Afkoppelplan Gemeente Heemstede
Afkoppelplan Gemeente Heemstede Auteur: ing. C.L. te Beest Afdeling Voorbereiding Openbare Ruimte Versie: definitief Datum: December 2010 Bron foto s voorpagina: BvBeeld/Stichting RIONED en eigen foto gemeente Heemstede
Samenvatting Waarom een Afkoppelplan? Neerslag dat op verhard oppervlak valt kan afgevoerd worden naar het rioolstelsel of naar het oppervlaktewater. In het verleden is zoveel mogelijk neerslag via (dak)goten en kolken afgevoerd naar de riolering. Deze situatie brengt problemen met zich mee, zoals het overstorten van rioolwater op het oppervlaktewater bij hevige regenval en dun water op de rioolwaterzuivering, wat niet ten goede komt aan de werking van de zuivering. Met dun water wordt rioolwater verdund met regenwater bedoeld. Wanneer het hemelwater direct naar het oppervlaktewater afgevoerd wordt of direct in de bodem gebracht wordt spreekt men van afkoppelen. Het afkoppelplan dient als verantwoording van reeds afgekoppeld gebied. Daarnaast wordt het afkoppelbeleid beschreven. Tevens wordt beschreven hoe er afgekoppeld kan worden en welke factoren beperkingen of aandachtspunten zijn voor het afkoppelen van verhard oppervlak binnen Heemstede. Het Afkoppelplan in vogelvlucht In het afkoppelplan wordt ingegaan op het afkoppelbeleid in Europees beleid (Europese Kaderrichtlijn Water, landelijk beleid (Waterbeheer 21 ste eeuw), beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland en afkoppelen in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan+ van de Gemeente Heemstede. Verder wordt er gesproken over het aan- en afkoppelen van regenwater. Vervolgens worden de keuzemogelijkheden en de beperkingen bij het afkoppelen beschreven. Tevens wordt er ingegaan op de verschillende afkoppelsystemen. In de gebiedsbeschrijving, met daarin kentallen, de bodemopbouw, geohydrologie en water van de gemeente Heemstede, wordt beschreven welke gevolgen de omgeving van Heemstede heeft voor de mogelijkheden om af te koppelen. Wat ging vooraf en waar staan we nu? In 1999 is de gemeente Heemstede begonnen met afkoppelen. In het kader van de basisinspanning is er een afspraak gemaakt met het Hoogheemraadschap van Rijnland om in 2010 10% van het verhard oppervlak afgekoppeld te hebben. Op dit moment (2010) is reeds 10,59% verhard oppervlak afgekoppeld. Er is dus voldaan aan de afspraak. Waar willen we naar toe? Afkoppelen zal gebeuren om problemen op te lossen zoals het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater door het beperken van riooloverstortingen in Heemstede, eventuele hydraulische problemen in het rioolstelsel op te lossen en om potentiële toename van neerslag door klimaatveranderingen op te vangen. Tevens willen we ervoor zorgen dat het water dat via de hemelwaterleidingen het oppervlaktewater bereikt, schoon is. Maatregelen zullen getroffen moeten worden om dit te waarborgen.
Inhoudsopgave 1 Inleiding...1 1.1 Wat is afkoppelen...1 1.2 Aanleiding...1 1.3 Doel van het Afkoppelplan...2 1.4 Leeswijzer...2 2 Afkoppelbeleid...3 2.1 Kaderrichtlijn Water...3 2.2 Waterbeheer 21e eeuw...3 2.3 Wet Verankering en Bekostiging van Gemeentelijke Watertaken...4 2.4 (integrale) Waterwet...5 2.5 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland...6 2.6 Beleid gemeente Heemstede: Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan+ 2011-2015...7 2.7 Vertaling van gemeentelijk beleid...8 3 Aan- en afkoppelen regenwater...10 3.1 Waterbeheer in stedelijk gebied...10 3.3 Voor- en nadelen van afkoppelen...12 4 Keuzemogelijkheden en beperkingen...13 4.1 Hoe af te koppelen...13 4.2 Gevolgen van de aanwezigheid van diffuse bronnen voor afkoppelen binnen de gemeente...17 4.2.1 Onkruidbestrijding...17 4.2.2 Gladheidsbestrijding...17 4.2.3 Onderhoudswerkzaamheden / bouwwerkzaamheden...18 4.2.4 Daken en gevels...18 5 Afkoppelsystemen...19 5.1 Afvoer van hemelwater...19 5.1.1 Bovengrondse infiltratie...19 5.1.2 Ondergrondse infiltratie...19 5.1.3 Afvoer naar oppervlaktewater...20 5.2 Bronmaatregelen...20 6 Gebiedsbeschrijving...22 6.1 Kentallen over Gemeente Heemstede...22 6.2 Gevolgen van bodemopbouw en geohydrologie voor...23 afkoppelmogelijkheden...23 7 Stand van zaken...25 7.1 Inleiding...25 Tabel 7.1: Verhard oppervlak afgekoppeld tot en met 2010...25 7.2 Terugblik op afkoppelprojecten...25 Verklarende woordenlijst...27 Geraadpleegde literatuur...29 Bijlage I: Basisinspanning en emissiespoor...30 Bijlage II Bodemopbouw, geohydrologie en water...31 Bijlage III: Gebieden met aandacht voor grondwateroverlast en gebieden geschikt voor infiltratie...36 Bijlage IV: Afkoppelkaart...37
1 Inleiding 1.1 Wat is afkoppelen Neerslag dat op verhard oppervlak valt kan afgevoerd worden naar het rioolstelsel of naar het oppervlaktewater. In het verleden is zoveel mogelijk neerslag via (dak)goten en kolken afgevoerd naar de riolering. Deze situatie brengt problemen met zich mee, zoals het overstorten van rioolwater op het oppervlaktewater bij hevige regenval, water op straat situaties en dun water op de rioolwaterzuivering, wat niet ten goede komt aan de werking van de zuivering. Wanneer het hemelwater direct naar het oppervlaktewater afgevoerd wordt of direct in de bodem gebracht wordt spreekt men van afkoppelen. Figuur 1.1: Gemengd rioolstelsel: veel regenwater komt in de riolering waardoor bij regen het riool kan overstorten op het oppervlaktewater (bron figuur www.hhdelftland.nl) 1.2 Aanleiding In de afgelopen jaren is er veel geïnvesteerd in de riolering om de vuiluitworp uit de riolering te beperken. Wanneer het hard regent komt veel regenwater in de riolering en stroomt het rioolstelsel vol. Het riool kan niet al dit water verwerken en het rioolwater stort, wanneer het hard regent, rioolwater over op het oppervlaktewater. Het overstorten van rioolwater op oppervlaktewater is niet goed voor het milieu. Gemeenten hebben de opgave gekregen om te voldoen aan de basisinspanning en daarmee hun vuiluitworp uit het rioolstelsel te verminderen. Met het hoogheemraadschap van Rijnland is overeengekomen dat de basisinspanning voor Heemstede behaald kan worden door bergbezinkbassins te bouwen en dat 10% van het in 1999 op de riolering aangesloten verhard oppervlak afgekoppeld moet zijn van de riolering in 2010. Deze milieudoelstelling van de riolering is gehaald. Met het bouwen van de bergbezinkbassins en het afkoppelen van 10 % verhard oppervlak is in 2010 door Rijnland vastgesteld dat Heemstede voldoet aan de basisinspanning. De basisinspanning is dus volgens afspraak binnen de gestelde termijn behaald. De aanleiding voor het opstellen van een Afkoppelplan is dat Heemstede de doelstelling van 10% afkoppelen in 2010 heeft behaald. Nu is de vraag hoe er verder gegaan wordt met het afkoppelen van verhard oppervlak in Heemstede. In het kader van het opstellen van het Verbreed Rioleringsplan + (VGRP+) 2011-2015 is berekend dat het rioolstelsel van Heemstede voldoet, maar dat het stelsel moeite heeft met het verwerken van extreme regenbuien. Deze extreme buien ofwel klimaatbuien nemen naar verwachting in de toekomst toe. Dit betekent vaker heel veel regen in een korte tijd. Het effect van deze klimaatbuien is zichtbaar tijdens hevige regen. Het rioolstelsel kan het water niet allemaal verwerken, de overstorten en bergbezinkbassins treden in werking en op sommige locaties blijft er water op de straat staan. Water op straat is een fenomeen dat nu en in de toekomst overal in Nederland vaker zichtbaar zal zijn. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om overlastsituaties zoveel mogelijk te voorkomen. 1
Echter, dit is niet altijd mogelijk. Afkoppelen zorgt ervoor dat regenwater niet in het rioolstelsel terecht komt, maar direct richting oppervlaktewater wordt geleid. Afkoppelen is daarom een goed middel om water op straat situaties te verminderen en het rioolstelsel bij hevige regenval te ontlasten. Afkoppelen zorgt naast het verbeteren van de waterkwaliteit door een vermindering van het aantal riooloverstortingen voor minder aanvoer van water via het riool naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in het geval van hevige regenval. Dit laatste heeft een positief effect op het zuiveringsrendement van de RWZI. Voorspeld wordt dat de regenintensiteit in de komende jaren toe zal nemen. Zware regenval zorgt er soms voor dat het rioolstelsel het water niet meer goed verwerkt. Door middel van afkoppelen wordt het hemelwater apart afgevoerd van het rioolwater. Het rioolsysteem blijft dan bij hevige regenval goed functioneren. 1.3 Doel van het Afkoppelplan Het doel van het Afkoppelplan het beleid op het gebied van afkoppelen te beschrijven. Tevens wordt waarom er wordt afgekoppeld, op welke manieren afkoppelen mogelijk is en wordt er wat de voor- en nadelen van afkoppelen zijn. Het afkoppelplan geeft duidelijkheid over het onderwerp afkoppelen in Heemstede. Het afkoppelplan dient ook als verantwoording van reeds afgekoppeld gebied. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het afkoppelbeleid beschreven, met in dit hoofdstuk aandacht voor de Kaderrichtlijn Water, Waterbeleid 21 ste eeuw, Wet verankering gemeentelijke watertakenn, de waterwet, beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland, het VGRP+ van Gemeente Heemstede en de vertaling van het gemeentelijke beleid. Hoofdstuk 3 bespreekt het aan -en afkoppelen van hemelwater. De keuzemogelijkheden en beperkingen van afkoppelen komen naar voren in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 zijn de verschillende afkoppelsystemen op een rijtje gezet. De beschrijving van het gebied, met kentallen, geohydrologische opbouw en een beschrijving van het grond- en oppervlaktewater, staat in hoofdstuk 6. Ten slotte is de stand van zaken met betrekking tot afkoppelen is beschreven in hoofdstuk 7. Na het hoofdstuk stand van zaken bevindt zich een verklarende woordenlijst.in bijlage IV is de afkoppelkaart opgenomen. 2
2 Afkoppelbeleid In het hoofdstuk afkoppelbeleid wordt het beleid ten aanzien van afkoppelen vanuit Europees en nationaal verband behandeld. Daarnaast wordt er ingegaan op het beleid ten aanzien van afkoppelen van het Hoogheemraadschap van Rijnland en de gemeente Heemstede. 2.1 Kaderrichtlijn Water Sinds eind 2000 is de door de Europese Unie opgestelde Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. De KRW moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in Europa in 2015 op orde is. De KRW heeft tot doel het aquatisch milieu te verbeteren, aquatische ecosystemen voor verdere achteruitgang behoeden (het stand still principe) en duurzaam watergebruik te bevorderen. Er worden doelen gesteld aan de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. De Kaderrichtlijn denkt in waterlichamen. Dit zijn de grote wateren. Naast de waterlichamen zijn er de overige wateren. Dit zijn kleine wateren, die geen onderdeel uitmaken van een waterlichaam. De Kaderrichtlijn stelt aan de kleine wateren alleen eisen voor de (chemische) waterkwaliteit (prioritaire stoffen, voedingsstoffen en overige relevante stoffen) (Rijnland, 2007). Heemstede grenst in het oosten en het westen aan twee waterlichamen. In het westen bevindt zich de Leidsevaart en in het oosten de Ringvaart. De KRW-doelen voor de waterlichamen zijn chemisch gericht, zoals de huidige MTR-normen 1 dat ook zijn. Daarnaast zijn de KRW-doelen ook ecologisch gericht. Dit betekent dat het waterlichaam in 2015 in een Goede Ecologische Toestand (GET) moet verkeren. Het water zal dus getoetst worden op de concentraties van chemische stoffen en op de aanwezigheid van gewenste flora en fauna. De ecologische toestand is o.a. afhankelijk van de chemische toestand van het water. Een belangrijke bron van verontreiniging van het oppervlaktewater komt uit het omliggende bollengebied en lozingen uit de RWZI. Daarnaast vormen riooloverstortingen en diffuse bronnen binnen de gemeente een bron van verontreiniging. Omdat de KRW aquatische systemen voor achteruitgang behoedt, is het van belang dat het aantal riooloverstorteningen van gemengde rioolstelsels zoveel mogelijk beperkt wordt. Dit kan gedaan worden door het afkoppelen van hemelwater. De KRW heeft tevens als doel om het aquatische milieu te verbeteren. Hemelwaterstelsels zonder een zuiverende werking lozen op jaarbasis nog een grote hoeveelheid verontreinigingen op het watersysteem. Daarom is in bepaalde gevallen een hemelwaterstelsel met een zuivering gewenst, zodat er schoon hemelwater kan worden geloosd. Dit zal positieve gevolgen hebben voor de waterkwaliteit van het ontvangende grond- of oppervlaktewater. Ook verontreinigingen in het hemelwater voorkomen worden, zodat het hemelwater niet verontreinigd wordt. Het water kan dan meteen afgevoerd worden naar het grond- of oppervlaktewater. 2.2 Waterbeheer 21e eeuw Door een toename van verhard oppervlak in een gebied komt er meer hemelwater tot afstroming. Daardoor moet er bij een toenemende verharding ook meer waterpartijen aangelegd worden. Het Nederlandse waterbeleid in de 21 e eeuw heeft als uitgangspunt dat er meer ruimte gereserveerd wordt voor het bergen van water en dat een overschot aan water wordt opgevangen waar dit ontstaat. Hierdoor zal een gematigde aanvoer van water naar de boezem optreden, waardoor er geen plotselinge peilstijgingen ontstaan en de kans op wateroverlast kleiner wordt. Figuur 2.1: Vasthouden, bergen, afvoeren. 1 MTR-norm: MTR staat voor maximaal toelaatbaar risiconiveau. De MTR-waarde is de minimale eis waar de waterkwaliteit aan moet voldoen. 3
In WB21 wordt de strategie van het water vasthouden, bergen, afvoeren geïntroduceerd. De eerste stap is om te proberen het water in een gebied vast te houden. Het water kan vastgehouden worden in sloten of vijvers in de bodem of op het maaiveld. Als het vasthouden van het water niet meer mogelijk is dan wordt het water geborgen in gebieden die daarvoor zijn uitgekozen. Enkele varianten van waterberging zijn: waterbergingsgebieden, open water en kadeverhoging. In de laatste plaats, als het niet anders kan, wordt het water afgevoerd naar een ander gebied. Afkoppelvoorzieningen kunnen ook in aanmerking komen als extra waterberging, mits het belang van de bestemming van de afkoppelvoorziening (het waterbergen) duidelijk wordt vastgelegd. Voorbeelden van afkoppelvoorzieningen die in aanmerking komen als extra waterberging zijn plasdras bermen en taluds, droge (groene) berging, ondergrondse berging en infiltratievoorzieningen. 2.3 Wet Verankering en Bekostiging van Gemeentelijke Watertaken De Wet Verankering en Bekostiging van Gemeentelijke Watertaken, die een verbreding van de zorgplicht van de gemeente met zich meebrengt, is per 1 januari 2008 in werking getreden. De verankering en bekostiging van de gemeentelijke watertaken, vindt plaats door wijzigingen van een drietal bestaande wetten, te weten de Gemeentewet, de Wet op de waterhuishouding en de Wet milieubeheer. De interpretatie van de huidige wetstekst leidt tot de volgende belangrijke punten: - de bestaande zorgplicht wordt opgesplitst in een zorgplicht voor de inzameling en transport van het stedelijk afvalwater (resultaatsverplichting) en een zorgplicht voor de doelmatige inzameling en verwerking van het afvloeiend hemelwater (inspanningsverplichting); - de gemeente krijgt de zorgplicht voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen, om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen; - de gemeente krijgt de bevoegdheid voor het heffen van een recht ter bekostiging van de genoemde zorgplichten; - de gemeente krijgt de mogelijkheid om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater; - bestuursorganen (met name gemeenten en waterschappen) moeten bij opstellen en uitvoeren van beleid met betrekking tot afvalwater rekening houden met een in de wet vastgelegde voorkeursvolgorde. voorkeursvolgorde (Wm, artikel 10.29a.) Een bestuursorgaan houdt er bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens deze wet, voor zover die bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalwater, rekening mee dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat in de navolgende voorkeursvolgorde: a. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; b. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; c. afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; d. huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wvo getransporteerd; e. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; f. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht en; g. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wvo wordt getransporteerd. Verder is in de wet vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2008 de mogelijkheid hebben om de kosten voor de nieuwe zorgplichten te verhalen in de vorm van een nieuwe rioolheffing. Zij moeten uiterlijk 1 januari 2010 de rioolrechtverordening hebben aangepast aan de verbrede zorgplichten 4
2.4 (integrale) Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. In de Waterwet, die een achttal wetten vervangt en integreert, wordt de watersysteembenadering centraal geplaatst. Hoewel de Waterwet een vergunningsstelsel kent met een zogenaamde watervergunning, is het de bedoeling dat de vergunningen, die in het kader van de Wvo voor overstorten van de gemeentelijke riolering worden verleend, verdwijnen. Hiervoor in de plaats komen algemene regels, die worden vastgelegd in het Besluit lozen buiten inrichtingen. Wel moet de gemeente melding doen van nieuwe lozingen vanuit riolering op oppervlaktewater bij het bevoegd gezag. Voor rijkswateren is dat Rijkswaterstaat en voor regionale wateren het waterschap. Een belangrijk uitgangspunt van de Waterwet is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. Hierbij is het uitgangspunt dat er geen vergunning nodig is, tenzij daar goede redenen voor zijn. De algemene regels zijn opgenomen in een drietal besluiten, het al eerder genoemde Besluit lozen buiten inrichtingen (nog niet vastgesteld), het Activiteitenbesluit en het Besluit lozing afvalwater huishoudens. De laatste 2 besluiten zijn per 1 januari 2008 in werking getreden. In de periode tussen inwerkingtreding van de Waterwet en het van kracht worden van het Besluit lozingen buiten inrichting (naar verwachting medio of eind 2010) worden Wvo-vergunningen voor overstorten van gemeentelijke rioolstelsels van rechtswege omgezet in watervergunningen. Na inwerkingtreding van het Besluit gelden de algemene regels van het Besluit. Voor zeer specifieke gevallen kunnen watervergunningen nog maximaal 3 jaar in de vorm van een maatwerkbesluit blijven voortbestaan. Indirecte lozingen zijn met de invoering van de Waterwet niet meer vergunningsplichtig bij de waterkwaliteitsbeheerder (zuiveringsbeheerder). De behandeling van deze lozingen valt daarmee onder het regime van de Wm en na inwerkingtreding van de Wabo. Dit betekent dat in de meeste gevallen de gemeente bevoegd gezag is, alleen voor complexe aanvragen is de provincie bevoegd gezag. Wel heeft de waterbeheerder, het waterschap of Rijkswaterstaat, adviesrecht en behoudt het waterschap toezichthoudende bevoegdheden. Voor de activiteiten waarvoor een watervergunning nodig is, is de (grond)waterbeheerder, het waterschap, de provincie of Rijkswaterstaat, bevoegd gezag, maar kan de vergunning worden aangevraagd bij de gemeente. In dat geval heeft de gemeente de coördinatieplicht. De aanvraag voor de vergunning kan ook rechtstreeks bij het bevoegd gezag worden ingediend. In de Waterwet zijn de gemeentelijke zorgplichten uit de Wet op de waterhuishouding overgenomen. Het gaat hier om de zorgplicht voor de doelmatige inzameling en verwerking van het afvloeiend hemelwater (inspanningsverplichting) en de zorgplicht voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen, om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen (inspanningsverplichting). Voor de uitvoering van de zorgplichten krijgt de gemeente de mogelijkheid om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater. 5
2.5 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland De belangrijkste plannen van Rijnland zijn: Waterbeheerplan 2010-2015 Het waterbeheerplan 2010-2015 zet lijnen uit voor de strategie, het beleid en de uit te voeren maatregelen in de planperiode 2010-2015. Onder het motto droge voeten en schoon water staat al het werk van Rijnland in het teken van 3 hoofddoelen: 1. veiligheid tegen overstromingen; 2. voldoende water; 3. gezond water, inclusief goed beheer van de afvalwaterketen. Daarbij staat Rijnland in de periode 2010-2015 voor grote opgaven. Het zwaartepunt ligt bij verbetering van regionale keringen, implementatie van de KRW en het Nationaal Bestuursakkoord Water, renovatie van boezem- en poldergemalen en het uitvoeren van het reguliere baggerprogramma van polder en boezem; beleidsregels en algemene regels, Rijnland. De basis hiervoor is de zogenoemde Keur: een set van gebods- en verbodsbepalingen. Deze bepalingen zijn uitgewerkt in een aantal specifieke beleidsregels en algemene regels. Via vergunningverlening en handhaving stelt Rijnland eisen aan activiteiten die het watersysteem in dit beheergebied kunnen beïnvloeden. Hieronder vallen ook het aanbrengen en hebben van werken voor het lozen vanuit het riool. Een gemeente heeft de wettelijke plicht om volgens de beleidsregels te handelen en bij werkzaamheden die onder de algemene regels vallen de werkzaamheden minimaal twee weken van te voren aan te geven. Tevens worden de beleidsregels bij toetsing van ruimtelijke plannen en bij het uitwerken van watergebiedsen inrichtingsplannen als uitgangspunten ofwel als waterhuishoudkundige toetsingscriteria gehanteerd. Emissiebeheerplan In 2010 is het emissiebeheerplan vastgesteld en het rioleringsbeleid van Rijnland geactualiseerd (Nota Emissiebeheer Riolering). De in november 2010 vastgestelde Nota Emissiebeheer Riolering geeft invulling aan de veranderde landelijke (water) wetgeving en het Emissiebeheerplan van Rijnland, waarin hoofdkeuzen en prioriteiten voor het beheersen van emissies naar het oppervlaktewater zijn weergegeven. Emissies uit de landbouw en de afvalwaterzuiveringen hebben hoogste prioriteit. Emissies uit het rioolstelsel zijn lokaal belangrijk in verband met bacteriën, voedingsstoffen en afbreekbaar organisch materiaal. Regenwaterlozingen vormen geen significant probleem in het beheersgebied. Rijnland wil als waterkwaliteitsbeheerder de emissie van ongezuiverd afvalwater naar oppervlaktewater door overstorten uit het rioolstelsel geleidelijk, duurzaam en kosten-effectief reduceren. Als zuiveringsbeheerder wil Rijnland inzicht hebben in de samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater dat wordt aangeleverd en behandeld. Samenwerking in de afvalwaterketen (streven naar integraal afvalwaterbeheer) speelt daarbij een belangrijke rol. 6
2.6 Beleid gemeente Heemstede: Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan+ 2011-2015 Als voorbereiding voor het opstellen van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan+ 2011-2015 is het rioolstelsel doorgerekend. Ook zijn berekeningen uitgevoerd waaruit het effect van klimatologische veranderingen op het rioolstelsel inzichtelijk wordt. Uit de berekeningen is gebleken dat de capaciteit van het rioolstelsel voldoende is, maar dat het rioolstelsel bij extreme regenbuien grote hoeveelheden water moeilijk kan verwerken. Er worden om die reden knelpunten uit het rioolstelsel opgelost en naast afkoppelen wordt de capaciteit van het rioolstelsel op strategische locaties uitgebreid. Afkoppelen is een goede manier om het rioolstelsel robuuster te maken zodat het grote hoeveelheid regen beter kan verwerken. Afkoppelen van verhard oppervlak daarnaast een manier om het aantal riooloverstortingen vanuit het gemengde stelsel op het oppervlaktewater te verminderen en het aantal water-op-straat-locaties te verminderen. Ook levert afkoppelen een positieve bijdrage aan het zuiveringsrendement bij de rioolwaterzuivering. Daarnaast draagt de aanvoer van hemelwater naar het oppervlaktewater bij aan de verdunning van het nutriëntenrijke oppervlaktewater. inzameling hemelwater Het hemelwater dient op een duurzame wijze te worden afgevoerd. Hierbij hebben zowel de gemeente als de particulier een eigen verantwoordelijkheid. In het algemeen dient de particulier het hemelwater op eigen terrein te verwerken. Indien dit niet mogelijk is, zorgt de gemeente voor de inzameling van het hemelwater. Het afstromende hemelwater van het openbare gebied wordt door de gemeente ingezameld. Op locaties waar gemengde riolering aanwezig is, wordt het hemelwater samen met het afvalwater ingezameld. In nieuwbouwwijken wordt het afstromend hemelwater van het openbare gebied gescheiden ingezameld Indien woningen worden uitgebouwd, of een nieuwe woning wordt gebouwd, wordt het hemelwater waar mogelijk (en dit geen schade veroorzaakt voor de omgeving) op eigen terrein verwerkt door de particulier. In nieuwbouwwijken wordt het hemelwater verwerkt door de particulier op eigen terrein. Indien dit niet mogelijk is, zorgt de particulier voor inzameling en transport naar in de nabijheid gelegen oppervlaktewater. Indien dit ook niet mogelijk is, zorgt de gemeente voor de inzameling van het hemelwater. In bestaande wijken wordt het afvoerende oppervlak van de weg en van daken afgekoppeld als de kans op foutaansluitingen minimaal is en het afkoppelen niet tot overlast leidt. Afkoppelen heeft als doel: - het verminderen van dun water op de rioolwaterzuivering en daarmee het vergroten van de zuiveringscapaciteit van de rioolwatersuiveringsinstallatie (RWZI); - oplossen van hydraulische knelpunten in het rioolsysteem; - het robuuster maken van het stelsel voor opvang van toekomstige extra neerslag. Bij het transporteren van het hemelwater naar een lozingspunt, mogen geen onveilige situaties ontstaan. Daarom moeten de omvang en duur van eventuele wateroverlast op straat beperkt zijn. Dit geldt in het bijzonder voor de doorgaande wegen en de routes van de hulpdiensten. hemelwaterverordening Er wordt een hemelwaterverordening opgesteld. Het afkoppelen van particuliere percelen gebeurt zoveel mogelijk op basis van vrijwilligheid. Als afkoppelen financieel doelmatig is om de wateroverlast te verminderen en men niet vrijwillig wil afkoppelen, wordt het afkoppelen in specifieke wijken afgedwongen door middel van een hemelwaterverordening. In een hemelwaterverordening worden de verantwoordelijkheden van particulieren vastgelegd. Als het afkoppelen vrijwillig gebeurt met een specifiek doel (verminderen wateroverlast of vuilemissie), draagt Heemstede de kosten voor de maatregelen in het openbare gebied en draagt financieel bij in de kosten voor de noodzakelijke 7
maatregelen op particuliere grond. Als het afkoppelen bij particulieren moet worden afgedwongen, dan draagt de particulier de kosten voor de maatregelen op zijn terrein. infiltreren in de bodem of lozen of oppervlaktewater Als de locatie zich er voor leent, wordt het water geïnfiltreerd in de bodem door middel van IT-riolen (infiltratie- transportriolen) of op een andere wijze. Als de ontwateringsdiepte onvoldoende is, wordt het water afgevoerd naar het oppervlaktewater. Er worden bij lozing op het oppervlaktewater waar nodig en doelmatig zuiverende voorzieningen toegepast. afkoppelen openbaar gebied In bestaande gebieden worden bij rioolvervanging waar mogelijk (technisch en financieel) wegen met lage verkeersintensiteiten afgekoppeld. Hoofdwegen worden alleen afgekoppeld als er betrouwbare voorzieningen zijn voor de zuivering van het afstromende hemelwater. afkoppelen van woningen bestaande bouw Bij het afkoppelen van daken van bestaande bouw is het van belang dat het zichtbaar en beheersbaar blijft. Dit betekent dat alleen daken van particulieren in bestaande gebieden worden afgekoppeld als dit bovengronds kan en de panden niet verder dan 3 m van de openbare weg staan. Aandachtspunt hierbij is het gebruik van uitlogende materialen en het effect van deze materialen op de kwaliteit van de waterbodem. Wanneer afkoppelen doelmatig is om de vuilemissie of wateroverlast te verminderen, kan Heemstede het afkoppelen van percelen afdwingen door middel van een hemelwaterverordening. nieuwbouw De particulier krijgt bij nieuwbouw de verantwoordelijkheid voor de verwerking van het hemelwater, tenzij dit om praktische redenen niet mogelijk is. Hierbij moet gedacht worden aan situaties waarin infiltratie niet mogelijk is vanwege de eigenschappen van de ondergrond en wanneer het perceel niet grenst aan oppervlaktewater. In deze situaties treedt gemeentelijke zorgplicht in werking en is Heemstede verantwoordelijk voor de ontvangst en verwerking van het hemelwater. Het hemelwater wordt in dat geval gescheiden van het afvalwater ingezameld. Heemstede geeft hiermee invulling aan de in de wet vastgelegde voorkeursvolgorde. in- en uitbreidingen Bij inbreidingen wordt het hemelwater verzameld in (indien aanwezig) het hemelwaterstelsel en anders in het aanwezige gemengde stelsel. Dit is afhankelijk van het bij de bebouwing aanwezige stelsel. Bij uitbreidingen wordt een hemelwaterstelsel aangelegd voor de inzameling van het hemelwater. 2.7 Vertaling van gemeentelijk beleid Wat betekent dit nu? De gemeente Heemstede gaat door met afkoppelen zoals dat in de afgelopen jaren is ingezet. Dat betekent dat op het moment dat het riool vervangen wordt het openbaar verhard oppervlak afgekoppeld wordt. Er wordt dan een apart hemelwaterstelsel naast het vuilwaterriool aangelegd. De straatkolken lozen hun water op dit hemelwaterstelsel. Het hemelwaterstelsel loost op zijn beurt weer op het dichtstbijzijnde oppervlaktewater. Dit heeft wel gevolgen voor wat er door de straatkolken (de putjes in de straat) gespoelt kan worden. De straatkolken zijn, wanneer de straat is afgekoppeld, alleen geschikt voor regenwater. Zeepsop e.d. mogen niet in het oppervlaktewater terechtkomen. Het wassen van de auto is in afgekoppelde gebieden dan ook niet toegestaan. Daar handhaving van dit soort overtredingen vrijwel onmogelijk is, wordt gekozen voor een ontmoedigingsbeleid. Wanneer de gevel van de woning op 3 meter of minder van de erfgrens af ligt, kan het gebeuren, dat wanneer er rioolwerkzaamheden in de straat zijn, de voorkant van het dak van de woningen ook afgekoppeld moeten worden. Voordat dit van een burger gevraagd wordt, zal eerst goed worden nagegaan of deze maatregel op deze locatie echt noodzakelijk is. Er zal in de eerste instantie worden 8
gevraagd vrijwillig mee te werken met het afkoppelen van het dak van de woning. Wanneer er vrijwillig meegewerkt wordt met afkoppelen zal de gemeente meebetalen aan de kosten die hiervoor gemaakt moeten worden op particulier terrein. Indien met via de hemelwaterverordening gedwongen moet worden mee te werken om af te koppelen, dan komen alle kosten voor rekening van de eigenaar van de woning. Het afkoppelen wordt zoveel mogelijk gecombineerd met rioolvervangingswerkzaamheden. De gemeente draagt in deze gevallen de kosten bij gebruik van standaard materialen. De omvang van het aantal percelen dat voor afkoppeling in aanmerking komt is beperkt (zie blauwgekleurde gebieden op de afkoppelkaart). De gemeente draagt de kosten van het afkoppelen van de regenpijp van de huisaansluiting, het aanbrengen van een standaard gootje naar de erfgrens, het aanbrengen van een putje op de erfgrens en de aansluiting van het regenwaterputje op het hemelwaterriool. De bijdrage van de gemeente bij het afkoppelen van dakoppervlak van particulieren binnen een afkoppelproject, bestaat uit het aanbrengen van een standaard type materiaal. Het afkoppelen van dakoppervlak is geen standaard werk. Bij ieder project zal bekeken worden hoe dit het beste kan worden uitgevoerd. Indien het afkoppelen van dakoppervlak van particulieren in een gebied gewenst is, dan worden de inwoners hier tijdens de voorbereiding van de werkzaamheden over geïnformeerd. In bijlage IV is een afkoppelkaart bijgevoegd. Op de kaart is aangegeven welk verhard oppervlak er tot en met 2010 is afgekoppeld. Verder is op de afkoppelkaart aangegeven op welke locaties in Heemstede de voorgevels van de woningen op 3 meter of minder van de erfgrens staan en waar mogelijk kansen bestaan voor het afkoppelen van daken in bestaand bebouwd gebied. De Wet gemeentelijke watertaken geeft aan wie wanneer verantwoordelijk is voor de verwerking en de afvoer van hemelwater (regenwater). De verantwoordelijken op het gebied van de verwerking van hemelwater zoals aangegeven in het beleid van gemeente Heemstede is de verwerking van deze wet in het gemeentelijk beleid. 9
3 Aan- en afkoppelen regenwater Dit hoofdstuk gaat in op het waterbeheer in stedelijk gebied. Verder wordt uitgelegd wat afkoppelen inhoudt en worden de voor- en nadelen van afkoppelen besproken. 3.1 Waterbeheer in stedelijk gebied Het regenwater dat afstroomt van verhard oppervlak wordt meestal afgevoerd via rioolstelsels. In het geval van gemengde en verbeterd gescheiden rioolstelsels wordt het regenwater vervolgens grotendeels behandeld (gezuiverd) in een rioolwaterzuiveringinrichting (RWZI). Bij gescheiden rioolstelsels wordt regenwater via regenwateruitlaten afgevoerd naar oppervlaktewater. Neerslag dat op onverhard oppervlak valt infiltreert in de bodem en wordt via het grondwater en/of drains afgevoerd naar oppervlaktewater. Neerslag Huishoudelijk afvalwater Verharde oppervlak Onverharde oppervlak grondwater rioolstelsel Overstort, regenwateruitlaat ontwatering Stedelijk oppervlakte water zuivering regionaal oppervlaktewater Stuw, inlaat en/of gemaal Figuur 3.1 Afvoerschema van afvalwaterstromen in het stedelijk gebied Het afvoerschema toont globaal de traditionele benadering van het waterbeheer in stedelijk gebied. Tijdens hevige neerslag leidt bovenstaande benadering van het stedelijke waterbeheer tot overstortingen vanuit de rioolstelsels, hierbij wordt ongezuiverd rioolwater vanuit gemengde stelsels en regenwater vanuit verbeterd gescheiden stelsels direct op oppervlaktewater geloosd. Daarnaast kan het zuiveringsrendement van de RWZI afnemen door een verhoogde wateraanvoer tijdens hevige neerslag. Bovendien worden niet alle verontreinigingen in afstromend rioolwater in de RWZI verwijderd. Om een reductie van de vuiluitworp door rioolstelsels op oppervlaktewater te bereiken heeft de Commissie Integraal Waterbeheer (CIW ) gekozen voor een tweesporen aanpak, te weten: de emissiespoor (de basisinspanning); het waterkwaliteitsspoor. De basisinspanning 2 is bedoeld als referentieniveau voor de vuiluitworp door rioolstelsels en geldt in principe voor alle rioolstelsels. Er bestaat geen direct verband tussen de basisinspanning en de gewenste waterkwaliteit. Andere maatregelen dan vergroting van berging of pompovercapaciteit, zoals afkoppelen van verhard oppervlak, kunnen in plaats van, of in combinatie met, worden toegepast. 2 De basisinspanning is de inspanning die de rioolbeheerder moet doen om zijn rioolstelsel op een aantal vastgelegde punten vergelijkbaar te maken met een landelijk vastgesteld voorbeeldstelsel (het referentiestelsel). In bijlage 1 wordt de basisinspanning uitgebreid beschreven. 10
Indien het realiseren van de basisinspanning niet leidt tot een acceptabele waterkwaliteit, is er aanleiding tot het treffen van verdergaande voorzieningen volgens het waterkwaliteitsspoor. In de beslisboom aan- en afkoppelen verharde oppervlakken 3 die gebruikt wordt om te bepalen of er wel of niet afgekoppeld kan worden (zie hoofdstuk 4), is deze strategie niet verwerkt, hier wordt alleen een afweging gemaakt of en onder welke voorwaarden verharding afgekoppeld kan worden. Een structurele oplossing van zowel de kwantitatieve als kwalitatieve waterhuishoudkundige problemen vraagt om een andere aanpak van het waterbeheer. 3 De Beslisboom aan- en afkoppelen verharde oppervlakken 2003 is een schema waaruit de mogelijkheid van afkoppelen en de maatregelen die eventueel getroffen moeten worden kan worden afgelezen. De beslisbomen zijn opgenomen in het rapport van de wrw (Werkgroep Riolering West-Nederland) welke zijn opgenomen in hoofdstuk 4. 11
3.3 Voor- en nadelen van afkoppelen Er zijn verschillende redenen om te kiezen voor de maatregel afkoppelen van hemelwater. In figuur 3.1 staan verschillende voordelen van afkoppelen weergegeven. Tabel 3.1: voordelen van afkoppelen Voordelen van Afkoppelen Belasting RWZI Dimensionering rioolstelsel Milieu Verdroging van de bodem Kosten Water-op-straat Hergebruik hemelwater Het afkoppelen van hemelwater geeft een groot voordeel op het functioneren van de rioolzuiveringsinstallatie. Wanneer er veel hemelwater naar de RWZI geleid wordt, wordt het rioolwater erg verdund en gaat het zuiveringsrendement naar beneden. Wanneer het zuiveringsrendement daalt, dan bereikt meer ongezuiverd rioolwater het oppervlaktewater. Wanneer op grote schaal wordt afgekoppeld wordt dan kunnen de strengen en rioolpompen en - gemalen kleiner worden gedimensioneerd. Dit brengt in vergelijking met groter gedimensioneerde stelsels lagere kosten met zich mee. Afkoppeling brengt teweeg dat er bij flinke buien minder overstorting van rioolwater op het oppervlaktewater plaatsvindt. Afkoppeling kan gebruikt worden om verdroging tegen te gaan, wanneer het water in de bodem wordt geïnfiltreerd. Door bebouwing en bestrating kan minder hemelwater de bodem binnendringen. Hier kan op sommige plaatsen verdroging van de bodem door ontstaan. De kosten van afkoppeling zijn relatief laag ten opzichte van de aanleg van de randvoorzieningen. Zeker als deze kunnen worden meegenomen in andere infrastructurele werken Afkoppelen is een goede manier om het rioolstelsel robuuster te maken zodat het grote hoeveelheid regen beter kan verwerken en daardoor het aantal water-opstraat-locaties te verminderen. Hergebruik van schoon hemelwater bespaard drinkwater. De tuin sproeien met water uit een regenton die gevuld wordt door de afvoer van de dakgoot is daar een voorbeeld van. Maar ook het spoelen van het toilet met hemelwater is een mogelijkheid. Naast de genoemde voordelen heeft afkoppelen ook nadelen. De belangrijkste nadelen worden in figuur 3.2 genoemd en toegelicht. Tabel 3.2: Nadelen van afkoppelen Nadelen van afkoppelen Risico van verkeerde aansluitingen Vervuiling via kolken Doorspoeling riool Indien ook dakvlakken worden afgekoppeld is altijd het gevaar aanwezig van een ondergronds op de hemelwaterafvoer aangesloten vuilwaterleiding. In de gemeente Heemstede worden verschillende kleuren afvoerbuizen gebruikt voor de verschillende stelsels om het risico van foute aansluitingen te verminderen. Indien straat- of trottoirkolken zijn afgekoppeld moet er extra voorzichtig omgegaan worden met lozingen in die kolken. Een auto wassen op straat is dan niet meer toegestaan, maar ook vloeibaar afval (denk aan verfresten, oliën, een sopje voor het ramenlappen) mag dan zeker niet meer in de kolk worden geloosd. In afgekoppelde gebieden zal dan ook intensieve en blijvende communicatie met bewoners noodzakelijk zijn. De grote hoeveelheid water bij een hevige regenbui zorgt ervoor dat er in het riool dusdanige stroomsnelheden ontstaan, dat het meeste bezonken materiaal (zand, slib) wordt opgewoeld en meegevoerd waardoor de kans op grote vervuilingen en dus verstopping wordt verkleind. Door afkoppelen wordt dit effect minder. 12
4 Keuzemogelijkheden en beperkingen Afkoppelplan Gemeente Heemstede 4.1 Hoe af te koppelen Er ligt een opgave om verhard oppervlak af te koppelen. Maar hoe pakken we dat aan? Kan dit gebied wel of niet afgekoppeld worden en zo ja, hoe gaan we afkoppelen? Volgens de strategie van de commissie waterbeheer 21 e eeuw verdient de volgorde van vasthouden, bergen en afvoeren bij het afkoppelen de voorkeur. Het direct afvoeren van het afstromende regenwater komt pas in aanmerking wanneer het vasthouden of bergen van regenwater niet mogelijk wordt geacht. Aangezien afkoppelen niet zonder meer kan plaatsvinden in verband met de mogelijke milieueffecten, zijn er voorwaarden en richtlijnen voor het afkoppelen en aankoppelen vastgesteld. Deze voorwaarden en richtlijnen worden uitgewerkt in de beslisbomen aan- en afkoppelen verhard oppervlak van Werkgroep Riolering West- Nederland (wrw) (zie figuur 4.1). Het streven naar een duurzame ontwikkeling van stedelijke watersystemen speelt hierbij een leidende rol. In de Beslisboom aan- en afkoppelen van (wrw) is een voorkeur van afkoppeltechnieken genoemd: 1 Hemelwater vasthouden; 1 Water opvangen door toepassing van vegetatiedaken; 2 Infiltratie van afstromend hemelwater; 3 Afstromend hemelwater afvoeren naar het oppervlaktewater; 4 Afvoerend hemelwater afvoeren naar RWZI. Het is niet verplicht deze voorkeur van afkoppeltechnieken aan te houden. Het kan uit het oogpunt van duurzaam waterbeheer wenselijk zijn om regenwater te infiltreren in plaats van te gebruiken of op te vangen op een vegetatiedak. Ook kunnen locatiespecifieke omstandigheden worden meegenomen zoals de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater alsmede de functie of het ambitieniveau ervan (Tauw, Beslisboom aan- en afkoppelen 2003 van wrw). De nota waterbeheer 21 e eeuw heeft geadviseerd om de toekomstige inrichting en waterbeheer in Nederland te baseren op een 3-traps-strategie: zolang en zoveel mogelijk vasthouden van water in het gebied waar regen is gevallen; het tijdelijk bergen van water dat niet in het gebied kan worden vastgehouden; het afvoeren van water dat niet in het gebied kan worden vastgehouden of geborgen. In navolging van de kwantitatieve strategie is een kwalitatieve 3-traps-strategie geformuleerd: schoonhouden, scheiden, zuiveren. Het afkoppelen van verhard oppervlak is een maatregel die mogelijk voldoet aan deze strategie. Hierbij kan gedacht worden aan benutting van regenwater (beperking drinkwatergebruik), infiltratie in de bodem (meer groen, open verharding of infiltratievoorzieningen) of directe afvoer naar oppervlaktewater (waardoor bijvoorbeeld minder water hoeft te worden ingelaten). Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zijn ook risico s verbonden; verontreiniging van oppervlakken, verkeerde aansluitingen en calamiteiten. De afweging op milieutechnische aspecten voor afkoppelen vindt plaats langs het normen- en effectenspoor. Het blijkt dat van geen enkel verhard oppervlak het afstromende regenwater voldoet aan alle toetsingsvoorwaarden. Dit betekent niet zozeer dat geen enkel verhard oppervlak in aanmerking komt voor afkoppelen, aangezien met deze methode op andere aspecten grote milieuwinst kan worden behaald. Wel betekent dit dat afkoppelen weloverwogen dient plaats te vinden. Om die reden heeft de werkgroep riolering west-nederland door ingenieursbureau Tauw afkoppelbomen laten ontwikkelen. Ten behoeve van de bovenstaande afwegingen zijn in de beslisbomen de volgende criteria gebruikt: reductie van verontreinigingsvrachten; besparing van drinkwaterverbruik; het zo goed mogelijk handhaven dan wel herstellen van het natuurlijk hydrologische systeem; het minimaliseren van de verspreiding van verontreinigingen in het milieu. 13
Op basis van de genoemde criteria is de volgende voorkeur van afkoppeltechnieken voorgesteld: 1. hemelwater vasthouden voor benutting; 2. water opvangen door toepassing van vegetatiedaken; 3. infiltratie van afstromend hemelwater; 4. afstromend hemelwater afvoeren naar het oppervlaktewater; 5. afstromend hemelwater afvoeren naar de RWZI. Deze volgorde is weergegeven in de hoofdboom in figuur 4.1. De genoemde volgorde moet niet als dwingend worden geïnterpreteerd. Zo kan het uit oogpunt van duurzaam waterbeheer wenselijk zijn om juist regenwater te infiltreren in plaats van te gebruiken of op te vangen op een vegetatiedak. Ook kunnen locatiespecifieke omstandigheden worden meegenomen zoals de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater alsmede de functie of het ambitieniveau ervan (Tauw, 2003). In de beslisboom Afkoppelen zijn drie categorieën verhard oppervlak onderscheiden (zie figuur 4.2): - licht verontreinigde oppervlakken (rechtstreeks afkoppelen) - matig verontreinigde oppervlakken (met minimale voorzieningen (slibafvang/olieafscheider)) - verontreinigde oppervlakken (Verbeterd Gescheiden Stelsel (VGS) of gelijkwaardige voorziening, niet afkoppelen) Welk verhard oppervlak tot welke categorie behoort staat beschreven in het rapport Beslisboom aanen afkoppelen verharde oppervlakken 2003 van Tauw. Figuur 4.1: Hoofdboom (uit Beslisboom aan- en afkoppelen verhard oppervlak 2003 van wrw) 14
* afhankelijk van watersysteemeisen normale eis of extra voorziening noodzakelijk Figuur 4.2: Afkoppelboom (uit Beslisboom aan- en afkoppelen verhard oppervlak 2003 van wrw) Een gescheiden stelsel kan belast zijn met foutieve aansluitingen (DWA lozingen op het HWA stelsel). Dit leidt tot emissie van vuil in het geloosde water in oppervlaktewater of milieu. Bij constatering van foutieve aansluiting in het stelsel is een onderzoeksplan naar de lozing op oppervlaktewater of het aankoppelen op het riool verplicht. Ook moet worden gekeken naar de kwaliteit en de kwantiteit van het afstromende regenwater. Indien geen duidelijke waterkwaliteitsproblemen optreden zal de lozing op het oppervlaktewater toegestaan zijn waarbij een Wvo-vergunning met algemene voorschriften is vereist (zie aankoppelboom in fig. 4.3). 15
Figuur 4.3: Aankoppelboom (uit Beslisboom aan- en afkoppelen verhard oppervlak 2003 van wrw) 16
4.2 Gevolgen van de aanwezigheid van diffuse bronnen voor afkoppelen binnen de gemeente Het gehalte aan verontreinigingen in de waterstromen kan afhankeijk zijn van vele factoren zoals de aard en het gebruik van het afstromende oppervlak, dakbedekking (zinken of koperen dakgoten, loodslabben), straatmeubilair, soort verkeersbelasting, bestrating (open of dichte verharding) en locatiespecifieke omstandigheden (industrieën) of seizoensgebonden omstandigheden (strooizouten, bladval) (wrw, 2003). 4.2.1 Onkruidbestrijding De toepassing van onkruidbestrijdingsmiddelen (herbiciden) op verharde oppervlakken kan tot problemen met de waterkwaliteit leiden. Het probleem ontstaat vooral doordat de toegepaste herbiciden weinig hechten aan verharde oppervlakken. Bij regen stroomt 50% van de toegepaste stof weg naar de riolering en / of het oppervlaktewater, 30% spoelt uit naar bodem/grondwater, de overige 20% wordt opgenomen door het gewas. Het gaat bij deze probleemstoffen om een zeer klein aantal toegelaten middelen. Onkruidbestrijding vindt plaats op basis van beeldkwaliteit. Hierbij wordt kwaliteitsniveau A van de CROW nagestreefd. De verharding wordt alleen behandeld indien noodzakelijk om het afgesproken kwaliteitsniveau te garanderen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de DOB methode. DOB staat voor duurzaam onkruid beheer. Deze richtlijnen houden onder andere in dat op halfopen verhardingen op jaarbasis maximaal 720 g glyfosaat per ha verharding mag worden gebruikt en maximaal 360 g glyfosaat/ha per werkronde. Er mag niet gespoten worden binnen 1 meter van insteken van taluds of verharde kades bij oppervlaktewater en extra terughoudendheid is geboden bij het spuiten van middelen in de buurt van straat- en trottoirkolken. 4.2.2 Gladheidsbestrijding Jaarlijks stelt de gemeente Heemstede het gladheidbestrijdingsplan op. In dit plan staat beschreven waar en hoe gladheid en ook sneeuw wordt aangepakt in de openbare ruimte van Heemstede. In het plan worden de wegen, fiets- en voetpaden genoemd waar gladheid wordt bestreden. De gladheid op de hoofdwegen, winkelstraten en wijkontsluitingswegen wordt het eerst bestreden. Ook de hoofdfietsroute wordt als eerste behandeld. Voor de wegen voorziet het strooiplan in twee prioriteiten. De gladheid op de wegen met prioriteit 1en de hoofdfietsroute wordt het eerst bestreden. De gladheid op wegen genoemd onder prioriteit 2 wordt van maandag tot en met zaterdag alleen overdag bestreden en nadat de andere prioriteiten zijn afgerond. Wanneer prioriteit 1 en 2 afgerond zijn kan in overleg besloten worden om ook in alle overige woonstraten de gladheid te bestrijden Tenslotte zijn er nog de zogenoemde handstrooigebieden. Dit zijn bijvoorbeeld (fiets)oversteekplaatsen, fiets- en voetgangersbruggen, entrees bij seniorencomplexen, parkeerautomaten en bushaltes. Het strooien van deze specifieke objecten wordt uitgevoerd door eigen medewerkers van de gemeente Heemstede. Met ingang van het strooiseizoen 2010 2011 zal de bestrijding van gladheid plaatsvinden via de natstrooi methode. Hierbij wordt droog zout vochtig gemaakt met een natte component. Voordelen hiervan zijn dat het zout eerder werkt en dat er in de meeste omstandigheden minder zout nodig is bij een strooibeurt. Daarnaast kan er, bij doorgaande routes, met een hogere rijsnelheid gestrooid worden. Dit omdat het zout beter plakt. Voordeel bij fietspaden is dat het mengsel ook hier een directere werking heeft. 17
Voor het uitvoeren van gladheidbestrijding in het Groenendaalse Bos, ter ontsluiting van de kinderboerderij en/of het restaurant, mag alleen gestrooid worden met zand. Ook de Manpadslaan mag in verband met de bijzondere natuurwaarden alleen worden gestrooid met zand. Indien er gestrooid wordt op sneeuw bestaat de een keuze tussen nat of droog strooien. De methode van strooien bij sneeuw wordt aangepast aan de situatie. Er wordt gekozen voor de methode waarvan verwacht wordt dat die op dat moment het meest effect heeft. De Meerlanden is uitgerust om volgens beide methoden (nat en droog strooien) te kunnen werken. Tevens wordt er bij sneeuw gebruik gemaakt van sneeuwschuivers en borstelmachines. 4.2.3 Onderhoudswerkzaamheden / bouwwerkzaamheden In een gebied waar wordt afgekoppeld moet er extra zorg voor worden gedragen dat bouwmaterialen en verf niet in de straatkolken kunnen komen wanneer er gebouwd of verbouwd wordt. Deze stoffen worden in afgekoppelde gebieden via de kolken direct naar het oppervlaktewater getransporteerd. Dit zorgt voor vervuiling van de watergangen. Indien daken van woningen afgekoppeld zijn, is er met het gebruik van materialen aan de woning rekening mee gehouden dat deze materialen niet uitlogen. Bij reparaties en verbouwingen aan woningen moet niet vergeten worden dat de materialen die gebruikt worden aan de eisen voor afkoppelen moeten voldoen. Ook de eigen onderhoudsdiensten binnen Heemstede dienen op de hoogte te zijn van de gebieden waar afgekoppeld wordt en zij moeten op de hoogte zijn van wat in die gebieden wel mag en wat niet. Indien noodzakelijk dienen de werkzaamheden hier op aangepast te worden. 4.2.4 Daken en gevels Daken en gevels kunnen beschouwd worden als redelijk schone oppervlakken in het stedelijk gebied in woongebieden, centrumgebieden, kantoorparken en schone bedrijventerreinen (wrw Beslisboom aan- en afkoppelen verharde oppervlakken 2003). Daken waarop uitlogende materialen zijn toegepast, zinken dakgoten, overmatig gebruik van koper en lood, vallen hier echter niet onder. Over het algemeen bevat het afstromende water van daken niet meer verontreiniging dan regenwater. Dit water komt daarom in aanmerking voor het benutten van regenwater. In bestaand stedelijk gebied wordt vaak bitumen of zware metalen als lood koper en zink gebruikt als dakbedekking. Teerhoudende dakbedekkingen als bitumen vormen een bron van PAK (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen) in het water. Het productieproces is de laatste jaren echter veranderd waardoor er minder uitloging plaatsvindt. De zware metalen koper, lood en zink zijn materialen die uitlogen. Het uitlogen van de materialen zorgt voor verspreiding van verontreinigingen naar bodem, grondwater en/of oppervlaktewater. De daken waar de dakbedekking of waterafvoer (goot, regenpijp) gemaakt is van uitlogende materialen kunnen om die reden niet worden afgekoppeld. Daken waar een waterafdichting met loodslabben is toegepast vormt hierop een uitzondering zolang hier geen goede alternatieven voor zijn. De Gemeente Heemstede bestaat grotendeels uit relatief oudere woonwijken. Bij deze bestaande woonwijken kunnen daken aanwezig zijn waar zinken dakafvoeren en/of loodslabben zijn toegepast. Het afstromende regenwater van deze daken bevat vaak hoge zink- en loodconcentraties die worden veroorzaakt door corrosie van deze zware metalen. Om deze daken toch af te kunnen koppelen worden de dakgoten en regenpijpen bij voorkeur vervangen door materiaal dat niet of nauwelijks uitloogt. In plaats van het vervangen van de zinken dakgoten (bronmaatregel) kan ook worden gedacht aan het behandelen Figuur 4.4: Het coaten van een dakgoot 18
van de dakgoot. De lagere concentraties resulteren in een geringe belasting van het oppervlaktewater, grondwater en/of (water-)bodem. 5 Afkoppelsystemen In dit hoofdstuk worden kort verschillende afkoppelsystemen beschreven. Meer informatie over afkoppelsystemen en hoe deze afkoppelsystemen eruit zien is te vinden op de website van Stichting RIONED, het platform van de rioolbeheerders in Nederland; www.riool.net. In dit hoofdstuk worden eerst de verschillende afkoppelsystemen beschreven. Verder worden enkele bronmaatregelen genoemd die in het kader van de waterkwaliteit genomen kunnen worden. Bronmaatregelen worden getroffen voordat het hemelwater wordt afgevoerd. 5.1 Afvoer van hemelwater 5.1.1 Bovengrondse infiltratie Oppervlakte infiltratie Bij oppervlakkige infiltratie wordt het hemelwater boven het maaiveld naar een bovengronds infiltratiesysteem getransporteerd. Het water wordt dan via een groenvoorziening geïnfiltreerd. Dit kan gebeuren via bijvoorbeeld infiltratievelden, bermen of wadi s. Doorlatende verharding Doorlatende verharding is een wegdek dat het mogelijk maakt om water naar de bodem te infiltreren. Dit kan gerealiseerd worden door een wegdek waarbij: de klinkers brede voegen hebben, de klinkers poreus zijn of door zeer open asfaltbeton (ZOAB). 5.1.2 Ondergrondse infiltratie Infiltratiekoffers Een infiltratiekoffer is een infiltratiepakket omwikkeld met een geotextiel en is meestal onder het wegdek aangelegd. Het infiltratiepakket kan gevuld worden met grind, lavaliet of ander infiltratiemateriaal. In de infiltratiekoffer wordt het hemelwater geborgen en vertraagd naar het grondof oppervlaktewater afgevoerd. Infiltratiekratten Onder infiltratiekratten wordt verstaan: een constructie tussen het wegdek en onderliggende bodem, waarbij een grote waterbergende ruimte ontstaat. Deze ruimte wordt niet gevuld met infiltratiemateriaal, zoals bij infiltratiekoffers, maar blijft leeg. Infiltratieputten Infiltratieputten zijn diepe putten met een wand van kunststof of beton. De put heeft geen bodem, zodat het aangevoerde water via de onderkant naar het grondwater kan infiltreren. Infiltratieriolen Een infiltratieriool bestaat uit poreuze, waterdoorlatende buizen, die het aangevoerde hemelwater naar het grondwater kunnen infiltreren. Het hemelwater wordt in de ondergrondse infiltratiebuisgeleid en daar gebufferd. Van daaruit kan het langzaam wegzijgen in de bodem. Diepinfiltratie Bij diepinfiltratie wordt het hemelwater geïnfiltreerd in het 1e watervoerende pakket of lager. Er wordt een verticale leiding in de bodem geplaatst, die door de eerste ondoordringbare laag (kleilaag) heen gaat. In dit gedeelte, het freatisch vlak, is de buis waterdicht. De buis eindigt in het 1e watervoerende pakket en is hier geperforeerd, zodat het hemelwater vanuit de buis kan infiltreren. De lengte van de buis zorgt voor een waterkolom die het water de bodem in drukt. Dit is een nog relatief nieuw systeem dat sinds eind november 2005 in Nederland wordt toegepast (gemeente Rijssen). 19
5.1.3 Afvoer naar oppervlaktewater Directe lozing Bij een directe lozing wordt het hemelwater van het verharde oppervlak direct afgevoerd naar het oppervlaktewater. Lamellenafscheider Een lamellenafscheider onttrekt de verontreinigingen aan het water op basis van het soortelijk gewicht van de stoffen. Minerale oliën en slib- en zanddeeltjes drijven op of bezinken, waarna ze via de lamellen worden afgescheiden van het water. Figuur 5.1: Lamellenafscheider Bezinkvoorziening Een bezinkvoorziening is een bassin waarin het geloosde hemelwater tot stilstand komt, waardoor de vaste delen en slibdeeltjes kunnen bezinken. Een teveel aan water komt via de overloop op de nevenliggende watergang terecht. Een bezinkvoorziening is zowel ondergronds als bovengronds mogelijk. Bovengronds is eventueel een ecologische inrichting mogelijk, zoals moerasplanten en helofyten. VGS Bij het verbeterd gescheiden stelsel (VGS) wordt het water dat aan het begin van een bui het systeem instroomt afgevoerd naar de afvalwaterzuivering. Dit water bevat de meeste verontreinigingen en wordt de first-flush genoemd. Het resterende water wordt bij grotere neerslag ongezuiverd op het oppervlakte water geloosd. 5.2 Bronmaatregelen Het gebruik van niet uitlogende dakmaterialen Omdat niet-uitlogende dakmaterialen zoals kunststof, aluminium, hout en vegetatie minder verontreinigingen afgeven aan het hemelwater kan het water dat afkomstig is van deze daken direct worden afgevoerd naar het grond- of oppervlaktewater en daarnaast zorgt voor verontreiniging van de waterbodem (bagger). Vegetatiedak Een dakbedekking van vegetatie (kruiden, grassen of mos) zorgt ervoor dat er maximaal 60% van het hemelwater tot afstroming komt. Een laag substraat op het dak houdt het water vast, zodat het water uiteindelijk door de vegetatie wordt opgenomen en verdampt. Figuur 5.2: vegetatiedak Halfverharding Bij halfverhardingen zijn er openingen in de bestratingselementen aangebracht waardoor het water kan wegzakken in de bodem. In deze openingen is meestal gras of grind aanwezig. Halfverhardingen worden in dit onderzoek gerekend tot bronmaatregelen en niet tot de afkoppelsystemen die het hemelwater afvoeren. Halfverhardingen infiltreren alleen het hemelwater dat op de halfverharding terecht komt of van de naastliggende verharding. In tegenstelling tot de afkoppelsystemen wordt halfverharding doorgaans niet gebruikt als inzamelpunt voor afstromend hemelwater van de daken en straten Figuur 5.3: Halfverharding in de omgeving. 20
Benutting van hemelwater Het benutten van hemelwater kan o.a. gebeuren met behulp van een regenton of een benuttinginstallatie. Deze voorzieningen vangen het hemelwater op dat van de daken komt. Het water kan gebruikt worden voor het wassen van de auto en de ramen, tuinbesproeiing en het schoonmaken van het terras. In dit rapport wordt verder niet ingegaan op de benutting van regenwater, omdat het gebruik van grijswater niet gestimuleerd wordt. 21
6 Gebiedsbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de Gemeente Heemstede een beschrijving gegeven van de bodemopbouw en de (grond)-waterstromen (Wareco, 2005) en worden enkele kentallen gegeven over de Gemeente Heemstede. 6.1 Kentallen over Gemeente Heemstede Heemstede is een groene gemeente en is gelegen in het zuidwesten van de provincie Noord-Holland. Binnen de gemeentegrenzen ligt een gebied met een oppervlakte van 965 ha. Heemstede heeft 26.058 inwoners (Begroting 2011, prognose 2010 t/m kadernota). Van de totale oppervlakte van de gemeente is ca. 21% verhard oppervlak dat aangesloten is op de riolering (1999). Dit verhard oppervlak bestaat uit zowel verhard als halfopen wegoppervlak, alsmede uit dakoppervlak. Verder bestaat ca. 13,2% van Heemstede uit openbaar groen, waaronder plantsoenen, wandelbos en de begraafplaats. Heemstede heeft ook enkele watergangen en waterpartijen die samen rond de 4,5 % van de totale oppervlakte van de gemeente innemen (zie tabel 6.1). Tabel 6.1: Overzicht van het landgebruik binnen Gemeente Heemstede Overzicht landgebruik binnen gemeente Heemstede Opp. (ha) Totale oppervlakte Gemeente Heemstede 965 % van tot. Verhard oppervlakte aangesloten op riolering (Basisrioleringsplan 1999) 199,5 20,7 Open wegoppervlak 79,3 8,2 Gesloten wegoppervlak 30,1 3,1 Dakoppervlak 90,1 9,3 Openbaar groen (Begroting 2010) 127 13,2 Wandelplaatsen en plantsoenen 41 4,2 Wandelbos 76 7,9 Begraafplaats 10 1,0 Watergangen 43,2 4,5 22
6.2 Gevolgen van bodemopbouw en geohydrologie voor afkoppelmogelijkheden Conform Waterbeheer 21 e eeuw (vasthouden, bergen, afvoeren) verdient het afkoppelen van verhard oppervlak in combinatie met infiltreren in de bodem de voorkeur boven het rechtstreeks afvoeren naar het oppervlaktewater. Door afkoppelen, waar mogelijk, te combineren met infiltreren in de bodem wordt gebruik gemaakt van de bergingscapaciteit in de bodem voor zover beschikbaar. Hierdoor vindt een vertraging van de afvoer naar het open water plaats. Het gevolg is dat het bergend vermogen oppervlaktewatersysteem beter wordt benut. Daarnaast geldt dat door afkoppelen tevens een afvlakking van de piekbelasting van de RWZI plaatsvindt en er minder riooloverstortingen optreden. Door de riooloverstortingen staat de kwaliteit van het oppervlaktewater onder druk. Vooral in het centrum van Heemstede levert het afkoppelen een bijdrage aan de waterkwaliteit, doordat het aantal riooloverstortingen vermindert. Door de unieke ligging van Heemstede tussen strandwallen en poldergebied heeft dit gebied een complex stromingspatroon van grondwater (zie figuur 6.2). In de bodem hebben we hier te maken met grofweg vier grondwaterstromingen waar rekening mee gehouden moet worden; het freatisch grondwater 4, het diepe grondwater, kwel en infiltratie. Een uitgebreide beschrijving van de bodemopbouw, geohydrologie en het water binnen Heemstede bevindt zich in bijlage 2. Figuur 6.1: Geohydrologische dwarsdoorsnede van het gebied rond Heemstede In gebieden waar de ontwaterdiepte in het algemeen meer dan 1,0 m bedraagt en sprake is van een zandbodem, behoort het afkoppelen van verhard oppervlak en het infiltreren van regenwater tot de mogelijkheden. Als gevolg van infiltratie gaat de grondwaterstand ter plaatse stijgen. Infiltratie mag echter niet tot grondwateroverlast leiden. Bij het ontwerp van infiltratievoorzieningen dienen derhalve (rand)voorzieningen te worden opgenomen die garanderen dat door infiltratie de grondwaterstand niet hoger kan stijgen dan 0,7 m beneden maaiveld. Dit betekent dat de infiltratievoorzieningen voorzien dienen te zijn van een overstort naar bijvoorbeeld een afvoerleiding en/of dat afkoppelen en infiltreren in combinatie met drainage moet worden uitgevoerd. 4 Freatisch grondwater: het freatisch grondwater is het water direct onder het maaiveld. 23
In het zuiden van Heemstede zijn in het algemeen zeer goede mogelijkheden voor infiltratie. Door hogere grondwaterstanden, met name in de winterperiode, zijn de mogelijkheden voor infiltratie op de strandwal in Heemstede-noord, ten noorden van de Kerklaan, geringer. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen waar infiltreren, eventueel in combinatie met drainage, in Heemstede op geohydrologische gronden kan worden toegepast. Hierbij is geen rekening gehouden met de kwaliteit van het te infiltreren regenwater. 24
7 Stand van zaken 7.1 Inleiding Gemeente Heemstede vanaf 1999 bezig met het afkoppelen van hemelwater van het gemengd riool (DWA). In het kader van de basisinspanning is er een afspraak gemaakt met het Hoogheemraadschap van Rijland om in 2010 10% van het verhard oppervlak afgekoppeld te hebben. Op dit moment (2010) is ca. 10,59% van het verhard oppervlak afgekoppeld (zie tabel 7.1). Dat betekent dat we onze afspraak zijn nagekomen. Tabel 7.1: Verhard oppervlak afgekoppeld tot en met 2010 Jaar Reeds afgekoppeld tot en met 2010 aantal m2 % % cumulatief 1999/2000 Wijk ten zuiden van de Zandvoortselaan 18.300 0,92 0,92 2001/ Spoorplein e.o. 3.200 0,16 1,08 2002/ Wijk ten noorden van de Zandvoortselaan 26.320 1,32 2,40 2002/ Sportparklaan, fiets en voetpaden 2.000 0,10 2,50 2002/2004 Geleerdenwijk 36.080 1,81 4,31 2005 Jan van Goyenstraat 7.900 0,40 4,70 2005/2006 Componistenwijk, fase 1 + 2 32.000 1,60 6,31 2005/ Sportparklaan, parkeerterrein 6.458 0,32 6,63 2005 Lanckhorstlaan, voet- en fietspaden 6.300 0,32 6,95 2005/2006 Provinciënwijk, fase 1 6.400 0,32 7,27 2006/2007 Blekersvaartweg 6.600 0,33 7,60 2007/ Dr. Schaepmanlaan e.o. 5.700 0,29 7,88 2007/ Van Merlenlaan en omgeving Raadhuis 4.500 0,23 8,11 César Francklaan (fietspaden en versmalling 2009/2010 rijbaan) 6.800 0,34 8,45 2009/ Componistenwijk, fase 3 6.800 0,34 8,79 2010/ Provinciënwijk, fase 2 straatoppervlak 11.300 0,57 9,36 2007/2010 Stationsomgeving (Vogelpark) 11.500 0,58 9,94 2006/2010 Plan Watertoren 13.000 0,65 10,59 Totaal afgekoppeld 211.158 7.2 Terugblik op afkoppelprojecten Veel wijken in Heemstede zijn inmiddels afgekoppeld. Vanaf 1999 zijn er heel wat afkoppelprojecten gevolgd. De verplichting om in 2010 10% van het verhard oppervlak van het vuilwaterriool afgekoppeld te hebben, is nagekomen. Veel van het afkoppelen is gebeurd in combinatie met rioolvervangingswerkzaamheden. Het combineren van werken zorgt ervoor dat de kosten voor afkoppelen beperkt worden en dat ongemak voor burgers beperkt wordt doordat de straat eenmalig moet worden opgebroken. De straten die zijn afgekoppeld, hebben een lage verkeersintensiteit of zijn voet en / of fietspad. De straten konden om die reden volgens de toemalige regelgeving afgekoppeld worden zonder een zuiveringsvoorziening aan te leggen. Later zijn zuiveringsvoorzieningen (lamellenscheiders) toegepast. Het afkoppelen van straatoppervlak brengt verantwoordelijkheden voor zijn gebruikers met zich mee. Verontreinigingen van het straatoppervlak die bij traditioneel op het vuilwaterriool aangesloten straatkolken afgevoerd worden naar de rioolwaterzuivering, worden nu direct naar het oppervlakte- en / of grondwater getransporteerd. Als voorbeeld zijn er hondenpoep en het sop van een autowasbeurt op straat. Deze stoffen spoelen zo de sloot in, waar ze zorgen voor tal van problemen. Het is daarom 25
van belang dat mensen op de hoogte worden gesteld van de zaken die niet meer mogen, welke nog wel mogen wanneer een straat is afgekoppeld en dat deze informatie jaarlijks wordt herhaald. Het met regelmaat informeren van bewoners houdt het feit dat de straat is afgekoppeld actueel, waardoor men er meer rekening mee houdt. In bijlage 4 is op de afkoppelkaart aangegeven waar verhard gebied is afgekoppeld tot en met 2010. 26
Verklarende woordenlijst Afkoppelen Neerslag dat op verhard oppervlak valt kan afgevoerd worden naar het rioolstelsel of naar het oppervlaktewater. In het verleden is zoveel mogelijk neerslag via (dak)goten en kolken afgevoerd naar de riolering. Deze situatie brengt problemen met zich mee, zoals het overstorten van rioolwater op het oppervlaktewater bij hevige regenval en dun water op de rioolwaterzuivering, wat niet ten goede komt aan de werking van de zuivering. Wanneer het hemelwater direct naar het oppervlaktewater afgevoerd wordt of direct in de bodem gebracht wordt spreekt men van afkoppelen. Basisinspanning Zie bijlage 1. Basisveen: Bovenste watervoerend pakket: DWA Dun water Eerste watervoerend pakket: Het Basisveen is een veenlaag die op sommige plekken in de bodem voorkomt in West- en Noord-Nederland, Vlaanderen en het Noordzeegebied, zoals de Doggersbank. Het ligt direct op het Pleistocene zand en wordt alleen onderscheiden onder de Naaldwijk Formatie. Het basisveen werd gevormd in de tijdvakken Boreaal en Atlanticum, die volgden op de laatste ijstijd. Watervoerend pakket direct onder het maaiveld (ook wel freatisch pakket of ophooglaag) Droogweerafvoer: vuilwaterriool Met dun water wordt rioolwater verdund met regenwater bedoeld. Wanneer er dun water op de rioolwaterzuivering komt, betekent dit dat er veel maar weinig vervuild water de rioolwaterzuivering bereikt. De rioolwaterzuivering zuivert het water beter wanneer er minder, maar meer vervuild water binnenkoment. Watervoerend zandpakket onder het waterscheidende (afdekkend) pakket. Emissiespoor Zie bijlage 1. Freatisch grondwater:: Freatisch pakket Formatie van Calais: GRP Holocene afzettingen: Freatisch grondwater is grondwater dat boven op een eerste slecht doorlatende bodemlaag (bijvoorbeeld klei) staat in relatief goed-doorlatende grond. Het eerste grondwater dat men tegenkomt wanneer men gaat graven, is freatisch. Zie Bovenste watervoerend pakket De oude blauwe zeeklei of formatie/afzettingen van Calais is een laag klei in de ondergrond van West- en Noord- Nederland en het Westen van Vlaanderen evenals de lage delen van Frankrijk. Naast de oude blauwe zeeklei bestaat ook jonge zeeklei, deze werd later gevormd. Gemeentelijk rioleringsplan Het Holoceen, vroeger ook Alluvium genoemd, is de naam 27
van het geologische tijdvak van 11.000 jaar geleden tot nu. Holocene afzettingen zijn afzettingen die zijn afgezet gedurende het Holoceen. HWA Hollandveen: MTR-norm Prioritaire stoffen RWZI Wadzandpakket: Hemelwaterafvoer Het Hollandveen is een laagpakket in de Nederlandse ondergrond, die het grootste gedeelte van het veen aan het oppervlak in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland bevat. Het bestaat uit laagveen, zoals bosveen en rietveen, en verdronken hoogveen, voornamelijk mosveen. Maximaal toelaatbaar risico. De MTR-waarde is de minimale eis waar de waterkwaliteit aan moet voldoen. Nederlandse prioritaire stoffen zijn stoffen die op de Nederlandse prioritaire-stoffenlijst zijn geplaatst. Deze stoffen zijn geselecteerd omdat ze vanwege hun gevaarseigenschappen, emissies en/of mate van voorkomen in het milieu een meer dan verwaarloosbaar risico voor mens en/of milieu meebrengen of in het nabije verleden meebrachten. De meeste stoffen die op de Nederlandse prioritaire-stoffenlijst staan, zijn afkomstig van internationale (prioritaire-)stoffenlijsten. Rioolwaterzuiveringsinstallatie Het relatief goed doorlatend pakket zand tot kleiige zand pakket onder de bovenste scheidende laag. Op locaties waar de bovenste scheidende laag ontbreekt vormt het wadzandpakket één watervoerend pakket met het freatisch pakket. 28
Geraadpleegde literatuur Gemeente Heemstede (2010); begroting 2010, programmabegroting. Gemeente Heemstede (gepland vaststelling maart 2011): VGRP+ Heemstede 2011-2015: Witteveen en Bos. Hoogheemraadschap van Rijnland (2007); Strategienota en programmering Kaderrichtlijn Water. Rioned (2005), Leidraad Riolering Oranjewoud (1999); Definitief basisrioleringsplan Gemeente Heemstede. Tauw (2003), Beslisboom aan- en afkoppelen verharde oppervlakken 2003, Werkgroep Riolering West-Nederland (wrw) Wareco (2005); Grondwaterbeheerplan Heemstede VNG (2007); Van rioleringszaak naar gemeentelijke watertaak: De wet gemeentelijke watertaken toegelicht. Van Wingerden, M. M. (2006); Delftlands voorkeur voor afkoppelsystemen. Hoogheemraadschap van Delftland. Werkgroep Riolering West-Nederland en Werkgroep Waterkwaliteit West-Nederland (2002); Tweede Rioleringsnota, Verkorte versie Internetsite Gemeente Heemstede: www.heemstede.nl Internetsite RioNed: www.riool.net Internetsite Hoogheemraadschap van Rijnland: www.rijnland.net Internetsite Hoogheemraadschap van Delftland: www.hhdelftland.nl 29
Bijlage I: Basisinspanning en emissiespoor Basisinspanning Om de effecten van riooloverstorten op de waterkwaliteit te verminderen is in het begin van de jaren 90 gekozen voor een 2-sporenaanpak. Via een zogenaamde basisinspanning dienen rioolsystemen in overeenstemming te worden gebracht met een zogenaamd referentiestelsel. In het algemeen betekent de basisinspanning dat de capaciteit van het rioolstelsel wordt vergroot waardoor een generieke reductie van het aantal overstortingen wordt bereikt. Om vervolgens te bereiken dat het betreffende oppervlaktewater aan de waterkwaliteitsdoelstelling voldoet, dienen waar nodig aanvullende maatregelen te worden genomen. Hierbij dienen ook andere bronnen en oplossingsrichtingen gemotiveerd in beschouwing te worden genomen. Dit wordt ook wel waterkwaliteitsspoor genoemd. Door de CUWVO (Coördinatiecommissie Uitvoering Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren) is voor het bestaande gemengde rioolstelsel de basisinspanning als volgt omschreven: De basisinspanning wordt gedefinieerd als (de vuillozing van) een rioolstelsel met een berging van 7 mm en een pompovercapaciteit van 0,7 mm/h, aangevuld met 2 mm berging in bergbezinkbassins achter elke overstort. De basisinspanning is uitdrukkelijk bedoeld als een referentie voor een bepaalde vuiluitworp en niet als middelvoorschrift. Dit betekent dat, afhankelijk van de lokale omstandigheden, op grond van technische of financiële overwegingen kan worden gekozen voor een combinatie van alternatieve maatregelen aan het afvalwatersysteem. Uitgangspunt dient te zijn dat bij deze maatregelen zowel de jaarals piekemissies overeenkomen met, of kleiner zijn dan de emissies van de gedefinieerde basisinspanning. Emissiespoor In het emissiespoor worden de maatregelen bepaald die getroffen moeten worden om de vuilemissie te reduceren tot een zeker niveau, de zogeheten basisinspanning. Echter de nog resterende vuillozing zou plaatselijk toch nog een te zware belasting kunnen betekenen voor het ontvangende oppervlaktewater. In het waterkwaliteitsspoor nu wordt beoordeeld of de basisinspanning voldoende is om ook (plaatselijk) de gewenste waterkwaliteit te behalen. Leidt de basisinspanning echter niet tot een acceptabele waterkwaliteit, dan zijn aanvullende maatregelen nodig. Aanvullende maatregelen kunnen worden onderverdeeld in brongerichte maatregelen en effectgerichte maatregelen. De waterkwaliteitsbeheerder voert een beleid dat zich in eerste instantie richt op sanering aan de bron. Overige maatregelen zijn gericht op de riolering en overstorten, zoals verbetering beheer rioolstelsel, vergroten bergingscapaciteit, verbetering functioneren rioolstelsel, verplaatsen overstortlocaties, real time control en vergroten pompovercapaciteit. Ook kunnen maatregelen worden getroffen in het ontvangende oppervlaktewatersysteem. Het is de taak van de waterkwaliteitsbeheerder om aan te tonen dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Hiervoor voert de waterbeheerder, nadat de maatregelen in het kader van de basisinspanning zijn bepaald, eerst de waterkwaliteitsspoortoets uit. Hiervoor is een uitgebreid modelinstrumentarium ontwikkeld. Alle oppervlaktewateren in Nederland moeten voldoen aan minimale eisen voor hygiëne en een evenwichtige ontwikkeling van flora en fauna. Om de waterkwaliteit te toetsen, zijn landelijke normen voor fysisch-chemische waterkwaliteitsparameters ontwikkeld. In de Vierde Nota Waterhuishouding wordt onderscheid gemaakt tussen korte- en lange termijn waarden. Op de korte termijn moet worden voldaan aan de minimumkwaliteit. De gehalten van verontreinigende stoffen in water en waterbodem voldoen dan ten minste aan het maximaal toelaatbare risico (MTR). Voor de langere termijn gelden streefwaarden (verwaarloosbaar risiconiveau VR). Zo is bijvoorbeeld de grenswaarde voor zuurstof in stadswateren (3 mg/l) een minimale waterkwaliteitsdoelstelling voor het waterkwaliteitsspoor, tenzij specifieke functies aan het water zijn toegekend. Voor de beoordeling van de effecten van de modeltoetsinstrumenten is afgesproken een toetswaarde van 3 mg/l voor zuurstof te hanteren (wrw en www 2002). 30
Bijlage II Bodemopbouw, geohydrologie en water Bodemopbouw en geohydrologie Heemstede is gelegen achter de binnenduinen. Vanaf de binnenduinrand, globaal de westelijke gemeentegrens van Heemstede, worden direct beneden maaiveld of beneden het ophoogmateriaal Oude Duin- en strandzanden aangetroffen in de vorm van strandwallen. Dit pakket betreft het freatisch watervoerend pakket. Het freatisch watervoerend pakket is het watervoerend pakket direct onder het maaiveld. Ingesloten in de Oude Duin- en Strandzanden wordt in een groot deel van Heemstede een relatief ondiepe veenlaag aangetroffen. Plaatselijk wordt ook een kleilaag aangetroffen (zie figuur III.1). Onder het Hollandveen en de Oude Duin- en strandzanden ligt een wadzandpakket van 10 tot 15 meter. Figuur III.1: Vereenvoudigde geologische kaart van Heemstede De geologische opbouw in Heemstede wordt gekenmerkt door Holocene afzettingen op de onderliggende Pleistocene pakketten. In de geohydrologische literatuur wordt het Holocene pakket aangeduid als deklaag en de diepere watervoerende pakketten als eerste tot en met vierde watervoerend pakket. De Holocene deklaag ter plaatse van Heemstede wordt verder onderverdeeld in twee afzonderlijke watervoerende pakketten (Wareco (2005)). Ophoogmateriaal en Oude Duin- en Strandzanden (circa NAP tot NAP -1 m) Vanaf de binnenduinrand, globaal de westelijke gemeentegrens van Heemstede, worden direct beneden maaiveld of beneden het ophoogmateriaal Oude Duin- en Strandzanden aangetroffen in de vorm van Strandwallen Dit pakket betreft het freatisch watervoerend pakket. De dikte bedraagt gemiddeld minder dan één meter in de poldergebieden en circa twee à drie meter in het stedelijk gebied van Heemstede. De 31
doorlaatfactor (k-waarde) van dit pakket bedraagt ter plaatse van het stedelijk gebied circa 0,5 tot 5 m per dag. Lokaal kunnen door verstoringen (puin, klei) sterke afwijkingen van de doorlatendheid optreden. Hollandveen (circa NAP -1 tot NAP -2 à 3 m) Ingesloten in de Oude Duin- en Strandzanden wordt in het groot deel van Heemstede een relatief ondiepe veenlaag aangetroffen, het zogenaamde Hollandveen. De dikte van het veenpakket bedraagt ter plaatse van Heemstede gemiddeld circa één meter. Plaatselijk wordt naast veen tevens een kleilaag aangetroffen. Het Hollandveen is op veel locaties vergraven door bijvoorbeeld rioolaanleg of grondverbetering ter plaatse van de woningen. De afwezigheid van het Hollandveen kan zowel een natuurlijke oorzaak hebben als door menselijk handelen zijn veroorzaakt. Ter plaatse van de strandwal van Heemstede is de veenlaag van nature vrijwel geheel afwezig. Het Hollandveen wordt geohydrologisch aangeduid als de bovenste scheidende laag. De hydraulische weerstand bedraagt maximaal circa 600 dagen. Daar waar de bovenste scheidende laag ontbreekt, is er sprake van direct hydraulisch contact tussen het freatisch- en wadzandpakket. Wadzanden (NAP -2 tot circa NAP -18 à -20 m) Onder het Hollandveen of direct onder de Oude Duin- en Strandzanden wordt een sterk horizontaal gelaagd wadzandpakket aangetroffen. De dikte van het wadzandpakket bedraagt in Heemstede circa 10 tot 15 meter. Het wadzandpakket is zeer heterogeen van opbouw, met meer zandige en meer kleiige delen. Het wadzandpakket heeft een gemiddelde horizontale doorlaatfactor van circa 2 à 5 meter per dag ter plaatse van Heemstede-Noord. Gezien de zeer heterogeene opbouw varieert de horizontale doorlatendheid en de verticale weerstand van het wadzandpakket ruimtelijk sterk. Van het zuidelijk deel van Heemstede zijn weinig gegevens bekend over het wadzandpakket. Formatie van Calais/Basisveen (circa NAP -18 m tot NAP -20 m) De onderzijde van het Holocene pakket wordt gevormd door de Formatie van Calais en plaatselijk het Basisveen. De dikte van deze slecht doorlatende laag kan variëren van 0 tot 5 meter. Ter plaatse van de gemeente Heemstede zijn slechts beperkte gegevens beschikbaar. De basis van het pakket bevindt zich op circa NAP -20 m. Langs de Leidsevaart wordt deze scheidende laag mede gevormd door een met klei gevulde geul (Klei van Haarlem). De laag reikt hier tot een diepte van NAP -30 m en heeft daarbij een dikte van meer dan 15 meter. In het zuidelijk deel van Heemstede ontbreekt de scheidende laag aan de basis van het Holoceen geheel of gedeeltelijk. De weerstand van de scheidende laag bedraagt daar waar aanwezig, volgens gegevens uit de literatuur, circa 2.500 dagen per meter dikte. Eerste watervoerend pakket (circa NAP -20 m tot NAP -60 m) Het eerste watervoerend pakket wordt gevormd door de zandige Formaties van Twente en de afzettingen van de Eem Formatie. Er bevind zich plaatselijk een scheidende laag binnen het eerste watervoerend pakket. Op basis van literatuurgegevens bedraagt de doorlatendheid in de top van het eerste watervoerend pakket circa 35 à 40 m per dag. De doorlaatfactor in de basis van het eerste watervoerend pakket ligt op circa 35 à 50 m per dag. Oppervlaktewater In het stedelijk gebied van Heemstede bevinden zich voornamelijk kunstmatig aangelegde sloten en waterpartijen, welke beheerst worden op het boezempeil van NAP -0,60 m. Het boezempeil is een streefpeil. Lokaal kunnen, bedoeld of onbedoeld, tijdelijke afwijkingen in het oppervlaktewaterpeil optreden (Wareco, 2005). 32
Het water rond de Sportvelden aan de Sportparklaan bevindt zich in een onderbemalen polder. De watergangen rond de Cruquiusweg en nabij de Fazantenlaan hebben eveneens een lager oppervlaktewaterpeil. Dit water staat niet in verbinding met de boezem. Het lage waterpeil wordt veroorzaakt door de lage grondwaterstanden ter plaatse. Ten zuidoosten van Heemstede, tussen het Heemsteeds Kanaal (NAP -0,60 m) en de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder (NAP -0,60 m) bevindt zich een weidegebied met eveneens een beheerst oppervlaktewaterpeil van circa -0,60 m. Ten oosten van Heemstede bevindt zich de Haalemse wijk Schalkwijk, die aan de oostzijde ook grenst aan de Haarlemmermeerpolder. De Haarlemmermeerpolder heeft diverse peilvakken, variërend van circa NAP -4,50 m tot NAP -6,50 m. Grondwater Algemeen De grondwaterstroming in Heemstede is afhankelijk van diverse regionale en lokale factoren. Ten eerste wordt de stijghoogte van de verschillende watervoerende pakketten en het stromingspatroon bepaald door de relatief grote regionale en lokale verschillen in de maaiveldhoogte van duingebied en de strandwal tot aan de Haarlemmermeerpolder (Wareco, 2005). Door de unieke ligging van Heemstede tussen strandwallen en poldergebied heeft dit gebied een complex stromingspatroon van grondwater. In de bodem hebben we hier te maken met grofweg vier grondwaterstromingen waar rekening mee gehouden moet worden; het freatisch grondwater, het diepe grondwater, kwel en infiltratie. Het freatisch grondwater is het water direct onder het maaiveld. Het freatisch grondwater varieert in Heemstede tussen 0,20 m + NAP tot 1,40 m NAP. Het noordwesten van de gemeente heeft een hogere grondwaterstand dan het zuidwesten. Het diepe grondwater bestaat uit het Wadzandpakket (NAP -1 m tot circa NAP -18m à -20m) en het Eerste watervoerende pakket (circa NAP -20 m tot NAP -60 m). Infiltratiezones zijn gebieden waar het water uit het freatisch pakket naar de diepere watervoerende pakketten stroomt. Globaal kan worden aangehouden dat ten oosten van de Heemsteedse Dreef en ten zuiden van de Kerklaan vrijwel permanent sprake is van infiltratie vanuit het freatisch pakket naar de diepere watervoerende pakketten. Kwel is het tegenovergestelde van infiltratie. Bij kwel komt grondwater uit de diepere lagen naar de oppervlakte. Heemstede ontvangt voornamelijk kwel vanuit de waterstromen uit het duingebied. Een geringe mate van kwel komt vanuit de boezemwateren. De freatische grondwaterstand wordt bepaald door een hydrostatisch evenwicht van de onderstaande stromingscomponenten (waterbalans): - Voeding door de netto neerslag en afstroming van neerslagwater naar de ontwateringsmiddelen (sloten en/of drainage) - Kwel vanuit diepere watervoerende lagen (wadzand en/of eerste watervoerende pakket) naar de ontwateringsmiddelen in het freatisch watervoerend pakket. - Wegzijging van infiltrerend neerslagwater en/of oppervlaktewater naar diepere watervoerende lagen. - Horizontale toe- en afstroming binnen alle watervoerende lagen. De freatische grondwaterstanden en stijghoogten in de diepere watervoerende lagen variëren gedurende het jaar, omdat de stromingscomponenten voortdurend wijzigen ten gevolge van neerslag, verdamping, onttrekkingen, de beperkte variatie in het boezempeil en de niet geregelde oppervlaktewaterpeilen in de omgeving. De freatische grondwaterstand in Heemstede is hierbij het resultaat van lokale (snelle) en regionale (trage) stromingscomponenten en de aanwezige weerstandslagen in de ondergrond. 33
Grondwaterstromen In deze paragraaf worden grondwaterstanden en stijghoogten beschreven die in Heemstede globaal van west naar oost optreden. Eerste watervoerend pakket (circa NAP -20 m tot NAP -60 m) De grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket is overwegend oost tot zuidoostelijk gericht van het duingebied naar de Haarlemmermeerpolder. De stijghoogte in het eerste watervoerend pakket varieert in het noordwesten van Heemstede (Zandvoorter Allee) van NAP -0,60 m in de zomer tot NAP -0,20 m in de winter. Aan de oostzijde van Heemstede (nabij Het Oude Slot) wordt verwacht dat de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket ciraca NAP -2,00 m bedraagt. Hier zijn echter geen metingen van bekend. Wadzandpakket (circa NAP -1 m tot NAP -18 à -20 m) De stijghoogte in het wadzandpakket varieert in het noordwesten van Heemstede (Zandvoorter Allee) van NAP -0,60 m in de zomer tot maximaal NAP +0,10 m in de winter. De stijghoogte aan de oostzijde van de strandwal (Julianaplein) varieert van NAP -0,75 m in de zomer tot NAP +0,05 m in de winter. Aan de oostzijde van Heemstede (nabij Het Oude Slot) varieert de stijghoogte in het wadzandpakket van NAP -1,40 m in de zomer tot NAP -0,50 m in de winter. In het stromingspatroon is een grotere ruimtelijke variatie te zien dan in het eerste watervoerend pakket door de grotere invloed van het oppervlaktewater. Freatisch grondwater De freatische grondwaterstand varieert in het noordwesten van Heemstede (Zandvoorter Allee) van NAP -0,60 m tot circa NAP +0,20 m. Gedurende het jaar is hier permanent sprake van een opbolling van de freatische grondwaterstand tussen de waterlopen door voeding van neerslag en kwel. Aan de oostzijde van de strandwal (Julianaplein) varieërt de freatische grondwaterstand van NAP -0,60 m tot circa NAP +0,05 m. Ook hier is gedurende het jaar sprake van een opbolling van de grondwaterstand tussen de waterlopen. Aan de oostzijde van Heemstede (nabij Het Oude Slot) varieert de freatische grondwaterstand van circa NAP -1,30 m in de zomer tot NAP -0,45 m in de winter. In het oosten van Heemstede is de freatische grondwaterstand overwegend lager dan het boezempeil. Kwel en infiltratie Uit de metingen van de grondwaterstanden en stijghoogten in Heemstede zijn kwel- en infiltratiezones te onderscheiden. De omvang van de kwel- en infiltratiezones, alsmede de grootte en richting van de verticale waterstromen fluctueren gedurende het jaar, mede door een sterke seizoensgebonden natuurlijke fluctuatie van de stijghoogte in het eerste watervoerend pakket. Een kwelstroom naar de ontwateringsmiddelen ontstaat wanneer de stijghoogte van de diepere watervoerende pakketten hoger is dan het boezempeil. Doordat echter ook voeding door neerslag en zijdelingse toestroming optreedt, ontstaat tussen de waterlopen een hogere grondwaterstand dan het boezempeil (opbolling). Hierdoor is rondom de waterlopen een hogere kweldruk aanwezig. In het noordelijk deel van Heemstede, globaal tot aan de Heemsteedse Dreef, is gedurende een deel van het jaar sprake van een kwelstroom vanuit het eerste watervoerende pakket naar het wadzandpakket en vanuit het wadzandpakket naar het freatisch pakket. Binnen dit gebied is in de omgeving van de Leidsevaart en Bloemenbuurt gedurende het grootste deel van het jaar sprake van kwel. Verder naar het oosten, ter plaatse van de hoger gelegen strandwal, is alleen in de winter sprake van kwel vanuit het eerste watervoerend pakket naar het wadzand- en freatisch pakket, met name geconcentreerd rond de ontwateringsmiddelen. Aan de oostzijde van de strandwal (omgeving Julianaplein) is incidenteel sprake van kwel in de winter. In zuidelijke richting neemt de kweldruk eveneens af. In de Geleerdenwijk is overwegend sprake van infiltratie. 34
Globaal kan worden aangehouden dat ten oosten van de Heemsteedse Dreef en ten zuiden van de Kerklaan vrijwel permanent sprake is van infiltratie vanuit het freatisch pakket naar de diepere watervoerende pakketten. 35
Bijlage III: Gebieden met aandacht voor grondwateroverlast en gebieden geschikt voor infiltratie 36
Bijlage IV: Afkoppelkaart 37