Vakwerk! Plantenteelt
Plantenteelt Docentenboek KB, deel 1 Peter Norder eerste druk, 2005
Artikelcode: 21112.1 Colofon Auteur(s): Illustraties: Redactie: Onderwijskundige: Resonans: Peter Norder VeertienElf Media Studio Maan, Brigitte Meinen Studio Maan, Manon Limmen Marco de Lange - Groenhorstcollege, Rober Maijer AOC Friesland/Wellantcollege Utrecht Het Ontwikkelcentrum heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Bent u desondanks van mening dat we u hebben benadeeld, dan kunt u contact met ons opnemen. 2005 Ontwikkelcentrum, Ede, Nederland Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, hetzij mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Ontwikkelcentrum. 4 PLANTENTEELT
Inhoud 1 Planten in allerlei soorten en maten 6 Opdracht 1.1 Kenmerken van planten benoemen 6 Opdracht 1.2 Planten determineren 6 Opdracht 1.3 Bomen determineren 7 Opdracht 1.4 Een plantenkwartet maken 8 Opdracht 1.5 Hoe gebruik je het Opzoekboek groen? 9 Opdracht 1.6 Planten namen geven 10 Opdracht 1.7 Een beplantingsmaquette maken 11 2 Zorg voor planten 14 Opdracht 2.1 Een zaaibak maken 14 Opdracht 2.2 Kiemplantjes verspenen 14 Opdracht 2.3 Invloed van groeifactoren 15 Opdracht 2.4 Grondsoorten bekijken 16 Opdracht 2.5 Wormen: natuurlijke bodemverbeteraars 17 Opdracht 2.6 Gewassen voeden 18 Opdracht 2.7 Groeiomstandigheden optimaliseren 19 3 Plagen en ziekten 22 Opdracht 3.1 Plagen en ziekten herkennen 22 Opdracht 3.2 Chemisch of biologisch? 23 Opdracht 3.3 Plagen biologisch bestrijden 23 Opdracht 3.4 Chemische bestrijding: niet zonder risico! 24 Opdracht 3.5 Wat wil de klant? 25 Opdracht 3.6 Onkruid mechanisch verwijderen 26 Opdracht 3.7 Plagen en ziekten bestrijden 27 4 Voortplanting: een nieuw begin 30 Opdracht 4.1 Voortplantingsorganen van bloemen 30 Opdracht 4.2 Kleintjes worden groot 31 Opdracht 4.3 Een zadenkaart maken 32 Opdracht 4.4 Plantjes zaaien 32 Opdracht 4.5 Zaaien: hoe doe je dat? 33 Opdracht 4.6 Veredelen 34 5 Vermeerderen zonder seks 36 Opdracht 5.1 Een stekkist maken 36 Opdracht 5.2 Bladstek maken (heel blad) 36 Opdracht 5.3 Bladstek maken (half blad) 37 Opdracht 5.4 Bladstek maken (gedeelten van blad) 38 Opdracht 5.5 Stekken oppotten 39 Opdracht 5.6 Bol of knol? 40 Opdracht 5.7 Oculeren en enten 40 Opdracht 5.8 Weefselkweek 41
1 Planten in allerlei soorten en maten 1.1 Opdracht 1.1 Kenmerken van planten benoemen pen en papier; A3-vel; kleurpotloden of stiften; verschillende plantenboeken. Code eindtermen LN/K/2-1 LN/K/3-2 Uiterlijke kenmerken van planten signaleren en benoemen Kritisch waarnemen Notities maken Schetsen/tekenen Opzoeken Bespreken Vergelijken Conclusies trekken Werkproces beoordelen Werkresultaat beoordelen 100 minuten Deze opdracht is bedoeld als een inleiding op de opdracht waarbij leerlingen gaan determineren. Niet iedereen heeft oog voor detail. U kunt voordat u met de leerlingen er op uit trekt in de klas bespreken op welke zaken de leerlingen moeten letten. Opdracht 1.2 Planten determineren verschillende determinatieboeken (flora s); 6 PLANTEN IN ALLERLEI SOORTEN EN MATEN
een computer met internetaansluiting en Word; pen en papier. Code eindtermen LN/K/2-1,2,4,10 LN/K/3-2 Voorkennis activeren Informatie opzoeken Computer gebruiken Determineren Specifieke kenmerken van planten benoemen Samenwerken Resultaten uitwerken Resultaten bepreken Werkproces evalueren 50 minuten Voor de oriëntatie hebt u twee kleurenafbeeldingen nodig van planten die wel tot dezelfde familie behoren, maar er verschillend uitzien qua kleur, grootte, et cetera. U kunt hiervoor zelf foto s maken. Vaak staan in het blad Groei & Bloei duidelijke en bruikbare afbeeldingen. Ook diverse flora s geven goede mogelijkheden. Zorg dat u verschillende determinatieboeken en flora s hebt liggen. De leerlingen kunnen de boeken dan met elkaar vergelijken. Als de leerlingen problemen hebben met determineren, zullen die in deze opdracht naar voren komen. Besteed daar dan aandacht aan. U kunt de uitwerkingen van de leerlingen op verschillende manieren klassikaal bespreken. Opdracht 1.3 Bomen determineren verschillende bladeren; een computer met internetaansluiting en Word; blanco vellen A4-papier; plakplastic of kopieertape; een determinatieboek of flora. PLANTEN IN ALLERLEI SOORTEN EN MATEN 7
Code eindtermen LN/K/3-2 Computer gebruiken Tabel maken Kritisch waarnemen Beschrijven Informatie opzoeken Uiterlijke kenmerken van bomen signaleren en benoemen Determineren Werkproces evalueren 50 minuten Voor de oriëntatie moet u beschikken over voldoende bladeren met verschillende vormen, bladranden en nervatuur. De exemplaren hoeven niet gedroogd te zijn. Dit is een eenvoudige opdracht waarbij leerlingen op een snelle manier leren dat planten op verschillende manieren gedetermineerd kunnen worden. De opdracht vraagt tijd omdat de leerlingen de bladeren moeten drogen. Houd daar rekening mee. Opdracht 1.4 Een plantenkwartet maken een computer met internetaansluiting en Word; sortimentsboeken; plantencatalogi; vakbladen; karton; kleurpotloden of stiften; schaar; plakplastic; lijm. 8 PLANTEN IN ALLERLEI SOORTEN EN MATEN
Code eindtermen LN/K/2-1,2,4,10 LN/K/3-2 Overeenkomsten tussen planten aangeven Samenwerken Plan van aanpak opstellen Informatie opzoeken Omgaan met de computer Een spel bedenken Een spel maken Een spel spelen Enkele plantensoorten/-families noemen Eindresultaten beoordelen Vergelijken Mening geven 150 minuten Zorg dat u voorbeelden van echte kwartetspellen hebt liggen. De leerlingen kunnen dan aan de hand van een voorbeeld werken. De leerlingen kunnen het kwartetspel ook op de computer maken. Het kwartetspel is helemaal af, als de speelkaarten geplastificeerd worden. Daarvoor hebt u een lamineerapparaat nodig. U kunt de leerlingen natuurlijk ook plakplastic laten gebruiken. De genoemde benodigdheden zijn afhankelijk van de manier waarop de leerlingen hun kwartetspel maken. Opdracht 1.5 Hoe gebruik je het Opzoekboek groen? het Opzoekboek groen; blanco A4-tekenvellen; kleurpotloden. PLANTEN IN ALLERLEI SOORTEN EN MATEN 9
Code eindtermen LN/K/3-2,6 Beschrijven Tekenen Een naslagwerk hanteren Schema maken Informatie ordenen Toets maken Controleren Evalueren 50 minuten Zorg dat er voldoende exemplaren van het Opzoekboek groen aanwezig zijn. Deze kunt u bestellen bij het Ontwikkelcentrum, artikelcode 21062. Het boek is goedgekeurd door de CEVO en mag bij het examen gebruikt worden als hulpmiddel. In de afsluiting maakt de leerling een toets over het sortiment. Omdat het plantensortiment op elke school verschillend is, moet u deze toets zelf maken. Opdracht 1.6 Planten namen geven Opzoekboek groen; andere boeken met plantensortiment; een computer met internetaansluiting en Word. Code eindtermen LN/K/2-1,2,4 LN/K/3-6 Omgaan met de computer Tabellen maken Nederlandse en wetenschappelijke namen combineren Een opdracht maken voor een ander Controleren 10 PLANTEN IN ALLERLEI SOORTEN EN MATEN
50 minuten In deze opdracht wordt ervan uitgegaan dat iedere leerling beschikt over voldoende computervaardigheden. Het is verstandig dit te controleren alvorens u de leerlingen aan het werk zet. Deze opdracht is algemeen en breed opgezet. De leerling kan de planten in verschillende rubrieken zoeken. U kunt desgewenst de keuze beperken. Spreek bijvoorbeeld vooraf met de leerlingen af dat ze alleen bomen of eenjarigen mogen kiezen. Opdracht 1.7 Een beplantingsmaquette maken pen en papier; vakbladen en/of tijdschriften; diverse plantenboeken; vel wit karton (A3-formaat); vellen gekleurd karton (A4-formaat); schaar; kleurpotloden; lijm. Code eindtermen LN/K/2-1,2,3,10 LN/K/3-2 Samenwerken Brainstormen Bespreken Vragen formuleren Plan van aanpak maken Computer gebruiken Informatie opzoeken Een maquette maken Eenvoudige berekeningen maken Werkresultaat evalueren Samenwerking evalueren Toelichten PLANTEN IN ALLERLEI SOORTEN EN MATEN 11
2 x 100 minuten Als uw groep leerlingen erg groot is, kunt u de leerlingen in plaats van in tweetallen in grotere groepen laten werken. U kunt de leerlingen begeleiden bij het formuleren van de vragen als ze daar moeite mee hebben. U regelt voor de leerlingen een adres bij een hovenier. Bereid de excursie goed voor. Zorg dat de hovenier weet waar hij aandacht aan moet schenken. Als een excursie niet mogelijk is, kunt u een hovenier (of iemand anders die iets kan vertellen over het beplanten van tuinen) als gast uitnodigen op school. Laat eventueel voorbeelden zien van beplantingsmaquettes als leerlingen niet weten wat ze moeten maken. Zorg voor voldoende en gevarieerd materiaal om beplantingsmaquettes te kunnen maken. Het zou jammer zijn, als de leerlingen beperkt worden door het aanbod. 12 PLANTEN IN ALLERLEI SOORTEN EN MATEN
PLANTEN IN ALLERLEI SOORTEN EN MATEN 13
2 Zorg voor planten 2.1 Opdracht 2.1 Een zaaibak maken een zaaibak; een zaaimedium (potgrond); een zeef; een aandrukplankje. Code eindtermen LN/K/2-1,3,6 LN/K/3-4 Een werkwijze beschrijven Eisen formuleren Informatie opzoeken Formule noteren Een zaaibak maken Werkresultaat beoordelen 100 minuten In deze opdracht komt het begrip kiemingspercentage aan de orde. Bespreek eventueel met de leerlingen de werkwijze van het zaaien. Dat geeft meer inzicht in de voorwaarden waaraan een zaaibed moet voldoen. Om de gevolgen van een slechte zaaibak te kunnen laten zien, kunt u er zelf een maken. Denk daarbij aan veel kluiten, een ongelijke ondergrond, een te stijf aangeduwde ondergrond, et cetera. Opdracht 2.2 Kiemplantjes verspenen een zaaibak gevuld met kiemplantjes; potgrond; plantenpotjes voor eenjarigen; 14 ZORG VOOR PLANTEN
een plat schaaltje of schoteltje; een prikstok. Code eindtermen LN/K/2-1,6 LN/K/3-1,4 LN/K/6-7 Groeifactoren benoemen Kritisch lezen Aandachtspunten noemen Kiemplantjes verspenen Systematisch werken Werkproces beoordelen Werkresultaat beoordelen 100 minuten Zorg voor voldoende zaaibakken met kiemplantjes. Zorg ook voor voldoende potten. Probeer zo veel mogelijk in één potafmeting te verspenen. Dit vergemakkelijkt later het wegzetten op de tafels. Niet alle kiemplantjes plaats je in eenzelfde potvorm. Zo zet je eenjarigen vaak in vierkante potjes en geraniums vaak in ronde. Het kan makkelijk zijn om met een prikstokje een gaatje te maken. Prikstokjes zijn eenvoudig zelf te maken. Als voorbereiding op deze opdracht kunt u de leerlingen op het internet laten kijken bij www.detuingids.be. Hier geven ze prima informatie over verspenen. U kunt de leerlingen met hulp van deze website een eigen werkplan laten maken. Opdracht 2.3 Invloed van groeifactoren zeven goed bewortelde stekjes van warmteminnende planten van dezelfde soort; een doorzichtige plastic zak; een watervaste stift; zeven steeketiketten; een duimstok; vloeibare mest (Pokon); een emmer metselzand; een gieter met leidingwater; ZORG VOOR PLANTEN 15
enkele korrels mengmest; zes even grote bloempotten. Code eindtermen LN/K/2-1 LN/K/3-1,3,4 Groeivoorwaarden noemen Groeifactoren noemen splanning maken Instructies opvolgen Oppotten Waarnemen Planten verzorgen Tabel invullen Beoordelen Conclusies trekken 50 minuten + drie weken dagelijks enkele minuten Deze opdracht vraagt wat voorbereiding. Spreek de opdracht door met de leerlingen. Wijs de leerlingen op hun verantwoordelijkheden tijdens de drie weken dat het onderzoek duurt. Zorg voor voldoende gewortelde stekken. De opdracht kan ook in tweetallen uitgevoerd worden. Afhankelijk van de plantensoort die u gebruikt, komen de gevolgen van de proef sneller of langzamer tot uiting. Voorwaarde om deze opdracht uit te kunnen voeren, is dat de leerlingen stekken kunnen oppotten. Bij het waarnemen van de groei, kunnen de leerlingen de duimstok gebruiken. Ze kunnen ook een stokje bij de plant steken waar ze iedere keer een streepje op kunnen zetten. Opdracht 2.4 Grondsoorten bekijken een atlas; drie bakjes met verschillende grondsoorten; een grondsoortentabel; drie schotels; een binoculair (of loep); plakplastic (of plakband); 16 ZORG VOOR PLANTEN
een schaar; kleurpotloden. Code eindtermen LN/K/2-1 LN/K/6-3 Opzoeken in een atlas Inkleuren Werken met een binoculair Eigenschappen van grondsoorten noemen Werken met een grondsoortentabel Systematisch werken Antwoorden controleren Werkproces evalueren 50 minuten Maak bakjes voor de leerling: Bakje 1 = veengrond Bakje 2 = kleigrond Bakje 3 = zandgrond Maak zelf de oriëntatie van deze opdracht van tevoren. U weet dan de antwoorden. In deze opdracht werken leerlingen met een binoculair. Neem vooraf met de leerlingen door hoe ze met een binoculair om moeten gaan. Een grondsoortentabel staat in het informatieboek. Opdracht 2.5 Wormen: natuurlijke bodemverbeteraars metselzand; tuingrond; vijf wormen; drie grassprieten; een stuk plastic van 15x15 cm; elastiekjes; twee cilinderglazen of maatglazen van 250 ml; een viltstift; een computer met Word. ZORG VOOR PLANTEN 17
Code eindtermen LN/K/2-1 LN/K/3-3,4 Bodemorganismen benoemen Afspraken maken Taken verdelen Samenwerken Waarnemen Vergelijken Verklaren Conclusies trekken Werkproces evalueren 50 minuten + een week lang dagelijks 5 minuten Voor deze proef zijn vrij veel wormen nodig. U kunt de leerlingen dan ook het beste zelf wormen laten meenemen. De wand van de cilinderglazen moet tijdens het vullen schoon blijven. Gebruik daarvoor een flessenlikker. Let erop dat de leerlingen de tuingrond slechts licht aandrukken. De wormen moeten er nog op eigen kracht doorheen kunnen. Opdracht 2.6 Gewassen voeden verpakkingen van kunstmest; een rekenmachine; een computer met internetaansluiting en Word. 18 ZORG VOOR PLANTEN
Code eindtermen LN/K/2-1,2 LN/K/3-3,4 LN/K/16-2 Informatie zoeken Computer gebruiken Tabellen maken Scheikundige symbolen herkennen Bemestingsadvies lezen Eenvoudige berekeningen uitvoeren Rekenmachine gebruiken Antwoorden controleren Werkproces evalueren Samenvatten 50 minuten Informeer vooraf in hoeverre de leerlingen bekend zijn met de betekenis van de scheikundige symbolen N, P, K en Mg. U hebt voor deze opdracht verschillende (lege) zakken kunstmest nodig. Maak de leerlingen attent op de diverse coderingen die op de verpakkingen staan, bijvoorbeeld 12-10-18 of 10-10-20. Leerlingen hebben vaak moeite met percentageberekeningen. Oefen eventueel dergelijke sommen met de leerlingen. Sommige scholen hebben een eigen schooltuin met een bijbehorend bemestingsadvies. Met een paar kleine aanpassingen kunt u dat advies voor deze opdracht gebruiken. Opdracht 2.7 Groeiomstandigheden optimaliseren een computer met internet en Word; een printer; plantenboeken; een schaar; tijdschriften; lijm. ZORG VOOR PLANTEN 19
Code eindtermen LN/K/2-1,2,4 LN/K/3-3,4 Informatie opzoeken Computer gebruiken Tabel maken Verslag schrijven Resultaten vergelijken Conclusies trekken 50 minuten Voor deze opdracht moet iedere leerling kunnen beschikken over een computer met internetaansluiting. Belangrijk leerdoel van deze opdracht is om te ontdekken dat niet iedere plant dezelfde optimale groeiomstandigheden heeft. Iedere plant stelt zijn eigen eisen. De leerlingen kunnen in plaats van een verslag ook een collage maken. In dat geval hebben ze als extra benodigdheden kleurpotloden, stiften en grote vellen papier nodig. 20 ZORG VOOR PLANTEN
ZORG VOOR PLANTEN 21
3 Plagen en ziekten 3.1 Opdracht 3.1 Plagen en ziekten herkennen een stereomicroscoop of loep; een determinatietabel of plaatjes met ziektebeelden van planten; een zieke plant. Code eindtermen LN/K/2-1 LN/K/6-9 Stereomicroscoop hanteren Loep hanteren Kritisch waarnemen Werken met een determinatietabel Planten onderzoeken Ziekten en/of plagen herkennen Symptomen benoemen Resultaat evalueren Kennis reproduceren 50 minuten Zorg voor voldoende planten met (het liefst verschillende) ziekten of plagen. In deze opdracht moeten de leerlingen met een stereomicroscoop werken. Neem van tevoren met de leerlingen de gebruiksaanwijzing door. Als u geen determinatiegidsen van ziekten en plagen hebt, kunt u afbeeldingen (posters) van zieke planten gebruiken. Zorg voor voldoende vakbladen waarin de leerlingen kunnen zoeken naar afbeeldingen. De leerlingen kunnen natuurlijk ook zoeken op internet. 22 PLAGEN EN ZIEKTEN
Opdracht 3.2 Chemisch of biologisch? een woordenboek; boeken over bestrijdingsmiddelen; computer met internet (http://www.homepages.hetnet.nl/~spranco/index.htm). Code eindtermen LN/K/2-4 LN/K/6-5 Verschillen aangeven Informatie opzoeken in naslagwerken Informatie zoeken op internet Resultaten weergeven Mening geven Formuleren 50 minuten Zorg voor voldoende bestrijdingsmiddelengidsen. Aangezien er jaarlijks wijzigingen/aanvullingen zijn, zijn andere antwoorden mogelijk. Als aanvulling op de afsluiting kunt u de leerlingen afbeeldingen laten opzoeken van de genoemde plagen. Opdracht 3.3 Plagen biologisch bestrijden het boekje Plant en plaag ; een computer met internet; stukken behangpapier van ongeveer 0,50-1,00 meter; lijm; een schaar; kleurpotloden. PLAGEN EN ZIEKTEN 23
Code eindtermen LN/K/2-1,2,4 LN/K/6-5,9 Werken met het boekje Plant en plaag Bedenken Aantastingen bij planten herkennen Symptomen benoemen Informatie opzoeken Collage maken Presentatie houden 2 x 50 minuten Zorg dat u over meerdere exemplaren van het boekje Plant en plaag beschikt. Dit boekje is te bestellen bij uitgeverij Roodbont via de website www.roodbont.nl. Het ISBNnummer is 90-75280-43-2. Iedere leerling heeft een stuk behangpapier nodig van 0,5 bij 1 m. U kunt zelf uitrekenen hoeveel u in totaal nodig hebt. Deze opdracht is verdeeld in twee lesuren. In de eerste les kunt u leerlingen zelfstandig laten werken aan de opdracht. De tweede les is bedoeld voor de presentaties. Opdracht 3.4 Chemische bestrijding: niet zonder risico! een schoolbord of vellen papier van een flap-over; een computer met internet en Word; een bedrijf (excursie); pen en papier; een fotocamera. 24 PLAGEN EN ZIEKTEN
Code eindtermen LN/K/2-1,4,6,7 LN/K/6-5 Computer gebruiken Samenvatten Prioriteiten aanbrengen Goed luisteren Vragen stellen Aandachtspunten opstellen Verslag schrijven Informatie opzoeken Advies geven 50 minuten + 100 minuten U vertelt de leerlingen in de oriëntatie iets over gewasbescherming en over het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de agrarische sector. Dit is een voorbereiding op de excursie naar het agrarisch bedrijf. Voor deze opdracht moet u een excursie naar een agrarisch bedrijf regelen. Het bedrijf moet werken met chemische bestrijdingsmiddelen. Het is inmiddels wettelijk niet meer toegestaan leerlingen die onbevoegd zijn gewasbespuitingen te laten uitvoeren. Hiervoor is een spuitlicentie nodig. Iedere persoon die in zijn/haar werk gewasbespuitingen moet uitvoeren, moet deze spuitlicentie hebben. Als oriëntatie kunt u ervoor kiezen iemand een presentatie te laten houden over het behalen van deze licentie. Het kan de moeite waard zijn om in plaats van één bedrijf meerdere bedrijven te bezoeken. In de praktijk blijkt vaak dat ondanks een strenge regelgeving er toch verschillend met de voorschriften wordt omgegaan. Leerlingen ontdekken op deze manier dat er verschillen kunnen zijn tussen theorie en praktijk. Opdracht 3.5 Wat wil de klant? twee A3-vellen; kleurpotloden; lijm; PLAGEN EN ZIEKTEN 25
vakbladen. Code eindtermen LN/K/2-1,2,10 LN/K/3-3 Eisen formuleren Stappenplan maken Interview voorbereiden Afspraken maken Samenwerken Tabellen invullen Een reclameadvertentie maken Werkproces evalueren 2 x 50 minuten Als er te weinig groente- en/of bloemenwinkels in de buurt zijn, kunt u de leerlingen de opdracht buiten schooltijd laten uitvoeren (in hun eigen woonplaats). Deze opdracht kunt u goed combineren met het vak economie (reclame en afzet). Opdracht 3.6 Onkruid mechanisch verwijderen een flora; pen en papier; een computer met internet; een tuin of gazon; een schoffel; een hark; een cultivator; eventueel ander tuingereedschap. 26 PLAGEN EN ZIEKTEN
Code eindtermen LN/K/2-1,6 LN/K/3-4 LN/K/6-4 Mening formuleren Informatie opzoeken Zoeken op internet Flora gebruiken Determineren Kiezen Veilig en verantwoord omgaan met tuingereedschap Onkruid verwijderen Werkproces evalueren 100 minuten Voor deze opdracht hebt u een schooltuin of een tuin in de buurt nodig die groot genoeg is om alle leerlingen aan het werk te zetten. U kunt de leerlingen ook in groepjes laten werken. U hebt dan minder tuin nodig. Soms kunt u een stuk grond van de gemeente gebruiken om onkruidvrij te maken. Maak dan ruim van tevoren een afspraak met de gemeente. En houd rekening met eventuele reistijd. Voordat de leerlingen deze opdracht kunnen doen, moeten ze weten hoe ze de verschillende manieren van mechanische onkruidverwijdering uit horen te voeren. Ook moeten de leerlingen weten hoe ze veilig moeten omgaan met tuingereedschap. Opdracht 3.7 Plagen en ziekten bestrijden de video Neem nou een tomaat ; een videorecorder; een computer met internet; vakbladen; foldermateriaal; een groot vel, dik papier (A3- of A2-formaat); een schaar; tekenmaterialen; lijm. PLAGEN EN ZIEKTEN 27
Code eindtermen LN/K/2-2,7,10 LN/K/3-3 Brainstormen Onderverdeling maken Aantekeningen maken Bespreken Samenwerken Onderscheid maken Informatie opzoeken Computer gebruiken Een collage maken Een presentatie geven Vergelijken Mening geven Eigen werkresultaat beoordelen 100 minuten Voor deze opdracht hebt u de video Neem nou een tomaat nodig. Enkele fragmenten zijn meer gericht op voeding dan op gewasbescherming. U kunt deze fragmenten doorspoelen. De hele band duurt circa 20 minuten. De video is verkrijgbaar bij: Pro Agro Straatweg 30B 3604 BB Maarsen De mechanische methode wordt in andere opdrachten behandeld en komt hier dan ook niet aan de orde. U kunt de bespreking van de collages sturen en er zo voor zorgen dat alle methoden aan bod komen. Ook kunt u de onderlinge verschillen nog eens benadrukken en voor- en nadelen noemen. Handige internetsites voor het vinden van informatie zijn: www.koppert.nl, www.basf.nl, www.aahuisentuin.nl, www.degroenevlieg.nl. 28 PLAGEN EN ZIEKTEN
PLAGEN EN ZIEKTEN 29
4 Voortplanting: een nieuw begin 4.1 Opdracht 4.1 Voortplantingsorganen van bloemen twee bloemen van de narcis; een potlood; een scalpel; een stereomicroscoop; een kleine schaar; kopieertape. Code eindtermen LN/K/2-1,6 LN/K/3-5 Voorkennis activeren Veiligheidsmomenten signaleren Prepareren Analyseren Benoemen Omgaan met een stereomicroscoop Tekenen Werkproces evalueren 50 minuten Zorg voor voldoende bloeiende narcissen. De bloem van de tulp kan ook gebruikt worden. De bloemen zijn niet het hele jaar verkrijgbaar. U kunt deze opdracht dan ook het beste in het voorjaar laten uitvoeren. Bij gebrek aan stereomicroscopen kan de opdracht ook met een loep uitgevoerd worden. Spreek van tevoren met de leerlingen klassikaal af hoe ze moeten tekenen. 30 VOORTPLANTING: EEN NIEUW BEGIN
Opdracht 4.2 Kleintjes worden groot een computer met Word; twee zonnebloempitten; tekenspullen; een ontkiemde zonnebloem; een stereomicroscoop; een scalpel; een (digitale) fotocamera. Code eindtermen LN/K/2-1,2,4 LN/K/3-5 Planten Planten verzorgen Computer gebruiken Tekstverwerkingsprogramma gebruiken Schema maken Schema invullen Tekenen Omgaan met een stereomicroscoop Ontleden Foto s maken Benoemen Conclusies trekken Verslag schrijven 50 minuten + 10 minuten per dag Zorg voor voldoende zonnebloempitten en voor voldoende ontkiemde zonnebloempitten. Ontkiemde zonnebloempitten hebt u ongeveer een week nadat u ze geplant hebt. Het is leuk als de leerlingen na deze opdracht een eigen zonnebloem hebben gekweekt. Ze kunnen deze na afloop drogen en eventueel gebruiken bij een bloemschikles. Als u de hoeveelheid zonnebloemen wilt beperken, plant dan een kleiner aantal en volg de groei van de bloemen klassikaal. Leerlingen maken hun eigen schema waarin ze hun waarnemingen noteren. Om de bespreking eenvoudiger en overzichtelijker te maken, kunt u zelf een schema maken en dat door de leerlingen laten invullen. VOORTPLANTING: EEN NIEUW BEGIN 31
Opdracht 4.3 Een zadenkaart maken hardboard of spaanplaat van ongeveer 25 x 25 cm; kleurloze lijm; verschillende soorten zaad; een liniaal; een stift (zwart). Code eindtermen LN/K/2-1 LN/K/3-5 Selectiecriteria bepalen Sorteren Eisen formuleren Informatie opzoeken Zadenkaart maken Werkresultaat beoordelen Zaden herkennen/benoemen 50 minuten Zorg voor verschillende soorten zaden. Zorg voor voldoende lege zadenkaarten (houtplaatjes). Het is het mooiste wanneer één kant van de zadenkaart wit is. Dan komen de verschillende zaden beter uit. Als alternatief voor de lijm is plakplastic te gebruiken. Het nadeel van plakplastic is dat je snel luchtbellen onder het plastic krijgt. Opdracht 4.4 Plantjes zaaien kleurpotloden; tuingereedschappen; twee pootlijnen; graszaad; twee plastic bekertjes; een stukje tuin van ongeveer 1 m 2. 32 VOORTPLANTING: EEN NIEUW BEGIN
Code eindtermen LN/K/2-1,6 LN/K/3-1,4,8 In eigen woorden weergeven Eenvoudige resultaten tekenen bepalen Grond zaaiklaar maken Breedwerpig zaaien Op rijen zaaien Vergelijken Werkproces evalueren Resultaat beoordelen 100 minuten De leerling heeft al geoefend in het zaaiklaar maken van grond en kan deze handelingen inmiddels zelfstandig uitvoeren. In deze opdracht wordt ervan uitgegaan dat iedere leerling kan beschikken over een stukje tuin van circa 1 m 2. Heeft de school geen tuinruimte tot haar beschikking, dan kunt u overwegen om de opdracht in twee zaaibakken te laten maken. De ene bak laat u dan breedwerpig inzaaien, de andere op rijen. De geultjes zijn eenvoudig te maken met een mesje. U kunt zelf plastic bekertjes vullen met graszaad. Maar u kunt de leerlingen ook zelf laten uitrekenen hoeveel graszaad ze nodig hebben en ze dit zelf laten afwegen. Wilt u snel resultaat, dan kunt u in plaats van graszaad tuinkers gebruiken. Opdracht 4.5 Zaaien: hoe doe je dat? een computer met Word; een printer; pen en papier; een telefoonboek; een telefoon; eventueel een fototoestel. VOORTPLANTING: EEN NIEUW BEGIN 33
Code eindtermen LN/K/2-1,2,10 Samenwerken Vragen maken Stappenplan maken Taakverdeling maken Systematisch werken Afspraak maken Interviewen Resultaten verwerken Spreekbeurt houden Vragen beantwoorden Verworven kennis/vaardigheden benoemen Werkproces evalueren 50 minuten + 100 minuten In deze opdracht wordt een beroep gedaan op het zelfstandig kunnen werken door de leerling. Leerlingen moeten zelf een stappenplan bedenken en een taakverdeling maken. Ze moeten ook zelf contact leggen met een bedrijf. Opdracht 4.6 Veredelen vijf tomaten: één gewone tomaat, één trostomaat, één vleestomaat en twee cherrytomaten; een mes; een bord; keukenpapier; schoonmaakspullen; tekenspullen. 34 VOORTPLANTING: EEN NIEUW BEGIN
Code eindtermen LN/K/2-1,10 LN/K/3-5 Tekenen Resultaten vergelijken Criteria formuleren Producten beoordelen Kennis toepassen Eigenschappen opnoemen Creatief zijn Reclamezin bedenken 100 minuten Zorg voor voldoende tomaten van iedere soort. Deze opdracht kan worden gecombineerd met bijvoorbeeld het vak economie (reclame en afzet). Misschien weet niet iedere leerling wat het kroontje van een tomaat is. Leg dit dan uit. VOORTPLANTING: EEN NIEUW BEGIN 35
5 Vermeerderen zonder seks 5.1 Opdracht 5.1 Een stekkist maken een stekkistje; een stekmedium; een aandrukplankje. Code eindtermen LN/K/2-1,6 LN/K/3-7 Voorkennis activeren Stappenplan maken Stappenplan beoordelen Vergelijken Groeivoorwaarden noemen voor stekken Een stekkist maken Werkresultaat beoordelen 50 minuten Zorg ervoor dat er voldoende stekkistjes aanwezig zijn. Het is mogelijk om hiervoor tempex-kistjes te gebruiken. Deze hebben een relatief lage aanschafprijs. Het nadeel van de kistjes is dat ze snel kapot gaan. Opdracht 5.2 Bladstek maken (heel blad) een stekbak; een stekmedium (potgrond); een zeef; een aandrukplankje; afdekmateriaal; een stekmesje; een moerplant; stekpoeder; 36 VERMEERDEREN ZONDER SEKS
een gieter met een fijne broes. Code eindtermen LN/K/2-1,6 LN/K/3-1,7 Veiligheidsmomenten aangeven Een stekkist maken Bladstek maken Vragen beantwoorden Systematisch werken Werkproces evalueren 100 minuten Om deze opdracht goed uit te kunnen voeren is het van belang dat de leerling een stekkist kan maken. Zorg ervoor dat er voldoende moerplanten aanwezig zijn. Voor het maken van bladstek met hele bladeren levert de Saint Paulia vrijwel altijd goed resultaat. Voor het afdekken van de stekbakken kunt u verschillende materialen gebruiken. Bijvoorbeeld glasplaatjes (breekbaar!), acryldoek of speciale plastic folie. Opdracht 5.3 Bladstek maken (half blad) Voor deze opdracht bedenk je zelf wat je nodig hebt. Code eindtermen LN/K/2-1,6 LN/K/3-1,7 bepalen Veiligheidsmomenten aangeven Een stekkist maken Bladstek maken Vragen beantwoorden Systematisch werken Werkproces evalueren VERMEERDEREN ZONDER SEKS 37
100 minuten Om deze opdracht goed uit te kunnen voeren is het van belang dat de leerling een stekkist kan maken. Zorg ervoor dat er voldoende moerplanten aanwezig zijn. Voor het maken van bladstek met halve bladeren is de Streptocarpus goed te gebruiken. Voor het afdekken van de stekbakken kunt u verschillende materialen gebruiken. Bijvoorbeeld glasplaatjes (breekbaar!), acryldoek of speciale plastic folie. Opdracht 5.4 Bladstek maken (gedeelten van blad) een stekkist; afdekmateriaal; een stekmedium; een stekmesje; een aandrukplankje; een moerplant; een gieter met een fijne broes. Code eindtermen LN/K/2-1,6 LN/K/3-1,7 Schatten Veiligheidsmomenten aangeven Een stekkist maken Bladstek maken Vragen beantwoorden Systematisch werken Werkproces evalueren 38 VERMEERDEREN ZONDER SEKS
100 minuten Om deze opdracht goed uit te kunnen voeren is het van belang dat de leerling een stekkist kan maken. Zorg ervoor dat er voldoende moerplanten aanwezig zijn. Voor het maken van bladstek van gedeelten van bladeren is de Streptocarpus goed te gebruiken. Voor het afdekken van de stekbakken kunt u verschillende materialen gebruiken. Bijvoorbeeld glasplaatjes (breekbaar!), acryldoek of speciale plastic folie. Opdracht 5.5 Stekken oppotten Voor deze opdracht bedenk je zelf wat je nodig hebt. Code eindtermen LN/K/2-1,6 LN/K/3-1,7 Brainstormen Groeifactoren noemen bepalen Controleren Stekken oppotten Systematisch werken Vragen beantwoorden Werkproces evalueren 2 x 50 minuten Zorg ervoor dat er voldoende geworteld stekmateriaal aanwezig is. De leerlingen kunnen deze opdracht het beste maken nadat ze de opdracht Stekmateriaal maken gedaan hebben. Leerlingen ervaren dan de logische vervolgstap. De leerlingen kunnen een prikstokje gebruiken om een wortelgaatje te maken. Of dat makkelijker is, is afhankelijk van de dikte van de stek en de beworteling hiervan. VERMEERDEREN ZONDER SEKS 39
Opdracht 5.6 Bol of knol? een aardappel; een ui; een plantenboek met bol- en knolgewassen; een computer met internet; A4-papier (ongeveer 20 velletjes); potlood en kleurpotloden; een rode pen en schrijfpapier; een mesje. Code eindtermen LN/K/3-6 Voorkennis activeren Voorbeelden bedenken Onderscheid aanbrengen Analyseren Een lengtedoorsnede maken Tekenen Informatie opzoeken Eventueel computer gebruiken Tabellen invullen Vragen maken Kennis toetsen Controleren 50 minuten Zorg dat er voldoende bollen en knollen zijn. Uien en aardappelen zijn de meest bekende soorten en zijn eenvoudig verkrijgbaar. U kunt natuurlijk ook andere soorten gebruiken. Zorg voor voldoende tekenmaterialen (kleurpotloden). Opdracht 5.7 Oculeren en enten afhankelijk van de presentatiekeuze een fotocamera, videocamera of een ander hulpmiddel; A4 tje. 40 VERMEERDEREN ZONDER SEKS
Code eindtermen LN/K/2-1,2,6,10 LN/K/3-7 Informatie opzoeken Een stappenplan maken Werkzaamheden plannen Taken verdelen Samenwerken Een presentatie houden Werkproces evalueren Werkresultaat beoordelen 1 x 50 minuten + 1 x 100 minuten Uw rol als docent is in deze opdracht anders dan anders. U bent hier vooral procesbegeleider. In deze opdracht wordt een grote aanspraak gedaan op het zelfstandig kunnen werken van de leerling. De ene leerling heeft daarbij meer begeleiding nodig dan de andere. De leerling is vrij in de keuze voor een presentatievorm. Dat vraagt wellicht van u ook de nodige flexibiliteit. Afhankelijk van de gekozen presentatievormen zijn er verschillende AV-middelen vereist. Zijn die middelen op school niet aanwezig, geef dat dan van tevoren aan de leerlingen door. Aan deze opdracht kunnen kosten verbonden zijn, bijvoorbeeld voor de aanschaf van fotorolletjes of videobanden, fotoontwikkelkosten, vervoer bij excursie, een bedankje voor een gastspreker et cetera. Opdracht 5.8 Weefselkweek vakbladen; plantenboeken; een computer met internet; A4-papier; een rol behang; kleurpotloden of stiften; een schaar; lijm. VERMEERDEREN ZONDER SEKS 41
Code eindtermen LN/K/2-1 LN/K/3-5 Begrippen omschrijven Voor- en nadelen benoemen Informatie opzoeken Samenwerken Ordenen Teksten schrijven Een stripverhaal maken Werkresultaten beoordelen Mening formuleren Werkproces beoordelen 100 minuten U kunt bij een bouwmarkt of een schilderszaak meestal wel een oude rol behang krijgen. Snijd het behangpapier van tevoren in handzame stukken. Zorg voor voldoende werkmaterialen: kleurpotloden en/of stiften, lijm en scharen. U kunt de stripverhalen ook klassikaal bespreken. De leerlingen kunnen dan hun eigen werk toelichten en het werk van anderen beoordelen. 42 VERMEERDEREN ZONDER SEKS