Beroepsprofiel Schrijftolk

Vergelijkbare documenten
Beroepsprofiel Beroepsprofiel Schrijftolk. Inleiding

Zelfbeoordelingsinstrument Toetsing Tolken

Doventolkvoorziening. Een onderzoek naar de beleving van de doventolkvoorziening in Nederland. Februari Werkgroep Doventolkvoorziening

Competenties. Overzicht

COMMUNICATIE- EN OMGANGTIPS

Een gebarentolk of schrijftolk inzetten bij privésituaties

Algemene voorwaarden Tolkcontact

kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7

Werken als videoproducent

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo

jongerenbuurtbemiddelaar. gesprek eerste partij x* x gesprek tweede x* x partij bemiddelingsgesprek x* x beide partijen verslaglegging t.b.v.

Beoordelingsformulier beroepspraktijkvorming

DEONTOLOGISCHE CODE SOCIAAL TOLKEN

Competentiewoordenboek niet-kaderleden

Werken als Interieuradviseur

De rollen van de SCZ docent: competentiewoordenboek en indicatoren. Inleiding

Spelenderwijs begeleiden bij ingrijpende levensgebeurtenissen

Maarten heeft een fors perceptief gehoorverlies. Sanne heeft auditieve verwerkingsproblemen.

Professioneel communiceren: belangrijk onderdeel van dit boek en deze lessen DENK NA: WAAR KAN JE ALS JURIDICH MEDEWERKER TERECHTKOMEN?

1. ONDERZOEK. Voorwaarden bij onderzoek:

BIJLAGE 5. WAARDERINGSKADER VOORSCHOOLSE EDUCATIE

Het gekleurde vakje is het vereiste niveau voor het voltooien van de oriënterende stage, het kruisje geeft aan waar ik mezelf zou schalen

T O L K E N. en kwestie van kwaliteit! Tolkwijzer voor opdrachtgevers

Mogelijke functiebenaming. Vrijwilliger buurtbemiddeling, buurtbemiddelaar. Context/werkzaamheden

Portier/baliemedewerker

Aanmeldingsformulier Jeugd Doven en slechthorenden 0 11 jaar Locaties Ede en Amsterdam


Beoordelingsformulieren BPV

Gemeentebestuur Knokke-Heist Competentiewoordenboek kaderleden Januari 2005

Werken als productvormgever

Kerntaak 1: Plant wegtransporten

Richtlijnen voor toetsafname bij slecht horende en dove leerlingen

Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Enkhuizen

Leerlijn ICT VIJFDE LEERJAAR 1 Kennismaken - aanzetten - occasioneel opbouwen - regelmatig VERWERVEN - systematisch herhalen - verdiepen - verbreden -

Gehoorverlies en werk Richtlijn Stappenplan Toolkit

Werken als artiest drama

Kan-beschrijvingen ERK A2

De raad van de gemeente Alblasserdam;

Toetsdocumenten Trainer Wedstrijdzwemmen 2. PVB 2.1 Geven van trainingen

Even voorstellen. De NBTG - Nederlandse Beroepsvereniging Tolken Gebarentaal - behartigt de belangen van tolken gebarentaal en studenten in Nederland.

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

1.a. De leerlingen hebben een positieve houding tegenover ICT en zijn bereid ICT te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren.

TRAINING 1. Tijd: Onderwerp: Waarom Resultaat Werkvorm Materiaal

Controleverordening gemeente Wijk bij Duurstede

Informatie gastouder. Gastouderbureau NL

Algemene informatie over kwalificatie

PVB 2.1 Geven van lessen (praktijkbeoordeling) Deelkwalificatie van Leider Sportieve Recreatie 2

Evaluatieformulieren

Deelkwalificatie van Leider Sportieve Recreatie niveau 2

TIPS OM UW CLIËNTEN(RAAD) TE BETREKKEN 1

PvB Beoordelaar Afnemen van praktijktoetsen

Go 100. Leer 100 Chinese karakters. Handleiding Go 100

Communicatieplan Stoer Ondernemen manual

Functiebeschrijving technisch administrateur (junior)

Kerntaak 1: Verricht voorbereidende werkzaamheden voor de realisatie van een media-uiting

Begeleidingsplan opleiding Basistrainer Kleiduiven PvB 2.1, 2.2 en 2.3

Formulier ontwikkelingsgericht beoordelen en begeleiden Technicus elektrotechnische industriële installaties en systemen, niveau 4, crebo 25262

Het gaat om de volgende formulieren: Beroepshouding Tussenbeoordeling. Beroepshouding Eindbeoordeling. Eindresultaat BPV. Werkprocesformulieren

MEDEWERKER ACTIES EN EVENEMENTEN

Functiebeschrijving secretaresse

Beginnen met de Agenda & planning module

De Medewerker Administratie valt onder de Directeur. De Medewerker Administratie legt verantwoordelijkheid af aan de Directeur.

Functieprofiel doktersassistent(e)

GEZINSONDERSTEUNEND WERK ONDERZOEK NAAR COMPETENTIES BIJ VRIJWILLIGERS EN PROFESSIONALS

FUNCTIEBESCHRIJVING: Gemeenschapswacht

PVB 2.3 Assisteren bij activiteiten (portfoliobeoordeling) Deelkwalificatie van Basketballtrainer-coach 2

Kerntaak 2: Verricht administratiewerkzaamheden

- Leerlijn Leren leren - CED groep. Leerlijn Leren leren CED groep

Leveringsvoorwaarden Tolk Nederlandse Gebarentaal

kempelscan P2-fase Studentversie

PORTFOLIO SKI- OF SNOWBOARD INSTRUCTEUR NIVEAU 2 NAAM: DATUM:

Kerntaak 1 Bieden van zorg en ondersteuning op basis van een werkplanning. STER opdracht: helpen bij een creatieve activiteit

2. Achtergrondinformatie

COMMUNICEREN VANUIT JE KERN

Aanmeldformulier De Riethorst, GGZ centrum voor doven en slechthorenden

OPLEIDING ZORGHULP TOETS BEROEPSOPDRACHT

Proeve van Bekwaamheid. kerntaak 2. Uitvoeren van taken ten behoeve van het jongerenwerk, de organisatie en het beroep

Beroepsprofiel Tolk Gebarentaal - NBTG

kempelscan K1-fase Eerste semester

Controleverordening gemeente Papendrecht 2015

Handleiding online klantenportal zakelijke partners, makelaars en tussenpersonen

EFFECTIVITEIT VAN SCHRIJFTOLKEN. Een eerste verkenning van schrijftolkstrategieën in tolkteksten

Monteur elektrotechnische installaties, crebo Basisdeel

Beoordelingsformulier beroepspraktijkvorming

Beroepsprofiel Tolk Gebarentaal - NBTG 1

Transcriptie:

Inleiding Dit beroepsprofiel is geldig voor schrijftolken in Nederland. Dit beroepsprofiel is geschreven door de werkgroep beroepscode en beroepsprofiel van de Nederlandse Schrijftolken Vereniging (NSV). De NSV heeft dit document voorgelegd aan haar leden en aan het werkveld. Op 1 november 2009 is de definitieve tekst vastgesteld. Dit beroepsprofiel vervangt het voorgaande Beroepsprofiel Schrijftolk. Dit document hangt nauw samen met het door het NSV vastgestelde Beroepscode Schrijftolk. Begrippenlijst Auditief beperkten: dit zijn alle mensen die een auditieve beperking hebben (en mogelijk als gevolg daarvan een communicatieve beperking kunnen hebben), met als voorbeelden (maar zich niet beperkend tot): vroegdoof/pre-linguaal doof, plotsdoof, laatdoof, doofblind of slechthorend. Klanten: dit zijn mensen die gebruik maken van de dienst van een schrijftolk. Dit betreft zowel mensen met een auditieve beperking als horende mensen. Schrijftolk: een schrijftolk maakt gesproken taal leesbaar. Een schrijftolk gebruikt hiervoor een Veyboard, dat is aangesloten op een computer (en eventueel beamer) en/of pen en papier. Op deze wijze ondersteunt de schrijftolk de communicatie tussen mensen met en zonder auditieve beperking. Tolkopdracht: dit is de situatie waarvoor een schrijftolk wordt aangevraagd. Tolktekst: dit is de te lezen tekst die weergegeven wordt tijdens een tolkopdracht. Indien slechts één auditief beperkte klant bij de tolkopdracht aanwezig is, bevat de tolktekst in principe niet de gesproken tekst van deze klant. Werkveld: Het werkveld van de schrijftolk strekt zich uit tot alle mogelijke situaties waarbij sprake is van communicatie tussen personen met en zonder auditieve beperking. Artikel 1 Functie Een schrijftolk maakt in alle situaties, waar gecommuniceerd wordt, gesproken (Nederlandse) taal gelijktijdig en/of met enige vertraging leesbaar op een beeldscherm. Ook relevante omgevingsgeluiden en visuele informatie worden leesbaar gemaakt. Een schrijftolk gebruikt hiervoor een Veyboard. Deze is aangesloten op een computer (en eventueel een beamer). Het schrijftolken kan eventueel ook met pen en papier worden gedaan. Op deze wijze lezen auditief beperkten het gesproken woord in de tolktekst mee. Op deze manier communiceren de klanten met elkaar. In overleg met de klant gebruikt de schrijftolk de volgende tolkstrategieën: letterlijk en/of woordelijk het gesproken woord intypen en/of opschrijven; de kern van het gesproken woord intypen en/of opschrijven; een combinatie van bovengenoemde strategieën. Indien de horende aanwezigen moeite hebben met het verstaan/begrijpen van de auditief beperkte klant, kan de schrijftolk, in overleg met de klanten, het gesproken 1

woord herhalen. Eventueel maakt zij 1 hierbij gebruik van ondersteunende gebaren en/of leest zij hardop voor wat de klant intypt. Artikel 2 Voorafgaand aan de tolkopdracht 2.1 Administratieve handelingen De schrijftolk voert een administratie: - maakt een planning; - verzamelt gegevens van de klant; - bevestigt de klant schriftelijk dat er een tolkafspraak tot stand gekomen is en verwijst naar de leveringsvoorwaarden en beroepscode schrijftolk; - maakt het uitvoeringsformulier tolkopdracht. 2.2 Afstemming stemt met de klant schriftelijk of mondeling de volgende punten af: - in welke modaliteit de kennismaking plaatsvindt (bijvoorbeeld door middel van NmG of spraakafzien); - de wijze van introductie; - welke zitplaats de schrijftolk inneemt, zodat; o zij alle sprekers goed verstaat; o de auditief beperkte klant de tolktekst en de sprekers goed ziet; o de klant minimaal hinder heeft van het geluid van het typen. - de wijze van aangeven van woordvoerders; - de wijze van aangeven van omgevingsgeluiden en emoties; - de tolkstrategieën, te weten een combinatie van het gesproken woord letterlijk en/of woordelijk intypen en/of de kern van het gesproken woord intypen; - de lettergrootte en kleur van de letters; - de achtergrondkleur van het scherm; - het wel of niet opslaan en/of overhandigen van de tolktekst. bereidt zich voor op de tolksituatie door inhoudelijke informatie op te vragen (bijvoorbeeld programma, notulen, agenda, lesmateriaal, werkvormen en/of locatiewisseling, namenlijst deelnemers); maakt (in geval van teamtolken) afspraken met collega-tolken (bijvoorbeeld over de autocorrectie, hoe woordvoerders aangegeven worden, de wijze en het moment van tolkwissel en het souffleren). 2.3 Zelfreflectie De schrijftolk schat in of zij, conform artikel 2 van de Beroepscode Schrijftolk, in staat is de tolkopdracht uit te voeren. Bij twijfel overlegt de schrijftolk met de klant en/of neemt de opdracht niet aan. 1 Waar "zij" geschreven staat, kan ook "hij" gelezen worden en waar "haar" staat ook "zijn". 2

Artikel 3 Tijdens de tolkopdracht 3.1 Interactie met klanten maakt op gepaste wijze kennis met de klanten; heeft tijdens de introductie en het ingrijpen een assertieve en professionele houding; heeft tijdens het tolken een neutrale houding; stemt af met de klant(en) wie de uitleg van haar functie doet; maakt afspraken over het verloop van de tolksituatie; stemt op basis van de werkvormen (bijvoorbeeld monoloog, dialoog, vergadering) af op welke momenten er een tolkpauze is; anticipeert op wat gebeurt in de tolksituatie; stemt de wensen en behoeften af van de klant van bijvoorbeeld: - het aangeven van de woordvoerders; - het ingrijpen en vragen om herhaling; - de tolkstrategieën. geeft aan dat zij slechts één spreker tegelijk kan tolken; geeft aan dat zij werkt conform de beroepscode schrijftolk; heeft een signalerende en informerende functie met betrekking tot de communicatie in de tolksituatie. Zij geeft bijvoorbeeld aan dat er een vertraging zit tussen de gesproken en de getypte tekst. Daardoor kan er een stilte zijn tussen de vraag en het antwoord, of de klant kan niet zien waarnaar de spreker wijst en zegt: hier en daar ; maakt afspraken met de klanten over het, indien gewenst, afgeven van de tolktekst aan klanten. 3.2 Uitvoering tolkopdracht De schrijftolk heeft een professionele beroepshouding. Dit blijkt onder andere uit het feit dat zij: - zich heeft voorbereid; - op tijd komt; - vertrouwen uitstraalt; - passend gekleed is; - een actieve luisterhouding heeft; - haar eigen waarden en normen niet van invloed laat zijn op de tolksituatie en/of de tolktekst; - alert en geconcentreerd is; - een juiste zithouding heeft; - voldoende herstelmomenten benut; - geen storend gedrag vertoont; 3

- zich aan de gemaakte afspraken met de klanten houdt, zoals in de afstemming en introductie is overeengekomen. tolkt met het Veyboard accuraat en waar mogelijk letterlijk en/of woordelijk wat er gezegd wordt en/of de kern van de boodschap van de gesproken taal; geeft omgevingsgeluiden, visuele informatie en emoties weer in de tolktekst, daar waar zij de communicatie beïnvloeden; geeft in de tolktekst correcte verbanden weer, conform de woordvoerder; tolkt correct (Nederlands) qua grammatica en spelling, waarbij de stijl en het register van de woordvoerder worden gevolgd; gaat creatief om met onbekende woorden en jargon door deze fonetisch te typen; grijpt in op momenten dat de schrijftolk niet in staat is te tolken, bijvoorbeeld in de volgende situaties: - als woordvoerders door elkaar spreken; - als de tolk de woordvoerder niet kan verstaan; - als de tolk het spreektempo of interactiewisseling niet kan bijhouden. grijpt in op het juiste moment en de juiste wijze met de ik-boodschap, in de afgestemde modaliteit en vraagt de spreker om herhaling; is alert dat de frequentie van het aantal ingrepen niet van invloed is op de tolksituatie; is in staat adequaat gebruik te maken van de benodigde apparatuur; maakt efficiënt gebruik van kleine pauzes tijdens het tolken en van tolkpauzes, zodat zij zich qua concentratie en lichaamshouding ontspant; werkt samen met collega-tolken (bijvoorbeeld met betrekking tot het afstemmen over de werkwijze, tolkwissel en souffleren tijdens het tolken). Artikel 4 Na de tolkopdracht 4.1 Administratieve handelingen De schrijftolk voert een administratie en boekhouding: brengt het aantal uren en kilometers in rekening; verstuurt een factuur (volgens de daarvoor geldende eisen van de belastingdienst) aan de klant en verwerkt deze in haar administratie. 4.2 Interactie met klanten geeft desgewenst na goedkeuring van de klanten de tolktekst aan klanten en verwijdert de tolktekst vervolgens van haar laptop, sluit haar apparatuur af en bergt deze op; bespreekt indien gewenst de tolksituatie na met de klanten; laat na afloop van de tolkopdracht haar uitvoeringsformulier ondertekenen door de opdrachtgevende klant; neemt op correcte wijze afscheid van de klanten. 4

4.3 Zelfreflectie reflecteert op haar eigen functioneren; vraagt klanten en/of collega-tolken om feedback op bijvoorbeeld haar houding, tolktekst en manier van ingrijpen. 4.4 Professionalisering onderhoudt en ontwikkelt haar eigen professionaliteit; committeert zich door inschrijving bij het register van de Stichting RTG om de verplichte nascholingspunten te behalen binnen de gestelde termijn; informeert op basis van haar ervaringen de NSV op welke specifieke vlakken zij nascholing wenst. 5