Polsprothese/ Polsarthrodese
In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten tot een operatie voor het polsgewricht op de afdeling Reumatologie of Orthopedie van het Radboudumc. Tijdens deze operatie wordt uw beschadigde polsgewricht vervangen door een kunstgewricht. In deze folder krijgt u informatie over het polsgewricht, de voorbereiding op de operatie, de operatie zelf en de nabehandeling. Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben, stel deze dan gerust aan uw behandelende arts of verpleegkundige. Afbeelding 1. Polsgewricht Oorzaken van slijtage Er zijn verschillende afwijkingen die slijtage van de pols kunnen veroorzaken, zoals kraakbeen- en stofwisselingsziekten en kraakbeenbeschadiging na een botbreuk. Reumapatiënten hebben ook vaak polsproblemen omdat hun ziekte, en de ontsteking die daarbij past het kraakbeen aantast. In sommige gevallen is de oorzaak van een versleten pols onduidelijk. Inleiding Het polsgewricht bestaat uit meerdere onderdelen: het uiteinde van het spaakbeen en de ellepijp aan één kant, de uiteinden van de vijf midhandbeentjes aan de andere kant en meerdere kleine polsbotjes die met elkaar verbonden zijn. In een gezond gewricht zijn de uiteinden van de botten bedekt met een laagje kraakbeen, zodat de pols soepel kan bewegen (afbeelding 1). Als het kraakbeen van een pols ernstig beschadigd is of versleten, is vervanging of vastzetten van de pols soms een oplossing. De informatie in deze folder heeft betrekking op deze twee operaties. Klachten Bij een beschadigde of versleten pols treedt pijn, stijfheid en soms een krakend geluiden op bij bewegen en zwelling van het gewricht. In de loop van de tijd kunnen ook bewegingsbeperkingen, standsveranderingen en instabiliteit in het gewricht optreden. Voor de behandeling van een polsgewricht zijn meerdere operaties mogelijk en de keuze daartussen wordt bepaald 1
door de uitgangssituatie. De belangrijkste redenen voor een polsoperatie zijn pijnvermindering en/of verbeteren van de functie van de pols en hand. De pijn verdwijnt grotendeels na de operatie maar u kunt wel tijdelijk een andere soort pijn ervaren die in de loop van de tijd geleidelijk minder zal worden. De bewegingsmogelijkheden van uw arm na een polsprothese hangen af van de bewegingen van de pols die u voor de operatie kon uitvoeren. Na vastzetten van de pols (polsarthrodese) is de beweging van dit gewricht niet mogelijk maar neemt de stabiliteit van dit gewricht sterk toe en daarmee ook de functie van de hand. Voor de opname De ernst van de aandoening wordt vastgesteld aan de hand van uw klachten in combinatie met een lichamelijk onderzoek, röntgenonderzoek en functieonderzoek van de hand. Als de conditie van de pols het toelaat kiest de orthopeed, samen met de plastisch chirurg, ergotherapeut en reumatoloog, soms voor een polsprothese. Maar als de pols erg beschadigd is, is het vaak beter om de pols vast te zetten. Voor deze ingreep brengt u een bezoek aan de preoperatieve polikliniek anesthesiologie. Een operatie is een ingrijpende gebeurtenis en het herstel vraagt veel wilskracht en inspanning van u en uw familie. Een goede voorbereiding is belangrijk. Aangezien u na de operatie enige tijd uw hand minder kan gebruiken, bent u afhankelijk van hulp van familie of vrienden bij het zichzelf verzorgen, doen van boodschappen en het huishouden. Wanneer u geen beroep kunt doen op hun hulp, bespreek dan met uw huisarts en specialist de mogelijkheid van hulp thuis of tijdelijke opvang elders. Anesthesie Omdat de ingreep onder anesthesie (verdoving/narcose) gebeurt, brengt u vooraf een bezoek aan het preoperatieve spreekuur van de anesthesioloog. Tijdens dit gesprek wordt uw algehele gezondheidstoestand beoordeeld. Indien nodig worden aanvullende onderzoeken afgesproken. Ook krijgt u uitleg over de mogelijke vormen van anesthesie en de gang van zaken rondom de operatie. Informatie over de anesthesie, het nuchter zijn, de verkoeverafdeling en de pijnbehandeling vindt u ook in de folder Behandeling of onderzoek onder anesthesie. Medicatie Als u medicijnen gebruikt die de bloedstolling beïnvloeden (acenocoumarol 2
of fenprocoumon) dan moet u hier ruim voor de ingreep mee stoppen. Overleg dit vooraf met de anesthesioloog en uw behandelende arts. Tijdens de operatie Bij de operatie wordt de pols opengemaakt door een snede over de bovenzijde van de pols. Polsprothese (afbeelding 2) Tijdens de operatie verwijdert de orthopeed een deel van de kleine polsbotjes om plaats te maken voor de prothese. Een kunstkom wordt geplaatst die met een pin in de mergholte van het spaakbeen vastgezet wordt. Vervolgens wordt een nieuwe kleine kunstkop met een pin in de mergholte van het tweede of derde handwortelbeentje vastgezet wordt. Polsarthrodese (afbeelding 3) Tijdens de operatie maakt de orthopeed het spaakbeen, de kleine polsbotjes en de tweede of derde handwortelbeentjes aan elkaar vast met een metalenplaat en enkele schroefjes. In de loop van de tijd (meestal in ongeveer twee maanden) groeien deze aan elkaar en wordt de pols daardoor stabiel. Tijdens de operaties en soms ook enige dagen na de ingreep krijgt u antibiotica om de kans op een infectie te verkleinen. De ingreep duurt ongeveer een tot twee uur. Na de operatie Na de operatie gaat u naar de verkoeverafdeling waar gedurende de eerste uren intensieve bewaking en controle Afbeelding 2: Polsprothese Afbeelding 3: Polsarthrodese 3
plaatsvinden. Als deze controles goed zijn gaat u terug naar de verpleegafdeling. Na de operatie kunt u last hebben van misselijkheid en pijn. Meer informatie over pijnbehandeling kunt u lezen in de folder Behandeling of onderzoek onder anesthesie. Na de operatie krijgt u een infuus voor toediening van vocht de eerste dag(en). De eerste dag na de operatie is het belangrijk dat u de arm en elleboog goed hoog legt om de zwelling rond de wond snel te laten afnemen. Daarnaast wordt het gevoel in uw hand en vingers nauwkeurig gecontroleerd. Als uw hand en pols slanker zijn geworden krijgt u een gips aangemeten. Polsprothese (afbeelding 2) Direct na de operatie wordt er een gipsspalk aangemeten, die u twee weken zult dragen. Daarna een krijgt u een afneembare spalk gedurende zes weken en gaat u zelf oefenen. Polsarthrodese (afbeelding 3) Na de operatie krijgt u een onderarm gips dat u zes weken draagt om de pols goed vast te laten groeien. Nabehandeling Wanneer uw pols ondanks de pijnstilling veel pijn doet en dik wordt, moet u de verpleegkundige waarschuwen omdat dit zou kunnen duiden op een nabloeding. Na de operatie wordt de hand op een kussen hoog gelegd of aan een infuus paal bevestigd. De hand komt zo hoger te hangen dan uw lichaam. Dit dient ervoor om de zwelling, die na de operatie altijd ontstaat, zo snel mogelijk te laten afnemen. Naast de pijnstillers krijgt u tot u voldoende mobiel bent, dagelijks een injectie toegediend om trombose te voorkomen. De wondhechtingen kunnen oplosbaar zijn en hoeven niet verwijderd te worden, de knoopjes aan weerszijden van de wond kunnen door de huisarts verwijderd worden na veertien dagen. Indien de hechtingen niet oplosbaar zijn kan de huisarts deze verwijderen twee weken na de operatie. U start de eerste dag na de operatie met het oefenprogramma onder leiding van de fysiotherapie. De fysiotherapeut legt u uit hoe u de oefeningen moet uitvoeren en u moet ook zelfstandig oefenen. Als de pols vastgezet is door middel van een polsarthrodese, dan hoeft u geen oefentherapie te doen. Zwelling en warmte rond de wond en 4
de arm kunnen behandeld worden met koudepakkingen. Wanneer de pijn goed onder controle is en u op een veilige en juiste manier kan bewegen en oefenen, dan mag u naar huis. Naar huis Voordat u naar huis gaat krijgt u van de fysiotherapeut, de arts en de verpleegkundige instructie over wat u met uw nieuwe pols wel en niet kunt en mag doen. Van de fysiotherapeut ontvangt u adviezen. Zij zorgen ook voor het aanvragen van fysiotherapie in de thuissituatie en besluiten in overleg met u welke fysiotherapeut u daar gaat behandelen. De eerste vier weken na operatie mag u de volgende activiteiten niet doen: fietsen, bromfietsen, autorijden, sporten, koken, zwaar huishoudelijke werk. Als u tussen de controles klachten van het gips of de spalk krijgt, neem dan contact met de orthopeed. Poliklinische controle bij de orthopeed samen met een nieuwe foto van de pols vinden plaats zes weken na de operatie. Indien u onder controle bent bij de reumatoloog wordt die afspraak ook voor u geregeld als u weer naar huis mag. Infectie Als prothesedrager blijft de kans op infectie bestaan. Wanneer u huidinfecties heeft (bijvoorbeeld ontstoken wondjes, puistjes of een ontstoken ingegroeide teennagel) moet u contact opnemen met uw huisarts of de uw behandelende specialist. Bij plotseling optredende pijn, zwelling en warmte geldt hetzelfde advies. Ook moet u de huisarts, tandarts of specialist van tevoren inlichten als tanden of kiezen getrokken worden, tandwortelbehandelingen of andere operaties en ingrepen gaan plaatsvinden. U kunt tijdens deze ingrepen beschermd worden met antibiotica om een infectie te vermijden. 5
Noteer hier uw vragen
Noteer hier uw vragen
Radboud universitair medisch centrum 12-2008-6249