenaamde bijklussers, aan te sluiten bij een aanvullend pensioenregeling. Voor deze bijklussers moet de waarde "1" (vrijstelling) ingevuld worden in de zone "vrijstelling aanvullende pensioenregeling". Een overgangsmaatregel is voorzien voor actieve gepensioneerden die op 1-1-2016 reeds aangesloten waren bij een aanvullende pensioenregeling. Zij kunnen verder aanvullende pensioenrechten opbouwen. Voor deze bijklussers moet de zone "vrijstelling aanvullende pensioenregeling" niet ingevuld worden. Wettelijk basis: wet van 18 december 2015 tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen www.dibiss.fgov.be 24/24