PROCEDURE + ZWOLS OVERDRACHTSFORMULIER Overdracht kindgegevens van voorschoolse instellingen naar het basisonderwijs Inleiding Een goede, eenduidige overdracht van gegevens over kinderen van de voorschoolse voorzieningen naar het basisonderwijs is in het belang van een goede ontwikkeling van het kind 1. In het kader van vroegschoolse educatie zijn scholen zelfs verplicht gegevens uit de voorschoolse periode te registeren. Daarom is er in het kader van het gemeentelijk VVE-beleid een overdrachtsformulier en een bijbehorende procedure ontwikkeld. Het is uiteindelijk de bedoeling dat alle voorschoolse voorzieningen in de stad gaan werken met hetzelfde overdrachtsformulier en met dezelfde overdrachtsprocedure. Hieronder beschrijven we de overdrachtsprocedure. Als voorschoolse voorzieningen voor het invullen van het overdrachtsformulier geen gebruik maken van een eigen kind volgsysteem, kunnen ze de Observatielijst gebruiken. Het overdrachtsformulier wordt ingevuld op basis van gegevens over het kind die eerder verzameld zijn via observatielijsten en toetsen. De overdrachtsprocedure is als volgt: De school geeft de ouders ongeveer 3 maanden voor het kind voor het eerst naar school gaat het overdrachtsformulier met de vraag dit in te laten vullen door de peuterspeelzaal, kinderopvang of gastouder. Mochten ouders geen gebruik maken van een voorschoolse voorziening dan kan de ouder het formulier eventueel ook zelf invullen. De ouder geeft het formulier aan de peuterspeelzaal, kinderopvang of gastouder en vraagt hen het formulier in te vullen. De leidsters van de peuterspeelzalen en de kinderdagverblijven vragen aan ouders van kinderen die ongeveer 3 jaar en 10 maanden oud zijn of men al een school gekozen heeft en of men hier een overdrachtsformulier heeft gekregen van de school. Als dat formulier zoek is, biedt de leidster aan, als de ouders dat wensen, het formulier in te vullen en met ouders te bespreken. Tijdens het exitgesprek bespreekt de leidster het ingevulde formulier met de ouders en laat hen het formulier ondertekenen. De ouder beslist of zij/hij het formulier zelf afgeeft bij de school of dat de peuterspeelzaal, kinderopvang of gastouder het formulier naar de school toestuurt. De school vraagt ouders van nieuw instromende kinderen naar het ingevulde overdrachtsformulier en bespreekt het met de ouders. Dit gebeurt bij voorkeur tijdens het kennismakingsgesprek met de leerkracht van groep 1 bij de start van het kind op de basisschool, doch uiterlijk binnen 3 maanden na de start op de basisschool. In dit gesprek staat centraal wat de visie van de ouder is op de ontwikkeling van het kind. Zowel alle basisscholen als alle peuterspeelzalen en kinderdagverblijven beschikken dus over lege overdrachtsformulieren. De voorschoolse voorzieningen hebben het formulier ook digitaal: dat vergemakkelijkt het invullen en maakt het eenvoudiger om een kopie te bewaren. 1 Zie: Een stevig fundament, pagina 19. Zwolle, december 2010. 1
Zwols Overdrachtsformulier: Basisschool: Naam kind: Startdatum kind op basisschool: Geboortedatum: Peuterspeelzaal/Kinderopvang/Gastouder: Geplaatst sinds + aantal dagdelen: VVE-programma: Periode deelname VVE-programma + aantal dagdelen: Indien aanwezig: Toetsgegevens Scores Datum Leeftijd Taal Rekenen Toets P1 Toets P2 Verdere gegevens uit (VVE) programma, dan wel individuele (zorg) begeleiding (incl. warme overdracht nodig?) Ontwikkeling van het kind Sociaal emotionele ontwikkeling (incl. relatie met andere kinderen en pedagogisch werkers) Zelfredzaamheid Taalontwikkeling Denkontwikkeling 2
Speel-leerontwikkeling Motorische ontwikkeling Akkoord ouders voor overdracht bovenstaande gegevens aan de basisschool Naam ouder: Datum: O ouder neemt het formulier zelf mee naar de basisschool Handtekening: Plaats: O formulier wordt door psz/kdv via de post verstuurd 3
Observatielijst (indien de organisatie geen eigen kindvolgsysteem gebruikt) Naam kind: Naam kinderdagverblijf: Geboortedatum: Naam pedagogisch werker: Datum plaatsing: Datum observatie: Sociaal-emotionele ontwikkeling Zelfredzaamheid a. is zindelijk b. gaat zelf naar de w.c. c. trekt zelf jas aan en uit d. ruimt zelf speelgoed op e. kan uit een beker drinken f. kan zelfstandig eten Weerbaarheid a. komt voor zichzelf op b. weert zich goed in een kleine groep c. weert zich goed in de grote groep d. heeft zelfvertrouwen e. gaat goed om met tegenslag Zelfregeling a. houdt zich aan de regels b. wacht tot het aan de beurt is 4
Welbevinden a. voelt zich veilig in de kleine groep b. voelt zich veilig in de grote groep c. neemt zonder problemen afscheid van ouder(s)/verzorger(s) d. is open en spontaan e. toont zich ontspannen f. heeft plezier in de activiteiten Sociale relaties a. maakt gemakkelijk contact met de andere kinderen b. heeft oogcontact met de leiding c. heeft een goed contact met de leiding d. neemt zelf initiatief tot sociaal contact Taalontwikkeling Taal en communicatie Thuistaal: Nederlands/ anders nl.:.. Spreekt Nederlands: Begrijpt Nederlands: a. begrijpt goed wat er gezegd wordt b. kan belevenissen vertellen aan anderen c. kan antwoord geven op vragen d. wil antwoord geven op vragen e. is goed verstaanbaar f. doet mee aan luister en doe-spelletjes Ja Enigszins (nog) 5
Motorische ontwikkeling Motoriek eerste afname a. beweegt soepel en gecoördineerd bij het lopen, rennen, springen, klimmen, fietsen b. de fijne motoriek bij het plakken, tekenen, verven, scheuren begint goed op gang te komen Spelontwikkeling Spel a. is nieuwsgierig en durft nieuwe dingen uit te proberen b. speelt graag c. komt zelf tot spel d. kan enige tijd bezig zijn met wat het heeft gekozen e. speelt vaak samen met andere kinderen f. speelt zonder het spel van anderen te verstoren g. doet alsof -spelletjes ( bijv. doen alsof het regent) h. speelt rollenspel ( vadertje, moedertje, politie...) i. brengt variatie aan in zijn spel 6