2014 Doss. no. 13A600 Tilburg, 3 maart 2015 2014 Bureau Milieu & Werk BV Kraaivenstraat 21-15 Postbus 10311 5000 JH Tilburg Tel: 013-5434400 Fax: 013-5443102 E-mail: Info@bureaumw.com
kilogram per inwoner per jaar B U R E A U Bestuurlijke samenvatting De gemeente Drimmelen streeft naar optimalisatie van de scheiding van afval en ombuiging van de afvalstroom richting hergebruik. Daartoe wil de gemeente beschikken over betrouwbare informatie aangaande de mate waarin nog herbruikbare componenten in het fijn restafval aanwezig zijn en in hoeverre met de huidige inzamelsystemen de landelijke en regionale doelstellingen voor hergebruik en maximale hoeveelheden restafval worden gerealiseerd. Door de resultaten van de sorteeranalyse te koppelen aan de inzamelcijfers, kunnen uitspraken worden gedaan over de effectiviteit van de gescheiden inzameling in de gemeente Drimmelen. Samenstelling fijn restafval In figuur 1 is het resultaat van de sorteeranalyse van het fijn restafval (2014) gerelateerd aan de hoeveelheid fijn restafval die in 2014 werd ingezameld per inwoner in Drimmelen. Als vergelijking is ook de samenstelling van het fijn restafval in 2012 en 2013 weergegeven. 138 135 140 overig fijn huishoudelijk afval 40 45 48 kunststoffen textiel 22 6 13 3 26 24 6 3 6 5 9 9 glas bruikbaar papier 55 46 48 gft-afval 2012 2013 2014 Figuur 1 Samenstelling fijn restafval 2012, 2013 en 2014 in kilogram per inwoner. Overig huishoudelijk afval bestaat uit: metalen, puin, hout, hygiënisch papier, drankkartons, kca, tapijten, matten, leer, rubber en ondefinieerbaar afval. 2
Resultaat Drimmelen getoetst aan doelstellingen Het scheidingsresultaat in Drimmelen in 2014 en wat haalbaar is in Drimmelen op basis van nog aanwezige waardevolle herbruikbare grondstoffen in het fijn restafval en welk deel hiervan redelijkerwijze nog apart is in te zamelen, is getoetst aan de regionale en landelijke doelstellingen. De landelijke doelstellingen zijn uitgedrukt in een percentage hergebruik en een maximale hoeveelheid restafval per inwoner. De regionale doelstellingen zijn alleen uitgedrukt in een maximale hoeveelheid restafval per inwoner. Hergebruik is inclusief nascheiding. Voor 'Drimmelen 2014' en 'Drimmelen haalbaar' is het uitgangspunt dat alle apart ingezamelde afval voor 100 % wordt hergebruikt. Geen rekening is gehouden met eventuele nascheiding van fijn en/ of grof restafval. percentage hergebruik* hoeveelheid restafval per inwoner Drimmelen 2014 68% 152 kg Drimmelen haalbaar 73% 126 kg landelijke doelstelling 2015 65% geen doelstelling landelijke doelstelling 2020 75% 100 kg landelijke doelstelling 2025 geen doelstelling 30 kg regionale doelstelling 2017 geen doelstelling 150 kg regionale doelstelling 2030 geen doelstelling 0 kg - De landelijke doelstelling van 65 % hergebruik in 2015 wordt in Drimmelen met 68 % nu al gehaald. - De landelijke doelstelling van 75 % hergebruik en maximaal 100 kilogram restafval per inwoner in 2020 wordt in Drimmelen nog niet gehaald. - De regionale doelstelling van 150 kilogram restafval per inwoner in 2017 wordt in Drimmelen met 152 kilogram nu al bijna gehaald. Realisatie van de regionale doelstelling van 0 kilogram restafval in 2030 is nog ver weg. - Op basis van ervaringen in het land kan worden gesteld dat de doelstelling uit de Regionale afvalvisie voor 2030 (0 kilogram restafval) zeer ambitieus is en niet mogelijk zonder radicale wijzigingen in de huidige manier van afvalinzameling. Met alleen het optimaliseren van bestaande voorzieningen zal deze doelstelling nooit worden gehaald. Overigens dient te worden opgemerkt dat Afvalvrij als zodanig niet bestaat. 3
Inhoudsopgave 1. Inleiding 5 2. Beleidskaders en doelstellingen 7 2.1 Landelijk 7 2.2 Regionaal 8 3. Samenstelling fijn restafval 9 3.1 Samenstelling fijn restafval in (%) 9 3.2 Samenstelling fijn restafval (in kilogram per inwoner per jaar) 11 4. Resultaat gescheiden inzameling 12 5. Effect gescheiden inzameling 13 5.1 Respons op de gescheiden inzameling 13 5.1.1 Respons op de gescheiden inzameling van gft 14 5.1.2 Respons op de gescheiden inzameling van papier 15 5.1.3 Respons op de gescheiden inzameling van glas 16 5.1.4 Respons op de gescheiden inzameling van textiel 17 5.1.5 Respons op de gescheiden inzameling van kca 18 5.1.6 Respons op de gescheiden inzameling van kunststof verpakkingen 19 5.2 Apart ingezameld fijn en grof huishoudelijk afval 20 5.2.1 Apart ingezameld fijn huishoudelijk afval 20 5.2.2 Apart ingezameld grof huishoudelijk afval 21 5.2.3 Apart ingezameld totaal fijn én grof huishoudelijk afval 22 6. Aanbod huishoudelijk fijn én grof huishoudelijk afval 23 7. Optimalisatiemogelijkheden en CO 2 besparing 24 7.1 Optimalisatiemogelijkheden 24 7.2 CO 2 besparing 26 8. Ontwikkeling inzamelresultaat en responscijfers 28 9. Conclusies 32 Bijlage 1 Werkwijze 33 Bijlage 2 Inzamelresultaten Drimmelen 34 4
1. Inleiding De gemeente Drimmelen streeft naar optimalisatie van de scheiding van afval en ombuiging van de afvalstroom richting hergebruik. Daartoe wil de gemeente beschikken over betrouwbare informatie aangaande de mate waarin nog herbruikbare componenten in het fijn restafval aanwezig zijn en in hoeverre met de huidige inzamelsystemen de landelijke en regionale doelstellingen voor hergebruik en maximale hoeveelheden restafval worden gerealiseerd. Tegen deze achtergrond heeft de gemeente Drimmelen aan Bureau Milieu & Werk BV (Tilburg) gevraagd voor de opzet en de uitvoering van een afvalmonitor / effectmeting, een instrument om zicht te krijgen op de (financiële) optimalisatiemogelijkheden voor het afvalbeheer binnen de gemeenten en de mate waarin beleidsdoelstellingen worden gerealiseerd. De afvalmonitor bestaat uit een sorteeranalyse van het fijn restafval en monitoring van de inzamelgegevens. Door de gegevens van de sorteeranalyse van het huishoudelijk restafval te koppelen aan de inzamelresultaten kunnen uitspraken worden gedaan over de effectiviteit van de gescheiden inzameling en mogelijkheden tot optimalisatie van het inzamelsysteem (effectmeting). De afvalmonitor heeft betrekking op het jaar 2014. Als vergelijking zijn de resultaten over 2012 en 2013 weergegeven. 5
leeswijzer In hoofdstuk 2 is het landelijk en regionaal kader voor het afvalbeleid weergegeven. In hoofdstuk 3 staan de resultaten vermeld van de sorteeranalyse gehouden in april 2014 (1 e meting) en september 2014 (2 e meting). Als vergelijking zijn de resultaten van 2012 en 2013 weergegeven. Hoofdstuk 4 behandelt de inzamelresultaten van de gescheiden ingezamelde afvalstromen in 2014. Als vergelijking zijn de inzamelresultaten van 2011 en 2012 weergegeven. Om de effectiviteit van de gescheiden inzameling te bepalen zijn de resultaten van de sorteeranalyse uit 2014 gekoppeld aan de inzamelresultaten van de afzonderlijke deelstromen in 2014 (hoofdstuk 5). Als vergelijking zijn de sorteergegevens uit 2012 en 2013 en de hieraan gekoppelde inzamelcijfers van 2012 en 2013 weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt het aanbod huishoudelijk afval en grof huishoudelijk afval geschetst en in hoofdstuk 7 zijn de optimalisatiemogelijkheden en CO 2 besparing weergegeven. In hoofdstuk 8 wordt de ontwikkeling van het inzamelresultaat alsmede de respons van 2000 t/m 2014 weergegeven en hoofdstuk 9 bevat de conclusies.. 6
2. Beleidskaders en doelstellingen 2.1 Landelijk Landelijk Afvalbeheerplan 2009-2021 Het Landelijk Afvalbeheerplan 2009 2021 (LAP2) vormt het kader voor het gemeentelijk afvalbeleid. Het plan geeft aan dat een vermindering van de milieudruk noodzakelijk is. Het afvalstoffenbeleid moet een bijdrage leveren aan de ambities op het gebied van duurzaamheid. In LAP2 is daarom ingezet op grondstoffenbeleid. Het beleid dient zich niet alleen meer te richten op de eindfase van materiaalketens, het afvalstadium, maar op de gehele materiaalketen. Conform de prioriteitsvolgorde of ladder van Lansink ligt het accent op het voorkomen van afval en de wel ontstane afvalstromen als grondstof te hergebruiken. In LAP2 zijn zeven afvalstromen waarvan de milieudruk hoog is geselecteerd als prioritair voor de ketenaanpak in het afvalbeleid, te weten papier en karton, textiel, bouw- en sloopafval, organisch afval/ voedselresten, aluminium, PVC en grof huishoudelijk afval. In het LAP2 is voor 2015 een doelstelling geformuleerd van 60 % nuttige toepassing/ hergebruik (totaal bron- en nascheiding) van alle (grof) huishoudelijk afval. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft in augustus 2011 in zijn Afvalbrief de ambitie neergelegd om in 2015 van de totale hoeveelheid afval die vrijkomt uit huishoudens 65 % te recyclen. Dit is dus een feitelijke bijstelling van de doelstelling uit LAP2. Publiek Kader en Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval t/m 2025 In januari 2014 heeft de staatssecretaris de ambitie die is opgenomen in LAP2 nog verder aangescherpt in het programma Van Afval Naar Grondstof. In Van Afval Naar Grondstof staat dat 75 % van het huishoudelijk afval in 2020 geschikt moet zijn voor hergebruik. In de verdere toekomst moet 100 % van het huishoudelijk afval hergebruikt worden. 1 december 2014 heeft de staatssecretaris het Publiek Kader Huishoudelijk Afval en het Uitvoeringsprogramma Huishoudelijk Afval naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin is naast een hergebruiksdoelstelling ook een doelstelling voor de maximale hoeveelheid restafval (totaal van fijn en grof restafval) gedefinieerd, te weten 100 kilogram per inwoner in 2020 en 30 kilogram in 2025. Deze ambitie vormt voor de gemeente geen dwingend kader, maar is politiek hoogst actueel en wordt volop opgepakt door de markt. 7
Kern van het Publiek Kader is dat huishoudelijke product- en materiaalketens worden gesloten en dat dit gebeurt aan de hand van drie uitgangspunten: de vervuiler betaalt; de dynamiek van burgers en bedrijven krijgt de ruimte; marktfalen wordt tegengegaan. Om deze visie uit te voeren is het Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval ontwikkeld om structureel aan de slag te gaan met het motiveren, faciliteren en betrekken van de gemeenten, de burger en andere ketenpartijen aan de hand van verschillende activiteiten. Het merendeel van de activiteiten richt zich met name op de periode tot en met 2017, maar het uitvoeringsprogramma heeft een doorlooptijd tot 2025. Samenvatting landelijke doelstellingen Percentage hergebruik Hoeveelheid restafval per inwoner Landelijke doelstelling 2015 65 % Geen doelstelling Landelijke doelstelling 2020 75 % 100 kg Landelijke doelstelling 2025 Geen doelstelling 30 kg 2.2 Regionaal De Regio West-Brabant heeft in 2012 een regionale afvalvisie opgesteld. De Regionale Afvalvisie kijkt verder vooruit dan het landelijk beleid en heeft het niet over recycling maar over de afname van de hoeveelheid restafval, hetgeen in feite op hetzelfde neerkomt. De Afvalvisie spreekt verder niet over percentages maar over kilo s. De visie gaat ervan uit dat de hoeveelheid restafval in 2017 is verminderd tot 150 kg per inwoner per jaar en tot 0 kg per inwoner per jaar in 2030. De visie is een stuurmiddel voor de gemeenten. Elke gemeente zal er voor zichzelf mee aan de slag moeten gaan om de gestelde doelen te halen. Het college van gemeente Drimmelen heeft op 3 juli 2012 de conceptversie van de afvalvisie vastgesteld. Samenvatting regionale doelstellingen Regionale doelstelling 2017 Regionale doelstelling 2030 Hoeveelheid restafval per inwoner 150 kg 0 kg 8
3. Samenstelling fijn restafval 3.1 Samenstelling fijn restafval in (%) In tabel 3.1 is de samenstelling (%) van het fijn restafval in de gemeente Drimmelen weergegeven. Het betreft een gemiddelde waarde van de twee metingen in 2014. Als vergelijking zijn de gemiddelde sorteerresultaten van 2012 en 2013 weergegeven. Naast deze gegevens wordt een indicatieve waardering gegeven van het aandeel van de verschillende componenten op basis van sorteeranalyses in gemeenten met een vergelijkbare grootte en bebouwing (databank Bureau Milieu & Werk BV). 'Weinig' is een positieve waardering, 'veel' een negatieve waardering. Met betrekking tot klein chemisch afval moet worden aangetekend dat er grote schommelingen in het aandeel kca kunnen optreden als gevolg van de kleine absolute hoeveelheid kca die aanwezig is in het fijn restafval. 9
Aandeel in fijn restafval Drimmelen 2012 2013 2014 Component % % % waardering gft-afval 39,8 34,2 34,1 normaal papier en karton 9,3 6,3 6,6 weinig tot normaal hygiënisch papier 9,4 8,0 8,9 normaal drankkartons 3,1 3,0 2,7 normaal kunststoffen 16,1 19,6 17,2 normaal glas 1,8 2,6 3,4 normaal metalen 2,9 3,9 5,7 veel textiel 4,1 4,1 4,4 normaal puin en keramiek 3,9 6,0 3,8 normaal hout 3,1 2,2 1,9 weinig klein chemisch afval <0,1 0,1 0,1 weinig wit- en bruingoed 0,9 0,3 0,6 weinig overig afval 5,7 9,9 10,7 veel totaal 100,0 100,0 100,0 subanalyse gft-afval tuinafval 4,9 1,8 3,5 snoeiafval 3,7 1,8 0,5 etensresten 31,2 30,7 30,2 subanalyse hygiënisch papier luiers 3,3 4,9 4,8 overig hygiënisch papier 6,1 3,3 4,1 subanalyse kunststoffen kunststofverpakkingen 7,9 8,6 10,2 overig kunststof 8,2 11,0 7,1 ga = geen analyse Tabel 3.1 Samenstelling fijn restafval Drimmelen Toelichting 2014: Metalen bevat veel blik, rekjes en een gordijn Kca: batterijen, verf Wit- en bruingoed: autoradio, afstandsbediening, speelgoed, transformator, elektrische tandenborstel, wekkerradio, mobiele telefoons Overig afval bevat een bureaustoel, kattenbakkorrels, stofzuigerzakken, zeep, deurmatten en kussens 10
kilogram per inwoner per jaar B U R E A U 3.2 Samenstelling fijn restafval (in kilogram per inwoner per jaar) In figuur 3.1 is het resultaat van de sorteeranalyse van het fijn restafval (2014) gerelateerd aan de hoeveelheid fijn restafval die in 2014 werd ingezameld per inwoner in de gemeente Drimmelen. Als vergelijking is de samenstelling van het fijn restafval in 2012 en 2013 weergegeven. 138 135 140 overig fijn huishoudelijk afval 40 45 48 kunststoffen textiel 22 6 13 3 26 24 6 3 6 5 9 9 glas bruikbaar papier 55 46 48 gft-afval 2012 2013 2014 Figuur 3.1 Samenstelling fijn restafval 2012, 2013 en 2014 in kilogram per inwoner. Overig huishoudelijk afval bestaat uit: metalen, puin, hout, hygiënisch papier, drankkartons, kca, tapijten, matten, leer, rubber en ondefinieerbaar afval. 11
4. Resultaat gescheiden inzameling In tabel 4.1 is aangegeven hoeveel gft-afval, papier, glas, textiel, kunststof verpakkingen en kca gescheiden is ingezameld in 2014. Als vergelijking is het inzamelresultaat van 2012 en 2013 weergegeven. Het inzamelresultaat is afgezet tegen het landelijk gemiddelde inzamelresultaat in 2013 voor vergelijkbare weinig stedelijke gemeenten (cijfers 2014 zijn nog niet beschikbaar). Opvallend is de afname van de hoeveelheid ingezameld glas. De afname van het ingezameld papier is een landelijke trend. Dit is mogelijk een effect van de economische crisis of de afname van het papierverbruik door de toegenomen digitalisering. inzamelresultaat in kg per inwoner 2012 2013 2014 CBS weinig stedelijk 2013 gft 90 84 86 102 papier 68 66 64 68 glas 29 30 26 23 textiel 3,2 3,2 2,9 4,4 kunststof verpakkingen 13 14 14 10 kca 2,28 2,06 2,05 1,30 Tabel 4.1 Inzamelresultaat gft-afval en droge componenten (2012, 2013 en 2014) in relatie tot CBS gemiddelde 2013 De inzamelcijfers geven geen volledig beeld over hoe goed of slecht een gemeente presteert met betrekking tot afvalscheiding. Uitgedrukt in kilogram per inwoner zamelt de gemeente Drimmelen minder papier in dan gemiddeld in vergelijkbare weinig stedelijke gemeenten. Of deze score goed of slecht is kan echter pas worden bepaald als ook bekend is hoeveel papier er nog in het fijn restafval terechtkomt. De ingezamelde hoeveelheid papier en het aandeel papier in het fijn restafval bij elkaar opgeteld vormen de totaal vrijkomende hoeveelheid papier (dit kan sterk verschillen per gemeente). Zo kan worden berekend hoeveel procent van alle vrijkomende papier apart wordt ingezameld (de respons). In het volgende hoofdstuk worden deze responsberekeningen voor een aantal afvalstromen gemaakt en vergeleken met de respons van vergelijkbare weinig stedelijke gemeenten uit de database van bureau Milieu & Werk BV. 12
5. Effect gescheiden inzameling 5.1 Respons op de gescheiden inzameling In de paragrafen 5.1.1 tot en met 5.1.6 is de respons op de inzameling van respectievelijk gft, papier, glas, textiel, kca en kunststof verpakkingen weergegeven. Dit is derhalve hoeveel van elke afvalstroom apart wordt ingezameld (inzamelcijfers 2014) ten opzichte van de totale aanwezige hoeveelheid in het huishoudelijk afval (sorteercijfers 2014). De respons op de papierinzameling is berekend op basis van het papier dat voor hergebruik geschikt is. De responscijfers zijn vergeleken met de responscijfers van 2012 en 2013. Voor Drimmelen is een waardering gegeven van de respons op de inzameling van gftafval, papier, glas, textiel, kca en kunststof verpakkingen op basis van een vergelijking met resultaten in vergelijkbare weinig stedelijke gemeenten. Als referentie is gebruik gemaakt van het databestand van Bureau Milieu & Werk BV (het CBS heeft deze gegevens niet). Het betreft de gegevens 2012 en 2013 van 16 weinig stedelijke gemeenten. Dit betreft 6 diftar gemeenten en 10 niet-diftar gemeenten. De gegevens over 2014 zijn nog niet volledig beschikbaar (van de meeste gemeenten heeft Bureau Milieu & Werk BV nog geen inzamelcijfers van 2014). Een waardering met normaal betekent dat de meeste vergelijkbare weinig stedelijke gemeenten deze responsscore realiseren. Een waardering met laag betekent dat het beter kan, de meeste vergelijkbare weinig stedelijke gemeenten realiseren een hogere responsscore. Een waardering met hoog betekent dat het goed gaat en de meeste vergelijkbare weinig stedelijke gemeenten een lagere responsscore realiseren. 13
kilogram per inwoner B U R E A U 5.1.1 Respons op de gescheiden inzameling van gft Uit de inzamelresultaten blijkt dat in 2014 per inwoner in de gemeente Drimmelen 86 kilogram gft apart wordt ingezameld. Uit de sorteeranalyse blijkt dat er nog 48 kilogram gft in het fijn restafval aanwezig is. Totaal komt er per inwoner 134 kilogram gft per jaar vrij, waarvan 64 % (= 86 kilogram per inwoner) apart wordt ingezameld. 36 % (= 48 kilogram per inwoner) komt nog in het fijn restafval terecht (zie figuur 5.1). Het responsresultaat is afgezet tegen het gemiddelde resultaat in vergelijkbare weinig stedelijke gemeenten (databestand Bureau Milieu & Werk BV). Uit de vergelijking blijkt dat Drimmelen met 64 % een hoge responsscore voor gft-afval realiseert. 62% 65% 64% 59% 90 84 86 94 apart ingezameld gft-afval 55 46 48 65 gft-afval in fijn restafval 2012 2013 2014 BMW weinig stedelijk 2013 Figuur 5.1 Respons op de gescheiden inzameling van gft-afval 14
kilogram per inwoner B U R E A U 5.1.2 Respons op de gescheiden inzameling van papier In 2014 is 87 % (= 64 kilogram per inwoner) van alle papier apart ingezameld (zie figuur 5.2). 13 % (= 9 kilogram per inwoner) verdwijnt nog in het fijn restafval. De totale hoeveelheid papier die vrijkomt in Drimmelen neemt jaarlijks af. Er wordt minder ingezameld en ook minder papier in het fijn restafval aangetroffen. De respons is in 2014 licht gedaald. Uit de vergelijking met het gemiddelde resultaat uit het databestand van Bureau Milieu & Werk BV blijkt dat de respons in Drimmelen een hoge score is voor een weinig stedelijke gemeente. 84% 89% 87% 82% 68 66 64 68 apart ingezameld papier 13 9 9 15 papier in fijn restafval 2012 2013 2014 BMW weinig stedelijk 2013 Figuur 5.2 Respons op de gescheiden inzameling van papier 15
kilogram per inwoner B U R E A U 5.1.3 Respons op de gescheiden inzameling van glas In 2014 is 84 % (= 26 kilogram per inwoner) van alle glas apart ingezameld (zie figuur 5.3). 16 % (= 5 kilogram per inwoner) verdwijnt nog in het fijn restafval. Uit de vergelijking met het gemiddelde resultaat uit het databestand van Bureau Milieu & Werk BV blijkt dat dit een hoge responsscore is voor een weinig stedelijke gemeente. 92% 90% 84% 78% 29 30 26 23 apart ingezameld glas 3 3 5 6 glas in fijn restafval 2012 2013 2014 BMW weinig stedelijk 2013 Figuur 5.3 Respons op de gescheiden inzameling van glas 16
kilogram per inwoner B U R E A U 5.1.4 Respons op de gescheiden inzameling van textiel In 2014 is 32 % (= 2,9 kilogram per inwoner) van alle textiel apart ingezameld (zie figuur 5.4). 68 % (= 6,1 kilogram per inwoner) verdwijnt nog in het fijn restafval. Uit de vergelijking met het gemiddelde resultaat uit het databestand van Bureau Milieu & Werk BV blijkt dat dit een lage responsscore is voor een weinig stedelijke gemeente. 36% 37% 32% 3,2 3,2 2,9 39% 4,6 apart ingezameld textiel 5,7 5,5 6,1 7,3 textiel in fijn restafval 2012 2013 2014 BMW weinig stedelijk 2013 Figuur 5.4 Respons op de gescheiden inzameling van textiel 17
kilogram per inwoner B U R E A U 5.1.5 Respons op de gescheiden inzameling van kca In 2014 is 97 % (= 2,05 kilogram per inwoner) van alle kca apart ingezameld (zie figuur 5.5). Uit de vergelijking met het gemiddelde resultaat uit het databestand van Bureau Milieu & Werk BV blijkt dat dit een hoge score is voor een weinig stedelijke gemeente. 99% 97% 97% 66% 2,28 2,06 2,05 1,72 apart ingezameld kca 0,14 0,01 0,07 0,88 kca in fijn restafval 2012 2013 2014 BMW weinig stedelijk 2013 Figuur 5.5 Respons op de inzameling van kca 18
kilogram per inwoner B U R E A U 5.1.6 Respons op de gescheiden inzameling van kunststof verpakkingen In 2014 is 49 % (= 13,9 kilogram per inwoner) van alle kunststof verpakkingen apart ingezameld (zie figuur 5.6). Uit de vergelijking met het gemiddelde resultaat uit het databestand van Bureau Milieu & Werk BV blijkt dat de responsscore in Drimmelen hoog is voor een weinig stedelijke gemeente. 55% 48% 49% 35% 13,2 13,8 13,9 10,7 apart ingezamelde kunststof verpakkingen 10,9 14,9 14,2 19,6 kunststof verpakkingen in fijn restafval 2012 2013 2014 BMW weinig stedelijk 2013 Figuur 5.6 Respons op de inzameling van kunststof verpakkingen 19
kilogram per inwoner B U R E A U 5.2 Apart ingezameld fijn en grof huishoudelijk afval 5.2.1 Apart ingezameld fijn huishoudelijk afval In Drimmelen is in 2014 met het apart inzamelen van gft, papier, glas, textiel, kunststof verpakkingen en kca per inwoner 194 kilogram apart ingezameld voor hergebruik. Aan fijn én grof restafval had elke inwoner gemiddeld 140 kilogram. De totaal vrijkomende hoeveelheid afval bedraagt 334 kilogram per inwoner (= 194 + 140). Dit betekent dat 58% (= 194 kilogram per inwoner) apart is ingezameld. (zie figuur 5.7). In vergelijkbare gemeenten ligt dit percentage op 54 % (CBS 2013). 60% 60% 58% 54% 206 199 194 210 apart ingezameld fijn huishoudelijk afval 138 135 140 176 fijn restafval 2012 2013 2014 CBS weinig stedelijke gemeenten 2013 Figuur 5.7 Apart ingezameld fijn huishoudelijk afval 20
kilogram per inwoner B U R E A U 5.2.2 Apart ingezameld grof huishoudelijk afval In Drimmelen wordt 91 % (= 125 kilogram per inwoner) van alle grof huishoudelijk afval apart ingezameld en is beschikbaar voor hergebruik (zie figuur 5.8). In vergelijkbare gemeenten ligt dit percentage op 83 % (CBS 2013). 90% 90% 91% 83% 131 126 125 111 apart ingezameld grof huishoudelijk afval 15 13 12 22 grof restafval 2012 2013 2014 CBS weinig stedelijke gemeenten 2013 Figuur 5.8 Apart ingezameld grof huishoudelijk afval 21
kilogram per inwoner B U R E A U 5.2.3 Apart ingezameld totaal fijn én grof huishoudelijk afval In Drimmelen wordt 68 % van het totaal aan fijn én grof huishoudelijk afval apart ingezameld en is beschikbaar voor hergebruik. In vergelijkbare gemeenten ligt dit percentage op 62 % (CBS 2013). 69% 69% 68% 62% 337 325 319 321 apart ingezameld fijn én grof huishoudelijk afval 153 148 152 198 fijn én grof restafval 2012 2013 2014 CBS weinig stedelijke gemeenten 2013 Figuur 5.9 Apart ingezameld totaal fjin én grof huishoudelijk afval 22
kilogram per inwoner per jaar B U R E A U 6. Aanbod huishoudelijk fijn én grof huishoudelijk afval In figuur 6.1 is het totale aanbod fijn én grof huishoudelijk afval per inwoner in 2014 weergegeven. Onder aanbod wordt verstaan het totaal van het ingezamelde grof en fijn restafval plus de gescheiden ingezamelde afvalstromen. Ter vergelijking is het aanbod van 2012 en 2013 weergegeven, alsmede het CBS-gemiddelde voor weinig stedelijke gemeenten in 2013. voorbeeld-berekening aanbod gft-afval Drimmelen in 2014 gescheiden ingezameld aandeel in fijn restafval totaal 86 kg/inw/j 46 kg/inw/j 132 kg/inw/j 490 146 54 24 31 81 9 473 470 139 137 59 60 29 28 9 33 30 9 74 73 519 133 386 grof huishoudelijk afval fijn huishoudelijk afval totaal overig fijn huishoudelijk afval kunststoffen textiel glas bruikbaar papier 145 131 132 gft-afval 2012 2013 2014 CBS weinig stedelijke gemeenten 2013 Figuur 6.1 Aanbod fijn én grof huishoudelijk afval. Overig huishoudelijk afval bestaat uit: metalen, puin, hout, hygiënisch papier, drankkartons, kca, tapijten en matten, leer, rubber en ondefinieerbaar afval. 23
7. Optimalisatiemogelijkheden en CO 2 besparing 7.1 Optimalisatiemogelijkheden In tabel 7.1 is een haalbaar resultaat geformuleerd voor scheiding aan de bron van het totaal aan alle fijn en grof huishoudelijk afval. Uitgangspunt bij het vaststellen van dit haalbaar resultaat is de mate waarin gft-afval, papier en karton, glas, textiel, kca en kunststof verpakkingen nog in het fijn restafval voorkomen (op basis van de sorteeranalyse) en welk deel hiervan redelijkerwijs nog apart is in te zamelen. Er is geen onderzoek gedaan naar de samenstelling van het grof restafval. Bij het berekenen van het haalbaar resultaat wordt dan ook uitgegaan van de in Drimmelen reeds gerealiseerde bronscheiding voor grof huishoudelijk afval van 91 %. Op basis van bovenstaande kan in Drimmelen totaal onder de streep 73 % bronscheiding worden gerealiseerd en een maximale hoeveelheid restafval van 126 kilogram per inwoner (totaal van fijn en grof restafval). gegevens in kg per inwoner Resultaat Drimmelen 2014 Haalbaar resultaat Drimmelen fjin huishoudelijk afval (fha) fijn restafval 140 114 gft-afval 86 100 papier 64 68 glas 26 28 textiel 2,9 4,2 kca 2,0 2,0 kunststof verpakkingen 13,9 16,7 totaal fha 334 334 apart ingezameld fha 58% 66% grof huishoudelijk afval (gha) grof restafval 12 12 apart ingezameld 125 125 totaal gha 137 137 apart ingezameld gha 91% 91% totaal fha en gha 470 470 apart ingezameld fha en gha 68% 73% Tabel 7.1 Haalbaar resultaat gescheiden inzameling alle fijn en grof huishoudelijk afval voor Drimmelen 24
In tabel 7.2 wordt weergegeven hoeveel op jaarbasis extra moet worden ingezameld teneinde het gemeentelijke haalbare resultaat voor 2015 te realiseren (zie tabel 7.1). ton per jaar extra inzameling om berekende haalbaar resultaat te realiseren gft-afval 381 papier 123 glas 63 textiel 33 kunststof verpakkingen 76 totaal 675 Tabel 7.2 Extra inzameling om haalbaar resultaat te realiseren (in ton/jr) In tabel 7.3 zijn de besparingen op de verwerkingskosten in euro s op jaarbasis weergegeven bij het realiseren van het haalbaar resultaat dat voor de gemeente Drimmelen is geformuleerd. De besparingen worden gerealiseerd door middel van het extra ingezamelde gft, papier en karton, glas, textiel en kunststof verpakkingen dat hierdoor niet meer in de verbrandingsoven terecht komt. Voor het extra ingezamelde gft-afval is rekening gehouden met extra composteerkosten. Eventuele extra kosten of opbrengsten voor verwerking van het extra ingezamelde papier, glas, textiel en kunststof verpakkingen zijn in de berekeningen niet meegenomen. Grof huishoudelijk afval is buiten beschouwing gelaten. Gerekend is met een verbrandingsprijs van 145,- per ton en een composteerprijs van 50,- per ton exclusief BTW. euro's per jaar * te vermijden verwerkingskosten gft-afval 36.000 papier 18.000 glas 9.000 textiel 4.500 kunststof verpakkingen 11.000 totaal 78.500 * afgerond op 500,- Tabel 7.3 Besparingen op verwerkingskosten en extra composteerkosten op jaarbasis bij realiseren haalbaar resultaat (in euro/jr) 25
7.2 CO 2 besparing Op basis van kentallen van Rijkswaterstaat Leefomgeving (voorheen Agentschap NL) is berekend hoeveel minder CO 2 -uitstoot de aparte inzameling en de nuttige toepassing van gft-afval, papier, glas, textiel en kunststof verpakkingen oplevert. Dit in vergelijking met de inzameling als onderdeel van restafval en verbranding hiervan in een afvalverbrandingsinstallatie. Met het huidige inzamelresultaat van de gescheiden inzameling van gft-afval, papier, glas, textiel en kunststof verpakkingen in Drimmelen wordt 4.073 ton CO 2 -uitstoot bespaard in vergelijking tot de situatie dat deze afvalstromen worden verbrand. In het fijn restafval is een potentieel van 2.164 ton CO 2 besparing opgeslagen dat kan worden gerealiseerd als deze hoeveelheden gescheiden zouden worden ingezameld. Het potentieel aan CO 2 besparing komt hiermee uit op 7.199 ton. Dat wil zeggen dat 57 % van het potentieel wordt gerealiseerd. Ter vergelijking: 1.000 ton CO 2 475 huishoudens. staat gelijk aan het jaarlijks elektriciteitsverbruik van in ton per jaar A. CO 2 besparing met huidige inzamelresultaat gescheiden inzameling B. mogelijke CO 2 besparing opgeslagen in fijn restafval D. gerealiseerd percentage CO 2 besparing t.o.v. potentieel (= A / C) gft-afval 156 86 242 64% papier en karton 3.427 494 3.921 87% glas 221 41 262 84% textiel 269 559 828 32% kunststof verpakkingen 962 984 1.946 49% totaal 4.073 2.164 7.199 57% Tabel 7.4 Gerealiseerde CO 2 besparing t.o.v. potentieel C. potentieel beschikbare CO 2 besparing (= A + B) 26
Bij het realiseren van het haalbare inzamelresultaat kan een hoeveelheid van 602 ton extra CO 2 besparing worden gerealiseerd ten opzichte van het huidige besparingsniveau van 4.073 ton CO 2. in ton per jaar CO 2 besparing met huidige inzamelresultaat gescheiden inzameling extra CO 2 besparing bij realiseren haalbaar inzamelresultaat in 2015 gft-afval 156 26 papier en karton 3.427 247 glas 221 20 textiel 269 112 kunststof verpakkingen 962 197 totaal 4.073 602 Tabel 7.5 Gerealiseerde CO 2 besparing en extra te realiseren CO 2 besparing 27
kilogram per inwoner B U R E A U 8. Ontwikkeling inzamelresultaat en responscijfers Fijn restafval: In de gemeente Drimmelen is de hoeveelheid fijn restafval sterk gedaald in 2003 (start diftar). In 2010 is wederom een forse daling waarneembaar. Deze daling is voor een deel verklaarbaar door de gescheiden inzameling van kunststof verpakkingen. De totale hoeveelheid afval is in 2010 afgenomen met 17 kilogram per inwoner ten opzichte van 2009. Daarvan is 13 kg apart ingezameld als kunststof verpakkingsafval. De extra daling is mogelijk een effect van de economische crisis. In 2011 is weer een lichte stijging waarneembaar en in 2012 en 2013 daalt de hoeveelheid fijn restafval weer licht tot het niveau van 2010. In 2014 treedt een lichte stijging op. 220 210 200 190 180 170 160 invoering diftar CBS weinig stedelijk Drimmelen 150 140 130 Figuur 8.1 Ontwikkeling hoeveelheid fijn restafval tussen 2000 en 2014 voor Drimmelen en vergelijkbare gemeenten 28
kilogram per inwoner kilogram per inwoner B U R E A U Gft-afval: Vóór 2003 zamelt Drimmelen veel meer gft-afval in dan gemiddeld in vergelijkbare gemeenten, terwijl het ná 2003 (start diftar) iets minder is dan in vergelijkbare gemeenten. De ingezamelde hoeveelheid neemt jaarlijks licht af. In 2014 lichte stijging. 190 180 170 160 150 140 130 120 invoering diftar CBS weinig stedelijk Drimmelen 110 100 90 80 Figuur 8.2 Ontwikkeling hoeveelheid gft-afval tussen 2000 en 2014 voor Drimmelen en vergelijkbare gemeenten Papier: Bij de invoering van diftar is Drimmelen meer papier gaan inzamelen. Na jaren van stabilisatie heeft zich in 2011 een dalende trend ingezet. Ook landelijk is de trend inmiddels een aantal jaren dalend. Mogelijk een effect van de economische crisis of als gevolg van de afname van het papierverbruik door de toegenomen digitalisering. 100 90 80 CBS weinig stedelijk 70 Drimmelen 60 invoering diftar 50 Figuur 8.3 Ontwikkeling hoeveelheid papier tussen 2000 en 2014 voor Drimmelen en vergelijkbare gemeenten 29
kilogram per inwoner B U R E A U Tuinafval: 2000 is in Drimmelen een sterk afwijkend inzamelcijfer. Vanaf 2001 stijgt de hoeveelheid jaarlijks, terwijl de landelijke trend door de jaren heen tamelijk stabiel is. De sterke stijging vanaf 2003 is het gevolg van het aanbod van tuinafval afkomstig van erfbeplanting van agrarische bedrijven. In 2011 is een flinke stijging te zien waarna het de jaren daarna weer stabiliseert. 110 100 90 80 invoering diftar 70 60 CBS weinig stedelijk 50 Drimmelen 40 30 20 10 Figuur 8.4 Ontwikkeling hoeveelheid tuinafval tussen 2000 en 2014 voor Drimmelen en vergelijkbare gemeenten 30
respons kilogram per inwoner B U R E A U Fha en gha: In Drimmelen daalt de ingezamelde hoeveelheid fijn én grof huishoudelijk afval sterk in 2003 (de invoering van diftar). Vanaf 2004 schommelt de ingezamelde hoeveelheid rond de 480 kilogram per inwoner. 760 720 680 640 600 560 520 invoering diftar CBS weinig stedelijk Drimmelen 480 440 Figuur 8.5 Ontwikkeling hoeveelheid fha en gha tussen 2000 en 2014 voor Drimmelen en vergelijkbare gemeenten Figuur 8.6 laat de respons van de verschillende afvalstromen zien. In 2004 zijn geen sorteeranalyses uitgevoerd en kon derhalve geen respons worden berekend. 100% 90% 80% 70% gft-afval 60% 50% 40% papier en karton glas textiel kca 30% 20% 2002 2003 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 Figuur 8.6 Ontwikkeling van de respons op de afvalinzameling tussen 2002 en 2014 voor Drimmelen en vergelijkbare gemeenten 31
9. Conclusies - De landelijke doelstelling van 65 % hergebruik in 2015 wordt in Drimmelen met 68 % nu al gehaald. Hierbij gaan we er vanuit dat alle apart ingezamelde afval in Drimmelen voor 100 % wordt hergebruikt. Geen rekening is gehouden met eventuele nascheiding van fijn en/ of grof restafval. - De landelijke doelstelling van 75 % hergebruik en maximaal 100 kilogram restafval per inwoner in 2020 wordt in Drimmelen nog niet gehaald. - De regionale doelstelling van 150 kilogram restafval per inwoner in 2017 wordt in Drimmelen met 152 kilogram nu al bijna gehaald. Realisatie van de regionale doelstelling van 0 kilogram restafval in 2030 is nog ver weg. - Op basis van wat nog aan waardevolle herbruikbare grondstoffen in het fijn restafval wordt aangetroffen en welk deel hiervan redelijkerwijze nog apart is in te zamelen, is 73 % hergebruik en maximaal 126 kilogram restafval per inwoner mogelijk. - Op basis van ervaringen in het land kan worden gesteld dat de doelstelling uit de Regionale afvalvisie voor 2030 (0 kilogram restafval) zeer ambitieus is en niet mogelijk zonder radicale wijzigingen in de huidige manier van afvalinzameling. Met alleen het optimaliseren van bestaande voorzieningen zal deze doelstelling nooit worden gehaald. Overigens dient te worden opgemerkt dat Afvalvrij als zodanig niet bestaat. 32
Bijlage 1 Werkwijze De gemeente Drimmelen is als één onderzoeksgebied gedefinieerd. Omdat het fysiek onmogelijk is om het fijn restafval van alle huishoudens uit een onderzoeksgebied te sorteren is telkens een steekproefmonster genomen. Dit steekproefmonster dient voldoende representatief te zijn voor het betreffende onderzoeksgebied. Dat wil zeggen dat het afval dat wordt ingezameld ten behoeve van de sortering een afspiegeling is van het restafval dat in dit gebied wordt aangeboden. Een dergelijke representatieve hoeveelheid huishoudelijk afval wordt verkregen door steekproefsgewijs inzamelmiddelen met restafval in te zamelen. De grootte van de steekproef dient zodanig te zijn dat toevalligheden een geringe invloed op het totale resultaat hebben. De grootte van het steekproefmonster is afhankelijk van het inzamelmiddel. De steekproef is representatief wanneer ca. 750 kg in het proefgebied op basis van systematische steekproeftrekking afval wordt ingezameld. In Drimmelen staat dit gelijk aan de inhoud van 40 minicontainers. Op deze wijze worden verschillen tussen straten, in woonsituatie en voorkeuren uitgeschakeld en een representatief beeld verkregen van het geselecteerde gebied. De metingen zijn gedurende een periode van een jaar twee keer uitgevoerd (april en september 2014). Dit is om seizoensinvloeden en toevalligheden zoveel mogelijk te neutraliseren. Uit elk ingezameld steekproefmonster fijn restafval is twee keer een sorteermonster getrokken van circa 375 kilogram. In onderstaande tabel is aangegeven welke hoeveelheden bij de metingen zijn gesorteerd. in kilogram Drimmelen 9 april 2014 393 25 september 2014 382 totaal gesorteerd 775 33
Bijlage 2 Inzamelresultaten Drimmelen In onderstaande tabel is de afvalverwijdering van de gemeente Drimmelen in beeld gebracht. Het betreft de jaren 2012 t/m 2014. Fijn huishoudelijk afval (fha) 2012 2013 2014 (ton) (kg aans) (kg inw) (ton) (kg aans) (kg inw) (ton) (kg aans) (kg inw) fijn restafval 3.682 328,1 138,2 3.606 322,1 135,2 3.728 336,9 139,6 gft-afval 2.403 214,1 90,2 2.249 200,9 84,3 2.291 207,0 85,8 papier 1.813 161,5 68,0 1.749 156,3 65,6 1.705 154,1 63,8 glas 767 68,3 28,8 799 71,3 29,9 684 61,8 25,6 kunststof verpakkingen 352 31,3 13,2 367 32,8 13,8 370 33,4 13,9 textiel 85 7,6 3,2 86 7,7 3,2 78 7,1 2,9 totaal droge componenten 3.016 268,7 113,2 3.001 268,1 112,5 2.838 256,4 106,3 kca (incl. chemocar) 61 5,4 2,3 55 4,9 2,1 55 4,9 2,0 totaal fijn huishoudelijk afval 9.163 816,4 343,9 8.912 796,1 334,1 8.911 805,3 333,7 verschil (%) -0,7 % -1,6 % -0,8 % -2,7 % -2,5 % -2,9 % 0,0 % 1,2 % -0,1 % apart ingezameld (%) 59,8% 59,5% 58,2% Grof huishoudelijk afval (gha) inzameling aan huis grof tuinafval 456 40,6 17,1 523 46,7 19,6 500 45,1 18,7 totaal aan huis 456 40,6 17,1 523 46,7 19,6 500 45,1 18,7 milieustraat en kringloopbedrijf grof restafval 401 35,7 15,0 355 31,7 13,3 319 28,8 11,9 herbruikbare goederen 0 0,0 0,0 0 0,0 0,0 0 0,0 0,0 snoeihout 2.262 201,5 84,9 2.077 185,5 77,8 2.085 188,5 78,1 vlak glas 24 2,1 0,9 24 2,1 0,9 22 2,0 0,8 wit- en bruingoed 149 13,3 5,6 158 14,1 5,9 162 14,7 6,1 asbest 35 3,1 1,3 28 2,5 1,1 26 2,4 1,0 bouw- en sloopafval 73 6,5 2,7 81 7,2 3,0 65 5,8 2,4 hout bewerkt (B+C) 239 21,3 9,0 214 19,1 8,0 211 19,0 7,9 dakleer 13 1,2 0,5 10 0,9 0,4 11 1,0 0,4 puin 151 13,4 5,7 138 12,4 5,2 144 13,0 5,4 afgewerkte olie 4 0,3 0,1 5 0,5 0,2 5 0,4 0,2 accu's 4 0,3 0,1 3 0,3 0,1 3 0,3 0,1 autobanden 4 0,4 0,2 3 0,2 0,1 4 0,4 0,2 metalen 87 7,7 3,2 90 8,0 3,4 93 8,4 3,5 totaal milieustraat en kringloopbedrijf 3.444 306,9 129,3 3.186 284,6 119,4 3.150 284,7 118,0 totaal grof huishoudelijk afva; 3.900 347,5 146,4 3.709 331,3 139,0 3.650 329,8 136,7 verschil (%) 0,3 % -0,6 % 0,2 % -4,9 % -4,7 % -5,0 % -1,6 % -0,4 % -1,7 % apart ingezameld (%) 89,7% 90,4% 91,3% totaal fha + gha 13.063 1.163,8 490,2 12.621 1.127,3 473,1 12.561 1.135,1 470,4 verschil (%) -0,4 % -1,3 % -0,5 % -3,4 % -3,1 % -3,5 % -0,5 % 0,7 % -0,6 % apart ingezameld (%) 68,7% 68,6% 67,8% 34