Chers parents, Les examens approchent Nous commençons le mercredi 8 décembre. Ils dureront 1 bonne semaine. Avant cette période-là, les élèves ont déjà quelques tests pour lesquels ils ne doivent pas étudier. (écouter et comprendre, lire et comprendre, une partie d écrire) Ici, vous trouverez le planning (en néerlandais) des examens et la matière que les enfants doivent connaître ou préparer. Si vous avez encore des questions, n hésitez-vous pas à me contacter. Juf Tina Les examens : Wiskunde / Mathématiques W.O. / Eveil Nederlands / Néerlandais Nombres Schrijven Lezen Luisteren Spreken Taalsystematiek Dictee Tekst overschrijven Luidop Begrijpend Gedicht Spreekbeurt École Communale de Ramillies ~ 1 ~
Week 1 ~ Semaine 1 Maandag 6/12 Dinsdag 7/12 Woensdag 8/12 Donderdag 9/12 Vrijdag 10/12 Luidop lezen / Lecture à voix haute Dictee Spreken : Spreekbeurt / Elocution Week 2 ~ Semaine 2 Maandag 13/12 Dinsdag 14/12 Woensdag 15/12 Donderdag 16/12 Vrijdag 17/12 Taalsystematiek Wiskunde + Spreken : gedicht / Poème W.O. École Communale de Ramillies ~ 2 ~
Wiskunde / Mathématiques: Alle hoofdstukken die we gedaan hebben tot nu. Tous les chapitres que nous avons faits en classe. + Voir les tests. + Voir les livrets de devoirs W.O. / Eveil: Terug naar school le livret de néerlandais: Materiaal in de klas (p. 3-4) / Le matériel en classe Vakken op school (p. 9) / Les cours De dagen van de week en de maanden van het jaar (p. 11) / Les jours de la semaine et les mois Duid aan met een cijfer op de tekening (p. 18-19) / Indique les numéros au bon endroit sur le dessin. Le livret d éveil: Vroeger nu (kader p. 9) / Le passé maintenant Het weer (p. 10) / Le temps Dierendag De datum en het doel van dierendag (p.3) / Etre capable de citer le jour de la fête des animaux et pourquoi Chocola organisons-nous cette journée? De geluiden die bij dieren horen (p. 8) / Les cris des animaux De namen van alle familieleden van de besproken dieren (p. 9) / Les noms de maman, papa et l enfant des animaux. Ex : coq - poule - poussin Halloween De herfst De opdrachten / Les exercices (p. 12 14) Het skelet / Le squelette (p. 10 12) Soorten bossen (p. 8) / Les différentes sortes de forêts De lagen van het bos (p. 9 11) / Les couches de la forêt Het bos draait in een kringetje (p. 15 16) / La chaine alimentaire dans la forêt De delen van de varen (p. 17) / Les parties de la fougère (?) De delen van de paddenstoel (p. 18) / Les parties du champignon Dieren in het bos herkennen (p. 21 22) / Les animaux dans la forêt (les noms) Verkeer / Sécurité routière De oefeningen op / Les exercices de p. 3 5 13 15 (1) 17 20 22 23 24 25 26 Comme dans les tests Nederlands / Néerlandais: Schrijven (écrire): Taalsystematiek Bundel / Livret Taalsystematiek / Grammaire Vragen maken / Faire des questions: p. 1 De persoonsvorm en het onderwerp kunnen aanduiden / Trouver le verbe et le sujet dans une phrase : p. 2 Tegenstellingen / les contraires : p. 7 (avec l aide du dictionnaire si nécessaire) Verwijswoorden / Les mots qui réfèrent à un autre dans une phrase / texte : p. 6 Verkleinwoorden / Les diminutifs : p. 6 Werkwoorden / Les verbes : p. 8 Het zelfstandig naamwoord / Les substantifs : p. 9 Het bijvoeglijk naamwoord / Les adjectifs: p. 10 Bundel / Livret Halloween Zinnen maken / Faire des phrases: p. 6 (4 ou 5 parties) École Communale de Ramillies ~ 3 ~
Ja/neen vragen maken / Faire des questions oui/non : p. 7 Werkwoord, gezegde en onderwerp aanduiden / Trouver le verbe, le groupe verbal et le sujet : p. 9 Alfabetisch rangschikken / Mettre des mots en ordre alphabétique : p. 12 De stam zoeken / Trouver le radical du verbe : p. 19 (!! v ~> f en z ~> s : wuiven ~> wuif en bevriezen ~> bevries) De infinitief zoeken / Trouver l infinitif: p. 20 (!! ) École Communale de Ramillies ~ 4 ~
Schrijven: Dictee Woorden (voir site internet : Dictées en ndls P4I)) 1. Schouder 2. Schreeuwde 3. Lichtblauw 4. Geweren 5. Knuffel 6. Verleden 7. Zenuwachtig 8. Verkondig 9. Eigenlijk 10. Goudmijn 11. Eikenboom 12. Rondlopen 13. Uiteindelijk 14. Mogelijke 15. Boerderijtje Woorden uit een zin (voir site internet : Dictées en ndls P4I) 1. In augustus gaan wij op reis naar Spanje. Augustus. 2. Droeg jij deze mantel in de winter? Droeg roeg. 3. De kinderen bibberen van de kou. Bibberen. 4. Bij het lezen van dat griezelboek werd ik echt bang. Griezelboek. 5. Ik was een gelukkige jongen toen ik mijn rapport zag. Gelukkige. 6. Paardrijden behoort tot mijn hobby s. Paardrijden aardrijden. 7. Wat een gevaarlijk ravijn! Ravijn. 8. Op die bladzijde staan drie fouten. Bladzijde. 9. Er ontstond heel wat onrust in de gevangenis. Gevangenis. 10. Heb je misschien die trui in de kleedkamer laten liggen? Kleedkamer. 11. Die belachelijke broek wil ik niet passen. Belachelijke. 12. Het gehuil van die wolf maakt iedereen s nachts wakker. Gehuil. 13. Die vreselijke beelden wil ik niet bekijken. Vreselijke. 14. Dat kind werd lijkbleek bij het zien van die dode kat. Lijkbleek. 15. Aan de overkant van de straat stond een voertuig met pech. Voertuig. Zinnen (voir site Internet : Dictées en ndls P4I) 1. De leeuw lag in de schaduw met de prooi in zijn klauw. 2. Die glimlach van haar dochtertje vergeten wij nooit. 3. Was jij aanwezig toen de geheimzinnige monstertjes tevoorschijn kwamen? 4. De scheidsrechter was echt lastig voor de hele ploeg. 5. Uiteindelijk luisterde de politie naar de waarzegster. 6. Dankbaar voor de prettige momenten tijdens de driedaagse vertrok die leerling terug naar huis. Schrijven: Tekst Een gegeven tekst zonder fouten kunnen overschrijven. Denk ook aan je geschrift! Recopier un texte sans faute. Soigner l écriture! Lezen: Luidop (Lire à haute voix) Le texte : École Communale de Ramillies ~ 5 ~
École Communale de Ramillies ~ 6 ~
École Communale de Ramillies ~ 7 ~
École Communale de Ramillies ~ 8 ~
Lezen: Begrijpend (Lire et comprendre) Vragen kunnen oplossen na het lezen van een tekst. Het is een nieuwe tekst. Répondre aux questions concernant un texte. Le texte est inconnu. Luisteren Vragen kunnen oplossen na het beluisteren van een tekst. Het is een nieuwe tekst. Compréhension à l audition. Le texte est inconnu. De leerlingen bereiden een spreekbeurt voor met als thema Kerstmis. Les élèves préparent une élocution sur le thème de Noël. Comment fête-t-on Noël à la maison. Comment fête-t-on Noël dans un autre pays. Mon meilleur Noël. Spreken: Spreekbeurt/Elocution Het gedicht expressief voorbrengen. Réciter le poème. Attention à l expression et à la prononciation. Spreken: Gedicht/Poème École Communale de Ramillies ~ 9 ~
Een pakje met een strik, een dun of een dik. Een pakje niet te groot, Een blauw of een rood. Een pakje in een doos, Een geel of een roos. Een pakje met een strik. Een pakje dat wil ik! École Communale de Ramillies ~ 10 ~