ARBEIDSONGEVALLEN VAN DE UITZENDKRACHTEN IN 25 1 Nationale cijfers 25 De gegevens werden verzameld via de rapporten van de verschillende uitzendondernemingen en verwerkt door Preventie en Interim (PI). 1.1 Tewerkstelling 25 151 miljoen uren werden gepresteerd door uitzendkrachten (jobstudenten inbegrepen) waarvan 66 van de uren door de arbeiders en 34 door de bedienden. Gemiddeld waren 8. uitzendkrachten elke dag aan het werk. 1.2 Arbeidsongevallen 25 9.992 arbeidsongevallen (op de plaats van het werk) met minimum één dag arbeidsongeschiktheid waarvan: 7 dodelijke ongevallen 8 ongevallen met blijvende ongeschiktheid 189.786 dagen arbeidsongeschiktheid Één op de 43 uitzendkrachten had een arbeidsongeval met minimum één dag werkverlet en één op de 55 uitzendkrachten had een blijvende arbeidsongeschiktheid tengevolge van een ongeval op de werkplaats. Vermits uitzendkrachten meestal geen volledig jaar tewerkgesteld zijn als uitzendkracht (dit kan variëren van één week tot een volledig jaar) ligt deze verhouding natuurlijk lager dan het gemiddelde van de werkende bevolking waar één op de 25 werknemers elk jaar een ongeval heeft met minstens één dag arbeidsongeschiktheid. Om deze reden worden ongevallencijfers omgerekend tot coëfficiënten die rekening houden met het aantal uur dat de betrokken werknemers tewerkgesteld zijn per jaar: de frequentie en de ernstgraad Frequentiegraad: 65,96 Werkelijke ernstgraad: 1,25 Globale ernstgraad: 3,74 P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 1/17
Frequentiegraad: Fg = 1 komt overeen met ofwel: één op 6 fulltime tewerkgestelde werknemers heeft elk jaar een arbeidsongeval ofwel: een werknemer heeft 7 arbeidsongevallen tijdens een volledige beroepsloopbaan van 4 jaar Werkelijke ernstgraad: Weg = 1 komt overeen met 1,5 dag werkonbekwaam tijdens één jaar voor elke fulltime tewerkgestelde werknemer Globale ernstgraad (Geg) houdt ook rekening met de dodelijke arbeidsongevallen en een blijvende arbeidsongeschiktheid. Dit wordt voor elk arbeidsongeval afzonderlijk vastgelegd, daarbij worden volgende richtwaarden gehanteerd: 75 dagen voor een dodelijk arbeidsongeval 445 dagen voor het verlies van een hand 28 dagen voor het verlies van een oog 825 dagen voor het verlies van een vinger Opmerking: Als men het hier heeft over blijvende ongeschiktheid, dan dient men voor ogen te houden dat het gaat om de prognose van de verzekeraar aan het eind van het jaar en niet om een definitief erkende blijvende ongeschiktheid. Elke werkgever is verplicht deze coëfficiënten te berekenen voor de ongevallen binnen zijn bedrijf. Zowel de FOD WASO (Tewerkstelling) als het Fonds voor Arbeidsongevallen berekenen deze cijfers voor de verschillende activiteitssectoren. Op basis daarvan heeft men idee van de ongevallenrisico s binnen een bepaalde sector (chemie, bouw, transport ). Deze cijfers zijn terug te vinden via de website van PI www.p-i.be, rubriek statistieken. 1.3 Evolutie 1999 25 Evolutie van het aantal uren blootstelling 16, 15, 146,23 151,8 Uren (miljoen) 14, 13, 121,9 137,5 13,6 129,14 128,93 12, 11, P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 2/17
Frequentiegraad (Fg) De frequentiegraad is een maat voor het aantal ongevallen en wordt berekend door het aantal arbeidsongevallen (met minimum 1 dag werkongeschiktheid) te vermenigvuldigen met 1.. en te delen door het totaal aantal uren dat door alle uitzendkrachten gewerkt werd in het betreffende kalenderjaar. Evolutie Fg : arbeiders Evolutie Fg : bedienden 16 16 12 126,2 136, 134,7 124,6 11,3 99,9 91,9 12 Fg 8 Fg 8 4 4 14,4 15,8 13,5 15, 16,7 13,8 15,4 Evolutie Fg : arbeiders + bedienden Fg 16 12 8 4 95,1 99,6 94,3 87,8 79,6 71,4 65,9 P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 3/17
Werkelijke ernstgraad (Weg) De werkelijke ernstgraad is een maat voor de menselijke schade tengevolge van alle ongevallen en wordt berekend door het totaal aantal dagen arbeidsongeschiktheid (van alle uitzendkrachten samen) te vermenigvuldigen met 1 en te delen door het totaal aantal uren dat door alle uitzendkrachten gewerkt werd in het betreffende kalenderjaar. Evolutie Weg : arbeiders Evolutie Weg : bedienden Weg 3 2 2,39 2,49 2,67 2,41 2,15 1,94 1,77 Weg 3 2 1 1,27,25,22,25,27,2,25 Evolutie Weg : arbeiders + bedienden 3 Weg 2 1,78 1,81 1,85 1,68 1,54 1,38 1,25 1 P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 4/17
Globale ernstgraad (Geg) De globale ernstgraad is een maat voor de totale menselijke schade tengevolge van alle arbeidsongevallen en wordt berekend door het totaal aantal dagen arbeidsongeschiktheid te vermeerderen met een forfaitair aantal dagen (dat rekening houdt met de blijvende ongeschiktheid en de dodelijke arbeidsongevallen) (kalenderdagen en forfaitaire dagen) te vermenigvuldigen met 1 en te delen door het aantal uren dat door alle uitzendkrachten gewerkt werd in het betreffende kalenderjaar. Evolutie Geg : arbeiders Evolutie Geg : bedienden 8 6 6,6 5,77 6,78 6,48 5,45 4,94 5,31 8 6 Geg 4 Geg 4 2 2,7,57,55,67,61,66,69 Evolutie Geg : arbeiders + bedienden 8 Geg 6 4 4,6 4,19 4,7 4,53 3,86 3,56 3,74 2 P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 5/17
Samenvatting: 25/24 Alle uitzendkrachten 95,7 Fg 99,6 94,29 87,76 79,58 71,4 65,96-7,6 Weg 1,78 1,81 1,85 1,68 1,54 1,38 1,25-9,4 Geg 4,6 4,19 4,7 4,53 3,86 3,56 3,74 + 5 Arbeiders Fg 126,22 135,79 134,7 124,56 11,26 99,85 91,92-7,9 Weg 2,39 2,49 2,67 2,41 2,15 1,94 1,77-8,7 Geg 6,6 5,77 6,78 6,48 5,45 4,94 5,31 + 7,4 Bedienden Fg 14,38 15,77 13,5 15,3 16,73 13,77 15,39 + 11,7 Weg,27,25,22,25,27,2,25 + 25 Geg,7,57,55,67,61,66,69 + 4,5 De frequentiegraad (Fg) van de arbeidsongevallen met uitzendkrachten is in 25 gedaald met 7,6 in vergelijking met 24. Men ziet een vermindering van 8 bij de arbeiders maar een vermeerdering met 11,7 bij de bedienden. De toename bij de bedienden kan ondermeer verklaard worden doordat meer en meer werknemers van het arbeidersstatuut naar het bediendenstatuut overgaan en dit met behoud van de taak. De cijfers voor arbeiders en bedienden samen dalen toch omdat de toename van de ongevallen bij de bedienden geen grote impact heeft op het totale ongevallencijfer gezien het relatief lage aantal van de ongevallen bij bedienden.(8 van het totaal aantal ongevallen). De werkelijke ernstgraad (Weg) van de arbeidsongevallen is gedaald met 9,4 voor het geheel van de uitzendkrachten. Men ziet een vermindering van 8,7 bij de arbeiders maar een stijging met 25 bij de bedienden. Het totaal aantal blootstellingsuren in 25 tov 24 bij arbeiders nam met 1 toe, maar met bijna 9 bij de bedienden. De groei van de totale populatie uitzendkrachten (+ 3) is dus vooral het gevolg van de toename van bedienden met een relatief laag aantal ongevallen en verletdagen (dus meer werknemers met minder ongevallen). Dit heeft tot gevolg dat het ernstcijfer voor de alle uitzendkrachten samen sterker daalt dan de ernst bij de arbeiders. P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 6/17
De globale ernstgraad (Geg) stijgt met 5 voor het geheel van uitzendkrachten. Men ziet een vermeerdering met 7,4 bij de arbeiders en met 4,5 bij de bedienden. De stijging voor de gehele groep samen stijgt minder dan deze voor de arbeiders. Dit is het gevolg van de sterke toename van het aantal bedienden (met relatief minder verletdagen). Nochtans moet deze stijging verder onderzocht worden om de juiste oorzaken te vinden en gepaste preventiemaatregelen voor te stellen. P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 7/17
1.4 Overzicht van de gegevens over arbeidsongevallen bij uitzendkrachten 23 24-25 23 24 25 Arbeiders + bedienden aantal uren blootstelling 128.934.541 146.238.33 151.48.515 aantal ongevallen 1.26 1.433 9.992 aantal ongevallen met tijdelijk ongeschiktheid 9.56 9.698 9.185 aantal ongevallen met blijvende ongeschiktheid 695 729 8 aantal dodelijke arbeidsongevallen 5 6 7 aantal dagen arbeidsongeschiktheid 198.71 21.375 189.786 aantal forfaitaire dagen 299.963 318.955 377.32 frequentiegraad 79,58 71,4 65,96 werkelijke ernstgraad 1,54 1,38 1,25 globale ernstgraad 3,86 3,56 3,74 Arbeiders procentueel aandeel blootstelling 67 68 66 aantal uren blootstelling 86.635.84 99.48.624 1.94.652 aantal ongevallen 9.552 9.791 9.21 aantal ongevallen met tijdelijk ongeschiktheid 8.896 9.86 8.44 aantal ongevallen met blijvende ongeschiktheid 651 692 755 aantal dodelijke arbeidsongevallen 5 5 6 aantal dagen arbeidsongeschiktheid 186.238 191.893 176.766 aantal forfaitaire dagen 285.713 297.35 355.15 frequentiegraad 11,26 99.85 91,92 werkelijke ernstgraad 2,15 1,94 1,77 globale ernstgraad 5,45 4,94 5,31 Bedienden procentueel aandeel blootstelling 33 32 34 aantal uren blootstelling 42.296.576 47.189.41 51.385.863 aantal ongevallen 78 65 791 aantal ongevallen met tijdelijk ongeschiktheid 664 612 745 aantal ongevallen met blijvende ongeschiktheid 44 37 45 aantal dodelijke arbeidsongevallen 1 1 aantal dagen arbeidsongeschiktheid 11.55 9.62 13.2 aantal forfaitaire dagen 13.775 21.65 22.35 frequentiegraad 16,73 13,77 15,39 werkelijke ernstgraad,27,2,25 globale ernstgraad,61,66,69 P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 8/17
2 De ongevallencijfers van de verschillende uitzendbureaus Voor elke uitzendonderneming zijn, afzonderlijk voor de arbeiders en de bedienden, de ernst- en de frequentiegraad berekend. Naargelang de onderneming, situeert de frequentiegraad van de arbeiders zich tussen 6 en 2, de werkelijke ernstgraad tussen 1 en 3 en de globale ernstgraad tussen 2,5 en 1. De ongevallencijfers (Fg, Weg en Geg) van de bedienden wijken veel minder af van het gemiddelde van de sector af. 3 Arbeidsongevallen 24-25 van de uitzendkrachten verdeeld volgens het gewest Bron: de gegevens verzameld door PI via de rapporten van de verschillende uitzendondernemingen. Vlaanderen Wallonië Brussel Nationaal Tewerkstelling 67,5 24 8,5 1 25 24 25 24 25 24 25 24 25 ARBEIDERS Fg 86,97 82,34 122,6 116,19 94,57 83,85 99,85 91,92 Weg 1,52 1,48 2,62 2,61 2,9 2,14 1,94 1,77 Geg 3,38 4,25 6,29 6,99 6,3 5,4 4,94 5,31 BEDIENDEN Fg 14,41 13,2 23,13 3,9 8,93 8,7 13,77 15,39 Weg,15,21,39,56,17,14,2,25 Geg,5,66 1,48 1,11,29,45,66,69 ALLE Fg 66,74 61,14 94,43 9,93 35,3 3,69 71,4 65,96 Weg 1,14 1,9 1,98 2,,75,74 1,38 1,25 Geg 2,58 3,15 4,93 5,25 2,4 1,92 3,56 3,74 Er is een opvallend verschil tussen de ongevallencijfers in de drie regio s. Een sterkere verbetering wordt vastgesteld in Vlaanderen en Brussel. Dit kan gedeeltelijk verklaard worden door de verschillende industrieën in het noorden en het zuiden van het land. Er zijn voorlopig geen nationale cijfers beschikbaar over de gehele werknemerspopulatie die deze vaststelling bevestigen of verklaren. P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 9/17
4 Uitzendkracht versus gemiddelde werknemer 4.1 Vaststelling Uit Het verslag van de arbeidsongevallen in de sector van de uitzendarbeid 24 en het globaal Statistisch verslag over de arbeidsongevallen 24, beiden opgesteld door het Fonds voor Arbeidsongevallen kan men afleiden dat 8,7 van de arbeidsongevallenaangiftes betrekking hebben op uitzendkrachten. Dit heeft weliswaar betrekking op meer dan 4. werknemers (of 16 van de werknemers), maar zij vertegenwoordigen in arbeidsvolume nog geen 3 van de tewerkstelling. De samenstelling van beide werknemerspopulaties is echter niet gelijklopend omdat zowel de leeftijd, de blootstelling aan het risico, als de ervaring en vertrouwdheid met het arbeidsmilieu van de betrokken werknemers sterk verschillen. 4.2 Invloed van de leeftijd De min-25 jarigen hebben relatief gezien, in functie van hun leeftijdscategorie tussen 1 tot 3 maal zoveel ongevallen als hun collega s van meer dan 25 jaar. Binnen de uitzendpopulatie is 5 jonger dan 25 jaar, binnen de globale werknemerspopulatie is dit slechts 25. 4.3 Blootstelling aan het risico Manuele arbeid leidt natuurlijk tot meer ongevallen dan administratieve arbeid. Een job in de transportsector is gevaarlijker dan een functie bij een bank of verzekeringsmaatschappij. Uitzendkrachten zijn niet gelijk verdeeld over alle sectoren. Metaal en transport, sectoren met hogere risico s nemen veel uitzendkrachten af. Volgens de statistische analyse van het Fonds voor Arbeidsongevallen hebben arbeiders vijfmaal meer ongevallen dan bedienden. De uitzendkrachten hebben voor 66 arbeiderswerk, terwijl dit slechts ongeveer 45 is voor de algemene populatie. 4.4 Ervaring en integratie in het arbeidsmilieu Uit ongevallenanalyses op bedrijfsniveau blijkt dat vooral de lichtere ongevallen gebeuren tijdens de eerste dagen en weken van de tewerkstelling. Er zijn geen gegevens ter beschikking om de invloed van ervaring en bekendheid met het arbeidsmilieu te meten en te binden aan het ongevalsgebeuren. P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 1/17
4.5 Besluit Voor de invloed van de leeftijd en de tewerkstelling in meer risicovolle sectoren kan men op basis van de cijfers de invloed op het ongevallencijfer inschatten. Het grote verschil in de frequentiegraad en het minder grote verschil in de ernstgraad tussen uitzendkrachten en andere werknemers kan daardoor grotendeels verklaard worden. Voor de invloed van ervaring en de graad van integratie van de uitzendkracht binnen zijn arbeidsmilieu kan geen schatting gemaakt worden, maar de impact ervan is onbetwistbaar. De belangrijkste conclusie uit deze overwegingen is dat de uitzendkrachten omwille van de drie vermelde invloeden (leeftijd, risicovolle sector en integratie in het arbeidsmilieu) meer ongevalsvatbaar zijn. Door preventieve acties die inwerken op deze drie factoren kan een doeltreffend beleid gevoerd worden om deze arbeidsongevallen te verminderen. 5 Typologie van het ongeval Bron : FAO (Fonds voor Arbeidsongevallen) Het onderzoek van de arbeidsongevallen uitgevoerd door het Fonds voor Arbeidsongevallen heeft betrekking op de ongevallen in 24 (14.362 ongevallen waarvan 8.767 ongevallen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid en 665 ongevallen met blijvende ongeschiktheid). P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 11/17
5.1 Vorm van het ongeval 5.1.1 Vaststelling Vorm van het ongeval Uitzendkrachten 24 11. Val van personen van op een hoger gelegen vlak 12. Val van personen op de begane grond 23. Val van voorwerpen bij de behandeling ervan (bakstenen, enz.) 32. Contact met onbeweeglijke voorwerpen 33. Contact met beweeglijke voorwerpen 4. Klemming in een voorwerp of tussen voorwerpen 51. Inspanningen, verkeerde bewegingen tijdens behandelingen zonder drijfkracht 52. Inspanningen, verkeerde bewegingen tijdens elke andere omstandigheid 6. Blootstelling aan of contact met koude of warmte Uitzendkrachten ernstige ongevallen 24 Alle werknemers 24 5,7 13, 7,2 8,8 14,3 8,4 7,8 6, 5,1 11, 5,5 9,5 26,9 16,7 24,3 12,7 17,6 9, 8, 8,2 9,9 3,3 6,3 5,4 1,4 1,3 1,2 5.1.2 Besluit De drie meest voorkomende ongevalsvormen zijn: Contact met beweeglijke voorwerpen (met inbegrip van wegvliegen van voorwerpen, stof of vreemde voorwerpen); Klemming in een voorwerp of tussen voorwerpen; Contact met onbeweeglijke voorwerpen. Bij de ernstige ongevallen (blijvende invaliditeit of met de dood tot gevolg) haalt de rubriek «Val van personen (van op een hoger gelegen vlak en op de begane grond)» het hoogste percentage, gevolgd door de rubrieken «Contact met voorwerpen» en «Klemming in een voorwerp of tussen voorwerpen». P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 12/17
5.2 Materiële agens 5.2.1 Vaststelling Materiële agens Uitzendkrachten 24 Uitzendkrachten ernstige ongevallen 24 Alle werknemers 24 46. Materialen 21,2 16,8 14,1 351. Alleen door menselijke kracht bewogen handwerktuigen, 1, 6,9 8,1 instrumenten 44. Stof, vliegende deeltjes, scherven 5,5,3 4,8 51. Werk- en doorgangsoppervlakten, 5, 1,4 7,9 grondoppervlakten 139. Bewerkings-, fatsoenerings- en fabricatiemachines 3,8 4,9 2, 53. Trappen, leuningen, treden 3, 4, 3,6 216. Heftrucks 2,4 4,6 1,3 231. Rollende vervoermiddelen, motorvoertuigen 2,3 4,5 3,8 43. Scheikundige stoffen, vaste en vloeibare 2,3,7 1,5 36. Ladders, verplaatsbare leuningen, voetbankjes 2,1 4,3 2,6 342. Handwerktuigen 1,7,7 1,1 52. Hindernissen, openingen in de grondoppervlakten (putten, kuilen) 1,7 2,8 1,8 219.Hefwerktuigen 1,3 2,5 1,1 11. Mechanische risico s van drijfmachines of generatoren 1,3 1,8,5 133. Slijpmachines 1,,4,6 5.2.2 Besluit Het hoogste percentage voor de gezamenlijke ongevallen (21,2) en voor de ernstige ongevallen (16,8) vindt men onder rubriek «46. Materialen». Uitzendkrachten zijn in vergelijking met andere werknemers meer betrokken bij ongevallen met materialen (behandeling, transport van goederen), met machines, heftrucks en handwerktuigen. P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 13/17
5.3 Aard van het letsel 5.3.1 Vaststelling Aard van het letsel Uitzendkrachten 24 Uitzendkrachten ernstige ongevallen 24 Alle werknemers 24 1. Fracturen 4,8 26,4 6,2 2. Ontwrichtingen 1,9 3,3 1,6 25. Verstuikingen en verzwikkingen 14,2 17,6 14,2 3. Schuddingen 3,2 4,2 5,4 5. Oppervlakkige traumata 7,7 1,3 9,1 55. Kneuzingen en verbrijzelingen 23,5 15,2 2,8 6. Brandwonden 3,7 3,1 2,5 9. Meervoudige letsels van verscheidene aard 1,2 2,2 1,9 5.3.2 Besluit De aard van het letsel is vrijwel gelijklopend voor uitzendkrachten en andere werknemers. Fracturen, verstuikingen en kneuzingen geven het leeuwenaandeel van de arbeidsongeschiktheid. 5.4 Plaats van het letsel 5.4.1 Vaststelling Plaats van het letsel Uitzendkrachten 24 Uitzendkrachten ernstige ongevallen 24 Alle werknemers 24 11. Schedelstreek (schedel, hersens, hoofdhuid) 3, 1,3 3, 12. Oog (met inbegrip van de oogholte en de 1,1,6 8,6 gezichtszenuw) 31. Rug (de schouder niet inbegrepen) 5, 7, 6,6 32. Schouder 2,1 4,6 2,7 33. Borst (ribben, borstbeen, inwendige organen van de 1,4 1,3 2,1 borstkas) 41. Armen en ellebogen,4 4,5 3,3 42. Voorarmen en polsen 5,8 7,7 5, 43. Handen 9,1 7,5 7,3 P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 14/17
44. Vingers 25,3 23,7 21,2 52. Knie 4,9 8,2 5,3 53. Been 3, 3, 2,9 54. Enkels en voeten (tenen uitgezonderd) 11,8 15,5 11,5 55. Tenen 1,3 1,5 1,3 5.4.2 Besluit Meer nog dan voor de andere werknemers zijn de vingers, de handen en de enkels van de uitzendkrachten het kwetsbaarst. Dit houdt zeker verband met de overwegend manuele arbeid die aan heel wat uitzendkrachten toevertrouwd wordt en het ontbreken van doeltreffende persoonlijke beschermingsmiddelen. Het lage aantal ongevallen met tenen is zeker het gevolg van de efficiënte bescherming van de tenen door de stalen tip in de veiligheidsschoen 6 Activiteit van de onderneming Bron : FAO (Fonds voor Arbeidsongevallen) Aangezien de informatie over de economische activiteit van de gebruiker in de ongevalsaangifte nog voor veel ongevallen kennelijk verkeerd is, waren de diensten van het Fonds voor Arbeidsongevallen verplicht zich bij hun onderzoek te baseren op een beperkt staal van 7251 ongevallen. De tabel geeft een overzicht van de verdeling van de ongevallen op basis van hun gevolgen en van de economische activiteit van de onderneming. Hij bevat alleen de belangrijkste activiteitssectoren, d.w.z. sectoren waarvoor minstens 1 van de ongevallen werd geregistreerd. 6.1 Vaststelling Code Activiteit van de onderneming Uitzendkrachten Uitzendkrachten NACE 24-23 - 28 Vervaardiging van producten van metaal 1,7 1,8 15 Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken 9,2 1,8 51 Groothandel en handelsbemiddeling, excl. handel in auto s en motorrijwielen 8,3 9,1 63 Vervoerondersteunende activiteiten 6,1 4,6 52 Kleinhandel, excl. auto s en motorrijwielen; reparatie consumentenartikelen 5,4 6,1 27 Metallurgie 5, 3,3 45 Bouwnactiviteiten 4,9 4,4 34 Vervaardiging en assemblage van auto s, aanhangwagens en opleggers 4, 2,3 36 Vervaardiging van meubels, overige industrieën 3,8 7,4 P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 15/17
6 Vervoer te land 3,7 4,2 24 Chemische nijverheid 3,3 3,2 29 Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen 2,6 2,1 26 Vervaardiging van overige nietmetaalhoudende minerale producten 2,2 2,2 17 Vervaardiging van textiel 2,2 2,3 55 Hotels en restaurants 2,1 2,2 5 Verkoop en reparatie van auto s en motorrijwielen, kleinhandel in 1,9 1,9 motorbrandstoffen 2 Houtindustrie en vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk 1,8 1,6 25 Rubber- en kunststofnijverheid 1,5 1,4 9 Afvalwater- en afvalverzameling ; straatreiniging 1,4 1,6 21 Papier- en kartonnijverheid 1,3 1,3 31 Vervaardiging van elektrische machines en apparaten 1,3 1, 6.1.1 Besluit Zoals de vorige jaren wordt de top drie ingenomen door De metaalsector, de voedingssector en de handel waar zeer veel uitzendkrachten tewerkgesteld zijn, nemen dus ook een groot deel van de arbeidsongevallen voor hun rekening. In chemische sector waar veiligheid zeer belangrijk is telt heel wat minder ongevallen Opvallend is dat diepgaandere deelanalyse in bepaalde sectoren aangeeft dat de ongevallen van uitzendkrachten niet gebonden zijn aan de typische kenmerken van de sector, maar in alle sectoren zich concentreren rond dezelfde oorzaken (manuele werkzaamheden, transport, goederenbehandeling). 7 Dodelijke arbeidsongevallen In 25 waren er 7 dodelijke ongevallen met uitzendkrachten op de werkplaats. 3 verkeersongevallen 1 met een bovenfreesmachine CNC 1 met een rollenbaan 1 met een heftruck 1 matroos viel in het water en de juiste omstandigheden van het ongeval zijn nog altijd niet bekend P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 16/17
8 Samenvatting In 25 werd opnieuw voor de sector het laagste cijfer bereikt dat ooit genoteerd werd, dit zowel voor de frequentie als voor de ernst van de arbeidsongevallen van de uitzendkrachten. Deze daling bevestigt de gunstige tendens in de evolutie van de ongevallencijfers en het nut van de preventie inspanningen. De stijging van de activiteit binnen de sector met ongeveer 3 is vooral toe te schrijven aan de toename van de bediendeactiviteit (9). In 25 daalde de ongevallenfrequentie met 7,6, de werkelijke ernstgraad met 9,4, maar de globale ernstgraad steeg met 5. De arbeiders die 92 van de ongevallen voor hun rekening nemen kennen een daling van de frequentie (-8) en werkelijke ernst (-9) maar een stijging van de globale ernst (+7,4). Bij de bedienden steeg zowel de frequentie (+11) als de werkelijke ernst (+25) en de globale ernst (+4,5). Deze stijging kan ondermeer verklaard worden door een verschuiving van een arbeiders- naar een bediendestatuut voor bepaalde functies. Dit doet de cijfers van de bedienden stijgen, maar heeft geen grote impact op de cijfers van alle uitzendkrachten omdat de bedienden veel minder ongevallen hebben dan de arbeiders. Bij de diepgaandere analyses naar de oorzaken en de vorm en omstandigheden van de ongevallen over de verschillende jaren, komen dezelfde factoren steeds naar voren: Manuele behandeling en bewerking van goederen en producten geven aanleiding tot de meeste ongevallen, meestal met lichte kwetsuren. De ledematen, in het bijzonder de vingers, zijn de meest kwetsbare lichaamsdelen. Ongevallen met voertuigen (op de weg en intern transport) en bewerkingsmachines veroorzaken de meest ernstige ongevallen. Niet zozeer de sector waar men tewerkgesteld is, maar wel het soort activiteit die men uitvoert, beïnvloedt sterk de frequentie en de ernst van de ongevallen. Deze daling van arbeidsongevallen van de uitzendkrachten is geen toeval, maar het resultaat van een intensieve preventiecampagne van de sector die vooral een verhoogde aandacht voor veiligheid op het werk heeft veroorzaakt zowel bij de uitzendconsulenten als bij de inlener en de uitzendkracht. Om de toekomstige acties te richten naar de knelpunten is een gecentraliseerde opvolging van de arbeidsongevallen noodzakelijk. Op deze manier krijgen wij meer inzicht in de omstandigheden en de oorzaken die tot de ongevallen geleid hebben. P:\PI-statis\25\arbeidsongevallen uitzend 25.doc- 17/17