Onderzoek risicobereidheid

Vergelijkbare documenten
Onderzoek risicobereidheid

Deelnemersbijeenkomst

Resultaten Pensioenforum 26 juni en 3 juli

Risicobereidheid en pensioen. Hoe denken deelnemers over risico en over de rol van hun pensioenfonds?

Risicobereidheid in beeld

De resultaten van de deelnemersenquête DNB & DNB Pensioenfonds. mei, 2014

RISICOBEREIDHEIDSONDERZOEK

Resultaten risicobereidheidsonderzoek 2015

Memorandum. Technical Sciences Brassersplein CT Delft Postbus GB Delft. Aan Bestuur stichting Pensioenfonds TNO.

Hoe gaat Nederland met pensioen?

Onderzoeksresultaten. Pensioenbeleving deelnemers Stichting BMS Pensioenfonds. april Towers Watson. All rights reserved.

Deelnemersbijeenkomst

Betaalbaarheid van pensioen in de toekomst

Algemene vergadering van Deelnemers en Gepensioneerden. Dinsdag 12 juni uur

FinQ Monitor van financieel bewustzijn en financiële vaardigheden van Nederlanders. Auteurs Jorn Lingsma Lisa Jager

Mei 2015 Rapportage Risicobereidheid Onderzoek onder deelnemers van Stichting Pensioenfonds UWV

Verdieping Hoe gaat Nederland met pensioen?

Presentatie met uitleg per slide

Ontwikkelingen in pensioenland

Klantpensioenmonitor Pensioenfonds UMG

19 maart Onderzoek: Korten pensioenen?

Uw mening over pensioen

Verdieping Hoe gaat Nederland met pensioen?

Persoonlijk profiel. Netto maximale maandelijkse woonlasten Tussen en netto per maand

Pensioenaanspraken in beeld

Hoe gaat Nederland met pensioen?

IPFOS. Bestuurders Conferentie. Het gebruik van risicomaatstaven in ALM-context Ralph Verhoeks, Toezichthouder Risk & ALM - DNB

O Denkt aan vervroegd pensioen O Denkt aan geheel stoppen met werken O Aanvullende opmerkingen

Inhoudsopgave. ABP Statistische informatie deelnemerspopulatie 2018

Automatisch Sturen - De kwantitatieve meerwaarde. Centraal Beheer APF Automatisch Sturen - De kwantitatieve meerwaarde 1

FINANCIELE ZEKERHEID. GfK September GfK 2015 Achmea Financiële Zekerheid september 2015

Pensioenbijeenkomst voor werknemers en werkgevers. 29 juni 2016

Inhoudsopgave. ABP Statistische informatie deelnemerspopulatie Verdeling werkzame Nederlandse beroepsbevolking en ABP-deelnemers 2

Netto maximale maandelijkse woonlasten Tussen en netto per maand

Bijlage A Enquête solidariteit in de pensioenen Bijlage B Multivariate regressieanalyses... 13

Netto maximale maandelijkse woonlasten Tussen en netto per maand

Pensioenmonitor 2014 Een onderzoek naar kennis, houding en gedrag rondom de oudedagsvoorziening onder de Nederlandse beroepsbevolking

Curo. Adres Postcode Plaats. Persoonlijk profiel

Vakantiegeld-enquête Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting

Toelichting Pensioen Akkoord Regeling 2015

Risicobereidheid in beeld

PENSIOEN IN BEWEGING! KLAAR VOOR DE TOEKOMST? SAMEN DELEN, EEN STERKE KEUZE

ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarapportage 2008

DEELNEMERS TEVREDENHEID ONDERZOEK

Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 2011/2012

Uw pensioen in de Groothandel in Groenten en Fruit

Tekst Nationaal regime MiFID. Bijlage. Toetstermen als bedoeld in artikel 36a, lid 2. toetsterm 1

Welke keuzes maakt u voordat u straks met pensioen gaat?

Uw pensioen en Flexioen. Flexibel Individueel Pensioen

BREAK-OUT SESSIE BESCHIKBARE PREMIEREGELING EN CDC BINNEN EEN APF Rutger de Wit & Claudette Blankestijn. 20 juni 2016

Bijlage bij lesbrief Pensioenworkshop Mañana

Oordeel over de positie van ouderen in Nederland in 2013

Onderzoek. bancaire lijfrente. - November NIEUWE KAFT INVOEGEN: Ontwerpen. Achtergrondstijlen. Achtergrond opmaken. Bestand.

Pensioen voor de toekomst

Webinar 12 juni 2013 Nieuwe pensioenregeling per

AFM Consumentenmonitor najaar 2014 Beleggers

Ballast Nedam Pensioenfonds. Deelnemersvergadering. Theo Bruijninckx 22 september 2004

STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE AGRARISCHE EN VOEDSELVOORZIENINGSHANDEL. Uw pensioen in de Groothandel in Eieren

Sparen of lenen Waarom?

AANVULLENDE PENSIOENREGELING

Voor informatie verwijzen we u ook naar de nieuwsbrieven van het pensioenfonds van ALU-PF van september 2015 en november 2015.

Stichting Alcatel Lucent Pensioenfonds (in liquidatie) Stichting Alcatel-Lucent Pensioenfonds (in liquidatie) Vergadering van Deelnemers

Klant- en Risicoprofiel - Hypotheken Midden Nederland BV

Transcriptie:

Onderzoek risicobereidheid Stichting Pensioenfonds voor Dierenartsen 15 oktober 2013 Gaston Siegelaer Louana van Dijk 2013 Towers Watson. All rights reserved.

Disclaimer Deze rapportage is uitsluitend geschreven voor gebruik door Stichting Pensioenfonds Dierenartsen onder de voorwaarden van onze overeenkomst met Stichting Pensioenfonds Dierenartsen. De rapportage is bedoeld om het bestuur van pensioenfonds Dierenartsen te ondersteunen bij de gedachtevorming over het strategisch risicoprofiel van het pensioenfonds. De rapportage is niet bedoeld voor gebruik in een andere context of voor andere doeleinden en wij aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor dergelijk gebruik. De schriftelijke opmerkingen in deze presentatie moeten worden gezien in samenhang met de ondersteunende en verduidelijkende mondelinge opmerkingen en achtergrond zoals door Towers Watson gegeven, voordat u overgaat tot enige actie of het nemen van beslissingen. REF/LKr/653285/AP130281 towerswatson.com 2012 Towers Watson. All rights reserved. Proprietary and Confidential. For Towers Watson and Towers Watson client use only.

Inhoudsopgave Inleiding Deelnemersdemografie Verwachtingen ten aanzien van pensioen Preferenties t.a.v. solidariteit en collectiviteit Risicodraagvlak Risicohouding Beoordeling risicobereidheid Bijlagen: - Bijlage A: Risicodraagvlak en -houding - Bijlage B: Overige statistieken - Bijlage C: Benchmarkonderzoek 3

Inleiding Deze rapportage behandelt de risicobereidheid van de deelnemers van Stichting Pensioenfonds voor Dierenartsen (SPD). De rapportage is gebaseerd op de uitkomsten van een onderzoek onder 1094 deelnemers. De respons bedraagt 20% van de ca. 5.532 aangeschreven personen. Dit is voldoende voor de statistische representativiteit voor de groep als geheel. De rapportage is bedoeld om het bestuur van SPD te ondersteunen bij de gedachtevorming over het beleggingsbeleid en de financiële opzet van het pensioenfonds. Door dit onderzoek te hebben uitgevoerd heeft het bestuur zich gekweten van zijn taak om de risicobereidheid van deelnemers te betrekken in de besluitvorming ten aanzien van het strategisch risicoprofiel van het pensioenfonds. We vergelijken de uitkomsten van de SPD survey met een door Towers Watson uitgevoerd benchmarkonderzoek onder een representatief panel van de Nederlandse beroepsbevolking, voor zover relevante verschillen zijn geconstateerd. Zie bijlage C voor een nadere toelichting op het benchmarkonderzoek. 4

Risicobereidheid Volgens de wetenschappelijke literatuur bestaat risicobereidheid uit een tweetal facetten: risicohouding en risicodraagvlak. Risicohouding: hoe denken deelnemers zelf over risico? Risicodraagvlak: hoeveel risico kan een deelnemer lopen op basis van zijn objectieve karakteristieken? Risicohouding Bijlage A bevat een nadere uiteenzetting. Risicobereidheid Risicodraagvlak 5

Belangrijkste conclusies Zowel het risicodraagvlak als risicohouding van respondenten wijzen in de richting van een bovengemiddeld risiconiveau. Er is een grote voorkeur voor collectieve vaststelling van het risicoprofiel; en men heeft vertrouwen in het pensioenfonds om de goede beslissing te nemen. Er is een grote voorkeur voor het evenredig delen van tekorten en overschotten, met een lichte voorkeur voor het bevoordelen van gepensioneerden. Een kanttekening bij de uitkomsten is dat slapers en jongere leeftijdscohorten ondervertegenwoordigd zijn. Het feitelijk risicoprofiel van het fonds lijkt ietwat hoger dan wat past bij het risicobereidheidsniveau van respondenten. We adviseren het fonds om aandacht te besteden aan dit kleine verschil. Een ALM-analyse op maatmensniveau kan een verdere onderbouwing en verfijning opleveren. Risicohouding Risicobereidheid Risicodraagvlak Er zijn verschillende oplossingsrichtingen: Een intensieve communicatie met als doel het inzicht van de deelnemers in hun eigen risicodraagvlak en in de consequenties van het strategisch risicoprofiel op hun pensioen te verbeteren. Een lichte aanpassing van het risicoprofiel door middel van het beperken van neerwaarts risico van het fonds. 6

Deelnemersdemografie 7

Deelnemersdemografie (1) Actieven en slapers Pensioengerechtigden Totaal Aantal respondenten 739 354 1093 Gemiddelde leeftijd Man: 52 Man: 69,4 Man: 59 Vrouw: 42,4 Vrouw: 67,5 Vrouw: 44,8 Totaal: 48,7 Totaal: 69,2 Totaal: 55,4 Jongste respondent 24 52 24 Oudste repondent 67 91 67 In de grafieken op de volgende bladzijden gebruiken we de aanduidingen dlnr en gep. Met dlnr worden de actieven en slapers bedoeld. Met gep worden de gepensioneerden en ontvangers van nabestaandenpensioen (pensioengerechtigden) bedoeld. Bijlage B bevat enkele overige statistieken 8

Deelnemersdemografie (2) 32% 9% Status respondenten 17% 41% Actief (loondienst) Actief (zelfstandig) Slaper Pensioengerechtigde Pensioenfondskarakteristieken 19% 22% 59% Actief (loondienst & zelfstandig) Slaper Pensioengerechtigde Bron: jaarverslag 2012 In de survey zijn slapers ondervertegenwoordigd. Pensioengerechtigden zijn oververtegenwoordigd. 9

Deelnemersdemografie (3) 18% 16% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 20% 15% 10% 5% 0% 0% 3% 5% 6% Leeftijd 9% 8% 12% 15% 15% Leeftijdsverdeling survey versus pensioenfonds 13% 13% <25 25-29 30-34 35-39 40-44 45-49 50-54 55-59 60-64 65-69 70+ De leeftijdsgroep boven 55 jaar is oververtegenwoordigd in de survey; de leeftijdsgroep onder de 45 jaar is ondervertegenwoordigd. Survey Pensioenfonds 10

Deelnemersdemografie (4) Totaal netto salaris Meer dan 5001 25% Tussen 4001 5000 euro 14% Tussen 3001 4000 euro 14% Tussen 2501-3000 euro 14% Tussen 2001 2500 euro 12% Tussen 1501-2000 euro 11% Tussen 1001 1500 euro 4% minder dan 1000 euro 5% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% Fulltime netto salaris Meer dan 5001 29% Tussen 4001 5000 euro 18% Tussen 3001 4000 euro 19% Tussen 2501-3000 euro 16% Tussen 2001 2500 euro 12% Tussen 1501-2000 euro 4% Tussen 1001 1500 euro 1% minder dan 1000 euro 0% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 11

Deelnemersdemografie (5) Meer dan 5001 euro Tussen 4001 5000 euro Tussen 3001 4000 euro Tussen 2501 3000 euro Tussen 2001 2500 euro Tussen 1501 2000 euro Tussen 1001 1500 euro Tussen 501-1000 euro 3% 3% Totaal pensioen 7% 13% 13% De deelnemers en gepensioneerden hebben voor het merendeel een inkomen boven modaal. Een modaal inkomen van 32.500 bruto per jaar komt overeen met ongeveer 1.500 netto per maand. 20% 20% 22% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 12

Verwachtingen t.a.v. pensioen 13

Verwachtingen t.a.v. pensioen 75 of later 73 71 69 67 65 63 61 59 57 55 of eerder Verwachte pensioenleeftijd 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% Jongere deelnemers verwachten op latere leeftijd met pensioen te gaan, zo blijkt uit onderliggende data. 14

Vertrouwen in pensioenfonds Pensioenfonds komt op voor uw belang? 8% 29% 6% 3% 54% Mee eens Meer mee eens, dan mee oneens? Meer mee oneens, dan mee eens Mee Oneens Pensioenfonds komt op voor uw belang? (dlnr) 9% 32% 8% 3% 48% Mee eens Meer mee eens, dan mee oneens? Meer mee oneens, dan mee eens Mee Oneens Het vertrouwen in het pensioenfonds is relatief hoog. De vertrouwensscore in de benchmark is 68%, SPD scoort 83%. Pensioenfonds komt op voor uw belang? (gep) 23% 3% 1% 6% 67% 15

Preferenties t.a.v. solidariteit en collectiviteit 16

Collectieve risicodeling bij tekorten Verdeling tekorten 57% 6% 1% 9% 27% Verdeling tekorten (dlnr) 61% 8% 1% 5% 24% Gepensioneerden hoeven niet in te leveren en de werkenden wel Iedereen moet inleveren, maar de werkenden meer dan de gepensioneerden Iedereen moet evenveel inleveren Iedereen moet inleveren, maar de gepensioneerden meer dan de werkenden Werkenden hoeven niet in te leveren en de gepensioneerden wel Gepensioneerden hoeven niet in te leveren en de werkenden wel Iedereen moet inleveren, maar de werkenden meer dan de gepensioneerden Iedereen moet evenveel inleveren Iedereen moet inleveren, maar de gepensioneerden meer dan de werkenden Werkenden hoeven niet in te leveren en de gepensioneerden wel Er is een sterke voorkeur voor evenredig verdelen van tekorten. Verdeling tekorten (gep) 49% 2% 17% 32% 17

Collectieve risicodeling bij overschotten Verdeling overschotten 1% 10% 71% 2% 16% Verdeling overschotten (dlnr) 0,4% 9% 71% 2% 17% Gepensioneerden krijgen niets extra's en de werkenden wel Iedereen moet iets extra's krijgen, maar de werkenden meer dan de gepensioneerden Iedereen moet evenveel extra krijgen Iedereen moet iets extra's krijgen, maar de gepensioneerden meer dan de werkenden Werkenden krijgen niets extra's en de gepensioneerden wel Gepensioneerden krijgen niets extra's en de werkenden wel Iedereen moet iets extra's krijgen, maar de werkenden meer dan de gepensioneerden Iedereen moet evenveel extra krijgen Iedereen moet iets extra's krijgen, maar de gepensioneerden meer dan de werkenden Werkenden krijgen niets extra's en de gepensioneerden wel Er is een zeer sterke voorkeur voor evenredig verdelen van overschotten, zelfs sterker dan de benchmark (59%). Verdeling overschotten (gep) 2% 12% 70% 3% 14% 18

Tekort Collectieve risicodeling volgens deelnemers Alleen epensioneerden 5 leveren in Alleen werkenden leveren in 6 4 3 2 1 0 Tekorten t.o.v. overschotten dlnr 0% 0% 0% 1% 0% 1% 3% 3% 2% 1% 2% 56% 2% 0% 10% 10% 4% Voordeel werkenden 1% 1% 2% 1% 0% Voordeel gepensioneerden 0 Alleen 1werkenden 2 3 4 Alleen 5 6 profiteren Overschot gepensioneerden profiteren Deelnemers hebben een sterke voorkeur voor symmetrische verdeling van tekorten en overschotten (69%), en een lichte voorkeur voor bevoordeling van gepensioneerden (20%). 19

Tekort Collectieve risicodeling volgens gepensioneerden Alleen epensioneerden 5 leveren in Alleen werkenden leveren in 6 4 3 2 1 0 Tekorten t.o.v. overschotten gep 0% 1% 1% 0% 2% 44% 3% 0% 8% 18% 6% Voordeel werkenden 2% 3% 8% 3% 2% Voordeel gepensioneerden 0 Alleen werkenden 1 2 3 4 Alleen 5 6 profiteren Overschot gepensioneerden profiteren Gepensioneerden hebben een sterke voorkeur voor symmetrische verdeling van tekorten en overschotten (54%), met een tamelijk hoge voorkeur voor bevoordeling van gepensioneerden (42%). 20

Bepalen van collectieve risico Beslissen risico? 25% 48% 27% Beslissen risico? (dlnr) 31% 47% 22% Ik wil dat mijn pensioenfonds voor mij bepaalt. Ik wil mij hier niet mee bezig houden Ik wil het pensioenfonds mijn mening en die van anderen vraagt en het vervolgens voor iedereen bepaalt Ik wil zelf het risico bepalen Ik wil dat mijn pensioenfonds voor mij bepaalt. Ik wil mij hier niet mee bezig houden Ik wil het pensioenfonds mijn mening en die van anderen vraagt en het vervolgens voor iedereen bepaalt Ik wil zelf het risico bepalen Er is een sterke voorkeur voor een collectief bepaald risicoprofiel. Beslissen risico? (gep) 49% 13% 37% 21

Risicodraagvlak 22

Pensioen SPD als onderdeel van inkomensmiddelen Mijn SPD pensioen is/wordt de belangrijkste bron van inkomen 16% 22% 9% 22% 31% Mee eens Meer mee eens, dan mee oneens? Meer mee oneens, dan mee eens Mee Oneens Mijn SPD pensioen is de belangrijkste bron van inkomen na pensionering (dlnr) 17% 12% 14% 27% 29% Mee eens Meer mee eens, dan mee oneens? Meer mee oneens, dan mee eens Mee Oneens Het SPD pensioen is de belangrijkste bron van inkomen voor de meeste deelnemers. Bij gepensioneerden is het belang van het SPD pensioen iets kleiner. Mijn SPD pensioen is de belangrijkste bron van inkomen (gep) 37% 14% 3% 12% 35% 23

Benodigd netto maandinkomen Benodigd netto maandinkomen Benodigd pensioeninkomen 9 Benodigd netto maandinkomen t.o.v. huidig maandinkomen 5000+ 8 0% 0% 0% 3% 4001-50007 0% 0% 0% 0% 1% 1% 6% 3001-40006 1% 0% 0% 1% 1% 4% 5% 7% 2501-30005 1% 1% 1% 1% 4% 4% 4% 4% 2001-25004 1% 0% 1% 2% 3% 3% 2% 3% 1501-20003 2% 1% 6% 5% 5% 2% 1% 1% 1001-15002 0% 1% 2% 2% 1% 0% 0% 1% <1000 1 1% 0% 1% 0% 0% 0% 0 0 <1000 1 1001-1500 2 1501-2000 3 2001-2500 4 2501-3000 5 3001-4000 6 4001-5000 7 5000+ 8 9 Huidig maandinkomen 24

Benodigd netto maandinkomen Benodigd netto maandinkomen Benodigd pensioeninkomen 9 Benodigd netto maandinkomen t.o.v. leeftijd 5000+ 8 0% 0% 0% 0% 1% 1% 1% 4001-50007 0% 0% 1% 2% 2% 3% 2% 3001-40006 0% 0% 1% 1% 2% 4% 6% 4% 0% 2501-30005 0% 1% 1% 3% 2% 4% 6% 3% 0% 2001-25004 1% 1% 1% 2% 2% 3% 4% 2% 1501-20003 2% 3% 3% 4% 2% 4% 2% 2% 1001-15002 0,1% 1% 2% 2% 1% 1% 1% 1% 0% <1000 1 0% 1% 0% 1% 0% 0% 0% 0 0 1 <25 2 25-29 3 30-34 4 35-39 5 40-44 6 45-49 7 50-54 8 55-59 9 60-64 10 65-69 11 70+ 12 Leeftijd 25

Kunnen deelnemers pensioenrisico s compenseren? Wat als uw pensioen lager uitkomt? accepteer ik een lager pensioen 54% werk ik langer door 42% ga ik extra sparen 47% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Actie bij lager pensioen t.o.v leeftijd 70% 60% 50% 40% accepteer ik een lager pensioen 30% werk ik langer door 20% ga ik extra sparen 10% 0% <25 1 25-29 2 30-34 3 35-39 4 40-44 5 45-49 6 50-54 7 55-59 8 60-64 9 65-69 10 Leeftijd 26

Kunnen deelnemers pensioenrisico s compenseren? 11% 8% 9% 12% 16% Wat als uw pensioen lager uitkomt? 9% 27% 20% 17% Ga ik extra sparen Werk ik langer door Leeftijd langer doorwerken 18% 23% 23% 8% Accepteer ik een lager pensioen Ga ik extra sparen & werk ik langer door Ga ik extra sparen & accepteer ik een lager pensioen Werk ik langer door & accepteer ik een lager pensioen Ga ik extra sparen, werk ik langer door & accepteer ik een lager pensioen 65 of lager 66 67 68 69 70+ 27

Aantal jaar langer werken Kunnen deelnemers pensioenrisico s compenseren? Aantal jaar langer werken t.o.v. pensioenleeftijd verwacht 7 6 5 4 3 2 1 0 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 Pensioenleeftijd verwacht 28

Aantal euro extra sparen per maand Kunnen deelnemers pensioenrisico s compenseren? Extra sparen per maand t.o.v leeftijd 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 Leeftijd 29

Kunnen deelnemers pensioenrisico s compenseren? 17% 8% Aantal jaar extra doorwerken 1% 2% 1% 9% 62% 0 jaar 1 jaar 2 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar 6 jaar of meer Gemiddeld 0,9 jaar extra doorwerken Gemiddeld 208 euro per maand bijsparen We hebben de spaarbedragen omgerekend in extra pensioenjaren en opgeteld bij het aantal jaar extra doorwerken. Het totale risicodraagvlak ligt voor de mediane deelnemer tussen de 1 en 2 jaar aan te compenseren pensioenjaren. 2% 9% 10% 7% 8% 9% Extra sparen 55% 0 euro per maand 1-100 euro per maand 101-200 euro per maand 201-300 euro per maand 301-400 euro per maand 401-500 euro per maand 500 euro per maand of meer 30

Kunnen gepensioneerden risico s opvangen? 40,0% 35,0% 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0% 7,8% 14,2% Pensioen huidig-nodig 34,4% 31,2% Gepensioneerden geven gemiddeld genomen aan dat er enige marge in het pensioeninkomen zit om tegenvallers op te vangen. Pensioen huidig-nodig 12,4% < -1500-1500 - -500-500 - 500 500-1500 > 1500 31

Beoordeling van risicodraagvlak Het SPD pensioen maakt doorgaans het belangrijkste deel uit van de totale pensioeninkomsten. Dit geeft op zichzelf een relatief geringer risicodraagvlak. De AOW is niet gevoelig voor beleggingsrisico s, maar is voor SPD deelnemers doorgaans een kleinere bron van pensioeninkomsten. Gelet op het hoge niveau van (verwachte) pensioeninkomens, is er wel redelijke ruimte om tegenvallers op te kunnen vangen. Een groot deel zegt een lager pensioen te accepteren. Een grote groep deelnemers zegt bij te kunnen sparen of langer door te kunnen werken. Een grote groep geeft aan de mogelijke maatregelen te combineren. Hiermee wordt het risicodraagvlak enigszins vergroot. Al met al is er draagvlak voor 1 tot 2 jaar aan te compenseren pensioenjaren. Dit is ongeveer gelijk aan een daling van ca. 10% van het totale pensioen dat niet uit AOW bestaat. Onder gepensioneerden is er een redelijk risicodraagvlak; gemiddeld genomen zit er enige marge in het pensioeninkomen om tegenvallers te kunnen opvangen. 32

Risicohouding 33

Welke afweging maken deelnemers zelf? 33% Risico t.o.v omgeving 2% 2% 41% 21% veel meer meer evenveel minder Risico t.o.v omgeving (dlnr) 33% 1% 3% 41% 22% veel minder veel meer meer evenveel minder veel minder 34% Deelnemers en gepensioneerden zien zichzelf als gemiddelde risiconemers. Ten opzichte van de benchmark nemen ze iets meer risico. Risico t.o.v omgeving (gep) 0,6% 5% 19% 42% veel meer meer evenveel minder veel minder 34

Welke afweging maken deelnemers? Risico hoogte pensioen (dlnr) 7% 17% Keuze 1 25% Keuze 2 Keuze 3 51% Keuze 4 Keuze uit pensioenleeftijd 15% 15% Keuze 1 Keuze 2 29% Keuze 3 41% Keuze 4 Keuze 1 is volledige zekerheid met het minst gunstige gemiddelde. Keuze 4 kent het gunstigste gemiddelde maar is ook met de meeste onzekerheid omgeven. Deelnemers kiezen grotendeels voor een gemiddeld tot bovengemiddeld risicoprofiel en scoren daarmee hoger dan de benchmark. Ze zijn geneigd iets meer risico te willen nemen indien de afweging in termen van pensioenleeftijd luidt in plaats van hoogte van het pensioen. 35

Keuze leeftijd pensioen Welke afweging maken deelnemers? 5 4 3 2 1 0 Afweging tussen zekerheid en risico 2% 4% 4% 5% 1% 12% 14% 4% 29% 6% 1% 10% 4% 1% 0% 0 1 2 3 4 5 Keuze hoogte pensioen Liever langer doorwerken Liever lager pensioen 36

Welke afweging maken gepensioneerden? Risico hoogte pensioen (gep) 43% 7% 19% 31% Keuze 1 Keuze 2 Keuze 3 Keuze 4 Keuze 1 is volledige zekerheid met het minst gunstige gemiddelde. Keuze 4 kent het gunstigste gemiddelde maar is ook met de meeste onzekerheid omgeven. Veel gepensioneerden kiezen voor een gemiddeld tot bovengemiddeld risicoprofiel en scoren daarmee iets hoger dan de benchmark. 37

Beoordeling van risicohouding Deelnemers kiezen voor een gemiddeld tot bovengemiddeld risiconiveau. Indien de afweging in termen van jaren doorwerken wordt voorgelegd, neigen deelnemers ernaar iets meer risico te nemen. De risicohouding geeft aan dat deelnemers het acceptabel vinden om twee tot vijf jaar langer te moeten werken in geval van tegenvallend pensioen. De gepensioneerden kiezen voor een gemiddeld tot bovengemiddeld risiconiveau. 38

Beoordeling risicobereidheid 39

De score voor risicobereidheid In onze methodiek hanteren we relatieve scores om de risicohouding en het risicodraagvlak van een deelnemer te bepalen. Het geeft inzicht in de verdeling van beide aspecten over te onderscheiden groepen. Deze scores voor risicodraagvlak en risicohouding zijn bepaald op basis van demografische variabelen zoals leeftijd en salaris, en op basis van antwoorden uit de survey. Aan elk van de variabelen worden gewichten toegekend. Op deze wijze wordt een totaalscore voor risicodraagvlak en een totaalscore voor risicohouding bepaald. We gebruiken 75% van de score voor risicodraagvlak en 25% van de score voor risicohouding om tot een score voor risicobereidheid te komen. Op basis van deze scores voor risicobereidheid zijn alle deelnemers ingedeeld in zes categorieën: A tot en met F. Hoge risicobereidheid Lage risicobereidheid Deelnemers verdeeld naar mate van risicobereidheid F E D C B A 40

Risicobereidheid Risicobereidheid t.o.v. leeftijd 7 6F 5E 4D 3C 2B 1A 0 Risicobereidheid t.o.v. leeftijd (dlnr+gep) 0% 0% 0% 0% 0% 1% 1% 1% 1% 1% 0% 0% 1% 1% 0% 1% 2% 3% 3% 2% 3% 4% 3% 2% 3% 1% 2% 1% 2% 3% 4% 5% 5% 5% 4% 1% 1% 1% 2% 2% 4% 6% 6% 5% 5% 0% 0% 0% 1% 0 <25 1 25-29 2 30-34 3 35-39 4 40-44 5 45-49 6 50-54 7 55-59 8 60-64 9 65-69 10 70+ 11 12 Leeftijd Gemiddelde risicobereidheid SPD Gemiddelde risicobereidheid Benchmark De respondenten jonger dan 30 jaar en gepensioneerden scoren qua risicobereidheid boven de benchmark. Ten opzichte van de benchmark is de risicobereidheid van alle respondenten iets hoger. 41

Risicobereidheid Risicobereidheid t.o.v. salaris 7 6F 5E 4D 3C 2B 1A 0 Risicobereidheid t.o.v. relatief salaris (dlnr) 0% 0% 0% 0% 1% 1% 1% 2% 1% 1% 1% 1% 6% 5% 5% 7% 2% 6% 1% 1% 4% 4% 3% 7% 5% 8% 1% 6% 3% 3% 4% 2% 5% 0% 0 < -2000 1-2000 - 2-1000 -1000 3- -500-500 4-0 0 5-500 500 6-1000 1000 7-2000 > 2000 8 9 Relatief salaris t.o.v. leeftijdsgenoot Gemiddelde risicobereidheid SPD Gemiddelde risicobereidheid Benchmark Bij deelnemers met een hoger relatief salaris zien we een hoger niveau van risicobereidheid, in lijn met de benchmark. 42

Beoordeling van risicobereidheid Zowel het risicodraagvlak als risicohouding van respondenten wijzen in de richting van een bovengemiddeld risiconiveau. Bij gepensioneerden ligt de risicobereidheid opvallend hoog. Bij jongere deelnemers is de risicobereidheid fractioneel hoger. Al met al is het niveau van risicobereidheid onder de respondenten bovengemiddeld. Deelnemers vinden tegenvallers die tot gevolg hebben dat men twee tot vijf jaar moet doorwerken acceptabel. Gepensioneerden vinden een behoorlijke daling in pensioeninkomen acceptabel. Er is een grote voorkeur voor collectieve vaststelling van het risicoprofiel; en men heeft vertrouwen in het pensioenfonds om de goede beslissing te nemen. Er is een grote voorkeur voor het evenredig delen van tekorten en overschotten, met een lichte voorkeur voor het bevoordelen van gepensioneerden. Een kanttekening bij de uitkomsten is dat slapers en jongere leeftijdscohorten ondervertegenwoordigd zijn. 43

Conclusies en aanbevelingen Het feitelijk risicoprofiel van het fonds lijkt ietwat hoger dan wat past bij het risicobereidheidsniveau van respondenten. Dit baseren wij op een ruwe vergelijking tussen het beleggingsbeleid in de door ons gehanteerde rekenvoorbeelden voor de surveyvragen en het beleggingsbeleid van pensioenfonds voor dierenartsen. Om nauwkeuriger te toetsen hoe het strategisch risicoprofiel zich verhoudt tot de risicobereidheid van deelnemers, raden we aan om een ALM-analyse op het niveau van maatmensen uit te voeren. Zo wordt de aansluiting gemaakt met de individuele risicobereidheid. We adviseren het fonds wel om aandacht te besteden aan dit kleine verschil. Er zijn verschillende oplossingsrichtingen: Een intensieve communicatie met als doel het inzicht van de deelnemers in hun eigen risicodraagvlak en in de consequenties van het strategisch risicoprofiel op hun pensioen te verbeteren. Een lichte aanpassing van het risicoprofiel door middel van het beperken van neerwaarts risico van het fonds. 44

Bijlage A Risicodraagvlak en -houding

Risicobereidheid en deelnemerskenmerken De risicobereidheid van een deelnemer bestaat uit twee factoren: Risicohouding Risicodraagvlak Er is een verband tussen deze factoren en de volgende vier kenmerken van een deelnemer: Pensioeninkomen (reeds opgebouwde pensioenrechten) Human capital (salaris) Demografisch (gezondheid, geslacht, leeftijd, gezin, levensstijl etc.) Governance (tijd, belangstelling, expertise) Op basis van demografische gegevens van de deelnemers kunnen we een eerste inschatting maken van de mate van risicobereidheid van verschillende soorten deelnemers. Een verdere verfijning en uitdieping is mogelijk door begrip van de arbeidsomgeving van de deelnemers, zoals bedrijfstak en bedrijfscultuur. 46

Risicobereidheid en deelnemerskenmerken Pensioeninkomen (reeds opgebouwde pensioenrechten) Als je pensioeninkomen grotendeels van AOW afhangt, kun je relatief gezien meer risico dragen in je aanvullend pensioen dan als je aanvullend pensioen voornamelijk in je levensbehoefte voorziet. Voor mensen met een zeer royaal pensioeninkomen ligt het verband weer andersom; die kunnen een daling van hun pensioen goed opvangen omdat ze al geld overhouden of makkelijk hun luxe uitgaven kunnen aanpassen. Human capital (salaris) Je verdiencapaciteit bepaalt hoeveel financiële middelen je opzij kunt zetten voor later. Meestal is werk met een hoger inkomen ook gerelateerd aan meer mogelijkheden om langer door te werken. Hierdoor kun je meer risico dragen in je aanvullend pensioen. 47

Risicobereidheid en deelnemerskenmerken Demografisch (gezondheid, geslacht, leeftijd, gezin, levensstijl etc.) Naarmate je ouder bent, heb je minder tijd om tegenvallers op te vangen met compenserende acties, zoals extra bijsparen of je voorbereiden op langer doorwerken. Governance (tijd, belangstelling, expertise) Als je meer kennis van pensioenen en financiële aangelegenheden hebt, kun je beter omgaan met het inschatten van de consequenties van financiële risico s. Hierdoor kun je objectief gezien meer risico in je aanvullend pensioen dragen. Er zijn ook verbanden met risicohouding en risicodraagvlak te leggen. Zie hiervoor de volgende sheet. 48

Voorbeelden verbanden (gemiddelden) Risicohouding Vrouwen zijn meer risico avers dan mannen. Mensen met lager inkomen zijn meer risico avers dan mensen met hoog inkomen. De risicohouding stijgt tot ca. 40 jaar (steeds beter bekend met sparen en beleggen), daarna neemt dat weer af tot pensioenleeftijd. Mensen die meer pensioenpremie betalen, zijn meer betrokken bij hun pensioen. Wie meer spaart, is ook bereid meer risico te nemen. Dit komt door de betrokkenheid en door het begrip van de wisselwerking tussen risico en rendement. Risicodraagvlak Vrouwen kunnen iets minder beleggingsrisico nemen: ze hebben meer kans op een periode zonder pensioenopbouw. Wie veel verdient kan meer risico nemen: die heeft meer inkomen en andere bezittingen om verliezen te compenseren. Tegelijk garandeert de AOW voor degenen met een laag inkomen het grootste deel van hun pensioen. Risicodraagvlak afgezet tegen salaris vormt dus een J-curve. Hoe ouder je bent, hoe minder tijd je hebt om verliezen goed te maken. Er is dus een negatief verband tussen leeftijd en risicodraagvlak. 49

Risk tolerance Voorbeelden geslacht en leeftijd <25 25-29 30-34 35-39 40-44 45-49 50-54 55+ Female Male Age Attitude to risk Ability to take risk Attitude to risk Ability to take risk Verschillende onderzoeken wijzen uit dat vrouwen minder risico nemen dan mannen. Dit lijkt niet samen te hangen met de economische omstandigheden, maar eerder met maatschappelijke of genetische verschillen. Vrouwen hebben ook een lager risicodraagvlak. Zij hebben vaker een onderbroken carrière en kunnen minder goed tegenvallers opvangen. Hoe ouder iemand is, hoe meer hij op zeker speelt. Empirisch onderzoek naar de werkelijke beleggingsmix die individuen kiezen, laat dat inderdaad zien. Hoeveel risico een deelnemer op basis van zijn profiel het beste zou kunnen lopen, neemt ook af met de leeftijd: er is minder tijd om tegenvallers goed te maken. Jongeren mogen meer risico nemen dan ze doen. Onervarenheid met beleggen maakt ze voorzichtiger. 50

Bijlage B Overige statistieken

Geslacht Geslacht 26% 74% Man Vrouw Vrouwen zouden ruim 50% van de actieven moeten uitmaken, maar zijn ondervertegenwoordigd in de survey, hetgeen samenhangt met de ondervertegenwoordiging van jongeren, die grotendeels uit vrouwen bestaan. Geslacht (dlnr) Geslacht (gep) 7% 34% Man Man 66% Vrouw Vrouw 93% 52

Bijlage C Benchmarkonderzoek

Benchmark Towers Watson heeft een panelonderzoek laten uitvoeren onder 2000 werkenden en 500 gepensioneerden. De antwoorden van 1819 werkenden en 482 gepensioneerden zijn als bruikbaar beoordeeld. Deze vormen een representatieve steekproef van de Nederlandse beroepsbevolking resp. gepensioneerden. De antwoorden van dit panelonderzoek hebben we als benchmark gehanteerd. Dat wil zeggen dat we de antwoorden van de PMA survey hebben vergeleken met het panelonderzoek. In geval van opmerkelijke verschillen hebben we deze gemeld in de rapportage. Op de uitkomsten van het panelonderzoek hebben we dezelfde scores en wegingen toegepast om tot een risicobereidheidsscore te komen, als op de survey antwoorden. Op deze manier kunnen we de indeling in risicobereidheidsklasse A tot en met F vergelijken tussen de survey en de benchmark. 54