Wonen. In deze les leert u



Vergelijkbare documenten
Reizen Wonen Koken & genieten Cultuur & vermaak

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios

SPAANS LES 2 Español

Het belang en het gemak van het Spaanse werkwoord

SPAANS LES 1 Español

Keuzevak Spaans voor beginners 1 - Extra oefeningen

SPAANS LES 3 Español

SPAANS HERHALINGLES 1 Español

SPAANS LES 6 Español

Spaans voor zelfstudie

januari el/un coche el/un gato la/una casa la/una chica la/una mesa

Dos cervezas por favor. Donde está el supermercado? Ga je op vakantie naar Spanje maar weet je niet wat deze zinnen betekenen?

SPAANS LES 4 Español

2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12

Sí, claro! 1.2. Instaptoets. Opgaven. 1. Dos amigos miran el plano de Sevilla. 4. En la oficina de turismo.

Thema 10. We ruilen van plek

Uitwerking Tareas Spaans 3. Qué has hecho hoy?

SPAANS LES 9 Español

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I

Spelling & Formuleren. Week 2-7

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.

Sí, claro! 1.1. Instaptoets. Opgaven. 4. En un hotel. 1. En un viaje. Perdón, ustedes francés? No, sólo inglés. Hola, cómo? Ernesto, y tú?

Spelling Werkwoorden. Doelgroep Spelling Werkwoorden. Omschrijving Spelling Werkwoorden

De Edukese Taal Edukeser Språkerne. Door Lars

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

SPAANS LES 5 Español

Mijn huis, mijn thuis

SPAANS HERHALINGLES 3 Español

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Visuele Leerlijn Spelling

Dit programma is gemaakt voor leerlingen vanaf groep 6 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.

SPAANS LES 7 Español

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen.

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten

Wat heb je gisteren gedaan?

Kernwoord Uitleg Voorbeeld

Inhoud. Inleiding... 11

2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde

BEGINNERSCURSUS DAG 2

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

Taalbeschouwelijke termen bao so 2010

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus

Bijlage 3. Handleiding video Dynamica 2. Een kijkje in klas 4, 5 en 6 van het Colégio Maaswaal!

SPAANS HERHALINGLES 2 Español

instapkaarten taal verkennen

Le logement. In deze les leert u

Hoe spel ik een werkwoord?

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar

Z I N S O N T L E D I N G

8. Afasie [1/2] Bedenk tenminste drie verschillende problemen die je met taal zou kunnen hebben (drie soorten afasie).

SPAANS LES 8 Español

Volare. In deze les leert u

Prisma Taalbeheersing. Basisgrammatica. Spaans. Begrijpelijk voor iedereen. drs. E. Slager dr. Y. Rodríguez Pérez

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

Andere werkwoordsvorm (infinitief, voltooid of onvoltooid deelwoord) schrijf je zo simpel mogelijk. Op t- klank = verlengen, d-klank = verlengen.

Titel van deze les: Leren kun je leren

Woordenlijst Nederlands Spaans

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed.

SPAANS LES 10 Español

Lesbrief groep 5/6. Beste ouders,

OPA-methode. Inhoud. 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2. Zinnen bestaan uit zinsdelen 3

1 Spelling en uitspraak

Inhoud. 1 Spelling 10

Wat is een zelfstandig naamwoord?

Taalreis Salamanca DNS

Ontwerp je eigen prefabhuis

NEDERLANDS Taalverzorging 1F Woord/zin Deel 1 van 3

Samenvatting Frans Stencil Franse tijden

Inhoud. Over de auteur... x. Inleiding... 1

Toetsenperiode juni 2018

6.5-De werkwoorden ser en estar

TAALVERZORGING BK 2 SPORTIEF PERRON 2

Formeel en informeel. Formeel: Je gebruikt u om iemand aan te spreken. Je noemt iemand bij zijn achternaam.

Praktische taalbeschouwing op de basisschool en in de eerste graad secundair onderwijs anno 2010

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Inhoud. 1 Spelling en uitspraak. 2 Grammatica

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 3. TalencentrumBarneveld.nl

Meer dan grammatica!

Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands.

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

Antwoorden Nederlands Ontleding

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk?

EEN BRIEF NAAR DE DOCENT

Serie Crímenes al sol. Pasión mortal

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

Basis. letter a b c hoofdletter A B C woord appel banaan citroen zin Ik eet een appel. cijfer getal

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Werkwoordspelling op maat

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

SECTION 3. L ADJECTIF het bijvoeglijk naamwoord

Transcriptie:

2 Wonen In deze les leert u woorden en zinnen rond het onderwerp wonen: un sofá estupendo de regels voor klemtoon en geschreven accent de meervoudsvormen van zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden: cama grande, camas grandes de vormen van de tegenwoordige tijd van regelmatige werkwoorden op ar: necesito, necesitas ontkennende zinnen vormen met no: No es grande.

introductie Woordenlijst la casa el piso el cuarto la cocina Qué lindo! estupendo grande Necesitas algo más? estar cansado Hasta luego! Vivo en desordenado tomar het huis de flat de kamer de keuken Wat mooi! fantastisch, geweldig groot Heb je verder nog iets nodig? moe zijn Tot straks! Ik woon in rommelig (iets te eten of te drinken) nemen cd 1 Tr. 16 1 Lees deze woorden en combineer ze met de juiste vertaling. Controleer uw antwoorden bij de Oplossingen. Luister dan naar de woorden en spreek ze na. 1. la entrada A het terras 2. el pasillo b de slaapkamer 3. la cocina c de keuken 4. el salón d het balkon 5. la terraza e de woonkamer 6. el dormitorio f de badkamer 7. el baño g de hal 8. el balcón h de gang dieciocho 18

wonen 2 introductie Bekijk deze foto's van voorwerpen in een woning en lees de benamingen. Luister naar de uitspraak op de cd en spreek de woorden na. 2 cd 1 Tr. 17 un escritorio un sofá una bañera un ordenador Sofá is een mannelijk woord: un sofá un horno microondas una alfombra una estantería un sillón Chema laat Rosita, de nieuwe bewoonster, haar kamer en de andere ruimtes van de flat zien. Luister naar het gesprek, eerst zonder en daarna met meelezen van de uitgeschreven tekst achter in het boek (p. 218). In het gesprek wordt de Spaanse uitdrukking voor Niets te danken gebruikt. Zoek die in het gesprek en schrijf hem hieronder op. 3 cd 1 Tr. 18 In de woorden hieronder komen twee soorten uitspraak van de r voor: gewoon rollend (bijvoorbeeld in mira) of extra rollend (bijvoorbeeld in terraza). Luister naar de woorden en spreek ze na. Geef bij elk woord aan welke klank de r heeft: A voor een kort rollende (voor in de mond uitgesproken) r, B voor een langer aangehouden r. 4 cd 1 Tr. 19 1. mira A b 2. terraza A b 3. Rosita A b 4. guerrilla A b 5. claro A b 6. estantería A b 7. Rioja A b 8. ahora A b 9. garaje A b 10. guitarra A b 11. lavadora A b 12. euro A b Een r aan het begin van een woord (Rioja) en een dubbele r (guitarra) worden langer rollend uitgesproken. 19 diecinueve

introductie cd 1 Tr. 20 5 Deze zinnen komen uit het gesprek bij oefening 3. Luister ernaar en lees mee. Let goed op de intonatie van de zinnen en spreek ze meerdere keren na. 1. Qué linda! Wat mooi! 2. Es muy bonita. Het is erg mooi. 3. Es muy grande. Hij/het is heel groot. 4. Estupendo! Geweldig! 5. Qué lujo! Wat een luxe! 6. Necesitas algo más? Heb je verder nog iets nodig? 7. Estoy muy cansada. Ik ben heel moe. 8. No quieres tomar nada? Wil je niets eten of drinken? 9. Muchas gracias por todo. Reuze bedankt voor alles. 10. Hasta luego! Tot straks! cd 1 Tr. 18 6 Hieronder staan uitspraken over de inhoud van het gesprek bij 3. Lees ze en luister nog eens naar het gesprek en lees indien nodig de vertaling achter in het boek. Kruis aan of de uitspraken wel of niet kloppen met de inhoud van het gesprek. goed fout 1. Rosita is enthousiast over de keuken. 2. Het appartement heeft maar één badkamer. 3. Rosita's kamer heeft een terras. 4. Chema's kamer is netjes. 5. Chema biedt Rosita iets te drinken aan. 6. Rosita is moe en wil graag wat gaan rusten. veinte 20

wonen 2 introductie Luister naar deze woorden en onderstreep de beklemtoonde lettergreep. 7 1. poquito 2. cenamos 3. usted 4. catalán 5. número Bij woorden die eindigen op een klinker (-a, -e, -i, -o, -u), -n of -s, ligt de klemtoon op de voorlaatste lettergreep: poquito (een klein beetje), cenamos (we eten 's avonds) cd 1 Tr. 21 3 Klemtoon en geschreven accent Bij woorden die eindigen op een medeklinker (behalve -n of -s), ligt de klemtoon op de laatste lettergreep: usted (u). Alle woorden met een klemtoon die afwijkt van de regels hierboven, krijgen een accent ( ) op de beklemtoonde lettergreep: catalán (Catalaans). Dit geldt ook voor woorden met de klemtoon op de twee-na-laatste lettergreep: número (nummer / getal). Woorden die eindigen op een klinker (-a, -e, -i, -o, -u), krijgen in het meervoud een -s achter het woord: cocina + s cocinas dormitorio + s dormitorios Woorden die eindigen op een klinker, krijgen in het meervoud -es erachter: 8 5 Zelfstandige naamwoorden mujer + es mujeres ciudad + es ciudades Woorden die in het enkelvoud een accent ( ) hebben op de laatste lettergreep, verliezen dat accent in het meervoud. salón + es salones Schrijf bij elk woord het meervoud op. 1. viaje 3. balcón 2. hotel 4. sombrero Het onbepaald lidwoord in het meervoud is unos / unas. Het wordt gebruikt om een onbepaalde hoeveelheid aan te geven: enkele of een paar. 9 Tengo unos amigos en Madrid. Ik heb enkele vrienden in Madrid. 4 Lidwoorden Vul het juiste lidwoord in: los / las of unos / unas. 1. Quieres ver baños? 2. Tomamos cervezas? 3. amigas de Rosita son de México. 4. Tenemos cuartos muy bonitos, verdad? 21 veintiuno

introductie 6 Bijvoeglijke naamwoorden cd 1 Tr. 22 10 De uitgang van het bijvoeglijk naamwoord richt zich naar het geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en het getal (enkelvoud of meervoud) van het zelfstandig naamwoord waar het iets over zegt. Bijvoeglijke naamwoorden op -o hebben de uitgang -a bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord enkelvoud: el escritorio pequeño / una cocina pequeña Andere bijvoeglijke naamwoorden hebben maar één uitgang voor het enkelvoud: una cama grande / un piso grande een groot bed/een grote flat una mujer normal / un hombre normal een normale vrouw / man Nationaliteitsaanduidingen zijn daarop een uitzondering: español española Spaans Spaanse Bij de meervoudsuitgangen van het bijvoeglijk naamwoord gelden dezelfde regels als bij het meervoud van zelfstandige naamwoorden: zie p. 21. Bijvoeglijke naamwoorden staan meestal achter het zelfstandig naamwoord: un hombre normal. Sommige kunnen ervoor staan: Buenos días! Het bijvoeglijk naamwoord richt zich altijd naar het zelfstandig naamwoord in getal en geslacht, ook als het er niet direct voor of achter staat: La cocina es pequeña. De keuken is klein. Luister naar deze zinnen en spreek ze na. Let goed op de uitgangen. 1. Los escritorios son nuevos. 2. Las camas son grandes. 3. Los hombres son españoles. Este / esta (deze, dit) kan bijvoeglijk zijn (este piso es bonito) of zelfstandig (este es Jordi). Esto (dit) is onzijdig, staat alleen en past zich niet aan het zelfstandig naamwoord aan: Esto es fantástico. Dit is fantastisch. 11 Kruis steeds het juiste bijvoeglijk naamwoord aan. Let op de vorm. la mesa de tafel la silla de stoel moderno /a modern elegante elegant enorme enorm 1. un armario 2. un sofá 3. dos sillas 4. una mesa A nueva b pequeños c enorme A pequeña b enormes c nuevo A bonitos b elegante c modernas A pequeñas b bonita c pequeño veintidós 22

wonen 2 introductie Lees de zinnen en vul zin 1 en 3 aan met de ontbrekende werkwoordsvormen nadat u ze hebt beluisterd. 1. algo más? Ahora solo mi cama. 2. Chema cena en la cocina. 3. Jordi y tú cenáis en el salón? No, en la cocina. 4. Rosita, Chema y Jordi necesitan dos baños. 12 cd 1 Tr. 23 13 Regelmatige werkwoorden In zin 1 en 3 hebt u vormen ingevuld van cenar ('s avonds eten) en necesitar (nodig hebben). Dit zijn regelmatige werkwoorden op -ar. Alle werkwoorden van deze groep hebben de volgende uitgangen na de stam: necesit-o ik heb nodig necesit-amos wij hebben nodig necesit-as jij hebt nodig necesit-áis jullie hebben nodig necesit-a hij/zij heeft/u hebt nodig necesit-an zij hebben/u hebt nodig De werkwoordsstam bestaat uit de infinitief zonder de uitgang -ar. Daarachter komen de uitgangen voor de persoonsvormen (ik heb nodig, jij hebt nodig, enz.). Alle werkwoorden van deze groep hebben deze uitgangen voor de persoonsvormen. Estar (zijn) is een onregelmatig werkwoord. De vormen van onregelmatige werkwoorden volgen niet een patroon, maar staan op zichzelf. Let ook op de accenten bij de vormen: estoy ik ben estamos wij zijn estás jij bent estáis jullie zijn está hij / zij is, u bent están zij zijn / u bent Luister naar de zinnen en vul steeds de juiste werkwoordsvorm uit de blauwe vakjes in. 13 cd 1 Tr. 24 toma cenamos necesito estás bailáis están bailar dansen 1. muy cansada del viaje? 2. el baño un momento. 3. en el restaurante? 4. Los dormitorios desordenados. 5. Vosotros flamenco? 6. Chema un café. De wij-vorm kan ook worden gebruikt om een voorstel te doen Cenamos en el restaurante? Zullen we vanavond in het restaurant eten? 23 veintitrés

introductie cd 1 Tr. 03/18 24 De ontkenning 14 Een zin met een dubbele ontkenning heeft, (in tegenstelling tot het Nederlands), geen positieve maar een negatieve strekking. In een ontkennende zin staat in het Spaans altijd no vóór het werkwoord. De zinnen hieronder gaan over de inhoud van de gesprekken uit les 1 en 2. Kruis aan of ze juist (correcto) of niet juist (falso) zijn met betrekking tot de inhoud van die gesprekken. correcto falso 1. Chema no es mexicano. 2. La cocina del piso no es grande. 3. El salón no es pequeño. 4. El cuarto de Rosita no tiene balcón. Chema vraagt aan Rosita: No quieres tomar nada? Wil je niets eten of drinken (letterlijk: nemen)? No... nada is een voorbeeld van een dubbele ontkenning. Bij een dubbele ontkenning staat no vóór het vervoegde werkwoord en het tweede deel van de ontkenning erna. 15 cd 1 Tr. 25 soy de ik kom uit hoy vandaag Combineer elke vraag met het passende antwoord. Vergelijk met de reacties op de cd, waar ze in de goede volgorde staan. Spreek ze ook na. 1. Tú eres española, no? 2. Quieres tomar algo? 3. Este es tu cuarto, verdad? A Sí. Hoy está un poco desordenado. b No, soy de México. c No, gracias. Estoy muy cansada. Wel of geen komma na no kan een belangrijk verschil uitmaken: Nee / niet: No, soy de México. Nee, ik kom uit Mexico. No soy de México. Ik kom niet uit Mexico. cd 1 Tr. 26 38 Telwoorden veinticuatro 16 24 U kent de getallen van 0 tot en met 9 al. Luister nu naar de getallen van 10 tot en met 19 en kijk hoe ze geschreven worden. Oefen de uitspraak door de getallen meerdere keren na te spreken. 10 11 15 17 16 quince diez dieciséis once diecisiete 12 doce 18 dieciocho 13 trece 19 diecinueve 14 catorce

wonen 2 introductie Zoals u al weet, wordt het Spaans niet alleen in Spanje maar ook in verschillende landen in Latijns-Amerika gesproken. In Spanje zijn er echter nog drie officiële talen. Kent u ze? Hieronder staan de vier officiële talen van Spanje. Luister en spreek de namen van de talen na. In de zinnen staat waar de talen gesproken worden. Vul elke zin aan met de juiste taal. Controleer uw antwoorden bij de Oplossingen achter in het boek. gallego vasco (euskera) catalán español 1. En Santiago de Compostela se habla también. 2. En Barcelona y Mallorca se habla. 3. En Bilbao se habla. 17 cd 1 Tr. 27 Het Baskisch (el vasco / euskera) is, in tegenstelling tot de andere talen in Spanje, geen Romaanse taal (dat wil zeggen: het stamt niet af van het Latijn). Español wordt ook wel castellano genoemd. 4. se habla en toda España. Madrid, de hoofdstad van Spanje, heeft meer dan 3 miljoen inwoners. Belangrijke plekken om te bezoeken zijn Puerta del Sol, het centrale plein, het mooie Plaza Mayor en de musea Museo del Prado en Museo de Arte Moderno Reina Sofía, met wereldberoemde collecties. Andere plekken die zeker een bezoek waard zijn: het Parque del Retiro, een prachtig aangelegd park, en de grote rommelmarkt El Rastro. Madrid is een levendige stad, met veel cafés, discotheken en een uitgaansleven tot diep in de nacht. 18 25 veinticinco

2 Kruis aan of u het goed J of redelijk K beheerst. Dit hebt u geleerd in deze les: J woorden en zinnen rond het thema wonen uitroepen van waardering: Que lindo! de regels voor klemtoon en geschreven accent bij Spaanse woorden het meervoud van zelfstandige naamwoorden vormen de uitgangen van het bijvoeglijk naamwoord de vormen van de tegenwoordige tijd van regelmatige werkwoorden op -ar de vormen van de tegenwoordige tijd van estar ontkennende zinnen vormen de getallen van 10 tot en met 19 K veintiséis 26