Tabellenboek. Gitaar



Vergelijkbare documenten
4VMBO H5 LES.notebook January 27, Geluid. BINAStabellen: 6, 7, 8, 27, 28, 29 en 30. Luidspreker. Drukverschillen

Samenvatting NaSk H7 geluid

. Dat kun je het beste doen in een donkere ruimte. Dan gebruik je een stroboscooplamp die de hele korte licht fitsen maakt van 0,5 sec.

voorbeelden geven dat je geluid kunt versterken met een klankkast.

Goed voorbeeld is muziekinstrumenten. Snaar gitaar trilt, blokfluit lucht trilt, trommel, vlies trilt.

Naam Klas: Repetitie trillingen en geluid HAVO ( 1 t/m 6)

Opgave 2 Amplitude = afstand tussen de evenwichtsstand en de uiterste stand.

4 Geluid Noordhoff Uitgevers bv

NaSk overal en extra opgaven

Theorie: Eigenschappen van geluid (Herhaling klas 2)

Geluid - oscilloscoop

Examen ste tijdvak Vinvis zingt toontje lager

4 Geluid. 4.1 Een knikker als lawaaimaker 4.3 Zelf een muziekinstrument maken

Eindexamen natuurkunde / scheikunde 1 compex vmbo gl/tl I

Examen VMBO-GL en TL-COMPEX

Hoofdstuk 9 Golven. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Golven. 4.1 Lopende golven

9 De ruimtevaarders maken gebruik van straalzenders. Daarvoor is geen tussenstof nodig.

Hoofdstuk 9 Golven. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Thema: Multimedia/IT. Audio

Voorbeelden van geluid die voor mensen erg belangrijk zijn: - voor onderlinge communicatie (spraak en gehoor) - als waarschuwingssignaal (claxon van

Examentraining Natuurkunde havo Subdomein B1. Informatieoverdracht

4 Geluid. 4.1 Geluid horen en maken

: Tekstboek. Hoofdstuk 5

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk

Examen VMBO-BB 2006 NATUUR- EN SCHEIKUNDE 1 CSE BB. tijdvak 2t dinsdag 20 juni uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

Werkblad 3 Bewegen antwoorden- Thema 14 (NIVEAU BETA)

Videoclub Bedum. Geluid in video

Antwoorden Natuurkunde Hoofdstuk 3

Samenvatting Natuurkunde Samenvatting 4 Hoofdstuk 4 Trillingen en cirkelbewegingen

Achter het correctievoorschrift zijn twee aanvullingen op het correctievoorschrift opgenomen.

NATUUR- EN SCHEIKUNDE 1 CSE KB

Samenvatting NaSk Hoofdstuk t/m 4.5

Toetsstof havo 5 et3 volgens PTA: Opgaven en uitwerkingen vind je op havo5 h1: Signaalverwerking havo5 h2: Trillingen en golven

natuur- en scheikunde 1 CSE BB

lesbrieven werkbladen Lesbrief 3: avonturenpakket de uitvinders en het

Examen VMBO-GL en TL COMPEX

Acoustics. The perfect acoustics of a car. Jan Hoekstra

Examen VMBO-KB 2006 NATUUR- EN SCHEIKUNDE 1 CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Naam: Klas: Repetitie Golven VWO (versie A) Opgave 2 Leg uit wat het verschil is tussen een transversale golf en een longitudinale golf.

Viool RVDH Rob van der Haar Sneek Blz. 1

Hierin is λ de golflengte in m, v de golfsnelheid in m/s en T de trillingstijd in s.

Sonar. Klas: 2T. Docent: Wi

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 4

> Lees Hoe praten we?

m 2. De berekening terug uitvoeren met die P en r = 100 m i.p.v. 224 m levert L = 57 db.

NATUURKUNDE. Bepaal de frequentie van deze toon. (En laat heel duidelijk in je berekening zien hoe je dat gedaan hebt, uiteraard!)

natuur- en scheikunde 1 CSE BB

Natuur- en scheikunde 1, energie en snelheid, uitwerkingen

Geluid en wind. Erik Salomons TNO TPD Delft. Door de wind klinkt geluid soms harder dan anders. Deze website legt uit hoe dit komt.

lesbrieven geluidsgolven avonturenpakket de uitvinders en het leerkrachtenbestand Lesbrief 3:

Trillingen en geluid wiskundig

ULTRASONE MEETTECHNIEK

natuur- en scheikunde 1 CSE BB

NATUUR- EN SCHEIKUNDE 1 CSE BB

Geluidsnelheid. 1 Inleiding. VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding

De horizontale lijnen geven de normale luchtdruk weer. Boven de horizontale lijn verhoogt de luchtdruk, onder de lijn vermindert de luchtdruk.

FAQ Lawaai Prof. J. Malchaire

Cursus 3, geluid. Janny de Kleijnen. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

7-8. Fietsbel. Waarvoor worden geluiden gebruikt?

Trillingen en Golven. Samenvatting natuurkunde Hoofdstuk 3 & 4 Joris van Rijn

In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur).

natuur- en scheikunde 1 CSE GL en TL

TRILLINGEN & GOLVEN HAVO

Examentraining HAVO5 Oriëntatietoets 1

Uitwerking examen e tijdvak

Thema: De K van Moeilijkheid : ** Ruimte aarde milieu Tijdsduur : *** Weerboekje. Na deze opdracht weet meer over temperatuur, onweer en de weerkaart

Vrijdag 8 juni, uur

Deel 22: db. Wat zijn db s? Maes Frank

Geluid. 1 Wat zie gebeuren met het stipje van de laser? Leg uit waardoor dat komt. ...

Toets Communicatie (eindtoets) 1

C.V.I. 9.5 Geluid in de vleeswarenindustrie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Geluid 10/6/2014. dr. Brenda Casteleyn

Opgave 1 Onder de uitwijking verstaan we de verschuiving ten opzichte van de evenwichtsstand.

IA\IÏAAIDOOI}IIID BtTtR. lloonl(otyli]ïl UIA]ïIT. GI]tlTZI]ïl I$ tr ]ïiiit BII!

Oefenopgaven versnelling, kracht, arbeid. Werk netjes en nauwkeurig. Geef altijd berekeningen met Gegeven Gevraagd Formule Berekening Antwoord

Trillingen en geluid wiskundig. 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude

12,6 km m. 102 km m. 34 cm m. 0,3 m cm. 0,012 m cm. 30 minuten s. 1,3 uur s. 125 s minuten. 120 km/h m/s. 83 km/h m/s. 19 m/s km/h.

b. Stop het model na 4 perioden. Bepaal de amplitude meteen na drie perioden. Na drie perioden is de amplitude gelijk aan: 0, m

Kernvraag: Wat is geluid?

1. 1 Wat is een trilling?

Lichtsnelheid. 1 Inleiding. VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding

Exact Periode 5. Dictaat Licht

Eindexamen natuurkunde / scheikunde 1 vmbo gl/tl I

OntdekZelf - geluid. Met bijgaande materialen kunt u (een deel van) onderstaande experimenten uitvoeren, afhankelijk van wat u heeft aangeschaft.

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Geluid. 4 november Brenda Casteleyn, PhD

1 f T De eenheid van trillingstijd is (s). De eenheid van frequentie is (Hz).

Examen HAVO. wiskunde B 1,2

Bepaal k met behulp van de grafiek. Geef de uitkomst in twee significante cijfers.

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004

Eindexamen natuurkunde / scheikunde 1 compex vmbo gl/tl I

Eindexamen natuurkunde / scheikunde 1 compex vmbo gl/tl I

Als de lijn een sinusvorm heeft spreek je van een harmonische trilling of een zuivere toon.

Naam van de kracht: Uitleg: Afkorting: Spierkracht De kracht die wordt uitgeoefend door spieren van de mens. F spier

Bepaal van de hieronder weergegeven spanningen en stromen: de periodetijd en de frequentie, de gemiddelde waarde en de effectieve waarde.

Practicum complexe stromen

Transcriptie:

4T versie 1 Natuur- en scheikunde 1, Geluid Werk netjes en nauwkeurig Geef altijd een duidelijke berekening of een verklaring Veel succes, Slj en Zan Tabellenboek 1. Neem de volgende tabel netjes over en vul verder in: grootheid symbool (afkorting) eenheid symbool (afkorting) trillingstijd T seconde s frequentie f hertz Hz snelheid v meter per seconde m/s tijd t seconde s afstand s meter m geluidssterkte A decibel db 2. Zoek in je tabellenboekje op wat de snelheid van het geluid is in: tussenstof lucht zeewater ijzer geluidssnelheid (met eenheid!) 343 m/s 1510 m/s 5100 m/s 3. Marieke speelt gitaar. Ze slaat een snaar aan en hoort een toon. Ze maakt diezelfde snaar korter door haar vinger tegen één van de fret s te leggen. Marieke slaat de snaar weer aan en hoort een andere toon. Wat kun je zeggen over deze toon in vergelijking met de eerste toon? A. Deze toon is lager. B. Deze toon is even hoog. C. Deze toon is hoger. Een kortere snaar geeft een hogere toon. Gitaar

4. Marieke draait nu de spanknop van de snaar iets losser en verlaagt zo de spanning van de snaar. Marieke slaat de snaar nu krachtiger aan dan de eerste keer. Wat kun je zeggen over deze toon in vergelijking met de eerste toon? A. De toon van de snaar klinkt harder en hoger dan de eerste toon. B. De toon van de snaar klinkt harder en lager dan de eerste toon. C. De toon van de snaar klinkt zachter en hoger dan de eerste toon. D. De toon van de snaar klinkt zachter en lager dan de eerste toon. De spanning wordt lager, dus de toon wordt lager. Marieke slaat de snaar krachtiger aan, dus de amplitude wordt groter. Harder geluid. Antwoord B. 5. Ze wil de tonen van haar gitaar onderzoeken en neemt daarvoor haar gitaar mee naar school. Met een microfoon maakt ze van de toon een beeld op een oscilloscoop. Zie de figuur hieronder. Eén hokje komt overeen met 2 ms. Bereken de frequentie van deze toon. Een trilling is op het scherm 2,5 hokje breed. Elk hokje betekent 2 ms. Een trilling duurt dus 2,5 x 2 = 5 ms. gegeven: T = 5 ms = 0,005 s gevraagd: f formule: f = 1 / T berekening: f = 1 / 0,005 antwoord: f = 200 Hz

6. Daarna slaat ze een andere snaar aan en krijgt het volgende signaal te zien. De instelling van de oscilloscoop is niet veranderd. Wat kun je zeggen over de toon in vergelijking met de vorige toon? A. Deze toon is lager. B. Deze toon is even hoog. C. Deze toon is hoger. De golf is op het oscilloscoopscherm minder hoog. Het geluid is dus zachter. Een trilling is hier 2 hokjes breed. De trillingstijd is dus 2 x 2 ms = 4 ms. De trillingstijd is korter geworden, dus de frequentie is groter geworden. De toon is dus hoger. Je mag ook zeggen: er zijn meer trillingen in dezelfde tijd, dus grotere frequentie dus hogere toon. Stoomboot 7. Vanaf een schip zendt de Bronpiet een geluidssignaal naar beneden. Na 0,54 s vangt de Ontvangpiet de echo van het signaal op. Hoe diep is de zee onder de stoomboot van Sinterklaas? gegeven: t = 0,54 s, vgeluid = 1510 m/s gevraagd: diepte formule: s = vgeluid x t berekening: s = 1510 x 0,54 antwoord: s = 815,4 m Dit is de totale afstand die het geluid af legt. Het geluid wordt door de zeebodem teruggekaatst. De diepte is dus 815,4 / 2 = 407,7 m

Trillingen 8. In de tekening is een deel van een trillende snaar vergroot getekend. Er zijn enkele afstanden aangegeven. a Welke afstand geeft de amplitude van de trilling aan? A. afstand a C. afstand c B. afstand b D. afstand d De amplitude is de afstand van het midden tot de top van de golf. Dat is afstand c. b Welke afstand geeft een volledige trilling aan? A. afstand a C. afstand c B. afstand b D. afstand d Een volledige trilling heeft een top en een dal. Afstand b. Antwoord B. 9. Een toon heeft een frequentie van 4000 Hz. Bereken de trillingstijd van deze toon. gegeven: f = 4000 Hz gevraagd: T formule: T = 1 / f berekening: T = 1 / 4000 antwoord: T = 0,00025 s = 0,25 ms 10. De trillingstijd van een toon is 30 ms. a. Hoeveel s is 30 ms? 1 s = 1000 ms. 30 ms = 0,030 s (komma drie plaatsen opschuiven). b. Bereken de frequentie van deze toon. gegeven: T = 30 ms = 0,030 s gevraagd: f formule: f = 1 / T berekening: f = 1 / 0,030 antwoord: f = 33,3 Hz

11. a. Wat is de laagste frequentie die een mens kan horen? 20 Hz b. Wat is de hoogste frequentie die een mens kan horen? 20000 Hz = 20 khz 12. Als een onweersbui dichtbij is, hoor je na een blikseminslag een enorme knal. Als de onweersbui verder weg is, hoor je na een inslag alleen gerommel. Dat gerommel bestaat uit tonen met een zeer lage frequentie. Welke frequentie moet het gerommel minstens hebben om het geluid te kunnen horen? A. 20 db C. 20 Hz B. 50 Hz D. 50 db Onweer Er wordt gevraagd naar frequentie, dus daar hoort de eenheid Hz bij. Antwoord A en D valt dus al af. De laagste frequentie die een mens kan horen is 20 Hz. 13. Bliksem en donder ontstaan op hetzelfde moment. Toch hoor je de donder meestal later. In de Binas staan in tabel 1 de snelheden van geluid en licht. Hoeveel maal sneller is het licht vergeleken met geluid? A. ongeveer 10 2 maal D. ongeveer 10 5 maal B. ongeveer 10 3 maal E. ongeveer 10 6 maal C. ongeveer 10 4 maal De snelheid van geluid is 343 m/s De snelheid van licht is 300 000 000 m/s Dat is 300 000 000 / 343 = 874 636 keer zo snel. Afgerond is dat 1 000 000 = 10 6 keer zo snel. Antwoord E. 14. Inge ziet een bliksemflits, 6 seconde later hoort ze de donder. Bereken hoeveel kilometer het onweer van haar weg is. gegeven: t = 6 s, vgeluid = 343 m/s gevraagd: s formule: s = vgeluid x t berekening: s = 343 x 6 antwoord: s = 2058 m (ongeveer 2 km)

Vleermuis 15. Vleermuizen verkennen hum omgeving met behulp van geluid. Een vleermuis zendt daartoe een korte piep uit waarvan de frequentie a. Hoeveel Hz is dit? k = kilo = 1000 75 khz = 75 000 Hz Een stil hangende vleermuis bepaald door een korte piep uit te zenden de afstand tot een voorwerp. De vleermuis vangt 0,10 s later het teruggekaatste geluid weer op. b. Bereken de afstand van de vleermuis tot het voorwerp. gegeven: t = 0,10 s, vgeluid = 343 m/s gevraagd: s formule: s = vgeluid x t berekening: s = 343 x 0,10 antwoord: s = 34,3 m Dit is de afstand die het geluid aflegt. De vleermuis hoort de echo. De afstand tot het voorwerp is dus 34,3 / 2 = 17,15 m 16. Een toon wordt lager. Welke van de onderstaande grootheden verandert dan en hoe? A. De amplitude wordt kleiner. B. De amplitude wordt groter C. De trillingstijd wordt kleiner. D. De trillingstijd wordt groter. Amplitude heeft te maken met geluidssterkte. Trillingstijd heeft met frequentie en toonhoogte te maken. Antwoorden A en B vallen dus al af. Een lagere toon heeft een kleinere frequentie en dus een grotere trillingstijd. Antwoord D.

17. Guus staat aan de overkant van de spoorbrug en slaat met een hamer op de ijzeren spoorstaaf. Aan de andere kant van de spoorbrug, 700 meter verderop, legt Donald zijn rechteroor op de spoorstaaf. Het geluid komt nu op twee manieren bij Donald, namelijk door de spoorstaaf (rechteroor) en door de lucht (linkeroor). Bereken hoeveel tijd er tussen die twee geluiden zit. Duckstad Je moet twee keer een berekening uitvoeren: Eerst de tijd berekenen van het geluid door de spoorstaaf (mataal). Dan de tijd berekenen van het geluid door de lucht. Tenslotte bereken je het verschil van die tijden. gegeven: s = 700 m, vgeluid = 343 m/s gevraagd: t formule: s = vgeluid x t t = s / vgeluid berekening: t = 700 / 343 antwoord: t = 2,04 s gegeven: s = 700 m, vgeluid = 5100 m/s gevraagd: t formule: s = vgeluid x t t = s / vgeluid berekening: t = 700 / 5100 antwoord: t = 0,14 s Er zit 2,04-0,14 = 1,90 s tussen de twee geluiden. 18. Donald, Kwik, Kwek en Kwak staan op een heuvel in de buurt van Duckstad. De afstand tot het geldpakhuis is 1,3 km. Kwik geeft een gil. Dat geluid wordt door het geldpakhuis teruggekaatst. Bereken na hoeveel seconden zij de echo horen. Rond je antwoord af op 1 cijfer achter de komma. gegeven: s = 1,3 km = 1300 m, vgeluid = 343 m/s gevraagd: t formule: s = vgeluid x t t = s / vgeluid berekening: t = 1300 / 343 antwoord: t = 3,8 s Dit is de tijd die het geluid nodig heeft om van Kwik tot het geldpakhuis te reizen. Het geluid moet ook nog terug. De tijd tussen de gil en de echo is dus 2 x 3,8 = 7,6 s

19 a Wat is de gehoordrempel? De gehoordrempel is de sterkte van het geluid waarbij je een toon nog net (of net niet meer) hoort. b Wat is de pijngrens? De pijngrens is de sterkte van een toon waarbij je gehoor pijn gaat doen. c Tussen welke frequenties ligt het menselijke gehoor? Tussen 20 Hz en 20 000 Hz 20 Een brommer maakt een geluid met een sterkte van 71 db. Hoeveel brommers produceren een geluid van 140 db? Schrijf de berekening op. aantal brommers: geluidssterkte (db) 1 71 2 74 4 77 8 80 16 83 32 86 64 89 128 92 256 95 512 98 1024 101 2048 104 4096 107 8192 110 16384 113 32768 116 65536 119 131072 122 262144 125 524288 128 1048576 131 2097152 134 4194304 137 8388608 140 Er zijn dus 8388608 van die brommers nodig om een geluidssterkte van 140 db te maken.

21 Dit is het audiogram van een gehoortest. a Leg uit welke tonen hij goed hoort en welke niet. De gehoordrempel is bij kleine frequenties het hoogst. Die lage tonen hoort hij dus niet goed. Tussen 200 Hz en 7000 Hz is de gehoordrempel het laagst. Die tonen kan hij dus goed horen. b Voor welke frequenties is dit oor het gevoeligst? Tonen van 4000 Hz kan hij het best horen, want daar is de gehoordrempel het laagst. --> Controleer of je volledige antwoorden (dus met uitleg of berekening en eenheden) hebt opgeschreven. <--