Publius Ovidius Naso Inleiding - 44 v.c. Moord op Caesar - 43-42 v.c. Marcus Antonius, Marcus Lepidus en Gaius Octavianus verslaan samen Caesars moordenaars 2 e triumviraat - Verdeling van de provinciae * Octavianus Westen * Antonius Oosten * Lepidus Africa - Triumviraat verbrokkelt door onderlinge jaloezie en blinde ambitie en eindigt bij de zeeslag bij Actium (31 v.c.) - 27 v.c. Octavianus wordt als brenger van de Pax Augusta door de senaat benoemt tot Augustus, zijn volledige naam werd: Imperator Gaius Iulius Caesar Octavianus Divi filius Augustus begin van de Keizertijd: principaat A. Tijdsbeeld Cultuurpolitiek van Augustus herstel van de maiores maiorum, de leidende klasse moet z n verantwoordelijkheid nemen t.o.v. de goden, vaderland en familie. Inbeuken zoals overspel, echtscheiding en kinderloos blijven werden bestraft. - De literatuur moet de oude Romeinse tradities doen herleven, auteurs worden aangezet tot het idealiseren van hun grote voorbeelden uit het verleden of tot het promoten van de morele waarden.
- Augustus adviseur Maecenas, rijke ridder en grote beschermer van kunst en literatuur, sponsorde een aantal talentvolle auteurs. Livius ab urbe condita (historisch werk) Virgilius aerelis (nationale epos) Horatius carmina (poëzie) B. Romeinse poëzie, belangrijke genres, dichters en hun Griekse voorbeelden - 2 belangrijke nieuwe genres vinden hun oorsprong in de Griekse literatuur. Epiek Epos: gaat over de historische of legendarische avonturen van helden/goden. Griekse auteurs: Homeros Illias / Odyssea Romeinse auteurs: Virgilius Aeneis en Ovidius Motamorphosen Epyllion: kort verhalend gedicht over een mythologische held. Vb. Apllonios van Thodos Argonautica Leerdicht: didactische vorm van epiek Griekse auteurs: Hesodios Theogenie, werken en dagen Romeinse auteurs: Lucretius de rerum natura en Virgilius Georgica en Ovidius Lyriek = Gedichten in verschillende versmaten, die de persoonlijke gevoelens van de dichter tot uiting brengen. Oorspronkelijk gezongen onder de begeleiding van een lier.
elegie: klaaglied / drinklied / liefdeslied / strijdlied Bij de Romeinen ging de elegie vaak over de ideale liefde of liefdesverdriet en werd niet meer gezongen. Romeinse dichters probeerden hun Griekse voorbeelden na te volgen of ermee te concurreren (aemulatio), door eigen variaties aan te brengen. appreciatie voor het origineel. Griekse auteurs: Mimnermos, Sappho, Findaros Romeinse auteurs: Ovidius Amores, Horatius, Tibullus en Propertius. Liefdespoëzie C. Biografie - 20 maart 43 v.c. geboren in Sulmo (Oosten van Rome) - Van rijke ridderlijke afkomst degelijke opvoeding en opleiding - 30 n.c. naar Rome en Athene, opleiding tot grammaticus, daarna opleiding aan de retorische school - In Rome ontmoette hij elegische dichters, die werden gesponsord door Marcus Valerius Massala: Sulpicia Propertius Tibullus - 27 v.c. toga virgilius kans tot ambachtelijke loopbaan - 27 v.c. eerst huwelijk met veel oudere vrouw - 25 v.c. voorlezingen uit eigen oeuvre (Amores) reputatie - 16 v.c. 2 e huwelijk 1 dochter
- 1 n.c. 3 e huwelijk met Calpurnia - 8 n.c. relegatio (verbanning uit Romeins rijk met behoud van de burgerrechten) naar Tomis (reden?) Volgens Ovidius carmen et error - 17 n.c. dood van Ovidius in zijn ballingstad Tomis, standbeeld - Zijn grafschrift had hij zelf opgesteld (zie boek) D. Werken - Gevarieerd en omvangrijk oeuvre, opgedeeld in 3 grote perioden 1) Over liefde en erotiek. 3 werken: Amores Res Amatoria Remedia Amoris 2) Uit Griekse mythologie en folklore. 2 werken: Metamorphosen (= gedaanteverwisseling) Fasti 3) Periode van ballingschap. 2 werken: Tristia Epistulae ex Ponto 1. Amores - Liefdes - 50 elegiegedichten over de liefde als spel - Opgedragen aan Corina, autobiografisch?
- Toon = parodiërend - 2 edities: 1 e in 5 boeken, verloren gegaan 2 e in 3 boeken, bewaard gebleven - Gedichten = schetsen van liefde in allerlei stemmingen - Decor = het rijke Rome - Viel niet in de smaak van keizer Augustus, die een voorstaander was van de traditionele moraal. 2. Heroïdes - Heldinnen - 20 fictieve liefdesbrieven + 1 niet-fictieve - Geschreven door beroemde mythologische vrouwen aan hun afwezige echtgenoot/minnaar. Penelope en Odysseus Dido en Aeneas - Studie van de liefde vanuit het oogpunt van de vrouw uit het toenmalige Rome, Ovidius getuigd van een sterk inlevingsvermogen in de vrouwelijke geest, vernieuwing! - Grote vormuirtositeit 3. De medicamine faciei - Schoonheidsmiddelen voor het vrouwelijk gelaat - Kort technisch werk dat opgesteld is in elegische disticha (didactische hexameter + pentameter) - Slechts eerste 100 verzen zijn bewaard gebleven - Inhoud: recepten voor cosmetica en producten voor de gelaatsverzorging van de vrouw. 4. Ars amandi of Ars Amatoria - Liefdeskunst - Pseudo-didactische gedichten over de kunst van het versieren
- 3 boeken 1 e 2 boeken, tips voor mannen om vrouwen te versieren 3 e boek, tips voor vrouwen om mannen te versieren - Opgesteld in elegische disticha - Ironische en parodiërende toon - Ovidius werd praeceptor amoris - Misschien een van de oorzaken van Ovidius verbanning door Augustus? - Pg. 99 handboek 5. Remedia Amoris - geneesmiddelen tegen de liefde - Opgesteld in elegische disticha - Instructies om ongelukkige liefdeservaringen en liefdesverdriet te boven te komen. - Geld als ironische herroeping van de Ars Amatoria - Pg. 100 6. Metamorphosen - gedaanteverwisseling - 15 boeken mythologische verhalen over de creatie en de geschiedenis van de wereld, niet over één centraal feit of de lotgevallen van één held. - Grootste gedichten uit de Latijnse literatuur, 12 000 verzen - Uitgebracht in 1 n.c. - Verzameling van 250 verhalen uit de Griekse en Romeinse wereld. - Chronische rangschikking - Thematische groepering rond één god, held, hun plaats van afkomst of één gebeurtenis. - Centraal thema of rode draad, gedaanteverwisseling van goden, mensen of mythologische figuren. - Speelsheid en ironie - Versmaat = didactische hexameter - Laatste boek, filosofische onderbouwing omnia mutantur, nihil interrit - Imitia van de Alexandrijnse dichter Nikander, die een catalogus maakte van verhalen van gedaanteverandering van mythologische figuren.
- Aemulatio t.o.v. zo n voorbeeld door zich te profileren als een poeta doctus, die en overvloed aan onbekende mythologische details vermeldt. - Inspiratiebron voor auteurs als Vondel en Shakespeare en voor heel veel kunstenaars. 7. Fasti - kalender - 6 boeken - Opgesteld in elegische disticha - Verklaring + betekenis Romeinse godsdienstige en Keizerlijke feesten - Middelmatige poëtische waarde - Onvoltooid door verbanning naar Tomis. 8. Tristia - treurbrieven (zonder naam of bestemming) - Elegische treurzangen vol zelfbeslag in de vorm van brieven. Parve-nec invidio-sine me, liber, ibis in urbem: ei mihi, quod domino non licet ire tuo! = klein boekje, jij zal zonder mij naar de stad terugkeren-en ik benijd je niet-, arme ik, omdat het jou meester niet is toegestaan om met je mee te gaan. - 5 boeken - Geschreven vanuit Tomis - Gericht aan zijn vrouw en vrienden uit Rome om de herinnering aan hem levend te houden. - Poging om vergiffenis te krijgen van Augustus - Pg. 125 9. Epistulae ex ponto - brieven uit de zwarte zee - 4 boeken - Opgesteld in elegische disticha - Beschrijving van de moeilijke en pijnlijke situatie in Tomis hoop op strafvermindering - Gericht aan vrienden uit Rome, van wie hij hoopt dat ze voor hem opkomen bij de keizer.
E. De stijl van Ovidius - Geboren verteller met sterk gevoel voor kleine details - Meester in Latijnse vechttechnieken - Uitmuntende taalvaardigheid - Speelse toon - Bedoeling: mensen behagen en roem verwerven via intellectuele zelfbevestiging (poeta doctus) Stijlfiguren (pg. 177) 1. Verschillende vormen van beeldspraak Metonymie = een ander woord gebruiken i.p.v. het bedoelde woord op basis van een logische relatie tussen beide woorden meerdere poorten vb. Venus i.p.v. amor Metafoor = een ander woord gebruiken i.p.v. het bedoelde woord, waarbij het verband tussen beide termen berust op een vergelijking. Personificatie = een abstract begrip krijgt eigenschappen toebedeeld van een levend wezen. v.b. leges silent = de wetten zwijgen 2. Betekenis van woorden en zinnen Hyperbool = sterke overdrijving, om meer indruk te maken v.b. klaarder dan zonneschijn Eufemisme = een negatief woord wordt vervangen door een positieve omschrijving om het minder erg voor te stellen v.b. iemand beroven van het levenslicht Ironie = dubbelzinnige vorm van spot, waarbij men het tegengestelde zegt van wat men bedoelt vb. dappere mannen sarcasme en cynisme
Litotes = het tegendeel ontkennen van wat er bedoeld wordt. vb. non parvus = nie klein (= groot) Oxymoron = samenbrengen van tegenstrijdige begrippen vb. door te zwijgen schreeuwen ze Paradox = schijnbare tegenstelling 3. opbouw Polyptoton = herhaling binnen een dezelfde zin van een zelfde woord, maar dan wel in een andere vorm Anafoor = hetzelfde woord wordt aan het begin van opeenvolgende zinnen herhaald. Epifoor = hetzelfde woord wordt aan het einde van opeenvolgende zinnen herhaald. Asyndeton = opsomming zonder voegwoorden Polysyndeton = nadrukkelijk vermelden van een voegwoord bij elk onderdeel van een opsomming Enjambement = het laatste stuk van een zin laten doorlopen in het volgende vers. Het geïsoleerde woord krijgt de volle aandacht. Pleonasme = een overbodig betekeniselement toevoegen vb. dichterbij naderen. Chiasme = kruisopstelling
Parallellisme = eenzelfde woordplaatsing in corresponderende woordgroepen. 4. Klank van woorden Alliteratie = opeenvolgende woorden met de zelfde beginlettergreep Onomatopee = klanknabootsende woorden illustreren de inhoud van de zin. Alliteratie = beginrijm met meer dan twee woorden vb. vi victa vis Homoioteleuton = twee of meerdere opeenvolgende woorden met eindrijm 5. Retorische stijlmiddelen Parenthese = een losse gedachte invoeren in een zin. Anakoloet = breuk in de constructie van de zin. 6. Woordvolgorde Inversie = plaatsing van de pv. aan het begin van de zin. Hyperbaton = uiteenplaatsing van samenhorende woorden.
7. Betekenis-verband Hypellage = een bepaling die grammaticaal bij een bepaald woord staat, maar naar betekenis bij een ander woord. Hendiadys = nevenschikking van twee begrippen waarvan één logisch gezien ondergeschikt is aan het andere. F. Latijnse prosodie en metriek Het Latijnse vers in poëzie verschilt van dat in het proza door een bepaalde ritmus, dit is een gelijkmatige afwisseling van lange en korte lettergrepen. Mijn hert is als een blomgewas A 8 Dat opengaande of toegeloken B 9 De stralen van de zonne vangt C 8 Of pijnt en kwijnt en hangt gebroken. B 9 Hert = hart Blomgewas = bloemgewas Toegeloken = neologisme van toegaan + ontluiken Zonne = zon Prosodie = de leer van de kwantiteit of de grootte van de lettergrepen. Metriek = de leer van de metrische opbouw van de verzen. vast rijmschema: ABCB vast aantal lettergrepen: 8-9-8-9
1. Latijnse metrische werken Lettergrepen lange lettergrepen - Van natuur lange klinker of tweeklank me - te - se - non - door positie klinkers gevolgd door 2 / 3 medeklinkers of x/z korte lettergrepen - van natuur korte klinker eindlettergreep (landmeter) - door positie klinker gevolgd door klinker 2. bijzondere regels eind -a en -e zijn kort eind -i, -u- en -o- zijn lang eind -as, -es, en -os zijn lang eind -u en -s zijn kort klinkers die van nature kort zijn en gevolgd worden door de combinatie van een occlusief (c, p, d, f, g, b, t) en een liquida (l en c) geen verlenging door positie omdat de medeklinker tot de volgende lettergreep gerekend wordt.
3. Scanderen Verschillende soorten versvoeten met verschillende aantal tijden U = kort en _ is lang. 4. Dactylische hexameter = een versmaat die uit 6 versvoeten bestaat en die opgebouwd is op basis van de dactylus. De ritmische klemtoon aan het begin van iedere versvoet noemt men Ictus of narcis. De laatste lettergreep van iedere vers noemt men de syllaba anceps. 5. Opmerkingen - Scanderen gaat over woordgrens en leestekens heen. - h wordt niet meegerekend als medeklinker - de -i- als -j- uitgesproken is een medeklinker - qu- is 1 medeklinker - een klinker gevolgd door een klinker is lang bij: genitief van voornaamwoorden op -ius e in genitief en datief enk. 3 e klasse i in vormen fieri zonder -R- 6. bijzondere verschijnselen 1. een cesuur = een restpunt in een vers dat met // wordt aangeduid Plaatsing: Na een woord na de 5 e halfvoet na de 7 e halfvoet 2. elisie = wanneer een woord eindigt op een klinker of een -m- en het volgende woord begint met een klinker of een -h-
Afkapping eindklinker 1 e woord Zo een zo n 3. hiaat = het onderbreken van een elisie, meestal met een bepaalde stilistische bedoeling van de auteur. Hiaten komen frequenter voor bij Griekse dichters dan bij Latijnse. 4. Aphaerese = wanneer een vocaal