STANDAARD OPERATIE PROCEDURE



Vergelijkbare documenten
MEETPLOEGEN STANDAARD OPERATIE PROCEDURE

Inzetprocedure O.G.S.

op de openbare weg PROCEDURE BEVEILIGING VAN INTERVENTIES OP DE OPENBARE WEG STANDAARD OPERATIE PROCEDURE

Vesta. Inzetprocedure gevaarlijke stoffen. Vesta. basisregels. niveau sergeant module gevaarlijke stoffen

1. Kenmerken van een inzet bij OGS. 2. Belangrijkste Risico's bij OGS. 3. Specifieke zaken voor Beeldvorming bij OGS

Opleiding Gaspakdragers

Resultaten Workshop IBGS

# Overwegingen Aantekeningen 1 Alarm

2e druk, 6e oplage, februari Instituut Fysieke Veiligheid ISBN

Bijlage : Te gebruiken documenten bij een gaspakinzet

Inzetten van de gaspakdrager

Oefeningen en evenementen binnen het HC 112/100 OVL

Protocol Decontaminatie. Irene van der Woude

ANIP Provincie Antwerpen 21/04/2011 ACTIEKAARTEN

Optreden bij buisleiding incidenten. Drs. B.M.G. Janssen MCDM Directeur Gezamenlijke Brandweer Voorzitter NVBR Netwerk OGS

Van OGS naar IBGS versie 1: 2017

OGS ontsmetting. (benaming wordt decontaminatie kortweg DECO)

BRANDWEERTAKEN & SAMENWERKING BIJ

RISICOZINNEN (R-ZINNEN)

Identificatie gevaarlijke stoffen

Bijlage 1: Algemeen radioprofiel brandweer

Specialisten van de VRU. Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen (OGS)

Zeer licht ontvlambaar

DISPATCHERS FIRE FOR LIFE

KWALIFICATIEPROFIEL VOOR GASPAKDRAGER

Beeldcasus OGS-1 Lekkage tankwagen

Toolbox-meeting Gevaarlijke stoffen

STANDAARD OPERATIONELE PROCEDURE. Aflegsysteem lage druk: bundels

Vacature beroepsbrandweerman (m/v) B0-0, B0-1, B0-2, B0-3, B0-4 via professionalisering in dezelfde graad bij hulpverleningszone Rivierenland

DIENSTNOTA 2005/14. alarmering brandweer HERENTALS door brandweer GEEL met ingang van u00: informatie, procedures, handelwijze

DIR - MED ACTIEKAART C4. Coördinerend ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED

Gevaarlijke stoffen zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor je gezondheid. Op je werk, maar ook thuis zijn veel meer gevaarlijke stoffen dan je denkt.

Beperkt OGS Manschappen en bevelvoerder (ploeg) Frequentie: minimaal 1 keer per oefencyclus

Als de rook om je hoofd is verdwenen Marc Ruijten, CrisisTox Consult

Decontaminatie. Irene van der Woude

1. Identificatie van de stof of het mengsel en van de vennootschap / onderneming

NORM / LSA (Natural Occurring Radioactive Material / Lage Specifieke Activiteit)

MINISTERIËLE OMZENDBRIEF VAN 14 AUGUSTUS 2015 BETREFFENDE DE INTERVENTIEKLEDIJ.

Coördinerend ACTIEKAART C3 DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG ARTS TER PLAATSE - DIR MED DIR - MED. ACTIEKAART C3 : DIR MED 1e MUG arts - 1/5

Coördinerend ACTIEKAART C4 DIR - MED ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING 1 E MUG VERPLEEGKUNDIGE TER PLAATSE ADJ DIR MED

Beperkt OGS Manschappen en bevelvoerder (ploeg) Frequentie: minimaal 1 keer per oefencyclus. waarbij een gevaarlijke stof vrijkomt.

DIENSTNOTA 2006/13. Herentals, 17 juli BETREFT : standaard operatie procedures brandweer Herentals

gas onder druk Als het gas vrijkomt, bereikt het zeer snel een concentratie in de lucht die gevaarlijk is voor de gezondheid.

Uitrukprocedure bij branden hulpverleningstaken

Relatiebeheerders Land- en Tuinbouw Provincie Antwerpen Gemeente Relatiebeheerder Adres

SCHRIFTELIJKE INSTRUCTIES VOLGENS HET ADN. Maatregelen in het geval van een ongeval of noodgeval

Organisatie. - X-korpsen - Zuiver beroepskorpsen - Antwerpen, Luik, Brussel, Charleroi, Gent

licht ontvlambaar licht ontvlambaar

Wat doet een GAGS bij een ongeval met gevaarlijke stoffen op de weg? Henk Jans, Vz GAGS platform

Coördinerend ACTIEKAART C2 ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED ADJ DIR MED ACTIEKAART C2 : ADJ DIR MED 1/5

BRANDWEER BRUSSEL KORTE VOORSTELLING

Repressief optreden in Biologische Laboratoria s. 16-apr-2010 Author/location

Brandweer Sliedrecht Draaiboek brand- en ontruimingsoefening ASZ Sliedrecht

BIJLAGE 3 AANBEVOLEN TECHNISCHE NORMEN

ACTIEKAART C2. Coördinerend ADJUNCT DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING ADJ DIR MED ADJ DIR MED DIR MED

Aflegsysteem brandbestrijding

Informatiemateriaal NORM/LSA

StoSilent A-Tec Panel Alu 1200 x 625 x 25 mm

PRODUCT VEILIGHEIDSBLAD pagina 1 van 5

Calamiteitenplan Gorlaeus Laboratoria

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU

Texaco Ruitensproeier antivries concentraat

GEVAARLIJKE STOFFEN: BESCHERMING EN ONTSMETTING. Jacco Veldhuyzen AIOS-SEH MCA CLO 21 februari 2013

Handreiking voorbereiding bestrijding Buisleidingincidenten

Werk veilig of werk niet

Handelsnaam: * Identificatie van het product * - Aard van het product: dispersie op waterbasis

grootschalige tankbranden.

Wat kan de kennistafel LNG hierin betekenen?

Asbestincidenten Zijn brandweermensen asbestwerkers?

IDENTITEIT ONBEKEND. omgaan met potentieel zeer gevaarlijke stoffen in het laboratorium Jeroen van der Meer

GRIP 2, zeer grote brand Wieringerwerf 6 april 2017, gemeente Hollands Kroon

Leidraad Kernongevallenbestrijding

Arbocatalogus pkgv- industrie Besloten Ruimten

Brandbestrijding bedrijfsgebouwen. Oefening

Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en preparaten (R-zinnen)

Wij hebben uw aanvraag voor begeleiding door het mobiel team Emergo goed ontvangen.

1 De coördinatie van de inzet

Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en preparaten: R-zinnen

Procedure afzetlint Versie 3.1 d.d. 08 april 2013

Protocol Bedrijfsnoodplan en bedrijfshulpverlening

BEDRIJFSNOODPLAN. Amstelveen

VGWM A WAY OF LIVING BENZEEN. Standaards voor professionals, wees alert!

Branchestandaard blijvende vakbekwaamheid

2e druk, 5e oplage, juni Instituut Fysieke Veiligheid ISBN

giftig doelorgaan - toxisch acuut toxisch

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s

Coördinerend DIRECTEUR MEDISCHE HULPVERLENING DIR MED DIR - MED

Specialisten van de VRU. Hoogtereddingsteam: voor redden op hoogte én diepte

Procedure Ongevalsbestrijding Gevaarlijke stoffen

Veiligheidsinformatieblad Opgemaakt : /

BHV 10 TIPS VOOR DE BHV ER ALS DE BRANDWEER KOMT DE BEWONERS- HULPVERLENER. 1. Zorg voor herkenbaarheid van de BHV ers.

Algemeen Ziekenhuis Vesalius Studenten- Stagiairs

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD

Brandbestrijding voertuigen, vaartuigen en vliegtuigen. Oefening

KWALIFICATIEPROFIEL VOOR MANSCHAP A

Transcriptie:

Prébrandweerzone Rivierenland SOP Gaspakken GASPAKKEN (IGS) STANDAARD OPERATIE PROCEDURE Definitieve versie Goedgekeurd door de Prézoneraad op 10 september 2013

Opzet Het ontwikkelen van een procedure voor de inzet van één of meerdere IGS-teams in de brandweerzone Rivierenland die door de interventieleiders gekend is en kan toegepast worden. De procedure dient er voor te zorgen dat iedereen die betrokken is bij de alarmering en de inzet van de gaspakken niet meer moet improviseren maar dat de opeenvolgende handelingen vastliggen. Bovendien wordt de alarmering van de (sub)zonale gaspakkenteams geregeld indien deze opgeroepen worden voor bijstand te leveren in een andere Antwerpse zone. Doel Het onnodig alarmeren van al de zonale gaspakkenteams voorkomen. De interventieleiders een leidraad toereiken om te beslissen tot de inzet van lokale IGS-groep of het opstarten van de (sub)zonale gaspakorgansatie. Het alarmeren van de gaspakkenteams gemakkelijker maken en volgens een vast stramien laten verlopen. Afspraken vastleggen betreffende de nodige communicatiekanalen tussen de gaspakploegen en de lokale centrale van waaruit de coördinatie van de ploegen gebeurt. Inhoud De procedure bepaalt de deelnemers en hun benodigd materieel. De procedure bestaat verder uit een oproep- en communicatieschema, drie operatieschema s en de operatieschema s uitgeklaard in tekstvorm, 4 actiefiches en een incidentinformatieblad. Afhankelijk van gevaarsidentificatienummer van de stof, de ernst van de uitstroom, de grootte van de plas, de grootte van de wolk of het effect op de omgeving wordt één operatieschema uitgekozen en opgestart, dit sluit niet uit dat er bij escalatie verder kan opgeschaald worden naar een hoger schema. Verder wordt de invoering van een incident informatieblad besproken. Dit informatieblad zal door alle interventieleiders gekend zijn zodat het zeker bij het gebruik van schema 2 midden IGS als infoblad kan dienen voor Ovd van de zone, AGS met dienst en (sub)zonale gaspakleider. 2

Betrokkenen (sub)zonaal gaspakkenteam Een gaspakkenteam Een gaspakteam bestaat uit 14 personen met minimum 9 personen die de opleiding gaspakdrager, ingericht door een erkend brandweeropleidingscentrum, succesvol hebben doorlopen. Dit team wordt samengesteld uit de verschillende operationele posten, waarbij de zone 2 werd onderverdeeld in volgende subzones: Zone West: Bestaande uit de korpsen Niel, Puurs, Willebroek en Mechelen. Brandweer Puurs als lokaal aanspreekpunt (aangevuld met andere leden uit de verschillende posten uit de subzone west) met bijstand van brandweer Mechelen. Zone Oost: Bestaat uit de korpsen Duffel, Lier, Nijlen en Mechelen. Brandweer Duffel als lokaal aanspreekpunt (aangevuld met andere leden uit de verschillende posten uit de subzone oost) met bijstand van brandweer Mechelen. Het team bestaat uit minimum: 6 gebrevetteerde gaspakdragers; 2 aankleders; 2 ontsmetters; 1 gaspakleider; 1 ontsmettingsleider; 1 plotter; 1 materiaalmeester; kan worden aangevuld met AGS. Het team dient minimum over volgend materieel te kunnen beschikken: 8 gaspakken (2 reserve) + onderkledij; 4 splashpakken of gelijkwaardig; 2 tenten; decontaminatiedouche en ontsmettingsmiddelen; persluchtapparatuur en ademluchtbuffer; een prioritair voertuig; schrijfgerief, formulieren, tafels en stoelen, herkenningsvestjes; radiocommunicatie via Astrid (subzone oost) en analoog (subzone west) voor elke gaspakdrager + 2; meetapparatuur (zuurstof- en explosiemeters). De gaspakdrager De gaspakdrager is een lid van een operationele post die succesvol de opleiding tot gaspakdrager heeft doorlopen aan een erkend brandweeropleidingscentrum. De aankleder De aankleder is een lid van een operationele post die succesvol de interne opleiding heeft doorlopen en vertrouwd is met de aankleedprocedure. De ontsmetter De ontsmetter is een lid van een operationele post die rechtstreeks onder het bevel van de ontsmettingsleider de decontaminatie en het uitkleden van de gaspakdragers zal uitvoeren. De ontsmetter is vertrouwd met het volledige IGS-gebeuren (decon spoedontsmetting, ). De plotter De plotter verzorgt het secretariaat van de IGS-inzet en dient vertrouwd te zijn met de volledige IGSprocedure. De materiaalmeester De materiaalmeester dient het ontsmettingsveld te realiseren en coördineert het aanbrengen van het gevraagde materiaal tot aan de opstellijn. 3

De ontsmettingsleider De ontsmettingsleider heeft minimum het brevet van onderofficier en is in het bezit van het brevet gaspakdrager, uitgereikt door een erkend brandweeropleidingscentrum en zorgt samen met de materiaalmeester voor de inrichting van het ontsmettingsveld en coördineert de ontsmetting alsook de uitkleedprocedure van de gaspakdragers en coördineert eveneens de ontsmetting van de eventuele gewonden en geëvacueerden. De gaspakleider De gaspakleider heeft minimum de graad van onderofficier en is in het bezit van het brevet gaspakdrager, uitgereikt door een erkend brandweeropleidingscentrum. Hij/zij coördineert alles binnen de gevarenzone en staat onder het rechtstreeks bevel van de interventieleider. De adviseur Gevaarlijke Stoffen In de provincie zijn er een aantal mensen die een bijkomende opleiding genoten heben om de gouverneur, de burgemeesters en de dienstchefs bij te staan en te adviseren bij incidenten met gevaarlijke producten. In de provincie zijn er steeds 2 van die AGS ers van wacht, 1 voor het westelijk deel en 1 voor het oostelijk deel van de provincie. Bij incident worden beiden verwittigd. De eerste zal op het incident adviseren, terwijl de tweede de backup verzekerd, opzoekingen in naslagwerken kan verrichten en de interventieleider ondersteunt. De AGS ers kunnen enkel via het HC100 opgeroepen worden en dienen niet noodzakelijk ter plaatse te komen, vooreerst gaan ze proberen om telefonisch advies te geven. De AGS ers komen niet de leiding van de interventie overnemen, zij komen slechts advies geven dat al dan niet door de interventieleider of de beleidsmensen gevolgd kan worden. Hij beroept zich voor zijn advies op naslagwerken, productspecialisten en andere adviseurs. Hij geeft advies over: bronbestrijding, te nemen maatregelen ten opzichte van de bevolking, de te gebruiken PBM, de ontsmettingsprocedure en eventueel de nabehandeling. 4

Oproepschema IGS Rivierenland Ongeval GS Brand GS Melding buiten regio Beoordeling Bevelvoerder / Ovd Kleine IGS Schema 2 Midden IGS Schema 3 Grote IGS Opdracht interventieleider aan eigen centrale Opdracht interventieleider aan eigen centrale Centrale Mechelen in kennis stellen incident Oproep centrale Mechelen + fax informatieblad Inzetbewaking door interventieleider Opstart alarmering (sub)regionale IGSploeg Via HC 100 AGS + faxen informatieblad aan (sub)regio - WEST Puurs 03/890.76.98 - OOST Duffel 015/31.90.90 Gaspakleider (sub)regionaal Communicatie : 1. subregionaal WEST : Analoog Nat 2 OOST : Astrid GB ANT B2 2. regionaal Astrid GB ANT B2 5

Verklaring oproepschema Tijdens de ganse duurtijd van de interventie blijft de interventieleider van het koprs dat als eerste op de plaats van de calamiteit arriveerde, het operationele bevel voeren ongeacht graad en ongeacht welk opschalingsschema (schema 2 of schema 3) werd gehanteerd. Hij/zij wordt bijgestaan door de AGS en gaspakleider van de (sub)zonale gaspakploeg. Kan een lek binnen de 30 minuten na aankomst gedicht worden met de lokale middelen, dan kan de interventieleider beslissen om toch een (aantal) subzonale gaspakploeg(en) ter versterking te laten komen (uitvoeren controle met hogere beschermingsmiddelen). Via de eigen meldkamer wordt de centrale van brandweer Mechelen gevraagd om de dichtstbijzijnde gaspakploeg(en) te alarmeren. Er dient hierbij een rendez-vous punt afgesproken te worden waarnaar de opgeroepen gaspakploeg(en) zich dient(en) te begeven. Na de alarmering nemen de opgeroepen gaspakploegen contact op met de centrale van brandweer Mechelen om kennis te nemen van het afgesproken rendez-vous-punt. Kan het lek niet binnen een kort tijdsspanne van ongeveer 30 minuten na aankomst van de interventieploegen gedicht worden en/of zijn de lokale middelen ontoereikend, dan dienen we schema 2 toe te passen. Het (sub)zonaal IGS-plan wordt opgestart. De gaspakploegen kunnen niet alleen door de regiokorpsen gevraagd worden maar ze kunnen ook in bijstand van andere regio s uit de provincie gevraagd worden bij een hele grote calamiteit (cfr. Broomincident in Antwerpen). De vraag tot bijstand zal vanuit een regionale dispatchingcentrale of vanuit het HC100 gebeuren naar de centrale van Mechelen, die de alarmering kan opstarten zoals in schema 3. Vanaf het opschalingsschema 2 zal altijd de assistentie gevraagd worden van de AGS van wacht, zo deze nog niet werd gealarmeerd door de meldkamer van de betrokken post (via hethc100). Deze hoeft niet altijd ter plaatse te komen maar kan de nodige instructies geven en de nodige informatie krijgen per telefoon. De gaspakleider zal fungeren als doorgeefluik tussen de gaspakploeg, AGS en interventieleider. 6

kleine IGS AANSTURING DOOR AAN WIE BIJZONDERHEDEN BESLISSING VOLGENDE ACTIE INTERVENTIELEIDER (BESLISSINGSTABEL) EIGEN MELDKAMER INTERNE OPROEP EIGEN WERKFREQUENTIE INTERVENTIELEIDER (bevelvoerder) MELDKAMER INTERVENIËREND KORPS HC100 ASSISTENTIE AGS (enkel op bevel interventieleider) VERWITTIGT MELDKAMER BRANDWEER MECHELEN EN GEEFT SITUATIERAPPORT BRENGT OvD OP DE HOOGTE VAN DE CALAMITEIT INTERVENTIELEIDER (OPSCHALING SCHEMA 2 OF SCHEMA 3) 7

Verklaring schema 1 kleine IGS wordt gevolgd indien er een incident is met gevaarlijke stoffen, waarbij er slechts een beperkt effectgebied is en waarbij de lokake aanwezige middelen toereikend zijn conform de beslissingstabel van de bevelvoerder (Ooffr). We hebben te maken met een klein lek dat binnen de 30 minuten na aankomst van de interventieploeg kan gedicht worden en waarbij het product wordt gedetermineerd met de aanwezigheid van volgende nummers in de GEVI-code: 4,6,8,9 en een mogelijk contact/besmetting met de stof reëel blijkt. Eveneens een calamiteit met asbest ressorteert onder dit schema 1. De bevelvoerder kan steeds beroep doen op de Ovd die conform beslissingstabel Ovd de inzet kan verfijnen. De inzet dient te gebeuren door het interveniërende brandweerkorps met beschermkledij onder de vorm van volledige interventiekledij aangevuld met PB of in chemiepak (Tychem F/ Tyvec F/ Splash 1000). De meldkamer van het interveniërende korps brengt de meldkamer van brandweer Mechelen op de hoogte en geeft een situatierapport. De centralist van de betrokken post kan op bevel van de Officier van Dienst de AGS van wacht laten verwittigen via HC 100 (contactgegevens interventieleider meegeven). Indien de bevelvoerder / Ovd dient op te schalen naar schema 2 (midden IGS) of schema 3 (grote IGS) conform de beslissingstabel zal dit door de meldkamer van het interveniërde korps worden gevraagd aan de meldkamer van brandweer Mechelen. De meldkamer van Mechelen zal vervolgens de nodige acties ondernemen conform de instructiekaart meldkamer Mechelen. 8

Schema 2 midden IGS AANSTURING DOOR AAN WIE BIJZONDERHEDEN BESLISSING VOLGENDE ACTIE MELDKAMER INTERVENIËREND KORPS OP VRAAG VAN BEVELVOERDER MELDKAMER BRANDWEER MECHELEN 015/20.23.45 INCIDENTINFOBLAD DOORFAXEN NAAR MECHELEN 015/26.09.08 BRANDWEER MECHELEN Alarmering via nummer 015/20.23.45 ALLE GASPAKPLOEGEN UIT DE BETROKKEN SUBZONE COÖRDINATIE ALARMERING PER BETREFFENDE SUBZONE VIA SDS VANUIT CENTRALE BRAND- WEER MECHELEN. DOORSTUREN NAAR RENDEZ- VOUS PUNT WEST OOST Puurs Duffel Hemiksem Nijlen Niel Lier Willebroek Mechelen Mechelen INTERVENTIELEIDER (GASPAKLEIDER) (AGS) BRANDWEER MECHELEN VERWITTIGT AGS VAN WACHT VIA HC100 (zo deze nog niet werd gealarmeerd door betrokken post incidenteninfoblad) INCIDENTENFOBLAD DOORFAXEN NAAR - WEST: Puurs 03/890.76.98 OF - OOST: Duffel 015/31.90.90 WERKFREQUENTIE IS: (vanaf alarmering) - WEST: analoog Nat 2 OF - OOST: MAP PROVINCIE GB ANT B 2 9

Verklaring schema 2 midden IGS Schema 2 wordt gevolgd indien er een incident is met gevaarlijke stoffen waarbij de lokale middelen ontoereikend blijken en men niet meer kan spreken van een lokaal gebeuren (zie instructiefiche bevelvoerder). We hebben te maken met een groot lek dat niet binnen de 30 minuten na aankomst van de interventieploeg kan gedicht worden en waarbij het product wordt gedetermineerd met de aanwezigheid van volgende nummers in de GEVI-code: 4,6,8,9 en een mogelijk contact/besmetting met de stof reëel blijkt. De inzet dient te gebeuren door alle beschikbare gaspakploegen van de betreffende subzone. De interventieleider van het interveniërende korps vraagt via de centrale van brandweer Mechelen om het subzonale gaspakkenplan op te starten, hij geeft daarbij de nodige informatie met behulp van het incidentinfoblad. Dezelfde informatie faxt hij door naar de meldkamer van brandweer Mechelen. Deze gegevens worden door de centralist van brandweer Mechelen overgenomen en verder doorgefaxt naar: - of OOST: Brw Duffel 015/31.90.90 - of WEST: Brw Puurs 03/890.76.98. Tegelijkertijd verwittigd de centralist de korpsen van de betreffende subzone met de vraag tot oproep van de IGS-ploegen volgens de actiefiche centralist Mechelen, kant subzonaal IGS-plan. Vanuit elk korps wordt er telfonisch of radiofonisch een bevestiging van ontvangst van de alarmoproep naar Mechelen terug gekoppeld. De communicatie met en door de gaspakkenploegen gebeurt vanaf alarmering: - OOST: via Astrid in de gespreksgroep GB ANT B 2 in de map PROVINCIE - WEST: analoog via Nat 2. De centralist van brandweer Mechelen laat via het HC100 de AGS van wacht verwittigen, zo deze nog niet werd gealarmeerd door de betrokken post (zie incidenteninfoblad), dat het subzonaal IGS-plan van de brandweerzone Rivierenland opgestart is en dat de assistentie van de AGS gevraagd wordt. De verdere coöordinatie van de gaspakken op het veld zal gebeuren door de gaspakleider bijgestaan door de verwittigde AGS (adviseur gevaarlijke stoffen). Het is op bevel van de gaspakleider dat zal bepaald worden, in functie van de lokale omstandigheden, welke gespreksgroep zal worden gebruikt (DMO of de vastgelegde gespreksgroep/analoog). 10

Schema 3 grote IGS AANSTURING DOOR AAN WIE BIJZONDERHEDEN BESLISSING VOLGENDE ACTIE MELDKAMER INTERVENIËREND KORPS OP VRAAG VAN BEVELVOERDER MELDKAMER BRANDWEER MECHELEN 015/20.23.45 INCIDENTINFOBLAD DOORFAXEN NAAR MECHELEN 015/26.09.08 BRANDWEER MECHELEN Alarmering via nummer 015/20.23.45 DE GASPAKPLOEGEN UIT DE BETROKKEN SUBZONE WORDEN GEALARMEERD DE GASPAKPLOEGEN UIT DE NIET BETROKKEN SUBZONE WORDEN IN VOORALARM GEPLAATST COÖRDINATIE ALARMERING VIA SDS VANUIT CENTRALE BW MECHELEN. DOORSTUREN NAAR RENDEZ-VOUS PUNT BRANDWEER MECHELEN VERWITTIGT AGS VAN WACHT VIA HC100 (zo deze nog niet werd gealarmeerd door betrokken post) INCIDENTINFOBLAD DOORFAXEN NAAR - WEST: Puurs 03/890.76.98 - OOST: Duffel 015/31.90.90 INTERVENTIELEIDER (GASPAKLEIDER) (AGS) CRISISCEL WERKFREQUENTIE IS: (vanaf alarmering) - WEST: analoog Nat 2 - OOST: MAP PROVINCIE GB ANT B 2 ^ BRW MECHELEN NIET INTERVENIERENDE SUBZONE AFMELDEN INCIDENT (EINDE VOORALARM) 11

Verklaring schema 3 grote IGS Schema 3 wordt gevolgd indien er een incident is met gevaarlijke stoffen waarbij we niet meer kunnen spreken van een lokaal gebeuren. We hebben te maken met een groot lek waarbij het product wordt gedetermineerd met de aanwezigheid van volgende nummers in de GEVI-code: 4,6,8,9 / 66,88,68,86 of X en een mogelijk contact/besmetting met de stof reëel blijkt (zie instructiefiche bevelvoerder). De interventieleider van het interveniërende korps vraagt via de centrale van brandweer Mechelen om het subzonale gaspakkenplan op te starten, hij geeft daarbij de nodige informatie met behulp van het incidentinfoblad. Dezelfde informatie faxt hij door naar de meldkamer van Brw Mechelen. Deze gegevens worden door de centralist van brw.mechelen overgenomen en verder doorgefaxt naar: - OOST: Brandweer Duffel 015/31.90.90 - WEST: Brandweer Puurs 03/890.76.98. Tegelijkertijd verwittigd de centralist de korpsen van de betreffende subzone met de vraag tot oproep van de IGS-ploegen volgens de actiefiche centralist, kant subzonaal IGS-plan. Eveneens worden de gaspakploegen van de niet betrokken subzone in vooralarm geplaatst. Vanuit elk korps wordt er telefonisch of radiofonisch een bevestiging van ontvangst van de alarmoproep naar Mechelen terug gemeld. De communicatie met en door de gaspakkenploegen gebeurt vanaf alarmering: - OOST: via Astrid in de gespreksgroep GB ANT B 2 in de map PROVINCIE - WEST: analoog via Nat 2 De centralist van brandweer Mechelen laat via het HC100 de AGS van wacht verwittigen, zo deze nog niet werd gealarmeerd door de betrokken post (zie incidenteninfoblad), dat het (sub)zonaal IGS-plan van de regio Rivierenland opgestart is en dat de assistentie van de AGS gevraagd wordt. De verdere coördinatie van de gaspakken op het veld zal gebeuren door de gaspakleider bijgestaan door de verwittigde AGS (adviseur gevaarlijke stoffen). De verdere coöordinatie van de gaspakploegen op het veld zal gebeuren door de plaatselijke gaspakleider, gesteund en bijgestaan door een AGS (adviseur gevaarlijke stoffen). Bij einde van het incident dient de centralist van Brw Mechelen de in vooralarm geplaatstte subzone af te melden. 12

Incident informatieblad - IGS Onmiddellijk doorfaxen naar 015/26.09.08 (centrale brandweer Mechelen) (Invullen in hoofdletters) Datum:..././20. Adres (correcte plaatsbepaling): Aanvraag type interventie: Type 2 (Midden IGS) - Type 3 (Grote IGS) (omcirkel) Interventiekorps: (omcirkel) Hemiksem Niel - Boom Rumst - Bornem Puurs Sint-Amands - Willebroek Nijlen Berlaar Heist o/d Berg Putte Lier Duffel - Mechelen Contactgegevens LvO : (Tel / GSM / ASTRID) RV - punt: Aanvangsuur incident: AGS verwittigd: JA - NEEN (omcirkel) Stofidentificatie: UN-nummer GEVI (hoofdletters aub) stofnaam Soort incident: 1. een gasontsnapping (omcirkel) 2. een morsing op water 3. vloeistofplas 4. ongeval - industrïele activiteit Bronsterkte: A. Instantane bron (één keer een grote ontsnapping) (omcirkel) 1. ± 100 000 kg (zeer groot procesvat of opslagtank) 2. ± 10 000 kg (gastank, tankwagen) 3. ± 1 000 kg (kleinere bron) 4. zelf gekozen waarde bronsterkte kg B. Continue bron (een in de tijd voortdurende lek) 5. plasopp > 1 000 m 2 of 1 kg/sec (breekplaat procesvat, grote diameter) 6. 100 < plas < 1 000 m 2 of 0,1 kg/sec (afgebroken leiding, kleine diameter) 7. plasopp < 100 m 2 of 0,01 kg/sec (kleine lekkage aan flens bvb.) 8. zelf gekozen waarde bronsterkte kg/sec

Beslissingstabel bevelvoerder - Ooffr Verkenning ongekende GEVI GEVI - eenvoudige situatie: uitrukkledij - complexe situatie: chemiepak (Tychem F / Splash 1000 / Tyvec F) ALTIJD meetapparatuur + adembescherming - enkel identificatie + snelle redding bovenwinds - inzet aanpassen na identificatie Grote lekkage / veel vrijgekomen Kleine lekkage / weinig vrijgekomen Kans op besmetting/contact Kans op besmetting/contact Groot Klein Groot Klein Grote IGS Grote IGS Grote IGS Kleine IGS Schema 3 Schema 3 Schema 3 Midden IGS Kleine IGS Kleine IGS 66,88,68,86 OF X 6, 8 Midden IGS Schema 2 Schema 2 2 Midden IGS Midden IGS Kleine IGS Kleine IGS Schema 2 Schema 2 3, 5 Overleg met OvD Overleg met OvD Overleg met OvD Overleg met OvD 4, 9 Kleine IGS Kleine IGS Kleine IGS Kleine IGS Asbest Overleg met OvD Overleg met OvD Kleine IGS Kleine IGS 7 Overleg met OvD Overleg met OvD Overleg met OvD Overleg met OvD Ook rekening houden met Kledij - procesomstandigheden (warmte) - brandbaarheid van de stoffen - aanwezigheid van open vuur/ontstekingsbronnen/extreme koude - reddingswerkzaamheden - aanwezigheid scherpe voorwerpen - secundaire gevaren - interventiekledij (eventueel aangevuld met chemielaarzen en handschoenen) - wegwerpoverall - chemiepak - gaspak - bij overleg met OvD actiefiche OvD consulteren - indien bevelvoerder opschaalt naar schema 2 of 3 rekening houden met voldoende opstelmogelijkheden voor de ontplooiing van de gaspakkenteams - schematische voorstelling IGS-inzet 14

Beslissingstabel OvD Zonder brandgevaar BESLISSINGSTABEL INZET IGS OvD GEEN BRANDGEVAAR Doel Beslissingen op niveau Ooffr te bevestigen of te nuanceren i.f.v. (langdurige) inzet. Het gebruik ervan vereist consulatie van de chemiekaarten, MSDS en resistentietabel. Toxiciteit op basis van GEVI Laag Middel 6/8 Middel 6/8 Groot 66,88,68,86,6X,8X Vluchtigheid Damspanning Laag < 10 mbar Middel < 100 mbar Middel < 100 mbar Hoog > 100 mbar Reactiviteit Niet Langzaam Langzaam Hoog Agressiviteit Niet Laag Middel Hoog (inwerking op kledij/huid) Besmettingskans Zeer klein Klein Middel Hoog (effect contact) Hoeveelheid Zeer klein < 1 liter Klein < 200 l Middel 1000 l Groot > 200 l Inzetduur Klein < 15 min Beperkt < 30 min Relatief 30 min Lang > 30 min Kledij interventiekledij chemiepak chemiepak gaspak (NFPA) (Tychem F / Splash1000) (Tyvec F) Reactiviteit - sterk oxiderend of sterk hygroscopisch - ontleden of reageren met vocht leidend tot agressieve dampen Besmettingskans Bij primair of secundair contact het lichaam kunnen besmetten en verder inwerken door Ook rekening houden met Opmerking hun giftige of bijtende eigenschappen verder inwerken op het lichaam. - resistentie voor het betreffende product - procesomstandigheden (warmte) - brandbaarheid van de stoffen - aanwezigheid van open vuur/ontstekingsbronnen/extreme koude - reddingswerkzaamheden - beschikbaarheid beschermkledij - aanwezigheid scherpe voorwerpen - secundaire gevaren - bijkomend advies via AGS op te vragen 15

Beslissingstabel OvD Met brandgevaar Doel Brandgevaar Brandbestrijding Algemeen BESLISSINGSTABEL INZET IGS OvD BRANDGEVAAR Beslissingsboom ter ondersteuning van de inzet bij IGS met mogelijk brandgevaar Ontstekingsgevaar - toxiciteit - BEREIKBAARHEID? (bovenwinds) en vluchtweg (binnen/buiten?) - KANS CONTACT? Product / dampen/ rookgassen / warme objecten - INZETTYPE? afdichten / redding / beschuimen / vloeistof betreden - RESISTENTIE? beschermmiddelen (resistentie daalt bij t stijging) Ontstekingsgevaar Toxiciteit - vlampunt omgevingstemperatuur - giftig/infectueus 66 > 60 - proces-transporttemp< vlampunt - corrosief 88 > 80 - lage LEL explosiegrens/schokgevoelig - door de huid opgenomen? - dampen zwaarder dan lucht - verdund? Oplosmiddel? Zuiver? Mix? - aanwezigheid ontstekingsbronnen - NFPA diamant gezondheid 4 > 0 - gedrag bij t stijging smelten? - giftige verbrandingsproducten? - damspanning hoog - damspanning hoog - voor brandbestrijding mobiele middelen laten primeren - bij betreden installatie / lekkage / bluswater steeds rubberlaarzen - geen binnenbrandbestrijding met chemiekledij onder brandkledij - let op met brandstof onder schuimtapijt, ontsteekst steeds opnieuw indien O 2 en voldoende temp. Niet vanuit schuimtapijt werken - bij nablussen en afbreken slangen aangepaste kledij/adembescherming dragen - met explosiemeter - met stand-by team en gevulde waterstraal of schuim - indien ontsteking = afbreken inzet en terugtrekken tot veilige afstand - contact vermijden met product/bluswater Kledij Normaal Chemisch lek / nablussen chemie - interventiekledij - brandhandschoen - perslucht - interventielaarzen - interventiekledij - chemiehandschoen onder brandhandschoen - perslucht - chemielaars (geel) Toxisch/ zeer corrosief - chemiepak onder interventiekledij - chemiehandschoen onder brandhandschoen - perslucht - chemielaars (geel) - alle verbindingen getaped - onderkledij met lange mouwen Nazorg - decontaminatie voorzien - niet eten, roken en drinken zonder decontaminatie - persoonlijke hygiëne op werkplek en kazerne (douche, vervangen onderkledij) - geen gecontamineerde kledij / wagens / materiaal zonder reiniging - kledij laten reinigen reserve kledij vragen - strikte registratie blootstelling / decontaminatie Uitzondering Gaspak - bij zeer toxische of zeer corrosieve producten - brandgevaar ondergeschikt maar aanwezig - steeds kevlar handschoen boven chemiehandschoen - gaspak bestand tegen 30 seconden bevlamming/zelfdovend Benaderingspak - gaspak inzet onder dekking of na beschuiming - hitte straling bij vloeistof-drukbranden - spatten bij branden van metalen, gesmolten glas - bij werkzaamheden onder voortdurende waterkoeling ter bescherming isolatiewaarde interventiekledij 16

Actiekaart - GASPAKLEIDER 1. Voorwaarden: De gaspakleider heeft minimum de graad van onderofficier en is in het bezit van het brevet gaspakdrager, uitgereikt door een erkend brandweeroplelsidingscentrum. Hij/zij coördineert alles binnen de gevarenzone en staat onder het rechtstreeks bevel van de interventieleider. 2. Uit te voeren acties: trekt kazuifel GASPAKLEIDER aan bepaalt in overleg met de INTERVENTIELEIDER de locatie van de opstellijn coördineert alles binnen de gevarenzone stuurt de in versterking gekomen gaspakkenteams aan. Blijft leider gedurende de ganse inzet stelt de ONTSMETTINGSLEIDER, de PLOTTER en de MATERIAALMEESTER aan en stuurt ze verder aan communiceert duidelijk het verleggen van de opstellijn naar de definitieve positie duidt de verschillende gaspakploegen aan en coördineert de aankleedprocedures bepaalt welke middelen nodig zijn (bevrijdingsmateriaal, takelwagen, bijkomend team, ) communiceert met de ONTSMETTINGSLEIDER betreffende de te volgen ontsmetitngsprocedure 3. Communicatieschema GASPAKDRAGER ONTSMETTINGSLEIDER GASPAKLEIDER PLOTTER MATERIAALMEESTER INTERVENTIELEIDER Communicatie conform SOP zone Rivierenland Communicatie anders dan conform SOP 17

Actiekaart - GASPAKDRAGER 1. Voorwaarden: De gaspakdrager is een lid van een operationele post die succesvol de opleiding tot gaspakdrager heeft doorlopen aan een erkend brandweeropleidingscentrum. 2. Uit te voeren acties: meldt zich bij de GASPAKLEIDER neemt samen met de HELPER het hem/haar toegewezen gaspak en ademluchttoestel doet het gaspak aan conform de geldende procedures, gecoördineerd door GASPAKLEIDER vermeld bij radiotest duidelijk: o nummer gaspakploeg o nummer gaspak o zijn/haar naam o begindruk ademlucht doet de door de GASPAKLEIDER gevraagde verkennning of inzet communiceert met de PLOTTER over de druk - inzettijden comminiceert met de GASPAKLEIDER over de intervntie gebonden informatie communiceert met de ONTSMETTINGSLEIDER betreffende de te volgen ontsmetitngsprocedure doet de ontsmetting en het uitdoen van het pak volgende de aangeleerde procedures 3. Communicatieschema GASPAKDRAGER ONTSMETTINGSLEIDER GASPAKLEIDER PLOTTER MATERIAALMEESTER INTERVENTIELEIDER Communicatie conform SOP zone Rivierenland Communicatie anders dan conform SOP 18

Actiekaart - PLOTTER 1. Voorwaarden: De plotter verzorgt het secretariaat van de IGS-inzet en dient vertrouwd te zijn met de volledige IGS-procedure. 2. Uit te voeren acties: meldt zich bij de GASPAKLEIDER trekt kazuifel PLOTTER aan voorziet van radiocommunicatie (conform SOP) doet het secretariaat (drukken, inzettijden, luchtverbruik, noteren (relevante informatie)) van de inzet in samenspraak met GASPAKLEIDER roept, indien nodig en mist toestemming van GASPAKLEIDER, de GASPAKDRAGERS terug voor onstmetting in samenspraak met ONTSMETTINGSLEIDER houdt de verschillende documenten bij voor latere verwerking in de persoonlijke fiches vult na de inzet en in samenspraak met de GASPAKLEIDER de verschillende documenten in (besmet materiaal, ingezette pakken,.) 3. Communicatieschema GASPAKDRAGER ONTSMETTINGSLEIDER GASPAKLEIDER PLOTTER MATERIAALMEESTER INTERVENTIELEIDER Communicatie conform SOP zone Rivierenland Communicatie anders dan conform SOP 19

Actiekaart - MATERIAALMEESTER 1. Voorwaarden: De materiaalmeester dient het ontsmettingsveld te realiseren in samenspraak met de gaspakleider en coördineert het aanbrengen van het gevraagde materiaal tot aan de opstellijn 2. Uit te voeren acties: meldt zich bij de GASPAKLEIDER trekt kazuifel MATERIAALMEESTER aan zorgt samen met ONTSMETTINGSLEIDER voor het leggen van het ontsmettingsveld onder het bevel van de GASPAKLEIDER zorgt samen met de ONTSMETTINGSLEIDER voor de decontaminatie van de geëvacueerden en de overdracht aan de medische discipline coördineert het gebruiksklaar maken van het gevraagde materiaal en brengt dit tot aan de opstellijn 3. Communicatieschema GASPAKDRAGER ONTSMETTINGSLEIDER GASPAKLEIDER PLOTTER MATERIAALMEESTER INTERVENTIELEIDER Communicatie conform SOP zone Rivierenland Communicatie anders dan conform SOP 20

Actiekaart - ONTSMETTINGSLEIDER 1. Voorwaarden: De ontsmettingsleider heeft minimum het brevet van onderofficier en is in het bezit van het brevet gaspakdrager, uitgereikt door een erkend brandweeroplelsidingscentrum. 2. Uit te voeren acties: meldt zich bij de GASPAKLEIDER trekt kazuifel ONTSMETTINGSLEIDER aan coördineert en zorgt voor de inrichting van het ontsmettingsveld samen met de MATERIAALMEESTER onder het bevel van de GASPAKLEIDER let er op dat er geen slangen dwars door het ontsmettingsveld gelegd worden houdt streng toezicht dat niet-beschermden zich niet over de opstellijn begeven de definitieve opstellijn wordt bijkomend gemarkeerd met kegels en lint voor betere visuele waarneming vraagt aan de GASPAKLEIDER het geschikte ontsmettingsmiddel en methode coördineert de ontsmetting en de uitkleedprocedure van de GASPAKDRAGERS coördineert en organiseert samen met de MATERIAALMEESTER de ontsmetting van de geëvacueerden en gewonden en de overdracht aan de medische discipline controleert de ONTSMETTERS (= overbrengen van materiaal van de opstellijn naar de gaspakdragers aan de wachtzone en uitvoeren of begeleiden van de ontsmetting) zorgt voor de groepering van besmet materiaal voor verdere ontsmetting 3. Communicatieschema GASPAKDRAGER ONTSMETTINGSLEIDER GASPAKLEIDER PLOTTER MATERIAALMEESTER INTERVENTIELEIDER Communicatie conform SOP zone Rivierenland Communicatie anders dan conform SOP 21

Ontsmettingsveld 22