SYNTAXIS VAN DE NAAMVALLEN

Vergelijkbare documenten
2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE. Werkwoorden vervoegen

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT PRIMUM. De uitspraak van het Latijn

Griekse taalleer. Vormleer van het Attisch dialect. Sint-Jan Berchmanscollege. Antwerpen

Inhoud Jan Brams - Wendy Geerts - Eliane Lammens Wim Moreau - Philippe Moury

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT TERTIUM TAALSTUDIE

Beknopte grammatica. voor. de cursus. Grieks van het Nieuwe Testament

Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT QUARTUM TAALSTUDIE

Uiteenzetting Duits Duitse naamvallen

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

4 Имена существительные Zelfstandige naamwoorden

Oplossingen begeleid zelfstandig lezen Hero en Leander

De grammatica van les 17

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus

jaarplan Latijn 4 lestijden.xlsx

jaarplan Latijn 5 lestijden.xlsx

Inhoud. Jan Brams - Wendy Geerts - Kristien Hulstaert Eliane Lammens - Wim Moreau - Bram Roosen. geef meer dan les

LES 13 EEN NIEUWE FAMILIE

Samenvatting Nederlands formuleren

Stap voor stap Latijn leren (en) lezen in het eerste jaar

Naam: Mijn doelenboekje. Grammatica. Werelden - Eilanden - Dorpen 5 / 6 / 7 / 8.

Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5

Samenvatting. (Summary in Dutch. For a summary in English, see section )

Z I N S O N T L E D I N G

10 taaltips voor een perfecte

Taalbeschouwelijke termen bao so 2010

Samenvatting Nederlands Formuleren

BIJBELS GRIEKS HERHALING 1

LES 9 VOORNAAMWOORDEN Kelley lesson IX: 23 Independent Personal Pronouns (Subject Pronouns), p Demonstrative Pronouns, p.

Toets grammaticale termen met sleutel

INHOUD. Inleiding (door Ineke Sluiter) 1 HANDBOEK LATIJN. Begrippen 11 Goed Latijn 11 Woordsoorten 11

4 - Bijzondere paradigmes

LES 13 EEN NIEUWE FAMILIE deel I. de zelfstandige naamwoorden van de derde declinatie

begrip van de syntaxis

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen

zinsleer begrip van de syntaxis Jan-Wouter Zwart Understanding Syntax van Maggie Tallerman voor het Nederlands bewerkt en vermeerderd door

Eigen vaardigheid Taal

6.2. Boekverslag door C. 727 woorden 17 mei keer beoordeeld. Nederlands. Paragraaf 1. Dubbel op. Onjuiste herhaling

A Grammar of Tadaksahak, a Northern Songhay Language of Mali. geeft een beschrijving van de taal Tadaksahak, die gesproken wordt

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

Examen VWO. Latijn. tijdvak 1 vrijdag 17 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

De erotica van de Nederlandse grammatica

Visuele Leerlijn Taal

DOELGROEP Grammatica 3F is bedoeld voor leerlingen van havo/vwo en mbo 4. Het programma is geschikt voor zowel allochtone als autochtone leerlingen.

* Mijn vader vindt dat je aan make-up niet te veel geld aan moet uitgeven.

De verbuiging/uitgangen van Iuppiter.

instapkaarten taal verkennen

Scalae. Copyright SCALAE ISBN

Examen VWO. Latijn. tijdvak 2 woensdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Belangrijkste kenmerken van het Oudnederlands 1

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Antwoorden Nederlands Ontleding

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

De Edukese Taal Edukeser Språkerne. Door Lars

20 EEUWIGE STRUIKELBLOKKEN

1 WOORDSOORTEN 3 2 ZINSDELEN 8

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon

Nederlandse Samenvatting

4 Heer, u hebt aan de mensen uw regels gegeven. Zo weet ik wat ik moet doen. 5 Ik wil leven volgens uw wetten, en dat volhouden, elke dag weer.

Op weg naar Pasen. Palmpasen. voorzang 1 Mijn God, roep ik overdag, en Gij zwijgt, ik roep het s nachts, en Gij laat mij maar roepen

Lien Vanopstal en Mathias Chlarie

Het gebruik van de conjunctivus

instapkaarten taal verkennen

MANSIO PRIMA. A Woordenschat

Naamvallen Tabel Begrijpen. Klas 3/4

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

Samenvatting Nederlands Redekundig ontleden

Samenvatting in het Nederlands

VOORWOORD. René van Royen

Examen VWO. Latijn. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

De geslachtsregels van de a-, o-, u- en e-stammen, inclusief de uitzonderingen manus en domus. Van de medeklinkerstammen de regels:

1p 1 Leg uit om welke reden Seneca dit zo stellig kan beweren. Baseer je antwoord op het voorafgaande (Hodierno t/m avocavit regel 1-2).

Zin 1: Lijkt + een vriendelijke jongen: kww + naamwoordelijk deel, samen naamwoordelijk geheel (nwg). Verklaring: lijken is kww.,

Formuleren voor gevorderden

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad

Visuele Leerlijn Spelling

Gaius Julius Caesar politicus, generaal en schrijver

Extra oefeningen bij Pegasus1, Caput 2

Formuleren voor gevorderden

Formuleren voor gevorderden

AURELIUS AUGUSTINUS. HANDBOEK LATIJN een korte Latijnse grammatica uit de 4 e eeuw

Toegang tot het Grieks van het Nieuwe Testament. Les 2

2 hv. 1

Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I

Online cursus spelling en grammatica

1.2.3 Trappen van vergelijking 20

1 Spelling en uitspraak

LATIJN IS DOOD. LANG LEVE LATIJN!

1

Programma van Inhoud en Toetsing

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18

Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.

Samenvatting Duits Grammatica Duits

DE BIJWOORDELIJKE BIJZIN Is een zin die de waarde heeft van een bijwoordelijke bepaling

Transcriptie:

SYNTAXIS VAN DE NAAMVALLEN Herhaal eerst de verbuigingen van het substantief en het adjectief. A. DE NOMINATIEF De nominatief is de naamval van het onderwerp en het NDG (Naamwoordelijk Deel van het Gezegde). Het NDG richt zich qua getal en geslacht bijna altijd naar het onderwerp. Bv. Marcus beatus est. Lucia beata est. Is er meer dan een onderwerp, dan heeft bij personen het mannelijk voorrang op het vrouwelijk. Bv. Marcus et Lucia beati sunt. Bij zaken richt het NDG zich meestal naar het dichtsbijzijnde onderwerp, Bv. Impedimenta et omnis equitatus secutus est. of soms ook naar alle samen, en dan wordt het onzijdig meervoud. Bv. Viae et forum vacua erant. OPMERKING: Soms richt het NDG zich naar de idee die in het grammaticale onderwerp steekt: de constructio ad sensum. Let op: in het Nederlands is dit een taalfout! Bv. Magna pars militum vulnerati erant. Soms richt het onderwerp zich naar het NDG, nl. als het onderwerp - een onzijdig voornaamwoord is Bv. Ea vera amicitia est. - of een betrekkelijk voornaamwoord (= relativum) is. Bv. Veii, quod est Etruscorum oppidum,... 1

B. DE ACCUSATIEF 1. Het lijdend voorwerp De accusatief is de naamval van het lijdend voorwerp bij overgankelijke werkwoorden. Bv. Unam partem incolunt Belgae, aliam Aquitani. Er is een dubbel lijdend voorwerp bij docere en rogare. Bv. Pueros modestiam docebat. 2. De accusatief na voorzetsels De accusatief komt voor na bepaalde voorzetsels, zoals ad ob adversus per ante post apud praeter circa prope circum propter contra secundum extra sub in super inter supra intra trans Bv. Cum Caesar in Galliam venit,... 2. Het inwendig voorwerp Deze accusatief hangt af van een stamverwant of betekenisverwant werkwoord. Bv. Beatam vitam vixit (Hij leidde een gelukkig leven) Bv. Eandem viam iimus (We zijn dezelfde weg gegaan) Dat werkwoord is normaal gezien intransitief, d.w.z. kan geen L.V. krijgen, behalve dan een verwant substantief. Je kan enkel een leven leven, een lied zingen, een wedstrijd lopen,. 3. Accusatief van tijdsduur Deze accusatief duidt aan hoelang iets duurt of al bezig is, of hoelang iets geleden is. Bv. Cottidie septem horas dormiebat (Hij sliep elke dag zeven uur) 4. Accusatief van richting Deze accusatief antwoordt op de vraag quo: waarheen? 2

Bv. Romam ibat (Hij ging naar Rome) 5. Accusatief in de infinitiefzin In de infinitiefzin staan onderwerp en NDG in de accusatief. Bv. Cato dixit Carthaginem delendam esse (Cato zei dat Carthago verwoest moest worden) C. DE GENITIEF 1. Bezitsgenitief Deze genitief duidt de bezitter aan van een concreet voorwerp of van een eigenschap. Bv. Vultus horum omnium (De gezichten van al dezen) 2. Onderwerpsgenitief Deze genitief duidt het onderwerp aan van het werkwoord dat in het substantief schuilt. Bv. Mors Caesaris (De dood van Caesar) = Caesar moritur 3. Voorwerpsgenitief Deze genitief duidt het lijdend voorwerp aan van het werkwoord dat in het substantief schuilt. Bv. Spes salutis (Hoop op redding) = sperant salutem Hierbij hoort ook de genitief bij memor, oblitus, peritus, imperitus, conscius, rudis, prudens, ignarus, avidus, aemulus, cupidus, invidus Bv. Benificii tui memor (Jouw weldaad indachtig) 4. Verklarende genitief Deze genitief zegt waarin het door het substantief aangeduide begrip bestaat. Bv. Virtus iustitiae (De deugd van de rechtvaardigheid) 5. Partitieve genitief Deze genitief geeft het geheel aan in verbinding met een woord dat een deel aanduidt. Bv. Magna pars militum (Een groot deel van de soldaten) Ook de genitief bij particeps, plenus, inops, proprius, communis is een deelsgenitief. OPMERKING: De partitieve genitief van nos - vos is nostrum - vestrum (i.p.v. nostri-vestri) 6. Genitief van hoedanigheid De genitief duidt een eigenschap aan die men bezit; hij is steeds vergezeld van een adjectief. Hij is volledig verwisselbaar met de ablatief van hoedanigheid. 3

Bv. Vir maximi animi (Een uiterst dapper man) 7. Genitief van maat Deze genitief is steeds vergezeld van een telwoord Bv. Puer septem annorum (Een kind van zeven jaar) 8. Genitief van plaats De genitief-locatief antwoordt op de vraag ubi (waar?) als het om namen van steden en kleine eilandjes van de eerste klasse in het enkelvoud gaat Bv. Corinthi est (hij is in Corinthe) OPMERKING: Hier hoort ook de versteende uitdrukking domi militiaeque (in vrede en in oorlogstijd) bij. D. DE DATIEF 1. Het meewerkend voorwerp Deze datief komt voornamelijk voor bij werkwoorden van geven (Bv. dare), zeggen (Bv. dicere) en onpersoonlijke werkwoorden (Bv. videtur, licet). Bv. Cuncta ei narravit (Hij vertelde haar alles) Hierbij hoort ook de datief bij (dis)similis, propinquus, (im)par, vicinus, amicus, familiaris, infestus, iratus Bv. Marcus familiaris erat Luciae (Marcus was bevriend met Lucia) of bij een aantal werkwoorden met vaste naamval, zoals irasci. Ook de praefixdatief hoort hierbij, met name de datief bij samengestelde werkwoorden. Het substantief dat het voorwerp is van dat voorvoegsel, krijgt niet langer de naamval van het corresponderende voorzetsel, maar wel de datief. Bv. Romae adibat (Hij ging naar Rome) 2. Datief van voor- en nadeel Deze datief duidt de persoon of zaak aan die voor- of nadeel ondervindt van de handeling (bij werkwoorden) of de eigenschap (bij adjectieven) Bv. Lex utilis plebi (Een wet die nuttig is voor de volksklasse) Hierbij hoort ook de datief bij esse: deze noemt de persoon die over iets kan beschikken (=datief van bezit) Bv. Regi duo erant filii (De koning had twee zonen) Ook de datief bij een gerundivum hoort bij de datief van voor- of nadeel; deze duidt de persoon aan voor wie een verplichting bestaat Bv. Ridendum nunc tibi non est (Je moet nu niet lachen!) 4

3. Datief van strekking of doel Deze datief komt meestal voor bij esse en bij de werkwoorden die betekenen komen, geven en zenden, en drukt het doel uit dat men nastreeft; de vertaling is meestal te of tot; je kan steeds de standaardvertaling een bron van gebruiken. Bv. Auxilio venire (Te hulp komen, komen als een bron van hulp) De datief van strekking is meestal vergezeld van een tweede datief, nl. een datief van vooren nadeel. De datief van strekking is altijd een zaak, de tweede datief bijna altijd een persoon. Bv. Nobis magno usui erant (Ze waren ons van groot nut, ze waren een bron van groot nut voor ons) E. DE ABLATIEF 1. De eigenlijke ablatief - Ablatief van verwijdering Antwoordt op de vraag unde? waarvandaan. Bv. Accepi Roma litteras (Ik heb een brief gekregen uit Rome) - Ablatief van bevrijding-beroving Staat bij werkwoorden die betekenen bevrijden van, bevrijd zijn van, beroven van, gebrek hebben aan en bij adjectieven die dezelfde gedachte uitdrukken. Bv. Metu liberatus (bevrijd van angst) - Ablatief van vergelijking Duidt bij een comparatief het tweede lid van een vergelijking aan. Bv. Petrus doctior est Paulo (Petrus is geleerder dan Paulus) 2. De ablatief-locatief - ablatief-locatief van plaats Duidt de plaats aan waar men is of waar iets gebeurt. Bv. Carthagine (In Carthago) - ablatief-locatief van tijd Antwoordt op de vraag quando? wanneer, maar ook op de vragen binnen hoeveel tijd, over hoeveel tijd of gedurende hoeveel tijd iets gebeurt. Bv. Mense septembri (In de maand september) 3. De instrumentalis - ablatief van middel Duidt het middel aan waarmee iets gebeurt Bv. Caesus est virgis (Hij werd met roeden gegeseld) Hierbij hoort ook de ablatief van straf Bv. Capite damnare (Ter dood veroordelen) 5

- ablatief van handelend voorwerp Doet de handeling in passieve constructies Bv. Nox luna illustrabatur (De nacht werd verlicht door de maan) - ablatief van oorzaak-reden Duidt de oorzaak of de reden van de handeling aan Bv. Metu mortis omnia prodidit (Uit angst voor de dood verried hij alles) - ablatief van prijs Duidt de prijs aan waarvoor men iets koopt of verkoopt Bv. Decem talentis eam vendidit (Hij verkocht haar voor tien talenten) - ablatief van voorwerp Duidt het voorwerp aan bij uti, frungi, frui, niti, potiri Bv. Officio bene functus est (Hij heeft zijn taak goed vervuld) - ablatief van maat Wordt gebruikt bij comparatieven of werkwoorden met comparatieve waarde, om aan te geven in welke mate het genoemde van iets verschilt Bv. Multo sapientior (Veel wijzer) 4. De beschrijvende ablatief - ablatief van hoedanigheid Duidt de eigenschap die men bezit aan, wordt steeds vergezeld van een adjectief Bv. Vir maximi animi, praestantia prudentia (Een uiterst dapper man, met een buitengewoon inzicht) - ablatief van beperking Wordt vertaald met 'wat... betreft' Bv. Manu validus (Sterk van vuist, sterk wat zijn vuist betreft) - ablatief van wijze Duidt de manier aan waarop de handeling wordt uitgevoerd Bv. Litterae magna cura scriptae (Een met grote zorg geschreven brief) 6