Circus les 2 Doelen: - De speler beweegt snel met de voeten - De speler kan meerdere ballonnen in de lucht houden - De speler kan het racket aan het einde vasthouden alsof het een handje geeft - De speler zoekt het midden op van het veld om het goed te kunnen verdedigen 1
Oefening 1 Bewegingsvaardigheden Vooraan staan Doel: De speler beweegt snel met de voeten Materialen: Uitleg: Set & Let willen vooraan staan bij de volgende act. Ze vragen of dit mag van papa en mama en het mag, yes! Dan moeten ze wel snel zijn anders is het vol. Ze moeten eerst zijwaarts en zigzaggend langs de mensen, zorg dat je niet op de tenen van de mensen gaat staan. Op het veld ligt een parcours klaar met allerlei hindernissen waarlangs de spelers moeten bewegen. Overal waar pionnen (publiek) in het parcours liggen moeten ze voorzichtig zijn anders trappen ze op de tenen van de mensen. De spelers bewegen zich zigzaggend en zijwaarts door het parcours heen Aanwijzing: zorg dat je met een grote boog om de pionnen (mensen) heen gaat, het is verboden om ze te raken Te makkelijk: voeg hindernissen toe of laat ze het parcours doen met een bal op hun racket Te moeilijk: verminder het aantal hindernissen en pionnen in het parcours 2
Oefening 2 Balvaardigheden Gekke clowns Doel: De speler kan meerdere ballonnen in de lucht houden Materialen: 2 ballonen per speler Uitleg: We gaan jongleren, net als de jongleurs in het circus! Hoe lang kun jij twee ballonnen in de lucht houden? De spelers staan in het veld met voldoende ruimte De spelers gooien de ballonnen in de lucht en proberen zo lang mogelijk de ballonnen in de lucht te houden Aanwijzing: gebruik je hand als racket en sla de ballonnen hoog de lucht in Te makkelijk: drie ballonnen in de lucht houden Te moeilijk: 1 ballon in de lucht houden 3
Alternatief voor buiten; Materialen: 1 bal per speler Uitleg: We gaan jongleren, net als de jongleurs in het circus! Wat voor trucs kan jij allemaal met de bal? De spelers staan in het veld met voldoende ruimte De spelers volgen de opdrachten van de leraar op Opdracht 1; gooi de bal in de lucht, laat stuiten (mag meerdere keren stuiten) en vang de bal Opdracht 2; Gooi de bal in de lucht, klap in je handen, laat stuiten en vang de bal Opdracht 3; Gooi de bal in de lucht, draai een rondje, laat stuiten en vang de bal Opdracht 4; Gooi de bal in de lucht en vang boven je hoofd Opdracht 5; Gooi de bal in de lucht en vang zo laag mogelijk bij de grond Aanwijzing: kijk eerst naar het voorbeeld van de trainer en hou tijdens de oefening je ogen op de bal Te makkelijk: de oefeningen zonder stuit doen, vangen met 1 hand, snellere/kleinere bal Te moeilijk: pak een langzamere/grotere bal 4
Oefening 3 Racketvaardigheden In de hoepel Doel: De speler kan het racket aan het einde vasthouden alsof het een handje geeft Materialen: 1 hoepel, 1 foambal en 3 knijpers per speler Uitleg: in de circustent hangen hoepels. Set & Let proberen de ballen door de hoepels heen te spelen Spelers staan 3 meter vanaf het net tegenover een hoepel, in het hek hangen hoepels. De spelers proberen de bal in de hoepel te slaan, het racket wordt aan het einde vastgehouden. Iedere keer als de bal in de hoepel gaat mag de speler een knijper pakken. Degene die het eerst 3 knijpers heeft, heeft gewonnen. Aanwijzing: hou het racket zoveel mogelijk aan het einde vast alsof je het een handje geeft Te makkelijk: vergroot de afstand Te moeilijk: verklein de afstand 5
Oefening 4 Spelvaardigheden De trucjes van de acrobaten (let op; herhaling van vorige week) Doel: De speler zoekt het midden op van het veld om het goed te kunnen verdedigen Materialen: 2 markeertekens en 1 foambal of rode bal per tweetal Uitleg: Wow, deze acrobaten zijn echt goed! Ze gooien pionnen, ballen, hoepels en nog veel meer naar elkaar toe. En het mooiste is, ze kunnen alles wat ze naar elkaar gooien weer vangen. De spelers staan in een blauw veld. 1 speler met en 1 speler zonder racket. De spelers staan in het midden van hun eigen speelhelft bij een markeerteken. Eerst slaat speler A de bal in de hoek. Speler B probeert deze te vangen, de bal mag meerdere keren stuiteren. Als bal gevangen is heeft de vanger een punt gewonnen, lukt het niet heeft degene die slaat een punt gewonnen. De spelers gaan weer op hun positie staan en doen dit nog een keer. Als een speler drie punten heeft wisselen de tweetallen van functie. Aanwijzing: probeer zo snel mogelijk naar de bal te bewegen en beweeg iedere keer weer terug naar het midden Te makkelijk: de bal mag maar 1x stuiteren. Te moeilijk: de speler gooit de bal in plaats van slaan. 6