Stappenplan Jeugdbeleid SRO-Sportservice Soesterweg 556 3812 BP Amersfoort Tel: 033 4225103 E-mail: SRO-Sportservice@sro.nl
Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 In negen stappen naar een jeugdbeleidsplan... 4 Stap 1. Samenstellen van een werkgroep...4 Stap 2. Inventarisatie van de huidige situatie...4 Stap 3. Bepalen van de doelstellingen...4 Stap 4. Opstellen van een plan van aanpak...4 Stap 5. Uitwerken van de hoofdstukken van het jeugdbeleidsplan...5 Stap 6. Beoordelen van de proefversie van het jeugdbeleidsplan...5 Stap 7. Presenteren van het jeugdbeleidsplan...5 Stap 8. Opstellen en uitvoeren van een jaarlijks actieplan...5 Stap 9. Evaluatie van het jeugdbeleidsplan...6 Tot slot...6 3 Meest gestelde vragen over jeugdbeleid... 7 3.1 Hoe kun je als club nieuwe jeugdleden werven?...7 3.2 Hoe behoud ik de jeugd voor mijn vereniging?...8 3.3 Spreken met de jeugd: het hoe en waarom?...8 3.4 Mogelijke uitval van oudere jeugdleden en wat hieraan te doen?...9 3.5 Kenmerken van leeftijdsfasen...9
1 Inleiding Uitgangspunten voor het maken van een jeugdbeleidsplan 1. Maak het verenigingsspecifiek De ene vereniging is de andere niet. Elke vereniging heeft met eigen problemen te maken en voert een eigen algemeen beleid. Het kopiëren van een plan van een andere vereniging zal in de praktijk niet functioneren. 2. Maak het jeugdspecifiek Naast de algemene verenigingspunten moet er vooral aandacht zijn voor onderwerpen die typisch gelden voor kinderen en jongeren. Hierbij valt te denken aan thema s als de ontwikkeling van kinderen, de omgang met kinderen, de omgang met ouders en het samenspelen van jongens en meisjes. 3. Maak het praktijkgericht Hoe vaak gebeurt het niet dat een beleidsplan in de onderste bureaula verdwijnt! Laat een beleidsplan dus aansluiten bij de praktijk van de vereniging. 4. Zorg voor draagvlak Het te ontwikkelen jeugdbeleidsplan moet binnen de vereniging breed gedragen worden. Alleen dan zal er meer begrip zijn en minder snel afgeweken worden van de ontwikkelde visie op jeugdsport. 5. Maak jeugdleden medeverantwoordelijk Betrek ook oudere jeugdleden bij het ontwikkelen en uitvoeren van het jeugdbeleidsplan. Hierdoor ontstaat een grote mate van betrokkenheid bij de vereniging, wat ertoe leidt dat jeugdleden zich medeverantwoordelijk gaan voelen voor wat er binnen de vereniging allemaal gebeurt. - 3 -
2 In negen stappen naar een jeugdbeleidsplan Stap 1. Samenstellen van een werkgroep Belangrijk is deze werkgroep samen te stellen uit diverse geledingen van de vereniging. Vergeet hierbij vooral de jeugd zelf niet. Zij hebben immers het recht mee te praten en te beslissen over hun nabije en verre toekomst binnen de club. Binnen de werkgroep moeten de taken worden verdeeld. De meeste taken zullen pas in een later stadium definitief verdeeld worden. Zeer concreet is in ieder geval het kiezen van een voorzitter en een notulist die de verslagen maakt. Stap 2. Inventarisatie van de huidige situatie De eerste taak van de werkgroep is het in kaart brengen van de vereniging in het algemeen en de jeugdafdeling in het bijzonder. Het gaat hierbij om twee soorten informatie: - Algemene verenigingsinformatie (bijvoorbeeld ledenaantallen, competitieniveau, beschrijving accommodatie, huidige organisatiestructuur) - Sterkten en zwakten en kansen en bedreigingen (SWOT-analyse en J-Score) De sterktezwakte analyse en de uitkomsten van de J-Score geven een goed beeld van wat binnen de jeugdafdeling goed en minder goed loopt. De kansenbedreigingen analyse laat zien welke ontwikkelingen in de (brede) omgeving van de vereniging een kans of een bedreiging oplevert voor de jeugdafdeling. Denk hierbij aan sponsoring, gemeentelijk beleid, maatschappelijke en demografische ontwikkelingen. Stap 3. Bepalen van de doelstellingen Op basis van bovenstaande inventarisatie én de algemene verenigingsdoelstellingen worden de doelstellingen voor het jeugdbeleid bepaald. Zorg ervoor dat deze zo concreet mogelijk worden geformuleerd. De doelstellingen hoeven niet gericht te zijn op veranderingen. Als iets, bijvoorbeeld de communicatie, goed loopt, dan kan het instandhouden hiervan een doelstelling zijn. Stap 4. Opstellen van een plan van aanpak Per doelstelling wordt een plan van aanpak opgesteld, dat aangeeft op welke manier de doelstelling bereikt moet worden. Het is goed om je hierbij te realiseren dat niet alles tegelijk aangepakt kan worden. Bovendien heeft de ene doelstelling meer prioriteit dan de andere. Beschrijf de (financiële) middelen en de maatregelen die je wilt nemen zo beknopt mogelijk in het jeugdbeleidsplan. Gebruik een jaaractieplan om de geplande acties uitvoeriger te beschrijven. Vergeer ook niet een reële (!) tijdsplanning te maken. - 4 -
Stap 5. Uitwerken van de hoofdstukken van het jeugdbeleidsplan Het is goed om bij het schrijven van een beleidsplan: - de thema s kort en bondig uit te werken: laat overbodige informatie weg of verwerk deze in een bijlage; - zo concreet mogelijk te zijn: koppel een doelstelling altijd aan een concreet middel om dat doel te bereiken; - je te verplaatsen in de lezer, zodat alle lezers, dus ook de (oudere) jeugdleden, het kunnen begrijpen; - proefversies te laten lezen aan andere betrokkenen. Hun suggesties en opmerkingen kunnen van grote waarde zijn tijdens het schrijven van de hoofdstukken. Stap 6. Beoordelen van de proefversie van het jeugdbeleidsplan Het is goed het concept-jeugdbeleidsplan aan de betrokken leden voor te leggen en hun tijdens een bijeenkomst (bijvoorbeeld de jeugdleidervergadering) de gelegenheid te geven het van commentaar te voorzien. Geleverd commentaar moet vervolgens niet gezien worden als kritiek op de werkgroep of als belemmering van het proces. Uiteindelijk zal het de kwaliteit van het jeugdbeleidsplan ten goede komen! Bovendien wordt door anderen inspraak te geven draagvlak gecreëerd. Het geleverde commentaar zou aanleiding kunnen zijn om (een deel van) het proces opnieuw te doorlopen. Stap 7. Presenteren van het jeugdbeleidsplan De uiteindelijke versie kan worden gepresenteerd, bij voorkeur tijdens een formele bijeenkomst. Zo kan officieel akkoord gevraagd worden aan het hoofdbestuur. Maar natuurlijk zou een presentatie daarnaast ook een feestelijke happening kunnen zijn, waarbij de jeugdleden zelf een inbreng hebben. Stap 8. Opstellen en uitvoeren van een jaarlijks actieplan Na het presenteren volgt de implementatie van het jeugdbeleidsplan in de verenigingspraktijk. Een lastige klus, die vaak door verenigingen wordt onderschat. Het is een bekend gegeven dat plannen al snel in een la verdwijnen. Het is belangrijk een voorstelling te hebben van de manier waarop de doelen en uitgangspunten praktisch toegepast kunnen worden. Een goed middel is het maken van een actieplan, waarin de actiepunten uit het beleidsplan worden uitgewerkt. Prioriteiten stellen is hierbij belangrijk, want niet alles is even belangrijk of heeft evenveel haast. Ieder jaar opnieuw worden prioriteiten vastgesteld. In het jaarlijkse actieplan kun je de volgende vragen beantwoorden: - Doel: aan welke doelen wordt dit seizoen actief gewerkt? - Middelen: welke activiteiten worden ondernomen om de afzonderlijke doelstellingen na te kunnen streven? (betrek daarin ook de financiën) - Tijdsplanning: binnen welke periode worden de afzonderlijke activiteiten ondernomen? - Wie: door welke personen worden welke activiteiten ondernomen? - 5 -
Stap 9. Evaluatie van het jeugdbeleidsplan Een beleidsplan is geen statisch gegeven. In- en externe factoren kunnen reden zijn om het plan aan te passen. Het evalueren van het plan is daarom niet alleen aan te raden, maar ook noodzakelijk. Hebben de ondernomen acties en /of maatregelen tot het gewenste effect geleid? Is het naar aanleiding van positieve of negatieve ervaringen in de praktijk noodzakelijk om naar alternatieve middelen te zoeken? Is er aanleiding om de doelen uit het beleidsplan te herzien? Welke aantoonbare resultaten hebben het jeugdbeleidsplan en het actieplan? Het meest voor de hand liggende tijdstip voor een jaarlijkse evaluatie is aan het einde van het seizoen, zodat voor het volgende seizoen weer een nieuw actieplan opgesteld kan worden. Tot slot Voor het welslagen van een jeugdbeleidsplan is het belangrijk een aantal zaken in de gaten te houden: Zorg dat het plan breed gedragen blijft Betrek de jeugdkaderleden en de jeugdleden bij de uitvoering van het beleidsplan en het jaarlijkse actieplan en houdt iedereen binnen de vereniging op de hoogte van de resultaten. Door deze openheid van zaken is de kans groot dat het plan breed gedragen blijft. Een jeugdbeleidsplan is geen strak reglement Het jeugdbeleidsplan bestaat niet uit regels waaraan jeugdkaderleden en jeugdleden zich moeten houden. Vrijwilligers moeten zich niet beperkt voelen in hun handelen, het gevaar is groot dat ze dan afhaken. Een beleidsplan moet vooral hanteerbare kaders aangeven met speelruimte voor alle betrokkenen. Het slagen van een plan is afhankelijk van een grote groep vrijwilligers Besteed veel aandacht aan het vergroten van de betrokkenheid bij de jeugdleden zelf en de ouders van de jeugdleden, bijvoorbeeld door hen te betrekken bij het organiseren en uitvoeren van jeugdactiviteiten. Ga de dialoog aan met de ouders en de oudere jeugdleden, twee doelgroepen binnen de vereniging met een groot potentieel aan vrijwilligers! - 6 -
3 Meest gestelde vragen over jeugdbeleid 3.1 Hoe kun je als club nieuwe jeugdleden werven? Het is voor sportverenigingen tegenwoordig niet meer zo makkelijk om nieuwe jeugdleden te werven. Er komen steeds meer andere vormen van vrijetijdsbesteding bij en kinderen hebben een ruime keuze. Om toch voldoende jeugdleden te kunnen werven moet rekening gehouden worden met verschillende aspecten. Voordat begonnen wordt met de daadwerkelijke werving moet een antwoord gegeven worden op de onderstaande vragen: Binnen welk gebied wil je nieuwe jeugdleden gaan werven? Is er voldoende jeugd die in dit gebied woont? Zo niet, dan zul je ook in andere wijken moeten gaan werven. Welke clubs zijn er in de directe omgeving van de vereniging? In hoeverre zijn dit concurrenten van je eigen sportclub? Als andere clubs concurrenten zijn dan moet je jezelf duidelijk positioneren en onderscheiden. Is de jeugd in het gebied waar je wilt gaan werven op de hoogte van het bestaan van de club? Zo niet, dan is het belangrijk je vereniging te gaan promoten bij de jeugd. Hierbij moet duidelijk worden wat je de jeugd te bieden hebt. Op welke manier wil je de jeugd gaan bereiken en via welke middelen? Er kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van kranten of de lokale omroep. Een andere methode is het inschakelen van oudere jeugdleden. Als bovenstaande zaken duidelijk zijn zal het werven van jeugdleden al een stuk makkelijker gaan. De volgende tips kunnen daarbij van pas komen: Schakel de oudere jeugd in bij het promoten van de vereniging; Probeer gebruik te maken van de basisscholen in de buurt; Organiseer een vriendjesdag of open huis. Zorg voor een goede organisatie! Zorg dat duidelijk is wat er op een dergelijke dag gaat gebeuren, hoeveel mensen opgevangen kunnen worden en hoeveel verenigingsleden hiervoor aanwezig moeten zijn. Zorg voor leuke activiteiten voor de kleinsten en voor persoonlijk contact met ouders en kinderen. Een klein cadeautje doet vaak wonderen! Geef ook niet teveel informatie in één keer. Korte bondige informatie valt vaak meer op en blijft langer hangen. - 7 -
3.2 Hoe behoud ik de jeugd voor mijn vereniging? Het is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend dat kinderen hun leven lang lid blijven bij een club. De club moet daadwerkelijk iets te bieden hebben aan de jeugd. Om de jeugd te behouden is een jeugdvriendelijk (sport)klimaat het allerbelangrijkste. Dit houdt in dat er rekening gehouden wordt met de wensen, behoeften en leefwereld van de jeugd. Kinderen en jongeren moeten niet als minivolwassenen behandeld worden maar als een aparte groep met specifieke kenmerken. Simpele voorbeelden hiervan zijn een eigen plek in het clubhuis, het draaien van eigen muziek, het aanpassen van het materiaal en het organiseren van activiteiten die passen in de leefwereld van deze doelgroep. Om te zorgen voor een jeugdvriendelijk klimaat binnen de club moet er niet alleen gepraat worden óver de jeugd maar ook mét de jeugd. Vraag de jeugdleden naar wat zij willen, laat ze zelf dingen bedenken en laat ze zelf activiteiten organiseren. Maak werk van jeugdparticipatie! Vaak zijn clubs huiverig om kinderen en jongeren zelf activiteiten te laten bedenken en organiseren. Geef ze het vertrouwen en al snel zal blijken dat de jeugd meer betrokken raakt bij de vereniging. Zij worden zelf verantwoordelijk en krijgen meer inspraak. De jongeren zijn niet langer alleen actief als sporter, ze zetten zich ook in voor de club als begeleider, trainer, scheidsrechter en/of organisator. Op deze manier blijft de jeugd tot in lengte van dagen behouden voor de club. 3.3 Spreken met de jeugd: het hoe en waarom? Vaak wil men wel luisteren naar de jeugd in een vereniging, ze meer inspraak geven en ze meer dingen zelf laten regelen. Hoe kom je echter in contact met de jeugdleden? Hoe praat je met kinderen en jongeren? Kinderen en jongeren zijn anders dan volwassenen. Uit zichzelf zullen ze niet naar je toe komen, je moet ze uitnodigen. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Belangrijk bij elke vorm van overleg is de jeugd het gevoel geven dat er naar ze geluisterd wordt, het tonen van interesse en het laten uitpraten van de kinderen. Zorg voor een informele sfeer en ga niet recht tegenover een persoon of groep zitten. Gebruik taalgebruik dat aangepast is aan de groep of persoon. Natuurlijk kan er ook persoonlijk met de jeugdleden gesproken worden. Verlegen of jongere kinderen krijgen zo ook de kans om iets te zeggen en zij raken niet ondergesneeuwd. Wel is het belangrijk zulke gesprekken informeel te houden en kinderen per tweetal uit te nodigen. Laat ze uitpraten en geef ze het vertrouwen dat ze alles kunnen zeggen. Een andere mogelijkheid is het opzetten van een jeugdcommissie voor een meer structurele vorm van overleg. Geef deze commissie inspraak en zorg ervoor dat er ook daadwerkelijk naar geluisterd wordt! Let wel op, het opzetten van een dergelijke jeugdcommissie is geen gemakkelijk karwei en kan maanden duren. Het is aan te bevelen één of twee volwassenen aan de jeugdcommissie toe te voegen. Blijf er echter altijd voor zorgen dat er echt geluisterd wordt en dat er iets gedaan wordt met de ideeën die door de kinderen aangedragen worden! - 8 -
3.4 Mogelijke uitval van oudere jeugdleden en wat hieraan te doen? Uitval van oudere jeugdleden is een algemeen verschijnsel. Dit valt ook nooit helemaal te voorkomen. Vaak worden bijbaantjes of studie als oorzaak genoemd. Dit zijn persoonsgebonden oorzaken, waar in de meeste gevallen niets tegen gedaan kan worden. Hetzelfde geldt voor sportgebonden oorzaken, wanneer jongeren de sport op zich niet meer zien zitten. Er wordt vaak vergeten dat er ook oorzaken bestaan waar wél wat aan gedaan kan worden: de verenigingsgebonden oorzaken. Jongeren verlaten in dit geval de vereniging omdat zij zich er niet langer thuis voelen. Om achter de precieze oorzaak van het vertrek van een jeugdlid te komen zit er maar één ding op. Praat met dit lid en probeer de werkelijke reden van vertrek te achterhalen. Laat je niet te snel afschepen, vaak vertellen kinderen niet direct de echte reden. Wanneer dit bij alle vertrekkende jeugdleden gebeurt, zal er snel een patroon worden ontdekt en kan er iets aan de verenigingsgebonden oorzaken worden gedaan. Een van de belangrijkste oorzaken is vaak het ontbreken van een jeugdvriendelijk klimaat. Er wordt geen rekening gehouden met de wensen, behoeften en leefwereld van jeugdigen en zij voelen zich niet serieus genomen. Adolescenten krijgen op een gegeven moment de leeftijd waarop ze willen dat er naar hen geluisterd wordt. Ze willen zelf inspraak hebben. Als aan deze behoefte voldaan wordt raken jeugdleden meer betrokken bij hun club en is de kans dat zij afhaken kleiner. 3.5 Kenmerken van leeftijdsfasen De ontwikkelingsfasen van kinderen en jongeren kunnen globaal ingedeeld worden in drie fasen. Voor de sportvereniging is het belangrijk rekening te houden met deze fasen die de jeugdleden doormaken. Niet alleen het materiaal, de regels van het spel en het aantal spelers in het veld moet aangepast worden. Ook de manier van leiding geven, het spreken en omgaan met kinderen en de verschillende functies die zij binnen de vereniging vervullen moet aangepast worden aan de leeftijdsfasen. De eerste ontwikkelingsfase is het kind spelend in de sport (4-8 jaar), oftewel het jonge schoolkind. Het kind spelend in de sport leeft vaak nog in een eigen wereld, heeft veel fantasie en is vooral met zichzelf bezig. Daarbij is de behoefte aan veiligheid en geborgenheid groot. Het spelen in plaats van winnen staat centraal. Deze kinderen hebben een grote bewegingsdrang en behoefte aan variatie in het spel. De tweede ontwikkelingsfase is het kind lerend in de sport, ook wel het oudere schoolkind genoemd. Deze kinderen zijn ongeveer tussen 8 en 12 jaar oud en besteden steeds meer aandacht een het leren van sportieve vaardigheden.. Ze zijn leergierig en beginnen zichzelf met anderen te vergelijken. - 9 -
De derde ontwikkelingsfase betreft jongeren tussen de 12 en 18 jaar, door sommigen ook wel de moeilijke leeftijd genoemd. Een van de meest duidelijke kenmerken is de groeispurt die kinderen op deze leeftijd doormaken. De jongeren zien er vaak slungelig uit en weten zich geen raad met hun lichaamsverhoudingen. Om zichzelf toch een houding te geven gedragen ze zich als echte pubers. Daarbij krijgen jongeren tussen twaalf en achttien een duidelijke eigen mening en kunnen met afstand naar bepaalde kwesties kijken. Bovenstaande leeftijdsfasen zijn slechts een indicatie van het verloop van de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Niet alle kinderen ontwikkelen zich op dezelfde manier en met dezelfde snelheid. Belangrijk is dat daarom tijdens elke training, wedstrijd of nevenactiviteit de individualiteit van het kind centraal blijft staan. Elk kind ontwikkelt zich op zijn of haar eigen manier, dit zal niet altijd volgens de beschreven ontwikkelingsfasen verlopen! Overzicht kenmerken leeftijdsfasen 4-8 jaar 8-12 jaar 12-18 jaar Lichamelijk weinig coördinatie meer coördinatie snelle groei weinig kracht goede verhoudingen andere lichaamshoudingen snel moe, snel weer fit goed gebouwd onhandig weinig duurvermogen meer uithoudingsvermogen weinig coördinatie 4-8 jaar 8-12 jaar 12-18 jaar Geestelijk speels meer prestatiegericht afzetten tegen gedrag grote meer concentratie groepsvorming bewegingsdrang eigen leefwereld leergierig meer zelfkritiek niet prestatie gericht vergelijken met anderen op zoek naar zichzelf - 10 -