Opdracht 1 Vroeger konden de kinderen in de in hun vrije tijd naar het park De Witte Bergen. Dat lag in een natuurgebied, vlakbij IJhorst. Rond 1930 dat is meer dan tachtig jaar geleden waren daar leuke dingen voor kinderen te doen. Er was een zwemplas, een speeltuin, een kanovijver, een dwaaltuin en een uitkijktoren. Ook was er een theehuis. Daar kon je lekkere ijsjes kopen. Waar kun je het park De Witte Bergen vinden? Hieronder zie je een kaart van de omgeving. 1. Omcirkel Staphorst en IJhorst. 2. Zoek het natuurgebied Witte Bergen. Kleur het natuurgebied groen.
Opdracht 2 Dit is een oude ansichtkaart van De Witte Bergen. De kaart is rond 1955 gemaakt. 1. Bekijk de kaart. Voor wie is de Witte Bergen een goede plek om heen te gaan? Onderstreep dat op de kaart. 2. Wat kunnen kinderen er doen? Omcirkel twee dingen op de foto waar kinderen mee kunnen spelen. 3. Stel, je bent in 1955 met je vader en moeder een dagje naar de Witte Bergen geweest. Deze kaart heb je gekocht om naar je opa en oma te sturen. Wat zou je dan achter op de kaart zetten?
Je krijgt een oude foto van de zwemplas. Bekijk de foto goed. Gebruik de oude foto om de vragen over vroeger te maken. Denk bij nu aan een zwembad waar je wel eens bent geweest. Vraag Beschrijf het zwembad. Nu Vroeger Wat doen de mensen op de oude foto? Wat doe je nu in het zwembad? Schrijf een verschil op tussen het zwembad nu en vroeger. Schrijf een overeenkomst (wat is hetzelfde?) op tussen het zwembad nu en vroeger. Wat valt je op aan de badkleding op de foto? Teken de badkleding van nu. Badkleding meisjes Badkleding jongens Noem een verschil tussen de badkleding van vroeger en nu. Noem een overeenkomst tussen de badkleding van vroeger en nu.
Opdracht 4 Wat deden de kinderen vroeger nog meer in hun vrije tijd? Hetzelfde als jij nu? Of toch iets anders? Je gaat het in deze opdracht aan je vader of moeder en je opa, oma of ander ouder persoon vragen. Je krijgt 2 vragenlijsten. Zelf bedenk je er nog 3 vragen bij. Die schrijf je op de vragenlijst. Als je de vragenlijsten hebt ingevuld, maak je de volgende vragen: 1. Wie heeft de meeste vrije tijd als kind? Jij, je vader/moeder of je opa/oma?.. 2. Hoe komt dat denk je?.. 3. Wat vind je het grootste verschil tussen vrije tijd vroeger en nu?.. 4. Wat is volgens jou vooral hetzelfde gebleven?..
VRAGENLIJST VOOR PAPA OF MAMA Naam:................................. Gesprek met papa / mama Vraag 1. Hoe laat begon de school vroeger? 2. Hoe laat ging de school uit? 3. Mocht u naar schooltijd direct spelen, of moest u eerst klusjes doen? 4. Wat voor klusjes moest u doen? 5. Had u veel vrije tijd vroeger? 6. Wat deed u in uw vrije tijd? 7. Wat voor spelletjes deed u? 8. Wat voor speelgoed was er? 9. Speelde u veel buiten? 10. Zat u bij een sportclub of muziekvereniging? 11. Ging u wel eens naar de Witte Bergen? 12. Zo ja, wat was daar te doen voor kinderen? Antwoord Bedenk nu zelf nog drie vragen voor je vader of moeder over vrije tijd vroeger. 13.................................... 14.................................... 15...................................
VRAGENLIJST VOOR OPA OF OMA Naam:................................. Gesprek met opa / oma / ander ouder persoon, namelijk:............................ Vraag 1. Hoe laat begon de school vroeger? 2. Hoe laat ging de school uit? 3. Mocht u naar schooltijd direct spelen, of moest u eerst klusjes doen? 4. Wat voor klusjes moest u doen? 5. Had u veel vrije tijd vroeger? 6. Wat deed u in uw vrije tijd? 7. Wat voor spelletjes deed u? 8. Wat voor speelgoed was er? 9. Speelde u veel buiten? 10. Zat u bij een sportclub of muziekvereniging? 11. Ging u wel eens naar de Witte Bergen? 12. Zo ja, wat was daar te doen voor kinderen? Antwoord Bedenk nu zelf nog drie vragen voor je opa of oma over vrije tijd vroeger. 13.................................... 14.................................... 15...................................
Opdracht 4 Nodig: werkblad strip, kleurpotloden, zwarte pen, schrijfpapier Wat denk jij dat de kinderen over 50 jaar in hun vrije tijd zullen doen? Dat ga je laten zien in een stripverhaal. Een stripverhaal is een verhaal dat uit plaatjes met een klein beetje tekst bestaat. Denk maar aan de Donald Duck. Dat is een stripboek. Je juf of meester verzamelt alle verhalen, en maakt er een klassenstripboek van. Je maakt het stripverhaal zo: 1. Bedenk vier dingen die de kinderen over vijftig jaar zouden kunnen doen. 2. Bedenk een hoofdpersoon voor je stripverhaal. 3. Schrijf in het kort op wat je hoofdpersoon beleeft in zijn/haar vrije tijd. 4. Teken de strip. Je stripverhaal mag niet langer dan 1 A4-tje zijn en moet passen in de zes vakjes. 5. Schrijf je naam boven de strip en lever het in bij je juf of meester.