Naam: Groep 5
Tijdsplanning werkstuk groep 5 Wat wanneer Aan de juf het onderwerp van maandag 21 januari 2013 mijn werkstuk doorgeven inleveren opdracht 1 maandag 28 januari 2013 inleveren opdracht 2 donderdag 7 februari 2013 inleveren opdracht 3 vrijdag 22 februari 2013 inleveren opdracht 4 donderdag 14 maart 2013 Als je je werkstuk op de computer maakt mag je de opdrachten mailen naar c.dirks@skpo korenaar.nl Beste jongens en meisjes, Schrijf de dagen wanneer je opdrachten af moet hebben in je agenda of kalender! Heb vragen, ga op tijd naar de meester! Heel veel succes met het maken van je werkstuk! Zet em op!
Werkstuk groep 5 Voor de eerste keer gaan jullie een werkstuk maken. We gaan dit in stappen doen, je hoeft dus nier alles in één keer in te leveren. Ik wil graag maandag 21 januari van alle kinderen het onderwerp weten. Onderwerp kiezen. Een onderwerp kiezen is niet altijd makkelijk. Je wilt van je werkstuk zelf ook iets leren. En het is fijn als het voor jou een interessant onderwerp is. Daarnaast moet je er ook informatie over kunnen vinden, zodat je er genoeg over kunt schrijven. Denk daarom eens aan een bijzondere hobby of sport. Misschien weet je wel heel veel van een bepaald dier, beroep of land. Of ben je enorm fan van een bekend persoon en wil je daar je werkstuk over maken. Over dit soort onderwerpen is vaak een hele hoop informatie te vinden en deze sluiten vaak goed aan bij jouw interesse. Het moet natuurlijk ook niet te moeilijk zijn. Heb je al een onderwerp doorgegeven? Je mag je keuze nog aanpassen. De komende weken gaan we stap voor stap aan de slag om het werkstuk ook echt te maken.
Wat is nu een werkstuk precies? En wat wordt er van groep 5 verwacht? Een werkstuk is een soort informatie boekje over jouw gekozen onderwerp. Je schrijft dus een aantal hoofdstukken om meer uit te leggen over je onderwerp. Natuurlijk is het leuk als er plaatjes bij staan om het allemaal wat te verduidelijken. In een werkstuk zitten verschillende onderdelen. Titelblad verantwoording (waarom heb je voor dit onderwerp gekozen) Inhoudsopgave (wat er allemaal in het werkstuk staat) De informatie van je onderwerp verdeelt over 4 hoofdstukken (bv. Geschiedenis) Slot (wat heb je geleerd, wie wil je bedanken of wat wens je de lezers toe?) Bronvermelding (welke boeken, websites en andere informatie heb je gebruikt?) Je mag je werkstuk op de computer maken, maar een geschreven werkstuk mag ook. Let in je verhaal op spelling en leestekens. Ook de zinsbouw en indeling zijn belangrijk. Zorg dat het een eigen verhaal wordt, wat makkelijk leest. Gebruik dus geen woorden die je zelf niet snapt en leg moeilijke woorden uit. Je mag natuurlijk thuis om hulp vragen, let er op dat het wel jouw werkstuk blijft!
Opdracht 1 Donderdag 28 januari Maak een woordweb van je gekozen onderwerp. Zet in het midden van het blad het gekozen onderwerp en daar omheen woorden waaraan je denkt. Onder de vier belangrijkste woorden zet je een streep. Van deze vier woorden zou je de hoofdstukken straks kunnen maken. Een voorbeeld: Je hebt gekozen voor het onderwerp paarden. Dit woord staat in het midden. Je hebt het woord verzorging, dan kun je daar het hoofdstuk 'Hoe verzorg je een paard van maken. Een klein voorbeeld.
Opdracht 2 Donderdag 7 februari Inleveren: verantwoording, de inhoudsopgave en de voorkant van je Door alvast hoofdstukken te bedenken kun je straks de informatie die je vindt beter onderverdelen, zodat je werkstuk overzichtelijk blijft. Ook kun je alvast een logische volgorde aanbrengen. Op deze manier kun je beter op zoek gaan naar informatie. Deze verdeling van je werkstuk komt straks voorin in je werkstuk te zitten en noem je de inhoudsopgave. De lezer kan door de inhoudsopgave ook snel zien, wat er allemaal in het werkstuk staat. Een voorbeeld: Honden. Verantwoording: waarom heb je voor dit onderwerp gekozen en wat denk je allemaal te leren? Hoofdstuk 1: Sinds wanneer zijn honden huisdieren? Hoofdstuk 2: Wat voor soort honden bestaan er allemaal? Hoofdstuk 3: Hoe moet je voor een hond zorgen? Hoofdstuk 4: Hoe kun je een hond trainen? Nawoord Bronvermelding. Een ander voorbeeld: Katten. 1 Geschiedenis van de kat 2 Kenmerken van de kat 3 Kattenrassen 4 Kat als huisdier. Nawoord Bronvermelding. Op de titelpagina (voorkant) zet je het onderwerp van je werkstuk, je naam, evt. datum en groep V5a Je kunt je voorkant mooi maken, door er een leuk plaatje bij te zetten.
Opdracht 3: Vrijdag 22 februari Inleveren de uitgewerkte hoofdstukken 1 en 2 Dat betekent dus dat je zorgt dat je verhaal geschreven is. Je hebt waarschijnlijk al een hoop informatie gelezen, waardoor jij zelf een mooi verhaal kunt maken. Let erop dat je geen teksten overneemt, maar dat je zelf een verhaal schrijft. Gebruik geen woorden die je zelf niet kent of leg uit wat ze betekenen. Let op spelling en leestekens en zorg dat plaatjes duidelijk zijn en bij het verhaal passen. Zorg dat het verhaal informatief wordt en dat het lekker leest.
Opdracht 4 Donderdag 14 maart Je gaat hoofdstuk 3&4 afmaken en hier plaatjes bij zoeken en de bronvermelding afmaken. Tip: Je gaat plaatjes toevoegen in heel het werkstuk, misschien heb je dit bij de vorige hoofdstukken al gedaan. Zorg dat deze plaatjes passen bij de tekst en schrijf eronder wat er op de plaatjes te zien is. Verder gaan jullie hoofdstuk 3&4 maken, zorg er weer voor dat het verhaal klopt. Dat het verhaal duidelijk is en aansluit op de vorige hoofdstukken. Maak er een verhaal van wat makkelijk te lezen is en wat je zelf goed begrijpt. Lees aan het einde nog je hoofdstukken allemaal door, zodat je goed kunt letten op je spelling en leestekens. De vorige keer zijn jullie ook begonnen met een bronvermelding, deze gaan jullie ook in de nieuwe hoofdstukken toevoegen. Zodat je duidelijk weet, waar je de informatie vandaag hebt. Graag je werkstuk inleveren op: donderdag 14 maart Heel veel succes en wij zijn benieuwd hoe de werkstukken eruit komen te zien.