6. DE TRANSACTIONELE ANALYSE De Transactionele Analyse (TA) is een persoonlijkheidstheorie en een communicatiemodel met heldere, overdraagbare begrippen waarin de ontwikkeling, zorg en respect voor mensen centraal staat. TA gaat dus over - persoonlijkheid (Ouder, Volwassen, Kind) - communicatie - ontwikkeling De TA kan in coachsituaties uitstekend toegepast worden want de coach kan de kennis en inzicht bevorderen met behulp van de TA theorie. Dit bevordert begrip, zicht op de voorwaarden van de samenwerking, herkennen van vastzittende en herhalende gedragspatronen en verbetering van de kwaliteit van je leven, zowel van jezelf als van anderen. met de theorie het probleemoplossend vermogen bevorderen en verheldert communicatie patronen, een coach kan sturen naar effectieve communicatie en de groeibelemmerende communicatie negeren. De mensvisie van de TA is dat ieder mens wordt geboren als een prins of prinses en tot het goede in staat is. Daardoor is het makkelijker mensen te benaderen vanuit respect, ook als zij gedrag vertonen dat niet bij een prins of prinses past. Uitgangspunten TA - ieder mens is o.k - iedereen heeft het vermogen om te denken - bepalen hun lot d.m.v. besluiten Volgens Eric Berne (grondlegger van de TA) trekt ieder mens al vroeg in zijn leven conclusies over zichzelf, anderen en de wereld om hen heen. Deze conclusies kunnen leiden tot besluiten naar aanleiding van een sleutelbelevenis waarin de conclusies worden bevestigd. Hij maakt onderscheidt tussen drie persoonlijkheden waaruit mensen voelen, denken en handelen; 1. de ouder; hierbij reageren we zoals we onze opvoeders/ouders hebben zien doen 2. de volwassene; waarbij we logisch en realistisch reageren 3. het kind; waarbij we denken, voelen en doen zoals we vroeger deden als kind Berne gebruikt deze theorie om de coachee zich bewust te maken van hun keuzemogelijkheden, in iedere situatie kan de de coachee reageren op deze drie manieren. Vanuit het kind, volwassene of ouder. Ieder mens bevindt zich elk moment van de dag in een deze drie egoposities. Geen van deze zijn goed of slecht. Het gaat erom dat er een balans is tussen de drie posities en dat je een keuze kunt maken die binnen de situatie het meest adequaat is.
Ouder - KO Kritische ouder AUTORITAIR Kan jij niet even opruimen BETUTTELEND was het lekker - ZO/VO Zorgende ouder, voedende ouder VOLW; gebaseerd op logica, wie wat wanneer, waarom fijn dat je er bent Kind AK Adaptieve kind gebaseerd op externe zowel interne verwachtingen - RK Rebelse kind - VK Vrije kind, manipuleert de ander niet, is blij of verdrietig wanneer je wat uit. Gebaseerd op behoeften en gevoelens. ik hoop dat iedereen mij aardig vindt ik wil nu een snoepje 6.2 Herkennen van egoposities Egoposities zijn te herkennen aan: - woorden en zinnen - intonatie - houding, mimiek, gebaren - de soort relaties die de persoon met anderen aangaat Een strategisch coach kan op elk moment kiezen vanuit welke egoposities hij wil reageren De drie egoposities vormen samen 1 systeem, een coach kan zich met dit model bijvoorbeeld afvragen;
is de coachee zich bewust van zijn behoeften en gevoelens (KIND) en Hoe gaat hij daar mee om? beschikt de coachee over waarden en normen? (OUDER) en welke? heeft de coachee plezier in zijn werk (VRIJE KIND) -is de coachee in staat om snel van egopositie te wisselen? welke egopositie overheerst bij de coachee? De antwoorden kunnen gebruikt worden om de sterke kanten van een coachee zijn en welke verder ontwikkelt kunnen worden. 6.3 Interventiemogelijkheden Als er bij een coachee sprake is van een onderontwikkelde egopositie dan zijn er in principe drie interventiemogelijkheden; 1. Op individueel niveau (de coachee coachen en zijn egopositie verder laten ontwikkelen 2. Op relationeel niveau ( aanvullen van de egopositie, secretaresse, symbiose) 3. Op systeemniveau (binnen de organisatie een andere taak zoeken die wel past bij zijn egopositie) 6.4 Transacties Een transactie is een doelgerichte interactie, met een transactie kan een coach sturend communiceren; Coachee is weinig in contact met eigen behoeften en gevoelens? De coach spreekt het KIND aan Coachee heeft moeite met logisch nadenken? De coach spreekt de VOLWASSENE aan Coachee heeft moeite met normen en waarden? De coach spreekt de OUDER aan. De coach stemt zijn interventie af op de egopositie die op dt moment wenselijk is om groei en ontwikkeling te bewerkstelligen. Het gaat erom dat je tijdens het coachtraject de relatievorm kunt wijzigen. Natuurlijk let de coach ook op zijn eigen ego positie. 6.5 Egoposities en coachinterventies De coach vraagt zich af op welke egoposities van de coachee hij zijn interventies afstemt, dit kunnen we in drie fasen onderscheiden; Fase 1. de coachee reageert vanuit het kind (meester leerling relatievorm) - hij heeft informatie, sturing en controle nodig. De coach zal de coachee moeten motiveren en de positieve adaptaties versterken. Hij kan dit bereiken door te demonstreren, voorlichten, toetsen. Fase 2. de coachee regaeert uit kind en volwasssene (meester- gezel relatievorm) - hij heeft uitleg nodig om zelfstandig conclusies en beslissingen te kunnen nemen. De coach zal de coachee op het versterken van informatie en bewustzijn, hij kan dit bereiken door uitleg, discussie en participatie. Fase 3. de coachee reageert vanuit kind, volw en ouder (meester- meester relatievorm) - de coachee heeft het nodig om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen en zich daar verantwoordelijk voor te voelen. De coach kan de coachee helpen met groei in autonomie, zelfzorg, zelfsturing en zelfcontrole,. De coach kan dit bereiken door discussie over verantwoordelijkheid, grenzen, zorg voor anderen. De coach kan zich terugtrekken naarmate de coachee groeit in verantwoordelijkheidsbesef. 6.6 Effectieve kruistransacties Ineffectief gedrag kenmerkt zich door drie rollen, de Redder, De Aanklager en het Slachtoffer
Deze drie rollen vormen samen de dramadriehoek, om uit deze dramadriehoek te komen kun je gebruik maken van de SCHAKELBAK. De schakelbak bestaat uit 4 versnellingen; 1. Positief aansluiten (contact sleutel) CONTACT-AS (MENS) 2. Vragen stellen 3. Samenvatten 4. Eigen mening geven CONTRACT-AS (TAAK) Slachtofferrol? Positief aansluiten vanuit de zorgende ouder rol door medeleven te tonen. Vraag dan, Wat kan ik voor je doen? Wat is je vraag? Doe een concreet aanbod als dat onduidelijk blijft. Aanklagersrol? Positief aansluiten door begrip te tonen voor iemands boosheid, geef wel duidelijk je grenzen aan en zeg Wat ik niet kan bieden is.. REddersrol? Positief aansluiten door te positief te benoemen Wilt u mij alleen even helpen met? De rest kan ik prima zelf doen Positieve aansluiting kan weergegeven worden met twee parallelle lijnen tussen Ouder en Kind. Daarna kan de coach overgaan tot een zogenoemde kruistransactie; De coach spreekt de coachee aan als VOLWASSENE door vragen te stellen (2 de versnelling) De coachee moet gaan kiezen of meegaan, of in het oude patroon terug vallen. Als de coachee antwoord ls volwassene is de KRUISTRANSACTIE geslaagd. De coach kan nu gaan samenvatten (3 de versnelling) om de VOLWASSENE te vergrendelen, pas hiermee op, want de kans is groot dat hij doorschiet naar het KIND als je dit gevoelsmatig samenvat. Als de coachee als VOLWASSENE is vergrendeld kan worden over gegaan naar de 4 de versnelling
6.61 Het versterken van de Volwassene Je bent als snel geneigd om te zeggen wat een ander moet doen, het gevolg daarvan is dat die informatie in het Adaptieve kind komt. De coachee doet braaf wat hem is opgedragen of gaat rebelleren. Tevens wordt het bewust zijn en de verantwoordelijkhied uitgeschakeld. De coachee laat zich het makkelijkste aanspreken met Wie Hoe Wat zijn de feiten Waar Wanneer Hoeveel? Vermijd waarom vragen (nou, daarom) Vraag liever; Wat was de reden dat. Als de coach merkt dat de coachee informatie mist Klopt het dat je die info mist? Zal ik je wat tips geven, iets uitleggen? 6.62 Coachen van lastige lieden Tips; 1. Bouw een time out in 2. Ga naast iemand zitten ipv tegenover 3. Zeg geen nee maar ga vragen stellen 4. Zet de ander niet onder druk, zoek naar behoeften/belangen 5. Voorkom escalaties, ga niet dreigen 6.7 Het script Prinsen en kikkers Ieder kind wordt geboren als prins en prinses. Tijdens het ontdekken van de wereld krijgt het kind te maken met geboden en verboden. Aan de hand hiervan kan een kind conclusies trekken of het nog langer een prins of prinses is. als deze conclusie niet wordt gecorrigeerd, kan deze uitgroeien tot een overtuiging. Kinderen kunnen scriptmatig gedrag hanteren om vroegere conclusies in stand te houden. Mensen vermijden oplossingen om pijn van het verlies niet te hoeven voelen. Een kikkergevoel is een favoriet rotgevoel dat je hele leven terugkomt. Volgens Eric Berne (grondlegger van de TA) trekt ieder mens al vroeg in zijn leven conclusies over zichzelf, anderen en de wereld om hen heen. Deze conclusies kunnen leiden tot besluiten naar aanleiding van een sleutelbelevenis waarin de conclusies worden bevestigd. Deze bevestiging wordt een scriptbesluit genoemd als zij de rest van iemands leven beïnvloeden! Het is een onbewust levensplan gemaakt in je jeugd, bekrachtigd door je ouders gerechtvaardigd door opeenvolgende gebeurtenis en eindigend in een daartoe besloten uitkomst Een coach maakt de gecoachte bewust van zijn scriptbesluiten. Een scriptbesluit is het beste besluit wat een kind gezien de omstandigheden kan maken. Een scriptbesluit is een overlevingsbesluit. Pas later wanneer de omstandigheden veranderen en het scriptbesluit wordt niet aangepast, dan kan het besluit tegen je gaan
werken. Op basis van scriptbesluiten richt iemand zijn leven in. Baan, partner, opleiding, enz. het scriptbesluit groeit daardoor steeds meer uit tot een overtuiging. Dit kan leiden tot: Een winnaarscript Een verliezerscript Een non- winnaarscript. Een coach stuurt aan op een winnaarscript Scriptmatig gedrag komt voornamelijk naar voren in lastige situaties 6.7 Drivers, kroontjes of ballonnen Iemand die denkt een kikker te zijn verhult dit dmv een kroon op hun hoofd te zetten. Oh dat zal wel een prins zijn, totdat hij door de mand valt. Deze kroontjes worden drivers genoemd. Het zijn gedragingen waarbij je de pijnlijke kikkergevoelens kan vermijden. Het resultaat is dat je een deel van jezelf afschermt. Drivers zijn een soort gebruiksaanwijzing en interne bronnen van stress. Vooral onder stress omstandigheden kunnen deze onderstaande stressbronnen leiden tot scriptbevestigend gedrag. Een kikkergevoel is een favoriet rotgevoel dat je hele leven terugkomt. In de TA worden 5 kroontjes (drivers) beschreven; 1. wees perfect: geef fouten, zorgvuldig, goed georganiseerd, vooruitkijkend, afspraken zorgvuldig nakomen. Valkuil: Er lang over doen, deadlines niet halen, geen vervolg geven aan dingen. 2. Doe de ander een plezier: teamspeler, ieders kijk op de zaak kan aan de orde komen, harmonie, intuïtief, houden rekening met gevoelens van anderen, dienstbaar, tolerant, begripvol. Valkuil: afhankelijk van andermans oordeel: zeg jij maar of het goed is wat ik denk.. 3. Doe je best Energiek, enthousiast, gemotiveerd, doen graag nieuwe taken. Valkuil: Alles hangt met alles samen, ik kan niets overslaan. Het kost moeite te beginnen.
4. Wees sterk: Kalm, stabiel, doorzetters, plichtsgetrouw. Valkuil: eigengereid. Ik doe alles wel alleen. 5. Maak voort, Schiet op: Snelle werkers, halen deadlines, efficiënt. Valkuil: Ik heb het al af, kan ik nu weg? Opdracht 3: a Welke driver herken je in je eigen gedrag?maak voort, wees perfect b Beschrijf hoe die driver je succes of falen als docent beïnvloedt. c welke stoppers (injuncties/verboden of bakstenen) herken je bij jezelf? a. Uit mijn score van blz 156 kwam de driver Maak voort dit herken ik wel in mijn eigen gedrag. Maak voort ligt dichtbij Wees sterk. b. De valkuil die hierbij hoort past wel bij mij. Hierin ben ik nog lerende om op tijd hulp te vragen aan anderen. Collega s denken vaak dat ik weinig hulp nodig heb, terwijl ik dit wel heel erg op prijs stel. Het is niet zo dat ik niet om hulp vraag, maar wel vaak denk, ik doe het wel alleen. 3. De bakstenen die ik bij mezelf herken zijn kom niet dichtbij Dit klopt wel bij de Wees sterk driver- Je bent alleen ok als je je gevoelens en wensen verbergt. Allower het is ok om open te zijn en voor jezelf op te komen. 6.7 Scriptanalyse/scriptbesluiten Script ontstaat zo; Stimulus Situation/event=the context in which problematic behavior exists Mijn vader maakt problemen (Behavioral) response Problematic Behavior (may also refer to the avoidance of behavior, e.g. not going out) Invoelen, proberen te begrijpen, alanyseren Ideaal zien mbt - Effectief gedrag - Empathie Consequences Positive consequences (C+) (reason problem behavior is maintained) Vermindering van de spanning, er toch bij kunnen horen. Script: : dit kan ik doen! Negative consequences (C-) (reason pt seeks help) Niet authentiek, niet vrij. Gevoel van afwijzing (hoor er niet bij) Script: driver doe de ander een genoegen Wees Perfect
Op basis van scriptbesluiten richt iemand zijn leven in. Baan, partner, opleiding, enz. het scriptbesluit groeit daardoor steeds meer uit tot een overtuiging. Dit kan leiden tot: Een winnaarsscript Een verliezersscript Een non-winnaarscript. Als iemand zich bewust wordt van zijn negatieve scriptbesluiten, is toetsing en correctie mogelijk. Dit kan leiden tot een nieuw besluit. Negatieve scriptbesluiten zijn mental blocks en verhinderen een ontwikkelingsproces. Er ontstaat twijfel, onzekerheid en verkramping als er van een scriptbesluit wordt afgeweken. Drivers (Kroontjes of ballonnetjes) zijn gedragingen om pijnlijke kikkergevoelens te vermijden. Om iemand boven water te houden. Scriptbesluiten zijn bakstenen die iemand onderwater trekken. Er zijn vijf drivers te onderscheiden. Wees sterk Deze mensen vermijden afhankelijkheid. Ze voelen zich pas veilig als ze de zaak in handen hebben en verhullen hun gevoelens.. Achterliggende scriptbesluiten kunnen zijn: ik toon mijn gevoel niet, vraag niet om wat ik nodig heb, mag geen kind zijn, laat anderen niet dichtbij komen. Je bent alleen ok als je je gevoelens en wensen verbergt. Allower het is ok om open te zijn en voor jezelf op te komen. Maak voort Deze mensen hebben het altijd druk, hebben haast, alles gaat snel. Volle agenda en komen vaak te laat ondanks hun haast. Hebben moeite om rust te nemen en te ontspannen. Achterliggende scriptbesluiten kunnen zijn: ik toon mijn gevoel niet, ik vraag niet om wat ik nodig heb, laat anderen niet dichtbij komen. Je bent alleen ok als je alles meteen doet. Allower het is ok dat je er de tijd voor neemt. Wees perfect Deze mensen willen alles zo goed mogelijk doen in de hoop gewaardeerd te worden. Ze verwachten perfectie van anderen en zichzelf, komen aan weinig dingen toe omdat 80% van de tijd wordt besteed om die 20% te verbeteren. Achterliggende scriptbesluiten kunnen zijn: ik heb geen succes tot perfectie is behaald, ik geniet pas aan het einde en niet tussendoor. Je bent alleen ok als je alles goed doet.. Allower het is ok om jezelf te zijn. Doe je best Deze mensen beginnen van alles en maken niets af. Achterliggende scriptbesluiten kunnen zijn: ik heb gen succes, ik ben niet belangrijk, ik hoor er niet bij, ik groei niet op. Je bent alleen ok als je je best blijft doen. Allower het is ok als je het doet. Doe anderen en genoegen. Deze mensen voelen zich pas prettig wanneer de ander zich prettig voelt. Ze denk veel voor je na en zijn tot het irritante behulpzaam. Ze voelen zich teleurgesteld
wanneer anderen niet zo op hun reageren. Achterliggende scriptbesluiten kunnen zijn: ik ben niet belangrijk, ik vraag niet om wat ik nodig heb. Je bent alleen ok als je anderen behaagt Allower het is ok rekening te houden met jezelf en jezelf te behagen. Er zijn zes scriptprocessen: 1. Nooit: ik kan nooit krijgen wat ik het liefste wil 2. Nadat: vandaag heb ik plezier, morgen moet ik ervoor boeten 3. Altijd: ik heb mijn bed opgemaakt, nu moet ik er nog in liggen 4. Voordat: ik kan geen plezier hebben voordat ik klaar ben met mijn werk. 5. Bijna: Dit keer is het me bijna gelukt. 6. Open eind: op een zeker moment in de toekomst zal ik geen raad weten met mijzelf Ballonnen houden je drijvend en bakstenen willen je onder water trekken. Als je door je driver (geen pijn) heen gaat knal je op je bakstenen(pijn) Het nadeel van ballonnen is dat het opblazen ervan energie kost. Vandaar dat een ballon slechts een tijdelijk effect heeft en uiteindelijk scriptbevestigend werkt. 1.SCRIPT planning van je bewuste of onbewuste leven- GAAT NIET LEKKER 2.DRIVER- (dit duurt ongeveer 10 seconden)- WEES STERK- schiet door naar 3.BAKSTEEN (Injuncties, kom niet dichtbij) schiet door naar je 4. MINISCRIPT (stopper, VERMOEIEND, probeer terug te komen in je scriptproces, OF IN HET BEWUSTZIJN, UIT DE DRAMADRIEHOEK TE KOMEN
Bakstenen trekken je onder. PIJN Bakstenen/injuncties (verboden) Voorbeelden zijn: besta niet wees niet belangrijk wees jezelf niet hoor er niet bij wees geen kind kom niet dichtbij groei niet op wees niet gezond slaag niet denk niet doe niet voel niet vanuit injuncties en contrajuncties maak je je zelfbeeld. Een scriptbesluit kan worden ingedeeld in behoeften, voelen, denken en doen. Een scriptbesluit kan worden veranderd wanneer: - Er permissie wordt gegeven - Protectie wordt geboden - Er voldoende potentie, inzet en wil is. - Een scripcorrigerende ervaring wordt opgedaan. Een scriptverandering kan ook leiden tot een antibesluit. De gecoachte schiet dan door in het tegendeel. Wanneer iemand in een impasse zit, dan wordt de volwassene buitengesloten. Dit is een steeds herhalende gedachte die een gevoel in stand houdt. 6.71 Miniscript. Wanneer het scriptproces vermoeiend wordt, vervallen we in het miniscript. Het Alledaagse sociaal gewenste leven scriptproces (is de nette vorm van je driver, wees sterk, wees perfect, enz.) dan verlies je op een gegeven moment je controle (kom je in de ruwe vorm van je driver en maak je een rot opmerking (je laatste strohalm om je driver vast te houden +/- 10 seconden) als je driver niet meer werkt, dan trekken je negatieve scriptbesluiten (bakstenen) je naar beneden. dan voel je de pijn die je met je scriptproces probeerde te voorkomen. (Besta niet, wees belangrijk hoor erbij, enz.) Wanneer we in script gaan realiseren we ons meestal niet dat wij weer volgens de kinderlijke strategieën te werk gaan 6.8 Strook (klap en streling) Een strook is een erkenning voor wat je doet. Strooks zijn: Van levensbelang Bevestiging je bestaan Binnen de TA wordt gesteld dat mensen twee behoeften hebben erkenning (strooks) en structuur (begrenzing) deze horen bij elkaar Mensen hebben behoefte aan erkenning, wat je moet leren is jezelf te erkennen en dat is door structuur te bieden. Structuur komt van jezelf erkenning van buiten af, Dus iedere keer
als je jezelf erkent, begrens je jezelf. Kinderen die steeds irritant in een klas de (positief of negatief) de aandacht vragen kennen deze structuur en begrenzing niet of hebben dit nooit geleerd. Positief- fijn dat je r bent Negatief- Zo, ben je er ook weer, wanneer ga je weg? Non verbaal- een knipoog Verbaal Voorwaardelijk- dat heb je goed gedaan Onvoorwaardelijk- fijn dat je er bent Een strook is een vorm ven erkenning en voor iedereen van levensbelang. Positief in de vorm van een compliment, negatief in de vorm van kritiek. Er is een balans tussen strooks voor het bestaan en strooks voor het doen. Soorten strooks: Voor wat je doet: Positief voorwaardelijk Negatief voorwaardelijk Voor wie je bent: Positief onvoorwaardelijk Negatief onvoorwaardelijk (omdat je dingen goed doet! goed gedaan ) (Omdat je dingen verkeerd doet. je ziet er stom uit ) (zonder beperkende bepalingen. ik hou van je ) (Negatieve aandacht zonder reden. ik haat je ) Plastic strooks, namaak of beleefdheidsstrokes Geconserveerde strooks, herinneringen aan eerder opgeslagen strokes die je kunt oproepen. (strookbank) Strookfilter: Je kunt alleen die strokes horen die je verwacht
Een strook is en erkenning voor wat je doet. Deze kan positief en negatief zijn. Positief of negatief reageren op gedrag maakt de kans op herhaling van dat gedrag groter. Er zijn diverse soorten strokes zie hierboven v.b. Wat heb je een mooi truitje aan- Ja Hema maar 5 euro. Hierdoor buig je de stroke om Strokes kan je buigen van positief naar negatief we oefenen dit in groepjes. Wat heb je eraan? Met LL kan je 10 dingen noemen waar je blij van wordt, hierdoor kan je iemand positief laten denken. Regels om je slecht te voelen: - Geef geen strooks als je ze te geven hebt. - Vraag niet om strooks als je ze nodig hebt - Accepteer geen strooks die je graag zou krijgen - Weiger geen strooks die je niet wilt. - Geef geen strooks aan jezelf. Maak je eigen strookprofiel als docent en als collega, geef tenminste 4 positieve strokes per dag aan de LL! Strooks die de coachee als prettig ervaart, bevorderen het leerproces.