Woord vooraf 17 1 Het OCMW-decreet algemeen 21 1. Waarom is er nu een Vlaams OCMW-decreet? 23 2. Wat regelt het OCMW-decreet? 23 3. Wanneer werd/wordt het OCMW-decreet van kracht? 25 4. Welke zijn de uitgangspunten van het decreet? 29 5. Wat denkt de VVSG over het OCMW-decreet? 32 2 Politieke organisatie 35 1. De OCMW-raad 37 6. Hoeveel leden telt de OCMW-raad? 37 7. Wat zijn de verkiesbaarheidsvoorwaarden en wanneer moet men aan deze voorwaarden voldoen? 38 8. Hoe wordt de OCMW-raad gekozen? 39 9. Mogen gemeenteraadsleden en personeelsleden van de gemeente deel uitmaken van de OCMW-raad? 44 10. Mogen familieleden samen in de OCMW-raad zetelen? 45 11. Welke andere onverenigbaarheden zijn er? 46 12. Waar en wanneer vindt de installatievergadering plaats? 47 13. Hoe verloopt de installatievergadering? 49 14. Wat als er na de algehele verkiezing geen vertegenwoordiging is van de beide geslachten? 51 15. Wanneer is een raadslid verhinderd? 53 16. Hoe komt er een einde aan het mandaat van raadslid? 54 17. Wie vervangt een verhinderd of ontslagnemend raadslid? 56 18. Wat als een raadslid zijn mandaat niet zelfstandig kan uitoefenen door een handicap? 59 19. Wat moet het raadslid doen om belangenvermenging te vermijden? 60 3
4 20. Welke rechten en plichten heeft een raadslid? 63 21. Hoeveel presentiegeld ontvangt een raadslid en voor welke vergaderingen? 64 22. Welke vergoedingen kunnen de raadsleden krijgen? 67 23. Waarvoor is een raadslid verzekerd? 69 24. Hoe vaak moet de OCMW-raad vergaderen? 70 25. Wie roept de OCMW-raad samen, met welke agenda en hoe? 71 26. Hoe voegt een raadslid punten aan de agenda toe? 74 27. Hoe wordt de agenda openbaar gemaakt? 75 28. Welke taken heeft de voorzitter tijdens de OCMW-raad? 76 29. Wanneer kan de OCMW-raad geldig beraadslagen en beslissen? 76 30. Wanneer zijn de vergaderingen van de OCMW-raad openbaar en wanneer niet? 77 31. Wie maakt de notulen van de OCMW-raad en wat moet erin staan? 78 32. Kan de burgemeester de OCMW-raad bijwonen? 80 33. Hoe wordt gestemd in de OCMW-raad? 80 34. Zijn er in het OCMW naar analogie met de gemeente nu ook commissies en fracties? 82 35. Wat moet er in het huishoudelijk reglement van de OCMW-raad staan? 83 36. Waarom moet er een deontologische code voor de politieke organen zijn? 86 37. Welke bevoegdheden heeft de OCMW-raad? 87 2. De voorzitter van de OCMW-raad 91 38. Hoe wordt de voorzitter verkozen? 91 39. Wanneer vervalt het mandaat van de voorzitter? 94 40. Geldt de procedure van structurele onbestuurbaarheid ook voor de OCMW s? 95 41. Wanneer is de voorzitter verhinderd? 96 42. Wanneer is er een waarnemend voorzitter? 97 43. Hoe wordt de waarnemend voorzitter aangesteld? 98 44. Welke taken en bevoegdheden heeft de OCMW-voorzitter? 99
45. Wanneer is er een ondervoorzitter en welke taken heeft hij? 102 46. Welke wedde en kostenvergoeding ontvangen de OCMW-voorzitter en -ondervoorzitter? 104 47. Hebben lokale mandatarissen recht op een uittredingsvergoeding? 109 48. Welke tuchtmaatregelen kunnen genomen worden tegen OCMW-mandatarissen? 110 49. Waarvoor zijn uitvoerende OCMW-mandatarissen verzekerd? 111 50. Hoe zit het met de eretitels, onderscheidingstekens en ambtskledij van de OCMW-mandatarissen? 112 3. Het vast bureau 113 51. Moet elk OCMW een vast bureau hebben? 113 52. Hoe wordt het vast bureau opgericht en afgeschaft? 113 53. Hoe is het vast bureau samengesteld? 113 54. Hoe werkt een vast bureau? 116 55. Wat zijn de bevoegdheden van het vast bureau? 118 4. De bijzondere comités 120 56. Moet elk OCMW een bijzonder comité hebben? 120 57. Hoe wordt een bijzonder comité opgericht en afgeschaft? 120 58. Hoe is een bijzonder comité samengesteld? 121 59. Hoe werkt een bijzonder comité? 122 60. Wat zijn de taken en bevoegdheden van een bijzonder comité? 123 5. Andere bepalingen 124 61. Wat is de Raad voor Verkiezingsbetwistingen en wat doet die? 124 62. Hoe worden wijzigingen in mandaten doorgegeven aan de Vlaamse Regering? 124 63. Hoe worden reglementen bekendgemaakt en wanneer treden ze in werking? 125 64. Is een register voor de briefwisseling verplicht? 126 65. Wie ondertekent de reglementen, akten en stukken? 127 66. Hoe worden termijnen berekend? 128 5
67. Wat zijn de belangrijkste nieuwigheden voor het beheer van goederen van het OCMW? 128 68. Hoe treedt het OCMW op in rechte? 129 3 Administratieve en financiële organisatie 131 1. De secretaris 133 69. Heet de OCMW-secretaris voortaan OCMW-directeur? 133 70. Wie stelt de secretaris aan? 133 71. Moet de secretaris op proef worden aangesteld? 133 72. Wat is de rechtspositie van de dubbelloper van de secretaris? 134 73. Kan het ambt van secretaris een deeltijds ambt zijn? 136 74. Moet het ambt van OCMW-secretaris uitgeoefend worden door een personeelslid van het OCMW? 136 75. Is het ambt van OCMW-secretaris verenigbaar met een ambt als gemeentesecretaris (in de eigen of een andere gemeente) of met een ambt als OCMW-secretaris in een andere gemeente? 139 76. Wat gebeurt er bij afwezigheid van de secretaris? 141 77. Wie komt als waarnemend secretaris in aanmerking? 142 78. Moet de waarnemend secretaris (opnieuw) de eed afleggen? Zo ja, bij wie? 144 79. Hoe gebeurt de evaluatie van de secretaris? 144 80. Kan de functie van secretaris een mandaatfunctie zijn? 145 81. Aan welke aanwervingsvoorwaarden moet de secretaris voldoen? 146 82. Waarvoor is de secretaris bevoegd? 147 83. Kan de secretaris zijn bevoegdheden delegeren aan andere personeelsleden? 152 84. Wie geeft instructies aan de secretaris? 153 2. De financieel beheerder 154 85. Wie stelt de financieel beheerder aan? 154 86. Moet de financieel beheerder op proef worden aangesteld? 154 87. Wat is de rechtspositie van de dubbelloper van de financieel beheerder? 155 6
88. Kan het ambt van financieel beheerder een deeltijds ambt zijn? 156 89. Moet het ambt van financieel beheerder uitgeoefend worden door een personeelslid van het OCMW? 157 90. Is het ambt van financieel beheerder verenigbaar met een ambt als gemeentelijk financieel beheerder (in de eigen of een andere gemeente) of met een ambt als financieel beheerder in een ander OCMW? 161 91. De OCMW-ontvanger bestaat niet meer, maar waarom zijn er dan wel nog gewestelijke ontvangers? 163 92. Wat gebeurt er bij afwezigheid van de financieel beheerder? 164 93. Wie komt als waarnemend financieel beheerder in aanmerking? 166 94. Moet de waarnemend financieel beheerder (opnieuw) de eed afleggen? Zo ja, bij wie? 167 95. Hoe gebeurt de evaluatie van de financieel beheerder? 168 96. Kan de functie van financieel beheerder een mandaatfunctie zijn? 169 97. Aan welke aanwervingsvoorwaarden moet de financieel beheerder voldoen? 170 98. Waarvoor is de financieel beheerder bevoegd? 170 99. Kan de financieel beheerder zijn bevoegdheden delegeren? 174 100. Moet de financieel beheerder een borg stellen? 174 3. Het managementteam 174 101. Is het managementteam verplicht? 174 102. Wie maakt deel uit van het managementteam en wie beslist daarover? 175 103. Is één managementteam voor OCMW en gemeente mogelijk? 176 104. Waarvoor is het managementteam bevoegd? 177 105. Hoe werkt het managementteam? 178 4. De beleidscyclus 178 106. Wat bedoelt men met een beleidscyclus? 178 7
8 107. Wat is het meerjarenplan en waaruit bestaat het? 178 108. Wie stelt het meerjarenplan vast en hoe gebeurt dat? 180 109. Wat gebeurt er wanneer er geen meerjarenplan is? 181 110. Moet de gemeente het meerjarenplan van het OCMW goedkeuren? 182 111. Houdt de provinciegouverneur toezicht op het meerjarenplan? 183 112. Verandert er iets aan de gemeentelijke bijdrage? 185 113. Wat is het budget en waaruit bestaat het? 186 114. Op welke entiteiten heeft het budget betrekking? 187 115. Wie stelt het budget vast en hoe gebeurt dat? 188 116. Wat zijn interne kredietaanpassingen? 189 117. Wat gebeurt er wanneer er geen budget is? 190 118. Moet de gemeente het budget van het OCMW goedkeuren? 190 119. Houdt de provinciegouverneur toezicht op het budget en de budgetwijzigingen? 192 120. Hoe ziet de boekhouding eruit? 194 121. Wie voert de boekhouding? 194 122. Hoe gebeurt de uitgavenprocedure? 195 123. Hoe gebeurt de ontvangstenprocedure? 198 124. Hoe blijft de OCMW-raad op de hoogte van het reilen en zeilen gedurende het jaar? 199 125. Gebeurt er een tussentijdse controle van de kas en de boekhouding? 200 126. Wie stelt het ontwerp van jaarrekening op? 201 127. Hoe ziet de jaarrekening eruit? 201 128. Op welke entiteiten heeft de jaarrekening betrekking? 202 129. Wordt de ontwerpjaarrekening gecontroleerd voor ze naar de OCMW-raad gaat? 203 130. Wie stelt de jaarrekening vast, wanneer gebeurt dat en op welke wijze? 203 131. Hoe verloopt het toezicht op de vastgestelde jaarrekening? 204 5. Budgethouderschap 205 132. Wat betekent budgethouderschap? 205
133. Wie kan budgethouder zijn en hoe moet die rapporteren? 207 6. Interne controle 208 134. Wat betekent interne controle? 208 135. Waarom moet een OCMW een internecontrolesysteem hebben? 210 136. Wie stelt het internecontrolesysteem vast en wie keurt het goed? 211 137. Wie onderzoekt de werking van het internecontrolesysteem? 212 7. Audit 212 138. Wat is een audit? 212 139. Wie doet de externe audit in de OCMW s? 216 140. Hoe gebeurt de externe audit? 216 141. Wat is de relatie tussen de externe audit en het bestuurlijk toezicht? 217 142. Wie betaalt de externe audit? 218 4 Personeel 219 1. Personeelsformatie 221 143. Is de OCMW-raad verplicht om een personeelsbehoefteplan op te maken? 221 144. Wie stelt het organogram vast? 221 145. Wie stelt de personeelsformatie vast? 221 146. Welke betrekkingen bevat de personeelsformatie? Voor welke aanwervingen moet de personeelsformatie niet worden gewijzigd? 222 147. Waarom is het onderscheid tussen aanwerven binnen of buiten de personeelsformatie zo belangrijk? 223 148. Hoe verloopt het bestuurlijke toezicht op de personeelsformatie? 224 2. Rechtspositieregeling 224 149. Moet een OCMW personeel aanwerven in statutair of in contractueel dienstverband? 224 150. Kan het OCMW personeel ter beschikking stellen van de gemeente van hetzelfde grondgebied? 226 9
10 151. Kan het OCMW personeel overdragen aan de gemeente van hetzelfde grondgebied? 226 152. Welke rechtspositieregeling is van toepassing op het personeel dat een betrekking bekleedt die ook bij de gemeente bestaat? 226 153. Wie stelt de rechtspositieregeling vast van de secretaris, de financieel beheerder en het specifieke personeel? 227 154. Wat moet de rechtspositieregeling van de secretaris, de financieel beheerder en het specifieke personeel minstens regelen? 228 155. Wie stelt de rechtspositieregeling vast van het personeel van de verzorgende, verplegende en dienstverlenende voorzieningen en diensten, en het personeel dat wordt ingezet voor concurrerende activiteiten? 231 156. Welke rechtspositieregeling is van toepassing op het personeel van de verzorgende, verplegende en dienstverlenende voorzieningen en diensten, en op het personeel dat wordt ingezet voor concurrerende activiteiten? 231 157. Kan het OCMW bepaalde betrekkingen bij mandaat vervullen? 233 3. Aanstelling en ontslag 234 158. Wie stelt het personeel aan? 234 159. Moet het personeel de eed afleggen? 235 160. Wie ontslaat het personeel? 236 161. Kan een OCMW samen met één of meer andere OCMW s of samen met de gemeente van hetzelfde grondgebied personeel werven en selecteren? 236 162. Kan een OCMW na een gezamenlijke werving en selectie met één of meer andere OCMW s of met de gemeente van hetzelfde grondgebied een gemeenschappelijke wervingsreserve aanleggen? 237 163. Welke kandidaat moet aangesteld worden bij staking van stemmen? 238 4. Hoofd van het personeel en dagelijks personeelsbeheer 238 164. Wie staat aan het hoofd van het personeel? 238
5. Deontologische rechten en plichten 239 165. Welke zijn de deontologische rechten en plichten? 239 166. Mogen personeelsleden als jurylid zetelen in een selectiecommissie? 239 167. Is een deontologische code verplicht? 240 168. Mogen personeelsleden optreden als vakbondsafgevaardigde of als technicus van een vakorganisatie in het bijzonder onderhandelingscomité of het hoog overlegcomité? 240 6. Evaluatie 241 169. Moet het OCMW zijn personeel evalueren? 241 170. Wie evalueert de secretaris, de financieel beheerder en de ombudsman? 242 171. Kan een personeelslid bij de Vlaamse overheid of bij het vast bureau beroep instellen tegen een ontslag na een negatieve evaluatie tijdens de loopbaan? 242 7. Tucht 244 172. Verwijst het OCMW-decreet voor de tuchtregeling naar de regeling in het Gemeentedecreet? 244 173. Is de tuchtregeling van toepassing op het contractuele personeel? 244 174. Voor welke tuchtvergrijpen kan een tuchtsanctie opgelegd worden? 244 175. Welke tuchtstraffen kunnen worden opgelegd? 245 176. Wie treedt op als tuchtoverheid? 245 177. Wie treedt vanaf 1 juli 2009 (inwerkingtreding hoofdstuk tucht) op als tuchtoverheid voor de personeelsleden die volgens de OCMW-wet werden aangesteld? 246 178. Wie wordt belast met het tuchtonderzoek, het opstellen van het tuchtverslag en de samenstelling van het tuchtdossier? 246 179. Kan er van de hoorplicht worden afgeweken? 247 180. Mogen het personeelslid en de tuchtoverheid zich in de tuchtprocedure steeds laten bijstaan door een raadsman? 248 181. Zijn de hoorzittingen in een tuchtprocedure openbaar? 248 11
182. Wanneer moet het OCMW uiterlijk met de tuchtprocedure beginnen? Moet het de strafrechtelijke procedure afwachten als voor dezelfde feiten een strafvordering werd ingesteld? 248 183. Kan de tuchtoverheid de tuchtprocedure hernemen als de tuchtstraf vernietigd of ingetrokken wordt? 249 184. Bij wie kan een personeelslid in beroep gaan tegen een opgelegde tuchtstraf? 250 185. Is het OCMW verplicht om elk tuchtstrafbesluit samen met het volledige tuchtdossier aan de beroepsinstantie over te maken? Wat zijn de gevolgen voor de duur van de beroepsprocedure? 251 186. Kan het bestuur een personeelslid tegen wie een tuchtrechtelijke procedure loopt preventief schorsen als zijn aanwezigheid onverenigbaar is met het belang van de dienst? 252 187. Worden de tuchtstraffen doorgehaald in het persoonlijk dossier van het personeelslid? 253 188. Wat gebeurt er met de tuchtvorderingen die hangende zijn op het moment van de inwerkingtreding van de nieuwe tuchtbepalingen op 1 januari 2013? 253 5 Relatie met de burger 189. Moet in het OCMW een systeem van klachtenbehandeling bestaan? 255 257 190. Moet in het OCMW een ombudsdienst bestaan? 257 191. Hoe wordt de inspraak van de burger georganiseerd? 258 192. Kunnen de burgers voorstellen doen? 258 193. Wat zijn verzoekschriften? 259 194. Zijn nu ook volksraadplegingen mogelijk? 260 6 Bestuurlijk toezicht 261 195. Wat is toezicht? 263 196. Wie oefent toezicht uit? 263 197. Wat is algemeen bestuurlijk toezicht? 264 12
198. Hoe worden klachten behandeld? 268 199. Hoe werkt het dwangtoezicht? 270 200. Wat zijn de rechtsgevolgen van besluiten die nooit ter kennis van de toezichthoudende overheid gebracht werden? 270 7 Verzelfstandiging 271 201. Wat betekent verzelfstandiging? 273 202. Welke vormen van verzelfstandiging bestaan er voor het OCMW? 273 203. Wat gebeurt er met de bestaande OCMW-verenigingen? 274 1. Interne verzelfstandiging 274 1.1. Budgethouderschap 274 1.2. Intern verzelfstandigde agentschappen die geen ziekenhuis beheren (IVA s) 274 204. Wat is een IVA? 274 205. Wie beslist over de oprichting van een IVA en hoe gebeurt dat? 275 206. Hoe is het bestuurlijke toezicht op de oprichting van een IVA geregeld? 275 207. Waarin bestaat de operationele autonomie van een IVA? 276 208. Hoe wordt een IVA geleid en beheerd? 277 209. Maakt het hoofd van het IVA deel uit van het managementteam? 278 210. Kan het hoofd van het IVA personeel aanstellen of ontslaan? 278 211. Wie evalueert het hoofd van het IVA? 278 212. Hoe houdt het OCMW toezicht op de IVA s? 279 213. Hoe wordt een IVA opgedoekt? 279 1.3. Ziekenhuizen met afzonderlijk beheer 279 214. Wat zijn ziekenhuizen met afzonderlijk beheer? 279 215. Wat is een beheerscomité? 280 216. Maakt de directeur van het ziekenhuis deel uit van het managementteam? 282 13
2. Externe verzelfstandiging 283 2.1. Verenigingen Titel VIII, Hoofdstuk I 284 217. Voor welke activiteiten kan een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk I worden opgericht? 284 218. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk I? 284 219. Hoe verloopt het toezicht op een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk I? 288 2.2. Verenigingen Titel VIII, Hoofdstuk II 289 220. Voor welke activiteiten kan een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk II worden opgericht? 289 221. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk II? 290 222. Hoe verloopt het toezicht op een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk II? 292 2.3. Verenigingen Titel VIII, Hoofdstuk III 293 223. Voor welke activiteiten kan een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk III worden opgericht? 293 224. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk III? 293 225. Hoe verloopt het toezicht op een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk III? 295 2.4. Verenigingen Titel VIII, Hoofdstuk IV 295 226. Voor welke activiteiten kan een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk IV worden opgericht? 295 227. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk IV? 296 228. Hoe verloopt het toezicht op een vereniging Titel VIII, Hoofdstuk IV? 298 8 Samenwerking met de gemeente 301 229. Moet de OCMW-voorzitter deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen? 303 14
230. Wat zijn de gevolgen voor het OCMW van het feit dat de OCMW-voorzitter toegevoegd is aan het college van burgemeester en schepenen? 303 231. Over welke dossiers moet het OCMW een voorafgaand advies vragen aan het college van burgemeester en schepenen? 304 232. Over welke dossiers moet de gemeente een voorafgaand advies vragen aan de raad voor maatschappelijk welzijn? 305 233. Kunnen een gemeente en een OCMW een beheersovereenkomst sluiten? 306 234. Kunnen de gemeente en het OCMW een secretaris of financieel beheerder delen? 306 235. Kan het OCMW personeel ter beschikking stellen van de gemeente van hetzelfde grondgebied? 310 236. Kan het OCMW personeel overdragen aan de gemeente van hetzelfde grondgebied? 311 237. Kan een OCMW samen met één of meer andere OCMW s of samen met de gemeente van hetzelfde grondgebied personeel werven en selecteren? 313 238. Kan een OCMW na een gezamenlijke werving en selectie met één of meer andere OCMW s of met de gemeente van hetzelfde grondgebied een gemeenschappelijke wervingsreserve aanleggen? 313 9 Voeren en de zes randgemeenten 239. Welke bepalingen uit de OCMW-wet blijven bestaan voor deze gemeenten? 315 317 240. Wat zijn de belangrijkste verschillen met de andere OCMW s? 318 Documentatie 325 15