BUITENGEWOON ONDERWIJS Marco Malego voor directies en personeelsleden De school Binnenhof is een school (externaat) voor buitengewoon secundair onderwijs, gericht op jongeren tussen 13 en 21 jaar met licht, matig of ernstig mentale beperkingen. De school ligt in centrum Gent en telt ongeveer 220 leerlingen en 70 personeelsleden. BuSO Binnenhof biedt opleidingsvormen 1, 2 (type 2) en 3 (type 1) aan. Er is een aangepaste werking met gespecialiseerd personeel voor jongeren met autismespectrumstoornissen. Opleidingsvorm 1 legt de nadruk op communicatie, zelfredzaamheid, sociale vorming, zinvolle vrijetijdsbesteding en senso-motoriek. Opleidingsvorm 2 is ingedeeld in 2 fasen. In fase 1 maken de leerlingen op hun eigen tempo samen met de leraar de overgang van het lager naar het secundair onderwijs. Via een individueel stappenplan werken de leerlingen aan de uitbreiding van hun mogelijkheden. In fase 2 worden de schoolse vaardigheden en attitudes functioneel uitgebouwd om zo tot een optimale integratie in een beschermde leef-, woon- en werksituatie te komen. Vooral de arbeidsgeschiktmaking komt daarbij aan bod. Deze opleiding wordt afgerond met een mogelijkheid tot stage in een beschutte werkplaats in functie van een eventuele tewerkstelling. Opleidingsvorm 3 bereidt voor op integratie in de maatschappij en op tewerkstelling in een gewoon arbeidsmilieu. In het studiegebied personenzorg kunnen de leerlingen kiezen voor logistiek assistent in ziekenhuizen en zorginstellingen en onderhoudshulp in instellingen en professionele schoonmaak. In het studiegebied handel kunnen de leerlingen kiezen voor winkelhulp. Deze opleidingen bestaan uit een observatiefase, een opleidingsfase en een kwalificatiefase. Het behalen van een kwalificatiegetuigschrift kan leiden tot tewerkstelling in: - rust- en verzorgingstehuizen, woon- en zorgcentra, - ziekenhuizen en kinderdagverblijven, - warenhuizen en horeca, - schoonmaakbedrijven. Na die opleiding kan gekozen worden voor een integratiefase, alternerende beroepsopleiding (ABO). Deze bestaat uit twee dagen vorming op school en drie dagen werkervaring in een bedrijf gedurende één schooljaar. Ondertussen loopt de wachttijd bij de VDAB en kan men genieten van een begeleidingsuitkering. Definitieve tewerkstelling in het bedrijf is het einddoel. DM februari 2010 Buitengewoon onderwijs pagina 1
Interview met Mevr. Carine Bauwens Hoe lang werk je al in het buitengewoon onderwijs en hoe lang ben je al directrice in de school Binnenhof? Ik werk reeds 28 jaar in het buitengewoon onderwijs, eerst als GON-begeleidster gedurende 20 jaar, daarna als pedagogisch begeleider GON gedurende 5 jaar en sinds september 2007 als directie in het BuSO Binnenhof. Waarom heb je ervoor gekozen om directrice te worden? Als pedagogisch begeleider heb ik een ruimer inzicht gekregen in het buitengewoon onderwijs, daarnaast heb ik gedurende deze jaren ook mijn vaardigheden in het coachen en begeleiden van volwassenen kunnen optimaliseren. Terug naar de school, terug naar de leerlingen met daaraan gekoppeld de uitdaging een school te leiden, waren voor mij de belangrijkste redenen om deze functie op te nemen. Wat is het boeiendste aan je job als directie? Door onze drie opleidingsvormen binnen de school hebben we leerlingen met heel diverse mogelijkheden en zorgvragen. In Binnenhof zijn er leerlingen met een ernstige tot matige mentale beperking, leerlingen met moeilijkere sociale achtergronden en allochtone leerlingen (ongeveer 15 nationaliteiten). Als directie kan je voor al deze leerlingen heel veel betekenen, je kan met hen een hele weg afleggen. Dit is zonder meer boeiend. Daarnaast heb ik een groot schoolteam dat elke dag met veel enthousiasme voor onze leerlingen staat. Niet elke dag is even gemakkelijk. Samen met dit team naar oplossingen zoeken en samen met dit team een goede schoolsfeer uitbouwen is voor mij minstens even boeiend aan mijn job. DM februari 2010 Buitengewoon onderwijs pagina 2
Waarom trad BuSO Binnenhof toe tot de scholengemeenschap Edith Stein? Er zijn verschillende aspecten die hierbij een rol speelden: de belangrijkste reden is ongetwijfeld dat we door onze toetreding een nauwere samenwerking met het gewoon onderwijs beoogden. Anderzijds is er ook het wettelijk kader, waarbij een school die behoort tot een scholengemeenschap meer ruimte en mogelijkheden krijgt voor zijn omkadering en personeelsbeleid zoals bijvoorbeeld de globale puntenenveloppe en ICT-middelen. Door de toetreding tot de scholengemeenschap Edith Stein is het volledig onderwijscontinuüm in de scholengemeenschap nu aanwezig, gaande van leerlingen met sterke cognitieve mogelijkheden tot leerlingen met beperkingen en vele zorgvragen. Zonder twijfel zal de toetreding van onze school tot de scholengemeenschap dan ook een verrijking zijn voor alle scholen. Heeft deze toetreding ook invloed op de personeelsleden van de andere scholen? Indien je hiermee bedoelt invloed op de visie van de personeelsleden ten aanzien van buitengewoon onderwijs en vice versa, dan antwoord ik hierop graag ja. De toetreding van onze school tot de scholengemeenschap E. Stein is een eerste duidelijke stap tot een nauwere samenwerking tussen beide onderwijsniveaus. We kunnen zonder twijfel wederzijds heel wat van elkaar leren. Via onder andere intervisiegroepen, studiedagen, informatievergaderingen en stageuitwisselingen kan deze samenwerking alleen maar sterker worden. Over welke eigenschappen moet een leraar beschikken die wil starten met lesgeven in het BuSO? Om in het buitengewoon onderwijs les te geven moet je in de eerste plaats een hart hebben voor onze leerlingen. Een evenwicht vinden tussen duidelijkheid, structuur, strengheid en anderzijds liefdevol omgaan met de leerlingen is een uitdaging voor wie wil les geven in onze school. Wie beslist of een leerling beter les volgt in het BuSO i.p.v. in het gewoon secundair onderwijs? Om toegelaten te worden tot het buitengewoon onderwijs is een attest en een inschrijvingsverslag nodig van het CLB. De meeste van onze leerlingen hebben reeds in het lager onderwijs les gevolgd in het buitengewoon lager onderwijs. Een aantal maakt nog de overstap vanuit het gewoon beroepsonderwijs. De beslissing wordt in elk geval steeds in overleg tussen de school, CLB en de ouders genomen. DM februari 2010 Buitengewoon onderwijs pagina 3
In een BuSO-school wordt extra zorg aan leerlingen besteed. Wie zorgt er naast de leraren ook nog voor de begeleiding van de leerlingen? Het schoolteam in het buitengewoon onderwijs bestaat enerzijds uit leraren algemene vakken en anderzijds uit leraren beroepgerichte vorming. Daarnaast hebben we ook het ondersteunend personeel. Specifieker voor het buitengewoon onderwijs is de aanwezigheid van een schoolmaatschappelijk werker, een psycholoog, een orthopedagoog, en paramedici (op onze school kinesitherapeut en logopedist). Sinds dit schooljaar hebben we ook een interne begeleider autisme. Zijn alle handicaps samen te vatten in 8 types? Neen. Twee belangrijke doelgroepen vinden moeilijk hun plaats binnen de types: enerzijds de ASS-leerlingen (Autisme Spectrum Stoornissen) en anderzijds de leerlingen met een meervoudige handicap. Voor geen van beide groepen bestaat er een specifiek type, de leerlingen met ASS vind je dan ook in alle types terug. Een aantal BuO-scholen hebben zich dan ook binnen hun type gespecialiseerd in autisme. Zo hebben wij op onze school in OV1 en OV2 auti-klassen (structuurklassen) waarin leerlingen met de diagnose ASS les volgen. Deze klassen hebben een zeer specifieke werking. Ook in onze opleidingsvorm 3 zijn er leerlingen met ASS. Hier hebben we echter een geïntegreerde werking waarbij voor elke leerling met ASS een specifieke en individuele aanpak uitgewerkt wordt. Kunnen leerlingen een diploma behalen in het buitengewoon onderwijs? Onze leerlingen OV1 krijgen een attest buitengewoon secundair onderwijs tot sociale aanpassing. De leerlingen OV2 een attest buitengewoon secundair onderwijs tot sociale aanpassing en arbeidsgeschiktmaking. In OV3 kunnen onze leerlingen een getuigschrift beroepsonderwijs behalen. Hoe ziet een schooldag er voor de leerlingen uit? Onze school is een externaat, wat betekent dat heel wat van onze leerlingen (vooral OV1 en OV3) met het leerlingenvervoer (streng gereglementeerd) naar school komen. Dit houdt in dat ze met de schoolbus opgehaald worden, sommigen reeds om 7.15u. Deze leerlingen hebben s morgens al een hele busrit achter de rug vooraleer ze op school aankomen. De andere leerlingen komen te voet, met de fiets of het openbaar vervoer naar school. Voor het overige verschilt een schooldag in Binnenhof weinig van een schooldag voor leerlingen in het gewoon onderwijs. Onze leerlingen hebben een vast lessenrooster, met 7 lestijden van 50 minuten per dag, behalve op woensdagvoormiddag met 4 lestijden. Ze hebben ook, net zoals in het gewoon onderwijs, les van verschillende leerkrachten. Al is het aantal leerkrachten per pedagogische eenheid wel wat kleiner dan in het gewoon onderwijs. Wat wel eigen is aan onze school zijn onze middagactiviteiten: tijdens de middagpauze krijgen onze leerlingen de kans zich in te schrijven voor een activiteit. Gaande van rope-skipping, dans (Zumba), handvaardigheden tot bibliotheek. Onze personeelsleden bieden dit op vrijwillige basis aan. Dit heeft tot doel enerzijds onze leerlingen kennis te laten maken met zinvolle vrije tijdsbesteding en anderzijds de speelplaats wat minder druk te maken. DM februari 2010 Buitengewoon onderwijs pagina 4
Kan je enkele duidelijke verschillen noemen met het gewoon secundair onderwijs? In het gewoon secundair onderwijs wordt het leeraanbod bepaald door de eindtermen. In het buitengewoon onderwijs wordt er gewerkt met ontwikkelingsdoelen die nagestreefd worden. Voor onze leerlingen worden deze doelen vastgelegd in een individueel handelingsplan. Daarnaast spreken we niet van klassen, maar van pedagogische eenheden. Hiervoor wordt een groepswerkplan opgemaakt. Een ander groot verschilpunt is het rapport. In ons onderwijs wordt geenszins gewerkt met procenten, maar krijgt elke leerling een uitgebreid, geschreven rapport waarin staat wat het leeraanbod was en wat de leerling bereikt heeft. Dit alles in een positieve formulering. Vind jij dat leerlingen met een beperking zoveel mogelijk in het gewoon onderwijs moeten blijven? Deze vraag is wat ongelukkig geformuleerd. Voor mij heeft elke leerling recht op onderwijs dat het best bij hem past. Daarmee bedoel ik dat elke leerling een aanbod moet krijgen dat voor hem geschikt is, waarbij rekening wordt gehouden met zijn sociaal-emotionele ontwikkeling, zijn cognitieve mogelijkheden, de sociale context van de leerling en zeker en vast ook zijn welbevinden. Gewoon onderwijs of buitengewoon onderwijs zijn voor mij evenwaardig. Wat is je mooiste herinnering als directie van BuSO Binnenhof? In Binnenhof heb ik al heel wat mooie momenten mogen meemaken. Onze schoolopbouwende activiteiten zoals onze kerstviering, fuif, Binnenhofdag (afsluitdag op het einde van het schooljaar, feest voor en door de leerlingen) zijn steeds hele mooie en warme activiteiten zowel voor de leerlingen als voor het volledige schoolteam. Anderzijds zijn er in het dagdagelijkse schoolleven heel wat kleine zaken die me kunnen raken: een uitnodiging voor een godsdienstmoment, een afscheid van een leerling die gaat werken naar een beschutte werkplaats (en dit kan bij ons op elk moment van het schooljaar), een sterke pedagogische studiedag of een geslaagde teambuildingactiviteit, zoals ons verlovingsfeest in het teken van de toetreding tot de scholengemeenschap. Voor mij is er dus geen mooiste herinnering, maar zijn er en komen er wellicht nog heel wat mooie momenten waar ik blijvend zal van kunnen genieten. DM februari 2010 Buitengewoon onderwijs pagina 5