Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in de gemeente Dordrecht



Vergelijkbare documenten
Kinderopvang tot 2015: krimp en yuppificatie zet door

Memo Aan: College Cc: Van: Wethouder Van de Wardt Datum: 10 maart 2015 Kenmerk: 15ini00570 Onderwerp: Harmonisatie Peuterspeelzalen

IKC: slim omgaan met financiën en huisvesting actuele dilemma s en oplossingen

Burgemeester en wethouders

Harmonisatie: facts, figures en toekomstperspectief

Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in de gemeente West Maas en Waal per

Voorstel aan de gemeenteraad

Toekomstscenario gesubsidieerde voorschoolse voorzieningen gemeente Helmond. 14 maart 2016

Als gevolg hiervan kan bovenstaande verordening worden ingetrokken.

DISCUSSIENOTITIE VOOR DE COMMISSIE

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland 2011

Toekomstverkenning peuterspeelzaalwerk

Onderzoek harmonisatie. peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. gemeente Den Helder

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Beleidskader Peuteropvang Ede 2016

Bijlage - Toelichting subsidieregeling voorschoolse voorzieningen gemeente Oirschot

Portefeuillehouder: Ter behandeling in de vergadering van: de commissie samenleving d.d. 30 oktober 2017 de Raad d.d.

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

1 Waarom deze notitie?

Gemeenten gaan de afgelopen jaren steeds vaker over tot omvorming van hun peuterspeelzalen naar kinderopvang. In die gemeenten worden

Kinderopvang in Nederland 2011: vraag en aanbod in evenwicht

Agendanummer: Begrotingswijz.:

Notitie Subsidiering Peuteropvang gemeente Krimpen aan de IJssel

Advies: In te stemmen met bijgaande raadsinformatiebrief en deze door te sturen naar de raad.

2.2 Argumenten om over te gaan op vraagfinanciering De belangrijkste argumenten om over te gaan op vraag gestuurde financiering zijn:

Minister Asscher: peuterspeelzaal onder de kinderopvang

Raadsvoorstel Zaak :

Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad. 3 augustus ECSD/U Lbr. 17/042 (070)

Directie Inwoners Ingekomen stuk D7 (PA 14 december 2011) Maatschappelijke Ontwikkeling Beleidsrealisatie & verantwoording

Beleidsregels peuteropvang en voorschoolse educatie, gemeente Tytsjerksteradiel

Peuterspeelzaalwerk NL: facts & figures 2014

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

Gemeente Baarn - subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse educatie gemeente Baarn (gewijzigd)

GEMEENTERAAD MENAMERADIEL

Onderwijsachterstanden beleid en harmonisatie kinderopvang

Onderwerp : Uitvoeringsnotitie harmonisatie voorschoolse voorzieningen

Voorschoolse voorzieningen in Purmerend 2011

gemeente Hardinxveld-Giessendam MEMO

Harmonisatie voorschoolse voorzieningen. Vergaderdatum 20 mei Gemeenteblad 2014 / 34. Agendapunt 5. Aan de Raad

Stand van zaken huisvesting kinderopvang in Nederland

Achtergrond harmonisatie onderwijs 0-4 Giessenlanden

Gebruik kinderopvang s-hertogenbosch

Samen staan we sterker

Regeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Waalwijk 2019

Subsidieregeling individuele voorschoolplaatsen kindercentra Vastgesteld op 6 mei 2014

Uitwerkingsnotitie. Harmonisatie Peuterspeelzalen en Kinderdagverblijven

Peuterspeelzaalwerk NL III: facts & figures Vervolgonderzoek naar aanleiding van Wetsvoorstel harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen

Uitwerking twee scenario s subsidie peuterspeelzaalwerk uitgevoerd door SKB (Bijlage 1)

Gemeente Rhenen - Subsidieregelingen 2017: Reguliere peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie

PRAAT MET DE RAAD kort verslag

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

Gelet op de artikelen 1.8, eerste lid en 1.9, eerste lid, van de Wet kinderopvang 1 ;

In tabel is een berekening gemaakt van de ouderbijdrage van de peuterspeelzaal in de huidige situatie en in de nieuwe situatie bij de kinderopvang.

Harmonisatie van voorschoolse voorzieningen in de gemeente Utrecht. Hier komt tekst. Startbijeenkomst Hier komt ook tekst. 8 juni Utrecht.

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

Openbaar openbaarheid: Overlegd met Financiën: d.d Raad: Ter besluitvorming

Onderzoek toekomstscenario peuterspeelzaalwerk Valkenburg aan de Geul

Inhoud. Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk gemeente Dalfsen. Nieuwe subsidieregels en invoering

Bijlagen bij raadsvoorstel m.b.t. harmonisatie peuterspeelzaalwerk met kinderopvang

Raadsvoorstel AGENDAPUNT NO.

College van Burgemeester en wethouders gemeente Tynaarlo

- Daarnaast is in 2012 de bijdrage van werkgevers verhoogd van ruim 700 miljoen naar ruim 1 miljard.

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 11 juni 2010 Betreft kinderopvangtoeslag vanaf 2011

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Harmonisatie peuterspeelzalen en kinderopvang in de gemeente Druten

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Voorschoolse voorzieningen in Gouda. visie, doelstellingen & plan van aanpak

Harmonisatie peuterspeelzalen en kinderopvang in de gemeente West Maas en Waal

Beleidsregel subsidie Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)

Kinderopvang als banenmotor binnen de belastingherziening

Actualisering peuterspeelzaalbeleid Hilvarenbeek

1 Waarom deze notitie?

Kinderopvangmonitor 2013: back to basics... and beyond (update)

Harmonisatie peuterspeelzalen en kinderdagverblijven

Beleidsregel Peuteropvang Koggenland 2017.

Onderzoek harmonisatie peuterspeelzalen

Harmonisatie peuterspeelzalen en kinderopvang

Voorgesteld besluit de Verordening Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Wijk bij Duurstede 2012 wordt vastgesteld.

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

Gemeente Rhenen - Subsidieregelingen 2018 Reguliere peuteropvang en vooren vroegschoolse educatie

Harmonisatie peuterspeelzaalwerk en kinderopvang in de gemeente. Drimmelen. Donderdag 23 juni 2011 vanaf uur. Informatieve raadsvergadering

Onderwerp: Gevolgen bezuinigingen op peuterspeelzaalwerk voor Westvoorne

SUBSIDIEREGELING TEGEMOETKOMING KOSTEN PEUTEROPVANG DEN HAAG 2017

Ve rordening peuteropvang e n voorschoolse e ducatie gemeente Vijfheerenlanden (i.o.) 2019

Subsidieverordening peuterprogramma gemeente Stein

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Toelichting kaders Harmonisatie & ontwikkeling Alles in 1-scholen Assen

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

Sector in beeld: kostenontwikkelingen 2016 juli 2015

Peuterspeelzaalwerk NL II: facts & figures 2016

Voor een sterke basis. Wet- en regelgeving voor positieve ontwikkeling in opvang en onderwijs

Van afdeling : BOO Opgesteld door: mw. L. de Vroed (LVR) : Toekomst peuterspeelzaalwerk

Bijzondere subsidieverordening peuteropvang gemeente Purmerend 2019

Routíngformulier informatienota raad

Subsidieregeling Peuteropvang en Voor en Vroegschoolse Educatie gemeente Zeist Burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist besluiten,

Subsidieregeling Kinderopvang gemeente Haren 2018

Vragen kinderopvang bij begroting en jaarverslag OCW en begroting SZW

Kenniskring GOAB regio Zuid-West

Voorschoolse voorzieningen in Gouda. visie, doelstellingen & plan van aanpak

Onderzoek harmonisatie peuterspeelzalen

Transcriptie:

Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in de gemeente Dordrecht Utrecht, 3 oktober 2011 Buitenhek Management & Consult Winthontlaan 200 Postbus 85183 3508 AD Utrecht T +030 287 59 59 F +030 287 59 60 info@buitenhek.nl www.buitenhek.nl

INDEX AANLEIDING... 5 0. ONDERZOEKSAANPAK... 5 1. KERNVRAAGSTUKKEN... 6 1.1 INLEIDING... 6 1.2 HARMONISATIE EN INTEGRATIE VAN PEUTERWERK EN DAGOPVANG KRIJGT STEUN... 6 1.3 INTEGRATIE PEUTERWERK EN KINDEROPVANG: MEER CONCURRENTIE, MINDER SAMENWERKING... 6 1.4 DOORGAANDE LIJN / ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID BEDREIGD?... 6 1.5 HUISVESTING VOORSCHOOLSE VOORZIENINGEN BIJ SCHOLEN?... 6 1.6 HARMONISATIE VAN OUDERBIJDRAGE ONVERMIJDELIJK?... 7 1.7 BELEIDSDOELSTELLINGEN GEMEENTE TEGENOVER KEUZEVRIJHEID VAN OUDERS... 7 1.8 HET 0-GROEPEN PERSPECTIEF... 7 1.9 ERVARING MET HARMONISATIE EN INTEGRATIE IN ANDERE GEMEENTEN: 4 SCENARIO S... 8 Scenario 1: Uitvoering wettelijke taken... 8 Scenario 2: Harmonisatie toegankelijkheid en financiering voorschoolse voorzieningen... 9 Scenario 3: Harmonisatie en integratie van bovenaf (fusie kinderopvang en peuterwerk)... 9 Scenario 4: Harmonisatie en integratie van onderop (vraagfinanciering peuterwerk)... 10 1.10 AFWEGINGEN TOEKOMSTSCENARIO GEMEENTE DORDRECHT... 11 1.11 DORDRECHT IS ANDERS DAN VEEL ANDERE GEMEENTEN... 13 2. SAMENVATTING... 14 2.1 KRIMP GEBRUIK PEUTERWERK EN GROEI VAN DAGOPVANG IN AFGELOPEN JAREN... 14 2.2 PEUTERWERKGEBRUIKERS: RUIME MEERDERHEID HEEFT RECHT OP KINDEROPVANGTOESLAG... 14 2.3 TOETS OP HUIDIGE SUBSIDIERING PEUTERWERK... 14 2.4 VERGELIJKING OUDERBIJDRAGE KINDEROPVANG EN PEUTERWERK... 14 2.5 INBRENG DORDTSE AANBIEDERS PEUTERWERK EN KINDEROPVANG... 14 2.6 TOEKOMSTSCENARIO S INTEGRATIE EN HARMONISATIE... 15 2.7 INDICATIE FINANCIELE CONSEQUENTIES GEMEENTE... 16 2.8 AFWEGINGEN BIJ IMPLEMENTATIE... 16 3. VRAAG EN AANBOD PEUTERWERK EN DAGOPVANG IN DORDRECHT... 18 3.1 VOORSCHOOLSE AANBOD IN DORDRECHT... 18 3.2 BASISONDERWIJS IN DORDRECHT... 18 3.3 ONTWIKKELING DOELGROEP VOORSCHOOLS AANBOD... 18 3.4 ONTWIKKELING VRAAG EN CAPACITEIT VOORSCHOOLS AANBOD... 19 3.5 VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE... 20 3.6 ACTUELE ONTWIKKELING: BEZUINIGINGEN KINDEROPVANGTOESLAG... 21 3.7 CONCLUSIE... 22 4. ONDERZOEK NAAR SAMENSTELLING POPULATIE PEUTERWERK... 23 4.1 INLEIDING... 23 4.2 RESULTATEN ENQUÊTE: RUIM 60% GESUBSIDIEERD PEUTERWERK WKKP PROOF... 23 4.3 CONCLUSIE... 23 Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 2

5. SUBSIDIEKADER PEUTERSPEELZAALWERK 2011... 24 5.1 INLEIDING... 24 5.2 KERNCIJFERS EXPLOITATIE PEUTERWERK DORDRECHT... 24 6. INDICATIE EFFECT HARMONISATIE OP OUDERBIJDRAGE... 26 6.1 INLEIDING... 26 6.2 OUDERBIJDRAGENTABEL PEUTERWERK 2011... 26 6.3 OUDERBIJDRAGENTABEL NA HARMONISATIE PEUTERWERK VANAF 2013... 26 6.4 CONCLUSIE: HARMONISATIE OUDERBIJDRAGEN LEIDT TOT HOGERE LASTEN VOOR HUISHOUDENS... 27 7. CONSEQUENTIES VAN HARMONISATIE PEUTERWERK EN KINDEROPVANG... 28 7.1 INLEIDING... 28 7.2 AANVULLENDE EISEN KINDEROPVANG WKKP... 28 7.3 AANBOD KINDEROPVANG ONDER WKKP... 28 7.4 STAPPENPLAN NAAR KINDEROPVANG ONDER DE WKKP... 29 7.5 KOSTEN PROCES NAAR KINDEROPVANG ONDER DE WKKP... 29 7.6 TOEKOMSTPLAATJE... 29 9. INDICATIE BESPARING GEMEENTELIJKE SUBSIDIES... 31 9.1 INLEIDING... 31 9.2 UITGANGSSITUATIE SUBSIDIERING PEUTERSPEELZAALWERK 2011... 31 9.3 UITGANGSPUNTEN VOOR FINANCIEEL KADER TOEKOMSTSCENARIO... 31 9.3.1 Aandeel cofinanciering kinderopvangtoeslag 52% vanaf 2013... 31 9.3.2 Kostenstructuur peuteropvang ongewijzigd... 32 9.3.3 Compensatie voor hoger uurtarief peuteropvang... 32 9.3.4 Geen ouderbijdrage lage inkomens handhaven (Armoedebeleid)... 32 9.3.5 Verlengen dagdelen peuteropvang... 33 9.4 SUBSIDIEBESLAG FINANCIEEL KADER TOEKOMSTSCENARIO... 33 9.5 RISICOPARAGRAAF... 33 9.6 CONCLUSIE GLOBALE DOORREKENING SCENARIO S... 34 10. ADVIES TOEKOMSTSCENARIO... 35 10.1 INLEIDING... 35 10.2 SELECTIECRITERIUM... 35 10.3 HOOFDLIJNEN IMPLEMENTATIESCENARIO... 35 10.4 CONSEQUENTIES VOOR HUIDIGE PEUTERSPEELZAALWERKAANBIEDERS... 36 10.5 AANPASSINGEN SUBSIDIESTELSEL... 37 10.6 VOORBEREIDING IMPLEMENTATIETRAJECT... 37 10.7 CONCEPT TIJDLIJN... 38 10.8 NADERE ONDERZOEKSVRAGEN... 38 11. RESULTATEN CONSULTATIE WERKVELD... 40 11.1 INLEIDING... 40 11.2 HOOFDPUNTEN EERSTE VERKENNING... 40 11.3 REACTIES OP IMPLEMENTATIESCENARIO... 40 11.3.1 Particuliere kinderopvangaanbieders (VODK/SDK)... 40 Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 3

11.3.2 DWO... 41 11.3.3 SPD en OPOD... 41 11.3.4 COKD... 41 11.3.5 H3O... 42 11.3.6 SKOBA... 42 11.3.7 De Hoop / Bambino... 42 11.4 VERWERKING INBRENG WERKVELD IN TOEKOMSTSCENARIO... 43 12. CONCLUSIE... 44 BIJLAGE 1 ENQUÊTERESULTATEN PER AANBIEDER... 45 BIJLAGE 2 AANBOD PEUTERSPEELZAALWERK DORDRECHT... 47 BIJLAGE 3 AANBOD DAGOPVANG DORDRECHT... 48 BIJLAGE 4 GEBRUIK VOORSCHOOLS AANBOD IN DORDRECHT... 50 BIJLAGE 5 ONTWIKKELING ARBEIDSPARTICIPATIE VROUWEN IN DORDRECHT 51 Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 4

Aanleiding De gemeente Dordrecht heeft opdracht gegeven voor onderzoek naar de wijze waarop harmonisatie en integratie van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang in de gemeente vorm kan krijgen. De gemeente wil middels een ontwikkelingstraject de huidige samenwerking tussen deze voorzieningen in de stad versterken om te komen tot doorgaande ontwikkelingslijnen voor 0 tot 12 jarigen. Doel hierbij is om een zo optimaal mogelijke ontwikkeling van peuters te realiseren en een optimale, duurzame samenwerking tot stand te brengen tussen de verschillende partners in de stad. De gemeente kiest daarbij voor een scenario waarbij de financiering, kwaliteit en toezicht voor peuterwerk gelijkgetrokken wordt met kinderopvang. Dat betekent dat het huidige peuterwerk wordt omgevormd tot peuteropvang en de huidige aanbodfinanciering door de gemeente wordt omgevormd tot vraagfinanciering. Door deze omvorming wordt op termijn een deel van de uitvoering gefinancierd via Rijksmiddelen (kinderopvangtoeslag) in plaats van gemeentelijke subsidies. Aan Buitenhek Management & Consult is gevraagd om op basis van lokaal onderzoek het implementatiescenario nader uit te werken en te vertalen naar consequenties voor uitvoerders van opvang en peuterwerk (o.a. exploitatie en inhoud aanbod), ouders (o.a. ouderbijdrage) en de gemeente (o.a. financiële planning en uitvoeringsaspecten). 0. Onderzoeksaanpak De onderzoeksaanpak is opgebouwd uit drie onderdelen. Allereerst is de huidige vraag en het huidige aanbod van voorschoolse voorzieningen in beeld gebracht. Zo is onderzoek gedaan naar het bereik van voorschoolse voorzieningen (peuterspeelzaalwerk, dagopvang en gastouderopvang) in de gemeente. Daarbij is enerzijds gebruik gemaakt van de rapportages van de uitvoerders van het peuterwerk en anderzijds van de rapportages van het CBS over het gebruik van dagopvang en gastouderopvang in de gemeente. Verder is in kaart gebracht hoe ver het aanbod voor- en vroegschoolse educatie de relevante doelgroep bereikt. Middels een peiling onder gebruikers van het peuterwerk is een inventarisatie gemaakt van het aandeel ouders dat gebruik maakt van het gemeentelijk gesubsidieerd peuterwerk dat gebruik kan maken van de Rijksgefinancierde kinderopvang. Ook is een vergelijking gemaakt tussen de huidige ouderbijdrage voor het peuterwerk en de ouderbijdrage die van toepassing zou worden indien de ouderbijdrage van het peuterwerk geharmoniseerd wordt met de ouderbijdrage voor ouders die een beroep doen op de kinderopvangtoeslag. Daarnaast is op hoofdlijnen de huidige exploitatie van het peuterwerkaanbod in kaart gebracht om de consequenties van omvorming van het peuterwerk naar peuteropvang vast te stellen. Verder is een verkenning uitgevoerd onder een selectie van uitvoerders op het gebied van dagopvang, peuterwerk en basisonderwijs in de gemeente. Deze verkenning geeft een beeld van de toekomstvisies en het draagvlak voor de toekomstscenario s die bij de gemeente in beeld zijn. Op basis van het feitenonderzoek, de gesprekken met, en nadere informatie van, de uitvoerders van peuterwerk en dagopvang wordt een advies opgesteld over de implementatie van harmonisatie in de gemeente inclusief een indicatie van het financieel kader dat daarvoor noodzakelijk is. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 5

1. Kernvraagstukken 1.1 Inleiding De gemeente heeft aangegeven bij harmonisatie en integratie van voorschoolse voorzieningen veel waarde te hechten aan kwaliteit van de doorgaande lijn, toegankelijkheid en de inbreng van betrokken partners. Deze uitgangspunten moeten afgewogen worden tegen de inzet van subsidiemiddelen en de te verwachten effecten. Bij het uitvoeren van het onderzoek zijn enkele kernvraagstukken en dilemma s vastgesteld die een rol spelen bij de afwegingen over nieuw gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk een beknopte omschrijving. 1.2 Harmonisatie en integratie van peuterwerk en dagopvang krijgt steun Volgens de meeste aanbieders in Dordrecht is harmonisatie en integratie van peuterwerk en dagopvang een logisch gevolg van het bredere gebruik van kinderopvang en de veranderende wetgeving (Wet OKE). 1.3 Integratie peuterwerk en kinderopvang: meer concurrentie, minder samenwerking Aanbieders maken zich zorgen dat de omvorming van peuterwerk tot peuteropvang zal leiden tot meer concurrentie in plaats van nadere samenwerking. Dat risico is niet ondenkbeeldig. Door harmonisatie en integratie gaat de doelgroep voor peuterwerk en kinderopvang meer overlap vertonen en ontstaat meer concurrentie tussen de huidige aanbieders van peuterwerk en dagopvang. Als de gemeente streeft naar integratie en harmonisatie van voorschoolse voorzieningen is die ontwikkeling onvermijdelijk. Dat betekent dat aanbieders aan zet zijn om door product- en organisatieontwikkeling in te spelen om de nieuwe marktsituatie. De gemeente kan wel zekerheden bieden door enerzijds heldere beleidsdoelstellingen (o.a. op het gebied van VVE, doorgaande lijn etc.) vast te stellen en door anderzijds - van zowel huidige als nieuwe aanbieders - gelijke kwaliteitseisen en leveringsvoorwaarden te verlangen. 1.4 Doorgaande lijn / onderwijsachterstandenbeleid bedreigd? De gemeente heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in een doorgaande lijn voor kinderen met risico s op (onderwijs)achterstanden. Enkele aanbieders zijn bezorgd dat de inzet op harmonisatie en integratie van voorschoolse voorzieningen (versterken van de verbinding tussen dagopvang en peuterwerk) ten koste gaat van de doorgaande lijn en verbinding tussen peuterwerk en onderwijs. Per uitvoeringsaspect zullen die risico s concreet moeten worden vastgesteld. 1.5 Huisvesting voorschoolse voorzieningen bij scholen? Vrijwel alle peuterspeelzalen in Dordrecht zijn gehuisvest bij het basisonderwijs. Voor dagopvang geldt dat er slechts enkele locaties in scholen gevestigd zijn. Bij harmonisatie van dagopvang en peuterwerk roept dat de vraag op of de gemeente in haar toekomstig beleid moet opnemen dat gesubsidieerd peuterwerk (regulier en VVE) wordt uitgevoerd op schoollocaties. Het gevolg daarvan is dat een groot deel van de huidige opvangaanbieders zonder schoollocaties wordt uitgesloten om een geïntegreerd voorschools aanbod te doen. Vragen die o.a. aan de orde komen zijn: is huisvesting van belang voor de doorgaande lijn (zie 1.4)? Als ook nietschool locaties worden ingezet voor gesubsidieerde peuteropvang wat betekent dat dan voor investeringen in het verleden? Is krimp van het aantal leerlingen een argument om voorzieningen zoveel mogelijk in scholen te concentreren? Vooralsnog zien wij geen aanleiding om het huidige uitgangspunt van de gemeente - voorschoolse voorzieningen zoveel mogelijk te concentreren in of bij scholen - in de uitwerking van het toekomstscenario los te laten. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 6

1.6 Harmonisatie van ouderbijdrage onvermijdelijk? Het is logisch dat bij harmonisatie van voorschoolse voorzieningen ook de toegankelijkheid (lees ouderbijdrage) gelijk wordt. Huishoudens met lage inkomens betalen nu geen ouderbijdrage voor peuterwerk en wel voor de kinderopvang. Door de bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag gaat de ouderbijdrage voor kinderopvang de komende jaren fors omhoog. Dat betekent dat harmonisatie van de ouderbijdrage ook leidt tot hogere kosten van het gesubsidieerd peuterwerk voor ouders en dus een minder goede toegankelijkheid. Bij enkele partijen is er zorg dat harmonisatie van de ouderbijdrage in de voorschoolse voorzieningen naar het niveau van de kinderopvang de toegankelijkheid - met name voor de lagere inkomensgroepen - kan bedreigen, en juist bij deze groep is de toegevoegde waarde van VVE programma s belangrijk. Uit dit rapport blijkt dat bij harmonisatie van de ouderbijdrage peuterwerk met de kinderopvang de kosten voor ouders inderdaad stijgen. Bij de uitwerking van dit punt moet onder andere gekeken worden naar het armoedebeleid van de gemeenten en naar de risico s op marktverstoring met dagopvangaanbieders. Op basis van alle relevante afwegingen denken wij dat bij integratie van voorschoolse voorzieningen harmonisatie van de ouderbijdrage met de landelijke kinderopvangtoeslagregeling onvermijdelijk is. 1.7 Beleidsdoelstellingen gemeente tegenover keuzevrijheid van ouders Nu wordt het gesubsidieerd peuterwerk en VVE aanbod in de gemeente nog uitgevoerd door slechts enkele aanbieders. De kinderopvang in de gemeente wordt uitgevoerd door 21 verschillende aanbieders. De integratie van het voorschoolse aanbod roept de vraag op of, en volgens welke criteria, de gemeente in de toekomst aanbieders selecteert om gesubsidieerde peuteropvang uit te voeren. Het introduceren van vraagfinanciering voor peuteropvang waarbij de keuze van ouders leidend is ligt voor de hand. Zoveel mogelijk aanbieders in de gelegenheid stellen om een geïntegreerd aanbod van voorschoolse voorzieningen te realiseren komt immers tegemoet aan de keuzevrijheid van ouders. Tegelijkertijd heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om haar middelen zo efficiënt en effectief mogelijk te besteden en moet zij op basis van beleidsdoelstellingen, kwaliteit (effectiviteit) en prijs (efficiency) afwegingen maken om aanbieders wel of niet te selecteren. Ook dit punt vraagt bij de verdere uitwerking een zorgvuldige afweging van belangen. 1.8 Het 0-groepen perspectief Vorig jaar bracht de Onderwijsraad het advies 'Naar een nieuwe kleuterperiode in de basisschool' uit. De raad stelde daarin voor dat de basisschool 'een rijk aanbod voor alle driejarigen' zou moeten verzorgen gedurende vijf ochtenden in de week. Geïnspireerd door het advies van de Onderwijsraad heeft de minister van OCW besloten tot pilots met peuters in het basisonderwijs. Het breed uitrollen van deze ontwikkeling heeft gevolgen voor de huidige structuur van voorschoolse voorzieningen. Bij partijen in het veld bestaan verschillende beelden over de kans dat op middellange termijn het 0-groepen scenario op landelijk niveau gerealiseerd wordt. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 7

Enerzijds is er sprake van een doorgaande lijn die inzet op een nadere verbinding tussen onderwijs en voorschoolse voorzieningen en anderzijds is er harmonisatie en integratie van voorschoolse voorzieningen die inzet op een hechtere verbinding tussen het aanbod peuterwerk en dagopvang. Basisonderwijs ----- Doorgaande lijn ----- Voorschoolse voorzieningen peuterwerk dagopvang Harmonisatie / integratie Gelet op de huidige onzekerheden of, en op welke termijn, 3-jarigen bij het basisonderwijs toegang krijgen kan dit perspectief niet als uitgangspunt genomen voor de ontwikkeling van scenario s voor integratie en harmonisatie van voorschoolse voorzieningen in de gemeente. Wel is bij de uitwerking rekening gehouden met het feit dat eventuele beleidsaanpassingen geen belemmering vormen voor de toekomstige uitrol van het 0-groepen scenario. 1.9 Ervaring met harmonisatie en integratie in andere gemeenten: 4 scenario s Er zijn 4 hoofdscenario s die door gemeenten gevolgd worden bij de harmonisatie en integratie van peuterwerk en kinderopvang. Scenario 1: Uitvoering wettelijke taken Het uitgangspunt bij dit scenario is uitsluitend te voldoen aan de wettelijke taken die de gemeente heeft. Deze hebben betrekking op de kwaliteitseisen van het peuterspeelzaalwerk, uitvoering van VVE en de regiefunctie. Om meer doelgroepkinderen te bereiken wordt VVE in de kinderopvang ingevoerd. Het onderscheid tussen voorschoolse voorzieningen (qua financiering en ouderbijdrage) blijft grotendeels in stand. Bezuinigingen op de subsidiemiddelen voor peuterwerk worden gerealiseerd door het terugbrengen van capaciteit (sluiten van groepen) en efficiencymaatregelen. Het voordeel van dit scenario is dat de implementatie weinig tijd kost omdat de huidige situatie grotendeels gehandhaafd blijft. Het nadeel is dat in dit scenario geen gebruik gemaakt kan worden van aanvullende financieringsbronnen voor het peuterwerk waardoor bezuinigingen direct doorwerken op de kwaliteit, omvang en toegankelijkheid van het huidige aanbod. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 8

Scenario 2: Harmonisatie toegankelijkheid en financiering voorschoolse voorzieningen In aanvulling op de stappen in scenario 1 wordt bij dit scenario de ouderbijdrage voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk gelijkgetrokken. Verder worden gemeentelijke subsidiemiddelen uitsluitend nog ingezet voor huishoudens die geen beroep kunnen doen op de Rijksgefinancierde kinderopvangtoeslag en worden de subsidiemiddelen verstrekt op basis van vraagfinanciering en niet meer om basis van in stand gehouden capaciteit. De subsidierelaties met de huidige aanbieders van het peuterwerk wordt op basis van het voorgaande aangepast. Bezuinigingen op de subsidiemiddelen voor peuterwerk worden gerealiseerd door het aanboren van een nieuwe financieringsbron, de Rijksgefinancierde kinderopvangtoeslag en door de efficiencydruk die ontstaat door vraaggestuurde in plaats van aanbodgestuurde financiering. Voorbeelden: De gemeente Westland heeft in 2009 beleid vastgesteld dat met dit scenario als uitgangspunt (zie http://www.vng.nl/praktijkvoorbeelden/jos/harm/2009/westland_beleidsplanpeuteropvang_2009.pdf) Kernpunten van de invoering van dit scenario in Westland zijn: het aanboren van een andere financieringsbron, zijn de kinderopvangtoeslagregeling; in de peuteropvang te gaan werken met gecombineerde groepen van plaatsen die worden gesubsidieerd door de gemeente en plaatsen die worden gefinancierd vanuit de Wet kinderopvang. ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, hebben geen recht meer op een door de gemeente gesubsidieerde plaats; de ouderbijdrage voor de door de gemeente gefinancierde plaatsen in de peuteropvang wordt geharmoniseerd met de kinderopvang; de subsidiëringsystematiek wordt aangepast. Scenario 3: Harmonisatie en integratie van bovenaf (fusie kinderopvang en peuterwerk) Bij dit scenario wordt het peuterwerk van bovenaf door de gemeente geïntegreerd in de kinderopvang. Net als in het voorgaande scenario wordt het peuterspeelzaalwerk omgevormd tot peuteropvang en wordt ondergebracht onder de Wet kinderopvang. De subsidie voor gemeentelijk gefinancierde peuteropvang wordt verlegd naar de kinderopvangaanbieders. Doel daarvan is om geïntegreerde voorschoolse voorzieningen te creëren. Concreet betekent dit dat de peuterspeelzalen worden overgeheveld naar één of meerdere kinderopvangaanbieders. Voorbeelden: De gemeente Amstelveen heeft een plan van aanpak voor integratie en harmonisatie van kinderopvang en peuterwerk (zie www.amstelveen.nl/web/show?id=300340&langid=43). De gemeenteraad is eind 2010 akkoord gegaan met het voorstel om de gesubsidieerde peuterspeelzalen over te dragen aan kinderopvangaanbieders. Dit houdt in dat de huidige subsidiëring van de peuterspeelzalen door de gemeente uiterlijk op 1 januari 2013 wordt beëindigd. De gemeente koopt vanaf 2013 nog wel (VVE)-plaatsen in voor kinderen van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. De gemeente s-hertogenbosch zet in op de integratie van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk binnen de ontwikkeling van kindcentra 0-13. Voorschoolse voorzieningen vormen een belangrijke schakel in de keten die gericht is op een optimale ontwikkeling van kinderen. In de geïntegreerde voorschoolse voorziening wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. Het huidige peuterspeelzaalwerk wordt volledig geïntegreerd met de kinderopvang en wordt - door de kinderopvang - aangeboden in de vorm van peuterarrangementen. De functie peuterspeelzaalwerk krijgt in het Kindcentrum 0-13 een andere inbedding, Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 9

die een inhoudelijke en organisatorische versterking beoogt. Het schoolbestuur bepaalt per locatie wie de partners zijn die het kindcentrum 0-13 vormgeven. Als de peuterarrangementen vanaf 2011 worden aangeboden door de kinderopvang, is het voor alleenstaande ouders met een inkomen en ouders die beiden inkomsten uit werk hebben mogelijk om in aanmerking te komen voor de toeslag kinderopvang (Wet kinderopvang). De gemeente subsidieert vanaf 2011 alleen nog de peuterarrangementen (met en zonder VVE) voor ouders die niet in aanmerking komen voor een toeslag kinderopvang volgens de Wet kinderopvang. Op 1 januari 2011 was de overname van de peuterspeelzalen door 8 kinderopvangaanbieders in s- Hertogenbosch een feit. In de gemeente Leudal is integratie en harmonisatie van kinderopvang en peuterwerk inmiddels operationeel (http://hunsel.nl/index.php?simaction=content&mediumid=1&pagid=1545). Daar heeft de gemeente eerst gekozen voor integratie van voorschoolse voorzieningen door de peuterspeelzalen onder te brengen bij de kinderopvangorganisaties. Doel van de gemeente was om het hele voorschoolse traject zoveel mogelijk bij één partner onder te brengen. Voor de financiering van het peuterwerk wordt voor werkende ouders inmiddels een beroep gedaan op de kinderopvangtoeslag in plaats van gemeentelijke subsidies. Scenario 4: Harmonisatie en integratie van onderop (vraagfinanciering peuterwerk) Bij dit scenario worden het financieringsstelsel, de kwaliteitseisen en het toezicht van het peuterspeelzaalwerk gelijkgetrokken met de kwaliteitseisen van de kinderopvang. De gemeentelijke subsidie wordt uitsluitend aangewend voor die kinderen waarvan één of beide ouders niet werken/studeren/reïntegreren. VVE wordt ingevoerd in de kinderopvang. Door harmonisatie van het wettelijk kader kunnen zowel kinderdagverblijven als het peuterspeelzaalwerk gemeentelijk gefinancierde peuteropvang aanbieden. De gemeente dwingt bij dit scenario geen fusie peuterwerk en dagopvang af maar vervangt wel de vaste subsidierelaties met de huidige aanbieders van peuterwerk voor subsidierelaties met meerdere aanbieders die voldoen aan de prijs- en kwaliteitseisen die de gemeente stelt. Dit scenario voldoet aan de uitgangspunten die de gemeente heeft vastgesteld (zie paragraaf Aanleiding). Voorbeelden: De gemeente Oss heeft in 2010 beleid vastgesteld voor volledige harmonisatie van voorschoolse voorzieningen in de gemeente (zie www.vng.nl/praktijkvoorbeelden/jos/2010/oss_harmonisatiebeleid_2010.pdf) Bij dit scenario worden het financieringsstelsel, de kwaliteitseisen en het toezicht van het peuterspeelzaalwerk gelijkgetrokken met de kwaliteitseisen van de kinderopvang. Het peuterspeelzaalwerk wordt omgevormd tot peuteropvang en wordt ondergebracht onder de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk. Net als in de kinderopvang is de vraag van ouders bepalend voor de subsidiestromen van de gemeente. Op deze manier wordt de financiering van peuteropvang van werkende ouders of ouders die studeren/reïntegreren door de Wkkp geregeld. De gemeentelijke subsidie wordt uitsluitend aangewend voor die kinderen waarvan één of beide ouders niet werken/studeren/reïntegreren. VVE wordt ingevoerd in de kinderopvang. Door harmonisatie van het wettelijk kader kunnen ook kinderdagverblijven peuteropvang aanbieden. Dat betekent dat de gemeente alle aanbieders van peuterwerk en dagopvang na implementatie de gelegenheid biedt om gemeentelijk gefinancierde peuteropvang te leveren. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 10

1.10 Afwegingen toekomstscenario gemeente Dordrecht Op basis van de uitgangspunten die de gemeente bij aanvang van het ontwikkelingstraject heeft gesteld resteren er 3 hoofdscenario s die de gemeenten kan volgen bij harmonisatie en integratie van peuterwerk. Scenario 2: Harmonisatie toegankelijkheid en financiering voorschoolse voorzieningen Scenario 3: Harmonisatie en integratie van bovenaf (fusie kinderopvang en peuterwerk) Scenario 4: Harmonisatie en integratie van onderop (vraagfinanciering peuterwerk) Scenario 1- het voldoen aan de eisen die de Wet OKE stelt - betekent feitelijk dat de gemeente kiest voor de huidige uitgangssituatie in Dordrecht. In onderstaande opsomming worden enkele voor- en nadelen benoemd van de andere scenario s: Scenario 2: Harmonisatie toegankelijkheid en financiering huidige voorschoolse voorzieningen + aanvullende dekking voor de kosten van de gemeentelijk gefinancierde voorschoolse voorzieningen (doelgroepbereik vergroten, VVE aanbod verbreden, doorgaande lijn); + een meer resultaatgerichte subsidiesystematiek; + gelijke toegankelijkheid (ouderbijdrage) peuterwerk en kinderopvang; - hogere ouderbijdrage met name voor lagere inkomens. Scenario 3: Harmonisatie en integratie van bovenaf (fusie kinderopvang en peuterwerk) + aanvullende dekking voor de kosten van de gemeentelijk gefinancierde voorschoolse voorzieningen (doelgroepbereik vergroten, VVE aanbod verbreden, doorgaande lijn); + een meer resultaatgerichte subsidiesystematiek; + gelijke toegankelijkheid (ouderbijdrage) peuterwerk en kinderopvang; + snellere integratie kinderopvang en peuterwerk; - hogere ouderbijdrage met name voor lagere inkomens; - aantasting autonomie aanbieders peuterwerk om zelf keuzes te maken over inrichting en organisatie van het aanbod. Scenario 4: Harmonisatie en integratie van onderop (vraagfinanciering peuterwerk) + aanvullende dekking voor de kosten van de gemeentelijk gefinancierde voorschoolse voorzieningen (doelgroepbereik vergroten, VVE aanbod verbreden, doorgaande lijn); + een meer resultaatgerichte subsidiesystematiek; + gelijke toegankelijkheid (ouderbijdrage) peuterwerk en kinderopvang: + het vergroten van de keuzevrijheid voor ouders door verbreding van het aanbod. - hogere ouderbijdrage met name voor lagere inkomens. Het uitgangspunt voor harmonisatie in de gemeente Dordrecht is samengevat in de volgende zin: Wij streven in Dordrecht naar een geharmoniseerd aanbod voor peuters waarbij de verschillen tussen kinderopvang en peuterwerk zoveel mogelijk worden opgeheven en waarbij ruimte blijft bestaan voor een eigen identiteit van organisaties. Hierin staan de doorgaande lijn (0-12) én de vraag van ouders centraal Ruimte voor een eigen identiteit per organisatie past niet bij scenario 3. In dat scenario wordt het peuterwerk (door het verleggen van subsidiestromen) immers ondergebracht bij één of meer kinderopvangorganisaties. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 11

Zie ook de voorbeelden bij scenario 3 in de vorige paragraaf. De ervaringen in andere trajecten leert dat bij dit scenario relatief veel aandacht wegvloeit naar organisatorische aanpassingen (vorm) hetgeen de inhoudelijke kwaliteit van het aanbod (de primaire drijfveer van de gemeente) kan belasten. Als uitgangspunt voor de toekomst past scenario 2: Harmonisatie toegankelijkheid en financiering voorschoolse voorzieningen het beste bij het uitgangspunt dat de verschillen tussen kinderopvang en peuterwerk zoveel mogelijk worden opgeheven. Als de vraag van ouders centraal gesteld wordt past scenario 4 (Harmonisatie en integratie door vraagfinanciering peuterwerk) goed bij de uitgangspunten van de gemeente. Ook een doorgroeiscenario waarbij eerst met de huidige aanbieders van peuterwerk conform scenario 2 de verschillen tussen kinderopvang en peuterwerk zoveel mogelijk worden opgeheven en vervolgens conform scenario 4 de keuze mogelijkheden voor ouders worden verbreed past bij de uitgangspositie en ambities van de gemeente. In vergelijking met de uitgangspositie zijn de voordelen voor de gemeente Dordrecht van dit toekomstscenario: aanvullende dekking voor de kosten van de gemeentelijk gefinancierde voorschoolse voorzieningen; een meer resultaatgerichte subsidiesystematiek; meer financiele ruimte gemeente door cofinanciering toeslagregeling om het doelgroepbereik te vergroten, het VVE aanbod te verbreden en te verbeteren en te investeren in de doorgaande lijn; geen onderscheid meer tussen voorzieningen voor werkende ouders en voorzieningen voor doelgroepkinderen; het vergroten van de keuzevrijheid ouders om een passende voorschoolse voorziening te kiezen door verbreding van het aanbod. Gemeenschappelijk onderdeel van de scenario s 2 en 4 is dat de kinderopvangtoeslagregeling wordt gebruikt voor co-financiering van het peuterwerk. In hoofdstuk 9 zijn verschillende uitvoeringvarianten daarvan uitgewerkt. In de volgende figuur is de doorgroei van scenario s op hoofdlijnen weergegeven: Huidige situatie 2011: gemeente subsidie Vaste PSZ aanbieders (5) ouderbijdrage PSZ aanbod Ouders / kinderen (2/3 jr) Kinderopvang aanbieders Betaling Opvangaanbod Ouders / kinderen (0-4 jr) Kinderopvangtoeslag Rijk / dienst toeslagen Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 12

Scenario 2: Harmonisatie toegankelijkheid en financiering huidige voorschoolse voorzieningen gemeente subsidie Vaste PSZ aanbieders (5) Ouderbijdrage / Betaling Peuteropvang aanbod Ouders / kinderen (2/3 jr) Kinderopvangtoeslag Rijk / dienst toeslagen Kinderopvang aanbieders Betaling Opvangaanbod Ouders / kinderen (0-4 jr) Kinderopvangtoeslag Rijk / dienst toeslagen Scenario 4: Harmonisatie en integratie van onderop (vraagfinanciering peuterwerk) gemeente subsidie subsidie subsidie Peuteropvangaanbieders (zowel de huidige PSZ aanbieders als de dagopvangaanbieders) Ouderbijdrage / Betaling Peuteropvang en dagopvang aanbod Ouders / kinderen (0-4 jr) Kinderopvangtoeslag Rijk / dienst toeslagen 1.11 Dordrecht is anders dan veel andere gemeenten Uit de voorbeelden van andere gemeenten blijken grote verschillen in uitgangsposities, bijvoorbeeld in aanbod kinderopvang en peuterwerk (geconcentreerd versus versnipperd aanbod) en marktomgeving (stedelijk versus dorpskernen en hoge versus lage huishoudinkomens). Daarnaast zijn er recent ook nieuwe onzekerheden bijgekomen waaronder substantiële bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag in de komende jaren en de toenemende druk op de gemeentebegroting. In vergelijking met de situatie in veel andere gemeenten is het aanbod kinderopvang en peuterwerk verdeeld over relatief veel afzonderlijke aanbieders. Dat maakt de uitgangssituatie in de gemeente onderscheidend van veel andere gemeenten waar harmonisatie en integratie van peuterwerk en opvang plaatsvindt. Dat betekent dat de keuze voor toekomst- en implementatiescenario s een zorgvuldige afweging vergt van de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen van de gemeente, de afzonderlijke belangen van uitvoerders en gebruikers en de actuele marktomstandigheden, toekomstperspectieven en fasering. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 13

2. Samenvatting 2.1 Krimp gebruik peuterwerk en groei van dagopvang in afgelopen jaren Er is de afgelopen jaren in de gemeente Dordrecht een duidelijke verschuiving te zien van het gebruik van peuterwerk naar dagopvang. Sinds 2005 is het gebruik van peuterwerk met zo n 30% gedaald en is het gebruik van kinderopvang in diezelfde omvang gestegen. Oorzaak daarvan is de toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen. Ook de investeringen van het Rijk om de ouderbijdrage voor ouders te verlagen in 2006 en 2007 heeft daarbij een rol gespeeld. De groei van het gebruik van kinderopvang voor 0-4 jarigen in de gemeente begint af te vlakken door marktverzadiging (vraag en aanbod in evenwicht) en bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag. In bijlage 4 is de ontwikkeling van het gebruik van peuterwerk en kinderopvang in de gemeente samengevat. 2.2 Peuterwerkgebruikers: ruime meerderheid heeft recht op kinderopvangtoeslag Uit een enquête die onder ouders in april/mei 2011 is uitgevoerd blijkt dat 62% van de peuterspeelzaalkinderen in aanmerking komt voor de kinderopvangtoeslag omdat beide ouders/verzorgers werken (basisvoorwaarde voor recht op kinderopvangtoeslag). Tussen aanbieders en tussen locaties is er een grote variatie in dit aandeel. H3O heeft met 71% het grootste aandeel ouders dat gebruik maakt van gesubsidieerd peuterwerk en in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag, bij De Hoop is dat aandeel met 45% het laagst. De onderzoeksresultaten wijzen erop dat door het omvormen van peuterwerk naar peuteropvang een besparing op de subsidiemiddelen voor peuterwerk gerealiseerd kan worden. 2.3 Toets op huidige subsidiering peuterwerk Aan de hand van de huidige subsidiesystematiek van de gemeente is op hoofdlijnen de exploitatie van het peuterwerkaanbod in kaart gebracht. De peuterwerkaanbieders in de gemeente worden gefinancierd op basis van normbedragen per groep. Uit een vergelijking met een landelijke benchmark blijkt dat de subsidietarieven in Dordrecht voor VVE peuterwerk slechts beperkt afwijken. Bij deze vergelijking is geen rekening gehouden met de huisvestingscomponent waarvoor een aparte regeling geldt. De huidige eenduidigheid in de wijze van subsidiëren door de gemeente maakt de stap naar harmonisatie van peuterwerk en dagopvang gemakkelijker. 2.4 Vergelijking ouderbijdrage kinderopvang en peuterwerk Het omzetten van peuterwerk naar peuteropvang heeft effecten op de ouderbijdrage die ouders betalen. Ouders betalen immers niet meer een ouderbijdrage op basis van de gemeentelijke ouderbijdragentabel maar betalen een ouderbijdrage die gebaseerd is op de landelijk vastgestelde kinderopvangtoeslag tabel. Harmonisatie van de ouderbijdrage peuterwerk en kinderopvang levert per saldo een lastenverzwaring op voor vrijwel alle inkomenscategorieën. 2.5 Inbreng Dordtse aanbieders peuterwerk en kinderopvang De meeste exploitanten zien de ontwikkeling van harmonisatie als een logisch gevolg van een ongedeelde voorschoolse voorziening. Van belang is dat de gemeente bij het inzetten van een nieuwe beleidslijn direct helderheid verschaft over de randvoorwaarden en de planning. De aandacht die door aanbieders gevraagd is voor behoud van toegankelijkheid is vertaald in het reserveren van middelen in het financieel kader om de toegankelijkheid van peuteropvang voor zowel tweeverdieners als kostwinnersgezinnen te waarborgen. Zo zijn in het financieel kader van deze rapportage middelen gereserveerd voor het in standhouden van de situatie waarbij de laagste inkomen kostenloos toegang hebben tot het voorschools aanbod 1. De aandacht die is gevraagd voor de kwaliteit van het door de gemeente gesubsidieerde voorschoolse aanbod wordt vertaald bij de verdere uitwerking van kwaliteitseisen van de nieuwe subsidieregeling voor scenario 4. 1 Onder andere beperkt tot maximale omvang gesubsidieerde peuteropvang aanbod. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 14

De gemeente heeft aangegeven dat zij als uitgangspunt hanteert dat de kwaliteitseisen tenminste op hetzelfde niveau zullen liggen als de huidige kwaliteitseisen. De zorg bij particuliere kinderopvangaanbieders over oneigenlijke concurrentie voor bestaande dagopvanglocaties is verwerkt door in de tussenfase (scenario 2) geen subsidiemiddelen ter beschikking te stellen voor het verlengen van dagdelen bij de huidige peuterwerkaanbieders. De verschillende uitgangspunten over de koppeling van voorschoolse voorzieningen aan onderwijshuisvesting zijn gesignaleerd en moeten een vertaling krijgen in de definitieve subsidieregeling. 2.6 Toekomstscenario s integratie en harmonisatie Op basis van de uitgangspunten die de gemeente bij aanvang van het ontwikkelingstraject heeft gesteld zijn er 3 hoofdscenario s die de gemeente kan volgen bij harmonisatie en integratie van peuterwerk: Scenario 2: Harmonisatie toegankelijkheid en financiering huidige voorschoolse voorzieningen Scenario 3: Harmonisatie en integratie van bovenaf (fusie kinderopvang en peuterwerk) Scenario 4: Harmonisatie en integratie van onderop (vraagfinanciering peuterwerk) Scenario 1 - het uitsluitend voldoen aan de eisen die de Wet OKE stelt - betekent feitelijk dat de gemeente kiest voor de huidige uitgangssituatie in Dordrecht. Op basis van de specifieke kenmerken van de uitgangssituatie in Dordrecht en de interviews met betrokken partners lijkt een implementatiescenario waarbij eerst scenario 2 wordt gevolgd met de huidige aanbieders en vervolgens scenario 4 met een verbreding van het aanbod peuteropvang onder de overige aanbieders van voorschoolse voorzieningen (met name dagopvangaanbieders) een passend scenario. Gemeenschappelijk onderdeel van de scenario s 2 tot en met 4 is dat de kinderopvangtoeslagregeling wordt gebruikt voor co-financiering van het huidige peuterwerk. In hoofdstuk 9 zijn verschillende uitvoeringvarianten daarvan uitgewerkt. Uit de voorbeelden van andere gemeenten blijken grote verschillen in uitgangsposities, bijvoorbeeld in aanbod kinderopvang en peuterwerk (geconcentreerd versus versnipperd aanbod) en marktomgeving (stedelijk versus dorpskernen en hoge versus lage huishoudinkomens). Daarnaast zijn er recent ook nieuwe onzekerheden bijgekomen waaronder substantiële bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag in de komende jaren en de toenemende druk op de gemeentebegroting. Dat betekent dat een scenariokeuze voor de gemeente Dordrecht een zorgvuldige afweging vergt van belangen. Wanneer het peuterspeelzaalwerk wordt omgevormd tot peuteropvang komen ouders die werken en gebruik maken van deze peuteropvang in aanmerking voor een bijdrage van de belastingdienst (kinderopvangtoeslag). De gemeente zal de opvangplaatsen van de kinderen van werkende ouders dan niet meer subsidiëren. Het voordeel daarvan is dat de gemeente minder subsidielasten heeft. Het nadeel is dat de gemeente ook minder grip heeft op de uitvoerders door het ontbreken van een subsidierelatie. Voor de financiering van twee dagdelen peuteropvang voor kinderen van ouders die niet onder de Wet kinderopvang vallen, blijft de gemeente verantwoordelijk. Hiervoor zal een aangepaste subsidieregeling noodzakelijk zijn die aansluit bij de systematiek van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk (vraagfinanciering) en waarbij de ouderbijdrage kinderopvang en peuterwerk geharmoniseerd wordt. Het voordeel daarvan is gelijke toegankelijkheid van alle voorschoolse voorzieningen voor tweeverdiener- en eenverdienerhuishoudens. Het nadeel is dat de ouderbijdrage voor eenverdienerhuishoudens zal stijgen als de gemeentelijk vastgestelde ouderbijdrage gelijkgetrokken wordt met de landelijke kinderopvangtoeslagregeling. Daarnaast moet rekening gehouden worden met meerdere door de gemeente gekwalificeerde aanbieders van Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 15

gesubsidieerd peuterwerk. Het voordeel daarvan is dat ouders meer keuzemogelijkheden krijgen in gemeentelijk gefinancierde voorschoolse voorzieningen. 2.7 Indicatie financiele consequenties gemeente Uit een eerste globale doorrekening van scenario s blijkt dat het betrekken van de kinderopvangtoeslagregeling bij de financiering van het peuterwerk de gemeentelijke subsidiebijdrage aan voorschoolse voorzieningen - op termijn - kan beperken. Uit de indicatieve doorrekening blijkt dat het structurele subsidiebeslag voor de exploitatie van voorschoolse voorzieningen na harmonisatie kan afnemen met 18% of 560.000 per jaar afhankelijk van de gekozen uitgangspunten. Wel zijn er enkele financiele risico s verbonden aan deze inschatting. Deze worden nader toegelicht in de risicoparagraaf. Aan de hand van nader overleg met de betrokken uitvoerders en een nadere analyse moet vastgesteld worden welke besparingen realistisch zijn zonder de kwaliteit en de toegankelijkheid van het voorschoolse aanbod in de gemeente aan te tasten. 2.8 Afwegingen bij implementatie Nu al is te voorzien dat bij het vormgeven van de verdere uitwerking van een toekomstscenario voor de gemeente Dordrecht de volgende vraagstukken cruciaal zijn: a. wat is de omvang van het peuterwerk dat de gemeente na harmonisatie blijft subsidiëren (2,5 uur per dagdeel of 3,5 uur per dagdeel) voor ouders die geen gebruik kunnen maken van de kinderopvangtoeslag? Het voordeel van langere dagdelen is dat de combinatie en integratie in de dagopvang gemakkelijker vorm krijgt en de kans op daadwerkelijke integratie, harmonisatie en beperken van onderscheid in aanbod (kinderen van eenverdieners en doelgroepen met korte dagdelen in aparte voorzieningen los van kinderen van tweeverdieners in andere voorzieningen met langere dagdelen). Het nadeel is dat de gemeente meer subsidiemiddelen moet uittrekken om langere dagdelen te financieren. b. gaat de gemeente peuterwerk subsidiëren in combigroepen met dagopvang die niet op een schoolaccommodatie gehuisvest zijn? De afgelopen jaren heeft de gemeente beleid gevoerd om de door haar gefinancierde voorschoolse voorzieningen zoveel mogelijk bij scholen te huisvesten. Kinderopvanglocaties zijn merendeels niet bij scholen gehuisvest en kunnen uitsluitend gemeentelijk gefinancierde peuteropvang aanbieden als de gemeente geen nadere eisen stelt aan de locatie waar de peuteropvang wordt uitgevoerd. Het nadeel daarvan is dat de gemeentelijk gefinancierde voorschoolse voorzieningen niet meer (vrijwel) uitsluitend op of bij school plaatsvinden hetgeen door enkele aanbieders als bedreigend voor de doorgaande lijn wordt gezien. Het voordeel van het loslaten van de schoolhuisvesting is dat integratie van peuterwerk met kinderopvang op meerdere plaatsen in de gemeente vorm kan krijgen. Voor aanbieders van opvang die geen schoollocatie hebben maar wel bereid zijn te investeren in de doorgaande lijn biedt dit perspectief. c. gaat de gemeente middels aanvullende subsidiering of middels armoedebeleid de ouderbijdrage voor specifieke doelgroepen matigen? De kans is groot dat het uurtarief voor peuteropvang (in vergelijking met dagopvang) hoger ligt dan de vergoedingsnorm voor de dagopvang (2011: 6,36 per uur). Alle kosten boven dit uurtarief betalen ouders in principe zelf extra bovenop de inkomensafhankelijke bijdrage die in de toeslagregeling is vastgelegd. De gemeente kan deze extra ouderbijdrage matigen middels compensatie via het armoedebeleid of extra subsidiering van het aanbod. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 16

Het nadeel van compensatie is dat het substantieel extra subsidiemiddelen vergt. Het voordeel is dat de toegankelijkheid voor zowel eenverdieners als tweeverdieners met lagere inkomens wordt bevorderd. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 17

3. Vraag en aanbod peuterwerk en dagopvang in Dordrecht 3.1 Voorschoolse aanbod in Dordrecht Het peuterwerk in de gemeente Dordrecht wordt uitgevoerd door 6 exploitanten, te weten: 1. Dordtse Welzijnsorganisatie (DWO) 2. Stichting Katholieke Peuterspeelzalen Bernardus Alfrink (SKOBA) 3. Stichting H3O 4. Stichting Peuterspeelzalen Dordrecht (SPD) 5. Stichting de Hoop 6. Stichting Het Peuterhuis 2 Vrijwel alle peuterspeelzalen zijn gehuisvest in scholen. In de bijlage zijn per uitvoeringsorganisaties de peuterspeelzalen nader gespecificeerd. De kinderopvang in Dordrecht wordt geëxploiteerd door in totaal 21 verschillende organisaties die dagopvang exploiteren. In de bijlage zijn de uitvoeringsorganisaties opgenomen. Naast enkele peuterspeelzaalaanbieders bieden ook 8 dagopvangaanbieders VVE programma s aan. 3.2 Basisonderwijs in Dordrecht Het basisonderwijs in Dordrecht wordt aangeboden onder de verantwoordelijkheid van 7 onderwijsbesturen. 2 daarvan voeren direct of indirect het bestuur over peuterspeelzalen. Het gaat dan om H3O en SKOBA. 3.3 Ontwikkeling doelgroep voorschools aanbod Uit de bevolkingscijfers blijkt dat het aantal 2- en 3 jarigen in de gemeente in de periode 2006-2011 met circa 15% is gedaald: 3200 aantal 2- en 3 jarigen per 1/1/ in Dordrecht 3000 2800 2600 2400 2200 2000 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Bron: CBS Volgens de Bevolkingsprognose Dordrecht per wijk 2007-2020 (zie http://cms.dordrecht.nl/dordrecht/up/zmhzqpwhe_bevolkingsprognose_dordrecht_per_wijk_2007-2020.pdf en volgens de regionale prognoses van het CBS zal de krimp van het aantal peuters in de periode tot 2015 nog slechts enkele procentpunten bedragen. De verwachting is dat het aantal 2- en 3-jarigen tot 2020 zal schommelen tussen 2.400 en 2.500. Uit de Onderwijsmonitor Dordrecht 2009 (OCD, 2010) blijkt dat het aantal gewichtenleerlingen in het 2 Heeft geen subsidierelatie met de gemeente Dordrecht. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 18

basisonderwijs 21% van de totale basisschoolpopulatie bedraagt. Dat betekent dat de doelgroep gewichtenkinderen voor VVE programma s in de leeftijdsgroep 2- en 3-jarigen per 1/1/2011 ongeveer 530 peuters bedraagt. De gemeente heeft echter een bredere doelgroep definitie voor VVE programma s. Alleen al in het peuterwerk wordt in 2011 een VVE aanbod verzorgd in 47 groepen waar maximaal 705 peuters gebruik van kunnen maken. Daarnaast bieden ook 8 dagopvangaanbieders VVE programma s aan. 3.4 Ontwikkeling vraag en capaciteit voorschools aanbod In onderstaand overzicht het begrote aanbod en gebruik van het peuterwerk per exploitant in 2011: Aanbod gesubsidieerd peuterwerk per organisatie 2011 Bron: gemeente Dordrecht Aantal groepen regulier peuterwerk Aantal kindplaatsen totaal Aantal geplaatste peuters Aantal groepen VVE peuterwerk SPD 21 11 491 435 H3O 8 29 584 535 DWO 15 0 225 210 SKOBA 3 0 45 34 Bambino 0 1 16 13 Totaal 47 41 1.361 1.227 Net als in andere gemeenten is de vraag naar peuterwerk in de gemeente de afgelopen jaren teruggelopen. Uit een overzicht van SPD blijkt dat de vraag naar peuterwerk in de periode 2005-2009 met bijna 30% is afgenomen. Het bereik van het peuterspeelzaalwerk in de gehele gemeente heeft zich als volgt ontwikkeld: 2.000 1.750 1.500 1.250 1.000 750 500 250 0 Bereik peuterspeelzaalwerk in aantal peuters per jaar 1.843 1.508 1.227 2005 2008 2011* Bron: * begroot, 2005 en 2008 Onderwijsmonitor Dordrecht 2009 De daling van de vraag naar peuterwerk gaat gepaard met een sterke stijging van het aantal kindplaatsen in de kinderopvang in Dordrecht. In de periode 2006-2010 is de capaciteit aan dagopvang in Dordrecht met meer dan 40% toegenomen: 2006 2008 2009 2010 2006-2010 Dagopvang in aantal kindplaatsen 1.055 1.229 1.242 1.487 +41% Bron: Netwerkbureau kinderopvang De oorzaken van de terugloop van de vraag naar peuterwerk zijn tweeledig. Enerzijds is er sprake van een sterke krimp van het aantal 2- en 3- jarigen (zie 3.3), anderzijds is door toenemende arbeidsparticipatie en betere Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 19

toegankelijkheid van dagopvang de vraag van ouders verschoven van peuterwerk naar dagopvang (zie bijlage 5). Ook het gebruik van dagopvang in de gemeente Dordrecht is de afgelopen jaren sterk gestegen. In onderstaande grafiek is het aandeel 0-4 jarigen opgenomen dat gebruik maakt van dagopvang en gastouderopvang over 2007-2010: Bereik kinderopvang onder 0-4 jarigen in Dordrecht 60% 50% Dagopvang 0-4 Gastouderopvang 0-4 45% 48% 52% 40% 40% 30% 20% 10% 8% 12% 13% 9% 0% 2007 2008 2009 2010 Bron: CBS 2011 Daaruit blijkt dat meer dan de helft (52%) van de 0-4 jarigen gebruik maakt van dagopvang en dat 9% gebruik maakt van gastouderopvang in 2010. Uit de gebruikscijfers blijkt dat de groei van de totale formele kinderopvang voor 0-4 jarigen in 2010 stagneert. Weliswaar groeit de dagopvang nog maar de krimp van de gastouderopvang is groter. 3.5 Voor- en vroegschoolse educatie Het voor- en vroegschoolse (VVE) aanbod in Dordrecht is gericht op doelgroepkinderen die aan de volgende criteria voldoen: twee- en driejarige kinderen van ouders met een lage tot zeer lage opleiding en kinderen van inburgeraars. Daarnaast worden ook 'zorgkinderen' tot de doelgroep voor VVE gerekend. Dit zijn kinderen die door het ZAT 0-4 jaar van het consultatiebureau (Opmaat/Careyn) zijn geïndiceerd op basis van meervoudige problemen (Bron: Brief aan de gemeenteraad, 2 maart 2009). Het bereik van de gewichtenkinderen met een VVE aanbod in de VVE peuterspeelzalen bedraagt in 2008 63,4 procent. In het rapport De kwaliteit van VVE in de gemeente Dordrecht in 2010 (Inspectie van het Onderwijs, maart 2011) worden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs naar de kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in de gemeente Dordrecht. De Inspectie concludeert: De wijze waarop de gemeente Dordrecht het VVE-aanbod in de gemeente jaarlijks evalueert en op basis daarvan speerpunten formuleert en verbeterplannen ontwikkelt, is een voorbeeld voor anderen (p. 22). De inspectie stelt aanvullend vast dat de VVE-instellingen op de meeste onderzochte indicatoren voldoende tot soms 'voorbeeldig' presteren. In het inspectierapport worden ook verbeterpunten benoemd waaronder het vastleggen van concrete streefdoelen voor VVE trajecten. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 20

3.6 Actuele ontwikkeling: bezuinigingen kinderopvangtoeslag In onderstaand overzicht de begrote bezuinigingsmaatregelen op de kinderopvangtoeslag zoals die in juni 2011 door het Kabinet zijn gepubliceerd en in 2015 gerealiseerd moeten zijn. Bezuinigingsmaatregelen kinderopvang in mln. per jaar 2011 2012 2013 2014 2015 in % totaal a. bezuiniging op toeslagtabel vanaf 2011-230 -270-310 -350-375 33% b. koppeling opvanguren aan werkuren 0-70 -70-70 -70 6% c. niet indexeren vergoedingsnorm uurtarief 0-60 -60-60 -60 5% d. aanpassing toeslagtabel 1e en volgende kind 0-270 -325-385 -395 34% e. vaste eigen bijdrage per maand 0-8 -105-115 -125 11% f. afbouw vaste werkgeversbijdrage hoge inkomens 0-5 -100-110 -125 11% Totaal -230-683 -970-1.090-1.150 100% Bron: SZW, 2011 Vanaf 2011 is de kinderopvangtoeslag verlaagd waardoor de ouderbijdrage voor kinderopvang - in vergelijking met 2010 - gemiddeld met 25% is gestegen. Vanaf 2012 worden volgens de huidige plannen de volgende bezuinigingen op de kinderopvang van kracht: Ad b. koppeling opvanguren aan werkuren Vanaf 2012 wordt de kinderopvangtoeslag gekoppeld aan het aantal gewerkte uren van de minst werkende partner. Ad. c. niet indexeren vergoedingsnorm uurtarief De maximale uurprijs waarover een toeslag wordt verleend gaat in 2012 niet omhoog (geen inflatiecorrectie) waardoor een groter aandeel van de kosten voor eigen rekening van ouders komt. Ad. d. aanpassing toeslagtabel 1e en volgende kind Na de aanpassingen voor 2011 gaat de kinderopvangtoeslag in 2012 verder omlaag. Vanaf 2013 worden volgens de huidige plannen de volgende bezuinigingen op de kinderopvang van kracht: Ad e. vaste eigen bijdrage per maand Er komt een vaste eigen bijdrage per huishouden met opvang van 15 euro per maand. Ad f. afbouw vaste werkgeversbijdrage hoge inkomens Inkomens met een inkomen hoger dan 130.000 euro per jaar krijgen geen vaste werkgeverstoeslag en moeten daardoor 33% van de kosten (tot aan het maximumtarief) extra zelf bijdragen. Duidelijk is dat de maatregelen leiden tot een substantiële kostenstijging voor huishoudens met kinderopvang. Algemeen wordt aangenomen dat de stijgende ouderbijdrage van kinderopvang effect zal hebben op de vraag ernaar (Buitenhek Management & Consult, 2011). Onduidelijk is nog welke effecten verwacht kunnen worden voor de vraag naar dagopvang in de gemeente Dordrecht. Het Centraal Planbureau (CPB, 2011) concludeert dat de effecten op de arbeidsparticipatie niet groot zullen zijn en mede op basis van die analyse is er nog geen reden om aan te nemen dat er een substantiële verschuiving zal komen in de verhouding een- en tweeverdienerhuishoudens als gebruikers van voorschoolse voorzieningen. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 21

3.7 Conclusie Er is de afgelopen jaren in de gemeente Dordrecht een duidelijke verschuiving te zien van het gebruik van peuterwerk naar dagopvang. Sinds 2005 is het gebruik van peuterwerk met zo n 30% gedaald en is het gebruik van kinderopvang in diezelfde omvang gestegen. Oorzaak daarvan is de toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen en de krimp van het aantal peuters. Ook de investeringen van het Rijk om de ouderbijdrage voor kinderopvang in 2006 en 2007 te verlagen heeft daarbij een rol gespeeld. De grootste krimp van het aantal peuters is echter achter de rug en de groei van het gebruik van kinderopvang voor 0-4 jarigen in de gemeente begint eveneens af te vlakken. Uit het recente rapport van de Inspectie Onderwijs blijkt dat er een goede basis ligt onder het VVE beleid in de gemeente Dordrecht. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 22

4. Onderzoek naar samenstelling populatie peuterwerk 4.1 Inleiding Met een peiling is een inventarisatie gemaakt van het aandeel ouders dat gebruik maakt van het gemeentelijk gesubsidieerd peuterwerk en dat ook gebruik kan maken van de Rijksgefinancierde kinderopvang. 4.2 Resultaten enquête: ruim 60% gesubsidieerd peuterwerk Wkkp proof In bijlage 1 de resultaten van de enquête onder ouders die in april/mei 2011 is uitgevoerd. De respons bedroeg 67%. Uit de enquête blijkt dat meer dan 60% van de peuterspeelzaalkinderen in aanmerking komt voor de kinderopvangtoeslag (Wkkp proof). Uit de resultaten blijkt dat het aandeel gezinnen dat voldoet aan de eisen van de kinderopvangtoeslag varieert per aanbieder en ook per locatie. H3O heeft met 70% het grootste aandeel ouders dat gebruik maakt van gesubsidieerd peuterwerk en in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag, bij De Hoop is dat aandeel met 45% het laagst. Op locatieniveau variëren deze cijfers ook. 4.3 Conclusie Uit de enquêteresultaten blijkt dat de gemeente peuterwerk financiert voor een doelgroep waarvan de ruime meerderheid gebruik kan maken van de door het Rijk gefinancierde kinderopvangvoorzieningen. Van belang is te melden dat dit onderzoek een momentopname is van de actuele situatie. Door bezuinigingen op kinderopvangtoeslag en door verhoging van de ouderbijdrage bestaat het risico dat het aandeel tweeverdieners met voorschoolse voorzieningen lager wordt. In de volgende hoofdstukken worden de financiele consequenties van het harmoniseren van peuterwerk en dagopvang voor gemeente, ouders en exploitanten nader in kaart gebracht. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 23

5. Subsidiekader peuterspeelzaalwerk 2011 5.1 Inleiding Aan de hand van de huidige subsidiesystematiek van de gemeente is op hoofdlijnen de exploitatie van het peuterwerkaanbod in kaart gebracht. 5.2 Kerncijfers exploitatie peuterwerk Dordrecht De peuterwerkaanbieders in de gemeente worden gefinancierd op basis van normbedragen per groep. Voor 2011 worden door de gemeente de volgende subsidiegrondslagen gehanteerd: Kengetallen subsidie peuterwerk 2011 VVE Regulier Bron: gemeente Dordrecht Maximum aantal kinderen per groep 15 16 Openingsweken 40 40 Uren per week 10 5 Uren per jaar 400 200 Normbedrag totale lasten per groep 56.070 25.630 Normbedrag totale lasten per kindplaats 3.738 1.602 Normbedrag ouderbijdrage per groep 5.160 5.504 Normbedrag subsidie per groep 50.910 20.126 Normbedrag subsidie per kindplaats 3.394 1.258 Uurtarief per kindplaats 9,35 8,01 Bij het berekenen van deze uurtarieven is geen rekening gehouden met de huisvestingscomponent waarvoor een aparte financieringsregeling geldt. Ook de huidige bezettingsgraad van peuterspeelzalen is niet verdisconteerd. Verder moet - om te voldoen aan de eisen die de toeslagregeling stelt - bij harmonisatie ook de huidige groepsgrootte aangepast worden. Het kostendekkende uurtarief per geplaatste peuter kan daardoor aanzienlijk hoger worden. Het begroot aantal groepen en gebruik in 2011 (peiling augustus 2011) per aanbieders is opgenomen in onderstaande tabel: Aanbod gesubsidieerd peuterwerk per organisatie 2011 Bron: gemeente Dordrecht Aantal groepen VVE peuterwerk Aantal groepen regulier peuterwerk Aantal kindplaatsen totaal Aantal geplaatste peuters SPD 21 11 491 435 H3O 8 29 584 535 DWO 15 0 225 210 SKOBA 3 0 45 34 Bambino 0 1 16 13 Totaal 47 41 1.361 1.227 Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 24

In onderstaande tabel de begrote jaarlijkse subsidielasten gebaseerd op de normbedragen en het aantal begrote groepen VVE en regulier: Jaarlijks subsidiebeslag peil augustus 2011 volgens huidige regeling VVE peuterwerk Regulier peuterwerk Totaal SPD 1.069.110 221.408 1.290.518 H3O 407.280 583.712 990.992 DWO 763.650 0 763.650 SKOBA 152.730 0 152.730 Bambino 0 20.128 20.128 Totaal 2.392.770 825.248 3.218.018 Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 25

6. Indicatie effect harmonisatie op ouderbijdrage 6.1 Inleiding Het omzetten van peuterwerk naar peuteropvang heeft effecten op de ouderbijdrage die ouders betalen. Door omzetting van peuterwerk naar peuteropvang wordt de ouderbijdrage voor ouders beïnvloed. Zij betalen immers niet meer een ouderbijdrage op basis van de gemeentelijke ouderbijdragentabel maar betalen een ouderbijdrage die gebaseerd is op de landelijk vastgestelde kinderopvangtoeslag tabel. 6.2 Ouderbijdragentabel peuterwerk 2011 De huidige tarieven (2011) voor de ouderbijdrage voor het regulier gesubsidieerd peuterwerk zijn als volgt: Huishoudinkomen per jaar van tot Bijdrage / maand Bijdrage / jaar (11 mnd) Bijdrage / uur (200 uur/jr) kleiner dan 24.389 - - - 24.389 26.606 28,50 313,50 1,57 26.606 44.344 32,50 357,50 1,79 44.344 55.600 44,50 489,50 2,45 hoger dan 55.600 68,00 748,00 3,74 6.3 Ouderbijdragentabel na harmonisatie peuterwerk vanaf 2013 3 Bij harmonisatie van de ouderbijdrage is het van belang om inzicht te hebben in de gevolgen voor de ouderbijdrage op termijn in vergelijking met de huidige ouderbijdrage van ouders met peuterwerk. Hierbij is rekening gehouden met de bezuinigingsmaatregelen op de kinderopvang zoals die nu bekend zijn. Bij de berekening van de ouderbijdrage voor peuteropvang vanaf 2013 is het uurtarief voor peuteropvang geïndexeerd met 4% tot 8,33 (zie 5.2) en is de vergoedingsnorm voor de kinderopvangtoeslag geïndexeerd met 2% (als gevolg van de bevriezing in 2012) tot 6,49. Verder is de vaste eigen bijdrage van 15,- per maand per huishouden die wordt ingevoerd bij de kinderopvangregeling eveneens verwerkt in de vergelijking. In onderstaande tabel is de ouderbijdrage berekend op basis van de kinderopvangtoeslag 2013: Ouderbijdrage tabel algemeen vanaf 2013: Huishoudinkomen per jaar Bijdrage / jaar (11 mnd) Bijdrage / uur (200 uur/jr) Verschil oude regeling /uur tot 18.099 653,71 3,27 3,27 24.389 700,44 3,50 1,93 26.606 721,21 3,61 1,82 44.344 854,90 4,27 1,82 55.600 989,90 4,95 1,21 Uit de vergelijking met de huidige regeling blijkt dat alle inkomenscategorieën meer ouderbijdrage gaan betalen als in 2013 de ouderbijdrage voor peuterwerk geharmoniseerd is met de ouderbijdrage voor de kinderopvang. De laagste huishoudinkomens gaan per jaar ruim 650,- (200 uur maal 3,27) extra ouderbijdrage betalen. Huishoudinkomens van 55.600 per jaar gaan zo n 240,- per jaar (200 uur maal 1,21) meer betalen. 3 Bij deze vergelijking is geen rekening gehouden met effecten van het verschil tussen accres en kostenstijging op de ouderbijdrage na 2011. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 26

Specifiek voor kinderen die gebruik maken van VVE programma s geldt dat zij nu volgens wettelijke voorschriften een maximale ouderbijdrage verschuldigd zijn van ongeveer 200,- per jaar. Ook vanaf 2013 zal dat wettelijke maximum van toepassing blijven voor gewichtenkinderen die gebruik maken van VVE programma s. Dat betekent dat voor deze groep de gemeente extra subsidiemiddelen moet inzetten om de ouderbijdrage te verlagen. 6.4 Conclusie: harmonisatie ouderbijdragen leidt tot hogere lasten voor huishoudens Uit deze analyse blijkt dat harmonisatie van ouderbijdragen peuterwerk en kinderopvang leidt tot een hogere ouderbijdrage voor gezinnen in vergelijking met de huidige ouderbijdrageregeling voor het peuterwerk. Met name voor de huishoudens met lagere inkomens is de stijging aanzienlijk aangezien zij onder de huidige regeling in het geheel geen ouderbijdrage betalen. De gemeente zet nu subsidiemiddelen in om voor de laagste inkomens alle drempels weg te nemen en deze geen ouderbijdrage te laten betalen. De landelijke kinderopvangtoeslagregeling kent ook bij de laagste inkomens een ouderbijdrage. Bij volledige harmonisatie van de ouderbijdragentabel ontstaat er dus een kostendrempel voor de laagste inkomens. Er zijn mogelijkheden om dit knelpunt op te lossen. In de verdere uitwerking worden die opties nader toegelicht. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 27

7. Consequenties van harmonisatie peuterwerk en kinderopvang 7.1 Inleiding Het omvormen van peuterspeelzaalwerk naar kinderopvang past in de landelijke trend van harmonisatie van het voorschoolse stelsel. Het harmoniseren van het voorschoolse stelsel heft het onderscheid tussen de twee aparte voorschoolse voorzieningen (kinderdagverblijven en peuterspeelzalen) goeddeels op en brengt de kinderen van werkende/studerende ouders en niet-werkende/-studerende ouders bij elkaar in één voorschoolse voorziening met één kader voor wet- en regelgeving. In onderstaande paragrafen is opgenomen waar men mee te maken krijgt als men peuterspeelzalen als kinderopvanglocaties onder de Wet Kinderopvang en Kwaliteitsregels Peuterspeelzalen (Wkkp) wil laten registreren. 7.2 Aanvullende eisen kinderopvang Wkkp Als de peuterspeelzaallocaties als kinderopvang onder de Wkkp gebracht worden, dan dient aan alle eisen van deze wet te worden voldaan. De vergelijking van de huidig geldende regels met de kwaliteitseisen voor kinderopvang uit de Wkkp levert de volgende belangrijkste aanvullende eisen en regels op: 1. Ten minste twee gediplomeerde leidsters op één groep. 2. Leidster/kind-ratio volgens de volgende norm: a. één leidster per zes aanwezige kinderen van 2-3 jaar; b. één leidster per acht aanwezige kinderen van 3-4 jaar. Bij kinderen van verschillende leeftijden in één groep moet een gemiddelde berekend worden voor de vaststelling van het aantal kinderen per leidster. Dit gewogen gemiddelde wordt naar boven afgerond. 3. Instellen van een oudercommissie per locatie. Ad 1. In de huidige situatie wordt op al voldaan aan de eis van twee gediplomeerde leidsters op één groep. Ad 2. Bovengenoemde leidster/kind-ratio geeft aan dat peutergroepen 12 tot 16 kinderen groot mogen zijn, afhankelijk van het aantal 2- en 3-jarigen in de groep. Op dit moment geldt al het maximum van 15 peuters voor VVE groepen en 16 peuters voor reguliere groepen. Indien alle peuterspeelzalen aan de wettelijke eisen van de Wkkp gebracht moeten worden zal dat leiden tot groepen met een lager maximum aantal peuters (14). Dat zal ook gevolgen hebben voor de kosten per kindplaats. Ad 3. Een oudercommissie (OC) bestaat uit ouders van kinderen van de betreffende locatie. De OC dient een reglement op te stellen waarin in ieder geval is vastgelegd uit hoeveel leden de OC tenminste moet bestaan, hoe de procedure voor verkiezingen verloopt en wat de zittingsduur van de leden is. De OC heeft informatie- en adviesrecht over een aantal vastgestelde onderwerpen zoals prijsstelling en pedagogisch beleid. 7.3 Aanbod kinderopvang onder Wkkp Naast het voldoen aan de eisen voor kinderopvang uit de Wkkp is het voor de peuterspeelzaalaanbieders van belang om een overweging te maken met welk opvangaanbod in de toekomst (financieel en organisatorisch) men het beste uit de voeten kan. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat met een aanbod van langere dagdelen men beter in staat is om ouders te binden en een terugloop in de bezetting te beperken. Combinatiegroepen komen ook voor, waarbij een deel van de kinderen kortere dagdelen komt (niet Wkkp-proof) en een ander deel (wel Wkkpproof) langere dagdelen. Ook kan men overwegen om een aanbod voor 0-4 jarigen in de markt te zetten. Deze keuze dient elke organisatie voor zichzelf te maken, maar wordt ook beïnvloed door de lokale situatie binnen de gemeente of zelfs binnen de wijk waar de peuterspeelzaal zich bevindt. Men moet hierbij rekening houden met onder andere de demografische situatie en -ontwikkelingen, de huidige vraag en het huidige aanbod en de prognose hiervan voor de komende jaren. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 28

7.4 Stappenplan naar kinderopvang onder de Wkkp Als een peuterspeelzaal de overstap wil maken naar een aanbod als kinderopvang onder de Wkkp, dan dienen in ieder geval de volgende stappen genomen te worden. Deze stappen staan niet in volgorde van uitvoering, een deel dient parallel uitgevoerd te worden: 1. Maximale en gewenste groepsgrootte bepalen o.b.v. leeftijd kinderen en beschikbare oppervlakte aan binnenen buitenspeelruimte. 2. Registratie locaties peuterwerk als kinderopvanglocaties in het Landelijke Register Kinderopvang, waarna ook een GGD-inspectie volgt. 3. Gewenst aanbod vaststellen (enquête onder ouders, doelgroep 2-3 jaar of 0-4 jaar, openingstijden/lengte dagdelen, aanbod 40 of 52 weken per jaar, aantal dagdelen VVE). 4. Zonodig nieuwe huurvoorwaarden (marktconforme tarieven) overeenkomen. 5. Vaststellen organisatorische en financiële gevolgen van het gewenste aanbod. 6. Nieuwe subsidievoorwaarden met de gemeente overeenkomen. 7. Tarieven/ouderbijdragen vaststellen. 8. Personeel onder de CAO Kinderopvang brengen. Hiervoor is een akkoord van de OR/PVT nodig. Voor deze omzetting is door werkgevers- en werknemersorganisaties een landelijk sociaal plan Harmonisatie Peuterspeelzaalwerk/kinderopvang vastgesteld. 9. Nieuwe arbeidsovereenkomsten met groepsleiding overeenkomen onder CAO Kinderopvang (oude rechten blijven behouden, betreft vooral wijzigingen van contracturen, werktijden en taakuren). 10. Waar nodig, nieuw personeel aantrekken en inwerken. 11. Nieuwe plaatsingsovereenkomsten en algemene voorwaarden met ouders opstellen. 12. Instellen van een oudercommissie per locatie. 13. Aanpassen informatiemateriaal, zoals informatieboekje en/of website. 7.5 Kosten proces naar kinderopvang onder de Wkkp Het uitvoeren van bovengenoemde stappen is voor de kleinere organisaties relatief veel werk. Voor organisaties die al dagopvang voor 0-4 jarigen aanbieden, is een deel van de stappen eenvoudiger te realiseren omdat hiervoor intern al ervaring en middelen/materiaal beschikbaar zijn. Voor het ombouwen van een peuterspeelzaallocatie naar peuteropvang/kinderopvang is ook vooral een investering in tijd noodzakelijk. Voor bovengenoemd traject moet men (los van nieuwe subsidieafspraken met de gemeente en nieuwe huurovereenkomsten) rekening houden met een doorlooptijd van 6-12 maanden. Voor grotere organisaties geldt dat dit vooral voor een eerste locatie geldt, voor volgende locaties kan dit sneller gerealiseerd worden (maximaal drie maanden). 7.6 Toekomstplaatje Het is niet goed mogelijk om een eenduidig toekomstplaatje te schetsen van de situatie die ontstaat na de omvorming van de peuterspeelzalen naar peuteropvang/kinderopvang. Dit komt doordat er veel mogelijke oplossingen zijn om de nieuwe opvang vorm te gaan geven. Hierbij kan een peuterspeelzaalaanbieder de volgende keuzes overwegen, afhankelijk van de vraag van ouders en de (financiële en organisatorische) mogelijkheden: a. huidig aanbod (met huidige korte dagdelen) de status van kinderopvang meegeven, zodat het als een kindcentrum wordt gefinancierd en ouders in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang; b. verlengde dagdelen aanbieden, waarbij kinderen van wie de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag langere dagdelen komen dan de overige kinderen; c. verlengde dagdelen waarbij alle kinderen langere dagdelen afnemen; d. geen vaste dagdeelcombinaties meer aanbieden, maar ouders vrije keuze geven; e. hele dagen aanbieden tot bijvoorbeeld 18:30 uur (of van 8:00 uur tot 15:00 uur, aansluitend op schooltijden), eventueel ook in combinatie met kinderen die kortere dagdelen afnemen; Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 29

f. aanbod uitbreiden met opvang voor 0-4 jaar. In het volgende hoofdstuk worden de consequenties van harmonisatie voor het subsidiekader van de gemeente nader belicht. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 30

9. Indicatie besparing gemeentelijke subsidies 9.1 Inleiding In dit hoofdstuk is een indicatie gemaakt van het gemeentelijk budget dat vanaf 2013 noodzakelijk is bij implementatie van verdere harmonisatie met de kinderopvangregeling. Bij de doorrekening is rekening gehouden met de huidige exploitatie en met het huidige gemeentelijke beleid voor de toegankelijkheid van voorschoolse voorzieningen. Het gaat nadrukkelijk om een indicatie van effecten waarbij o.a. geen rekening gehouden is met de huisvestingscomponent in de gemeentelijke subsidiëring4. Aan het einde van dit hoofdstuk is een risicoparagraaf toegevoegd met de belangrijkste onzekerheden van deze indicatieberekening. 9.2 Uitgangssituatie subsidiering peuterspeelzaalwerk 2011 Volgens de huidige subsidieregeling voor het peuterspeelzaalwerk is het subsidiebudget voor de exploitatie 2011 als volgt verdeeld: Jaarlijks subsidiebeslag peil augustus 2011 volgens huidige regeling VVE peuterwerk Regulier peuterwerk Totaal SPD 1.069.110 221.408 1.290.518 H3O 407.280 583.712 990.992 DWO 763.650 0 763.650 SKOBA 152.730 0 152.730 Bambino 0 20.128 20.128 Totaal 2.392.770 825.248 3.218.018 In totaal bedraagt het huidige niveau van de jaarlijkse exploitatiesubsidie voor peuterwerk ruim 3,2 mln. waarvan bijna 2,4 mln. ten behoeve van VVE peuterwerk en ruim 0,8 mln. voor regulier peuterwerk. 9.3 Uitgangspunten voor financieel kader toekomstscenario 9.3.1 Aandeel cofinanciering kinderopvangtoeslag 52% vanaf 2013 In paragraaf 4.2 is aangegeven welk aandeel van de peuterspeelzaalkinderen op dit moment in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag. In onderstaande tabel staan de resultaten van de enquête onder ouders die in april/mei 2011 is uitgevoerd. Uit de enquête blijkt dat in 2011 38% van de peuterspeelzaalkinderen niet in aanmerking komt voor financiering via de kinderopvangtoeslag (Wkkp proof). Omdat onzeker is welke effecten de bezuinigingen op de kinderopvang hebben op de arbeidsparticipatie is in de doorrekening van het toekomstscenario voorzichtigheidshalve rekening gehouden met een hoger aandeel ouders dat een beroep zal (blijven) doen op gesubsidieerd peuterwerk. In onderstaande tabel de huidige situatie: Aandeel niet Wkkp proof Per PSZ aanbieder in % 2011 SPD 42% H3O 30% DWO 46% De Hoop 55% SKOBA 46% Totaal 38% Bron: Enquête peuterwerk BM&C Dordrecht 2011 4 In totaal bedragen de jaarlijkse huisvestingslasten die bij de gemeente worden doorbelasten voor peuterwerk in schoolgebouwen ca. 350.000 Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 31

In deze tabel de verhoudingen die gebruikt zijn bij de doorrekeningen: Aandeel niet-wkkp proof in 2013 per aanbieder VVE peuterwerk Regulier peuterwerk Totaal SPD 62% 52% 58% H3O 50% 40% 42% DWO 66% 56% 66% SKOBA 66% 56% 66% Bambino 75% 65% 65% Totaal 61% 44% 53% Als uitgangspunt voor de doorrekening van het toekomstscenario is bij alle peuterwerkaanbieders het aandeel ouders dat geen beroep kan doen op financiering via de kinderopvangtoeslag met 10 procentpunten gecorrigeerd voor regulier en 20 procentpunten voor VVE peuterwerk. Dat betekent dat als uitgangspunt is genomen dat vanaf 2013 53% (61% bij VVE peuterwerk en 44% bij regulier peuterwerk) van de peuterspeelzaalkinderen niet in aanmerking komt voor financiering via de kinderopvangtoeslag. 9.3.2 Kostenstructuur peuteropvang ongewijzigd In paragraaf 5.2 zijn de subsidiegrondslagen voor 2011 opgenomen. Bij het doorrekenen van de consequenties van harmonisatie is op basis van die subsidiegrondslagen een uurtarief voor zowel reguliere peuteropvang ( 8,01) als VVE peuteropvang ( 9,35) vastgesteld. Dat betekent dat er geen rekening gehouden wordt met mogelijke efficiencyvoor- en nadelen die ontstaan bij harmonisatie. 9.3.3 Compensatie voor hoger uurtarief peuteropvang De kinderopvangtoeslag is uitsluitend van toepassing voor de kosten peuteropvang tot een maximum van 6,36 per uur. Dat betekent dat de extra kosten boven dit maximum volledig voor rekening van ouders komen. Deze extra kosten voor ouders bedragen voor reguliere peuteropvang 1,65 per uur ( 8,01-6,36) en voor VVE peuteropvang 2,99 per uur ( 9,35-6,36). Om te voorkomen dat ouders - naast een inkomensafhankelijke ouderbijdrage - ook nog eens een extra betalen als gevolg van het kostenonderscheid tussen kinderopvang en peuteropvang is in de doorrekening rekening gehouden met een door de gemeente gefinancierde compensatieregeling om deze extra ouderbijdrage te dekken. Na invoering moet getoetst worden of en in welke omvang deze compensatie structureel noodzakelijk is. Om marktverstoring met dagopvangaanbieders zoveel mogelijk te voorkomen is het van belang dat de gemeente deze compensatie uitsluitend inzet voor peuteropvang voor 2- en 3- jarigen en voor een beperkte aantal uren per dagdeel. 9.3.4 Geen ouderbijdrage lage inkomens handhaven (Armoedebeleid) Huishoudens met lage inkomens betalen nu geen ouderbijdrage voor peuterwerk en wel voor kinderopvang. Dat betekent dat harmonisatie van de ouderbijdrage bij gezinnen met lage inkomens leidt tot een hogere ouderbijdrage en dus minder goede toegankelijkheid. Bij de doorrekening is rekening gehouden met een volledige compensatie van de ouderbijdrage voor lage inkomens. In de doorrekening is rekening gehouden dat 20% van de VVE doelgroep en 10% van de reguliere doelgroep tot deze inkomenscategorie behoort. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 32

9.3.5 Verlengen dagdelen peuteropvang Door het aantal uren per dagdeel reguliere peuteropvang te verhogen van gemiddeld 2,5 uur per dagdeel naar 3,75 uur per dagdeel wordt het combineren van groepen peuteropvang en dagopvang organisatorisch gemakkelijker. Het voordeel daarvan is dat integratie van voorzieningen eenvoudiger vorm krijgt. Bij de indicatieve doorrekening van het toekomstscenario is rekening gehouden met financiele ruimte om deze aanpassing op termijn te kunnen doen. 9.4 Subsidiebeslag financieel kader toekomstscenario Met de uitgangspunten in de vorige paragraaf is in onderstaande tabel een indicatie berekend van de subsidiebijdrage die structureel noodzakelijk is: Subsidiebijdrage per aanbieder Totaal huidig Totaal nieuw Verschil in Verschil in % SPD 1.290.518 1.072.660-217.858-17% H3O 990.992 809.023-181.969-18% DWO 763.650 624.600-139.050-18% SKOBA 152.730 124.920-27.810-18% Bambino 20.128 23.436 3.308 16% Totaal 3.218.018 2.654.639-563.379-18% Uit deze indicatieve doorrekening blijkt dat het structurele subsidiebeslag voor de exploitatie van voorschoolse voorzieningen na harmonisatie kan afnemen met 18% of ca. 560.000,- per jaar afhankelijk van de gekozen uitgangspunten. Aandachtspunt is wel dat de VVE middelen van de gemeente de komende jaren door het Rijk geoormerkt zijn en eventuele besparingen dus niet voor andere doeleinden ingezet kunnen worden. In dit overzicht is gekeken naar de effecten op de subsidiebijdrage van de bestaande aanbieders. Indien het aantal aanbieders van peuteropvang toe- en of afneemt kan dat beeld uiteraard wijzigen. 9.5 Risicoparagraaf Zoals aangegeven betreft het een indicatieve doorrekening waaraan nog een fors aantal onzekerheden kleven. Zo is nog onduidelijk of en hoeveel de vraag naar gesubsidieerd peuterwerk toeneemt door bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag en/of economische ontwikkelingen (toename werkloosheid). Verder is nog onduidelijk of en in hoeverre de verbreding van het aanbod efficiencyvoordelen oplevert die het subsidiebeslag kunnen beperken. Verder is duidelijk dat het implementatietraject forse inspanningen vraagt van zowel huidige als toekomstige aanbieders. Dat zal zich ook vertalen in frictiekosten waarvan zowel de omvang als de verdeling tussen aanbieder en subsidiënt nadere uitwerking behoeft. Ook de mate waarin het kostendekkende uurtarief voor peuteropvang structureel afwijkt van de dagopvangtarieven is een risicofactor. Door een peuterwerkaanbieder is aangegeven dat het huidige kostendekkende uurtarief hoger ligt. Als de gemeente de kosten boven de vergoedingsnorm voor toeslag voor haar rekening neemt om de ouderbijdrage te beperken moeten daarvoor ook meer subsidiemiddelen gereserveerd worden. Uit een gevoeligheidsanalyse blijkt dat als het kostendekkende uurtarief met 1,- per uur stijgt ca. 200.000,- per jaar aan extra subsidielasten oplevert. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 33

9.6 Conclusie globale doorrekening scenario s Uit een eerste doorrekening van verschillende scenario s blijkt dat het betrekken van de kinderopvangtoeslagregeling bij de financiering van het peuterwerk en harmonisatie van de ouderbijdrage de gemeentelijke subsidiebijdrage aan voorschoolse voorzieningen kan beperken. Aan de hand van nader overleg met de betrokken uitvoerders en een nadere analyse moet vastgesteld worden welke besparingen realistisch zijn zonder de kwaliteit en de toegankelijkheid van het voorschoolse aanbod in de gemeente aan te tasten. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 34

10. Advies toekomstscenario 10.1 Inleiding Op basis van de uitgangspunten die de gemeente bij aanvang van het ontwikkelingstraject heeft gesteld resteren er 3 hoofdscenario s die de gemeenten kan volgen bij harmonisatie en integratie van peuterwerk. Scenario 2: Harmonisatie toegankelijkheid en financiering voorschoolse voorzieningen Scenario 3: Harmonisatie en integratie van bovenaf (fusie kinderopvang en peuterwerk) Scenario 4: Harmonisatie en integratie van onderop (vraagfinanciering peuterwerk) Scenario 1- het voldoen aan de eisen die de Wet OKE stelt - betekent feitelijk dat de gemeente kiest voor de huidige uitgangssituatie in Dordrecht. Voor de voor- en nadelen van de alternatieve toekomstscenario s wordt verwezen naar hoofdstuk 1.10. 10.2 Selectiecriterium Het uitgangspunt voor harmonisatie in de gemeente Dordrecht is samengevat in de volgende zin: Wij streven in Dordrecht naar een geharmoniseerd aanbod voor peuters waarbij de verschillen tussen kinderopvang en peuterwerk zoveel mogelijk worden opgeheven en waarbij ruimte blijft bestaan voor een eigen identiteit van organisaties. Hierin staan de doorgaande lijn (0-12) én de vraag van ouders centraal Ruimte voor een eigen identiteit per organisatie past niet bij scenario 3. In dat scenario wordt het peuterwerk (door het verleggen van subsidiestromen) immers ondergebracht bij één of meer kinderopvangorganisaties. Als uitgangspunt voor de toekomst past scenario 2: Harmonisatie toegankelijkheid en financiering voorschoolse voorzieningen het beste bij het uitgangspunt dat de verschillen tussen kinderopvang en peuterwerk zoveel mogelijk worden opgeheven. Als vervolgens de vraag van ouders centraal gesteld wordt past scenario 4 (Harmonisatie en integratie door vraagfinanciering peuterwerk) goed bij de uitgangspunten van de gemeente. 10.3 Hoofdlijnen implementatiescenario Een doorgroeiscenario waarbij eerst met de huidige aanbieders van peuterwerk conform scenario 2 de verschillen tussen kinderopvang en peuterwerk zoveel mogelijk worden opgeheven en vervolgens daarna conform scenario 4 de keuze mogelijkheden voor ouders worden verbreed past bij de uitgangspositie in Dordrecht en bij de ambities van de gemeente. Dat betekent dat eerst met de huidige aanbieders van peuterwerk de harmonisatie van ouderbijdragen alsmede het aanboren van financiering via de Wkkp voor werkende ouders en de ombouw naar peuteropvang wordt geregeld. Op basis van onze ervaring is daarvoor een periode noodzakelijk van twee jaar na de bestuurlijke besluitvorming. Aan het einde van deze eerste implementatieperiode is de ouderbijdrage voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk gelijkgetrokken. Verder worden gemeentelijke subsidiemiddelen uitsluitend nog ingezet voor huishoudens die geen beroep kunnen doen op de Rijksgefinancierde kinderopvangtoeslag en worden de subsidiemiddelen verstrekt op basis van vraagfinanciering en niet meer om basis van in stand gehouden capaciteit. De subsidierelaties met de huidige aanbieders van het peuterwerk zijn daarop aangepast. Bezuinigingen op de subsidiemiddelen voor peuterwerk worden gerealiseerd door het aanboren van een nieuwe financieringsbron (de Rijksgefinancierde kinderopvangtoeslag) en door de efficiencydruk die ontstaat door vraaggestuurde in plaats van aanbodgestuurde financiering. Na deze eerste implementatiefase worden de vaste subsidierelaties met de huidige aanbieders van peuterwerk aangepast en krijgen ook andere aanbieders de mogelijkheid peuteropvang aan te bieden aan ouders die geen Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 35

beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslag mits zij een bijdrage leveren aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen van Rijk en gemeente. In vergelijking met de uitgangspositie zijn de voordelen voor de gemeente Dordrecht van dit toekomstscenario: aanvullende dekking voor de kosten van de gemeentelijk gefinancierde voorschoolse voorzieningen; een meer resultaatgerichte subsidiesystematiek; meer mogelijkheden en middelen om het doelgroepbereik te vergroten, het VVE aanbod te verbreden en te verbeteren en te investeren in de doorgaande lijn; het beperken van onderscheid tussen voorzieningen voor werkende ouders en voorzieningen voor doelgroepkinderen; het vergroten van de keuzevrijheid ouders om een passende voorschoolse voorziening te kiezen door verbreding van het aanbod. 10.4 Consequenties voor huidige peuterspeelzaalwerkaanbieders Bij de omvorming van peuterspeelzaalwerk tot peuteropvang, zal deze opvang moeten voldoen aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang. In de Handreiking Harmonisatie Voorschoolse voorzieningen voor gemeenten (VNG, 2010) zijn de verschillen uitgewerkt tussen de kwaliteitseisen die gesteld worden aan peuterspeelzalen en de kwaliteitseisen die gesteld worden aan geïntegreerde voorzieningen voor peuteropvang. In onderstaande tabel zijn deze verschillen opgenomen. Bron: Handreiking Harmonisatie Voorschoolse voorzieningen voor gemeenten (VNG, 2010) Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 36

10.5 Aanpassingen subsidiestelsel Als gevolg van de keuze voor het vraagfinancieringsscenario zal het huidige subsidiestelsel moeten worden omgevormd. Zo zal de gemeente een nadere uitwerking moeten maken van het te vergoeden tarief, een eventuele compensatie voor de hogere ouderbijdrage door de hogere kostenstructuur van peuterwerk en de eisen die gesteld worden aan aanbieders van door de gemeente te subsidiëren peuteropvang. Voor de tarieven kan worden aangesloten bij de landelijke kengetallen die ook in de Handreiking Harmonisatie Voorschoolse voorzieningen voor gemeenten (VNG, 2010) zijn opgenomen. Indien - net als bij de kinderopvang - wordt uitgegaan van vraagfinanciering is de keuze van ouders bepalend voor de geldstroom van de gemeente. De volgende twee financieringsmodellen kunnen worden gehanteerd: 1. ouders betalen het volledige tarief aan de opvanginstelling en krijgen een bijdrage van de gemeente. 2. de gemeente verstrekt het subsidiebedrag per peuter aan de opvanginstelling en deze past namens de gemeente een reductie toe op de opvangkosten. Ouders betalen het gereduceerde tarief. Optie 1 brengt onnodig veel administratieve lasten voor de gemeente en ouders met zich mee en zal drempelverhogend voor (doelgroep)ouders werken. Doordat de uitvoering van optie twee beter past bij de lokale situatie en efficiënter is, wordt dit financieringsmodel aanbevolen. De gemeente verstrekt dan een subsidie per peuter aan de opvanginstelling en deze past hiermee een reductie op de kosten toe. Ouders (die niet onder de Wkkp vallen) kunnen gesubsidieerde peuteropvang krijgen bij opvanginstellingen die voldoen aan de eisen en voorwaarden die gesteld worden aan het aanbieden van peuteropvang. Met deze partijen kan de gemeente een financiële betrekking aangaan. 10.6 Voorbereiding implementatietraject Het spreekt voor zich dat de harmonisatie substantiële aanpassingen vergt van de betrokken peuterspeelzaal- en kinderopvangorganisaties. Zowel de huidige aanbieder van het peuterspeelzaalwerk als de kinderopvangaanbieders in de gemeente moeten in staat gesteld worden de randvoorwaarden te creëren om een passend aanbod te ontwikkelen voor een bredere doelgroep dan zij nu bedienen. 0. opzeggen huidige subsidierelaties Om ruimte te creëren voor de overgang naar een nieuw subsidiestelsel is het van belang dat de gemeente de huidige subsidierelaties formeel opzegt bijvoorbeeld per 31/12/2012. Deze opzegging is een formele vereiste aangezien de subsidierelaties voor peuterwerk al geruime tijd loopt en de aanbieder op grond daarvan tijdig formeel geïnformeerd moet worden over de beëindiging van de huidige subsidierelatie. 1. uitwerken aanpassingen subsidiestelsel De aanpassing van het subsidiestelsel voor het gemeentelijk gefinancierd peuterwerk nader uitgewerkt worden naar kwalificatiecriteria en tarieven. Doelstelling kan zijn om dit subsidiestelsel met ingang van 1 januari 2013 in werking te laten treden voor de huidige aanbieder en met ingang van 1 januari 2014 voor nieuwe aanbieders. Onderdelen daarvan zijn onder andere het opstellen van model uitvoeringsovereenkomsten met aanbieders van gemeentelijk gesubsidieerde peuteropvang. 2. uitwerken convenant afspraken De afspraken rond het implementatietraject kunnen eventueel vastgelegd worden in een convenant. Voordeel daarvan is dat er duidelijkheid ontstaat over de randvoorwaarden voor de implementatie voor zowel die huidige als de nieuwe aanbieders van gesubsidieerd peuterwerk. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 37

10.7 Concept tijdlijn In onderstaand schema een concept tijdlijn voor de implementatie: 2011: - Bespreking rapport op 13 oktober 2011 in stuurgroep Doorgaande lijn; - Uitwerken en afstemmen implementatiekaders harmonisatie in samenwerking met betrokken partijen (mogelijk uit te werken in convenantafspraken over implementatie). - Bespreking aanvullende inbreng partijen in stuurgroep Doorgaande lijn december 2011; - Inrichten projectorganisatie zowel bij uitvoerders als bij de gemeente (zie ook onderzoeksvraagstukken in 10.8). 2012: - Bestuurlijke besluitvorming toekomstscenario peuterwerk door gemeente. - Starten omvormen peuterwerk tot peuteropvang bij huidige aanbieders. - Uitwerken subsidiestelsel op basis van vraagfinanciering door gemeente. 2013: - Afronden omvorming peuterwerk tot peuteropvang bij huidige aanbieders. - Voorbereiden en vaststellen subsidiekader geïntegreerd aanbod door gemeente. - Voorbereiding nieuw aanbod bij nieuwe aanbieders peuteropvang. 2014: - Subsidieaanvragen peuteropvang en VVE door nieuwe aanbieders. - Selectie aanbieders voor gesubsidieerde opvang vanaf 2015 door gemeente 2015: - Start geïntegreerd aanbod voorschoolse voorzieningen Dordrecht. Aan de hand van afstemming en overleg met de betrokken partijen kan deze planning nader ingevuld worden. 10.8 Nadere onderzoeksvragen Als een peuterspeelzaal de overstap wil maken naar een aanbod als kinderopvang onder de Wkkp, dan dienen in ieder geval de volgende stappen genomen te worden. Deze stappen staan niet in volgorde van uitvoering, een deel dient parallel uitgevoerd te worden (bron Handreiking harmonisatie Wet OKE voor peuterspeelzaal- en kinderopvangondernemers, MOgroep Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, 2010): Maximale en gewenste groepsgrootte bepalen o.b.v. leeftijd kinderen en beschikbare oppervlakte aan binnenen buitenspeelruimte. Registratie locaties als kinderopvanglocaties in het Landelijke Register Kinderopvang, waarna ook een GGDinspectie volgt. Vaststellen organisatorische en financiële gevolgen. Uitwerken aanpassingen in exploitatie en financiering. Nieuwe subsidievoorwaarden met de gemeente overeenkomen. Tarieven/ouderbijdragen vaststellen. Personeel onder de CAO Kinderopvang brengen. Voor het noodzakelijke sociale plan voor de overstap van de peuterspeelzaalleidsters is inmiddels een regeling vastgesteld. Nieuwe arbeidsovereenkomsten met groepsleiding overeenkomen onder CAO Kinderopvang (oude rechten blijven behouden, betreft vooral wijzigingen van contracturen, werktijden en taakuren). Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 38

Waar nodig, nieuw personeel aantrekken en inwerken. Nieuwe plaatsingsovereenkomsten en algemene voorwaarden met ouders opstellen. Instellen van een oudercommissie per locatie. Aanpassen informatiemateriaal, zoals informatieboekje en/of website. De gemeente ziet zich voor de opgave om aangepaste subsidievoorwaarden te ontwikkelen voor zowel fase 2 (vanaf 2013) als fase 4 (vanaf 2015). Deze subsidievoorwaarden moeten gerelateerd zijn aan de inhoudelijke beleidslijnen (o.a. doorgaande lijn, VVE) en kwaliteitseisen, het beschikbaar financieel kader en de lokale marktomstandigheden (voorkomen van marktverstoring). De in te richten projectorganisatie moet waarborgen dat er afstemming is en blijft tussen de implementatieactiviteiten bij de gemeente en bij de partijen in het veld. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 39

11. Resultaten consultatie werkveld 11.1 Inleiding Er is vooraf een verkenning uitgevoerd onder een selectie van uitvoerders op het gebied van dagopvang, peuterwerk en basisonderwijs in de gemeente. Deze eerste verkenning heeft een beeld opgeleverd van de toekomstvisies en het draagvlak voor de toekomstscenario s die bij de gemeente in beeld zijn. Vervolgens is in september 2011 aan partners die betrokken zijn bij harmonisatie een uitwerking gestuurd met daarin de uitwerking van een toekomstscenario voor het voorschoolse aanbod in de gemeente. In een interviewronde zijn reacties op dit concept geïnventariseerd. In dit hoofdstuk een beknopte samenvatting van reacties en de wijze waarop de inbreng is verwerkt in de uitwerking. 11.2 Hoofdpunten eerste verkenning Er zijn Dordtse kinderopvangaanbieders die peuteropvang willen aanbieden. Dat aanbod willen zij zelfstandig neerzetten maar mogelijk ook door samenwerking met het peuterspeelzaalwerk. Inmiddels zijn er in de gemeente enkele initiatieven genomen om peuteropvang aan te bieden (o.a. Wereldkids en DWO). In Dordrecht is niet of nauwelijks een combi in huisvesting BSO en peuterwerk. Dat komt onder andere doordat er verschillende aanbieders peuterwerk en BSO aanbieden. Daar is volgens enkele aanbieders efficiencywinst te behalen. De onderwijsorganisaties met peuterwerk hebben de ambitie om bij aanpassing van het gemeentelijk beleid ook peuteropvang aan te bieden. De peuterwerkaanbieders verschillen van toekomstvisie. Opties zijn onder andere: - zelfstandig peuteropvang aanbieden; - in combinatie met een kinderopvangaanbieder de peuteropvang aanbieden; - samen met onderwijs de doorgaande lijn ontwikkelen vooruitlopend op het 0-groepen scenario. Met name SPD zoekt verbinding met onderwijs en minder met opvang. Zowel SDK als DWO pleiten om huisvesting op schoollocatie niet als subsidiecriterium op te nemen voor peuteropvang om peuteropvang ook op andere locaties te kunnen integreren met dagopvang. Argumenten zijn het verbeteren van de bezettingsgraad en het voorkomen van marktverstoring. Zorg bij meerdere partijen over de continuïteit van het kwalitatief hoogstaand VVE aanbod. Lukt dat met een vraaggestuurde financiering? Meerdere aanbieders peuterwerk zien krimp peuterwerk stabiliseren en zien - door de bezuinigingen op de kinderopvang - de vraag naar peuterwerk weer aantrekken. De meeste exploitanten zien de ontwikkeling van harmonisatie als een logisch gevolg van een ongedeelde voorschoolse voorziening. Van belang is dat de gemeente bij het inzetten van een nieuwe beleidslijn direct helderheid verschaft over de randvoorwaarden wat betreft de inhoudelijke, financiële en huisvestingsaspecten alsmede de planning. 11.3 Reacties op implementatiescenario 11.3.1 Particuliere kinderopvangaanbieders (VODK/SDK) De kinderopvangaanbieders verenigt in VODK ondersteunen het eindscenario voor harmonisatie zoals omschreven maar wijzen een tussenfase (scenario 2) af en geven de voorkeur aan directe implementatie van scenario 4. Die voorkeur wordt onderbouwd met zorgen over oneigenlijke concurrentie voor bestaande dagopvanglocaties in de tussenfase als het gesubsidieerd peuterwerk onder de kinderopvangtoeslagregeling gebracht wordt en het peuteraanbod wordt omgevormd. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 40

Verder geven zij aan dat een koppeling van voorschoolse voorzieningen aan onderwijshuisvesting geen noodzaak is om een doorgaande lijn te realiseren. Ten aanzien van de toegankelijkheid vinden zij dat eventuele regelingen in het kader van armoedebeleid ook voor de kinderopvang moeten gelden en niet alleen voor het peuterwerk. Eventuele besparingen op de VVE middelen kunnen ingezet worden om de VVE inspanningen in de voorschoolse voorzieningen te verbreden naar de groep 0-2 jarigen. 11.3.2 DWO DWO dringt aan op een gemeenschappelijke toekomstvisie op voorschoolse voorzieningen in de gemeente. De uitwerking van implementatiescenario s voor harmonisatie is grotendeels gebaseerd op bedrijfseconomische aspecten en (te) weinig op inhoudelijke argumenten. Bij omslag naar een nieuwe situatie een heldere en overzichtelijke planning hanteren met duidelijke kaders waarop aanbieders tijdig kunnen anticiperen. Juist omdat de kwaliteit van het voorschools aanbod in de gemeente hoog is moet bij de uitwerking veel aandacht uitgaan naar behoud van toegankelijkheid (betaalbare voorschoolse voorzieningen) en de aan het aanbod gekoppelde kwaliteitseisen. DWO pleit voor een regeling waarin geen verplichte koppeling met onderwijshuisvesting is opgenomen. Verder is van belang dat de huisvestingscomponent in de kostprijs bij de verdere uitwerking transparant in beeld gebracht wordt. 11.3.3 SPD en OPOD De reacties van SPD en OPOD zijn in een gezamenlijk interview geïnventariseerd. Belangrijkste aandachtspunten bij de verdere uitwerking van harmonisatie van voorschoolse voorzieningen zijn toegankelijkheid (betaalbaar aanbod) en het educatief aanbod (kwaliteit) ervan. Door harmonisatie van ouderbijdragen ontstaat een hogere drempel waardoor ouders en kinderen kunnen afhaken en het bereik van de voorschoolse voorzieningen afneemt. Dat risico moet vermeden worden. Ook moet de kwaliteit van het voorschoolse aanbod op peil blijven en waar mogelijk verbeterd worden. Met die motieven pleiten SPD en OPOD voor een alternatief toekomstscenario. Het gaat dan om een splitsing in leeftijdsgroep waarbij 2-jarigen op basis van vraagfinanciering volgens scenario 4 worden behandeld en de 3-jarigen in het onderwijs worden ondergebracht. Motieven voor OPOD en SPD zijn onder andere versterking van het educatief aanbod en de toegankelijkheid voor de 3-jarigen en het combineren van schoolse en voorschoolse financieringsbronnen. Verder geeft SPD aan dat het huidige uurtarief voor peuteropvang hoger ligt dan de uitgangspunten waarmee in de rapportage gerekend wordt. Dat hangt onder ander samen met de bezettingsgraad (met name in het reguliere aanbod) en de huisvestingscomponent in de kosten. 11.3.4 COKD COKD wijst eveneens op het belang van goede toegankelijkheid en kwaliteitswaarborgen voor het voorschoolse aanbod bij de uitwerking van een toekomstscenario. Verder is volgens COKD de consequentie van het gepresenteerde toekomstscenario dat de bezettingsgraad van de huidige peuterspeelzalen zal teruglopen waardoor het onvermijdelijk wordt dat locaties worden samengevoegd en niet ieder school meer een eigen peuterspeelzaal zal hebben danwel de kosten van het aanbod zullen toenemen. Als peuteropvang wordt vormgegeven met langere dagdelen zal de ouderbijdrage verder toenemen en kunnen ouders afhaken waardoor het bereik van het voorschoolse aanbod daalt. Ook zal bij de verdere uitwerking gekeken moeten worden naar de kwaliteitseisen die de gemeente stelt aan het door haar gesubsidieerd aanbod. COKD ziet de combinatiehuisvesting ook niet als belangrijkste factor voor het ontwikkelen van een doorgaande lijn. Veel belangrijker daarvoor zijn de wederzijdse samenwerkingsafspraken tussen school en het voorschoolse aanbod. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 41

11.3.5 H3O H3O vraagt aandacht voor toegankelijkheid en kwaliteitseisen. Het maximumuurtarief waarover de kinderopvangtoeslag van toepassing is ligt substantieel lager dan het tarief waarvoor exploitanten peuteropvang kunnen aanbieden. Dat betekent dat de ouderbijdrage substantieel stijgt met negatieve gevolgen voor de toegankelijkheid en het bereik van het voorschoolse aanbod. Het VVE aanbod in de gemeente kent nu een groot bereik dat daardoor kan teruglopen waardoor kinderen op een lager niveau instromen op de basisschool. Daarnaast vraagt H3O aandacht bij de uitwerking voor het feit dat ouders soms bewust kiezen voor een christelijke organisatie. Verder geeft H3O aan dat het huidige uurtarief voor peuteropvang hoger ligt dan de uitgangspunten waarmee in de rapportage gerekend wordt. Dat hangt onder ander samen met de bezettingsgraad (met name in het reguliere aanbod), de kleinere maximale grootte van peuteropvang groepen. De financiele consequenties van scenario 4 voor aanbieders en gemeente moeten nog nader onderzocht worden op haalbaarheid. Ook zullen bij invoering van het scenario de administratieve lasten voor aanbieders hoger worden dan nu. Tot slot pleit H3O voor een grotere inbreng van het 0-groepen scenario in de uitwerking. H3O ziet combinatiehuisvesting als belangrijke factor voor het ontwikkelen van een doorgaande lijn. 11.3.6 SKOBA SKOBA geeft aan dat er een logische lijn zit in het toekomstscenario. Bij de verdere uitwerking is aandacht voor toegankelijkheid en kwaliteitseisen van groot belang om het hoge bereik van het voorschoolse aanbod te handhaven en mogelijk verder uit te breiden (de doelgroep is nu voor 2/3 binnen en SKOBA wil voorkomen dat het bereik met deze maatregelen wordt aangetast). Ook moeten aanbieders onderzoeken hoe binnen de randvoorwaarden van de gemeente een kwalitatief hoogstaand aanbod en een sluitende exploitatie samen te brengen zijn. Verder vraagt SKOBA aandacht voor de huisvestingskosten die oplopen en meegenomen moeten worden in de verdere uitwerking. SKOBA pleit daarom voor het inzetten van een deel van de mogelijke bezuinigingen voor nieuw en intensiever voorschools beleid. Het aanboren van een nieuwe financieringsbron (kinderopvangtoeslag) kan deels gebruikt worden om het bereik van voorschoolse programma s uit te breiden. De koppeling aan onderwijshuisvesting van voorschoolse voorzieningen is gemakkelijk maar niet noodzakelijk. Volgens SKOBA zijn de wederzijdse samenwerkingsafspraken met voorschoolse voorzieningen belangrijker voor het realiseren van een doorgaande lijn. SKOBA is ingeloot voor een pilot 0-groepen van OCW en ondersteunt het uitgangspunt om dat scenario niet als uitgangspunt te nemen. Bij de verdere uitwerking is het volgens SKOBA van belang een duidelijke rolverdeling af te spreken tussen gemeente en uitvoerders. Uitvoerders moeten ruimte hebben om zelf invulling te geven aan de behoefte van de eigen doelgroep. Qua inhoud is er al veel onderlinge consensus in het veld over voorschoolse voorzieningen. Implementatie moet zorgvuldig plaatsvinden met vooraf heldere randvoorwaarden en een adequate overgangsperiode. 11.3.7 De Hoop / Bambino De Hoop vraagt bij uitwerking aandacht voor toegankelijkheid en kwaliteitseisen. Verdere verbreding van VVE in de dagopvang is van belang om meer kinderen een solide start op de basisschool te geven. De koppeling aan onderwijshuisvesting van voorschoolse voorzieningen is gemakkelijk maar niet noodzakelijk. Volgens De Hoop zijn wederzijdse samenwerkingsafspraken met voorschoolse voorzieningen belangrijk. Bij de uitwerking moet aandacht besteed worden aan wederzijdse stimulansen bij onderwijs en voorschoolse aanbieders om de doorgaande lijn verder te versterken. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 42

De implementatietermijn wordt als realistisch omschreven. Wellicht moeten er initiatieven ontwikkeld worden om best practices uit andere gemeenten in te voeren. 11.4 Verwerking inbreng werkveld in toekomstscenario De aandacht die gevraagd is voor behoud van toegankelijkheid is vertaald in het reserveren van middelen in het financieel kader om de toegankelijkheid van peuteropvang voor zowel tweeverdieners als kostwinnersgezinnen te waarborgen 5. Zo zijn in het financieel kader van deze rapportage middelen gereserveerd voor het in standhouden van de situatie waarbij de laagste inkomen kostenloos toegang hebben tot het voorschools aanbod. De aandacht die is gevraagd voor de kwaliteit van het door de gemeente gesubsidieerde voorschoolse aanbod maakt onderdeel uit van de verdere uitwerking van kwaliteitseisen van de nieuwe subsidieregeling voor scenario 4. De gemeente heeft aangegeven dat zij als uitgangspunt hanteert dat de kwaliteitseisen tenminste op hetzelfde niveau zullen liggen als de huidige kwaliteitseisen. De zorg bij particuliere kinderopvangaanbieders over oneigenlijke concurrentie voor bestaande dagopvanglocaties is verwerkt door in de tussenfase (scenario 2) geen subsidiemiddelen ter beschikking te stellen voor het verlengen van dagdelen bij de huidige peuterwerkaanbieders. De verschillende uitgangspunten over de koppeling van voorschoolse voorzieningen aan onderwijshuisvesting zijn gesignaleerd en moeten een vertaling krijgen in de definitieve subsidieregeling. Het alternatieve scenario van SPD en OPOD met een splitsing in leeftijdsgroepen hangt nauw samen met de pilots (o.a. Mariaschool) voor 0-groepen. Nadere besluitvorming moet plaatsvinden welke rol de gemeente wil spelen bij dergelijke pilots. De verdere invulling van tarieven en kwaliteitseisen moet nader uitgewerkt worden nadat bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden over de voorgenomen ontwikkelingsrichting. 5 Onder andere beperkt tot maximale omvang gesubsidieerde peuteropvang aanbod. Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 43

12. Conclusie Op basis van de uitgangspunten die de gemeente bij aanvang van het ontwikkelingstraject heeft gesteld Is onderzoek gedaan naar het hoofdscenario voor harmonisatie en integratie van peuterwerk en dagopvang dat het beste past bij de lokale situatie in de gemeente Dordrecht Op basis van de specifieke kenmerken van de uitgangssituatie in Dordrecht en de interviews met betrokken partners lijkt een implementatiescenario waarbij eerst harmonisatie en integratie wordt gevolgd met de huidige aanbieders en vervolgens een verbreding van het aanbod peuteropvang onder de overige aanbieders van voorschoolse voorzieningen (met name dagopvangaanbieders) een logische keuze. Gemeenschappelijk onderdeel van de scenario s 2 tot en met 4 is dat de kinderopvangtoeslagregeling wordt gebruikt voor co-financiering van het huidige peuterwerk. Op basis van een globale berekening is vast te stellen dat hierdoor een besparing gerealiseerd kan worden op de gemeentelijke subsidiemiddelen. In hoeverre die besparingen worden ingezet voor investeringen in toegankelijkheid, kwaliteit en versterking van de doorgaande lijn is een politieke keuze. Door een gefaseerde implementatie van het harmonisatiescenario krijgen zowel de huidige aanbieders als potentiële toekomstige aanbieders van peuterarrangementen voldoend ruimte om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie. Doelstelling is om - na ambtelijke en bestuurlijke afstemming - de conclusies en uitgangspunten in een breed overleg met alle betrokken partijen in de gemeente te bespreken. De voorgestelde gefaseerde aanpak biedt ruimte voor brede afstemming en uitwerking van de uitvoeringsaspecten waaronder de omvang van het peuterwerk dat de gemeente na harmonisatie blijft subsidiëren, de huisvestingaspecten en de toegankelijkheid (ouderbijdrage). Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 44

Bijlage 1 Enquêteresultaten per aanbieder In deze bijlage is per peuterwerkaanbieder en per locatie in de kolom Wkkp proof het aandeel peuters dat in aanmerking komt voor financiering via de Rijksgefinancierde kinderopvangtoeslag. In de kolom Respons is de respons op de uitgezette enquête opgenomen gemeten in aantal ingevulde enquêtes gedeeld door het aantal ouders dat gebruik maakt van de peuterspeelzaal. Dordrecht per april 2011 Aantal Wkkp proof in % Respons in % SPD Subtotaal 58% 77% H3O Subtotaal 70% 65% DWO Subtotaal 54% 46% De Hoop Subtotaal 45% 73% SKOBA Subtotaal 54% 76% Totaal 62% 67% SPD per april 2011 Aantal Wkkp proof in % Respons in % 1 Petteflet 58% 81% 2 Pinkeltje 75% 73% 3 Kaboutererfje 65% 81% 4 Pluk 58% 75% 5 Dribbel 43% 88% 6 Kladderkatjes gr1 91% 69% 7 Kladderkatjes gr2 60% 63% 8 Dikkie Dik 63% 50% 9 Berenboot 29% 106% 10 Plons 42% 81% 11 Dreumesland 53% 100% 12 Paddington 44% 100% 13 Nijntje 39% 72% 14 Bosuiltjes 44% 50% 15 Sterretje 68% 78% 16 Pluto gr1 58% 75% 17 Pluto gr2 77% 72% 18 Ukkepuk 42% 75% 19 Kruimeltje 96% 78% 20 Pippeloentje 64% 88% Totaal 58% 77% Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 45

H3O per april 2011 Aantal Wkkp proof in % Respons in % 21 De Astronautjes 90% 47% 22 Bambi 55% 79% 23 Bavinck 29% 44% 24 De Fontein 82% 71% 25 Klein Duimpje 67% 62% 26 Het Kristal 100% 48% 27 De Peuterhof 61% 82% 28 Peutervreugd 71% 44% 29 Polderpeuters 64% 77% 30 De Peuterkoepel 68% 86% 31 Ratjetoe 55% 73% 32 De Regenboog NO 88% 83% 33 De Regenboog VO 42% 86% 34 Repelsteeltje 70% 40% 35 Horizon 64% 93% Totaal 70% 65% DWO per april 2011 Aantal Wkkp proof in % Respons in % 36 De Dobbertjes 85% 52% 37 't Dukkie 56% 36% 38 De Driehoek 100% 25% 39 De Peut 82% 55% 40 Kleurrijk 38% 44% 41 Ikraatje 11% 45% 42 De Albatros nb 31% 43 De Wantijgertjes 50% 62% 44 Blokkendoos 27% 61% Totaal 54% 46% De Hoop per april 2011 Aantal Wkkp proof in % Respons in % 45 Bambino 45% 73% Totaal 45% 73% Aantal Wkkp proof in % Respons in % SKOBA per april 2011 46 Praatjesmakers Kletsmajoors 54% 76% Totaal 54% 76% Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 46

Bijlage 2 Aanbod peuterspeelzaalwerk Dordrecht Buitenhek Management & Consult BV, Gemeente Dordrecht, 03-10-2011 47