Instapprogramma Tumbling I-niveau 2013-2014 GymFed Dit programma is geldig voor alle GymFed-wedstrijden Tumbling Instapniveau (I-niveau) tijdens het seizoen 2013-2014.
INHOUD 1. Overzicht programma... 3 2. Programma pupillen I-niveau... 4 2.1. Tumblingbaan... 4 2.2. Maitrampoline... 6 2.3. Lange Mat... 7 3. Programma benjamins I-niveau... 9 3.1. Tumblingbaan... 9 3.2. Maitrampoline... 11 3.3. Lange Mat... 12 4. Jurering I-niveau... 15 4.1. Scoreberekening... 15 4.2. Jurering Tumblingbaan - pupillen... 15 4.3. Jurering Tumblingbaan benjamins... 17 4.4. Jurering Maitrampoline pupillen... 18 4.5. Jurering Maitrampoline benjamins... 18 4.6. Jurering Lange Mat pupillen en benjamins... 19 GymFed 2013 Pagina 2 van 19 1.07.2013
1. Overzicht programma In het Instapniveau Tumbling onderscheiden we 2 categorieën: Pupillen en Benjamins. In het Technisch Reglement Tumbling kan je (per seizoen) vinden welke gymnasten in deze categorieën kunnen aantreden. De gymnasten voeren oefeningen uit op verschillende posten: Pupillen: Tumblingbaan o Opsprong rondat o Opsprong overslag o Tumblingreeks Maitrampoline Lange Mat Benjamins: Tumblingbaan o Opsprong rondat o Flik uit stand o Tumblingreeks Maitrampoline Lange Mat De inhoud van het programma en de manier van jureren wordt hierna verder omschreven. GymFed 2013 Pagina 3 van 19 1.07.2013
2. Programma pupillen I-niveau 2.1. Tumblingbaan Opsprong rondat van op springplank tot op de tumblingbaan met schelpval op schuine valmat (schelpval MOET uitgevoerd worden) ± 3m50 1m Materiaalopstelling Schuine mat: valmat van 30 cm ligt schuin op valmat 30 cm (voor specifieke afmetingen zie tekening). De springplank dient geplaatst te worden zoals voorgesteld op de tekening. De landing (schelphouding) op de valmat wordt wel gejureerd. Aandachtspunten Inzet - Grote stap - Laat indraaien van het lichaam - Snel sluiten van de benen - Voetenplaatsing: symmetrisch tov de middellijn Handstandfase en courbette - Handenplaatsing: handen voldoende ingedraaid - Actief sluiten van de schouderhoek direct na de kaats Contactfase op voeten - Lichaamszwaartepunt achter de voeten - Schouders hoog opgeduwd, lichaam is terug ongeveer verticaal - Rug rond - Bekken gekanteld - Benen gestrekt - Benen aangesloten - Schouderhoek gesloten Schelphouding op valmat - Gespannen - Benen aangesloten (benen komen van de mat los lichte hoek in bekken) - Schouderhoek blijft gesloten - Hoofd blijft neutraal/kin op de borst GymFed 2013 Pagina 4 van 19 1.07.2013
Opsprong overslag streksprong van op springplank (streksprong MAG uitgevoerd worden) ± 3m50 De springplank dient geplaatst te worden zoals voorgesteld op de tekening. Landing na de streksprong levert geen aftrek op. Aandachtspunten Inzet o Grote stap o Voetenplaatsing: symmetrisch tov de middellijn Handstandfase o Schouderhoek volledig open o Heuphoek volledig open Eindhouding voor de overslag o Eindigen uit balans met bekken en schouderhoek volledig open o Streksprong na de landing uit de overslag (optioneel) 1 reeks naar keuze De gymnast springt 1 vrije reeks, er wordt geen rekening gehouden met moeilijkheid. Er kunnen wel etra bonuspunten verdiend worden. Voorwaarden: o De reeks bestaat uit 2, 3, 4 of 5 delen (2 delen startwaarde 7.0; 3 delen startwaarde 8.0; 4 delen startwaarde 9.0; 5 delen startwaarde 10.0, geen punten indien minder dan 2 delen) o Te kiezen uit volgende elementen: rondat, flik met gesloten benen, enkelvoudige salto s rugwaarts zonder schroefrotatie, temp. Indien er andere delen geturnd worden eindigt de reeks bij het eerste niet conforme deel. o Maimum 1 rugwaartse eindsalto in de reeks o Maimum 1 tempsalto in de reeks o Geen rad of rondat series Bonus mogelijk voor: o Temp = + 0,5 o Gehurkte of gehoekte salto om de reeks te eindigen = + 0,5 o Gestrekte salto om de reeks te eindigen = +1,0 o Deze bonus wordt achteraf (éénmalig) bij de eindscore bijgeteld door VJP GymFed 2013 Pagina 5 van 19 1.07.2013
2.2. Maitrampoline Reeks van 10 sprongen uitgevoerd op de maitrampoline. Elk sprong begint op de voeten en eindigt op de voeten. Elke sprong begint en eindigt op het trampolinebed. 1. Gehurkte salto rugwaarts (gestrekte salto mag ook echter zonder bonus) 2. Streksprong 3. Zit (sprong tot zit en terug landen op de voeten) 4. Streksprong 5. Streksprong 1/2 e draai 6. Streksprong 7. Spreidhoeksprong (open karper) 8. Streksprong 9. Hurksprong 10. Streksprong Voor de reeks van 10 sprongen mogen er streksprongen uitgevoerd worden (ma. 30 s) om hoogte te halen alvorens met de reeks te starten. De houding in deze streksprongen wordt niet beoordeeld. Alle sprongen worden in het midden van de trampoline uitgevoerd. GymFed 2013 Pagina 6 van 19 1.07.2013
2.3. Lange Mat Reeks van 10 elementen. Deze elementen worden vlot na elkaar uitgevoerd. 1. Handstand (2 in handstand) en doorrollen met gestrekte armen 2. Streksprong - hurksprong landing 3. Ophoeken naar handstand 1/2 draai - benen afhoeken tot strekstand 4. Streksprong 1/2 landing 5. Koprol voorwaarts met gestrekt armen en benen, direct verbinden tot gesloten hoeksteun (voeten raken niet de grond) (2 ) - strekzit op mat romp voorovergebogen tot op de bovenbenen (2 ) 6. Ruglig brug opduwen (2 ) 1 been heffen (2 ) been aansluiten en komen tot ruglig 7. Afrollen tot vluchtige kaarshouding komen tot spreidzit spagaat links (2 ) en rechts (2 ) spreidzit romp voorover buigen (2 ) doorzwemmen opduwen tot pomphouding - tussenhurken en komen tot stand 8. strekstand - koprol achterwaarts met gestrekte armen en benen 9. Opsprong radslag voorkeurzijde 10. Radslag niet-voorkeurzijde Techniekbeschrijving: 1. Grote uitvalspas handstand, gecontroleerd en gespannen 2 stilstaan, doorrollen met gestrekte armen. 2. Vloeiende verbinding tot streksprong direct botsen tot - hurksprong - stabiele landing: lichte buiging in heupen en knieën, armen schuin afwaarts gericht. 3. Ophoeken tot handstand, gecontroleerd en gespannen ½ draai verpakken, traag afhoeken met gestrekte gesloten benen tot strekstand. 4. Streksprong met 1/2 draai: armzwaai start met armen gestrekt neerwaarts tegen het lichaam, bij het uitstrekken worden de armen voorwaarts geheven, tijdens de uitvoering van de 1/2 e draai zijn de armen in het verlengde van het lichaam, naast het hoofd, gestrekt opwaarts gericht 1 landing: lichte buiging in heupen en knieën, armen schuin afwaarts gericht strekstand. 5. Trage koprol met gestrekte armen en benen, direct verbinden tot gesloten hoeksteun (voeten raken niet de grond) 2 aanhouden - Strekzit op mat romp voorovergebogen tot op de bovenbenen, benen gestrekt, armen gestrekt voorwaarts met handen naast of voorbij de voeten op de grond. 2 aanhouden. 6. Brug: benen gestrekt, schouders helemaal uitgeduwd, 2 aanhouden 1 been heffen tot verticaal, 2 aanhouden been terug aansluiten en komen tot ruglig. 7. Afrollen tot vluchtige kaarshouding met de armen naast het hoofd en een volledige uitgestrekt (open) bekken komen tot spreidzit met rechte rug en armen opwaarts spagaat links 2 en rechts 2 aanhouden met armen zijwaarts gestrekt geheven spreidzit romp voorover buigen, armen voorwaarts gestrekt naast hoofd, knieën blijven opwaarts gericht, 2 aanhouden doorzwemmen: armen blijven voorwaarts gestrekt, gestrekte benen achteraan aansluiten, gestrekte tenen, zitvlak blijft steeds laag op de grond handen bijschuiven tot onder de schouders, opduwen tot pomphouding op de wreven - tussenhurken en komen tot stand. 8. Koprol rugwaarts: vanuit strekstand voorover buigen met evenwichtsverlies naar achter, armen en benen gestrekt, handen naar binnen gedraaid, voeten dicht bij handenplaatsen komen tot strekstand. 9. Opsprong radslag aan voorkeurzijde: Krachtige opsprong met zeer laat indraaien van het lichaam voor radslag, handen parallel of naar binnen gedraaid (niet naar buiten) plaatsen, benen ver opengespreid, bekken gekanteld (vlakke onderrug), eindigen met benen gespreid en armen opwaarts gericht. 10. Radslag aan niet-voorkeurzijde: volledige zijwaarts inzetten en uitvoeren van deze radslag, handen parallel of naar binnen gedraaid (niet naar buiten) plaatsen, benen ver opengespreid, bekken gekanteld (vlakke onderrug), eindigen met benen gespreid en armen opwaarts gericht. 1 Het doel van de oefening is om een correcte stijgfase met antepulsie van schroefarm te leren inzetten. Uitvoering zoals op de tekening is dus de enige correcte. GymFed 2013 Pagina 7 van 19 1.07.2013
2 1 2 3 4 2 2 2 2 5 6 2 2 2 7 8 9 10 GymFed 2013 Pagina 8 van 19 1.07.2013
3. Programma benjamins I-niveau 3.1. Tumblingbaan Opsprong rondat van op springplank tot op verhoogde mat met schelpval op schuine valmat (schelpval MAG uitgevoerd worden) ±3m 1m Materiaalopstelling Hoogte dikke mat: 30 cm Schuine mat: valmat van 30 cm ligt schuin op valmat 30 cm (voor specifieke afmetingen zie tekening). De springplank dient geplaatst te worden zoals voorgesteld op de tekening. De schelpval levert geen aftrek/meerwaarde op. Aandachtspunten Inzet o Grote stap o Laat indraaien van het lichaam o Snel sluiten van de benen o Voetenplaatsing: symmetrisch t.o.v. de middellijn Handstandfase en courbette o Handenplaatsing: handen voldoende ingedraaid o Actief sluiten van de schouderhoek direct na de kaats Contactfase op voeten o Lichaamszwaartepunt achter de voeten o Schouders hoog opgeduwd, lichaam is terug ongeveer verticaal o Rug rond o Bekken gekanteld o Benen gestrekt o Benen aangesloten o Schouderhoek gesloten Schelphouding op valmat (optioneel) o Gespannen o Benen aangesloten o Schouderhoek blijft gesloten o Hoofd blijft neutraal/kin op de borst GymFed 2013 Pagina 9 van 19 1.07.2013
Flik uit stand van op springplank met schelpval op schuine valmat (schelpval MAG uitgevoerd worden) ± 2m 1m Materiaalopstelling Schuine mat: valmat van 30 cm ligt schuin op valmat 30 cm (voor specifieke afmetingen zie tekening). De springplank dient geplaatst te worden zoals voorgesteld op de tekening. De schelpval levert geen aftrek/meerwaarde op. Aandachtspunten Inzet o Evenwichtsverlies rugwaarts o Korte, actieve stoot. Benen zo weinig mogelijk plooien Handstandfase o Benen aangesloten o Handenpositie licht naar binnengedraaid in handstand o Voeten en bekken hoog in handstand o Vormspanning Contactfase op voeten o Lichaamszwaartepunt achter de voeten o Schouders hoog opgeduwd, lichaam is terug ongeveer verticaal o Rug rond o Bekken gekanteld o Benen gestrekt o Benen aangesloten o Schouderhoek gesloten o Relatieve afstanden van het deel, korte courbette Schelphouding op valmat (optioneel) o Gespannen o Benen aangesloten o Schouderhoek blijft gesloten o Hoofd blijft neutraal/kin op de borst GymFed 2013 Pagina 10 van 19 1.07.2013
1 reeks naar keuze De gymnast springt 1 vrije reeks, er wordt geen rekening gehouden met moeilijkheid. Er kunnen wel etra bonuspunten verdiend worden. Voorwaarden: o De reeks bestaat uit 5 delen (-1 punt per ontbrekend deel, geen punten indien minder dan 3 delen) o Te kiezen uit volgende elementen: rondat, flik met gesloten benen, enkelvoudige salto s rugwaarts zonder schroefrotatie, temp. Indien er andere delen geturnd worden eindigt de reeks bij het eerste niet conforme deel. o Maimum 1 rugwaartse eindsalto en maimum 1 temposalto in de reeks o Geen rad of rondat series Bonus mogelijk voor: o Temp = + 0,5 o Gehurkte of gehoekte salto om de reeks te eindigen = + 0,5 o Gestrekte salto om de reeks te eindigen = + 1,0 Deze bonus wordt achteraf (éénmalig) bij de eindscore geteld door VJP 3.2. Maitrampoline Reeks van 10 sprongen uitgevoerd op de maitrampoline. Elk sprong begint op de voeten en eindigt op de voeten. Elke sprong begint en eindigt op het trampolinebed. 1. Gehurkte salto rugwaarts 2. Spreidhoeksprong (open karper) 3. Streksprong ½ draai 4. Streksprong 5. Zit (sprong tot zit en terug landen op de voeten) 6. Streksprong 7. Hoeksprong 8. Streksprong 9. Salto voorwaarts gehurkt 10. Streksprong GymFed 2013 Pagina 11 van 19 1.07.2013
Voor de reeks van 10 sprongen mogen er streksprongen uitgevoerd worden (ma. 30 s) om hoogte te halen alvorens met de reeks te starten. De houding in deze streksprongen wordt niet beoordeeld. Alle sprongen worden in het midden van de trampoline uitgevoerd. Bonus mogelijk voor gestrekte salto rugwaarts om de reeks te starten = +0,5 ptn (bonus wordt achteraf éénmalig - bij de eindscore geteld door VJP) 3.3. Lange Mat Reeks van 10 elementen. Deze elementen worden vlot na elkaar uitgevoerd. 1. Handstand 1/1 draai en doorrollen 2. Spreidhoeksprong - hurksprong landing 3. Opsprong handstand kaatsen benen afhoeken tot strekstand met romp 90 voorovergebogen 4. Krachthandstand met gespreide benen (2 in handstand) 5. Doorrollen tot gesloten hoeksteun (voeten raken niet de grond) (2 ) - strekzit op mat romp voorovergebogen tot op de bovenbenen (2 ) 6. Ruglig brug opduwen (2 ) 1 been heffen (2 ) been aansluiten en komen tot ruglig 7. Afrollen tot vluchtige kaarshouding komen tot spreidzit spagaat links (2 ) en rechts (2 ) spreidzit romp voorover buigen (2 ) doorzwemmen opduwen tot pomphouding - tussenhurken en komen tot stand 8. Brugje rugwaarts tot handstand, benen aansluiten voor de verticale benen afhoeken tot strekstand 9. Stut tot handstand en benen afspreiden 10. Streksprong 1/1- landing Techniekbeschrijving 1. Grote uitvalspas handstand, gecontroleerd en gespannen 1/1 draai verpakken, doorrollen met gestrekte armen. 2. Vloeiende verbinding tot spreidhoeksprong direct botsen tot - hurksprong - stabiele landing: lichte buiging in heupen en knieën, armen schuin afwaarts gericht. 3. Krachtige opsprong, laag en verre handenplaatsing, handstand kaatsen, stilkomen in handstand traag afhoeken met gestrekte en gesloten benen tot stand met romp 90 voorovergebogen en rechte rug. 4. Krachthandstand: handenplaatsing op de grond, schouders en zitvlak boven handensteun plaatsen, benen spreiden wanneer de voeten van de grond komen. handstand 2 stilstaan. 5. Traag doorrollen met gestrekte armen en benen direct verbinden tot gesloten hoeksteun (voeten raken niet de grond) 2 aanhouden - Strekzit op mat romp voorovergebogen tot op de bovenbenen, benen gestrekt, armen gestrekt voorwaarts met handen naast of voorbij de voeten op de grond. 2 aanhouden. 6. Brug: benen gestrekt, schouders helemaal uitgeduwd, 2 aanhouden 1 been heffen tot verticaal, 2 aanhouden been terug aansluiten en komen tot ruglig. 7. Afrollen tot vluchtige kaarshouding met de armen naast het hoofd en een volledige uitgestrekt (open) bekken komen tot spreidzit met rechte rug en armen opwaarts spagaat links 2 en rechts 2 aanhouden met armen zijwaarts gestrekt geheven spreidzit romp voorover buigen, armen voorwaarts gestrekt naast hoofd, knieën blijven opwaarts gericht, 2 aanhouden doorzwemmen: armen blijven voorwaarts gestrekt, gestrekte benen achteraan aansluiten, gestrekte tenen, zitvlak blijft steeds laag op de grond handen bijschuiven tot onder de schouders, opduwen tot pomphouding op de wreven - tussenhurken en komen tot stand. GymFed 2013 Pagina 12 van 19 1.07.2013
8. Brugje rugwaarts: armen opwaarts, lichaam gestrekt, 1 been voorwaarts geheven romp achterwaarts buigen, achter de voeten plaatsen- geheven been doorzwaaien maar benen aansluiten voor de verticale gestrekte benen afhoeken tot stand met armen opwaarts. 9. Stut: achterwaarts afrollen met gestrekte armen en benen - tot handstand - afspreiden en de voeten meteen bij elkaar plaatsen op de grond - romp komt langzaam en afrollend recht. 10. Streksprong met 1/1 draai: armzwaai start met armen gestrekt neerwaarts tegen het lichaam, bij het uitstrekken worden de armen voorwaarts geheven, tijdens de uitvoering van de 1/1 e draai zijn de armen in het verlengde van het lichaam, naast het hoofd, gestrekt opwaarts gericht 2 landing: lichte buiging in heupen en knieën, armen schuin afwaarts gericht strekstand. 2 Het doel van de oefening is om een correcte stijgfase met antepulsie van schroefarm te leren inzetten. Uitvoering zoals op de tekening is dus de enige correcte. GymFed 2013 Pagina 13 van 19 1.07.2013
1 2 2 3 4 2 2 2 2 5 6 2 2 2 7 9 8 GymFed 2013 Pagina 14 van 19 1.07.2013
4. Jurering I-niveau 4.1. Scoreberekening De totaalscore = de som van de punten behaald op elk onderdeel Tumblingbaan /30 (+ bonuspunten) Maitrampoline /10 (+ bonuspunten) Lange mat /10 Totaal /50 (+ bonuspunten) In geval van e aequo, wordt er naar onderstaande scores gekeken om gelijke plaatsen uit te sluiten. 1. Tumblingreeks 2. Trampolinereeks 3. Reeks lange mat 4. Opsprong overslag/flik uit stand 5. Rondat tot schelpval Prijsuitreiking Pupillen krijgen op basis van hun totaalscore een gouden (41,000 punten en meer), zilveren (37,000 tot 40.999 punten) of bronzen medaille (36,999 en minder). De punten worden niet afgeroepen tijdens de prijsuitreiking. De trainer kan deze nadien wel krijgen voor analyse van de prestatie van zijn/haar gymnast(en). Op het Vlaams Kampioenschap pupillen en alle benjaminswedstrijden wordt er gewerkt met een regulier podium. Daar krijgen de eerste 3 gymnasten een medaille (goud zilver brons) en de andere gymnasten een herinnering/aandenken. 4.2. Jurering Tumblingbaan - pupillen Rondat: jureren op 5 punten (+ 5 punten), nauwkeurigheid: 0.1 Foutentabel rondat 0.3 0.5 1.0 Aanloop voor opsprong Te vroeg ingedraaid Handen open gedraaid in handstandfase Te laat sluiten van de benen (na verticale) Afwijkende houding tijdens voetencontact Afwijking van middenlijn (tijdens opsprong, handenplaatsing of eindhouding) Afwerking Geen mogelijkheid tot verticaal landen ( vluchtig contact maken) op voeten: deel = 0 (Dit is van toepassing indien de gymnast zo een grote fout maakt dat hij/zij zelfs niet tot de schelpval komt). GymFed 2013 Pagina 15 van 19 1.07.2013
Overslag: jureren op 5 punten (+ 5 punten), nauwkeurigheid: 0.1 Foutentabel loopoverslag 0.3 0.5 1.0 Aanloop voor opsprong Geen of onvoldoende actieve kaats Niet gelijktijdig afduwen op de handen Afwijking van middenlijn Bij de landing zijn bekken en schouderhoek niet volledig geopend Te laat sluiten van de benen in de overslag (na verticale) Afwerking Benen niet aangesloten bij de landing = foutieve uitvoering = 0 Geen mogelijkheid tot verticaal landen ( vluchtig contact maken) op voeten: deel = 0 (Dit is van toepassing indien de gymnast zo een grote fout maakt dat hij/zij zelfs niet tot de landing op de voeten komt). Het jureren stopt na de voetenlanding. Etra bewegingen nadien worden niet meer gejureerd. Reeks naar keuze: jureren op 3, 4 of 5 punten (+5 punten) (afhankelijk van het aantal correct uitgevoerde delen), ma. 1 punt aftrek per deel, nauwkeurigheid: 0.1. Verdere specificaties: zie wedstrijdreglement. Foutentabel reeks naar keuze 0.3 0.5 1.0 Handen opengedraaid in de flik Afwijkende houding tijdens voetencontact Hoofd in de nek werpen Relatieve lengte van de bewegingen 2/3 e - 1/3 e Afwerking Korte beweging Sluiten van de heuphoek bij de streksalto Onvoldoende hoogte in de eindsalto Afwijking van middenlijn Onderbreking van de reeks per element te weinig GymFed 2013 Pagina 16 van 19 1.07.2013
4.3. Jurering Tumblingbaan benjamins Rondat: jureren op 5 punten (+ 5 punten), nauwkeurigheid: 0.1 Foutentabel rondat 0.3 0.5 1.0 Aanloop voor opsprong Te vroeg ingedraaid Handen open gedraaid in handstandfase Te laat sluiten van de benen (na verticale) Afwijkende houding tijdens voetencontact Afwijking van middenlijn (tijdens opsprong, handenplaatsing of eindhouding) Afwerking Geen mogelijkheid tot verticaal landen ( vluchtig contact maken) op voeten: deel = 0 (Dit is van toepassing indien de gymnast zo een grote fout maakt dat hij/zij zelfs niet tot de landing op de voeten of schelpval komt). Het jureren stopt na de voetenlanding. Etra bewegingen nadien worden niet meer gejureerd. Flik uit stand: jureren op 5 punten (+5 punten), nauwkeurigheid: 0.1 Foutentabel flik uit stand 0.3 0.5 1.0 Hoofd wordt in de nek geworpen bij vertrek Kort eerste deel van voeten tot handstand Handen open gedraaid in handstandfase Geen actieve kaats / te lange handensteun Courbette niet kort genoeg Afwijkende houding tijdens voetencontact Afwerking Geen mogelijkheid tot verticaal landen ( vluchtig contact maken) op voeten: deel = 0 (Dit is van toepassing indien de gymnast zo een grote fout maakt dat hij/zij zelfs niet tot de landing op de voeten komt). Reeks naar keuze: jureren op 3, 4 of 5 punten (+5 punten) (afhankelijk van het aantal correct uitgevoerde delen), ma. 1 punt aftrek per deel, nauwkeurigheid: 0.1. Verdere specificaties: zie wedstrijdreglement. Foutentabel reeks naar keuze 0.3 0.5 1.0 Handen opengedraaid in de flik Afwijkende houding tijdens voetencontact Hoofd in de nek werpen Relatieve lengte van de bewegingen 2/3 e - 1/3 e Afwerking Korte beweging Sluiten van de heuphoek bij de streksalto Onvoldoende hoogte in de eindsalto Afwijking van middenlijn Onderbreking van de reeks per element te weinig GymFed 2013 Pagina 17 van 19 1.07.2013
4.4. Jurering Maitrampoline pupillen Reeks van 10 sprongen: jureren op 5 punten (+ 5 punten), elke sprong op 0,5 punten (ma. 0,5 punten aftrek per sprong inclusief landing), nauwkeurigheid: 0.1 Foutentabel maitrampoline 0.1 0.3 0.5 Onvoldoende vormspanning Verplaatsingen op de trampoline, niet op het rode kruis blijven Evenwichtsverlies tijdens sprongen of bij landing Gebrek aan vorm, hoogte, behoud van hoogte en controle in elk element Sprong zonder salto: gestrekte positie: de hoek tussen het bovenlichaam en de dijen moet groter zijn dan 135. Sprong zonder salto: gehoekte positie: de hoek tussen het bovenlichaam en de dijen moet kleiner of gelijk zijn aan 135 en de hoek tussen boven- en onderbenen moet groter zijn dan 135 Sprong zonder salto: gehurkte positie: de hoek tussen het bovenlichaam en de dijen moet kleiner of gelijk zijn aan 135 en de hoek tussen boven- en onderbenen moet kleiner of gelijk zijn aan 135 Niet landen op trampolinebed (= wit verende gedeelte) einde reeks Bij afwijking van de opgelegde reeks wordt vanaf het eerste deel dat niet conform de reeks gesprongen wordt, de reeks als onderbroken beschouwt. Vanaf dit deel wordt de reeks niet verder beoordeeld (-0.5 punt per ontbrekende sprong). 4.5. Jurering Maitrampoline benjamins Reeks van 10 sprongen: jureren op 5 punten (+ 5 punten), elke sprong op 0,5 punten (ma. 0,5 punten aftrek per sprong inclusief landing), nauwkeurigheid: 0.1 Foutentabel maitrampoline 0.1 0.3 0.5 Onvoldoende vormspanning Verplaatsingen op de trampoline, niet op het rode kruis blijven Evenwichtsverlies tijdens sprongen of bij landing Gebrek aan vorm, hoogte, behoud van hoogte en controle in elk element Sprong zonder salto: gestrekte positie: de hoek tussen het bovenlichaam en de dijen moet groter zijn dan 135. Sprong zonder salto: gehoekte positie: de hoek tussen het bovenlichaam en de dijen moet kleiner of gelijk zijn aan 135 en de hoek tussen boven- en onderbenen moet groter zijn dan 135 GymFed 2013 Pagina 18 van 19 1.07.2013
Sprong zonder salto: gehurkte positie: de hoek tussen het bovenlichaam en de dijen moet kleiner of gelijk zijn aan 135 en de hoek tussen boven- en onderbenen moet kleiner of gelijk zijn aan 135 Niet landen op trampolinebed (= wit verende gedeelte) einde reeks Bij afwijking van de opgelegde reeks wordt vanaf het eerste deel dat niet conform de reeks gesprongen wordt, de reeks als onderbroken beschouwt. Vanaf dit deel wordt de reeks niet verder beoordeeld (-0.5 punt per ontbrekende sprong). 4.6. Jurering Lange Mat pupillen en benjamins Reeks van elementen: jureren op 5 punten (+ 5 punten), elk element beoordelen op 0.5 punt (= ma. 0.5 punt aftrek per element), nauwkeurigheid: 0.1 Foutentabel lange mat 0.1 0.3 0.5 1.0 Onvoldoende vormspanning Onvoldoende lang aanhouden van houdingen (handstand, lenigheid, ) Afwijking van horizontale en verticale posities Onvoldoende amplitude Evenwichtsverlies Val Bij het uitvoeren van een niet conform deel of het niet uitvoeren van een deel, krijgt dit element de maimale aftrek (0.5) GymFed 2013 Pagina 19 van 19 1.07.2013