Marc Castermans Gerechtelijk Privaatrecht algemene beginselen, bevoegdheid en burgerlijke rechtspleging ACADEMU PRESS
INHOUD Inhoud BOEKDKEL I: AEGEMENE BECINSEEEN 1 1. Toepassingsgebied van het Gerechtelijk Wetboek 3 1.1 Algemeen 3 1.2 Art. 2 Ger.Wb. en straf-, tuchtprocedures en het administratief contentieux 4 2. Temporele werking 7 2.1 Algemeen 7 2.2 Temporele werking van de wetten van de rechterlijke organisatie 9 2.3 Temporele werking van de wetten inzake bevoegdheid 10 2.4 Temporele werking van de wetten op de rechtspleging 13 3. Het verbod van rechtsweigering 15 4. Het verbod om uitspraak te doen bij wege van algemene en als regel geldende beschikking 17 5. Het verbod van overdracht van rechtsmacht 18 6. De rechtsvordering 19 6.1 Algemeen 19 6.2 Ontvankelijkheid van de rechtsvordering 20 6.3 Andere gronden van niet-ontvankelijkheid 33 6.4 De vorderingen in rechte 35 7. Vonnissen en arresten 44 7.1 Algemeen 44 7.2 Eindbeslissingen 45 7.3 Beslissingen alvorens recht te doen 46 7.4 Gemengde beslissingen 46 7.5 Beslissingen of maatregelen van inwendige aard 47 8. Het rechterlijk gewijsde 47 8.1 Begripsomschrijving 47 8.2 Welke beslissingen kunnen bekleed zijn met het gezag van gewijsde? 49 8.3 Welke delen van de beslissing zijn bekleed met het gezag van gewijsde? 50 8.4 Relatief karakter van het gezag van gewijsde en de werking van de rechterlijke beslissingen naar derden toe 51 8.5 Het gezag van gewijsde en de kracht van gewijsde 53 9. Aanhangigheid, samenhang en onsplitsbaarheid 53 9.1 Aanhangigheid 53 9.2 Samenhang 55 9.3 Onsplitsbaarheid 56
INHOUD 10.De termijnregeling 58 10.1 Toepassingsgebied 58 10.2 Verval- en wachttermijnen 58 10.3 Bepaling van de termijn 59 10.4 Verlenging of verkorting van termijnen 59 10.5 Berekening van de termijnen 62 10.6 Sanctieregeling 66 BOEKDEEE 11: BEVÜEGDI-1EI1) 67 Hoofdstuk 1: Algemene beginselen 69 1. Onderscheid tussen bevoegdheid en rechtsmacht 69 2. De materiele bevoegdheid 71 2.1 Algemene beginselen 71 2.2 De componenten van de materiele bevoegdheid 73 3. Territoriale bevoegdheid 78 3.1 Algemeen 78 3.2 Het verstek van de verweerder 80 4. Tegenvordering, vordering in tussenkomst, samenhang en aanhangigheid 81 4.1 Tegenvorderingen 81 4.2 Vorderingen in tussenkomst 84 4.3 Aanhangigheid 85 4.4 Samenhang 86 Hoofdstuk 2: De bevoegdheidsregeling 88 I. De materiele bevoegdheid 88 1. De rechtbank van eerste aanleg 88 1.1 Volheid van bevoegdheid 88 1.2 De uitsluitende bevoegdheden 90 2. De rechtbank van koophandel 101 2.1 De algemene bevoegdheid 101 2.2 De bijzondere bevoegdheden 103 2.3 De uitsluitende bevoegdheden 106 2.4 Bevoegdheid als appelrechter 108 3. De arbeidsrechtbank 109 3.1 Arbeidsgeschillen HO 3.2 Arbeidsongevallen 114 3.3 Sociale Zekerheidsgeschillen 115 3.4 Administratieve sancties H9
INHOUI) 4. De Vrederechter 119 4.1 Algemene bevoegdheid 119 4.2 Bijzondere bevoegdheden 120 4.3 Uitsluitende bevoegdheden 126 4.4 Niet-contentieuze bevoegdheden 127 5. De politierechtbank 128 6. De voorzitter van de rechtbanken 130 6.1 Het kort geding 130 6.2 Procedures zoals in kort geding 142 6.3 Overige bevoegdheden van de voorzitters 145 7. Hof van beroep en het arbeidshof 146 8. Het Hof van Cassatie 147 8.1 Algemene bevoegdheid 147 8.2 Bijzondere bevoegdheden 149 II. De territoriale bevoegdheid 150 1. De regeis van aanvullend recht 150 2. De regeis van dwingend recht 153 2.1 Artikel 627 Ger.Wb. 153 2.2 Artikel 628 Ger.Wb. 155 2.3 Artikel 629 Ger.Wb. 157 3. De regeis van openbare orde 157 Hoofdstuk 3: Regeling van geschillen van bevoegdheid 159 1. Algemene bepalingen 159 1.1 In graad van eerste aanleg 159 1.2 In graad van hoger beroep 163 2. Verdelingsincidenten 165 3. Regeling van rechtsgebied 166 4. Onttrekking van de zaak aan de rechter 166 5. Beslissingen inzake bevoegdheid 168 Hoofdstuk 4: Internationale rechtsmacht 169 BOEkDEEE III: DE Kl'RGERI IJKi Kl (.'HEMM H,IN<, DEEL 1: Rechtsbijstand 175 1. Begripsomschrijving en kenmerken 175 2. Toekenningsvoorwaarden 176 2.1 Ontoereikende inkomsten 176 2.2 Een aanspraak moet rechtmatig lijken 179 r.s III
rv 1NHOUD 3. Personen aan wie het voordeel van de kosteloze rechtspleging kan worden toegekend 180 4. Het voorwerp van de kosteloze rechtspleging 181 5. Procedure 183 5.1 Bevoegdheid 183 5.2 Procedure 184 5.3 De beslissing 186 5.4 De rechtsmiddelen 187 6. Vordering tot intrekking 189 7. De terugvordering 190 8. Strafsancties 192 DEEL 2: Het geding 192 Hoofdstuk 1: Het instellen van de vordering 192 1. Wijze van instellen van de hoofdvordering 192 1.1 Algemeen 192 1.2 De dagvaarding 196 1.3 Het tegensprekelijk verzoekschrift 209 1.4 Vrijwillige verschijning 213 2. De rol en inschrijving op de rol 215 2.1 De rol 215 2.2 De inschrijving op de rol 217 3. Het dossier van de de rechtspleging 218 4. De verschijning van partijen 220 Hoofdstuk 2: Minnelijke schikking en bemiddeling in familiezaken 223 1. Minnelijke schikking 223 1.1 Facultatieve poging tot minnelijke schikking 223 1.2 De verplichte poging tot minnelijke schikking 225 2. Bemiddeling in familiezaken 230 Hoofdstuk 3: behandeling en berechting op tegenspraak 234 1. Körte debatten 234 2. Overlegging van stukken 235 2.1 Beginsel 235 2.2 Stukken 236 2.3 Termijn voor en wijze van overlegging 237 2.4 Inventarisatie der stukken 239 3. Conclusies 239 3.1 Algemeen 239 3.2 Neerlegging en mededeling van de conclusie 241 3.3 Termijnen waarbinnen conclusies moeten worden genomen 242
1NHOUI) 4. Bepaling van de rechtsdag en verdaging 253 4.1 Het gezamenlijk verzoek tot vaststelling van een rechtsdag (art. 750, 1 Ger.Wb.) 253 4.2 Vaststelling op verzoek van de meest gerede partij (art. 750, 2 Ger.Wb.) 255 4.3 Vaststelling van een rechtsdag in het kader van een fixatie ex art. 747, 2 Ger.Wb. 257 4.4 De rechtsdagbepaling overeenkomstig art. 751 Ger.Wb. 258 4.5 De rechtsdagbepaling overeenkomstig art. 753 Ger.Wb. 264 5. Schriftelijke procedure 265 6. De terechtzitting 268 7. De sluiting der debatten en het beraad 270 8. Mededeling aan het openbaar ministerie 272 8.1 Soorten mededeling 272 8.2 Het advies en de mogelijkheid van repliek 276 9. Heropening der debatten 277 9.1 Heropening der debatten op verzoek van een partij 278 9.2 Ambtshalve heropening der debatten 280 9.3 Verdere procedure na heropening der debatten 282 lo.hetvonnis 283 10.1 Soorten vonnissen 283 10.2 Formele aspecten van een vonnis 283 10.3 Minuut, uitgifte en afschrift 287 10.4 De gevolgen van de vonnissen 289 10.5 Uitlegging en verbetering van vonnissen 290 Hoofdstuk 4: Behandeling en berechting bij verstek 295 1. Gevallen van verstek 296 2. De taak van de rechter bij verstek 298 3. Het verstekvonnis 298 Hoofdstuk 5: Doorhaling en weglating 299 1. Doorhaling 299 2. Weglating 301 Hoofdstuk 6: Tussengeschillen en bewijs 303 1. Tussenvorderingen en tussenkomst 303 1.1 Wijziging ofuitbreiding van de vorderingen 303 1.2 Aanvullende vorderingen 307 1.3 Tegenvorderingen 308 1.4 Tussenkomst 309
1NHOUD 2. Hervatting van het geding 2.1 Gevallen van wettelijke onderbreking van de procedure 2.2 Voorwaarden voor de hervatting van het geding 2.3 De gedingshervatting 3. Afstand van geding 3.1 Soorten en wijze van afstand 3.2 Afstand van geding 3.3 Afstand van rechtsvordering 3.4 Afstand van proceshandeling 4. Wraking en verschoning 4.1 Begripsomschrijving 4.2 Gronden van wraking 4.3 Welke rechters kunnen gewraakt worden 4.4 Procedure 5. Ontkentenis van proceshandeling 6. Excepties 6.1 Algemeen 6.2 Exceptie van borgstelling van de eisende vreemdeling 6.3 Opschortende exceptie van boedelbeschrijving en beraad 6.4 Opschortende exceptie bij oproeping tot vrijwaring 6.5 Nietigheids- en vervalregeling 7. Bewijs 7.1 Algemeen 7.2 Overlegging van stukken 7.3 Het schriftonderzoek 7.4 De valsheidsprocedure 7.5 Het getuigenverhoor 7.6 Het deskundigenonderzoek 7.7 Het verhoor van partijen 7.8 Eedaflegging 7.9 Plaatsopneming 7.10 Vaststelling van overspel Hoofdstuk 7: Uitgaven en kosten 1. Beginsel 2. Uitzonderingen 3. Soorten gerechtskosten 4. Verwijzing in de kosten en de vereffening van de kosten 5. Beding tot verhoging van de schuldvordering 6. Kosten van tenuitvoerleeeine 310 310 312 313 314 314 316 317 318 319 319 319 322 322 325 328 328 328 331 331 332 343 343 345 349 350 352 366 381 383 383 385 386 386 387 390 393 394 395 VI
INHOUI) Hoofdstuk 8: Inleiding en behandeling van de vordering op eenzijdig verzoekschrift 395 1. Begripsomschrijving en toepassingsgebied 395 2. Procedureverloop 396 Hoofdstuk 9: Inleiding en behandeling van de vordering in kort geding 399 BOEKDEEE IV: DE REU El SMIDDEI.EX Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen 407 1. Onderscheid tussen gewone en buitengewone rechtsmiddelen 407 2. Gevallen waarin geen rechtsmiddel kan worden aangewend 407 3. Toepassing van de regeis van het geding 410 Hoofdstuk 2: Het verzet 411 1. Begripsomschrijving 411 2. Beslissingen vatbaar voor verzet 411 3. Wie kan verzet aantekenen? 413 4. Wijze waarop het verzet wordt ingesteld 413 5. Motiveringsplicht 414 6. Termijn voor verzet 415 7. Bevoegde rechter 416 8. Het register van verzetsakten 416 9. De gevolgen van het verzet 417 Hoofdstuk 3: Het hoger beroep 418 1. Begripsomschrijving 418 2. Vonnissen vatbaar voor hoger beroep 418 2.1 Beginsel 418 2.2 Uitzonderingen 419 3. Principaal hoger beroep 424 3.1 Belang en hoedanigheid 424 3.2 Partijen tegen wie hoger beroep kan worden ingesteld 426 3.3 Termijn voor het instellen van hoget beroep 427 3.4 Akte van hoger beroep 433 4. Het incidenteel hoger beroep 438 4.1 Begripsomschrijving 438 4.2 Het voorwerp van het incidenteel hoger beroep 438 4.3 Wie kan incidenteel hoger beroep instellen? 439 4.4 Tegen wie kan incidenteel hoger beroep ingesteld worden? 440 4.5 Vorm en termijn voor het instellen van incidenteel hoger beroep 441 4.6 Verhouding principaal hoger beroep en incidenteel hoger beroep 443 -ins VII
INHOUD 5. De gevolgen van het hoger beroep 444 5.1 Schorsende werking 444 5.2 Relatieve werking van het hoger beroep 445 5-3 Devolutieve werking van het hoger beroep 446 6. De procedure in hoger beroep 452 6.1 Inschrijving op de algemene rol en het dossier van de rechtspleging 452 6.2 Verschijning van partijen 452 6.3 Termijn van verschijning 453 6.4 Körte debatten 454 6.5 Het in Staat stellen van de zaak 456 6.6 Verstekvonnis en verzet 456 6.7 Bijzondere procedureregels ingevolge de devolutieve werking 456 7. De evolutie van het geschil in graad van hoger beroep 458 7-1 Wijziging van de vorderingen 458 7.2 Aanvullende vorderingen 459 7.3 Tegenvorderingen en tussenkomst voor het eerst in graad van hoger beroep 459 8. Het tergend en roekeloos hoger beroep 462 8.1 Schadevergoeding 462 8.2 Boete 463 Hoofdstuk 4: De voorziening in cassatie 463 1. Begripsomschrijving 463 2. Beslissingen vatbaar voor een voorziening in cassatie 464 3. Wie kan een voorziening in cassatie instellen? 466 4. Tegen wie kan een voorziening in cassatie ingesteld worden? 466 5. Termijn voor het instellen van een voorziening in cassatie 467 5-1 Duur van de termijn 467 5.2 Vertrekpunt van de termijn 468 5-3 Verlenging en schorsing van de termijn 469 6. De gevolgen van de voorziening in cassatie 470 7. Afstand 470 8. Procedure 471 8.1 Wijze waarop de voorziening ingesteld wordt 471 8.2 Rolstelling en het dossier van de rechtspleging 473 8.3 Memorie van toelichting 474 8.4 Memorie van antwoord 474 8.5 Memorie van wederantwoord 475 8.6 Stukken 475 8.7 Verdere procedureverloop 477 8.8 Het arrest van het Hof van Cassatie 479 8.9 Rechtsmiddelen tegen de arresten van het Hof van Cassatie 482 VIII
INH(HJl) 9. Voorzieningen ingesteld door het openbaar ministerie 483 9.1 Voorzieningen door de procureur-generaal bij het hof van beroep 483 9.2 Voorzieningen ingesteld door de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie 484 Hoofdstuk 5: Het derdenverzet 485 1. Begripsomschrijving 485 2. Wie kan derdenverzet aantekenen? 486 3. Beslissingen vatbaar voor derdenverzet 488 4. Termijn waarbinnen derdenverzet moet worden aangetekend 489 5. Wijze waarop het derdenverzet wordt aangetekend en de bevoegde rechter 490 5.1 Principaal derdenverzet en de bevoegde rechter 491 5.2 Incidenteel derdenverzet 492 6. De gevolgen van het derdenverzet 492 6.1 Facultatieve schorsende kracht 492 6.2 Relatieve werking van het derdenverzet 493 7. Rechtsmiddelen tegen de beslissing op derdenverzet 494 Hoofdstuk 6: Herroeping van gewijsde 495 1. Begripsomschrijving 495 2. Beslissingen vatbaar voor een verzoek tot herroeping 495 3. Wie kan het verzoek tot herroeping formuleren? 496 4. Gronden voor de herroeping van gewijsde 496 5. De wijze en termijn voor het instellen van het verzoek tot herroeping van gewijsde 500 6. De gevolgen van de herroeping van gewijsde 501 7. Rechtsmiddelen tegen de beslissing over de herroeping van gewijsde 502 Hoofdstuk 7: Verhaal op de rechter 503 1. Begripsomschrijving 503 2. Wie kan verhaal nemen? 503 3. Op wie kan verhaal genomen worden? 503 4. Gronden voor verhaal op de rechter 504 5. Procedure 505 5.1 Bevoegde rechter 505 5.2 Wijze en termijn van rechtsingang 505 5.3 Verder verloop van de procedure 506 6. Gevolgen 506 6.1 Gevolgen op de rechtspleging 506 6.2 Gevolgen van de beslissing gewezen op het verhaal 507 Trefwoordenregister 509 IX